vrijdag 30 november 2012

Mickey Newbury - Lulled By The Moonlight / Stories From The Silver Moon Cafe / Blue To This Day

Mijn bespreking van Mickey Newbury’s box-set An American Trilogy ongeveer anderhalf jaar geleden staat nog altijd in de top 10 van de meest gelezen recensies uit de (nog redelijk prille) historie van deze BLOG. Ik kan me daar heel goed in vinden, want de heruitgave van het vroege werk van de miskende Amerikaanse singer-songwriter reken ik niet alleen tot mijn grote ontdekkingen van de afgelopen jaren, maar bovendien tot het beste dat ik de afgelopen jaren in het singer-songwriter genre heb gehoord. Na de bijzonder indrukkwekkende trilogie (It Looks Like Rain uit 1969, Frisco Mabel Joy uit 1971 en Heaven Help The Child Heaven uit 1973) uit de beginjaren van de carrière van Mickey Newbury, maakte de Amerikaan in de rest van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 nog een aantal platen die ook op een nieuwe uitgave wachten. Vervolgens werd het lange tijd stil rond Mickey Newbury, waarna hij tussen 1996 en 2002 nog een aantal platen zou maken. Van deze platen zijn er nu drie opnieuw uitgebracht, waarbij het opvalt dat de beste van het stel, A Long Road Home uit 2002, vooralsnog ontbreekt. De nieuwe worp reissues bestaat uit drie platen: Lulled By The Moonlight uit 1996, Stories From The Silver Moon Cafe uit 2000 en Mickey Newbury’s zwanenzang Blue To This Day uit 2003. De drie platen hebben gemeen dat ze zijn gestoken in een spuuglelijke hoes (met name die van de laatste twee platen zijn  van een bijna ongekende lelijkheid), maar belangrijker is het feit dat ze alle drie muziek van een zeldzaam hoog niveau bevatten. Lulled By The Moonlight is Mickey Newbury’s comebackplaat uit de jaren 90. De plaat volgt op een lange stilte en komt voor velen als een grote verrassing. Lulled By The Moonlight is zeker geen slechte plaat, maar hij is lang niet zo goed als de drie platen uit de American Trilogy en is ook minder sterk dan de andere twee platen die nu opnieuw zijn uitgebracht. Op Lulled By The Moonlight vindt Mickey Newbury een deel van zijn werk opnieuw uit (iets dat hij zijn hele carrière is blijven doen) en laat hij bovendien horen dat hij het schrijven van bijzondere songs niet is verleerd. In tegenstelling tot de platen uit de American Trilogy klinkt de plaat wel wat gedateerd, maar onder de hordes nieuwe singer-songwriters die momenteel opduiken zijn er maar weinig die er in slagen om een plaat van dit niveau te maken. Het in 2000 uitgebrachte Stories From The Silver Moon Cafe is zoals gezegd een stuk beter. Het is een alle opzichte een klassieke en hartverscheurend mooie singer-songwriter plaat met als bonus Mickey Newbury’s voorliefde voor country en zijn afwijking om zijn muziek vol te proppen met achtergrondgeluiden. Stories From The Silver Moon Cafe gaf me direct bij eerste beluistering hetzelfde euforische gevoel dat zich meester van me maakte bij beluistering van de American Trilogy en sindsdien is de plaat alleen maar beter geworden. Het is 2003 uitgebrachte Blue To This Day is misschien net wat minder sterk, maar het is wel een indrukwekkendere plaat. Blue To This Day werd opgenomen door een ernstig zieke en al flink verzwakte Mickey Newbury. Toen de plaat uiteindelijk in de winkel lag was Newbury al overleden (op slechts 62 jarige leeftijd), maar op de plaat klinkt hij ondanks de lichamelijke beperkingen nog gedreven. Blue To This Day is een zware en donkere plaat, die flink wat impact heeft. Het is een plaat die je uiteindelijk wat triest achter laat, maar de muziek is wonderschoon. Met deze drie reissues staat het herontdekte oeuvre van Mickey Newbury nu op zes platen en een bonus-disc. Op naar de volgende worp, waarin met name A Long Road Home (2002) en The Sailor (1979) niet mogen ontbreken. Erwin Zijleman








donderdag 29 november 2012

Scott Walker - Bish Bosch

Ik ben zeker niet vies van zware kost, maar de platen die Scott Walker de afgelopen drie decennia heeft uitgebracht lagen wel erg zwaar op de maag. De man die ooit aan de basis stond van een hele serie wereldhits van The Walker Brothers (The Sun Ain't Gonna Shine Anymore is waarschijnlijk de bekendste) en vervolgens tussen 1967 en 1969 met Scott, Scott 2, Scott 3 en Scott 4 vier klassieke singer-songwriter platen afleverde (stuk voor stuk onmisbaar voor iedere liefhebber van het genre!), verdween halverwege de jaren 70 uit beeld, om pas tien jaar later weer op te duiken. De platen die hij sindsdien maakte (Climate Of Hunter uit 1984, Tilt uit 1995 en The Drift uit 2006) waren lastig te doorgronden en met name de laatste stelde het uithoudingsvermogen van de luisteraar zwaar op de proef. Vergeleken met The Drift is het deze week verschenen Bish Bosch weer net wat toegankelijker, al is toegankelijk in het geval van Scott Walker een zeer relatief begrip. Ook Bish Bosch is weer een lastig te doorgronden plaat, waarvan het, zeker in eerste instantie, lastig genieten is. Bish Bosch bevat maar liefst vijf kwartier muziek en biedt in die vijf kwartier negen tracks waarvan de kortste tweeënhalve minuut duurt en de langste bijna tweeëntwintig minuten. Dat je geen makkelijke cd in handen hebt blijkt al direct bij bestudering van de tracklist waarop titels als See You Don’t Bump His Head, Corps De Blah, SDSS1416+13B (Zercon, A Flagpole Sitter), Epizootics! en The Day The "Conducator" Died prijken. Ook in muzikaal opzicht legt Scott Walker de lat wederom hoog. Samurai zwaarden en een prehistorische hoorn springen het meest in het oog bij de bestudering van de gebruikte instrumenten, maar ook conventionele instrumenten worden door de muzikanten die Scott Walker m zich heen heeft verzameld op redelijk onconventionele wijze bespeeld. Ook aan de zang hoor je al lang niet meer dat Scott Walker aan het eind van de jaren 60 werd gerekend tot de betere crooners. De vocalen op Bish Bosch hebben iets dreigends en onheilspellends en gaan altijd een andere kant op dan je verwacht. Dat geldt overigens ook voor de songs op deze plaat. Het is vaak zoeken naar structuren en een min of meer gangbare songstructuur kom je eigenlijk niet tegen op Bish Bosch. Iedereen die op zoek is naar nog meer hoge drempels vindt deze in de nauwelijks te doorgronden en bijna zonder uitzondering aardedonkere teksten, waarin Scott Walker onder andere de laatste dag van de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu op Eerste Kerstdag in 1989 bezingt. Valt er desondanks nog wat te genieten op Bish Bosch? Ja. Scott Walker maakt muziek die de fantasie prikkelt en steeds weer nieuwe dingen laat horen. Het is muziek die veel vraagt van de luisteraar, maar uiteindelijk krijg je er ook veel voor terug. Met name in de Britse muziekpers is Bish Bosch inmiddels binnengehaald als een meesterwerk en als een van de beste platen van het jaar (bijna in de top 10 van de jaarlijst van Mojo). Dat vind ik nog wat teveel eer, al is het maar omdat een plaat als deze pas na hele lange tijd op de juiste waarde is te schatten. Ik durf Bish Bosch al wel een van de meest intrigerende en verbazingwekkende platen van het jaar te noemen. Is dat voldoende voor een plekje op deze BLOG? Ja, voor iemand met de staat van dienst van Scott Walker wel. Zijn vier een stuk makkelijker te verteren meesterwerken uit een heel ver verleden zijn overigens voor een prikkie te vinden in de winkel, die heb je wel verdiend na het ondergaan van Bish Bosch. Erwin Zijleman




woensdag 28 november 2012

Brasstronaut - Mean Sun

Bij de meeste cd’s die op mijn deurmat of in mijn digitale postvak terecht komen weet ik wel zo ongeveer wat voor vlees ik in de kuip heb. Mean Sun van de Canadese band Brasstronaut was voor de afwisseling eens een complete verrassing en ook nog eens een bijzonder aangename verrassing. In de bijgeleverde documentatie wordt de muziek van de band omschreven als een mix van jazz, orkestrale rock en elektronica. Dat is een omschrijving die misschien van toepassing is op het in 2010 verschenen debuut van de band, maar op het eerder dit jaar verschenen Mean Sun hoorde ik er in eerste instantie niet zoveel van terug. Op Mean Sun maakt de ooit als tweetal begonnen maar inmiddels flink uitgedijde band atmosferisch klinkende popmuziek die me in eerste instantie vooral aan Sigur Rós deed denken, maar uiteindelijk meerdere kanten op waait. Het geluid van Brasstronaut (geweldige naam overigens) wordt voor een belangrijk deel bepaald door de werkelijk prachtige instrumentatie. In deze instrumentatie worden strijkers en blazers gecombineerd met flink wat elektronica, wat een heel bijzonder resultaat oplevert. Brasstronaut maakt op Mean Sun vooral lome, stemmige en vaak breed uitwaaiende muziek die een rustgevend effect heeft en mooie beelden op het netvlies tovert. In de meest psychedelische momenten doet het wel wat denken aan de muziek van Pink Floyd in haar beste jaren, maar zeker wanneer de band wat meer instrumenten uit de kast haalt raakt de muziek van Brasstronaut net zo makkelijk aan die van The Arcade Fire als aan die van het helaas al weer bijna vergeten Belle & Sebastian, terwijl het gebruik van elektronica zo nu en dan ook wel wat doet denken aan het in brede kring bejubelde Beach House. Brasstronaut heeft op Mean Sun een voorkeur voor wat melancholiek aandoende muziek, waardoor de praat fraai kleurt bij het huidige weerbeeld. Mean Sun is een plaat die makkelijk betovert met mooie melodieën en buitengewoon stemmige klanken, maar het is ook zo’n plaat die bijna eindeloos nieuwe dingen laat horen in songs die stuk voor stuk prachtig worden opgebouwd. Zo hoorde ik na vele luisterbeurten opeens toch flink wat van de hier boven genoemde genres, maar kwamen ook flink wat invloeden uit de post-rock en ambient naar boven. Brasstronaut trekt op basis van de bovenstaande beschrijvingen waarschijnlijk vooral de aandacht van de muziekliefhebber van wie het allemaal best wat moeilijker mag, maar ook liefhebbers van mooie  en stemmige muziek waarbij het heerlijk wegdromen is, zijn bij Mean Sun van Brasstronaut aan het juiste adres. Mean Sun is een rijke en avontuurlijke plaat, die in eerste instantie opvalt door een mooi geluid en sfeervolle productie (van de van The New Pornographers bekende Colin Stewart), maar blijkt uiteindelijk een vat vol tegenstrijdigheden en vooral verrassingen. Eindconclusie: Mean Sun van Brasstronaut is veel te mooi om te laten liggen, zeker nu de avonden langer, donkerder en kouder worden. Erwin Zijleman



dinsdag 27 november 2012

Aline Frazão - Clave Bantu

Nu het buiten zo af en toe al flink koud is, begin ik te verlangen naar muziek die in staat is om de gevoelstemperatuur een aantal graden te laten stijgen. Aline Frazão maakt op haar debuut Clave Bantu muziek die over dit vermogen beschikt. Aline Frazão werd geboren in de Angolese hoofdstad Luanda, maar woont en werkt inmiddels al weer een aantal jaren in de Portugese hoofdstad Lissabon. Luanda en Lissabon staan beide bekend als muzikale smeltkroezen die ruimte bieden aan zeer uiteenlopende invloeden en  dat is te horen op het debuut van Aline Frazão. Direct bij eerste beluistering van Clave Bantu was ik aangenaam verrast door de over het algemeen zonnige en vaak zelfs wat broeierige klanken op het debuut van de Angolese muzikante, maar inmiddels raak ik ook steeds meer geboeid door de knappe en avontuurlijke wijze waarop Aline Frazão muziek uit meerdere windstreken met elkaar weet te verbinden. Op Clave Bantu hoor ik allereerst volop invloeden uit de Afrikaanse en Kaapverdische muziek. Deze invloeden zorgen samen met flink wat elementen uit de Braziliaanse bossanova voor de verwarmende zonnestralen op Clave Bantu. In een volgende laag domineren de invloeden uit de Portugese fado muziek. Deze invloeden zorgen voor de emotie en bezieling in de muziek  van Aline Frazão. Deze muziek krijgt tenslotte een toegankelijk tintje door invloeden uit de pop en wat extra avontuur door invloeden uit de jazz. Door de buitengewoon knappe wijze waarop Aline Frazão deze toch wel uiteenlopende invloeden weet te verwerken, is Clave Bantu uiteindelijk een intrigerende plaat die steeds weer nieuwe dingen laat horen. Ik krijg het door alle spanning en avontuur nog net wat warmer dan door alleen de zonnige klanken, waardoor Clave Bantu uiteindelijk meer effect sorteert dan ik bij eerste beluistering had verwacht. De afgelopen jaren zijn er vanuit Lissabon meer jonge muzikanten opgedoken die wisten te imponeren met een mix van uiteenlopende invloeden, maar ik vond ze geen van allen zo goed als Aline Frazão. Met de verassende mix van uiteenlopende invloeden zijn we er immers nog niet. Aline Frazão blinkt ook nog eens uit in het schrijven van buitengewoon aangename popliedjes met een twist en de jonge Angolese beschikt ook nog eens over een krachtig en veelkleurig stemgeluid dat net zo makkelijk aangenaam vermaakt of diep onder de huid kruipt. Ik kan er nog wat superlatieven tegenaan gooien, maar de boodschap zal duidelijk zijn. Aline Frazão heeft met Clave Bantu een plaat gemaakt die de winter buiten de deur houdt, maar is er bovendien in geslaagd om een plaat af te leveren die intrigeert en imponeert. Aline Frazão is een enorme aanwinst voor het World-genre, maar verdient ook de aandacht van iedere muziekliefhebber die open staat voor een zonnige, originele en vakkundig in elkaar gestoken verrassing. Erwin Zijleman

Aline Frazão is de komende twee weken te zien op de Nederlandse podia:

Vrijdag 30 nov: Podium Mozaiek, Amsterdam
Zaterdag 1 dec: Muziekgebouw Eindhoven, Eindhoven
Dinsdag 4 dec: Oosterpoort, Groningen
Donderdag 6 dec: Korzo, Den Haag
Vrijdag 7 dec: De Doelen, Rotterdam
Zaterdag 8 dec: Vredenburg, Utrecht





maandag 26 november 2012

The Blue Nile - Hats, Collector's Edition

Na A Walk Across The Rooftops, het sensationele debuut van The Blue Nile, was het ruim vijf jaar stil rond de band uit Glasgow. In de herfst van 1989 keerde The Blue Nile echter terug met haar tweede plaat, Hats. Voor de altijd moeilijke tweede plaat na een succesvol debuut gebruikte The Blue Nile in grote lijnen dezelfde ingrediënten en hetzelfde stramien als voor A Walk Across The Rooftops. Ook Hats bevat zeven lange tracks waarin de subtiele instrumentatie voornamelijk wordt opgebouwd met strijkers, blazers, piano en atmosferisch klinkende elektronica en waarin de emotievolle stem van Paul Buchanan sfeerbepalend is. Hats lijkt hierdoor in eerste instantie wel wat op A Walk Across The Rooftops, maar is uiteindelijk toch een totaal andere plaat. Hoewel ik A Walk Across The Rooftops heel hoog heb zitten, vind ik Hats nog een paar klassen beter. Het geluid op Hats is warmer dan dat op het debuut en is bovendien vloeiender. Waar The Blue Nile zich op haar debuut nog wel eens verloor in onnodige experimenteerdrift, bevat Hats zeven fantastische popsongs zonder ook maar een enkel schoonheidsfoutje. Dat betekent niet dat The Blue Nile op Hats opeens alledaagse popmuziek maakt. Ook de zeven songs op Hats laten zich nauwelijks vergelijken met het werk van andere bands en weten je tot op de dag van vandaag te verbazen met verrassende wendingen en bijzondere klanken. Hats is, misschien nog wel meer dan zijn voorganger, een plaat die de tand des tijd uitstekend heeft doorstaan. Veel platen uit de jaren 80 klinken inmiddels hopeloos ouderwets, maar The Blue Nile klinkt op een of andere manier nog net zo fris, betoverend en urgent als 23 jaar geleden. Ik had de eerste twee platen van The Blue Nile al een tijdje niet meer gehoord en was in eerste instantie vooral onder de indruk van A Walk Across The Rooftops, maar inmiddels heeft Hats het stokje overgenomen. Hats is een plaat met zeven songs van een nauwelijks te beschrijven schoonheid. Het zijn atmosferische en beeldende songs die opvallen door de prachtige instrumentatie, maar het is wederom de unieke stem van Paul Buchanan die voor het kippenvel zorgt. De Collector’s Edition van Hats bevat een bonus disc met een aantal outtakes, live-tracks en b-kantjes, waarvan er wederom een of twee niet hadden misstaan op de originele versie van de plaat. Iedereen die de donkere dagen wil voorzien van een warme en betoverende, maar ook avontuurlijke en intense soundtrack, vindt nog altijd geen mooiere plaat dan Hats van The Blue Nile. Hats is al 23 jaar een klassieker en geeft nog altijd iedere ook maar enigszins vergelijkbare plaat het nakijken. Dat is een zeldzame en bijzonder knappe prestatie. Na Hats zou The Blue Nile nog twee keer terugkeren. In 1996 verscheen Peace At Last, terwijl in 2004 High werd uitgebracht. Beide platen zijn niet zo goed als A Walk Across The Rooftops en Hats, maar het beluisteren nog altijd meer dan waard (het wachten is op de reissues). Of we nog op nieuw werk van de band kunnen rekenen is sinds de start van de solocarrière van Paul Buchanan uiterst onzeker, maar met de opnieuw uitgebrachte versies van A Walk Across The Rooftops en Hats kan ik nog heel lang vooruit. Iedereen die de platen nog niet heeft moet nu onmiddellijk zijn of haar slag slaan. Iedereen die ze al net zo lang koestert als ik, zal blij zijn met de uitstekende geluidskwaliteit en de bonus-tracks op deze bijzonder mooi uitgevoerde reissues. Erwin Zijleman



zondag 25 november 2012

The Blue Nile - A Walk Across The Rooftops, Collector's Edition

Eerder dit jaar besprak ik op deze BLOG de eerste soloplaat van de Schotse singer-songwriter Paul Buchanan (link, deze plaat is de afgelopen maanden eigenlijk alleen maar gegroeid en kan ik daarom nog altijd van harte aanbevelen) en noemde ik de twee meesterwerken die hij in een vorig leven maakte met zijn band The Blue Nile. Deze bijna vergeten meesterwerken uit de jaren 80 zijn deze week opnieuw uitgebracht en voorzien van een extra schijf met bonusmateriaal. Morgen sta ik stil bij de nieuwe versie van Hats, dat oorspronkelijk werd uitgebracht in 1989. Vandaag concentreer ik me op de heruitgave van het debuut van The Blue Nile, A Walk Across The Rooftops, dat oorspronkelijk stamt uit 1984. Het debuut van The Blue Nile was 28 jaar geleden een sensationele plaat en dat is het vandaag de dag nog steeds. Het is overigens een plaat die op wonderlijke wijze tot stand kwam. The Blue Nile was aan het begin van de jaren 80 een vrijwel onzichtbare band die in de marge opereerde. Om het hoofd boven water te houden maakte de band in opdracht van een Schotse producent van elektronica (het vooral van hoogwaardige draaitafels bekende Linn) een geluidstrack die kon worden gebruikt voor het demonstreren van de kwaliteit van de apparatuur van deze producent. Deze geluidstrack bevat een eerste versie van de titeltrack en openingstrack van A Walk Across The Rooftops. Ik kan me goed voorstellen dat de track van waarde is geweest bij het demonstreren van de apparatuur van Linn, maar de openingstrack van het debuut van The Blue Nile is toch vooral een track van een bijna onwerkelijke schoonheid en bovendien een track die het complete oeuvre van The Blue Nile typeert. Het is een track vol leegte en dynamiek, waarin stilte wordt afgewisseld met een diep basloopje, stevige slagen op de drums, voorzichtige blazers en elektronica en hier en daar stevig aanzwellende strijkers. Het mooiste moet dan nog komen, want dat is de emotievolle en soms bijna getergde stem van Paul Buchanan. Ik heb de openingstrack van A Walk Across The Rooftops inmiddels honderden keren gehoord, maar het kippenvel is nooit verdwenen. Wat voor de openingstrack geldt, geldt ook voor de zes andere tracks op de plaat. De meeste tracks op de plaat zijn aan de lange kant (5-6 minuten) en, zeker op het eerste gehoor, niet heel erg toegankelijk. Eigenlijk laat alleen single Tinseltown In The Rain zich beluisteren als een min of meer standaard popliedje, al heeft ook deze track uiteindelijk veel meer te bieden dan de gemiddelde popsong en behoort het voor mij tot de beste singles uit de jaren 80. In de overige tracks maakt The Blue Nile op A Walk Across The Rooftops unieke popmuziek van hoog niveau. Het is muziek die het experiment niet uit de weg gaat en het is bovendien muziek die met een minimalistische instrumentatie en een uiterst laag tempo een bijna ondraaglijke spanning weet te creëren. 28 jaar geleden maakte The Blue Nile muziek die zijn tijd heel ver vooruit was en dat vind ik eigenlijk nog steeds zo. Ondanks het feit dat de muziek van The Blue Nile raakvlakken heeft met andere muziek uit de jaren 70 en 80 (met name Japan, Peter Gabriel, Talk Talk en Brian Eno) doet geen enkele vergelijking de band recht. The Blue Nile heeft 28 jaar geleden haar eigen muzikale universum gecreëerd en dit universum heeft na al die jaren nog niets van zijn kracht verloren. De bonus disc bij deze Collector’s Edition onderstreept dit met een aantal nieuwe tracks, waaronder het prachtige St. Catherine’s Day, dat zich kan meten met de tracks die de eerste versie van de plaat wel haalden. Paul Buchanan maakte met Mid Air één van de mooiste platen van 2012. The Blue Nile maakte met A Walk Across The Rooftops één van de mooiste platen aller tijden. Dat het hier niet bij zou blijven lees je morgen, maar deze mag echt geen enkele muziekliefhebber missen. Erwin Zijleman



zaterdag 24 november 2012

Ben Bedford - What We Lost


Via uiteenlopende promotiekanalen ontvang ik met enige regelmaat Amerikaanse rootsmuziek die Nederland zonder deze kanalen waarschijnlijk niet zou hebben bereikt. Het afgelopen jaar heb ik op zaterdag met enige regelmaat aandacht besteed aan de parels binnen dit aanbod en dat doe ik ook vandaag. De parel van deze week komt van Ben Bedford en luistert naar de titel What We Lost. What We Lost is de derde plaat van de singer-songwriter uit Springfield, Massachusetts, en het is een hele mooie. Ben Bedford maakt op What We Lost ambachtelijk aandoende singer-songwriter muziek. Zijn voornamelijk ingetogen luisterliedjes laten geen hele spannende dingen horen en zijn vooral heel degelijk. Daar is niets mis mee, zeker niet wanneer de muziek zo mooi verzorgd is als op What We Lost. Ben Bedford verwerkt op zijn derde plaat vooral invloeden uit de folk, met hier en daar en snufje country, en doet dit zoals Amerikaanse singer-songwriters dit al een aantal decennia doen. What We Lost moet het daarom niet hebben van avontuur of vernieuwing, maar maakt indruk met songs van een hoog niveau. What We Lost bevat vooral uiterst sobere en akoestische songs. Een belangrijk deel van de instrumentatie wordt gevuld met akoestische gitaren, de resterende inkleuring (met hier en daar wat extra gitaren, drums, bas, orgel, cello en achtergrondvocalen), is vooral ingetogen en stemmig. Door de spaarzame instrumentatie ligt de nadruk op de stem van Ben Bedford en dat is geen gekke keuze. Bedford beschikt immers over een mooi warm stemgeluid, dat direct aangenaam aanvoelt, maar uiteindelijk geen seconde verveelt. Bij mooi ingetogen geïnstrumenteerde en gloedvol vertolkte singer-songwriter muziek horen uiteraard mooie verhalen en ook hiervoor ben je bij Ben Bedford aan het juiste adres. Bedford laat zich inspireren door de geschiedenis en de literatuur, maar haakt ook aan bij het leven van alle dag in de Verenigde Staten, waardoor de plaat ook in tekstueel opzicht flink wat te bieden heeft. Ik vond What We Lost van Ben Bedford in eerste instantie vooral heel aangenaam, maar dit is ook nog eens een plaat die beter wordt naarmate je hem vaker hoort. De zaterdag reserveer ik met enige regelmaat voor de wat obscuurdere parels uit de Amerikaanse rootsmuziek. What We Lost van Ben Bedford valt absoluut in deze categorie. Erwin Zijleman

What We Lost van Ben Bedford ligt niet in Nederland in de winkel, maar kan worden verkregen via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/benbedford4) of  de site van de muzikant (http://benbedford.com/music-2/).





vrijdag 23 november 2012

Tamaryn - Tender New Signs

Tamaryn is een duo dat bestaat uit zangeres Tamaryn en gitarist/producer Rex John Shelverton. Tamaryn (de zangeres) komt oorspronkelijk uit Nieuw Zeeland, maar kwam via New York uiteindelijk in San Francisco terecht. Tamaryn (het duo) maakte tot dusver drie platen, waarvan de eerste twee me volledig zijn ontgaan. Het onlangs verschenen Tender New Signs leek lange tijd ook tussen wal en schip te vallen, maar gelukkig kwam de plaat net op tijd in de cd speler terecht, waarna ik heel snel overtuigd was van de kwaliteiten van het duo. Tender New Signs is een plaat die perfect past in het hokje dreampop en dat is een hokje waaruit ik in de jaren 90 menige prachtplaat heb gehaald. Aan het recept is de afgelopen twee decennia niet zo heel veel veranderd. Centraal in de instrumentatie staan flinke gitaarwolken die de ene keer langzaam overdrijven, maar de volgende keer voor een stevige onweersbui kunnen zorgen. Het fraaie gitaarwerk wordt gecombineerd met heerlijk dromerige vocalen, die de luisteraar vrijwel onmiddellijk in een roes brengen. De ritmesectie stelt zich vooral gedienstig op, maar speelt uiteindelijk een belangrijke rol binnen het effect dat de muziek van Tamaryn op de luisteraar heeft. Tamaryn put op Tender New Signs niet alleen uit de archieven van de dreampop, maar is ook niet vies van invloeden uit de shoegaze, waardoor de plaat wat meer pit heeft dan de gemiddelde dreampop plaat. Tender New Signs heeft wat van My Bloody Valentine, maar zit dichter tegen een band als Mazzy Star aan en raakt bovendien aan Lush. Andere namen die genoemd moeten worden zijn Cocteau Twins, Slowdive en wat dichterbij in de tijd Asobi Seksu. Omdat de receptuur van muziek in dit genre de afgelopen decennia zoals gezegd nauwelijks is veranderd, dringt de vraag zich op of Tamaryn nog wel iets toevoegt aan alles wat er al is. Ik vind persoonlijk dat dit zeker het geval is. In vocaal opzicht klinkt Tamaryn een stuk aardser dan de meeste van haar soortgenoten en dat heeft wat mij betreft een positief effect op de muziek van de band, die wat dichter bij de luisteraar blijft dan die van de af en toe wel erg zweverige voorgangers. Ook in muzikaal opzicht weet Tamaryn wat mij betreft nog wat toe te voegen aan de stapels dreampop en shoegaze platen die ik al heb. Tender New Signs is gevarieerder dan de meeste andere platen in het genre en het gitaarwerk is over de gehele linie van een bijzonder hoog niveau. Natuurlijk neemt Tender New Signs van Tamaryn je in eerste instantie mee terug naar het verleden, maar al snel wordt je met een duizelingwekkende vaart terug geslingerd naar het heden. Nieuwsgierig geworden naar de andere twee platen van de band heb ik ook deze inmiddels beluisterd. Iedereen die onder de indruk is van Tender New Signs kan ik ook The Waves uit 2010 warm aanbevelen. Erwin Zijleman





donderdag 22 november 2012

Tracey Thorn - Tinsel And Lights

Ik hou helemaal niet van kerstplaten, maar wil er ieder jaar toch minstens één bespreken, waarbij een kerstplaat die zoveel mogelijk afwijkt van de standaard kerstplaten (de komende weken verschijnen er weer tientallen) uiteraard mijn voorkeur heeft. Deze plaat is dit jaar gemaakt door niemand minder dan Tracey Thorn; één van mijn favoriete zangeressen en nog altijd vooral bekend als het boegbeeld van Everything But The Girl. Na haar geweldige soloplaat Love And Its Opposite uit 2010 (nog altijd een enorme aanrader), komt de Britse zangeres nu met een tussendoortje op de proppen. Op de cover van Tinsel And Lights zien we kerstballen en andere kerstversiering, maar gelukkig is het geen typische kerstplaat geworden. Tinsel And Lights is vooral een winterplaat met mooie stemmige songs die het goed doen bij de open haard. Met een stem als die van Tracey Thorn is het vrijwel onmogelijk om een slechte plaat te maken en dat heeft de Britse zangeres dan ook niet gedaan. Sterker nog, Tinsel And Lights is een hele goede plaat geworden en in het land der kerstplaten zelfs een wereldplaat (op alle positieve recensies die inmiddels zijn verschenen valt helemaal niets af te dingen). Tinsel And Lights bevat stemmige songs die stuk voor stuk worden gedragen door warme klanken. De instrumentatie wordt over het algemeen behoorlijk sober gehouden, waardoor de stem van Tracey Thorn alle aandacht opeist. Dat is een wijs besluit, want wat beschikt Tracey Thorn nog altijd over een prachtig en uniek stemgeluid. Tinsel And Lights bevat gelukkig slechts een zeer beperkt aantal echte kerstsongs. Slechts in drie tracks komt het woord Christmas in de titel voor en slechts één van de songs is een echte kerstklassieker (Have Yourself A Merry Little Christmas). Aan een echte kerstklassieker is wat mij betreft geen eer te behalen, maar Tracey Thorn brengt het er zelfs hier heel aardig van af en zet een versie neer die beter is te pruimen dan vrijwel alle andere versies die ik ken (die van The Pretenders en She & Him mogen er ook zijn). Buiten de uitstapjes richting kerstmis is Tinsel And Lights zoals gezegd vooral een winterplaat. De meeste songs op de plaat, voornamelijk covers maar ook een oudje van Everything But The Girl, gaan over sneeuw en kou. Tinsel And Lights doet het hiermee uitstekend bij de open haard gedurende de komende maanden, maar een deel van de songs, waaronder de fraaie covers van tracks van The White Stripes en Randy Newman en de samenwerking met de bijna vergeten Green Gartside (Scritti Politti), doet het vast ook nog uitstekend wanneer de kerst van 2012 ver achter ons ligt. Helaas moeten we op een nieuwe soloplaat van Tracey Thorn nog even wachten (binnenkort verschijnt wel haar autobiografie), maar met Tinsel And Lights, dat veel meer is dan zomaar een kerstplaat, kunnen we nog wel even vooruit. Erwin Zijleman

  

woensdag 21 november 2012

TOY - TOY

Het debuut van de uit Londen afkomstige band TOY verscheen ruim twee maanden geleden en in die twee maanden heb ik de plaat geen blik waardig gekeurd. Om onduidelijke redenen ging ik er tot voor kort van uit dat TOY dertien in een dozijn rockmuziek maakt en dertien in een dozijn rockmuziek heb ik dit jaar wel genoeg gehoord. Groot was dan ook de verrassing toen het debuut van TOY voor het eerst uit de speakers kwam. Binnen een minuut was ik terug in de jaren 90 bij intens door mij gekoesterde platen van bands als Ride (Nowhere behoort tot mijn favoriete platen aller tijden), My Bloody Valentine (ook Loveless behoort tot mijn favorieten) en in iets mindere mate The Jesus And Mary Chain (Psychocandy kan er ook nog wel bij). TOY maakt op haar debuut geen dertien in een dozijn rockmuziek, maar een even enerverende als bedwelmende mix van shoegaze, post-punk, psychedelica, garagerock en een vleugje Krautrock. Het is muziek die een paar jaar geleden ook nog werd gemaakt door een band als The Horrors, maar die sloeg uiteindelijk andere wegen in. Het gat dat alle hierboven genoemde bands hebben achtergelaten wordt nu vakkundig opgevuld door TOY. Het titelloze debuut van de band is een donkere, duistere en bedwelmende plaat met muziek die zo lijkt weggelopen uit de jaren 80 en 90, maar vervolgens slim is voorzien van een eigentijds tintje. Het is muziek met diepe bassen, beukende drums, hier en daar breed uitwaaierende toetsenpartijen, licht depressieve zang en uiteraard hoog opgetrokken gitaarmuren. Geen muziek voor een feestje of de zondagochtend, maar wanneer je toe bent aan iets stevigers, blijkt de bedwelmende cocktail van TOY bijzonder effectief. Veel muziek op het debuut van TOY is eerder gemaakt, maar toch vind ik het debuut van de band uit Londen een bijzondere plaat. Vergeleken met de genoemde voorgangers is de muziek van TOY toegankelijker maar ook gevarieerder. In de donkerste momenten hoor ik vooral veel van Ride, maar wanneer de donkere wolken optrekken, lijkt de muziek van TOY ook wel wat op die van Doves, ook al een van mijn favoriete bands uit de jaren 90, of The Cure. TOY blijkt op haar debuut niet alleen uiterst bedreven in het maken van uiterst donkere en bezwerende muziek, maar produceert ook het ene na het andere memorabele popliedje, waarin de ene keer wordt gekozen voor het experiment en de volgende keer voor melodieën die na één keer voorgoed zijn verankerd. Na 11 fantastische rocksongs vol bezwering en betovering dient de 10 minuten durende afsluiter met een muur van geluid en een moordend tempo de genadeklap toe. Hierna heb je TOY voorgoed omarmd. Ik heb twee maanden zitten slapen, maar heb een van de memorabele debuten van 2012 nog net op tijd opgepikt. Erwin Zijleman
 




dinsdag 20 november 2012

Nancy Brick - Nancy Brick

Stiekem kijk ook ik naar The Voice Of Holland en iedere week verbaas ik me weer over de aanpak van zo ongeveer 95% van de deelnemers. Stuk voor stuk zingen ze van de eerste tot en met de laatste noot met zoveel mogelijk power en als het even kan staat de trukendoos constant helemaal open. De begeleidende band doet hier vrolijk aan mee en zet een muur van geluid neer, die eigenlijk alleen maar overschreeuwd kan worden. Voor nuance en gevoel is nauwelijks plaats, waardoor een avondje The Voice Of Holland uiteindelijk steevast een martelgang wordt (waarbij je soms bijna gaat verlangen naar de reclame). Wat voor The Voice Of Holland geldt, geldt helaas voor heel veel popmuziek van deze tijd. Het grote gebaar en goedkoop effectbejag regeren; voor pure emotie en subtiliteit is nauwelijks meer plaats. Dat het ook totaal anders kan laat Nancy Brick horen. Nancy Brick is een Nederlands duo dat inmiddels ruim twee jaar bestaat. Onlangs verscheen het in eigen beheer uitgegeven debuut van het duo en dat is als je het mij vraagt niet alleen een hele opvallende plaat, maar ook een hele mooie plaat. Nancy Brick durft op haar debuut voor de nuance te kiezen. Dat hoor je niet alleen in de instrumentatie van gitarist en pianist Ron Valeri, maar ook in de vocalen van zangeres Rieneke Batelaan. Met de typering uiterst sober doe je de instrumentatie op het debuut van Nancy Brick nog geen recht. De gitaarakkoorden en pianoaanslagen zijn ontdaan van alle overbodige opsmuk en bevatten geen noot teveel. Heel af en toe mogen een hoorn of wat extra achtergrondvocalen het geluid verder inkleuren, maar meestal blijven de open ruimtes gewoon wit. Dit levert niet alleen een prachtig stemmig en ingetogen geluid op, maar het is bovendien een geluid waarin iedere noot raak is. Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de bijzonder fraaie zang van Rieneke Batelaan. Vergeleken met alle power zangeressen van het moment zet de zangeres van Nancy Brick een heerlijk ontspannen en soms bijna dromerig geluid neer. Ook hier is iedere noot raak en bovendien heeft iedere noot gevoel en emotie. Direct bij de eerste track ben je diep onder de indruk van de muziek van Nancy Brick, maar overheerst nog wel even de angst dat tien van deze tracks de aandacht niet vast gaan houden. Door de subtiele maar o zo aansprekende wijze waarop Nancy Brick variatie aanbrengt in haar muziek, is het vasthouden van de aandacht echter geen enkel probleem. Het debuut van Nancy Brick sprankelt en betovert van de eerste tot de laatste noot en blijft dit ook na veelvuldig opnieuw beluisteren doen. Persoonlijk ben ik na een week of wat zeer gehecht geraakt aan deze unieke plaat. Het debuut van Nancy Brick is de perfecte metgezel tijdens een lange autorit, is de soundtrack voor menige late avond en vroege ochtend, maar komt ook tussen al deze momenten door steeds vaker en steeds beter tot zijn recht. Het muziekjaar 2012 wordt voor mij voor een belangrijk deel bepaald door stapels prachtplaten van eigen bodem. Het debuut van Nancy Brick mag tussen al deze wonderschone platen zeker niet ontbreken. Allereerst vanwege het getoonde lef, maar uiteindelijk vooral vanwege de enorme schoonheid en diepe betovering van de muziek van dit Nederlandse duo. Een enorme aanrader voor iedereen die weer eens toe is aan muziek met nuance en gevoel. Erwin Zijleman

Het debuut van Nancy Brick ligt nog niet in de winkel, maar kan voor een zacht prijsje worden besteld via een e-mail naar nancybrick@live.nl of via de Bandcamp pagina van de band (http://momentopname.bandcamp.com/album/nancy-brick). Doen! Het album beluisteren kan hieronder.



maandag 19 november 2012

Amy Winehouse - At The BBC

De laatste weken van het jaar neemt het aantal reguliere releases snel af en verschijnen de releases die het goed zullen doen onder de schoorsteen of onder de kerstboom. Hieronder uiteraard de nodige reissues en verzamelaars, die stuk voor stuk zo mooi verpakt zijn dat de verleiding maar heel moeilijk is te weerstaan, zeker voor verzamelaars als ik. Zo nu en dan kom je echter ook nog wel eens een fraai verpakt cadeautje tegen dat echt iets nieuws brengt. De box-set At The BBC van Amy Winehouse valt wat mij betreft in deze categorie. Haar uit slechts twee cd’s bestaande oeuvre werd vorig jaar al uitgebreid met het postuum uitgebrachte en over het algemeen bijzonder aardige Lioness: Hidden Treasures en wordt nu verder uitgebouwd met een vooral qua inhoud buitengewoon fraai boxje. At The BBC bestaat in de meest uitgebreide versie uit 3 DVD’s en een cd; er is ook een versie met een cd en een DVD, maar die kan ik eigenlijk niemand aanraden, al is het maar omdat de twee mooiste schijven ontbreken. In het boxje staan, zoals de titel al suggereert, de songs die Amy Winehouse uitvoerde voor de BBC centraal. Nu was ik persoonlijk ook wel weer eens toe aan goede live opnamen van Amy Winehouse. Wanneer ik denk aan Amy Winehouse op het podium denk ik helaas toch vooral aan de filmpjes op Youtube die haar laatste kunstjes op het podium laten zien en dat waren geen kunstjes om vrolijk van te worden. Deze slechte herinneringen worden nu op doeltreffende wijze uitgewist door At The BBC, waarop de wat mindere dagen van de Britse soulzangeres gelukkig ontbreken. Het boxje bevat zoals gezegd drie DVD’s. In de pers gaat veel aandacht uit naar het door Jools Holland samengestelde A Tribute To Amy Winehouse, met uiteraard opnamen uit zijn eigen show Later (let op het geweldige duet met Paul Weller), waarin Amy Winehouse meerdere malen mocht aantreden en naar de BBC Arena documentaire The Day She Came To Dingle, waarin naast live opnamen ook een lang interview is te zien. Persoonlijk vind ik de derde DVD echter het mooist of in ieder geval het meest indrukwekkend, al is ook het niveau op de twee andere schijven hoog. Op Live At Porchester Hall steekt Amy Winehouse in een vorm waarin ze helaas maar zelden stak en tilt ze niet alleen zichzelf, maar ook haar strak spelende band naar grote hoogten. De enige cd in het boxje is gevuld met wat ouder materiaal, waarin Amy Winehouse nog wat meer naar de jazz dan naar de Motown soul neigt (en er nog uitziet als de jonge vrouw die ze was, maar daar merk je op de cd natuurlijk weinig van). At The BBC is natuurlijk grotendeels bedoeld om de kas te spekken, maar het boxje is zo smaakvol samengesteld dat ik het ook wel wil zien als een fraai eerbetoon aan een veel te jong overleden zangeres, die de wereld nog vele jaren aan haar voeten had moeten hebben. Het is hoe dan ook een fraaie aanvulling op het nog altijd veel te kleine oeuvre van deze legendarische zangeres. Erwin Zijleman



zondag 18 november 2012

Lana Del Rey - Born To Die, The Paradise Edition

Ik blijf het onbegrijpelijk vinden hoe het debuut van Lana Del Rey eerst een jaar lang fanatiek werd gehyped door de internationale muziekpers, om vervolgens op de dag van de release collectief te worden uitgekotst door diezelfde muziekpers. Ik vind het niet alleen onbegrijpelijk, maar ook schandalig. Born To Die was immers zeker geen slechte plaat en verdiende in mijn ogen een veel beter lot. Iedereen die zich eerder dit jaar zand in de ogen heeft laten strooien door de critici, is achteraf bezien misschien niet eens zo slecht af, want Lana Del Rey’s zo bruut gekraakte debuut krijgt, vlak voor de feestdagen, een herkansing met de zogenaamde Paradise Edition. Deze Paradise Edition van Born To Die bestaat in de meest luxe uitvoering uit maar liefst vijf (!) schijven in een fraai doosje. De laatste van deze schijven, een vinyl picture disc van de nieuwe single van de Amerikaanse, is vooral een leuk hebbedingetje, maar verder bevat het doosje veel moois. Het album zelf ken ik inmiddels al flink wat maanden, maar ik moet eerlijk toegeven dat het even geleden was dat ik het debuut van Lana Del Rey voor het laatst in de cd-speler stopte. Bij de hernieuwde kennismaking blijkt Born To Die alleen maar gegroeid. Het debuut van Lana Del Rey werd eerder dit jaar te makkelijk weggezet als een briljante single (Video Games) en 13 slappe aftreksels van deze singles, maar is veel meer dan dat. Het siert Lana Del Rey juist dat ze het succes van Video Games niet heeft uitgemolken, maar de luisteraar trakteert op een buitengewoon afwisselende serie songs, die zowel in muzikaal als in vocaal opzicht opzien baarden en nog altijd baren. De tweede schijf bevat een achttal nieuwe songs en deze songs laten horen dat Lana Del Rey sinds Born To Die niet heeft stil gezeten. Lana’s nieuwe single, een vertolking van Blue Velvet, is al bekend van de H&M reclame en is zeker niet de sterkste track op de een half uur durende bonus-disc. Ride durf ik inmiddels al wel de mooiste Lana Del Rey song tot dusver te noemen en ook de meeste andere en voornamelijk zwoele tracks hadden niet weerstaan op Born To Die. De bonus-disc zou voor mij de belangrijkste reden zijn om de Paradise Edition aan te schaffen, maar er is nog meer. Voor de liefhebber van remixen bevat de derde schijf alternatieve versies van Video Games, Born To Die, Blue Jeans en National Anthem (allen tweemaal). Ik ben geen groot liefhebber van remixen, maar deze zijn knap gemaakt en het beluisteren meer dan waard. Omdat het oog ook wat wil bevat een laatste schijf de videoclips van de singles van Born To Die (voor de prachtige nieuwe clips ben je helaas nog steeds op Youtube aangewezen). The Paradise Edition is al met al een doosje met voor elk wat wils. Iedereen die zich eerder dit jaar heeft laten misleiden door de critici vindt een mooi en bijzonder debuut. Iedereen die het debuut wel op de juiste waarde heeft geschat krijgt een fraaie bonus. Liefhebbers van remixen of het mooie koppie van Lana Del Rey kunnen waarschijnlijk goed uit de voeten met de tweede bonus-disc of met de DVD. Als het puur om de muziek gaat biedt de gunstig geprijsde versie met het debuut en de eerste bonus-disc waarschijnlijke de meeste waar voor zijn geld, maar de complete box is het mooiste cadeautje. Ik ga mezelf er in ieder geval blij mee maken. Erwin Zijleman







of

zaterdag 17 november 2012

Johan Borger - Wild Geese Calling

Het is dit jaar eerder regel dan uitzondering; kwalitatief hoogstaande platen van eigen bodem. Ik zal me dan ook niet nog eens verbazen over het grote aantal platen van eigen bodem dat dit jaar deze BLOG heeft gehaald, al is het maar omdat ik van Johan Borger eigenlijk niet anders had verwacht. Borger debuteerde bijna twee jaar geleden met het bijzonder fraaie Sometimes; destijds een van de weinige releases van eigen bodem die een plekje op mijn BLOG wisten af te dwingen. Met het onlangs verschenen Wild Geese Calling laat Johan Borger horen dat hij sinds de release van het in kleine kring bejubelde Sometimes alleen maar is gegroeid. Het in de eigen woonkamer opgenomen en knap in elkaar geknutselde Sometimes was destijds een oase van rust. Johan Borger liet zich op zijn debuut voornamelijk beïnvloeden door Amerikaanse singer-songwriter muziek uit de jaren 60 en 70 en had een voorliefde voor ingetogen en soms bijna fluisterzachte songs. Het bleken stuk voor stuk songs die je heel snel dierbaar worden en die vervolgens ook dierbaar blijven. Voor Wild Geese Calling verruilde Johan Borger zijn woonkamer voor een oude boerderij. De plaat heeft hierdoor net wat meer een bandgeluid dan Sometimes, maar de verschillen tussen beide platen moeten zeker niet overdreven worden. Dat is wat mij betreft goed nieuws, want het unieke geluid van Sometimes was nog lang niet uitgewerkt. Wild Geese Calling laat zich uiteindelijk beluisteren als Sometimes deel 2, maar is zeker niet meer van hetzelfde. Johan Borger heeft zich de afgelopen twee jaar verder ontwikkeld als singer-songwriter en laat als zanger (meer kleur en emotie) en als songwriter (mooiere verhalen en meer memorabele songs) de nodige groei horen. Ook op Wild Geese Calling maakt Johan Borger tijdloze muziek met vooral invloeden uit de folk en de country en domineren de stemmige en vaak behoorlijk ingetogen songs. Deze zijn net wat mooier ingekleurd dan de songs op Sometimes en ook de variatie is net wat groter, waardoor Wild Geese Calling duidelijk aan kracht wint. Net als Sometimes doet ook Wild Geese Calling me met enige regelmaat denken aan het werk van de door mijn zeer gewaardeerde Amerikaanse singer-songwriter Ray LaMontagne, maar ook wanneer ik eventueel aanwezige chauvinistische gevoelens onderdruk, vind ik de platen van Johan Borger beter, al is het maar omdat ik zijn stem mooier en prettiger vind. Het is al knap om in een overvol genre als dit met een plaat op de proppen te komen die op de aandacht weet te trekken. Het is nog veel knapper om een plaat af te leveren die vervolgens ook nog eens diepe indruk weet te maken. Johan Borger doet dit nu voor de tweede keer in nog geen twee jaar tijd en overtreft ook nog eens het zo geprezen debuut. Sometimes werd uiteindelijk een van de mooiste singer-songwriter platen van 2011. Wild Geese Calling zal in 2012 menig lijstje aan gaan voeren. Als gerechtigheid bestaat tenminste. Erwin Zijleman



vrijdag 16 november 2012

Rachel Sermanni - Under Mountains

Rachel Sermanni is een Schotse singer-songwriter die stemmige muziek met vooral invloeden uit de Britse folk maakt. Nu zijn we de afgelopen jaren overspoeld met singer-songwriters die dit soort muziek maken, wat bij velen heeft geleid tot gezonde weerstand tegen of zelfs een allergie voor dit soort muziek. Deze weerstand of allergie moet direct overboord voor Rachel Sermanni, want haar debuut Under Mountains is van een bijna ongekende schoonheid. De schotse singer-songwriter heeft een voorliefde voor mooie ingetogen popliedjes en deze zijn dan ook goed vertegenwoordigd op Under Mountains. Het zijn sfeervolle folksongs die opvallen door stemmige pianoklanken en strijkers en vooral door hele mooie vocalen. Rachel Sermanni beschikt over een hele aangename en soms bijna engelachtige stem die door vrijwel iedereen gewaardeerd zal worden, maar het is ook een veelkleurige stem die haar songs hier en daar voorziet van de broodnodige spanning. Het waren de songs die voorzichtig buiten de lijntjes kleuren die in eerste instantie mijn aandacht trokken, maar inmiddels ben ik toch ook zeer gecharmeerd van de songs die op het eerste gehoor een wat voorzichtige indruk maken. Rachel Sermanni hoeft niet zo nodig op te vallen met spanningsbogen of uitstapjes buiten de gebaande paden, maar doet waar ze goed in is en dat is het maken van wonderschone en buitengewoon sfeervolle luisterliedjes. Waar de criticus zal hameren op een gebrek aan avontuur of onderscheidend vermogen, wordt de luisteraar genadeloos ingepakt door de mooie en verzorgde folksongs op Under Mountains. Het blijken in een aantal gevallen folksongs met een dubbele bodem, want bij herhaalde beluistering valt pas op hoe knap het allemaal in elkaar steekt en hoe Rachel Sermanni op subtiele wijze toch een eigen geluid neerzet. Waar de criticus Rachel Sermanni vervolgens het nodige persoonlijke leed toewenst om haar muziek te kunnen voorzien van een donkergrijs of diepzwart tintje, geniet de luisteraar van haar onbevangenheid en positieve kijk op het leven. De criticus geeft uiteindelijk maar net een voldoende voor het debuut van Rachel Sermanni, omdat op de kwaliteit van de plaat uiteindelijk niets valt af te dingen. De luisteraar komt met een veel hogere beoordeling op de proppen. Under Mountains onderscheidt zich misschien niet heel nadrukkelijk van wat gangbaar is in dit genre, maar laat zich wel vergelijken met de betere platen in het genre. Dat we van Rachel Sermanni nog heel veel gaan horen is zeker, maar op mij maakt ook dit bijzonder mooie debuut al heel veel indruk. Erwin Zijleman

Rachel Sermanni is aan het eind van de maand op een aantal Nederlandse podia te bewonderen. Zie het overzicht op: http://www.rachelsermanni.net/shows/



donderdag 15 november 2012

Led Zeppelin - Celebration Day

Met de dood van drummer John Bonham kwam in december 1980 een einde aan het bestaan van Led Zeppelin. De band die tussen 1969 en 1975 de rockmuziek definitief veranderde was sinds de opkomst van de punk in de tweede helft van de jaren 70 al zwaar van de leg, maar kwam de dood van haar drummer nooit meer te boven. Decennia lang werd er geschreeuwd om een reünie van led Zeppelin, maar meer dan een samenwerking tussen zanger Robert Plant en gitarist Jimmy Page leek er niet in te zitten. Tot de avond van 10 december 2007. Als eerbetoon aan hun overleden platenbaas Ahmet Ertegun stonden de drie nog in leven zijnde leden van Led Zeppelin, naast Robert Plant en Jimmy Page ook bassist John Paul Jones, op het podium van de O2 Arena in Londen en nam John Bonham’s zoon Jason plaats achter de drumkit. Naar verluid probeerden ongeveer 20 miljoen mensen een kaartje voor het concert te bemachtigen; nog altijd goed voor het Guinness Book Of Records. Uiteindelijk konden slechts zo’n 20.000 mensen het voor eenmaal herenigde Led Zeppelin aan het werk zien tijdens een volgens de overlevering memorabel concert. Hoe memorabel het concert daadwerkelijk was kunnen we 5 jaar na dato dan eindelijk met eigen ogen zien, want de al jaren geleden aangekondigde box-set Celebration Day ligt nu in de winkel. Celebration Day verschijnt in een aantal versies, maar omdat de prijsverschillen niet overdreven groot zijn, zou ik gaan voor de meest complete versie die bestaat uit 2 cd’s en 2 DVD’s. Op de eerste DVD zien we het complete concert. Het is allemaal smaakvol gefilmd en het geluid is prima. Ik heb meestal zelf niet het geduld om een concertfilm helemaal uit te zitten, maar het reünie concert van één van de grote bands uit de geschiedenis van de rockmuziek moet je minstens eenmaal gezien hebben. Ook de bonus DVD met  een documentaire over de voorbereiding en de repetities is zeker de moeite waard, al is het maar om eens te zien wat er komt kijken bij een concert van deze omvang. De hoofdmoot bestaat voor mij echter toch uit de twee cd’s met de audio opnamen van het concert. Natuurlijk is de tracklist niet helemaal onomstreden en natuurlijk hoor je hier en daar dat de heren inmiddels op leeftijd zijn, maar is dat erg? Persoonlijk vind ik van niet. De 2007 editie van Led Zeppelin klinkt in ieder geval een stuk geïnspireerder dan de band in de laatste jaren van haar bestaan (vergelijk het maar eens met het zouteloze Knebworth concert uit 1979 dat deels is te zien op DVD uit 2003). Wanneer je Celebration Day vergelijkt met Led Zeppelin in haar beste dagen klinkt het allemaal wat minder rauw en explosief, maar hier en daar is de wat subtielere invulling prachtig. Een band op leeftijd herken je over het algemeen het best aan de zanger. Het bereik van Robert Plant is inderdaad een stuk kleiner dan in zijn jongere jaren, maar persoonlijk vind ik Plant op Celebration Day geweldig zingen. Als ik moet kiezen tussen de live-plaat die Led Zeppelin in de jaren 70 uitbracht (The Song Remains The Same) en Celebration Day kies ik absoluut voor de laatste. Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van Celebration Day. In 2007 probeerden 20 miljoen mensen een kaartje voor Celebration Day te bemachtigen, maar viel slechts 0,1 procent in de prijzen. Vijf jaar later is Celebration Day gelukkig binnen ieders bereik. Erwin Zijleman


woensdag 14 november 2012

Taylor Swift - Red

Een week of twee geleden schreef ik een artikeltje over twee popprinsessen. Een aantal lezers van deze BLOG gaf aan hier geen chocola van te kunnen maken en sprak de hoop uit dat het bij een eenmalige exercitie zou blijven. Of dit inderdaad zo is hangt een beetje af van het hokje waarin Taylor Swift wordt gepropt. De jonge Amerikaanse uit Wyomissing, Pennsylvania, dook een jaar of zes geleden voor het eerst op (Taylor Swift was toen net 16 jaar oud) met een plaat waarop vooral het etiket "contemporary country" werd geplakt. De plaat werd in de Verenigde Staten in brede kring omarmd, maar in Nederland werd Taylor Swift toch vooral met argusogen bekeken. De afgelopen jaren brak de Amerikaanse ook in Nederland door, waarschijnlijk omdat ze steeds meer afstand nam van de Nashville country en koos voor een wat meer pop georiënteerd geluid. Op haar nieuwe cd Red is Taylor Swift nog verder opgeschoven richting pop en rock. Dat blijkt al uit de gastenlijst, waarop dit keer onder andere de namen van Ed Sheeran en Snow Patrol’s Gary Lightbody prijken, maar het blijkt nog meer uit de 16 (!) songs op de plaat. Hier en daar en met name in de ballads horen we nog wel wat van de country invloeden die de muziek van Taylor Swift ooit domineerden, maar het is toch voornamelijk pop wat de klok slaat. Red zal ongetwijfeld bij een breed publiek in de smaak vallen, want de songs op de plaat zijn stuk voor stuk aanstekelijk en ijzersterk. Ik durf Red zelf ook een opvallend sterke plaat te noemen. Taylor Swift was altijd al een overtuigende zangeres, maar heeft inmiddels de country snik achter zich gelaten en maakt indruk met een lekker krachtig geluid, waarmee ze zich schaart onder de betere zangeressen van het moment. Ook in muzikaal en productioneel opzicht is Red van een bijzonder hoog niveau, wat gezien de namen van de mensen die mee hebben gewerkt aan deze plaat geen verbazing zal wekken. Met goede vocalen, een verzorgde instrumentatie en een glanzende productie ben je er nog niet. Een plaat moet ook iets met je doen en Red doet iets met mij. Ondanks het feit dat pop domineert op deze plaat is het geen zielloos plastic dat je hoort op deze plaat, maar muziek met een warm kloppend hart. Taylor Swift is een geweldig zangeres, maar slaagt er ook in om de luisteraar in te pakken met kracht en emotie. Red is ook nog eens een bijzonder afwisselende plaat die niet bang is om buiten de gebaande paden te treden, waardoor de mooi verzorgde pop van Taylor Swift net zo makkelijk wordt voorzien van een vleugje country als van een snufje dubstep of een stevige rockinjectie. Taylor Swift is inmiddels 22 en heeft ook kennis gemaakt met de donkere kanten van het leven. Red klinkt hierdoor geloofwaardiger dan haar vorige platen en maakt vrijwel over de gehele linie een volwassen indruk. Er zullen niet veel Nederlandse critici zijn die durven beweren dat Taylor Swift een hele mooie plaat heeft gemaakt, maar ik durf het wel. Red van Taylor Swift is een buitengewoon knappe plaat met 16 popliedjes van wereldklasse. Vergeet de popprinsessen van een aantal weken geleden, maar omarm deze popkoningin. Je gaat er geen spijt van krijgen. Erwin Zijleman





dinsdag 13 november 2012

Chelsea Wolfe - Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs

De uit Los Angeles afkomstige Chelsea Wolfe maakt inmiddels een aantal jaren platen, waarvan met name het vorig jaar verschenen Apokalypsis de nodige aandacht wist te trekken. Ik vond en vind Apokalypsis een hele intrigerende en bij vlagen bijzonder mooie plaat, maar het is ook een plaat waar ik een beetje bang van wordt of die me op zijn minst een wat unheimisch gevoel geeft. Bovendien is het met enige regelmaat net wat teveel van alles en more is less. Nauwelijks een jaar na Apokalypsis komt Chelsea Wolfe op de proppen met een nieuwe plaat: Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs. Het is een vlag die de lading uitstekend dekt, want op de nieuwe plaat van Chelsea Wolfe horen we inderdaad alleen maar akoestische songs. Ondanks het feit dat de instrumentatie dit keer uiterst sober is, is ook Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs een plaat met een wat onheilspellende sfeer. Dat ligt deels aan de donkere strijkers, maar ook de zang van de Amerikaanse draagt weer flink bij aan het wat donkere gevoel dat Chelsea Wolfe met haar nieuwe plaat oproept. Dat betekent natuurlijk niet dat Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs geen mooie plaat is. Integendeel zelfs. Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs is een bijzonder mooie plaat die het talent van Chelsea Wolfe nog eens dik onderstreept. Less is more. De beklemmende songs op de plaat beschikken allemaal over het vermogen om onder de huid te kruipen en doen dit ook zeer nadrukkelijk. Op haar nieuwe plaat komt Chelsea Wolfe wat minder in de buurt van Portishead en Zola Jesus, maar kruipt ze in de richting van het intiemere werk van Soap & Skin en vooral PJ Harvey in haar soberste dagen. Het resultaat is bij eerste beluistering fraai, maar Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs wordt vervolgens alleen maar indrukwekkender en mooier. Chelsea Wolfe moest het op haar vorige plaat nog wel eens hebben van het grote gebaar, maar kiest nu voor de pure eenvoud. Het geeft Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs een enorme dosis dynamiek en zeggingskracht. De instrumentatie op de plaat is zoals gezegd sober, maar ook keer op keer verrassend en van een enorme schoonheid. De vocalen van Chelsea Wolfe sluiten hier goed op aan. Vergeleken met haar vorige plaat is de Amerikaanse veel beter gaan zingen, waardoor de impact van haar muziek alleen maar is gegroeid. Het siert Chelsea Wolfe dat ze na het uitstekend ontvangen Apokalypsis op de proppen durft te komen met een plaat als Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs, maar uiteindelijk weet ze deze plaat zelfs te overtreffen. Met Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs heeft Chelsea Wolf een unieke plaat voor de herfst en winter gemaakt en is ze ook nog eens volledig zichzelf gebleven. Het verdient niets dan lof. Erwin Zijleman





maandag 12 november 2012

The Bony King Of Nowhere - The Bony King Of Nowhere

The Bony King Of Nowhere is het alter ego van de uit Gent afkomstige muzikant Bram Vanparys. De twee platen die The Bony King Of Nowhere tot dusver uitbracht zijn me op een of andere manier ontgaan, maar nadat ik de nieuwe plaat van de Vlaamse muzikant had beluisterd ben ik onmiddellijk op zoek gegaan naar deze platen. Voor het niet bespreken van het begin vorig jaar verschenen Eleonore ga ik alsnog diep door het stof (het debuut van de man is als je het mij vraagt niet meer dan aardig). Eleonore is immers een kwalitatief bijzonder hoogstaande singer-songwriter plaat, die bijna de complete concurrentie het nakijken geeft. Alles wat ik hieronder zeg over de onlangs verschenen titelloze plaat van The Bony King Of Nowhere geldt daarom ook voor Eleonore, waardoor je voor de afwisseling eens twee prachtplaten in één keer krijgt geserveerd. Ook de nieuwe plaat van de muzikant uit Gent is immers een plaat van een niveau dat slechts een klein groepje singer-songwriters weet te halen. Vergeleken met Eleonore laat de nieuwe plaat van Bram Vanparys een nog soberder geluid horen. Waar Eleonore me met enige regelmaat flink aan Radiohead doet denken, komt de naam van Thom Yorke bij beluistering van de nieuwe plaat van The Bony King Of Nowhere slechts een enkele keer boven drijven. In een of twee songs moest ik ook nog wel heel even denken aan Jeff Buckley, maar verder verwijst de derde cd van The Bony King Of Nowhere toch vooral naar oude meesters als Leonard Cohen, Bob Dylan en vooral Nick Drake. Op zijn derde plaat heeft Bram Vanparys zijn muziek teruggebracht tot de essentie. De plaat werd opgenomen op een regenachtige avond plus nacht in een boerderij in de Ardennen en klinkt zo melancholiek, desolaat en beklemmend als je bij een dergelijke omgeving verwacht. De derde plaat van The Bony King Of Nowhere staat vol met ambachtelijke luisterliedjes, maar het zijn geen luisterliedjes waarvan er dertien in een dozijn gaan. De songs van de singer-songwriter uit Gent moeten het vrijwel zonder uitzondering doen met slechts akoestische gitaar en zang. Het is zeker niet eenvoudig om met zulke eenvoudige wapens indruk te maken, maar Bram Vanparys doet het. Stuk voor stuk krijgen de sobere en vaak wat donkere songs op de plaat je te pakken en uiteindelijk heb je een negental memorabele singer-songwriter songs in handen. Nadeel van platen als de derde van The Bony King Of Nowhere is dat het lastig is om op te schrijven wat nu precies bijzonder is aan de eenvoudige muziek op de plaat. Hierbij ontsnap je bijna niet aan clichés  als bovengemiddeld goede zang, songs die blijven hangen en flink wat emotie en bezieling, maar dat is wel waar het om draait op deze plaat. Mijn advies voor liefhebbers van singer-songwriters: luister naar de nieuwe plaat van The Bony King Of Nowhere en oordeel zelf. Is het je allemaal wat te sober? Geef The Bony King Of Nowhere dan nog een tweede kans en luister naar het wat mij betreft nog net iets mooiere Eleonore uit 2011. Erwin Zijleman