maandag 31 augustus 2009

Tim Buckley - Live at the Folklore Center, NYC - March 6th, 1967

Net als zijn zoon Jeff overleed singer-songwriter Tim Buckley op veel te jonge leeftijd. Waar Jeff Buckley ten tijde van zijn ongelukkige dood pas één plaat op zijn naam had staan (het prachtige Grace), had Tim Buckley toen hij in 1975 bezweek aan een overdosis heroïne al meerdere klassiekers uitgebracht, met zijn titelloze debuut uit 1966, de in 1967 uitgebrachte opvolger Goodbye And Hello en het uit 1970 stammende Starsailor als hoogtepunten. Tim Buckley begon in de tweede helft van de jaren 60 in de hoek van de folkrock en wist direct indruk te maken met zijn bijzondere stemgeluid en de neiging om buiten de gebaande paden te treden. Zo sloot hij zich niet aan bij de West Coast of East Coast folkbewegingen, maar vermengde hij invloeden uit beide kampen. In het begin van de jaren 70 vervreemde Buckley van de folkrock en verwerkte hij steeds meer invloeden uit de jazz, pop en psychedelica in zijn nog altijd intrigerende muziek. Het muzikale vuur werd gedoofd toen Buckley ten prooi viel aan drugs. Zijn laatste twee platen waren helaas nauwelijks interessant meer. Op 6 maart 1967 stond een pas 20-jarige Tim Buckley nog aan het begin van zijn carrière. Buckley trad die avond op in The Folklore Center in New York. Dat klinkt indrukwekkender dan het is, want The Folklore Center was niet veel meer dan een kleine winkel waar boeken en muziekinstrumenten werden verkocht. Tim Buckley nam die avond plaats op een kruk voor een aantal boekenkasten en speelde een akoestische set voor een uiterst select gezelschap. Het werd een memorabele avond. Een paar jaar geleden doken opnamen van dit concert op en deze zijn nu verschenen als Live at the Folklore Center, NYC - March 6th, 1967. Direct bij eerste beluistering van de opnamen vallen een aantal dingen op. Naast de opvallend goede geluidskwaliteit maakt vooral de intimiteit van het optreden veel indruk. Veel meer dan Tim Buckley’s akoestische gitaar en zijn bijzondere, vaak wat gekweld klinkende, zang is er niet te horen, maar het komt aan als een mokerslag. Tim Buckley klinkt op deze live-opnamen wat traditioneler, of beter gezegd conventioneler, dan op zijn platen, maar door de indringende voordracht en het bijzondere gitaarspel weet hij zich ook in deze setting moeiteloos te onderscheiden van zijn soort- en tijdgenoten. Uiteraard komen flink wat songs voorbij van zijn uitstekende eerste twee platen, maar Live at the Folklore Center, NYC - March 6th, 1967 bevat ook zes nog niet eerder uitgebrachte songs. Zo magisch als op de avond zelf wordt het natuurlijk niet, maar Live at the Folklore Center, NYC - March 6th, 1967 vormt absoluut een waardevolle aanvulling op het oeuvre van deze al weer bijna 35 jaar geleden grootheid uit de muziekgeschiedenis. Erwin Zijleman

zondag 30 augustus 2009

Noah And The Whale - The First Days Of Spring

Peaceful, The World Lays Me Down, het vorig jaar verschenen debuut van de Britse band Noah And The Whale, was een lastig te beoordelen plaat. Op het eerste gehoor maakten de Britten op hun debuut immers muziek die we eerder en vooral ook beter gehoord hadden; muziek die afwisselend raakte aan die van bands als Belle And Sebastian, The Arcade Fire, Midlake en Neutral Milk Hotel, maar dan zonder het eigenwijze randje dat de muziek van deze bands zo bijzonder maakte. Peaceful, The World Lays Me Down was echter ook een plaat waarvan je moest leren houden; een plaat die je op de een of andere manier steeds dierbaarder werd, zonder dat je goed uit kon leggen waarom dat opeens zo was. Op haar debuut maakte Noah And The Whale zonnige en licht eigenzinnige folky popliedjes. Popliedjes waarop voorman Charlie Fink en zijn vriendin Laura Marling (op dat moment net doorgebroken als soloartieste) op aanstekelijke wijze de liefde en het leven bezongen. De titel van de tweede plaat van de band doet vermoeden dat Noah And The Whale op deze plaat verder gaan waar de band vorig jaar op haar debuut ophield, maar The First Days Of Spring blijkt een vlag die de lading niet dekt. Na de release van het debuut van de band liep de relatie van Charlie Fink en Laura Marling op de klippen en dat heeft zo zijn gevolgen gehad voor het geluid van Noah And The Whale. The First Days Of Spring is een echte break-up plaat. Vergeleken met het debuut laat Noah And The Whale op haar tweede plaat een veel somberder en zwaarder geluid horen. De instrumentatie is veel stemmiger, de songs zijn trager en nu de frisse zang van Laura Marling ontbreekt klinken de vocalen van Charlie Fink opeens een stuk zwaarmoediger. Waar het debuut van de band maar langzaam wist te overtuigen, is The First Days Of Spring een plaat die direct indruk weet te maken. De songs op The First Days Of Spring zijn over het algemeen stemmig en ingetogen. IJzige strijkers en donkere pianoklanken zorgen voor een wat beklemmende sfeer en sorteren in combinatie met de donkere vocalen van Charlie Fink een maximaal effect. De blazers die vorige keer nog voor een vrolijke noot zorgden, duwen de muziek van de band nu nog wat verder in het donker. Het is een wereld van verschil vergeleken met het debuut, maar wat is het allemaal mooi. Hier en daar raakt het wel wat aan de briljante platen van Smog, al is de muziek van Noah And The Whale een stuk rijker georkestreerd. Het debuut van Noah And The Whale was wat mij betreft een veelbelovende plaat, maar dat de band nog geen jaar later op de proppen zou komen met een indringende, ontroerende en boven alles wonderschone plaat als The First Days Of Spring had ik nooit durven voorspellen. The First Days Of Spring is een verrassende en bijzonder indrukwekkende plaat voor vele donkere herfst- en winteravonden. Erwin Zijleman

donderdag 27 augustus 2009

Gregory Alan Isakov - This Empty Northern Hemisphere

Gregory Alan Isakov werd geboren in Zuid Afrika, maar woont al sinds zijn jeugd in de Verenigde Staten. In de Verenigde Staten timmert hij inmiddels, al enige tijd aan de weg, maar in Europa moeten we de talenten van Gregory Alan Isakov nog ontdekken. Lang te duren hoeft dat niet, want luister naar de man’s This Empty Northern Hemisphere en je bent meteen verkocht. Isakov wordt in de VS afwisselend vergeleken met Nick Drake en Bruce Springsteen (ten tijde van Nebraska), maar daar valt wat mij betreft wel wat op af te dingen. Gregory Alan Isakov maakt weliswaar muziek die het stempel folk mag dragen en maakt bovendien songs die je als donker en sober zou kunnen kenmerken, maar het eindresultaat is toch totaal anders dan de songs op Springsteen’s Nebraska of Drake’s Pink Moon. This Empty Northern Hemisphere werd opgenomen op een aantal uiteenlopende plekken (variërend van een gesloten boekwinkel tot het huis van collega muzikant Brandi Carlile) en bevat een serie songs die veel gemeen hebben, maar ook sterk verschillen. Wat de songs van Gregory Alan Isakov gemeen hebben is dat ze nogal donker gekleurd zijn en stuk voor stuk over de potentie beschikken om je diep onder de huid te raken. De sterkste wapens hierbij zijn de stemmige instrumentatie en de indringende en emotievolle stem van Isakov; een stem die wel wat doet denken aan die van Nick Drake, maar ook wel wat heeft van Grant Lee Phillips (Grant Lee Buffalo) of zelfs Chris Martin (Coldplay). Ondanks het feit dat deze sterkste wapens in alle songs terugkeren is This Empty Northern Hemisphere zeker geen eenvormige plaat. Gregory Alan Isakov varieert op This Empty Northern Hemisphere aangenaam tussen bijna verstilde Appalachen folksongs, dromerige folksongs en lekker in het gehoor liggende songs die bijna het predicaat pop verdienen. Het levert een collectie songs van een opvallend hoog niveau op. This Empty Northern Hemisphere is, zoals eerder gezegd, een plaat die je direct na eerste beluistering in het hart sluit, maar het is ook een plaat die voorlopig nog wel even zal blijven groeien. Met This Empty Northern Hemisphere schaart Gregory Alan Isakov zich onder de meest veelbelovende nieuwkomers van het moment en levert hij bovendien een plaat af die het in zich heeft om uit te groeien tot een klassieker. Erwin Zijleman

dinsdag 25 augustus 2009

Joe Henry - Blood From Stars

Joe Henry oogstte de afgelopen jaren veel waardering als producer van platen van onder andere Solomon Burke, Bettye Lavette, Loudon Wainwright en Elvis Costello, maar is wat mij betreft toch op de eerste plaats een zeer getalenteerd singer-songwriter. Henry maakt al sinds de tweede helft van de jaren 80 platen en heeft inmiddels elf platen op zijn naam staan. Waar Joe Henry op zijn eerste platen voornamelijk invloeden uit de country verwerkte en op de platen die volgden de rock ’n roll en folk ontdekte, zijn de laatste platen van de Amerikaanse muzikant buitengewoon veelzijdig. Het onlangs verschenen Blood From Stars is de opvolger van het twee jaar geleden verschenen Civilians; een plaat die door velen wordt gerekend tot de beste platen in Henry’s inmiddels imposante oeuvre. Ook op Blood From Stars maakt Joe Henry weer muziek die zich niet beperkt tot één stijl, integendeel. Folk, soul, country, blues, rock, pop, New Orleans rhythm & blues en flink wat jazz worden samengesmeed tot veelzijdige en knap in elkaar stekende muziek, die hier en daar wel wat doet denken aan die van Tom Waits en Bob Dylan, maar ook nadrukkelijk het inmiddels herkenbare stempel van Joe Henry draagt. Net als op zijn vorige platen heeft Joe Henry zich op Blood From Stars weten te omringen door een aantal zeer getalenteerde muzikanten, waaronder stergitarist Marc Ribot en Henry’s zoon Levon die een aantal songs voorziet van fraaie saxofoon en klarinet bijdragen. De kwaliteit van de muzikanten draagt nadrukkelijk bij aan het niveau van Blood From Stars, dat op het eerste gehoor nog wat jazzier aandoet dan zijn voorgangers. Net als op de andere platen die Joe Henry de afgelopen tien jaar heeft gemaakt, bevat Blood From Stars vooral songs met een wat donkere ondertoon. Songs die opvallen door fraaie spanningsbogen en talloze onverwachte wendingen. Tegelijkertijd blijkt Henry wederom in staat om memorabele songs te schrijven, die direct blijven hangen maar ook over de nodige groeipotentie beschikken. Blood From Stars doet wat mij betreft niet onder voor het zo bewierookte Civilians en is een volgend hoogtepunt in het oeuvre van een man die inmiddels op de juiste waarde wordt geschat als producer, maar die als muzikant nog altijd minder aanzien heeft dan hij op basis van de kwaliteit van zijn werk al zo lang verdient. Erwin Zijleman

maandag 24 augustus 2009

Richmond Fontaine - We Used To Think The Freeway Sounded Like A River

De Amerikaanse band Richmond Fontaine bestaat dit jaar al weer 15 jaar. De band rond singer-songwriter en schrijver Willy Vlautin opereerde de eerste tien jaar van haar bestaan in betrekkelijke anonimiteit, maar na de release van haar vijfde plaat Post To Wire in 2004, werd de band omarmd door de critici en door de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Met Thirteen Cities leverde Richmond Fontaine ruim twee jaar geleden haar voorlopige meesterwerk af, maar sindsdien was het stil. Aan deze stilte komt een einde met de release van We Used To Think The Freeway Sounded Like A River. De nieuwe plaat van de band volgt op een periode met pieken en dalen. Willy Vlautin werd geconfronteerd met het plotselinge overlijden van zijn moeder en raakte ook nog eens gewond bij de val van een paard. Zoals zo vaak zijn ingrijpende gebeurtenissen goed geweest voor de nodige inspiratie, want na de eerste verwerking van het verlies van zijn moeder en zijn lichamelijke herstel, schreef Vlautin een nieuw boek en voldoende songs voor een nieuw Richmond Fontaine album. Op We Used To Think The Freeway Sounded Like A River doet Willy Vlautin wat hij het afgelopen decennium heeft gedaan met Richmond Fontaine. Ook de nieuwe plaat van de band bevat weer een serie songs die een breed spectrum van de Amerikaanse rootsmuziek bestrijken en afwisselend raken aan het werk van Lambchop, Wilco, Whiskeytown en Springsteen. We Used To Think The Freeway Sounded Like A River is zeker geen vrolijke plaat geworden. De vorige platen van de band waren al somber van toon, maar op de nieuwe plaat van de band doet Willy Vlautin er nog een schepje bovenop. Het levert wederom prachtige teksten op, maar ook in muzikaal opzicht is We Used To Think The Freeway Sounded Like A River van een buitengewoon hoog niveau. Voor de productie tekende wederom de van Calexico bekende J.D. Foster, die nog altijd uitstekend aanvoelt wat de indringende songs van Willy Vlautin nodig hebben. De beeldende songs op We Used To Think The Freeway Sounded Like A River ontroeren vrijwel zonder uitzondering en prikkelen de fantasie. De instrumentatie is in de meeste gevallen sober en stemmig, maar ook de wat stevigere songs worden dit keer niet geschuwd. Net zoals de boeken van Vlautin, grijpen de platen van Richmond Fontaine je stevig vast en laten ze je pas los wanneer de laatste noot heeft geklonken. Een periode van stilte die volgt op Amerikaanse rootsmuziek van een zeldzaam hoog niveau. Met We Used To Think The Freeway Sounded Like A River heeft Richmond Fontain haar lat weer een stukje hoger gelegd. Met deze plaat schaart de band zich dan ook definitief onder de allergrootsten in het genre. Erwin Zijleman

zondag 23 augustus 2009

Lisa o Piu - When This Was The Future

Lisa o Piu is de band rond de Zweedse singer-songwriter Lisa Isaksson. Voor When This Was The Future riep Isaksson de hulp in van de van de Zweedse band Dungen bekende Matthias Gustavsson, die de plaat produceerde. Het levert een fraaie combinatie van authentiek klinkende folk en betoverende psychedelica op. Het is een combinatie van invloeden die na de hausse van psych-folk van de afgelopen jaren bekend in de oren klinkt en zo af en toe wel wat doet denken aan de muziek van Joanna Newsom, al heeft de muziek van Lisa O Piu ook de nodige raakvlakken met die van folkzangeressen uit een ver verleden als Vashti Bunyan, Linda Perhacs en in iets mindere mate Sandy Denny. Het belangrijkste wapen van Lisa O Piu is de prachtige stem van Lisa Isaksson, die op When This Was The Future via meerdere lagen tot je komt. Isaksson klinkt bij vlagen honingzoet, maar weet met haar gevoelige stem niet alleen te verleiden maar ook te ontroeren. Beluistering van When This Was The Future roept dankzij de sfeervolle instrumentatie, met een belangrijke rol voor strijkers en blazers, en de werkelijk wonderschone vocalen, associaties op met folkplaten uit vervlogen tijden, maar is door de inbreng van invloeden uit de psychedelica uiteindelijk toch vooral een plaat die met beide benen in het heden staat. Waar veel platen in dit genre de neiging hebben om door te slaan in vaag geneuzel, houdt Lisa O Piu de ambachtelijke folksong altijd in het achterhoofd, waardoor de zweverige klanken alleen maar meerwaarde hebben. When This Was The Future is een plaat vol dromerige folksongs die stuk voor stuk een bezwerende uitwerking hebben. Het zijn overigens niet alleen maar mooie dromen die Lisa Isaksson ons voorschotelt, want een aantal songs heeft een beklemmende en wat spookachtige sfeer. Het draagt wat mij betreft alleen maar bij aan de kwaliteit en veelzijdigheid van deze opvallende plaat. We zijn de afgelopen jaren overladen met psych-folk platen, maar ik kan er maar heel weinig noemen die zoveel indruk hebben gemaakt als When This Was The Future van Lisa O Piu. Zeer warm aanbevolen derhalve. Erwin Zijleman

vrijdag 21 augustus 2009

Múm - Sing Along To Songs You Don’t Know

Het IJslandse Múm debuteerde negen jaar geleden met het prachtige Yesterday Was Dramatic - Today Is OK; een behoorlijk experimentele plaat waarop atmosferische klanken uit het hoge noorden op intrigerende wijze werden gecombineerd met experimentele elektronica en de engelachtige vocalen van de zusjes Gyoa en Kristin Anna Valtysdottir. Sindsdien is de muziek van de IJslanders, mede door het vertrek van de zusjes Valtysdottir, flink veranderd. Waar Múm in haar beginjaren vaak sprookjesachtige en behoorlijk ongrijpbare muziek maakte, maakt de band tegenwoordig popliedjes met een kop en een staart. Of, zoals de titel van de nieuwe plaat van de band suggereert, popliedjes die je mee kunt zingen zonder dat je ze kent. Op Sing Along To Songs You Don’t Know gaat Múm verder waar het twee jaar geleden met Go Go Smear the Poison Ivy ophield. Ook op Sing Along To Songs You Don’t Know is de instrumentatie een stuk veelzijdiger dan de band in haar beginjaren liet horen en ook in vocaal opzicht is er meer diversiteit. Dat is aan de ene kant jammer, want de eenzijdige klanken en vocalen gaven de intrigerende muziek van Múm in het verleden een bezwerende werking, maar aan de andere kant valt er ook binnen het nieuwe Múm geluid veel te genieten. Sing Along To Songs You Don’t Know valt op door de fraaie combinatie van akoestische instrumenten (waaronder strijkers, blazers en een ukelele), elektronica en een zingende parkiet, waarmee de band is opgeschoven in de richting van bands als Belle And Sebastian en Camera Obscura. Sing Along To Songs You Don’t Know is nog wat ingetogener en organischer dan zijn voorganger en kent bovendien een belangrijkere rol voor de piano. Het levert een mooie en stemmige plaat is die veel toegankelijker is dan de Múm fans van het eerste uur gewend zijn, maar gelukkig nog altijd vol verrassingen zit. Voor je spaargeld moet je er niet meer zijn, maar voor liefhebbers van bijzondere popmuziek is IJsland gelukkig nog altijd een bestemming vol verrassingen. Erwin Zijleman

donderdag 20 augustus 2009

Nina Kinert - Let There Be Love

Vorig jaar eiste de Zweedse singer-songwriter Nina Kinert haar plekje in de spotlights op met het uitstekende Pets & Friends. Pets & Friends bleek een veelzijdige plaat met songs die het avontuur niet schuwden, maar ook buitengewoon lekker bleven hangen. Songs die opvielen door de frisse en gevarieerde instrumentatie, maar uiteindelijk vooral overeind bleven door de aangename en vaak wat indringende vocalen van Nina Kinert. Voor de release van Pets & Friends trok Nina Kinert vooral aandacht als achtergrondzangeres bij onder andere Ed Harcourt, Thomas Denver Jonsson en Ane Brun, maar maakte ze ook al een plaat; het in 2005 verschenen Let There Be Love. Het debuut van Nina Kinert trok destijds nauwelijks aandacht, maar krijgt nu een nieuwe kans. Let There Be Love blijkt een totaal andere plaat dan het twee jaar later gemaakte Pets & Friends. Pets & Friends bevatte voornamelijk songs met een folky onderlaag en een bovenlaag waarin ruimte bleek voor tal van invloeden, variërend van elektronica tot pure pop. Vergeleken met Pets & Friends is Let There Be Love een aanmerkelijk soberdere plaat. Op haar debuut maakt Nina Kinert vooral intieme folksongs. Folksongs die zijn voorzien van een sobere, maar uiterst smaakvolle instrumentatie. Naakte songs waarin het voortal draait om de vocalen van Nina Kinert, welke net als op Pets & Friends bijzonder weten te overtuigen. Let There Be Love is een wat minder toegankelijke plaat dan Pets & Friends en weet daarom minder makkelijk te overtuigen, maar een ieder die de tijd neemt voor de ingetogen en vaak wat bezwerende folksongs op Let There Be Love, zal alleen maar kunnen concluderen dat Nina Kinert ook op haar verrassend sterke debuut veel te bieden heeft. Erwin Zijleman

woensdag 19 augustus 2009

Tinariwen - Imidiwan: Companions

Een paar jaar geleden las ik in een Engels muziektijdschrift voor het eerst iets over Tinariwen. Het was een verhaal dat zich liet lezen als een spannend jongensboek, want een uit voormalige Tuareg guerrillastrijders samengestelde band die vanuit de Sahara muziek maakt die invloeden van Led Zeppelin en Santana combineert met uiteenlopende soorten Afrikaanse muziek, klonk bijna te mooi om waar te zijn. De muziek van de band kon na zo’n mooi verhaal eigenlijk alleen maar tegenvallen, maar deed dit geen moment. Na twee buitengewoon opwindende platen viel het twee jaar geleden verschenen Aman Iman: Water Is Life me eerlijk gezegd wat tegen. De plaat klonk net wat gepolijster dan zijn voorgangers, waardoor de muziek van Tinariwen opeens een stuk minder magisch klonk dan op de eerste twee platen van de band. Kennelijk was de band zelf ook niet helemaal tevreden met het resultaat, want het nu verschenen Imidiwan: Companions moet gezien worden als een back to basics plaat. Tinariwen trok voor haar vierde plaat naar een afgelegen oase in de woestijn en nam de plaat vervolgens op met eenvoudige middelen en zonder al teveel productionele poespas. Imidiwan: Companions ligt in muzikaal opzicht daarom in het verlengde van het debuut van de band (The Radio Tisdas Sessions uit 2001) en laat muziek horen die invloeden uit de rockmuziek uit de jaren 70 (Santana, Led Zeppelin, Jimi Hendrix) overgiet met een mengsel van woestijnzand en Mali blues. Het geluid van de band is inmiddels bekend, waardoor de verrassing er wel wat af is, maar toch is ook Imidiwan: Companions weer een bezwerende plaat die vreemde dingen met je doet. Een plaat die muziek laat horen die herinnert aan vervlogen tijden, maar die je tegelijkertijd klanken voorschotelt die je nog niet eerder gehoord hebt. Imidiwan: Companions is een stuk beter dan zijn voorganger en laat horen dat Tinariwen de juiste weg weer heeft gevonden. Een hele mooie plaat van een nog altijd volstrekt unieke band. Erwin Zijleman

maandag 17 augustus 2009

The Jayhawks - Music From The North Country: The Jayhawks Anthology

Met de eind vorig jaar verschenen cd van Gary Louris en Mark Olson (Ready For The Flood) herleefde de magie van de muziek van The Jayhawks, al haalden ze nergens het niveau dat ze tijdens de hoogtijdagen van deze inmiddels roemruchte band haalden. The Jayhawks bereikten hun artistieke top in de eerste helft van de jaren 90, toen de band met Hollywood Town Hall (1992) en Tomorrow The Green Grass (1995) twee klassiekers afleverde. Met het vertrek van Mark Olson verdween de muzikale chemie tussen Olson en Louris, hetgeen zijn weerslag had op de kwaliteit van platen van de band. The Jayhawks maakten ook na 1995 nog een drietal aardige platen, maar zo goed als in hun beste dagen werden ze nooit meer. De nu verschenen verzamelaar Music From The North Country: The Jayhawks Anthology kiest desalniettemin voor een redelijk gelijkwaardige selectie uit de zes platen die de band i totaal maakte. Het levert een selectie van 20 tracks op, waarop, zoals zo vaak bij verzamelaars, wel het een en ander valt aan te merken. Zo worden aan aantal favorieten van de beste twee platen van de band gemist en is het zwakke Smile met drie tracks wel erg ruim vertegenwoordigd. Aan de andere kant geven de 20 tracks op deze verzamelaar een mooi overzicht van de carrière van The Jayhawks en staat er eigenlijk geen zwak moment op. Het mooist blijven toch de tracks van Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass. De songs die The Jayhawks in deze periode schreven zijn stuk voor stuk memorabel en de harmonieën van Gary Louris en Mark Olson zonder uitzondering hemeltergend mooi. Waar The Jayhawks zich in eerste instantie met name bewegen binnen de grenzen van het destijds nog kakelverse alt-country genre, verkent de band later ook invloeden uit de folk, rock en West Coast pop, wat, zeker achteraf bezien, toch ook een aantal fraaie momenten oplevert. Music From The North Country: The Jayhawks Anthology biedt al met al een aardige kennismaking met het werk van een bijzondere en invloedrijke band. Voor de fans van de band die alles al in huis hebben is er uiteraard een Deluxe Edition die naast de verzamelaar en een DVD met videoclips en live materiaal een bonus cd bevat met 20 b-kantjes, demo’s en andere rariteiten. Een selectie songs die het niveau van de andere schijf uiteraard niet haalt, maar er zitten een paar bijzonder smakelijke krenten tussen. Conclusie: een mooie verzamelaar van een hele mooie band. Erwin Zijleman

zaterdag 15 augustus 2009

Tiny Vipers - Life On Earth

Onder de naam Tiny Vipers debuteerde de uit Seattle afkomstige Jesy Fortino twee jaar geleden met het uitstekende Hands Across The Void. Met de buitengewoon breekbare en emotievolle popliedjes op haar debuut, positioneerde Jesy Fortino zich ergens tussen Cat Power, Julie Doiron en Joanna Newsom in, al was Across The Void zeker eigenzinnig genoeg om de muziek van Tiny Vipers bestaansrecht te geven. Life On Earth, de tweede plaat van Tiny Vipers, is een logisch vervolg op het debuut dat twee jaar geleden kon rekenen op uitstekende recensies. Ook op Life On Earth maakt Jesy Fortino breekbare en fluisterzachte muziek vol gevoel. Het is muziek met vooral invloeden uit de folk, maar toch is Jesy Fortino, net als bijvoorbeeld Cat Power, geen standaard folkie. Waar haar songs op Hands Across The Void nog niet altijd even goed uit de verf kwamen, is Life On Earth een plaat met een constante en opvallend hoge kwaliteit. Ook op de tweede plaat van Tiny Vipers zijn de songs van Jesy Fortino uiterst breekbaar en vaak ongrijpbaar, maar het zijn tegelijkertijd songs die je makkelijk in het hart sluit. Het is nog altijd wel muziek waar je echt voor moet gaan zitten. In de meeste songs zingt Jesy Fortino zo zacht en is de instrumentatie zo spaarzaam dat volledige aandacht nodig is om te worden gegrepen door de verstilde klanken. De muziek van Tiny Vipers is uiterst intiem, wat Life On Earth een hele bijzondere lading geeft. Life On Earth doet me meer dan eens denken aan de muziek van Mazzy Star, al moet Jesy Fortino het doen zonder de zwoelheid van Hope Sandoval. Aan de andere kant heeft de zang van Fortino ook wel wat weg van die van Karen Dalton, al klinkt Fortino op haar beurt weer warmer dan deze folklegende deed. Life On Earth is uiteindelijk een plaat die je volslagen koud laat of eindeloos verwarmt. Zelf ben ik al weken diep onder de indruk van de intieme fluisterliedjes van Tiny Vipers en ik vrees dat dit ook niet meer over gaat. Prachtplaat! Erwin Zijleman

donderdag 13 augustus 2009

Magnolia Electric Co. - Josephine

Jason Molina maakte tussen 1997 en 2003 een achttal hele mooie platen als Songs:Ohia. Het in 2003 verschenen Magnolia Electric Co. bleek niet alleen de zwanenzang van Songs:Ohia, maar ook het begin van een nieuwe band. Deze nieuwe band, die luisterde naar de naam Magnolia Electric Co. (!), maakte met What Comes After The Blues (2005) en Fading Trails (2006) twee hele overtuigende platen, maar vervolgens werd het stil rond de band. Na het verschijnen van een soloplaat van Jason Molina, het overigens ook weer uitstekende Let Me Go, Let Me Go, Let Me Go, leek het gedaan met Magnolia Electric Co., maar nu duikt de band gelukkig weer op met Josephine. In de tussentijd is er wel het een en ander gebeurd. Molina verruilde de Verenigde Staten voor de hectiek van Londen en verder kwam de tourbassist van de band op tragische wijze om het leven bij een brand. Josephine is opgedragen aan bassist Evan Farell en klinkt door de trieste gebeurtenis misschien net wat zwaarder dan zijn twee voorgangers. Verder is er overigens niet zo heel veel veranderd. Ook voor Josephine nam Steve Albini weer plaats achter de knoppen en net als op de vorige twee platen van de band zijn ook op Josephine de invloeden van Neil Young weer zeer nadrukkelijk aanwezig. Ook op Josephine balanceert Magnolia Electric Co. weer op het snijvlak van alt-country, country-rock, folk, blues en rock. Waar de band op haar vorige platen zo nu en dan stevig uit kon pakken, is Josephine een behoorlijk ingetogen plaat vol emotie en bezieling. Van de bandleden trekt Jason Molina uiteraard de meeste aandacht, al mogen de bijzondere fraaie bijdragen van de pedal steel niet onvermeld blijven. De donkere teksten die dit keer als thema “ontwrichting” hebben komen van Molina’s hand en zoals altijd zijn zijn van melancholie overlopende vocalen sfeerbepalend. Hier en daar opereert Magnolia Electric Co. op Josephine als een geoliede machine, maar het mooist vind ik toch de songs waarin Jason Molina op de emotie speelt met zijn klaagzang. Songs waarmee Molina hier en daar nadrukkelijk terugkeert naar het geluid van Songs:Ohia, waarmee de cirkel rond is. Al met al weer een prima plaat deze derde van Magnolia Electric Co., al maakt de plaat me ook heel nieuwsgierig naar de volgende muzikale stap die Jason Molina gaat zetten. Erwin Zijleman

woensdag 12 augustus 2009

Portugal. The Man - The Satanic Satanist

Portugal. The Man, een oorspronkelijk uit Alaska afkomstige, maar inmiddels vanuit het hippere Portland opererende band, leverde de afgelopen drie jaar drie platen af. Platen waarvan met name het vorig jaar verschenen Censored Colors in kleine kring de nodige indruk wist te maken. Op Censored Colors strooide Portugal. The Man driftig met eigenwijze popliedjes vol invloeden uit de folk en de psychedelica. Popliedjes die naar veel meer smaakten. Inmiddels zijn we al weer een jaar verder en is er meer beschikbaar. Met haar vierde plaat, The Satanic Satanist, lijkt Portugal. The Man een flinke sprong voorwaarts te maken. Op haar nieuwe plaat heeft de band gekozen voor een wat afwisselender geluid, waarin een belangrijkere plaats is ingeruimd voor elektronica en invloeden uit de rock en komt het bovendien op de proppen met net wat toegankelijkere popliedjes. Dit laatste overigens zonder dat dit ten koste is gegaan van de eigenzinnigheid die de vorige platen van de band zo leuk en interessant maakten. Ook op The Satanic Satanist maakt Portugal. The Man muziek die zich niet makkelijk laat classificeren en zich evenmin laat vergelijken met de muziek van andere bands, maar wat klinkt het allemaal lekker. Psychedelica speelt nog altijd een belangrijke rol in de muziek van Portugal. The Man en ook The Satanic Satanist roept daarom associaties op met bloemen in het haar en geprojecteerde vloeistofdia’s, maar waar de band zich op haar vorige platen nog wel eens verloor in muziek zonder kop op staart, zijn de songs van de band dit keer uiterst doeltreffend geconstrueerd. The Satanic Satanist blijkt al snel een betoverend mooie en verrassend veelzijdige plaat. Portugal. The Man beheerst op haar nieuwe plaat alle facetten van de indierock en overtreft zichzelf keer op keer in songs die imponeren door het brede palet aan stijlen, de afwisselende instrumentatie, de eigenzinnige zanglijnen en de fraaie productie. The Satanic Satanist is een plaat die je vele malen moet horen voor je hem op de juiste waarde kunt schatten, maar wanneer dit eenmaal gebeurd is kun je haast niet anders dan concluderen dat Portugal. The Man één van de leukere platen van de laatste tijd heeft gemaakt. Erwin Zijleman

dinsdag 11 augustus 2009

Franz Nicolay - Major General

Franz Nicolay is in het dagelijks leven toetsenist bij de Amerikaanse band The Hold Steady. Een baan waarin hij in eerste instantie niet heel erg opviel, maar op de eerder dit jaar verschenen live-plaat van de band uit New York (A Positive Rage) is te horen dat Nicolay’s rol in The Hold Steady het afgelopen jaar een stuk belangrijker is geworden. Dat Franz Nicolay nog veel meer kan bewees hij al eerder als lid van de excentrieke band The World/Inferno Friendship Society en bewijst hij nu met zijn (naar verluid tweede) soloplaat Major General. Major General is een buitengewoon veelzijdige en wat mij betreft opzienbarende plaat. Een plaat waar je in eerste instantie flink aan moet wennen, want Nicolay springt op Major General meerdere malen van de hak op de tak en weer terug. Major General bevat een aantal lekker stevige en soms zelfs punky rocksongs, maar ook country, folk, jazz en invloeden uit de Balkan en het cabaret worden niet geschuwd. Door de nogal uiteenlopende stijlen overheerst in eerste instantie vooral de verbazing, maar wanneer je deze plaat een tijdje op je in hebt laten werken, blijkt hoe getalenteerd Franz Nicolay is. Nicolay toont zich op Major General niet alleen een uitstekend zanger en multi-instrumentalist, maar weet bovendien op te vallen als songwriter met eigenzinnige songs, die een balans weten te vinden tussen aanstekelijke deuntjes en muzikaal avontuur. Major General is geen plaat die je van de eerste tot de laatste noot zult kunnen waarderen; daarvoor zijn de stijlen die Franz Nicolay verwerkt in zijn songs te divers en zijn de songs bovendien te weinig aangepast. Iedereen zal er daarom zijn eigen favorieten uit pikken. Favorieten die bijna zonder uitzondering over flink wat groeipotentie beschikken, waardoor Major General alleen maar leuker en boeiender wordt. Soloplaten van leden van grote bands zijn vaak kleurloos en overbodig, soms aardig en heel zo heel af en toe echt de moeite waard. Major General van The Hold Steady toetsenist Franz Nicolay valt zonder enige twijfel in de laatste categorie. Voorlopig heeft The Hold Steady hem nog veel te hard nodig, maar wanneer de band haar kruit heeft verschoten, kan Franz Nicolay met vertrouwen gaan werken aan een bloeiende solocarrière. Erwin Zijleman

maandag 10 augustus 2009

Ian Hunter - Man Overboard

Ian Hunter kennen we vooral als zanger van de Britse band Mott The Hoople; een band die aan het begin van de jaren 70 doorbrak met het door David Bowie geproduceerde All The Young Dudes en zeker achteraf bezien veel invloed heeft gehad op de punk uit de late jaren 70 en de rockmuziek uit de jaren 80. Sinds het uiteenvallen van Mott The Hoople in 1974 heeft Ian Hunter een dozijn soloplaten gemaakt. Platen die lang niet allemaal de moeite waard zijn, maar er zitten een aantal hele mooie tussen, met het uit 1979 stammende You're Never Alone With A Schizophrenic als voorlopig hoogtepunt. Twee jaar geleden verraste Ian Hunter met het stevig rockende en bijzonder overtuigende Shrunken Heads en ook met het onlangs verschenen Man Overboard laat Ian Hunter, die eerder deze zomer zijn 70e verjaardag vierde, horen dat hij nog lang niet versleten is. Man Overboard laat een net wat minder stevig geluid horen dan voorganger Shrunken Heads en biedt wat meer ruimte aan invloeden uit de Americana; een genre dat fraai kleurt bij de aan lichte slijtage onderhevige stem van Ian Hunter. Man Overboard laat goed horen wat een getalenteerd songwriter Ian Hunter is. Alle elf songs op Man Overboard hebben het beetje extra dat nodig is om je als songwriter te kunnen onderscheiden van de concurrentie en zijn zowel in muzikaal als in tekstueel opzicht van een bijzonder hoog niveau. Hier en daar klinkt Ian Hunter bijna als generatiegenoot Bob Dylan, maar met name in de wat stevige songs transformeert Hunter zich met verbazingwekkend gemak van een ouwe rot in een jonge rockgod, zoals ook Bruce Springsteen dit kan. Met Man Overboard heeft Ian Hunter een lekker veelzijdige plaat gemaakt die geen moment verveelt, puur, oprecht, doorleefd en energiek klinkt en vooralsnog alleen maar beter wordt. Een plaat die nog maar eens laat horen dat Ian Hunter moet worden gerekend tot de grootheden uit de geschiedenis van de rockmuziek en die bovendien laat horen dat Ian Hunter op zijn oude dag nog in een vorm steekt die niet onder doet voor die in zijn jonge jaren. Man Overboard is in alle opzichten een prestatie van formaat. Erwin Zijleman

zondag 9 augustus 2009

Clue To Kalo - Lily Perdida

Clue To Kalo is het alter ego van de Australiër Mark Mitchell. Mitchell maakte de afgelopen jaren twee opvallende platen, maar overtreft deze met gemak met zijn derde plaat, Lily Perdida. Lily Perdida verscheen al aan het begin van het jaar, toen de ijsbloemen nog dik op de ruiten stonden en het ijs op de sloten lag, maar trok toen helaas nauwelijks aandacht. Omdat Clue To Kalo muziek maakt die zich misschien wel beter leent voor broeierige zomeravonden, verdient deze plaat nu echter een tweede kans. Op Lily Perdida maakt Clue To Kalo elektronische muziek met een vleugje folk. Een combinatie die meestal het label folktronica oplevert, maar die vlag dekt de lading in dit geval niet. Lily Perdida is een conceptplaat over een gelijknamig fictief personage. Op de plaat schetsen tien verschillende personen uit haar omgeving een beeld van het leven van Lily Perdida, wat nogal uiteenlopende muziek oplevert. Lily Perdida lijkt een wat schizofreen personage en Clue To Kalo maakt hierdoor schizofreen klinkende muziek. Muziek die op fraaie wijze organische en elektronische klanken met elkaar verbindt en deze op minstens even fraaie wijze combineert met de vocalen van Mark Mitchell en zijn vriendin Ellen Carey. Lily Perdida bevat tien buitengewoon mooi en inventief ingekleurde elektronische popliedjes. Popliedjes die soms net zo opgewekt zijn als die van Belle & Sebastian, maar die, wanneer een wat minder opgewekt persoon uit het leven van Lily Perdida aan het woord wordt gelaten, ook buitengewoon droefgeestig kunnen klinken. Mark Mitchell tovert op de derde van Clue To Kalo fascinerende klanken uit zijn laptop, maar op één of andere wijze klinkt Lily Perdida toch vooral organisch. Op Lily Perdida bestrijkt Clue To Kalo een breed muzikaal spectrum dat varieert van uiterst ingetogen miniatuurtjes tot songs waarin flink wordt uitgepakt. Muziek die varieert van Belle & Sebastian tot Sufjan Stevens en van Architecture In Helsinki tot Animal Collective, al behoudt Clue To Kalo ook altijd een uniek eigen karakter. Lily Perdida is een plaat die je een paar keer moet horen voor je geboeid raakt door het gelijknamige personage, maar vervolgens wil je ook alles van haar weten. Een over het hoofd geziene parel van een tot dusver helaas miskend talent. Erwin Zijleman

vrijdag 7 augustus 2009

Ryan Bingham & The Dead Horses - Roadhouse Sun

De Texaanse singer-songwriter Ryan Bingham debuteerde twee jaar geleden op het Lost Highway label met het fraaie Mescalito. Een plaat die gezien de naam en het label direct de vergelijking opriep met die van naam- en labelgenoot Ryan Adams. Het was een vergelijking die niet lang stand hield, want de muziek van Ryan Bingham bleek een stuk traditioneler dan die van Ryan Adams. Ryan Bingham is de dertig nog niet gepasseerd, maar klinkt ook op zijn tweede plaat weer als een oude rot die het klappen van de zweep kent. Zijn muziek lijkt vooral beïnvloedt door de muziek die grootheden als Willie Nelson, Bruce Springsteen en vooral Bob Dylan (naar wie hij letterlijk verwijst in Dylan's Hard Rain) ooit maakten. Muziek die niet de behoefte heeft om te vernieuwen, maar liever teert op de rijke historie van de Amerikaanse rootsmuziek, waarbij de jaren 60 en 70 centraal staan. Vergeleken met Mescalito is opvolger Roadhouse Sun een stuk rauwer en steviger. Ryan Bingham en zijn uitstekende band The Dead Horses vermengen de invloeden uit de country, blues en folk dit keer wat vaker met invloeden uit de uit dezelfde periode stammende rockmuziek; iets waar de wederom prima productie van Black Crowes gitarist Marc Ford uitstekend op aansluit. Ryan Bingham’s stem klinkt op zijn tweede plaat nog wat rauwer en doorleefder dan op zijn debuut, hetgeen zeker bijdraagt aan het effect dat zijn muziek sorteert. Muziek die een ieder die op zoek is naar vernieuwing in het Americana genre niet zal kunnen bekoren, maar voor iedereen die niet vies is van degelijk klinkende rootsmuziek met oog voor traditie waarin de spierballen zonder schaamte getoond mogen worden, heeft Roadhouse Sun absoluut veel te bieden. Of, zoals Entertainment Weekly het onlangs fraai wist te verwoorden: “Ryan Bingham isn't an innovator, he's a reanimator, and on Roadhouse Sun the 28-year-old breathes new life into alt-country clichés through the power of his weathered croon and his stiff-jangle arrangements”. Erwin Zijleman

woensdag 5 augustus 2009

Coeur de Pirate - Coeur de Pirate

Misschien ligt het aan mij, maar de Franse zuchtmeisjes lijken momenteel van de aardbodem verdwenen. Waar ik een jaar geleden door de Franse vestiging van Amazon bijna wekelijks werd gewezen op nieuwe zuchtmeisjes, de een nog zwoeler en verleidelijker dan de ander, is het nu al maanden lang stil en moet ik het doen met een overigens hele aardige nieuwe plaat van Nouvelle Vague. Om het zomergevoel toch nog wat langer vast te kunnen houden, heb ik mijn zoektocht naar nieuw zuchtmeisjestalent inmiddels voortgezet in Canada. Ook hier is de spoeling uiterst dun, maar het vorig jaar verschenen debuut van Coeur de Pirate is er een om niet te missen. Coeur de Pirate is het alter ego van de uit Montreal afkomstige en nog piepjonge Beatrice Martin. Geen zuchtmeisjes pur sang, maar ze zingt in het Frans en beschikt over een buitengewoon verleidelijk stemgeluid. Omdat je in tijden van schaarste wat minder kieskeurig moet zijn doe ik het er voor. Het titelloze debuut van Coeur de Pirate is misschien geen echte zuchtmeisjesplaat, maar het is wel een hele overtuigende plaat. Beatrice Martin is een mooi blond meisje met een engelengezicht, maar haar lichaam is bedekt met vervaarlijk uitziende tatoeages. Zoals Beatrice Martin er uit ziet, klinkt haar muziek. Het debuut van Coeur de Pirate bevat muziek die wordt gedragen door de piano en het meisjeachtige maar warmbloedige stemgeluid van Beatrice Martin. Aangename klanken en verleidelijke vocalen staan centraal, maar de meeste songs van Coeur de Pirate hebben een rauw of een scherp randje en een aardedonkere ondertoon. Waar de meeste zuchtmeisjes kiezen voor een muzikaal tapijt dat voornamelijk is samengesteld uit Franse pop en bossanova, kiest Coeur de Pirate voor jazz, pop en invloeden uit de Franse muziek uit een wat verder verleden; het min of meer klassieke Franse chanson. Het debuut van Coeur de Pirate is hierdoor niet zo licht verteerbaar als de platen van de echte zuchtmeisjes, maar blijkt uiteindelijk wel minstens even smakelijk zoniet smakelijker. Coeur de Pirate heeft een hele bijzondere plaat gemaakt, die in Nederland maar eens snel de aandacht moet gaan krijgen die het verdient, als het even kan voor de zuchtmeisjes uit Frankrijk weer opduiken. Erwin Zijleman

maandag 3 augustus 2009

Mayra Andrade - Storia, Storia

Mayra Andrade verraste twee jaar geleden met het uitstekende Navega; een plaat waarop deze jonge zangeres zich een buitengewoon veelzijdig wereldburger toonde. Op haar debuut ging Mayra Andrade net zo makkelijk aan de haal met invloeden uit de Afrikaanse, Kaapverdische, Cubaanse en Braziliaanse muziek als met jazzy popsongs waarvoor Norah Jones een moord zou doen. Het leverde een verleidelijke zomerplaat op, die alleen maar leuker werd en na twee jaar nog altijd leuk is. Op haar tweede plaat Storia, Storia, gaat Mayra Andrade verder waar Navega twee jaar geleden ophield. Ook op haar tweede plaat maakt de van oorsprong van de Kaapverdische Eilanden afkomstige zangeres indruk met een smeltkroes vol invloeden uit de wereldmuziek, de jazz en de popmuziek. Een smeltkroes waarin invloeden uit de Braziliaanse muziek net als op Navega het sterkst vertegenwoordigd lijken. Storia, Storia is een zwoele plaat vol aanstekelijke popsongs. Popsongs die weer op bijzonder verleidelijke wijze worden vertolkt door Mayra Andrade, die beschikt over een buitengewoon lekker in het gehoor liggende stem. Storia, Storia is een plaat die je betovert en meesleept naar witte palmenstranden. Een plaat die de smaak van Margarita’s op de smaakpapillen tovert. Een plaat die de wereld heel even omtovert tot het paradijs dat het al lang niet meer is. Storia, Storia klinkt zo aangenaam en lichtvoetig, dat je bijna vergeet hoe knap de muziek van Mayra Andrade in elkaar steekt en met hoeveel gevoel en passie ze deze muziek vertolkt. Storia, Storia is meer dan zomaar een aangename zomerplaat. Het is een hele knappe plaat van een zangeres die moet worden gerekend tot de smaakmakers van de huidige wereldmuziek. Een zangeres die op fraaie wijze muzikale bruggen bouwt en werelden verenigt. Een plaat die zorgeloos vermaakt, grenzeloos verleidt, maar in muzikaal opzicht ook hopeloos intrigeert. Navega was al prachtig; Storia, Storia is wat mij betreft nog veel beter. Een wereldplaat in alle opzichten. Erwin Zijleman

zaterdag 1 augustus 2009

Holly Williams - Here With Me

Holly Williams is de kleindochter van countrylegende Hank Williams, de dochter van Hank Williams Jr. en de halfzus van Hank Williams III. Waar haar vader en halfbroer al op jonge leeftijd kozen voor de muziek en zich hierbij nadrukkelijk lieten inspireren door hun zo beroemde naamgenoot, zag Holly Williams een carrière in de muziek lange tijd niet zitten. Uiteindelijk kroop het bloed echter ook bij haar waar het niet gaan kon, waarna ze inmiddels al weer vijf jaar geleden debuteerde met het uitstekende The Ones We Never Knew. Op haar debuut bleef Holly Williams ver verwijderd van de countrymuziek die ze met de paplepel kreeg ingegoten en koos ze voor toegankelijke singer-songwriter pop. Hoewel The Ones We Never Knew een aangename en kwalitatief hoogstaande plaat was, bleef het succes uit. Holly Williams werd vervolgens aan de kant geschoven door haar platenmaatschappij en werd twee jaar later ook nog eens getroffen door een zwaar verkeersongeval dat haar bijna fataal werd. Het is dus een klein wonder dat Here With Me nu in de winkel ligt, maar gelukkig bestaan (kleine) wonderen. Waar Holly Williams op haar debuut nog op zoek was naar een eigen geluid, heeft ze dit op Here With me gevonden. Here With Me bevat net als zijn voorganger popmuziek van hoog niveau en vocalen om van te watertanden. Muziek waarin invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek aan terrein hebben gewonnen, maar ook de wat meer lichtvoetige popinvloeden niet zijn vergeten. Ook met Here With Me loopt Holly Williams weer nadrukkelijk het gevaar tussen wal en schip te belanden. Here With Me is mogelijk teveel pop voor de liefhebber van traditionele Amerikaanse rootsmuziek, teveel roots voor de liefhebber van radiovriendelijke pop en te ruw voor de liefhebber van de gepolijste muziek op het snijvlak van country en pop, zoals deze door onder andere Faith Hill en Taylor Swift worden gemaakt. Nu maken Faith Hill en Taylor Swift al veel betere platen dan de puristen in de verschillende kampen zullen vermoeden, maar voor Holly Williams geldt dit nog in veel sterkere mate. Here With Me is een geweldige plaat met aansprekende muziek op het snijvlak van roots en pop. Persoonlijke muziek met inhoud en emotie die het absoluut verdiend om gehoord te worden. Luister onbevooroordeeld naar deze plaat en je zult tot dezelfde conclusie komen. Erwin Zijleman