maandag 1 september 2014

Bebel Gilberto - Tudo

Bebel Gilberto had in haar vaderland Brazilië al een paar platen op haar naam staan toen ze in 2000 wereldwijd doorbrak met Tanto Tempo. 

Haar zwoele Bossa Nova wist een breed publiek te betoveren en had uiteindelijk ook invloed op met name de Franse popmuziek waarin de fameuze zuchtmeisjes in Bossa Nova een extra middel ter meedogenloze en zwoele verleiding zagen. 

Bebel Gilberto was de afgelopen tien jaar wat minder productief en maakte ook wat minder indruk met de platen die ze wel uitbracht, waardoor ze werd ingehaald door eigenzinnigere Braziliaanse zangeressen als CéU en Cibelle. 

Bebel Gilberto’s nieuwe plaat, Tudo, kon ik echter niet laten liggen en daar heb ik geen spijt van. Tudo is naar verluid Bebel Gilberto’s breakup-plaat en klinkt inderdaad wat minder zonnig dan Tanto Tempo al weer 14 jaar geleden deed. 

De wat zoetsappige openingstrack lijkt zo weggelopen uit de jaren 70, maar in de tweede track keert de van Bebel Gilberto bekende Bossa Nova terug. Ik versta geen woord Portugees, maar aan de songs op Tudo hoor je wel dat Bebel Gilberto het leven even door een net wat donkerdere bril bekijkt. 

Bossa Nova bestaat bijna per definitie uit zonnestralen, maar de zon schijnt niet zo fel als we van de muziek van Bebel Gilberto gewend zijn. Het maakt Tudo zowel geschikt voor lome zondagochtend als voor donkere avonden. 

Bebel Gilberto heeft de overwegend langzame tracks op de plaat voorzien van een ingetogen en buitengewoon sfeervolle instrumentatie, die prachtig kleurt bij haar nog altijd zwoele vocalen. 

Tudo bevat absoluut elementen uit de Bossa Nova, maar het is zeker geen typische Bossa Nova plaat. De plaat bevat immers minstens net zoveel en misschien zelfs wel nog wel meer invloeden uit de jazz, al is het jazz met een Braziliaans tintje. 

Bebel Gilberto zingt op Tudo overwegend in het Portugees, maar heeft ook een aantal Franstalige en Engelstalige tracks opgenomen, wat de plaat nog wat veelkleuriger maakt dan hij al is. 

Na eerste beluistering van Tudo verlangde ik stiekem naar de zonnigere klanken van Tanto Tempo of de platen van CéU, maar Tudo is een plaat die langzaam maar zeker je hart verovert. 

Bebel Gilberto verraste in het verleden met lekker lichtvoetige muziek, maar ze kan ook muziek maken die de luisteraar moet ontroeren met melancholie in plaats van lichtvoetigheid. Dat ontroeren gaat Bebel Gilberto op Tudo makkelijk af, waarbij het niet eens zoveel uitmaakt of ze haar eigen songs vertolkt of verrast met een opvallend trefzekere versie van Neil Young’s Harvest Moon. 

Tudo is wat minder geschikt voor een zomers feestje dan de vorige platen van Bebel Gilberto, maar wanneer het feest er op zit, de rust is teruggekeerd en het tijd is voor bezinning is het een aangename metgezel, die bovendien voorlopig alleen maar beter lijkt te worden. Erwin Zijleman

 

zondag 31 augustus 2014

Jenny Lewis - The Voyager

Jenny Lewis dook in 2001 op als zangeres van de band Rilo Kiley. De band uit Los Angeles kon rekenen op flink wat sympathie van de critici en daar viel gezien de kwaliteit van de platen van de band niets op af te dingen. 

Met een vet platencontract op zak leek de doorbraak naar een groot publiek een jaar of tien geleden slechts een kwestie van tijd, maar Jenny Lewis had andere plannen. In 2006 bracht ze haar eerste soloplaat Rabbit Fur Coat uit, waarna het major debuut van Rilo Kiley in 2007 de hooggespannen verwachtingen niet waar kon maken.

Sindsdien hebben we niet meer gehoord van Rilo Kiley (al viel de band pas in 2011 echt uit elkaar) en moeten we het doen met de platen van Jenny Lewis. Dat was zeker geen straf. 

Het is 2008 verschenen Acid Tongue, met gastbijdrage van onder andere Zooey Deschanel. M. Ward en Elvis Costello, schopte het tot mijn jaarlijstje, terwijl het samen met Jonathan Rice als Johnny & Jenny gemaakte I’m Having Fun Now nog altijd een ‘guilty pleasure’ is. 

De afgelopen jaren ging Jenny Lewis door een aantal diepe dalen, waardoor we lang hebben moeten wachten op The Voyager. Het was uiteindelijk niemand minder dan Ryan Adams die Jenny Lewis uit het dal trok en weer wist te inspireren tot het maken van muziek. 

Het levert een opvallend toegankelijke plaat op. Waar Jenny Lewis op haar eerste twee soloplaten nog koos voor een wat eigenzinniger geluid dan op de platen van Rilo Kiley, trekt ze op The Voyager de lijn van de Johnny & Jenny plaat door. 

The Voyager citeert schaamteloos uit een aantal decennia popmuziek. De gitaarlijnen komen uit de West Coast pop van de late jaren 60, de perfecte popliedjes herinneren aan het briljante Rumours van Fleetwood Mac, de energie komt van The Go-Go’s uit de jaren 80, terwijl het muzikale verleden van Jenny Lewis en de muzikale voorkeuren van Ryan Adams het eigentijdse tintje aandragen. 

The Voyager is hierdoor een stuk minder eigenzinnig dan Rabbit Fur Coat en Acid Tongue en laat zich vooral beluisteren als een perfecte popplaat. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant is het een genre waarin Jenny Lewis uitstekend uit de voeten kan. Haar veelzijdige stemgeluid lijkt gemaakt voor oorstrelende popsongs en mede dankzij de productionele vaardigheden van Ryan Adams zijn het popsongs van niveau. 

The Voyager is een plaat die je onmiddellijk weet te veroveren, maar het is ook een plaat die leuk blijft, net als de zo ondergewaardeerde plaat van Johnny & Jenny vier jaar geleden. Jenny Lewis klinkt op haar nieuwe plaat misschien wat minder veelzijdig dan we van haar gewend zijn, maar de perfecte popliedjes op The Voyager beschikken over voldoende variatie om tien songs te blijven boeien. Het gitaarwerk op de plaat, dat varieert van strelend akoestisch tot gierend elektrisch, speelt hierbij overigens een belangrijke rol. 

Helemaal aan het eind van de plaat keert Jenny Lewis weer even terug naar het geluid van haar vorige plaat en laat ze horen dat ze ook dit kunstje nog altijd uitstekend beheerst. Het doet nu al uitzien naar haar volgende plaat, maar het aanstekelijke The Voyager zal in ieder geval bij mij nog heel wat rondjes draaien in de cd speler. Erwin Zijleman