dinsdag 31 juli 2012

Alt-J - An Awesome Wave

Alt-J. Op mijn Windows pc gebeurt er niet zoveel wanneer ik deze toets combinatie indruk, terwijl op mijn Mac slechts een driehoekje (∆) verschijnt in de tekst. Wanneer ik het debuut van de band Alt-J in de cd speler doe, gebeurt er veel meer. An Awesome Wave is een plaat die je een tijd op je in moet laten werken, maar wanneer dat eenmaal is gebeurd, kun je eigenlijk alleen maar concluderen dat de band uit het Engelse Leeds één van de memorabele debuten van 2012 heeft gemaakt. An Awesome Wave is zo’n memorabel debuut omdat Alt-J er in slaagt om muziek te maken die ik niet zomaar kan vergelijken met muziek van anderen (ik dacht heel even aan Animal Collective of The Beta Band, maar ook deze vergelijkingen vind ik inmiddels onzinnig). De band uit Leeds begint op haar debuut bij stokoude Britse folk, maar overgiet deze vervolgens met elektronica, beats en samples. Het resultaat is veel meer dan de folktronica die we kennen van een paar jaar geleden. Het debuut van Alt-J kan worden omschreven als een avontuurlijke mix van folk, elektronica, hiphop en avant garde; een omschrijving waar je je waarschijnlijk weinig bij voor kunt stellen, tot je An Awesome Wave eenmaal hebt gehoord.  De muziek van de Britten is af en toe behoorlijk vol of zelfs bombastisch, maar Alt-J kan in een paar noten terugschakelen van een flink bak geluid naar een sobere klanken (en weer terug). De instrumentatie en de songs zijn niet alledaags en hetzelfde geldt eigenlijk voor de wat vreemde vocalen op de plaat. Met name door de vocalen heb ik behoorlijk lang aan An Awesome Wave moeten wennen, maar toen ik er eenmaal aan gewend was, kon ik nauwelijks meer zonder.  In eerste instantie blijft er zo weinig hangen van de muziek op An Awesome Wave dat je het idee krijgt dat je steeds weer naar een andere plaat aan het luisteren bent en ook wanneer je wel het gevoel hebt dat je de songs van Alt-J eerder hebt gehoord, hoor je eigenlijk steeds weer nieuwe dingen in de fascinerende muziek van de band. Op basis van het bovenstaande zou je kunnen concluderen dat het beluisteren van An Awesome Wave een behoorlijke aanslag doet op je geduld en doorzettingsvermogen, maar dat is zeker niet het geval. De muziek van Alt-J is zeker niet alledaags, maar klinkt desondanks lekker zonnig en toegankelijk, wat de plaat alleen maar meer kracht geeft. Helemaal doorgronden kan ik de muziek van Alt-J nog steeds niet, maar ik vraag me af of dat ooit gaat gebeuren. Hoe ver An Awesome Wave nog gaat doorgroeien durf ik niet te voorspellen, maar dat het huidige niveau goed is voor de jaarlijstjes is wat mij betreft zeker. 2012 grossiert vooralsnog niet in fascinerende debuten, maar het debuut van Alt-J is er absoluut een. Een om in te lijsten. Erwin Zijleman



zondag 29 juli 2012

Op herhaling: Lambchop - Mr. M

In Juli en Augustus besteed ik twee tot drie keer per week aandacht aan een in veel gevallen al weer bijna vergeten meesterwerk uit 2012. Vandaag is het de beurt aan: Lambchop (recensie 27 februari 2012, nu met beeld en geluid). Een paar jaar geleden stonden met name de Britse muziekbladen nog wel eens op zijn kop bij een nieuwe Lambchop plaat, maar dit jaar bleef het helaas akelig stil.

Lambchop - Mr. M
Het is een paar jaar stil geweest rond de Amerikaanse band Lambchop. Het laatste wapenfeit van de band uit Nashville, Tennessee, was het uit 2008 stammende OH (Ohio); een opvallend sfeervolle en ingetogen plaat. Sindsdien moesten we het doen met een tegenvallende live-plaat en de plaat die voorman Kurt Wagner samen met Cortney Tidwell maakte als KORT. Deze laatste plaat riep vooral negatieve reacties op, al vond ik de traditioneel aandoende Nashville country op Invariable Heartache persoonlijk best geslaagd. Met Mr. M keert Lambchop na een afwezigheid van vier jaar terug aan het front en levert het wat mij betreft haar beste plaat in vele jaren af.  Mr. M is een door strijkers gedragen plaat vol stemmige muziek, die zich laat beluisteren als de perfecte combinatie van OH (Ohio) en de band’s meesterwerk Nixon uit 2000. De plaat moet worden gezien als een eerbetoon aan Kurt Wagner’s vriend en collega muzikant Vic Chesnutt; de Amerikaanse singer-songwriter die op eerste kerstdag 2009 een eind maakte aan zijn leven. Mr. M is hierdoor een in emotioneel opzicht beladen plaat, maar zoals zo vaak geeft dit de muziek alleen maar meer impact en zeggingskracht. Mr. M is net als voorganger OH (Ohio) een hele stemmige plaat, waarop Lambchop wederom indruk maakt met haar inmiddels bekende en direct weer herkenbare mix van country, jazz en soul. Ondanks het zware thema en het hoorbare diepe leed van Kurt Wagner over het verlies van zijn muzikale soulmate, is Mr. M geen hele zware plaat. De sfeervolle songs doen het uitstekend op de late avond en vroege ochtend en maken, zeker op het eerste gehoor, een bijna lichtvoetige indruk. Lambchop zou Lambchop niet zijn wanneer de meeste songs niet zouden groeien bij herhaalde beluistering en dat doen de van onderhuidse spanning overlopende songs op Mr. M dan ook. Pas wanneer je je gaat verdiepen in de werkelijk prachtige strijkersarrangementen en de vaak complexe structuur van de songs, kun je Mr. M op de juiste waarde schatten en rechtvaardigt zich de conclusie dat Lambchop met haar elfde studioplaat een van haar beste platen heeft gemaakt. De laatste jaren is Lambchop door veel critici afgeserveerd en geportretteerd als een band die niet meer in de schaduw kan staan van de band die 12 jaar geleden een onuitwisbare indruk maakte met Nixon. Mr. M laat op indrukwekkende wijze horen hoe onjuist dat beeld is. Nixon blijft weliswaar een uitschieter in het oeuvre van de band, maar Mr. M komt, net zoals Is A Woman uit 2002 en Damaged uit 2006, angstvallig dichtbij. Het is dan ook niet overdreven om Mr. M van Lambchop te scharen onder de meest smakelijke krenten die 2012 tot dusver heeft opgeleverd. Erwin Zijleman



vrijdag 27 juli 2012

Larkin Poe - Thick As Thieves

Megan en Rebecca Lovell debuteerden vorig jaar, na het uiteen vallen van The Lovell Sisters (zus Jessica ging haar eigen weg), als Larkin Poe.  Het duo deed dit met een viertal mini cd’s die allemaal de titel hadden van een van de seizoenen en fraai werden gebundeld in het boxje Band For All Seasons (een jaar geleden bespreken op deze BLOG: http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2011/06/larkin-poe-band-for-all-seasons.html). Vergeleken met de behoorlijk traditionele muziek van The Lovell Sisters, liet Larkin Poe op Band For All Seasons een wat lichtvoetiger geluid horen en dat beviel me eigenlijk wel. Dat de twee zusjes Lovell nog veel meer in hun mars hebben laten ze horen op hun volgende mini-cd (de cd klokt 25 minuten) Thick As Thieves. Vergeleken met Band For All Seasons klinkt Thick As Thieves nog een stuk minder traditioneel. Megan en Rebecca Lovell zijn de afgelopen jaren opgeschoven van het maken van traditionele muziek met hier en daar wat invloeden uit de pop en rock naar het maken van veelzijdige pop- en rockmuziek met hier en daar wat traditionele invloeden. Thick As Thieves klinkt wat soulvoller dan de muziek op Spring, Summer, Autumn en Winter, maar ligt verder in het verlengde van de muziek die Larkin Poe ons vorig jaar voorschotelde. Dat betekent dat er wederom veel valt te genieten, met name van de fantastische stemmen en de continu voor kippenvel zorgende harmonieën van de zusjes Lovell en van het hier en daar opduikende muzikale vuurwerk. De purist zal misschien beweren dat Thick As Thieves vlees noch vis is, maar persoonlijk ben ik zeer onder de indruk van de razend knappe wijze waarop Megan en Rebecca Lovell uiteenlopende genres als bluegrass, folk, jazz, blues, country , rock en soul aan elkaar weten te smeden in popliedjes die zowel aanstekelijk als oorspronkelijk klinken en niet alleen qua stijl maar ook qua tempo flink variëren. De zusjes Lovell beschikken niet alleen over fantastische stemmen en kunnen prima uit de voeten op meerdere instrumenten (gitaar, mandoline, viool, dobro lap steel), maar zijn het afgelopen jaar ook flink gegroeid als songwriter (mogelijk hebben ze iets opgepikt van oude meester Elvis Costello met wie ze het afgelopen jaar toerden). Thick As Thieves staat vol met popliedjes die direct aangenaam en urgent klinken, maar stuk voor stuk ook in staat lijken om uit te groeien tot memorabele popliedjes. Megan en Rebecca zijn nog piepjong, maar schudden in een jaar tijd vijf mini-cd’s van hoog niveau uit de mouw. Dat belooft wat voor de toekomst. Voor de snelle beslisser is er tijdelijk een bonus-DVD met een Noorse concertregistratie, die laat zien en vooral horen dat de dames ook live een aardig potje kunnen spelen. Het maakt Thick As Thieves nog net wat mooier en indrukwekkender. Erwin Zijleman


woensdag 25 juli 2012

Op herhaling: Shearwater - Animal Joy

In Juli en Augustus besteed ik twee tot drie keer per week aandacht aan een in veel gevallen al weer bijna vergeten meesterwerk uit 2012. Vandaag is het de beurt aan: Shearwater (recensie 20 februari 2012, nu met beeld en geluid). Deze band krijgt al jaren veel te weinig aandacht en dat veranderde voor Animal Joy helaas niet.

Shearwater - Animal Joy
Een paar jaar geleden was het nog redelijk overzichtelijk. Jonathan Meiburg en Will Sheff vormden de basis van zowel Okkervil River als Shearwater en reserveerden het stevigere materiaal voor de eerste band en het wat meer ingetogen werk voor de tweede. Will Sheff richt zich inmiddels volledig op Okkervil River, terwijl Jonathan Meiburg nu alle touwtjes in handen heeft bij Shearwater. De band uit Austin, Texas, maakte de afgelopen jaren een aantal hele mooie platen, waarop het geluid van de band langzaam transformeerde van uiterst breekbaar tot behoorlijk vol en meeslepend. Het in 2010 verschenen The Golden Archipelago (samen met Palo Santo uit 2006 en Rook uit 2008 onderdeel van een heuse trilogie) kreeg hier en daar zelfs het label progrock opgeplakt. Dat ging misschien wat ver, maar het verschil met de vroege platen van de band was enorm. Op het deze maand verschenen Animal Joy slaat Shearwater wederom nieuwe wegen in. Vergeleken met het volle geluid van zijn voorganger klinkt Animal Joy behoorlijk eenvoudig en direct. Veel songs zijn opgebouwd rond een voor Shearwater begrippen behoorlijk rauwe gitaarrif, die over het algemeen slechts gezelschap krijgt van bas en drums, hier en daar een piano of orgel en uiteraard de uit duizenden herkenbare falsetstem van Jonathan Meiburg. Dit betekent niet dat het bombast dat voorzichtig zijn intrede deed op de vorige platen van Shearwater helemaal is verdwenen op de nieuwe plaat. Opener Animal Life begint sober, maar krijgt uiteindelijk de allure van een track van The Arcade Fire. Dit kunstje wordt nog een aantal keren herhaald, met name in de wat langere tracks op de plaat, maar Animal Joy bevat ook een aantal wat minder dynamische rocksongs. Net als op de vorige platen van Shearwater is het ook dit keer de opvallende stem van Jonathan Meiburg die in eerste instantie de meeste aandacht trekt. Het is een wat atypische hoge stem waarvan je moet houden, al went het wel. Bij herhaalde beluistering valt pas op hoe goed en trefzeker de ritmesectie op deze plaat is. Met name het drumwerk van Thor Harris speelt een cruciale rol op Animal Joy en zet in de meeste gevallen de lijnen uit. De muziek van Shearwater was in het verleden niet erg toegankelijk, maar Animal Joy is een plaat die in de meeste gevallen onmiddellijk zal overtuigen. Het is echter ook een plaat die nog moet en ook zal groeien. Animal Joy laat zich in een aantal tracks zoals gezegd vergelijken met de muziek van The Arcade Fire, maar ik hoor ook wel wat van de muziek die Peter Gabriel en King Crimson aan het begin van de jaren 80 maakten, al heeft Animal Joy op zich geen 80s geluid. Al met al is Animal Joy een plaat die uitstekend past in het inmiddels prachtige oeuvre van Shearwater en is het bovendien een plaat die de band wat verder omhoog kan stuwen, wat gezien de kwaliteit van hun platen overigens niet meer dan terecht zou zijn. Erwin Zijleman



dinsdag 24 juli 2012

Eleni Mandell - I Can See The Future

De uit Los Angeles afkomstige Eleni Mandell bracht 13 jaar geleden haar eerste plaat uit en heeft sindsdien een prachtig oeuvre opgebouwd. Acht platen heb ik inmiddels van haar in de kast staan en ze zijn allemaal even mooi en bijzonder. Heel bekend is Eleni Mandell er helaas niet mee geworden, maar dat heeft misschien ook wel te maken met de grilligheid van haar werk. Eleni Mandell debuteerde 13 jaar geleden met een plaat waarop ze klonk als een nakomeling van Tom Waits en PJ Harvey. Deze lijn trok ze door op het prachtige Thrill uit 2000, als je het mij vraagt de beste plaat die de Amerikaanse singer-songwriter tot dusver heeft uitgebracht. In de jaren die volgden schoot de muziek van Eleni Mandell alle kanten op.  Na het rauwe Snakebite volgde een plaat met traditionele country (Country For True Lovers), een plaat met jazzy nachtclub muziek (Afternoon), een uiterst veelzijdige singer-songwriter plaat (Miracle Of Five) en een traditioneel klinkende plaat met invloeden uit de folk, blues en jazz (Artifical Fire). Het is een bont rijtje platen, maar ik koester ze stuk voor stuk als miskende meesterwerken. De afgelopen drie jaar was het veel te stil rond Eleni Mandell, maar nu is ze gelukkig terug met I Can See The Future. Het leven van Eleni Mandell stond de afgelopen jaren behoorlijk op zijn kop. Haar relatie liep op de klippen, maar haar kinderwens werd via een donor toch vervuld. Als moeder van een tweeling dook Eleni Mandell na een break de studio in en nam ze waarschijnlijk haar meest ambitieuze en haar meest zonnige plaat op. I Can See The Future klinkt weer totaal anders dan al haar vorige platen, al verloochent Eleni Mandell haar rijke muzikale verleden zeker niet. I Can See The Future is een stemmige, emotievolle en boven alles wonderschone singer-songwriter plaat die doet denken aan de klassieke singer-songwriter platen uit de jaren 70. Waar Eleni Mandell op haar vorige platen vaak koos voor een rauw, donker en rokerig geluid, is I Can See The Future een helder klinkende plaat met hier en daar bijna zoete accenten. Eleni Mandell’s stem lijkt te zweven op haar nieuwe plaat en er om heen zweven fraaie strijkers, onweerstaanbare gitaarloopjes en zwoele achtergrondvocalen. Op I Can See The Future klinkt Eleni Mandell meer als k.d. lang dan als P.J. Harvey, maar het resultaat mag er wederom zijn. Bij eerste beluistering van I Can See The Future kon ik me nauwelijks voorstellen dat de altijd wat melancholische en stekelige Eleni Mandell deze plaat had gemaakt, maar inmiddels ben ik helemaal gewend aan het achtste meesterwerk van deze unieke singer-songwriter uit Los Angeles. Eleni Mandell heeft inmiddels acht veelkleurige platen van een bijzonder hoog niveau op haar naam staan. Er zijn er maar heel weinig die dat haar na doen. Erwin Zijleman







zondag 22 juli 2012

Op herhaling: Soap & Skin - Narrow

In Juli en Augustus besteed ik iedere dinsdag, donderdag en zondag aandacht aan een in veel gevallen al weer bijna vergeten meesterwerk uit 2012. Vandaag is het de beurt aan: Soap & Skin (recensie 14 februari 2012, nu met beeld en geluid). De Oostenrijkse werd bejubeld om haar debuut Lovetune For Vacuum, dat door menigeen werd uitgeroepen tot de beste plaat van 2009, maar Narrow werd grotendeels genegeerd. Terecht? Nee!

Soap & Skin - Narrow
De uit Oostenrijk afkomstige Anja Plaschg debuteerde in het voorjaar van 2009 als Soap & Skin met het gitzwarte Lovetune For Vacuum; een plaat vol aardedonkere songs die Plaschg schreef toen ze pas 15 jaar oud was. Toen ik aan het eind van dat jaar de balans opmaakte, bleek het debuut van op dat moment net 20 jaar oude Oostenrijkse voor mij met afstand de meest indrukwekkende plaat van het jaar. Dat legt de lat voor de opvolger, het deze week verschenen Narrow, behoorlijk hoog. Ik heb de plaat inmiddels een week of drie in mijn bezit en had er lange tijd geen eenduidig oordeel over. Narrow klinkt deels immers totaal anders dan zijn voorganger en heeft hierdoor in eerste instantie niet de overweldigende uitwerking die Lovetune For Vacuum wel onmiddellijk had. De plaat opent met het Duitstalige Vater; een pianosong die rustig opent, maar halverwege een behoorlijk dramatische uitbarsting kent en nogal bombastisch eindigt. Anja Plaschg klinkt in deze opener eigenlijk vooral als Nico in haar minst vrolijke jaren en dat is even wennen. Ook de tweede track is bijzonder. Soap & Skin covert hierin op geheel eigen wijze het lichtvoetige Franse hitje Voyage Voyage. Ik kwam hier zelf overigens pas achter toen ze voor de tweede keer bij het refrein was aanbeland, dus verwacht geen lichtvoetig deuntje. Track nummer drie ligt nog veel verder verwijderd van het geluid dat we van Soap & Skin kennen. Deathmental valt op door bijna industrieel klinkende elektronische klanken en percussie en klinkt alsof Anja Plaschg zich laat begeleiden door Einsturzende Neubauten of andere metaalvreters. In de vijf tracks die volgen keren de industriële elektronische klanken nog één keer terug, maar verder ligt Narrow gelukkig redelijk in het verlengde van Lovetune For Vacuum. In deze tracks horen we voornamelijk donkere pianoklanken met hier en daar een strijker en uiteraard de emotievolle vocalen van Anja Plaschg. Het zijn wederom behoorlijk donkere en soms zelfs bijna naargeestige en deprimerende songs, maar het kippenvel is er onmiddellijk. Aan de meer elektronisch getinte songs kan ik nog niet echt wennen, maar de theatrale opener en de opvallende cover beginnen inmiddels flink te groeien. Narrow telt uiteindelijk slechts 8 songs en klokt in totaal nog geen half uur; niet zo gek dus dat hier en daar wordt gesproken over een EP. De vraag of Narrow een waardig opvolger is van Lovetune For Vacuum laat zich hierdoor niet heel makkelijk beantwoorden. Narrow bevat een aantal tracks die al vrij snel onmisbaar blijken te zijn, een aantal groeiers en twee tracks die op zijn minst lef tonen. Alles bij elkaar genomen neig ik dus naar een ja op de bovenstaande vraag, maar uiteindelijk mag iedereen natuurlijk zelf zijn of haar antwoord op de vraag verzinnen. Neem er wel de tijd voor, want anders zou je het op zijn minst intrigerende Narrow van Soap & Skin wel eens te kort kunnen doen. Erwin Zijleman 




vrijdag 20 juli 2012

Angus Stone - Broken Brights

Vlak na de fraaie tweede soloplaat van Julia Stone, komt ook broerlief Angus met zijn eerste soloplaat op de proppen. Het is overigens niet de eerste keer dat Angus muziek maakt zonder zus Julia, want met zijn hobbyband Lady Of The Sunshine bracht hij een paar jaar geleden al eens een prima plaat uit. Ook met zijn eerste soloplaat Broken Brights maakt Angus Stone indruk. Broken Brights is een betrekkelijk sobere plaat met voornamelijk akoestische bluesy folksongs met hier en daar een vleugje country. Het zijn over het algemeen lekkere lome en dromerige songs die een licht bedwelmende uitwerking hebben. Gelukkig kleurt Angus niet uitsluitend tussen de lijntjes. Een enkele keer wordt stevig van leer getrokken op een scheurende elektrische gitaar of een aangenaam zeurend orgel, maar ook voor verleidelijke accenten met blazers of zelfs voorzichtige beats is Angus Stone niet bang. Broken Brights is hierdoor een plaat die je afwisselend lekker weg laat dromen en ruw wakker schudt; van verveling is geen moment sprake, van betovering des te meer. De muziek van Angus Stone is stevig geïnspireerd door de psychedelische folkrock uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar Angus Stone maakt op Broken Brights zeker geen retro folkrock en doet hier en daar ook wel wat aan Elliott Smith denken en sluit bovendien aan bij de betere alt-country uit de jaren 90. Ook de vergelijking met Neil Young dringt zich een enkele maal op, maar op het overgrote deel van de plaat is Angus Stone toch vooral zichzelf. Vergeleken met de donkere soloplaten van zijn zus klinkt Broken Brights van Angus Stone behoorlijk puur en down to earth, maar na een aantal keer horen weet ook deze plaat je absoluut te verleiden, waarbij steeds meer van de betrekkelijk sobere en eenvoudige songs over een dubbele bodem blijken te beschikken of gewoonweg diep ontroeren. Net als bijvoorbeeld The Tallest Man On Earth slaagt Angus Stone er in om met beperkte middelen een maximaal effect te bereiken, waardoor Broken Brights nog wat verder meer kleur krijgt en verder groeit. Broer en zus Stone zijn met zijn tweeën misschien op zijn best, maar ook de soloplaten van het tweetal had ik niet willen missen. In plaats van één geweldige Angus & Julia Stone plaat krijgen we er nu in een jaar tijd vier. Ik kan er echt niet over klagen. Erwin Zijleman







woensdag 18 juli 2012

Op herhaling: Sharon Van Etten - Tramp

In Juli en Augustus besteed ik twee tot drie keer per week aandacht aan een in veel gevallen al weer bijna vergeten meesterwerk uit 2012. Vandaag is het de beurt aan: Sharon Van Etten (recensie 8 februari 2012, nu met beeld en geluid). Haar Tramp is wat mij betreft een van de meest onderschatte vrouwelijke singer-songwriter platen van 2012.

Sharon Van Etten - Tramp
De Amerikaanse singer-songwriter Sharon Van Etten debuteerde bijna drie jaar geleden met de behoorlijk ingetogen folkplaat Because I Was In Love. De sobere folkliedjes op de plaat bleken uiteindelijk over heel veel groeipotentie te beschikken, maar zoveel tijd kreeg het wat Spartaans aandoende debuut van de Amerikaanse (met Nederlandse voorouders) helaas niet. Van Etten sloeg in 2010 terug met het veel voller klinkende Epic; een plaat die wel kon rekenen op positieve recensies en ook op deze BLOG zeer warm werd onthaald. Op basis van Epic gunde ik Sharon Van Etten al een plekje tussen de betere vrouwelijke singer-songwriters van het moment en dit plekje dwingt ze definitief af met haar derde plaat, Tramp. Tramp klinkt nog veel volwassener en krachtiger dan zijn voorganger en laat horen dat Sharon Van Etten binnen het koninkrijk der vrouwelijke singer-songwriters een opvallend breed palet kan bestrijken. Tramp bevat een aantal rauwe songs die net zo goed van de hand van een jonge PJ Harvey hadden kunnen zijn, maar ook voor de wat meer ingetogen songs met invloeden uit de folk en de country ben je bij de Amerikaanse aan het juiste adres. Sharon Van Etten beschikt over een hele mooie stem die zowel lieflijk als rauw kan klinken. Het is direct het sterkste wapen van de Amerikaanse, al hebben ook haar vaardigheden als songwriter de afgelopen twee jaar enorm aan kracht gewonnen. Tramp valt niet alleen op door een mooie stem en sterke songs. Ook de productie en instrumentatie zijn van hoog niveau, wat de verdienste is van The National voorman Aaron Dessner, die de plaat samen met Van Etten produceerde, en een imposant legertje gastmuzikanten onder wie The Walkmen’s Matt Barrick, Doveman, Zach Condon (Beirut), Jenn Wasner (Wye Oak) en Julianna Barwick. De combinatie van sterke songs, een overtuigende stem en een trefzekere instrumentatie en productie maken van Tramp een plaat waarop de concurrentie zich zo maar stuk zou kunnen bijten. Op Tramp evenaart Sharon Van Etten immers het niveau van de top van het segment en lijkt ze afwisselend op PJ Harvey, Neko Case, Cat Power en Rachael Yamagata, al is ze door haar veelzijdigheid en eigenzinnigheid uiteindelijk toch vooral zichzelf. Of Sharon Van Etten op basis van haar derde plaat gaat doorbreken naar een breder publiek moeten we nog maar afwachten, maar Tramp is hier zeker goed genoeg voor. PJ Harvey maakte met Let England Shake volgens velen de beste plaat van 2011, maar ik had persoonlijk liever een andere plaat van haar gehoord. Sharon Van Etten heeft deze plaat gemaakt. Erwin Zijleman





dinsdag 17 juli 2012

Chris Smither - Hundred Dollar Valentine

Chris Smither is ook de toekomstige pensioengerechtigde leeftijd in Nederlands inmiddels gepasseerd, maar dat hoor je niet af aan het onlangs verschenen Hundred Dollar Valentine. Smither debuteerde in 1970 en maakte door zijn liefde voor de drank  in de afgelopen 42 jaar niet heel erg veel platen (ik kom niet verder dan een stuk of 15), maar de meeste platen die hij uitbracht waren wel erg goed. Dat geldt ook weer voor Hundred Dollar Valentine. De nieuwe van Chris Smither is een typische Chris Smither plaat, wat betekent dat de luisteraar wordt getrakteerd op stemmige en doorleefde songs met vooral invloeden uit de folk, country en blues. Naast akoestische gitaar en de verrassend goede stem van Chris Smither, zijn op Hundred Dollar Valentine sfeervolle bijdragen van mondharmonica, viool en cello te horen en duikt hier en daar een vrouwenstem op. Het geeft de ontspannen muziek op Hundred Dollar Valentine net wat extra glans. Op zich doet Chris Smither op zijn nieuwe plaat geen schokkende dingen. In grote lijnen doet hij wat hij al ruim 40 jaar doet, maar het klinkt allemaal zo overtuigend en inspirerend dat Hundred Dollar Valentine maar nauwelijks uit de cd speler is te krijgen. Hundred Dollar is zoals gezegd een ontspannen klinkende plaat met vooral traditioneel klinkende muziek, maar de belangrijkste kracht van de plaat schuilt in de puurheid en oprechtheid van de muziek van Chris Smither. De 11 songs op de plaat zijn stuk voor stuk songs zonder opsmuk, maar raken je keer op keer feilloos in het hart. Ik was de afgelopen jaren wel vaker onder de indruk van de muziek van Chris Smither, maar Hundred Dollar Valentine is net wat beter. De songs blijven beter hangen, de instrumentatie is stemmiger en verzorgder en Chris Smither vertolkt zijn songs dit keer met zoveel gevoel dat je alleen maar diep geraakt kunt worden door de muziek op Hundred Dollar Valentine. Persoonlijk vind ik vooral de bluesy songs op de plaat indrukwekkend, maar na de plaat flink wat keren gehoord te hebben kan ik eigenlijk geen zwakke song meer aanwijzen. Muzikanten als Chris Smither verdienen alleen vanwege hun staat van dienst en uithoudingsvermogen al alle respect, maar als ze op hoge leeftijd ook nog eens op de proppen komen met een plaat van het kaliber van Hundred Dollar Valentine, ga je toch langzaam denken aan een standbeeld. Ik denk niet dat deze bescheiden Amerikaanse muzikant daar op zit te wachten, dus laten we Chris Smither maar eren door zijn plaat te kopen. Het zou zo maar eens de beste traditionele singer-songwriter plaat kunnen zijn die je dit jaar koopt. Erwin Zijleman







zondag 15 juli 2012

Op herhaling: Nada Surf - The Stars Are Indifferent To Astronomy

In Juli en Augustus besteed ik twee tot drie keer per week aandacht aan een in veel gevallen al weer bijna vergeten meesterwerk uit 2012. Vandaag is het de beurt aan: Nada Surf (recensie 6 februari 2012, nu met beeld en geluid). Nada Surf wordt sinds dat ene cult hitje (Popular) gezien als een one hit wonder, maar met hun laatste plaat bewijzen ze voor de zoveelste keer het tegendeel.

Nada Surf - The Stars Are Indifferent To Astronomy
Volgens het wekelijkse krantje dat mijn kinderen lezen is het toppunt van ongeluk een eendagsvlieg die zijn dag niet heeft. Dat is inderdaad triest, maar de eendagsvliegen in de popmuziek hebben het volgens mij nog veel zwaarder, zeker wanneer dit plakkertje ten onrechte is opgeplakt. Nada Surf zal waarschijnlijk voor altijd de band van de single Popular zijn, maar met de benaming eendagsvlieg (of "one hit wonder") doe je de band uit New York als je het mij vraagt heel veel te kort. Popular, afkomstig van het debuut van de band uit 1996 (High/Low), was inderdaad een briljante single, maar Nada Surf heeft sindsdien veel meer muziek gemaakt die er toe doet. De eerste twee platen van de New Yorkers vielen als geheel nog wat tegen, maar Let Go uit 2002, The Weight Is A Gift uit 2005 en Lucky uit 2008 kunnen wat mij betreft de boeken in als platen waarop eigenlijk niets was aan te werken, terwijl het twee jaar geleden verschenen If I Had A Hi-Fi een stuk leuker was dan de gemiddelde tegenwoordig bijna verplichte plaat met louter covers. Ook met het begin dit jaar verschenen The Stars Are Indifferent To Astronomy laat Nada Surf weer horen dat het nog altijd moet worden gerekend tot de beste gitaarbands die de VS rijk is. Ook op haar nieuwe plaat klinkt Nada Surf weer als het beste van The Kinks, Cheap Trick, The Cars, The Replacements, Hüsker Dü, Big Star, R.E.M., Pixies en Weezer, om maar eens een aantal grote namen te noemen. The Stars Are Indifferent To Astronomy staat vol met volstrekt onweerstaanbare rocksongs die zijn beïnvloedt door Britse poprock uit de jaren 60, new wave uit de jaren 70, powerpop en American Underground uit de jaren 80 en indierock en punkpop uit de jaren 90. Een aantal songs zijn behoorlijk stevig met licht vervormde gitaren, maar hiertegenover staan een aantal wat meer ingetogen en bijzonder melodieuze songs. Het klinkt allemaal direct vertrouwd in de oren, maar het zijn zeker geen songs die je terzijde schuift omdat je het allemaal al eens eerder gehoord hebt. Dat Nada Surf de kunst van het schrijven van perfecte popliedjes tot in de puntje beheerst weet ik al sinds het debuut van de band, maar nog niet eerder klonk het allemaal zo lekker als op The Stars Are Indifferent To Astronomy. De nieuwe van Nada Surf is een tijdloze plaat vol muziek die de zon doet schijnen, ook al vriest het dat het kraakt. Prachtige koortjes, honingzoete refreinen, aanstekelijke gitaarloopjes en melodieen om van te watertanden; alles op deze plaat klopt. Dat is niet alleen razend knap, maar ook nog eens onweerstaanbaar lekker. Niet slecht voor de eendagsvlieg die velen nog steeds in Nada Surf zien. De ware liefhebber kiest overigens voor de luxe versie van de plaat en krijgt een bonus-cd met 5 akoestische versies van songs van de plaat cadeau. Erwin Zijleman 




vrijdag 13 juli 2012

The Tallest Man On Earth - There's No Leaving Now

De Zweedse singer-songwriter Kristian Matsson maakt als The Tallest Man On Earth inmiddels al een aantal jaren platen die met een beetje fantasie ook door een jonge Bob Dylan gemaakt hadden kunnen worden. Op de platen van The Tallest Man On Earth domineren een akoestische gitaar en een wat nasaal klinkend stemgeluid en zijn de songs vrijwel zonder uitzondering intens, wat gejaagd, vol emotie en voorzien van heel veel tekst. Het is de muziek die Dylan maakte gedurende zijn creatieve pieken gedurende de jaren 60 en 70 en het is de muziek die The Tallest Man On Earth de afgelopen zes jaar met redelijk wat succes maakt. Dat leverde tot dusver vier prima platen op, waarvan met name het in 2008 verschenen Shallow Grave door de critici de hemel in werd geprezen. There’s No Leaving Now is de vijfde plaat van The Tallest Man On Earth en ook dit is weer een hele goede. There’s No Leaving Now verschilt op zich niet heel erg van de vorige vier platen van The Tallest Man On Earth en doet, net als zijn voorgangers, denken aan oud werk van Bob Dylan, maar toch doet Kristian Matsson dit keer iets anders. There’s Now Leaving Now maakt een wat meer ontspannen, of wat minder gehaaste, indruk dan zijn voorgangers en is in muzikaal opzicht net wat meer versierd (met hier en daar een fraaie pedal steel en een piano), al draait nog altijd alles om akoestische gitaar en zang. Bij beluistering van de vijfde plaat van The Tallest Man On Earth waan je je op een broeierige zomeravond op een veranda ergens diep in het Zuiden van de Verenigde Staten en maakt de buurman muziek. Een biertje erbij en je bent veertig minuten lang de gelukkigste mens op aarde. There’s No Leaving Now is door de ontspannen indruk die Kristian Matsson maakt toegankelijker dan zijn voorgangers, maar is zeker geen lichtvoetige plaat. Hier en daar legt Matsson zoveel emotie in zijn stem dat de brok in je keel wel heel erg groot begint te worden, maar de vijfde van The Tallest Man On Earth geeft je net zo makkelijk het kampvuur gevoel. Na een keer horen wist ik eigenlijk al dat There’s No Leaving Now gaat behoren tot mijn favoriete platen van dit jaar, maar sindsdien heeft de plaat eigenlijk alleen maar aan kracht gewonnen. Aan de vergelijking met Bob Dylan zal Kristian Matsson waarschijnlijk nooit meer ontsnappen, maar iemand die zo vaak het kippenvel op je armen zet als The Tallest Man On Earth op There’s No Leaving Now is de vergelijking met anderen als je het mij vraagt al lang voorbij. There’s No Leaving Now is hooguit het meesterwerk dat meesterwerk dat Bob Dylan nou net eens niet gemaakt heeft. Erwin Zijleman







donderdag 12 juli 2012

Op herhaling: Kathleen Edwards - Voyageur

In Juli en Augustus besteed ik twee tot drie keer per week aandacht aan een in veel gevallen al weer bijna vergeten meesterwerk uit 2012. Vandaag is het de beurt aan: Kathleen Edwards (recensie 1 februari 2012, nu met beeld en geluid). De plaat werd om onduidelijke redenen gekraakt door veel liefhebbers van rootsmuziek en vergeten door de rest. Ik vind het nog steeds een prachtige plaat en dat verdient navolging.

Kathleen Edwards - Voyageur
Sinds haar prachtige debuut Failer uit 2003 ben ik een groot fan van de Canadese singer-songwriter Kathleen Edwards. Omdat de platen die volgden (Back To Me uit 2005 en Asking For Flowers uit 2008) bijna net zo mooi waren als het vrijwel onbereikbare debuut, waren mijn verwachtingen met betrekking tot de vierde studioplaat van de Canadese na vier lange jaren wachten hooggespannen. Voyageur wordt tot dusver niet bepaald warm onthaald. Met name op de sites die zich specialiseren op Amerikaanse rootsmuziek, wordt de nieuwe plaat van Kathleen Edwards keihard onderuit gehaald en haar nieuwe producer neergesabeld. Edwards zou haar vaderland en haar genre hebben verloochend en is hier en daar al als Judas bestempeld (en dat anno 2012). Op Voyageur werkt Kathleen Edwards nauw samen met Justin Vernon, die we beter kennen als Bon Iver. Dat deze intieme samenwerking zich niet tot de studio heeft beperkt maar inmiddels tot de lakens reikt, wordt in de pers breed uitgemeten, maar is voor de beoordeling van Voyageur absoluut niet relevant. Ik heb Voyageur inmiddels vele malen gehoord en begrijp niet wat er mis is met de plaat. Sterker nog, ik vind Voyageur een hele mooie plaat, die prachtig past in het oeuvre van Kathleen Edwards. Vergeleken met de vorige platen klinkt Voyageur hooguit wat voller en wat minder traditioneel, maar de bewering dat Kathleen Edwards commerciële uitverkoop heeft gehouden is nergens op gebaseerd en wat mij betreft grote onzin. De meeste songs op Voyageur zijn stemmige alt-country songs waarin de sobere maar bijzonder sfeervolle instrumentatie volledig in dienst staat van de prachtige vocalen van Kathleen Edwards; als je het mij vraagt een van de mooiste stemmen in het genre. In de meeste songs is de productionele hand van Bon Iver zichtbaar of beter gezegd hoorbaar. Voor Kathleen Edwards begrippen klinkt Voyageur daarom behoorlijk vol, maar van overdaad is vrijwel nergens sprake. Hooguit in de wat stevigere songs schuift Kathleen Edwards misschien net iets teveel op richting de radiovriendelijke pop van Sheryll Crow, maar ook in deze songs behoudt Kathleen Edwards haar eigen identiteit en zeggingskracht. Hoewel Voyageur in tekstueel opzicht een breakup plaat kan worden genoemd, is het in muzikaal opzicht een heerlijk dromerige plaat met een vaak wat atmosferisch geluid, dat complexer en eigenzinniger is dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Dat de echte alt-country puristen het niks vinden kan ik me nog wel voorstellen, maar verder mag niemand zich ook maar iets aantrekken van de felle en negatieve recensies waarmee Voyageur tot dusver wordt onthaald. Luister gewoon zelf en de kans is groot dat je Voyageur zult omarmen als het volgende hoogtepunt in het inmiddels vierkoppige en prachtige oeuvre van Kathleen Edwards. Erwin Zijleman




woensdag 11 juli 2012

Dayna Kurtz - Secret Canon, Volume 1

Het is dit jaar precies tien jaar geleden dat Dayna Kurtz voor het eerst van zich deed spreken. Met het prachtige Postcards From Downtown veroverde ze onmiddellijk de harten van de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en maakte ze volgens velen een  van de beste rootsplaten van het jaar. Ik had de plaat al jaren niet meer gehoord, maar toen ik hem net beluisterde was ik direct weer onder de indruk. De platen die volgden waren niet allemaal even sterk, maar met name Another Black Feather uit 2006 was een onbetwist meesterwerk. De afgelopen jaren was het redelijk rustig rond Dayna Kurtz en bracht ze eigenlijk alleen een plaat met wat ver gezochte covers uit. Daar moet je van houden en dat geldt ook voor het onlangs verschenen Secret Canon, Volume 1. Ook op haar nieuwe plaat vertolkt Dayna Kurtz vrijwel uitsluitend songs van anderen en zijn het bovendien voornamelijk songs uit de oude doos. Dat was nooit helemaal mijn cup of tea, maar sinds de laatste plaat van Glenn Frey het zo goed doet in mijn cd-speler was ook Dayna Kurtz niet bij voorbaat kansloos. Ik heb het eerste deel van Secret Canon inmiddels flink wat keren voorbij horen komen en ik moet zeggen dat de nieuwe plaat van Dayna Kurtz niet alleen buitengewoon aangenaam is, maar ook nog steeds aan kracht wint. Secret Canon bevat een aantal obscure songs die door Dayna Kurtz op ingetogen maar bijzonder intense wijze worden vertolkt. Jazz en blues vormen de belangrijkste bestanddelen van de muziek van Dayna Kurtz en het is muziek die voor een belangrijk deel vaart op haar imposante stem. Het siert haar muzikale medestanders dat ze volledig in dienst van het vocale geweld van Dayna Kurtz (die op Secret Canon meer dan eens aan Nina Simone doet denken) opereren, al trekt met name het venijnige orgeltje meer dan eens de aandacht. Jazz en blues domineren op Secret Canon, maar in het rokerige nachtclub geluid is ook plaats voor een vleugje soul, gospel en doo wop. Het is muziek die ook tientallen jaren geleden gemaakt had kunnen worden, maar Dayna Kurtz vertolkt de stuk voor stuk werkelijk prachtige songs die ze met hulp van vrienden heeft opgedoken met zoveel gevoel en passie dat Secret Canon steeds meer urgentie krijgt. Het eerste deel van Secret Canon is de perfecte plaat voor de kleine uurtjes en doet absoluut uitzien naar een volgend deel. De plaat doet bovendien uitzien naar het optreden van Dayna Kurtz op 15 juli in Paradiso. Het is vooralsnog het enige optreden in Nederland, dus mis het niet. Erwin Zijleman







dinsdag 10 juli 2012

Op herhaling: Moss - Ornaments

In Juli en Augustus besteed ik iedere dinsdag, donderdag en zondag aandacht aan een in veel gevallen al weer bijna vergeten meesterwerk uit 2012. Vandaag is het de beurt aan: Moss (recensie 31 januari 2012, nu met beeld en geluid). De plaat kreeg in de week van de release veel aandacht, maar wie hoor je er nu nog over? Doodzonde.

Moss - Ornaments
Ik was ruim twee jaar geleden enorm positief over de tweede plaat van de Nederlandse band Moss, Never Be Scared/Don't Be A Hero (zie hier). Het zijn woorden waar ik nog steeds voor de volle 100% achter sta, want de tweede van Moss was, is en blijft een briljante plaat. Na zo’n plaat kan de opvolger eigenlijk alleen maar tegen vallen, maar dat doet het vorige week verschenen  Ornaments niet. Sterker nog, Ornaments is als je het mij vraagt nog een stukje briljanter dan het vrijwel perfecte Never Be Scared/Don't Be A Hero. Dat vond ik toen ik de plaat, een aantal weken geleden, voor het eerst hoorde en dat vind ik nu, vele luisterbeurten later, nog steeds. Ook op Ornaments grossiert Moss weer in avontuurlijke popliedjes van hoog niveau. Het zijn popliedjes die in een incidenteel geval ook op de vorige plaat van de band rond zanger/gitarist Marien Dorleijn hadden kunnen staan, maar als geheel is Ornaments veel meer dan Never Be Scared/Don't Be A Hero Part II. Vergeleken met de vorige plaat is het geluid van de band wat minder vol geworden, maar op hetzelfde moment is dit geluid ook verrijkt met elektronische impulsen. De overgang van de eerste naar de tweede plaat van Moss, omschreef ik twee jaar geleden als de transformatie van de jonge Beatles naar de Beatles die het experiment ontdekten, oftewel van Revolver naar The White Album. Wanneer ik deze lijn doortrek kan ik Ornaments alleen maar omschrijven als de plaat waar de Beatles helaas nooit aan toe zijn gekomen. Ornaments is lastiger te doorgronden dan zijn twee voorgangers. De aanstekelijke samenzang en de honingzoete melodieën van de voorganger hebben plaats gemaakt voor een wat stekeliger geluid, waarin gitaren en elektronica afwisselend naar de voorgrond treden en gejaagde ritmes zo nu en dan een belangrijke rol spelen. De op Vlieland opgenomen plaat klinkt op het eerste gehoor een stuk minder vol dan zijn voorganger, maar als je goed luistert ontdek je tal van versieringen (of moet ik spreken van ornamenten), waardoor de songs op de plaat beter en beter worden. Ornaments is een plaat vol dynamiek waarop gejaagde songs worden afgewisseld met meer ingetogen songs en waarop Moss net zo makkelijk overtuigt met een ingetogen refreintje als met de 9 minuten durende rockuitbarsting waarmee de plaat eindigt. Alle verhalen die ik tot dusver heb gelezen over Ornaments van Moss zijn bijna overdreven positief en ik doe daar vrolijk aan mee. Ik kan er nog wat superlatieven tegenaan gooien, maar misschien is het maar het beste als iedereen voor zich bepaalt hoe Ornaments binnen komt. De kans op teleurstelling lijkt me overigens verwaarloosbaar klein. Het muziekjaar 2012 is tot dusver een Nederland's onderonsje, met Ornaments van Moss als de volgende plaat van wereldklasse. Erwin Zijleman






maandag 9 juli 2012

THe Mynabirds - Generals

The Mynabirds is een project van de Amerikaanse singer-songwriter Laura Burhenn. Burhenn zal een enkeling nog kennen van het indiepop duo Georgie James, dat in 2007 een bijzonder geslaagde maar nauwelijks opgemerkte plaat uitbracht op het eigenzinnige Saddle Creek label (Places). Na het uit elkaar vallen van Georgie James bleef Laura Burhenn bij het Saddle Creek label en maakte ze met hulp van onder andere labelgenoot Orenda Fink (Azure Ray) en producer Richard Swift het bijzonder aardige maar niet direct opzienbarende What We Lose In The Fire We Gain In The Flood. Op het onlangs verschenen Generals zet Laura Burhenn met The Mynabirds een flinke stap. Ze werkt nog steeds met de eigenzinnige producer Richard Swift (die zelf ook een aantal fascinerende platen op zijn naam heeft staan) en zeult nog altijd een flink deel van de muziekgeschiedenis met zich mee, maar Generals klinkt minder vrijblijvend dan het debuut van General of de onderschatte plaat van Georgie James. Ook op Generals borduren The Mynabirds voort op de soulpop uit de jaren 60 en 70 en hoor je flarden Dusty Springfield, Carole King en Laura Nyro.  Hier blijft het dit keer echter niet bij, want op Generals kunnen The Mynabirds ook uit de voeten met elektronica, zwoele pop en Afrikaanse en andere opvallende ritmes, waardoor de muziek van The Mynabirds afwisselend ook doet denken aan die van onder andere Tom Tom Club, Zola Jesus en Marina & The Diamonds, om maar wat ver uit elkaar liggende namen te noemen . Generals klinkt hierdoor een stuk eigentijdser dan de vorige platen waarop de naam van Laura Burhenn prijkte, al heeft de muziek van The Mynabirds nog altijd een nostalgisch tintje, waarschijnlijk door de door Phil Spector geïnspireerde productie. Generals van The Mynabirds is een plaat die lekker klinkt wanneer je op zoek bent naar vermaak, maar ook wanneer je zoekt naar muzikaal avontuur ben je bij The Mynabirds aan het juiste adres. Op Generals vermengen Laura Burhenn en haar band op knappe wijze invloeden uit een heel ver verleden met invloeden uit het heden, zonder dat dit heel gekunsteld klinkt. Generals is hierdoor een mooie, zwoele en aangename plaat die veel meer aandacht verdient dan de plaat tot dusver in Nederland heeft gekregen. Ik heb hem zelf ook weken op de stapel laten liggen, maar wat ben ik blij dat ik de plaat hier van af heb gehaald. Het weer laat misschien nog wat te wensen over, maar de klanken uit de speakers zijn echt 100% zomers. Heerlijk. Erwin Zijleman







zondag 8 juli 2012

Op herhaling: Lana Del Rey - Born To Die

In Juli en Augustus besteed ik twee tot drie keer per week aandacht aan een in veel gevallen al weer bijna vergeten meesterwerk uit 2012. Vandaag is het de beurt aan: Lana Del Rey (recensie 29 januari 2012, nu met beeld en geluid). Naar het debuut van Lana Del Rey werd maanden lang met idioot hoge verwachtingen uitgekeken, maar toen de plaat er eenmaal was werd hij razendsnel uitgekotst en verdrongen. Wie hoor je nu nog over Lana Del Rey? Niemand. Toch is Born To Die helemaal geen slechte plaat. Sterker nog, toen ik hem na maanden weer eens op zette was ik blij verrast. Wie volgt?


Lana Del Rey - Born To Die

Er zal dit jaar geen debuut verschijnen waarover zoveel is gesproken en waar met zulke hoge verwachtingen naar is uitgekeken als naar het debuut van Lana Del Rey. Lana Del Rey werd vorig jaar wereldberoemd door het YouTube filmpje waarin ze haar eerste single Video Games vertolkte. Ondersteund door dromerige nostalgisch beelden en haar klassieke schoonheid, verleidde en betoverde de Amerikaanse in een paar maanden tijd een ieder die er naar keek met een buitengewoon stemmig popliedje zonder enige vaart, waarin Lana Del Rey met haar donkere stem en bijpassende strijkers terugkeerde naar de pop-noir van de jaren 50 en 60. Wat haar onder haar eigen naam Lizzy Grant een paar jaar geleden niet lukte, lukte nu opeens wel; de wereld lag aan de voeten van Lana Del Rey. Het zal de druk op de jonge Amerikaanse waarschijnlijk flink hebben opgevoerd, maar daar is niet zo heel veel van te merken op haar langverwachte debuut Born To Die. Dankzij Video Games werd Lana Del Rey de afgelopen maanden in het door haar zelf bedachte hokje Hollywood Sadcore geduwd, maar op Born To Die laat ze horen dat ze zich niet in een hokje laat duwen. Born To Die is een hele afwisselende plaat met tracks die zich tot elkaar verhouden als dag en nacht, zoet en zout of vreugde en verdriet. Aan de ene kant zijn er de trage en donkere tracks die in het verlengde van Video Games liggen en uit kunnen wijken richting duistere filmmuziek (de naam David Lynch valt nauwelijks te onderdrukken) of stemmige electropop zoals Portishead die in haar beste dagen maakte. Het is muziek vol onderhuidse spanning die vrijwel volledig wordt gedragen door de donkere en fascinerende stem van Lana Del Rey. Hiertegenover staan een aantal tracks met popambities. Lana Del Rey verruilt de jaren 50 en 60 in een klap voor het heden, zingt opeens meerdere octaven hoger en laat zich begeleiden door beats met invloeden uit de pop, hiphop en dancehall, waarmee ze de concurrentie met de Lady Gaga’s en Rihanna’s aan kan. Dat is eerlijk gezegd wel even schrikken na de wonderschone en aardedonkere klanken van songs als Video Games, maar het redt uiteindelijk de plaat. Twaalf maal Video Games zou teveel van het goede zijn geweest en op een of andere manier versterken de bijna tegenstrijdige songs op Born To Die elkaar alleen maar. Mijn voorkeur gaat absoluut uit naar de donkere kant van Lana Del Rey, maar wanneer de zonneschijn tijdelijk overheerst haak ik niet af. Lana Del Rey is door de hype die is ontstaan rond Video Games de afgelopen maanden te groot en waarschijnlijk ook te eigenzinnig gemaakt door de media. Desondanks houdt ze zich met haar verrassend veelzijdige en wat mij betreft verrassend sterke debuut moeiteloos staande. Born To Die is geen klassieker in de geschiedenis van de popmuziek en geen jaarlijstjesplaat, maar wel een plaat waar het talent en de belofte van af spatten. Het kan heel makkelijk mis gaan met Lana Del Rey, maar de kans dat ze de volgende keer met een onbetwist meesterwerk op de proppen komt is minstens net zo groot. Tot die tijd koester ik Born To Die als een aangename verrassing vol bezwering. Erwin Zijleman





vrijdag 6 juli 2012

Jesca Hoop - The House That Jack Built

De Amerikaanse singer-songwriter Jesca Hoop kan inmiddels al een aantal jaren rekenen op bijzonder positieve recensies en weet zich bovendien gesteund door grote muzikanten als Elbow’s Guy Garvey en levende legende Tom Waits (bij wie Jesca Hoop ooit werkte als kindermeisje). Het bijna drie jaar geleden verschenen Hunting My Dress had eigenlijk de doorbraakplaat van de Amerikaanse singer-songwriter moeten worden, maar waarschijnlijk was haar muziek toch net wat te lastig te doorgronden om een groot publiek aan te spreken. Met The House That Jack Built probeert Jesca Hoop het opnieuw en dit keer schat ik haar kansen iets hoger in. The House That Jack Built is immers een stuk toegankelijker dan zijn twee voorgangers, al maakt Jesca Hoop (gelukkig) nog altijd muziek die zo af en toe flink wat geduld vraagt van de luisteraar. The House That Jack Built is op het eerste gehoor een plaat die op twee gedachten hinkt. Aan de ene kant is Jesca Hoop een bijna ambachtelijke singer-songwriter die mooie folky en bluesy popliedjes maakt, maar aan de andere kant is ze op The House That Jack Built ook niet vies van rijk georkestreerde en geproduceerde pop met flink wat elektronische impulsen. Het contrast tussen de sobere en donkere singer-songwriter muziek en de bijzonder uitbundige electropop met hitpotentie is enorm groot, maar op een of andere manier komt Jesca Hoop er mee weg. Jesca Hoop flirt op The House That Jack Built weliswaar nadrukkelijk met een groot publiek, maar ze blijft ook de eigenzinnige muzikante die ze was op haar vorige twee platen. Zowel de sobere folksongs als de aanstekelijke popsongs (die hier en daar opschuiven in de richting van Bat For Lashes en Florence & The Machine) blijken hierdoor al snel wolven in schaapskleren. Jesca Hoop werkte voor The House That Jack Built met drie verschillende producers, onder wie topproducer Tony Berg, en deze drukken allemaal hun stempel op de plaat. In eerste instantie vond ik de hele uitbundige songs net wat te gewoontjes en koesterde ik met name de meer ingetogen songs op de plaat, maar inmiddels trekken de beide uitersten steeds meer naar elkaar toe en hoor ik subtiliteit in de aanstekelijke pop en avontuur in de op het eerste gehoor hele sobere songs. The House That Jack Built lijkt in eerste instantie vooral een flirt met commercieel succes, maar hoe vaker ik de plaat hoor hoe meer ik er van overtuigd raak dat ook de derde plaat van Jesca Hoop weer een hele eigenzinnige en knap gemaakte plaat is van een van de grootste talenten die momenteel rondloopt in het land der vrouwelijke singer-songwriters. In de recensies van Hunting My Dress werd heel vaak verwezen naar een citaat van Tom Waits waarin hij luisteren naar de muziek van Jesca Hoop vergeleek met ’s nachts zwemmen in een meer. Het volledige citaat luidt als volgt: "Jesca Hoop's music is like a four-sided coin. She is an old soul, like a black pearl, a good witch or a red moon. Her music is like going swimming in a lake at night". Het is een citaat dat perfect past bij de fraaie uitersten die de Amerikaanse op The House That Jack Built presenteert. Erwin Zijleman




donderdag 5 juli 2012

Op herhaling: First Aid Kit - The Lion's Roar

In Juli en Augustus besteed ik twee tot drie keer per week aandacht aan een in veel gevallen al weer bijna vergeten meesterwerk uit 2012. Vandaag is het de beurt aan: First Aid Kit (recensie 22 januari 2012, nu met beeld en geluid).

First Aid Kit - The Lion's Roar
Het lijkt een eeuwigheid geleden dat de piepjonge Zweedse zusjes Johanna en Klara Söderberg als First Aid Kit een platencontract wisten af te dwingen met behulp van een knullig YouTube filmpje, waarin ze in een Zweeds bos op geheel eigen wijze Tiger Mountain Peasant Song van het op dat moment onaantastbare Fleet Foxes coverden. Na de EP Drunken Trees in 2008 volgde in 2010 het volwaardige debuut van First Aid Kit, The Big Black And The Blue. Dit debuut, waarop de zusjes Söderberg een net wat voller geluid lieten horen, kreeg wat minder goede recensies dan verwacht, maar persoonlijk vond ik het, vooral dankzij de wonderschone stemmen van de Zweedse zusjes, een hele mooie plaat. De opvolger van The Big Black And The Blue, het deze week verschenen The Lion’s Roar, werd (deels) opgenomen in Omaha, Nebraska, onder leiding van topproducer Mike Mogis (Bright Eyes, Monsters Of Folk, Cursive, Azure Ray, She & Him). The Lion’s Roar klinkt hierdoor een stuk Amerikaanser dan The Big Black And The Blue en bevat naast invloeden uit de folk ook flink wat invloeden uit de country. The Lion’s Roar klinkt nog wat voller dan zijn voorganger en laat in meerdere tracks een volledig opgetuigd bandgeluid horen. Persoonlijk vind ik het wel passen bij de nog altijd prachtige stemmen van Johanna en Klara Söderberg. Beiden zijn inmiddels rond de twintig en klinken een stuk volwassener dan op de wat naïef klinkende Fleet Foxes cover die First Aid Kit wereldberoemd maakte. De prachtig bij elkaar kleurende stemmen zijn nog altijd het sterkste wapen van First Aid Kit, maar ook de songs van het tweetal hebben duidelijk aan kracht en diepgang gewonnen. De instrumentatie is zoals gezegd voller dan in het verleden, maar desondanks draait alles om de betoverende stemmen van de zusjes Söderberg, wat voor de zoveelste keer illustreert wat een geweldig producer Mike Mogis is. First Aid Kit had zowel met haar debuut EP als met haar volledige debuut niet veel tijd nodig om me te verleiden, maar bij beluistering van The Lion’s Roar was ik al na een paar minuten om. Sindsdien is de plaat alleen maar mooier en indrukwekkender geworden en kan ik al bijna niet meer zonder. De twee Zweedse engeltjes betoveren met sprookjesachtige folksong, verleiden met zwoel en zuidelijk klinkende country en maken je dag definitief goed met een aantal onweerstaanbare kampvuursongs met inhoud. The Lion’s Roar is een plaat om vreselijk verliefd op te worden, maar is veel meer dan een paar lentekriebels. Het is een liefde die nog wel eens heel lang stand kan houden. Heerlijk. Erwin Zijleman