vrijdag 30 maart 2012

Fabrizio Cammarata & The Second Grace - Rooms

Fabrizio Cammarata is een Italiaanse singer-songwriter, die in eigen land inmiddels behoorlijk bekend is, maar de rest van de wereld nog aan zijn voeten moet zien te krijgen. Dat zou best eens kunnen gaan lukken met zijn nieuwe plaat Rooms, want wat is dit een aangename en vooral ook knappe plaat. Waar de meeste Italiaanse singer-songwriters hun afkomst breed etaleren, moet je op Rooms met een vergrootglas zoeken naar de Italiaanse identiteit van Fabrizio Cammarata. Rooms bevat uitsluitend Engelstalige songs en vrijwel al deze songs zijn geworteld in de tradities van de Britse en Amerikaanse folk. De enkele uitstapjes buiten de gebaande paden van de folk zijn niet zozeer gericht op Italiaanse muziek, maar verwerken op subtiele wijze invloeden uit de Afrikaanse, Indiase en psychedelische muziek, zodat eigenlijk alleen de teksten overblijven voor het eren van Fabrizio Cammarata’s grote liefde: de Siciliaanse hoofdstad Palermo. In deze teksten vertelt Cammarata mooie verhalen over een fascinerende stad met invloeden uit alle windstreken. De meeste songs op Rooms hebben niet meer nodig dan Fabrizio Cammarata’s akoestische gitaar en zijn warme en emotievolle stemgeluid, maar hier en daar zijn door zijn band The Second Grace smaakvolle accenten toegevoegd (variërend van een ritmesectie en strijkers tot Indiase trommeltjes), wat de variatie op de plaat zeer ten goede komt. Fabrizio Cammarata klinkt op Rooms als de kruising tussen Bob Dylan en Cat Stevens in hun beste dagen, al klinkt de muziek van de Italiaan wel wat warmer, melodieuzer en gepassioneerder. Eens een Italiaan, altijd een Italiaan. Rooms valt op door de mooie productie, waarvoor de van Richmond Fontaine en Calexico bekende JD Foster verantwoordelijk is. Foster heeft niet alleen gezorgd voor een aangenaam warm en helder geluid, maar nam ook nog eens Calexico voorman Joey Burns mee voor een aantal subtiele bijdragen. Het draagt allemaal bij aan de kwaliteit van een plaat die wat mij betreft direct boven de middelmaat uit wist te stijgen, maar hierna is begonnen aan een indrukwekkend groeiproces. Op het eerste gehoor zijn de folksongs van Fabrizio Cammarata aangenaam maar niet heel opzienbarend, maar na verloop van tijd ontdek je dat de Italiaan toch anders is dan zijn niet-mediterrane collega’s in het genre. Rooms is ondanks het ontbreken van Italiaanse teksten een mooie soundtrack voor het leven in Palermo; een plek waar zowel de temperaturen als de emoties zo nu en dan hoog kunnen oplopen. Het levert een singer-songwriter plaat met een eigen geluid en bakken vol internationale allure op. Erwin Zijleman


donderdag 29 maart 2012

Rachael Yamagata - Chesapeake, European Edition

Een maand of vijf geleden was ik al bijzonder lovend over Chesapeake, de derde cd van de Amerikaanse muzikante Rachael Yamagata. Toen ik twee maanden later de balans over 2011 opmaakte kon de plaat rekenen op een plekje in mijn persoonlijke top 5 over het jaar. Sindsdien is mijn enthousiasme voor de derde plaat van Rachael Yamagata alleen maar gegroeid, maar dat is niet de belangrijkste reden om nog eens stil te staan bij dit in Nederland miskende meesterwerk. Vanaf deze week is Chesapeake officieel verkrijgbaar in Europa en om het leed van het te lange wachten enigszins te verzachten, is de Europese release van Chesapeake voorzien van twee bonustracks. 20% extra Rachael Yamagata voor dezelfde prijs; het is een mooie deal. Ik sta nog steeds volledig achter mijn recensie van een paar maanden geleden en publiceer deze hieronder daarom nogmaals. Omdat de plaat sinds de release alleen maar is gegroeid en inmiddels ook twee prachtige tracks rijker is, zou ik nog wat superlatieven en/of uitroeptekens toe kunnen voegen, maar die denkt de lezer er ook zelf wel bij. De moraal van dit verhaal: Chesapeake is niet alleen één van de mooiste platen van 2011, maar vanaf nu ook één van de mooiste platen van 2012. Mis hem niet, want je doet jezelf flink tekort.


Van een enorme productiviteit kun je de Amerikaanse singer-songwriter Rachael Yamagata nauwelijks beschuldigen, maar alles wat ze tot dusver heeft gemaakt is wel van een onwaarschijnlijk hoog niveau. Dat gold zeker voor haar uit 2004 stammende debuut Happenstance, dat ik persoonlijk schaar onder mijn favoriete vrouwelijke singer-songwriter platen aller tijden, maar ook het in 2008 verschenen en uit twee cd’s bestaande Elephants...Teeth Sinking Into Heart was bovengemiddeld goed. Ik keek dan ook met grote belangstelling, zeer hoge verwachtingen en heel veel ongeduld uit naar de derde plaat van de singer-songwriter met Duits, Italiaans en Japans bloed in haar aderen. Deze derde plaat verscheen vorige week en luistert naar de titel Chesapeake. Ik moet de afgelopen weken geregeld lachen om de juryleden in The Voice Of Holland, die met een uiterst kritische blik luisteren naar op zich prima zangers en zangeressen, maar soms ook, om niet altijd even duidelijke redenen, met veel geweld de rode knop voor hun neus indrukken wanneer ze maar een paar noten gehoord hebben. Bij de eerste noten van Chesapeake deed ik echter precies hetzelfde. Een paar woorden van Rachael Yamagata waren voldoende om ook haar derde plaat voor een ieder die het horen wilde uit te roepen tot onbetwist meesterwerk. Inmiddels heb ik Chesapeake heel vaak gehoord, maar mijn eerste conclusie is niet meer aangepast. Ook op haar derde plaat weet Rachael Yamagata me weer genadeloos te verleiden met haar geweldige stem; een stem die me afwisselend doet denken aan Fiona Apple, PJ Harvey en een beetje Cat Power. Chesapeake heeft echter, net als zijn voorgangers, veel meer te bieden dan alleen een mooie stem. Net als op Happenstance en Elephants...Teeth Sinking Into Heart betovert Rachael Yamagata met prachtige ruwe popliedjes die variëren van lome en zwoele ballads tot stekelige rocksongs. Het zijn net als op haar vorige twee platen de jazzy, bluesy en soulvolle ballads die me het diepst weten te raken, maar ook de wat meer toegankelijke en bijna radiovriendelijke songs op Chesapeake zijn me inmiddels zeer dierbaar. Rachael Yamagata maakt net als de al eerder genoemde Fiona Apple en PJ Harvey en zeker ook Laura Nyro, muziek die niemand onberoerd zal laten, of je het nu mooi vindt of lelijk. Het is intense, vaak wat zwaarmoedige muziek waarvan je moet houden, maar als je er van houdt is de impact ook direct enorm en de liefde onvoorwaardelijk. Vergeleken met haar vorige twee platen is Chesapeake een toegankelijk en opgewekte plaat, al is dat in het geval van Rachael Yamagata maar zeer relatief. Onbegrepen door de grote platenmaatschappijen brengt ze haar muziek tegenwoordig zelf aan de man, waardoor de kans op succes kleiner en het haar aangedane onrecht alleen maar groter wordt. Zelf ben ik er inmiddels wel uit. Mijn jaarlijstje over 2011 krijgt maar zeer langzaam vorm en is voor het overgrote deel nog onzeker, maar de eerste plek is voor Rachael Yamagata en het indrukwekkende en alleen maar mooier wordende Chesapeake. Erwin Zijleman




woensdag 28 maart 2012

Ivy Green - Ivy Green

1977 Records is een Japans (!) label dat de afgelopen jaren stevig aan de weg timmert met het opnieuw uitbrengen van platen uit de beginjaren van de punk. Onlangs verscheen op dit label een opgepoetste versie van het debuut van één van de Nederlandse punkpioniers: Ivy Green. Ivy Green werd rond 1975 opgericht in Hazerswoude-Dorp (!) en timmerde een jaar voor de opkomst van de punk al aan de weg met voor die tijd ongekend rauwe rock ’n roll. Volgens de overlevering debuteerde de band op de 1976 editie van de Hazerswoudse jaarmarkt, waarover de Nederlandse Muziekencyclopedie het volgende rapporteert: "Op 26 augustus (1978) doet Ivy Green het eerste optreden op de jaarmarkt van Hazerswoude. De band speelt twee eigen nummers en een cover van Satisfaction onder een afdakje van een meubelzaak. Het gros van de inwoners van Hazerswoude snapt er niets van en vindt het een bespottelijk gebeuren". Een jaar later zou Ivy Green uitgroeien tot één van Nederland’s eerste punkbands. Het titelloze debuut van Ivy Green verscheen uiteindelijk in 1978 en moet samen met Panic’s 13 en Let It Crawl van Flyin’ Spiderz worden gerekend tot de meest succesvolle releases uit de beginjaren van de Nederlandse punk (al waren de verkoopcijfers uiteindelijk zeer bescheiden met maar net 2500 verkochte exemplaren). Persoonlijk luister ik vrijwel nooit meer naar platen uit de beginjaren van de punk en als ik het al doe kom ik niet veel verder dan het nog eens opzetten van de ultieme punkplaat uit 1977: Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols. De afgelopen weken is het debuut van Ivy Green een paar keer voorbij gekomen en moet ik concluderen dat de band uit Hazerswoude-Dorp op haar debuut niet veel minder is dan de legendarische collega’s uit Londen. De titelloze eerste plaat van Ivy Green is een erg lekkere punkplaat met recht voor zijn raap songs, die net zo makkelijk de wereld hadden kunnen veroveren als die van de Sex Pistols. Het debuut van Ivy Greens bevat een serie lekker energieke punksongs die in muzikaal opzicht wat verder zijn dan die van de Britse pioniers en qua overtuigingskracht en aanstekelijkheid niet al teveel onder doen voor de songs die de geschiedenisboekjes uiteindelijk wel hebben gehaald. Ivy Green bleef na haar debuut nog jaren muziek maken, maar wist het grote publiek nooit te bereiken. Het debuut van de band is daarom niet meer dan een voetnoot bij de geschiedenis van de punkmuziek, maar verdient op basis van de kwaliteit van de plaat eigenlijk veel meer eer. Nu gelukkig weer te beluisteren op cd en, nog beter, op LP. Erwin Zijleman




dinsdag 27 maart 2012

CéU - Caravana Sereia Bloom

De Braziliaanse CéU wist me de afgelopen jaren al twee keer te verleiden met platen waarop Braziliaanse muziek hand in hand ging met de meest uiteenlopende invloeden. Zowel haar titelloze debuut uit 2005 (opnieuw uitgebracht in 2007) als Vagarosa uit 2009 vormden de perfecte soundtrack voor iedere dag waarop de temperatuur boven de 18 graden klom, maar het waren ook platen vol muzikaal avontuur die de fantasie bleven prikkelen als het weer eens een dagje net wat minder was. Het is een omschrijving die ook weer van toepassing is op CéU’s nieuwe oplaat, het deze maand verschenen Caravana Sereia Bloom. Caravana Sereia Bloom is vergeleken met zijn twee voorgangers nog een stuk veelzijdiger en spannender. De invloeden uit de Braziliaanse muziek (samba, bossa nova, tropicalia en forró) zijn nog wat verder naar de achtergrond gedrongen en worden dit keer vermengd met invloeden uit de pop, rock, psychedelica, funk, elektronica, West Coast pop en muziek uit andere verre oorden, waaronder reggae, dancehall, ska en Caribische muziek. CéU heeft de afgelopen jaren op de meest uiteenlopende plekken op het podium staan en heeft van al deze plekken wat meegenomen. Caravana Sereia Bloom is hierdoor een plaat van een wereldburger die open staat voor alles wat ze tegenkomt, maar die haar afkomst zeker niet verloochent. Ondanks het feit dat de invloeden uit de Braziliaanse muziek vergeleken met de twee vorige platen aan terrein hebben verloren, klinkt ook Caravana Sereia Bloom op een of andere manier weer typisch Braziliaans. CéU maakt heerlijk broeierige muziek die de temperatuur direct een paar graden laat stijgen, maar het is ook muziek die de fantasie bijna eindeloos blijft prikkelen. Op het eerste gehoor liggen de songs van de Braziliaanse vooral lekker in het gehoor en overheerst het vermaak, maar wanneer je met net wat meer aandacht luistert hoor je hoe knap het allemaal in elkaar steekt en hoe origineel de muziek van CéU eigenlijk is. Op buitengewoon vernuftige wijze worden de meest uiteenlopende muziekstijlen aan elkaar gesmeed, zonder dat dit ten koste gaat van de gevoelstemperatuur en de broeierigheid van de muziek van de Braziliaanse of de kwaliteit van haar songs. Een paar jaar geleden moest CéU nog concurreren met een groot aantal andere jonge Braziliaanse zangeressen (onder aanvoering van Bebel Gilberto), maar met Caravana Sereia Bloom troeft ze alle concurrenten met speels gemak af. Caravana Sereia Bloom moet daarom onmiddellijk worden binnengehaald als de lenteplaat en zomerplaat van 2012. Dat het een vriendelijke en inventieve wolf in schaapskleren is merken we later wel. Erwin Zijleman


maandag 26 maart 2012

Cowboy Junkies - The Wilderness: The Nomad Series, Volume 4

Toen de Cowboy Junkies ruim anderhalf jaar geleden aankondigden om in anderhalf jaar tijd vier platen uit te brengen, kon niemand vermoeden hoeveel mooie muziek dit uiteindelijk op zou leveren. Ik had persoonlijk zeer lage verwachtingen. De Canadese band had al heel lang geen plaat meer gemaakt die in de buurt kwam van hun beste platen uit de late jaren 80 en vroege jaren 90 en had zelfs een aantal platen uitgebracht die de middelmaat maar nauwelijks ontstegen. Gelukkig had ik het bij het verkeerde eind. The Nomad Series leverde de afgelopen anderhalf jaar drie hele bijzondere platen op, die stuk voor stuk moeten worden geschaard onder het beste dat de band rond Margo en Michael Timmins de afgelopen 25 jaar heeft gemaakt. Het waren ook nog eens drie platen die een kant van de Cowboy Junkies lieten horen die we tot dat moment nog niet kenden van de band. Op deel 1 verwerkte de band invloeden uit de Chinese muziek, op deel 2 vertolkte het op indrukwekkende wijze de hoogtepunten uit het oeuvre van Vic Chesnutt en op deel 3 veraste de over het algemeen behoorlijk ingetogen band zelfs met rauwe blues. Anderhalf jaar na de release van het eerste deel van The Nomad Series ligt het laatste deel in de winkel. The Wilderness ligt op het eerste gehoor het dichtst bij het oorspronkelijke Cowboy Junkies geluid, maar is wel weer van een bijzonder hoog niveau. Voor het schrijven van de songs op The Wilderness trok Michael Timmins zich terug in een verlaten hut, ver van de bewoonde wereld. Het levert songs op die we inmiddels al 25 jaar kennen van de band: ingetogen en soms bijna verstild, voorzien van flink wat melancholie en uiteraard voorzien van de prachtige fluistervocalen van Margo Timmins. De verrassing van de eerste drie delen van The Nomad Series blijft dit keer uit, maar eerlijk gezegd was ik ook wel weer eens toe aan een ouderwetse Cowboy Junkies plaat en wat is The Wilderness mooi en indringend. The Wilderness sluit qua geluid goed aan op de platen die de Cowboy Junkies aan het begin van hun carrière maakten, maar nog niet vaak klonk de band zo geïnspireerd. The Wilderness is een plaat die zowel in muzikaal, vocaal, tekstueel en compositorisch opzicht diepe indruk maakt. De songs zijn prachtig, de teksten vol zeggingskracht, de instrumentatie zacht en sfeervol maar ook spannend en dynamisch en Margo Timmins is in al die jaren eigenlijk alleen maar mooier gaan zingen. Het niveau van The Wilderness maakt het nog lastiger kiezen tussen de vier unieke platen uit The Nomad Series, maar gelukkig is kiezen helemaal niet nodig en kun je ze gewoon alle vier in huis halen. Na de avontuurlijke plaat (Renmin Park), de emotionele plaat (Demons) en de rauwe plaat (Sing In My Meadow), is The Wilderness de wonderschone plaat van het stel. Het is een fraai slot van een anderhalf jaar durende rollercoaster ride die de Cowboy Junkies weer volledig op de kaart heeft gezet. Ik ben nu al benieuwd naar hun volgende plaat of naar The Nomad Series outtakes natuurlijk. Erwin Zijleman


zondag 25 maart 2012

Cotton Mather - Kontiki, Deluxe Edition

Cotton Mather is een band uit Austin, Texas, die gedurende haar bestaan drie platen maakte, waarvan er één een vergeten klassieker is. Na een niet opvallend en nauwelijks opgepikt debuut, kwam de band rond Robert Harrison (geen familie van George) in 1997 op de proppen met het briljante Kontiki. De plaat werd de hemel in geprezen door de critici, maar ging uiteindelijk maar mondjesmaat over de toonbank. In 2001 keerde Cotton Mather nog een keer terug met het sterke, maar net wat minder briljante The Big Picture, maar toen succes wederom uitbleef viel snel het doek. Robert Harrison is zelf nog zeer overtuigd van de kwaliteit van Kontiki en geeft het miskende meesterwerk daarom 15 jaar na de originele release opnieuw uit op zijn eigen label. De eerste uitgave staat hier inmiddels zo’n 15 jaar in de kast en ik moet eerlijk toegeven dat ik de plaat, die eind 1997 met overtuiging mijn jaarlijstje haalde, daar al heel lang niet meer uit is geweest. Desondanks was de hernieuwde kennismaking met Kontiki een feest van herkenning. Op Kontiki maakt Cotton Mather muziek die kan worden omschreven als de perfecte mix van The Beatles, Big Star en Guided By Voices. Met name de invloed van de muziek van The Beatles is overduidelijk, al is het maar omdat de stem van Robert Harrison behoorlijk op die van John Lennon lijkt. Het knappe van Kontiki is echter dat het de Beatles plaat is die de Fab Four nooit hebben gemaakt. Beatlesque popsongs worden op Kontiki vermengd met invloeden uit de American Underground, de powerpop en de lo-fi; invloeden die nog niet bestonden toen The Beatles aan het begin van de jaren 70 uit elkaar vielen. Op Kontiki slaagt Cotton Mather er in om volstrekt onweerstaanbare popliedjes te maken die ook nog eens lekker rammelen, uit de bocht vliegen en nieuwe wegen in slaan. Kontiki bevat 14 tracks; ze zijn allemaal anders, maar ook allemaal even mooi en bijzonder. Voor mijn hernieuwde kennismaking met Kontiki wist ik nog wel dat het een briljante plaat was, maar de plaat is nog veel en veel beter dan in mijn herinnering en is momenteel echt met geen mogelijkheid uit de cd-speler te krijgen. Kontiki van Cotton Mather is een plaat die 15 jaar geleden al geschaard had moeten worden onder de kroonjuwelen van de popmuziek, maar toen ging de plaat helaas kopje onder. De nu verschenen Deluxe Edition, die ook nog eens is voorzien van een bonus-disc met een aantal interessante extra tracks, moet voor eerherstel gaan zorgen. Laten we daarom hopen dat de plaat ook in Nederland snel in de winkel ligt. Vooralsnog ben je aangewezen op buitenlandse aanbieders als Amazon. Ik zou heel snel toeslaan, want platen als Kontiki verschijnen maar zelden. Heel zelden. Erwin Zijleman



vrijdag 23 maart 2012

Paul Weller - Sonik Kicks

In Nederland wordt niet heel druk gedaan over een nieuwe plaat van Paul Weller, maar in Engeland is het nog altijd één van de belangrijkste nieuwe releases van het jaar. Het is eigenlijk nooit anders geweest. Het werk van The Jam, The Style Council en de meeste soloplaten van Paul Weller zijn om onduidelijke redenen ondergewaardeerd in Nederland. Zelf ben ik het werk van de Brit de afgelopen jaren steeds meer gaan waarderen en daarom keek ik ook vol verwachting uit naar zijn nieuwe plaat Sonik Kicks. Weller is de afgelopen jaren in goede doen en maakte met 22 Dreams (2008) en Wake Up The Nation (2010) twee platen die moeten worden gerekend tot zijn beste soloplaten. Ook Sonik Kicks hoort thuis tussen de betere platen van Paul Weller. Het is absoluut één van Weller’s meest afwisselende platen. Zo worden we in opener Green getrakteerd op een zwaar aangezette psychedelische songs vol elektronica, waarna Paul Weller in de tracks die volgen aansluit bij de hoogtijdagen van respectievelijk The Style Council en The Jam om vervolgens de klanken van een compleet orkest te combineren met akoestische gitaar of aan de slag te gaan met Jamaicaanse dub. Vergeleken met zijn meeste andere soloplaten heeft Sonik Kicks een opvallend vol geluid, waarin zowel voor gitaren als elektronica een belangrijke rol is ingeruimd en zo nu en dan een heel arsenaal aan strijkers opduikt. Sonik Kicks is niet alleen door alle elektronica een vreemde eend binnen het omvangrijke oeuvre van Paul Weller, want zelden hoorde ik hem zo experimenteel aan het werk. Sonik Kicks bevat een aantal tracks die je een paar keer moet horen voor het kwartje valt en dat zijn we niet gewend van de Brit die inmiddels al een jaartje of 40 patent heeft op de perfecte popsong. Zeker na enige gewenning vind ik Sonik Kicks echter een erg sterke plaat. Paul Weller doet, samen met onder andere voormalig Blur gitarist Graham Coxon en voormalig Oasis voorman Noel Gallagher, zijn best om zich te vernieuwen en slaagt hier uitstekend in. Sonik Kicks roept niet alleen associaties op met het werk van The Jam (en inspiratiebron The Kinks) en The Style Council, maar ook met de 90s Britpop van Oasis, Blur en The Stone Roses. In een aantal tracks doet Sonik Kicks me echter vooral denken aan de roemruchte Berlijn trilogie van Bowie en die link heb ik nog niet eerder gelegd met platen van Paul Weller of zijn bands. Sonik Kicks is alles bij elkaar genomen een geïnspireerd klinkende plaat van een muzikant die nog altijd weet te vermaken, maar dit keer ook weet te verrassen met een plaat die anders klinkt dan alles wat hij de laatste decennia heeft gemaakt. De Britten overdrijven misschien wel eens met de wijze waarop ze alles wat Paul Weller maakt de hemel in prijzen, maar dit keer hebben ze helemaal gelijk. Erwin Zijleman




donderdag 22 maart 2012

Julia Holter - Ekstasis

Ekstasis van Julia Holter is met afstand de meest fascinerende plaat die ik de afgelopen tijd gehoord heb. De tweede plaat van de muzikante uit Los Angeles krijgt onder andere etiketten als freakfolk, ambient, minimal music, psychdrone, experimental en avant garde opgeplakt, maar met geen van deze labels doe je de Amerikaanse muzikante recht. Julia Holter maakt immers wonderschone en behoorlijk toegankelijke muziek, al moet ik er wel direct bij zeggen dat aan de structuren van haar songs over het algemeen geen touw is vast te knopen. De basis van de meeste songs op Ekstasis wordt gevormd door flarden dromerige vocalen, die in de meeste gevallen uit vele lagen bestaan. Deze bijna sprookjesachtige vocalen worden gecombineerd met ijle elektronische klanken, hier en daar wat strijkers en piano’s en af en toe een beat. Het zijn klanken die lekker in het gehoor liggen, maar omdat Julia Holter zich niet houdt aan de conventies van een goed popliedje en constant van de hak op de tak springt, heeft Ekstasis niet alleen een aangename maar ook een vervreemdende uitwerking op de nietsvermoedende luisteraar. De muziek van de Amerikaanse heeft raakvlakken met de muziek van Julianna Barwick (die nog veel minder toevoegt aan haar stemgeluid), de muziek waarmee Laurie Anderson ooit beroemd werd en de deprimerende klanken van Nico, maar op een of andere manier klinkt de muziek van Julia Holter een stuk toegankelijker dan die van de genoemde dames. Schijn bedriegt. Vrijwel alle songs op Ekstasis bestaan uit flarden muziek die nauwelijks met elkaar samen lijken te hangen. Stukjes dreampop worden afgewisseld met bijna hitgevoelige en door een aanstekelijke beat ondersteunde refreinen, maar vervolgens trakteert Julia Holter je net zo makkelijk op ambient klanken die Brian Eno waarschijnlijk te experimenteel zou hebben gevonden. Ik geef eerlijk toe dat ik over het algemeen niet gek ben op muzikale moeilijkdoenerij en een dertien in een dozijn popliedje prefereer boven een dosis navelstaren, maar de muziek van Julia Holter doet iets met me. Ik heb Ekstasis inmiddels vele malen gehoord en de plaat biedt me nog altijd nauwelijks houvast of herkenningspunten, maar desondanks geniet ik steeds meer van de bijzondere klanken van Julia Holter. Julia Holter heeft met Ekstasis een plaat gemaakt die niet in een hokje is te duwen, nauwelijks is te beschrijven en voor een gewoon mens ook niet is te bevatten, maar ondertussen lig je als luisteraar wel iedere keer in katzwijm. Ekstasis is een uitstekend voorbeeld van een plaat waarvoor de aloude Rivella reclameslogan uit de mottenballen kan worden gehaald, al moet deze slogan wel iets worden aangepast. Ekstasis van Julia Holter is immers bijzonder vreemd maar bijna onwaarschijnlijk lekker. Wie durft? Erwin Zijleman


woensdag 21 maart 2012

Blood Red Shoes - In Time To Voices

Ik heb de nieuwe plaat van het Britse tweetal Blood Red Shoes al een tijdje liggen, maar durfde er tot dusver eigenlijk niet naar te luisteren. De Britse pers roept immers al weken dat Laura-Mary Carter en Steven Ansell inmiddels volwassen zijn geworden en dat is het laatste dat ik wil horen. Blood Rood Shoes was op haar eerste twee platen een band die één kunstje beheerste, maar dit kunstje beheerste het duo uit Brighton wel tot in de perfectie. Zowel Box Of Secrets uit 2008 als Fire Like This uit 2010 stond vol met hyperactieve punky popliedjes en op beide platen was het tevergeefs zoeken naar een slechte track. Blood Red Shoes maakte tot dusver rauwe popliedjes vol jeugdige onbevangenheid en een ongelooflijke dosis energie. Op hun derde plaat, In Time To Voices, klinken Laura-Mary Carter en Steven Ansell inderdaad anders dan we van hun gewend zijn. Het gaspedaal wordt dit keer niet continu ingetrapt en naast stevige punky gitaarsongs is er dit keer plaats voor zwoele en honingzoete popliedjes en voor een aantal tracks die verder gaan dan de paar akkoorden die nodig zijn voor een memorabel popliedje. Deze nieuwe koers van Blood Red Shoes bevalt me eigenlijk wel. De eerste twee platen van het duo kwamen hard aan maar vraten energie. In Time To Voices is een plaat die vooral energie geeft. Door de grotere dynamiek op de plaat bevat de muziek van Blood Red Shoes wat meer rustpunten, wat de impact van de rauwere tracks alleen maar vergroot. Zeker wanneer Laura-Mary Carter de vocalen voor haar rekening neemt beschikt de muziek van Blood Red Shoes over behoorlijk wat verleidingskracht, wat mooi contrasteert met de veel rauwere songs die ook op de eerste twee platen van het tweetal hadden kunnen staan. Blood Red Shoes maakte tot dusver overrompelende muziek met direct effect, maar komt nu op de proppen met een serie songs vol groeipotentie, zonder dat dit ten koste is gegaan van de aanstekelijkheid van de muziek van het duo uit Brighton. Zijn Laura-Mary Carter en Steven Ansell volwassen geworden? Nee, gelukkig niet. Ze zijn wel flink gegroeid, maar dat blijkt na enige gewenning alleen maar goed nieuws. Heel goed nieuws zelfs. Erwin Zijleman




dinsdag 20 maart 2012

The Shins - Port Of Morrow

Na vijf lange jaren wachten ligt er deze week eindelijk weer eens een nieuwe plaat van The Shins in de winkel. Voorman James Mercer was de afgelopen jaren vooral met andere projecten bezig (waaronder het met Brian Burton, oftewel Danger Mouse, gevormde Broken Bells) en zette na het in 2007 verschenen Wincing The Night Away bovendien de rest van de band buitenspel. Op Port Of Morrow horen we The Shins daarom in een nieuwe samenstelling, maar net als vroeger draait eigenlijk alles om James Mercer. Het is dan ook niet zo vreemd dat Port Of Morrow een vertrouwd geluid laat horen. Ook op haar nieuwe plaat maakt The Shins weer muziek waarvan de zon onmiddellijk gaat schijnen en waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Net als in het verleden grossiert de band bovendien in popsongs die je na één keer horen nooit meer kunt en wilt vergeten en die alleen maar leuker worden naarmate je ze vaker hoort. Port Of Morrow is kortom een echte Shins plaat. Dat is aan de ene kant jammer, want na vijf lange jaren wachten, een nieuwe samenstelling en een hoop interessante zijuitstapjes verwacht je van iemand met het talent van James Mercer eigenlijk dat hij met iets nieuws op de proppen komt. Aan de andere kant ben ik heel blij dat Port Of Morrow het inmiddels overbekende Shins geluid laat horen, want in zijn klasse is het geluid van de band nog altijd ongeëvenaard. Vergeleken met de eerste twee platen van de band (Oh, Inverted World uit 2001 is en blijft wat mij betreft hun beste) laat Port Of Morrow een net wat gepolijster en wat minder spannend geluid horen, maar de verleidingskracht van de muziek van The Shins is er zeker niet minder om geworden. De veelzijdigheid ook niet, want ook op haar nieuwe plaat is de band rond James Mercer weer van vele markten thuis. Een beetje Westcoast pop, sprankelende gitaarpop, avontuurlijke indierock, pure pop met een beetje soul?, zowel uptempo als meer ingetogen songs?; The Shins draait haar hand er niet voor om. Port Of Morrow is al met al een plaat waarop waarschijnlijk best wel wat valt aan te merken, maar ik kan er uiteindelijk niets negatiefs over zeggen. Port Of Morrow is immers een plaat die de zon laat schijnen als het buiten regent en je je goed laat voelen als je eigenlijk een rotdag hebt. We hebben het een aantal lentes moeten doen zonder een nieuwe plaat van The Shins, maar dit jaar ligt er gelukkig weer een. Het maakt de lente van 2012 bij voorbaat al een beetje mooier dan zijn laatste paar voorgangers. Erwin Zijleman


maandag 19 maart 2012

Roberta Flack - Let It Be Roberta: Roberta Flack Sings the Beatles

Een plaat met louter Beatles covers uitbrengen vind ik vrijwel altijd een kansloze missie en verder denk ik aardig te weten wie tot de grote soulzangeressen mogen worden gerekend en wie niet. Het zijn twee zekerheden die keihard onderuit worden gehaald door Let It Be Roberta: Roberta Flack Sings the Beatles van Roberta Flack. Roberta Flack kende ik tot dusver eigenlijk alleen van haar versie van Killing Me Softly With His Song; een versie die door mijn gevoel werd overtroffen door die van The Fugees, maar daarover later meer. Flack bracht onlangs een plaat uit met een aantal Beatles covers. Ik had daar zeker geen hoge verwachtingen van, maar de plaat doet op een of andere manier iets met me. Dat heeft deels te maken met de hele mooie stem van Roberta Flack, maar ook met de buitengewoon smaakvolle wijze waarop ze omgaat met misschien wel het belangrijkste erfgoed uit de geschiedenis van de popmuziek. Let It Be Roberta: Roberta Flack Sings the Beatles bevat 12 songs; deels ware Beatles klassiekers, deels wat minder bekende songs waaronder George Harrison’s Isn’t It A Pity en het door Lennon en McCartney geschreven If I Fell. Roberta Flack vertolkt al deze songs met respect voor de originelen, maar ze doet vervolgens wel haar eigen ding met de stuk voor stuk tijdloze songs. De arrangementen hebben hier en daar een wat jazzy impuls gekregen en verder voegt Roberta Flack uiteraard soul toe aan de songs van The Beatles. Het resultaat klinkt verrassend fris en eigentijds. Roberta Flack is zeker geen typische soulzangeres. Haar vocalen zijn vaak ingetogen en soms zelfs fluisterzacht, maar toch heeft Roberta Flack heel veel soul. Het maakt niet alleen het dozijn Beatles tracks dat ze aanpakt bijna onweerstaanbaar, maar het heeft me ook heel nieuwsgierig gemaakt naar de rest van haar werk.
Dit is heel fraai verzameld op het vorig jaar verschenen Love Songs. Love Songs zit momenteel nog veel vaker in mijn cd speler dan Let It Be Roberta en vind ik nog indrukwekkender dan de nieuwe plaat. Inmiddels weet ik dat de versie die Roberta Flack heel lang geleden maakte van Killing Me Softly With His Song veel mooier is dan die van The Fugees en zo zijn er meer bijna verstilde tracks die laten horen dat Roberta Flack binnen de soul niet alleen moet worden gerekend tot de groten, maar ook dat ze beschikt over een uniek eigen geluid. De 18 soulklassiekers op Love Songs zijn, net als de 12 Beatles songs op Let It Be Roberta: Roberta Flack Sings the Beatles, bijna allemaal even mooi en indrukwekkend. Soulliefhebbers die Roberta Flack, net als ik, tot dusver links hebben laten liggen adviseer ik dan ook met klem om eens te luisteren naar deze platen. Hetzelfde advies geldt voor een ieder die denkt dat het vrijwel onmogelijk is om een interessante plaat met Beatles covers te maken. Erwin Zijleman




zondag 18 maart 2012

Bowerbirds - The Clearing

The Clearing is de derde plaat van de Amerikaanse band Bowerbirds. Hun debuut Hymns For A Dark Horse is me vijf jaar geleden ontgaan, maar van het drie jaar geleden verschenen Upper Air was ik behoorlijk onder de indruk, waardoor de plaat een plekje verdiende op deze BLOG. Op Upper Air plakte ik drie jaar geleden nog het etiket freakfolk; een inmiddels bijna uitgestorven genre. Opvolger The Clearing voorzie ik daarom maar van het label folk. Het is echter zeker geen alledaagse folk die de band rond Beth Tacular en Phil Moore maakt. The Clearing volgt op een aantal zware jaren. Beth Tacular had de afgelopen jaren te maken met ernstige gezondheidsklachten en de relatie van de twee leek enige tijd op de klippen te lopen, wat absoluut zijn weerslag heeft gehad op de muziek van Bowerbirds. De twee voorgangers van The Clearing waren behoorlijk ingetogen platen, maar op de derde plaat van Bowerbirds komt heel wat opgekropte woede, ellende en energie naar boven. Bowerbirds was nooit vies van bijzondere arrangementen, maar bijna Arcade Fire achtige uitbarstingen zijn we toch niet gewend van de band. Het past uitstekend bij de nog altijd wonderschone folkliedjes van Bowerbirds. Op The Clearing neemt Phil Moore het vocale voortouw. Ondanks mijn duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen ben ik inmiddels al behoorlijk gehecht aan de nieuwe plaat van Bowerbirds en geniet ik zeer van de subtiele toevoegingen van Beth Tacular. Beth Tacular en Phil Moore slagen er op The Clearing in om uiterst sobere folkliedjes op een bijna overdadige manier aan te kleden en te versieren, maar desondanks blijft The Clearing een hele intieme plaat. Naast The Arcade Fire zal ook de naam van Bon Iver opduiken bij beluistering van The Clearing. Dat is niet zo gek, want Justin Vernon is een fan van de band en heeft Bowerbirds meer dan eens meegenomen op tournee en bovendien koos Bowerbirds, net als Vernon, een afgelegen blokhut als basis voor het opnemen van deze plaat, wat de plaat een hele bijzondere sfeer geeft. The Clearing van Bowerbirds is zeker geen makkelijke plaat. Zelf na vele keren horen voelt een aantal songs nog wat ongemakkelijk aan, maar de luisterervaring wordt steeds indrukwekkender. Het is een cliché dat een flinke portie persoonlijk leed de kwaliteit van de muziek van een band vaak ten goede komt. Dit cliché gaat zeker op voor het bijzondere The Clearing, net als het cliché dat je door persoonlijk leed alleen maar kunt groeien. Indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman




vrijdag 16 maart 2012

Leeroy Stagger And His Band - Radiant Land

Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek geven al jaren hoog op over de muzikale kwaliteiten van de van oorsprong Canadese singer-songwriter Leeroy Stagger en schaarden zijn laatste twee platen tussen de beste rootsplaten van het betreffende jaar. Tussen Leeroy Stagger en mij ontbrak tot voor kort echter op een of andere manier de chemie. Ik hoorde wel dat Leeroy Stagger prima muziek maakte die ook nog eens lekker in het gehoor ligt, maar echt onderscheidend vond ik zijn muziek niet. Lange tijd oordeelde ik hetzelfde over de man’s nieuwe plaat, Radiant Land. Ook Radiant Land klinkt weer erg lekker, is met een stel prima muzikanten gemaakt en bevat een serie songs die absoluut talent verraden, maar een plaat die kan concurreren met het beste in het genre vond ik het wederom niet. Na het lezen van de zoveelste jubelrecensie probeerde ik het een paar dagen geleden toch nog maar eens met Radiant Land en tot mijn verbazing viel het kwartje nu wel. Radiant Land werd in twee verloren dagen opgenomen in Nashville en dat hoor je. De plaat heeft een spontaan en soms wat ruw live-geluid, wat hier en daar ten koste gaat van de perfectie, maar absoluut een positief effect heeft op de dosis energie en gevoel die van de plaat af spat. De plaat opent met een lekkere stevige dosis countryrock, waarvoor Neil Young zich in zijn wildste dagen niet geschaamd zou hebben en die opvalt door heerlijk gitaarwerk en de bijzonder aangename stem van Leeroy Stagger. Radiant Land bevat meer stevige tracks, maar Leeroy Stagger laat zich op zijn nieuwe plaat toch vooral van zijn meer ingetogen kant horen, waarbij hij het beste werk van Ryan Adams meerdere malen naar de kroon steekt. Het blijft lastig om aan te geven wat de muziek van Leeroy Stagger nu zo bijzonder maakt. Radiant Land is zeker geen plaat die weet te vernieuwen en ook geen plaat met songs die direct memorabel zijn, maar op een of andere manier hebben Leeroy Stagger en zijn band je na een tijdje toch te pakken. Het kan alleen maar te maken hebben met de kwaliteit van de muziek van de Canadees en zijn band. Leeroy Stagger’s band zet een uiterst solide geluid neer, dat flink uit de bocht kan vliegen, maar zich ook kan beperken tot smaakvolle accenten. Het is een geluid dat de bijzonder mooie stem van Leeroy Stagger alleen maar krachtiger en indringender maakt. Ook wanneer het gaat om songwriting valt er op Radiant Land veel te genieten. Leeroy Stagger kleurt op het eerste gehoor misschien keurig binnen de lijntjes, maar na een paar keer horen kun je alleen maar concluderen dat hier een vakman aan het werk is die niet alleen in muzikaal opzicht maar ook in tekstueel opzicht weet te imponeren. Lange tijd vond ik alle uiterst positieve aandacht voor Leeroy Stagger maar overdreven, maar ik ben opeens om. Of Leeroy Stagger met zijn vorige twee platen al door wist te dringen tot de crème de la crème van de rootsmuziek durf ik niet te zeggen (ik zal de platen weer eens uit de kast trekken), maar met Radiant Land doet hij dit zeker, waardoor de plaat verplichte kost is voor liefhebbers van het genre. Erwin Zijleman  


donderdag 15 maart 2012

Simple Minds - X5 (Box-set)

In de tweede helft van de jaren 80 werden ze vaak in één adem genoemd: U2 en Simple Minds. Twee hele grote bands die stadions wisten te vullen en nog een lange en rooskleurige toekomst voor zich leken te hebben. Dat laatste kwam uit voor U2, maar met de Simple Minds ging het helemaal mis. In de jaren 90 was de band geen schim meer van zichzelf en een enkele korte opleving daargelaten kwam het nooit meer helemaal goed. Ook de platen die in de tweede helft van de jaren 80 in zulke grote aantallen over de toonbank gingen, worden inmiddels verguisd door de critici en hebben zeker niet de status die de platen van U2 uit dezelfde periode wel hebben. Ik moet eerlijk toegeven dat ik platen als Sparkle In The Rain en Once Upon A Time ook nooit meer draai, terwijl ik de band destijds best hoog had zitten. Als ik al een Simple Minds plaat op zet kies ik voor het drie jaar geleden verschenen Graffiti Soul (een van de gememoreerde korte oplevingen) of voor het onbetwiste meesterwerk van de band: New Gold Dream (81-82-83-84) uit 1982. Die laatste plaat maakt deel uit van het sympathiek geprijsde boxje X5 met de eerste vijf platen van de Schotse band. Het zijn platen die ik met uitzondering van New Gold Dream en een enkele live-klassieker eigenlijk nauwelijks ken. Dat is niet zo erg wanneer het gaat om het uit 1979 stammende debuut van de band. Life In A Day laat een band horen die zoekt naar een eigen geluid, maar nog niet veel verder komt dan de invloeden die er wel erg dik bovenop liggen (Roxy Music, Magazine, The Velvet Underground). De drie platen die volgden voor de grote doorbraak zijn gelukkig een stuk beter. Het ook in 1979 verschenen Real To Real Cacophony is wat mij betreft de grote verrassing uit het oeuvre van de Simple Minds. Waar de band nauwelijks een half jaar eerder nog zoekende was, komt het op haar tweede plaat op de proppen met een eigenzinnig elektronisch postpunk geluid dat niet onder doet voor dat van de grote bands uit het genre. Real To Real Cacophony is een bescheiden meesterwerk dat in zijn uppie de aanschaf van X5 al rechtvaardigt. Het in 1980 verschenen Empires And Dance is weer heel wat anders. Op deze plaat maakt de band opeens elektronische dansmuziek die ik eigenlijk alleen ken van de single I Travel. Mijn kop thee is het zeker niet, al heeft de plaat zijn momenten. Sons And Fascination en Sister Feelings Call werden in 1981 gezamenlijk uitgebracht en laten een opstapje horen naar het grootse Simple Minds geluid dat uiteindelijk stadionwaardig bleek. Het zijn vergeleken met New Gold Dream wat experimentelere maar ook wat minder consistente platen die hun betere en mindere momenten hebben en vooral opvallen door de mooie productie. De puzzelstukjes van de eerste vier platen vallen op hun plaats op New Gold Dream (81-82-83-84), dat ondanks de wel erg stevige dosis galm een klassieker blijft. Het is een plaat die de band nooit meer zou overtreffen. Het met bonus tracks uitgebreide X5 bevat al met al een klassieker, een bescheiden meesterwerk  en een aantal platen die minder essentieel zijn, maar het beluisteren zeker waard. Simple Minds fans die net als ik wat later aanhaakten zullen worden verrast door de hoge kwaliteit van Real To Real Cacophony, terwijl een ieder die de band altijd heeft verguisd zal moeten toegeven dat de Simple Minds in de eerste fase van hun carrière echt wel wat te bieden hadden. Het matige vervolg doet daar helemaal niets aan af. Erwin Zijleman




woensdag 14 maart 2012

Kim Janssen - Ancient Crime

Kim Janssen is een mannelijke (!) Nederlandse singer-songwriter, die een jaar of drie geleden debuteerde met het verrassend sterke The Truth Is I Am Always Responsible. Op basis van zijn debuut werd Janssen direct geschaard onder de smaakmakers van de Nederlandse singer-songwriter scene en die status weet hij moeiteloos te consolideren met zijn tweede plaat Ancient Crime. Op Ancient Crime kiest Kim Janssen, die ondertussen ook nog aan de weg timmerde met de band The Black Atlantic, zeker niet voor de makkelijkste weg. Zijn prachtige intieme folksongs worden dit keer omgeven door een heel arsenaal aan instrumenten, waaronder flink wat strijkers. Ancient Crime is een conceptplaat over Kim Janssen’s jeugd op een Britse kostschool in Azië en heeft hier en daar een bijna klassiek karakter. Op Ancient Crime wordt in muzikaal opzicht zo nu en dan flink uitgepakt. Dat hoor je het duidelijkst in de track waarin Kim Janssen zich door een pompeus kerkorgel en bijhorend kerkkoor laat begeleiden en in de korte klassieke instrumentale intermezzo’s, maar ook in de tracks die in eerste instantie worden gedragen door akoestisch gitaarspel en de bijzondere stem van Kim Janssen kan ieder moment iets gebeuren en in de meeste gevallen gebeurt er ook daadwerkelijk iets. Ik moet eerlijk toegeven dat ik in eerste instantie niet zo heel enthousiast was over de plaat. Kim Janssen imponeerde op zijn debuut met ingetogen en soms bijna verstilde folksongs die wel wat aan die van Nick Drake deden denken en je stuk voor stuk bij de strot grepen door hun eenvoud en zeggingskracht. Songs zonder alle opsmuk die de eerste indruk van Ancient Crime voor een belangrijk deel bepaalt. Sinds ik gewend ben aan het geluid op Ancient Crime begin ik het wat vollere en dynamischere geluid echter wel te waarderen. De klassieke intermezzo’s waarvan het nut me bij eerste beluistering nog volledig ontging, zorgen nu voor de broodnodige rustpuntjes in de impactrijke muziek van Kim Janssen en de hier en daar aanzwellende strijkers of drums geven de intieme songs van de Nederlandse songsmid alleen maar meer urgentie. Kim Janssen schrijft nog altijd hartverscheurend mooie songs vol melancholie en weet deze met heel veel gevoel te vertolken. Omdat zijn stem behoort tot de mooiste stemmen die ik de laatste jaren in het genre heb gehoord, weet Kim Janssen zich met Ancient Crime op alle fronten te onderscheiden. Het duurt dit keer misschien wat langer voor dat het kwartje valt, maar dat het gaat vallen is zeker. Ancient Crime verschijnt overigens op het Nederlandse label Snowstar Records. Ik roemde dit label een maand geleden al vanwege de indrukwekkende serie prachtplaten die het label het afgelopen jaar uitbracht (Lost Bear, I Am Oak, LUIK en The Secret Love Parade). Deze serie wordt met het gewaagde maar uiteindelijk wonderschone Ancient Crime van Kim Janssen alleen maar imposanter. Erwin Zijleman
 

dinsdag 13 maart 2012

Anais Mitchell - Young Man In America

De Amerikaanse singer-songwriter Anaïs Mitchell trok een jaar of acht geleden in kleine kring aandacht met in eigen beheer uitgebrachte Hymns For The Exiled; een plaat met eigenzinnige folksongs die vooral deden denken aan die van Ani DiFranco (een van de favoriete artiesten van Anaïs Mitchell). Diezelfde Ani DiFranco tekende Anaïs Mitchell voor haar Righteous Babe Records, waarop in 2007 het bijzonder overtuigende The Brightness verscheen. Met platen van het kaliber van The Brightness had Anaïs Mitchell nog jaren vooruit gekund, maar in plaats hiervan koos ze in 2010 voor het uitbrengen van het pretentieuze of op zijn minst ambitieuze Hadestown, een heuse folkopera. Vergeleken met het verre van toegankelijke Hadestown is Young Man In America een stuk lichter verteerbaar, maar Anaïs Mitchell maakt het zichzelf nog steeds niet echt makkelijk. Ook Young Man In America is weer geen lekker in het gehoor liggende folkplaat maar een ambitieuze conceptplaat waarop Anaïs Mitchell experimenteert met meerdere stijlen. Dat maakt de drempel voor de wat minder geduldige luisteraar waarschijnlijk behoorlijk hoog, ook al omdat de wat schelle stem van Anaïs Mitchell ook niet door iedereen gewaardeerd zal worden. Persoonlijk vind ik haar stem erg mooi en ook van de wat complexere songstructuren en arrangementen op Young Man In America ben ik zeer gecharmeerd. Young Man In America is een intieme folkplaat met steeds weer net iets anders klinkende songs, die variëren van uiterst ingetogen tot bijna radiovriendelijk. De fraaie arrangementen zetten je in eerste instantie vooral op het verkeerde been, waardoor Young Man In America in eerste instantie een legpuzzel is waarop nauwelijks grip te krijgen is. Wanneer de eerste stukjes eenmaal op hun plek liggen volgt de rest echter snel en wordt Young Man In America een plaat die maar blijft groeien aan kracht en schoonheid. Ik heb de plaat inmiddels een tijdje in mijn cd speler zitten en vond Young Man In America in eerste instantie een stuk minder dan The Brightness en Hymns For The Exiled, maar inmiddels schat ik Young Man In America toch hoger in. Young Man In America is een intelligente, smaakvolle en verrassende folkplaat die ook in tekstueel opzicht flink wat te bieden heeft. Het is de kers op een niet alledaagse maar uiteindelijk toch bijzonder smaakvolle taart. Erwin Zijleman


maandag 12 maart 2012

Andrew Bird - Break It Yourself

Het valt niet mee om een plaat van Andrew Bird te beoordelen. In het verleden waren zijn platen vaak zo ongrijpbaar dat ze wel intrigeerden maar ik er uiteindelijk toch geen chocola van kon maken en nu komt de muzikant uit Chicago op de proppen met een plaat die zo toegankelijk klinkt dat je bijna gaat afvragen of Andrew Bird zich er niet te makkelijk van af heeft gemaakt. De laatste vraag durf ik inmiddels wel ontkennend te beantwoorden. Break It Yourself is binnen het oeuvre van Andrew Bird absoluut een van zijn meest toegankelijke platen, maar het begrip toegankelijkheid moet wanneer het gaat om een plaat van Andrew Bird nog altijd met een flinke korrel zout worden genomen. Aan de oppervlakte bevat Break It Yourself een aantal wonderschone popliedjes waarvoor Paul McCartney zich in zijn beste solojaren niet zou hebben geschaamd, maar het zijn stuk voor stuk popliedjes die onder de oppervlakte vol diepgang en verrassende wendingen zitten. Andrew Bird is een klassiek geschoold muzikant en dat hoor je ook op Break It Yourself weer duidelijk terug. Aan de ene kant door de veelvuldig opduikende viool, maar aan de andere kant ook door de vaak klassiek aandoende arrangementen. Desondanks is Break It Yourself een pure popplaat. Het is verbazingwekkend hoe makkelijk Andrew Bird schakelt tussen zo uit de klassieke muziek weggelopen thema’s en pure folk. Binnen een paar noten kan een zwaar aangezette vioolpartij omslaan in een puur en eenvoudig Iers folkdeuntje en vice versa. Het maakt van Break It Yourself een hele knappe en dynamische plaat, maar ook een plaat die heerlijk aangenaam voortkabbelt op een moment dat je vooral behoefte hebt aan rust. Andrew Bird maakt het soort popliedjes dat je tot in de kleine uurtjes kunt blijven ontleden en waarin steeds weer nieuwe dingen opduiken, maar Break It Yourself is ook een plaat waarbij je de ogen even lekker kunt sluiten na een drukke dag. Bird noemt Break It Yourself zijn lo-fi plaat, maar voor dit predicaat zit zijn muziek toch te knap in elkaar en zijn de veertien songs op de plaat te lang en te goed doordacht. Break It Yourself is hierdoor een plaat die gemakkelijk tussen wal en schip kan vallen. Te moeilijk voor de liefhebbers van pure folkdeuntjes en te toegankelijk voor de liefhebbers van de experimentele muziek die Andrew Bird in het verleden ook wel eens heeft gemaakt. Persoonlijk ervaar ik Break It Yourself echter toch vooral als "the best of both worlds". De af en toe ook weer prachtig fluitende Andrew Bird maakt op zijn nieuwe plaat heerlijk in het gehoor liggende muziek vol diepgang. Pik er uit wat je nodig hebt. Erwin Zijleman


zondag 11 maart 2012

Grimes - Visions

Visions, het officiële debuut van Grimes, verschijnt op het legendarische 4AD label. Het is het label van de Cocteau Twins en This Mortal Coil, maar ook het label van de Pixies, Throwing Muses en Lush en van wat recenter datum Bon Iver, The National en St. Vincent. Kortom, een label dat de lat hoog legt voor zichzelf en bij voorkeur muziek uit brengt die zich buiten de gebaande paden durft te begeven. Grimes, het alter ego van de Canadese Claire Boucher, past uitstekend op het 4AD label, want de eenmansband uit Vancouver slaagt er op Visions in om de muziek waar 4AD ooit groot mee werd definitief het nieuwe millennium in te sleuren. Grimes begint op haar debuut bij de dromerige muziek van Cocteau Twins en This Mortal Coil uit de vroege jaren 80, maar moderniseert deze muziek vervolgens op alle fronten. In plaats van Engelachtige vocalen horen we hier en daar een zwaar vervormd Mickey Mouse geluid, in plaats van lome klankentapijten horen we zwaar aangezette elektronische beats en de lome complexe songstructuren van weleer zijn hier en daar vervangen door bijna aanstekelijke poprefreinen. Met name door de vocalen heb ik wel even moeten wennen aan de muziek van Grimes, maar uiteindelijk ben ik toch aardig in de ban geraakt van de elektronische muziek van de Canadese. Met name in de songs waarin de sprookjesachtige vocalen en breed uitpakkende synths het geluid bepalen weet Grimes makkelijk te overtuigen als een eigentijdse versie van de Cocteau Twins. Hiertegenover staan songs waarin sprookjesprinses Claire Boucher haar donkerdere kant laat zien en zich weigert te conformeren aan een genre. Het is muziek die al op meerdere fora als behekst is omschreven en dat is niet eens zo’n gekke omschrijving. Zeker wanneer je Visions zeer aandachtig beluistert, hoor je hoe knap het allemaal in elkaar steekt. De muziek van Grimes bevat een laagje 80s Cocteau Twins Dream Pop, een laagje Enya (compleet met harp), een dikke laag hedendaagse elektronica en een sluw laagje Lady Gaga. Een aantal songs zijn bij vlagen honingzoet, maar de bittere ondertoon ligt altijd op de loer, waardoor de dromerige sprookjesprinses zomaar kan veranderen in een sluwe heks. Wanneer ik denk aan 4AD denk ik aan platen waarop altijd wat te beleven is en waarop toegankelijke popmuziek en meer experimentele muziek op een nauwelijks te doorgronden wijzen hand in hand gaan. Visions van Grimes is ook in deze opzichten een typische 4AD plaat. Lastig in te delen en moeilijk te doorgronden, maar na een aantal keren horen wil je niet meer zonder. Een van de meest fascinerende krenten die ik de laatste weken in de pop heb aangetroffen. Erwin Zijleman




vrijdag 9 maart 2012

Ruthie Foster - Let It Burn

Als de Amerikaanse singer-songwriter Ruthie Foster een aantal decennia eerder was geboren, hadden we haar naam inmiddels in de boeken teruggevonden tussen grootheden als Aretha Franklin, Ella Fitzgerald, Mavis Staples en Billie Holiday. Tegenwoordig is er helaas meer nodig dan een paar geweldige platen om de erkenning te krijgen die je als uitzonderlijke muzikant verdient, waardoor Ruthie Foster niet zo bekend en/of gewaardeerd is als de Britse soulpopdiva’s of de Amerikaanse Neo-soul en R&B prinsessen. Of dat met haar nieuwe plaat Let It Burn gaat veranderen is zeer de vraag, maar wat is Ruthie Foster op haar inmiddels al weer zevende studioplaat onwerkelijk goed. Een ieder die haar muziek kent, weet dat Ruthie Foster met name de laatste tien jaar louter vijfsterren platen aflevert en ook Let It Burn hoort weer thuis in deze categorie. Net als op haar vorige platen vertolkt Ruthie Foster weer voornamelijk songs van anderen en kiest ze geregeld voor songs die je niet zou verwachten van een muzikant in de genres waarin ze opereert. Dit keer bindt Ruthie Foster onder andere Adele’s Set Fire To The Rain en het van de Black Keys bekende Everlasting Light aan haar zegekar, maar eigenlijk maakt het niet zo gek veel uit welke songs Ruthie Foster vertolkt. Foster is immers gezegend met een stem die vrijwel alles naar grote hoogten zal tillen. Dat gaat wat makkelijker met soul- of bluesklassiekers dan met het vertolken van een carnavalskraker of het voorlezen van het telefoonboek, maar ook in de laatste twee gevallen acht ik Ruthie Foster tot een adembenemend resultaat in staat. Ook op Let It Burn klinkt de muziek van Ruthie Foster weer behoorlijk authentiek. Foster laat zich nadrukkelijk beïnvloeden door het beste uit de soul, blues, folk, jazz en gospel en doet gelukkig niet al te veel haar best om modern te klinken. Dat betekent niet dat Let It Burn een oubollige of misschien zelfs wel overbodige plaat is. De muziek van Ruthie Foster flirt misschien niet heel nadrukkelijk met pop en r&b, maar klinkt wel degelijk fris en eigentijds. Wat vergeleken met haar vorige platen vooral opvalt is de kwaliteit van de muzikanten die haar omringen. Let It Burn knalt uit de speakers, slaat als een warme deken om je heen en bevat geen noot te veel. Het komt de kwaliteit van Ruthie Foster’s stem alleen maar ten goede. Op basis van de vocale prestaties op Let It Burn durf ik Ruthie Foster best uit te roepen tot één van de beste en misschien zelfs wel de beste zangeres in het genre op het moment. Omdat Let It Burn in muzikaal opzicht en wat betreft de kwaliteit van de songs goed aansluit bij het niveau van de zang, zal duidelijk zijn dat Ruthie Foster met Let It Burn een soul/blues/folk/jazz/gospel plaat heeft afgeleverd die niet zomaar overtroffen zal worden. Dat is geen verrassing voor iedereen die haar vorige platen kent, maar een ieder die deze niet kent begint zo langzamerhand wel iets heel bijzonders te missen. Erwin Zijleman




donderdag 8 maart 2012

David Sylvian - A Victim Of Stars: 1982-2012

Ik had halverwege de jaren 80 niet zo gek veel tot helemaal niets met de eerste paar soloplaten van voormalig Japan zanger David Sylvian. Het was me allemaal wat te soft, te intellectueel, veel te zweverig en ook op het stemgeluid van de Brit was ik zeker niet gek. Nu had ik wel een huisgenote die compleet verslingerd was aan zijn muziek, waardoor platen als Briljant Trees, Gone To Earth en Secrets Of The Beehive op een of andere manier integraal zijn opgeslagen in mijn geheugen, zij het flink verstopt en niet zomaar oproepbaar. Het kwam allemaal weer naar boven bij beluistering van het eerste deel van A Victim Of Stars: 1982-2012, een uit twee cd’s bestaande compilatie van het solowerk van David Sylvian. Het is een compilatie die ik in eerste instantie vooral vanuit nostalgische overwegingen heb beluisterd, maar als snel gebeurde wat halverwege de jaren 80 nog onmogelijk leek: Ik raakte bijna bedwelmd door de muziek van de Brit en ontdekte de schoonheid die ruim 25 jaar geleden nog zo goed verborgen leek. A Victim Of Stars: 1982-2012 begint bij de singles die Sylvian na het uiteenvallen van Japan opnam met Ryuichi Sakamoto en komt na het prachtige Forbidden Colours (van de Merry Christmas Mr. Lawrence soundtrack) uit bij de genoemde eerste drie soloplaten. De tracks van deze platen bleek ik nog noot voor noot te kennen, maar voor het eerst hoorde ik hoe knap het allemaal in elkaar zit, hoe mooi Sylvian eigenlijk zingt en hoe ver hij zijn tijd vooruit was. De rest van de compilatie is minstens even mooi en misschien nog wel indrukwekkender. A Victim Of Stars: 1982-2012 is verre van compleet, want ondanks het feit dat David Sylvian niet gedurende zijn hele carrière even productief is geweest, is zijn bijdrage aan de popmuziek groot en van onschatbare waarde. Het betekent wel dat alles op deze combinatie van een bijzonder hoog niveau en hier en daar van een bijna onwerkelijke schoonheid is. Naarmate de tijd vorderde werd het werk van David Sylvian eigenlijk alleen maar experimenteler, wat nog eens werd versterkt door de samenwerking met bijzondere muzikanten als Holger Czukay, Robert Fripp, Christian Fennesz en de al eerder genoemde Ryuichi Sakamoto. Het maakt het beluisteren van A Victim Of Stars: 1982-2012 niet altijd even makkelijk, maar wat krijg je er uiteindelijk veel voor terug. A Victim Of Stars: 1982-2012 laat een muzikant horen die zich gedurende zijn hele carrière buiten de gebaande paden heeft begeven en die zich tot op de dag van vandaag blijft vernieuwen. Desondanks is A Victim Of Stars: 1982-2012 geen bonte lappendeken, maar een verrassend consistent geheel van een niveau dat je maar zelden tegen komt. Dankzij mij vooroordelen en antipathie is het rijtje David Sylvian in mijn platenkast niet heel breed, maar dankzij deze prachtige compilatie weet ik dat ik nog heel wat te ontdekken heb. Omdat de platen van David Sylvian nooit in grote getalen over de toonbank zijn gegaan vermoed ik dat er heel wat muziekliefhebbers zijn zoals ik. Ik kan ze A Victim Of Stars: 1982-2012 van harte aanbevelen. Erwin Zijleman






woensdag 7 maart 2012

Django Django - Django Django

De Britse muziekpers vraagt zich aan het eind het jaar traditiegetrouw af welke bands in het er op volgende jaar gaan doorbreken naar een breed publiek. Eind vorig jaar stonden de Britse muziekjournalisten met hun mond vol tanden en overheerste de twijfel. Dat zegt wat over de kwaliteit van de glazen bollen die men in gebruik heeft, want dat het uit Londen afkomstige Django Django wel eens hoge ogen zou kunnen gaan gooien was toch geen hele gewaagde voorspelling geweest. Sinds de eerste single van de band (inmiddels al weer tweeënhalf jaar geleden) wordt immers door velen reikhalzend uitgekeken naar het debuut van de Londenaren. Dat debuut ligt nu in de winkel en is nog een stuk beter dan verwacht. Het titelloze debuut van Django Django wordt tot dusver vooral vergeleken met de muziek van de Beta Band. Dat is een vergelijking die de aandacht trekt, maar het is ook een vergelijking die maar ten dele opgaat. De Beta Band maakte een aantal  intrigerende platen vol avontuur, maar slaagde er maar zelden in een perfect popliedje af te leveren. Django Django slaagt er daarentegen direct op haar debuut al in om een indrukwekkende serie perfecte popliedjes af te leveren en stopt deze ook nog eens vol met verrassende wendingen en onverwachte uitstapjes. Het debuut van Django Django is een aaneenschakeling van heerlijk eigenzinnige, maar ook bijzonder aangenaam klinkende popliedjes. Het zijn popliedjes met Talking Heads achtige funky ritmes, elektronische uitstapjes richting dansvloer, aanstekelijke gitaarloopjes met hier en daar een snufje surf, opeengestapelde bijna Beach Boys achtige vocalen, verrassende psychedelische uitstapjes, rare geluidjes en boven alles melodieën en refreinen die je niet makkelijk zult vergeten. Het debuut van Django Django klinkt op een of andere manier direct bekend in de oren, maar klinkt tegelijkertijd totaal anders dan alles wat we de afgelopen jaren hebben gehoord. Er was de laatste tijd wel wat twijfel over de vorm waarin de Britse popmuziek momenteel verkeert, maar het debuut van Django Django neemt alle twijfel weg. De Britse muziekpers is inmiddels wakker en heeft het debuut van Django Django inmiddels uitgeroepen tot het debuut dat dit jaar niet meer overtroffen gaat worden. Dat is misschien wat voorbarig, maar ik sluit niet helemaal uit dat de Britse pers gelijk gaat krijgen. Het debuut van Django Django is immers een frisse en bijna over de hele linie briljante plaat die ook nog eens betovert met heerlijke muziek die de zon fel laat schijnen. Wat wil je nog meer? Erwin Zijleman



dinsdag 6 maart 2012

The Ting Tings - Sounds From Nowheresville

De single That’s Not My Name was bijna vier jaar geleden de eerste kennismaking met de muziek van Katie White en Jules De Martino, oftewel The Ting Tings. Een betere eerste kennismaking kun je je als startende band eigenlijk niet wensen, want de eerste single van The Ting Tings viel in de categorie onweerstaanbaar lekker en smakend naar veel en veel meer. Dat meer was te vinden op We Started Nothing, het debuut van het duo uit Manchester. Het debuut van The Ting Tings was niet over de hele linie zo sterk als de single, maar de bijna perfecte popplaat plaat werd uiteindelijk wel geschaard onder de leukere debuten van 2008. En terecht. Na een geweldig debuut en een overvol festivalseizoen kan het opnemen van de moeilijke tweede plaat een lastige klus worden en dat werd het ook voor The Ting Tings. De mogelijke opvolger van We Started Nothing verdween meerdere malen in de prullenbak, maar na bijna vier jaar ligt dan eindelijk de tweede plaat van het Britse duo in de winkel. Sounds From Nowheresville werd uiteindelijk opgenomen in Berlijn en Spanje en is veel meer dan We Started Nothing Part II. Dat valt in eerste instantie niet mee. Waar het heerlijk lichtvoetige We Started Nothing de luisteraar vrijwel onmiddellijk wist te veroveren, is Sounds From Nowheresville een wat minder makkelijke plaat. Dat wil niet zeggen dat The Ting Tings opeens moeilijke muziek maken, maar Sounds From Nowheresville is geen plaat die direct zorgt voor lentekriebels. Ook op haar tweede plaat maken The Ting Tings weer popmuziek vol invloeden (variërend van electropop, pure pop, dance en new wave tot garagerock, indie rock, hiphop en postpunk), maar het is niet zo luchtig en lichtvoetig als op het debuut. Met name de wat stevigere tracks zijn flink rauwer dan die op We Started Nothing, maar hiertegenover staan een aantal honingzoete popliedjes die je nu al doen verlangen naar de zomer. Sounds From Nowheresville klinkt echter geen moment vanzelfsprekend en levert hierdoor niet het euforische gevoel van We Started Nothing op. De Britse krant The Guardian omschreef het vorige week als het verschil tussen verzameling singles (We Started Nothing) en een verzameling albumtracks zonder singles (Sounds From Nowheresville). Mooier en treffender kan ik het niet omschrijven. De tweede van The Ting Tings is daarom geen plaat voor de iPod generatie die zich beperkt tot de singles, maar is voor de muziekliefhebber die een heel album wil uitpluizen en een enkel zuur appeltje voor lief neemt, een categorie waartoe ik mezelf reken, zeer interessant. Sounds From Nowheresville is naar verluid geïnspireerd door Paul’s Boutique van The Beastie Boys en daar zit wel wat in. De Amerikanen kwamen na hun lichtvoetige debuut op de proppen met een moeilijker te doorgronden en lange tijd onbegrepen plaat, die pas na jaren werd erkend als de band’s meesterwerk. Of ook Sounds From Nowheresville het zo ver gaat schoppen zal de tijd leren, maar ik acht de over de hele linie intrigerende en bij vlagen toch ook weer amuserende tweede plaat van The Ting Tings zeker niet kansloos. De medaille voor getoond lef hebben ze in ieder geval alvast verdiend. Erwin Zijleman




maandag 5 maart 2012

School Of Seven Bells - Ghostory

Alpinisms, het debuut van School Of Seven Bells, was ruim drie jaar geleden de allereerste krent uit de pop. Op haar debuut maakte de uit voormalig Secret Machines lid Ben Curtis en de zingende tweelingzusjes Claudia and Alejandra Deheza authentiek klinkende en werkelijk wonderschone 80s en 90s dreampop met invloeden uit de shoegaze. Op de twee jaar geleden verschenen opvolger Disconnect From Desire koos de band voor een wat moderner geluid. De tweede plaat van School Of Seven Bells betoverde hierdoor wat minder dan het debuut, maar wist uiteindelijk wel te overtuigen. Op haar derde plaat is School Of Seven Bells door het vertrek van Claudia Deheza gereduceerd tot een duo. Hierdoor moet Ghostory het doen zonder de prachtige harmonieën van de zusjes Deheza; op de vorige twee platen toch één van de sterkste wapens van de band. Toch blijkt ook Ghostory na enige gewenning een zeer aansprekende plaat. Ook op Ghostory put School Of Seven Bells weer uit de archieven van de dreampop en worden subtiele gitaarloopjes en atmosferische elektronische klankentapijten gecombineerd met engelachtige vocalen. Ghostory bestaat zowel in muzikaal als vocaal opzicht uit vele lagen, waardoor de plaat weer beschikt over de toverkracht die het debuut Alpinisms zo bijzonder maakte en Alejandra Dehaza eigenlijk niet eens zo heel erg wordt gemist. Net als zijn voorganger beperkt Ghostory zich niet tot dreampop uit vervlogen tijden, maar flirt de band wederom met invloeden uit de hedendaagse electropop en dance. Hiernaast klinken flink wat invloeden uit de 70s New Wave, 80s synthpop en 90s Madchester door. Ghostory is een conceptplaat over het leven van een meisje en de geesten om haar een. In tekstueel opzicht kan ik er niet zo heel veel mee, maar zoals wel vaker biedt de keuze voor een conceptplaat de mogelijkheid om in muzikaal opzicht alle kanten op te waaien. Ghostory doet dit op bijzonder knappe wijze en weet popsongs die niet zouden misstaan op de dansvloer moeiteloos te verbinden met bijna wereldvreemde dreampop, waardoor Ghostory ondanks de uiteenlopende muzikale wegen verrassend homogeen klinkt. Ghostory is een plaat die uitnodigt tot het noemen van namen (Cocteau Twins, My Bloody Valentine, Lush, Curve, Siouxsie & The Banshees, Depeche Mode, Bat For Lashes, Florence & The Machine) maar uiteindelijk blijven er maar weinig overeind. Ik geef eerlijk toe dat ik bij eerste beluistering terug verlangde naar de fraaie dromerige klanken van Alpinisms, maar hoe vaker ik Ghostory hoor hoe indrukwekkender en mooier de plaat wordt. School Of Seven Bells heeft op deze BLOG vooralsnog een 100% score en daar valt wat mij betreft helemaal niets op af te dingen. Erwin Zijleman