dinsdag 30 april 2013

Paula Cole - Raven

Bij Paula Cole denk ik aan twee dingen. Ik denk aan haar single Where Have All The Cowboys Gone?, die halverwege de jaren 90 de start had moeten zijn van een hele mooie en glanzende carrière en ik denk aan haar cd Amen uit 1999, die ik in het betreffende jaar kocht bij Tower Records in San Francisco en al snel uit wist te groeien tot de soundtrack van een mooie reis door het Zuiden van de Verenigde Staten. Paula Cole maakte sinds Amen nog twee platen, waarvan ik er een (Ithaca uit 2010) volledig heb gemist en de andere (Courage uit 2007) toch niet het magische gevoel van weleer wist op te roepen. Onlangs verscheen Raven, al weer de zesde cd van Paula Cole. Het is een plaat die, net als al zijn  voorgangers, direct weet op te vallen door de krachtige en uit duizenden herkenbare stem van Paula Cole, maar het is ook een plaat die, net als Amen uit 1999, weet op te vallen door memorabele popliedjes. Raven werd gefinancierd door de fans van Paula Cole en deze fans hoeven zich zeker niet bekocht te voelen. Raven sluit voor een belangrijk deel aan op de platen die Paula Cole meer dan tien jaar geleden maakte en dat is een verstandige keuze. Juist in warmbloedige en authentieke aandoende singer-songwriter muziek weet Paula Cole zich immers te onderscheiden van de meeste van haar concurrenten. Dat doet ze voor een belangrijk deel met haar fantastische stem, maar ook de kwaliteit van de songs en de veelzijdigheid van de instrumentatie dragen nadrukkelijk bij aan de schoonheid van Raven. Ondanks het feit dat Paula Cole zuinig aan moest doen tijdens de opnames van Raven, is het een vol en bij vlagen zelfs groots klinkende plaat. De keuze voor een behoorlijk vol en rijk geluid is een verstandige keuze geweest, want de stem van Paula Cole komt hierin veel beter tot zijn recht dan in een sobere setting. Het is raar, maar wanneer Raven uit de speakers komt waan ik me direct weer op de Amerikaanse highways en trekken indrukwekkende landschappen aan me voorbij. Op hetzelfde moment is Raven ook een plaat vol emotie, die het uitstekend doet wanneer de zon onder is, maar de dag nog niet voorbij is. Ik was in 1999 bij de eerste beluistering van Amen direct verkocht en ook Raven had me, in tegenstelling tot zijn voorgangers, onmiddellijk te pakken. In de VS is de muziek van Paula Cole altijd al op de juiste waarde geschat (ze won een Grammy en haalde meerdere Grammy nominaties binnen), maar in Europa moeten we tot dusver niet zoveel hebben van de muziek van de singer-songwriter uit Rockport, Massachusetts. Wat mij betreft moet dat maar eens gaan veranderen met het uitstekende Raven. Met Raven heeft Paula Cole immers een van haar betere platen gemaakt en dat zegt wat. Heel wat zelfs. Erwin Zijleman



maandag 29 april 2013

Seasick Steve - Hubcap Music

Seasick Steve was de 60 al lang gepasseerd toen hij in 2006 debuteerde met Dog House Music. De Amerikaan trok niet alleen onmiddellijk de aandacht met zijn zelf gebouwde gitaren, die het over het algemeen met heel wat minder snaren dan gebruikelijk moeten doen, maar overtuigde ook met rauwe en doorleefde bluesmuziek van niveau. Op de platen die Seasick Steve sinds Dog House Music heeft uitgebracht veranderde niet zo gek veel, want zoals Seasick Steve het zelf al zei met de titel van zijn vorige plaat "You Can't Teach An Old Dog New Tricks". Ook op zijn nieuwe plaat Hubcap Music laat Seasick Steve nauwelijks nieuwe kunstjes horen. Ook voor Hubcap Music zijn weer een aantal wonderlijke gitaren uit de kast getrokken en net als op zijn vorige platen beperkt Seasick Steve zich voornamelijk tot rauwe blues. Grootheden als Jack White, John Paul Jones en Luther Dickinson spelen dit keer een riedeltje mee, maar echt veel invloed op het geluid van Seasick Steve heeft het niet. De Amerikaan kan tegenwoordig aansprak maken op goede studio’s en dure producers, maar ook op Hubcap Music doet hij alles bij voorkeur zelf, tot en met het handgeschreven persbericht (prachtig). Ondanks het feit dat Hubcap Music niet heel veel toevoegt aan de vorige platen van Seasick Steve, is het weer een geweldige plaat. Het gitaarwerk is door de met name uit oude rommel samengestelde gitaren volkomen uniek en ook de wijze waarop Seasick Steve zijn songs vertolkt kent zijn gelijke niet. De grootste kracht van de muziek van Seasick Steve schuilt ook dit keer in de eenvoud en emotie. Hubcap Music staat vol met muziek zonder poespas. Dure opnameapparatuur en computers bleven ook dit keer ongebruikt, wat Hubcap Music een geheel eigen geluid geeft. De gitaren die Seasick Steve op deze plaat gebruikt bestaan naar verluid vooral uit oude wieldoppen, maar het klinkt uiteindelijk fantastisch. Hetzelfde geldt voor de vocalen die in technisch opzicht waarschijnlijk beperkt zijn, maar wel recht uit het hart komen. Is er dan helemaal niets nieuws onder de zon. Ja, toch wel. Na vijf tracks die ook op de vorige platen van de Amerikaan hadden kunnen staan, komt Seasick Steve op de proppen met een countrytrack met pedal steel bijdragen en prachtige achtergrondvocalen. Het zijn elementen die nog eens terug komen in de slottrack, maar verder is Hubcap Music gemaakt volgens een vertrouwd recept. De meeste muzikanten zouden daar niet mee weg komen, maar bij Seasick Steve wil je het eigenlijk niet anders. Nu niet en de komende platen waarschijnlijk ook niet. Erwin Zijleman



zondag 28 april 2013

Beth Sorrentino - Would You Like To Go: A Curt Boettcher Songbook

Na het beluisteren van de werkelijk wonderschone popliedjes op Would You Like To Go: A Curt Boettcher Songbook van Beth Sorrentino, vroeg ik me in eerste instantie toch vooral af wie Curt Boettcher is. Een zoektocht op Internet levert een even mooi als triest verhaal op. Curt Boettcher is een Amerikaanse muzikant die aan het begin van de jaren 60 opduikt met zijn band The GoldeBriars. Het is een band die nooit zal doorbreken naar een groot publiek, maar wel invloed zal hebben op de ontwikkeling van grote bands als The Byrds en The Beach Boys. Ook met zijn volgende band, The Millennium,  weet Boettcher ondanks een geweldige plaat (Begin uit 1968 is een ware klassieker en een plaat die eigenlijk in geen enkele platenkast mag ontbreken) geen potten te breken. Boettcher is inmiddels aan de slag gegaan als producer voor The Association en Sagittarius, maar probeert het aan het begin van de jaren 70 nog een keer met een uitstekende, maar nauwelijks opgemerkte soloplaat (There’s An Innocent Face uit 1974). Tot zijn overlijden in 1987 (Boettcher wordt slechts 43) blijft hij actief als producer, met de tweede soloplaat van Beach Boy Mike Love als belangrijkste wapenfeit. Sindsdien is de naam Curt Boettcher niet al te vaak meer voorbij gekomen, maar daar brengt Beth Sorrentino nu verandering in. De naam Beth Sorrentino zal waarschijnlijk ook geen belletje doen rinkelen, al zal een enkeling haar kennen van de cultband Suddenly, Tammy! die met name in de jaren 90 aan de weg timmerde. Op Would You Like To Go manifesteert Beth Sorrentino zich als een klassieke singer-songwriter. Would You Like To Go doet in meerdere opzichten denken aan de grote singer-songwriter platen uit de vroege jaren 70 en doet het op zondagochtend net zo goed als de klassiekers van Carly Simon, Carole King en Laura Nyro. Belangrijkste kracht van Beth Sorrentino is haar expressieve stemgeluid. Het is een geluid dat me aan van alles en nog wat doet denken, maar op een of andere manier kom ik maar niet op de juiste namen. Dat geeft ook niet, want de stem van Beth Sorrentino is bijzonder en eigenzinnig genoeg om het zonder vergelijkingsmateriaal te redden. Would You Like To Go is wat mij betreft op zijn mooist wanneer Beth Sorrentino kiest voor een instrumentatie die vrijwel uitsluitend uit piano bestaat. In een sobere setting komt haar stem het best tot zijn recht en hoor je bovendien het best hoe getalenteerd Curt Boettcher was. Het zijn de songs van Curt Boettcher die van Would You Like To Go een bovengemiddeld goede plaat maken, maar ook de bijdragen van Beth Sorrentino (die qua stem vooral lijkt op Kirsty MacColl, het komt opeens naar boven) mogen er zijn en dragen uiteindelijk bij aan het prima eindresultaat. Would You Like To Go is een prachtig eerbetoon aan Curt Boettcher en hopelijk de start van een bloeiende carrière van Beth Sorrentino. Erwin Zijleman



zaterdag 27 april 2013

Poco - All Fired Up

De zaterdag reserveer ik op deze BLOG over het algemeen voor rootsmuzikanten van wie ik nog niets in de kast heb staan. Meestal gaat het om beginnende muzikanten of om muzikanten die slechts in kleine kring bekend zijn. Poco voldoet aan geen van deze twee voorwaarden, maar op één of andere manier ontbreekt de band volledig in mijn platenkast. Poco ontstond aan het eind van de jaren 60 uit de puinhopen van het uit elkaar geklapte Buffalo Springfield en bestaat tot op de dag van vandaag (al zijn er wel heel wat jaren geweest waarin de band niet actief was). De band maakte stapels platen, waaronder de nodige countryrock klassiekers, en bood in haar lange historie een plek aan legendarische muzikanten als Richie Furay, Randy Meisner, Timothy B. Schmit, Rusty Young, Al Garth en Jim Messina. Van al deze muzikanten is alleen lid van het eerste uur Rusty Young nog over. Samen met wat andere ouwe rotten heeft Rusty Young Poco weer nieuw leven in geblazen, wat heeft geresulteerd in All Fired Up. All Fired Up is de eerste Poco studioplaat in een jaar of 11 (in de tussentijd verschenen een aantal live platen) en het is een geïnspireerd klinkende plaat geworden, die op één of andere manier maar niet uit mijn cd speler is te krijgen. Poco behoort tot de countryrock pioniers en is dit genre nog altijd trouw, al biedt All Fired Up ook plaats aan andere genres. Iedereen die op zoek is naar vernieuwing zal op All Fired Up niet veel van zijn of haar gading vinden, maar liefhebbers van geïnspireerd klinkende countryrock met uitstapjes naar aangrenzende genres zullen aangenaam verrast zijn door het niveau van All Fired Up. Poco stond ooit aan de basis van de countryrock met harmonieën en heeft beide nog steeds hoog in het vaandel staan. Het levert muziek op die raakt aan de muziek van The Eagles en Crosby, Stills & Nash, maar Poco heeft in Rusty Young ook een eigenzinnige voorman, die zo af en toe van zich af bijt en buiten de gebaande paden treedt, bijvoorbeeld in de track waarin hij nog maar eens beweert dat hij niet de broer is van Neil Young, maar de veel bekendere Young vervolgens wel naar de kroon steekt. Het levert fraaie uitstapjes op waarin de ene keer net wat steviger wordt gerockt en de volgende keer flink gas wordt teruggenomen. Poco vindt op All Fired Up haar eigen muziek nog eens opnieuw uit, maar verrast ook met prachtige saxofoonbijdragen van Bobby Keys en heerlijk doorleefde vocalen van Rusty Young. De meeste bands die stammen uit de late jaren 60 bestaan al lang niet meer of klinken inmiddels behoorlijk uitgeblust, maar Poco klinkt op All Fired Up verrassend fris en energiek. All Fired Up is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met de muziek van deze legendarische band, maar gezien het plezier dat ik beleef aan de meest recente Poco plaat, ga ik er van uit dat All Fired Up binnenkort gezelschap krijgt van meerdere Poco klassiekers uit het verre verleden. Tips zijn uiteraard welkom. Volgende week weer een wat minder bekende rootsartiest, deze week een diepe buiging voor Rusty Young en zijn muzikale medestanders. Erwin Zijleman



vrijdag 26 april 2013

Patrick Lehman - Electric Soul Kitchen Vol. 2

Er was een tijd dat een blanke soulzanger een curiositeit was, maar op het moment lijkt het eerder regel dan uitzondering. Een van de betere blanke soulzangers van het moment is als je het mij vraagt de Canadees Patrick Lehman. Lehman verraste twee jaar geleden al met de EP Electric Soul Kitchen Vol. 1 en komt nu (in Nederland, want in Canada is de plaat al een tijdje uit) op de proppen met Vol. 2, dat in tegenstelling tot zijn voorganger wel een volledige cd is. Voor ik verder in ga op het volwaardige debuut van Patrick Lehman wil ik eigenlijk het predicaat "blanke soulzanger" voorgoed afschaffen. Patrick Lehman laat op Electric Soul Kitchen Vol. 2 immers horen dat soulmuziek niets met huidskleur te maken heeft. Soul komt uit het hart, niets meer en niets minder. De muziek die uit het hart van Patrick Lehman komt is prachtig. Electric Soul Kitchen Vol. 2 grijpt terug op de soulmuziek uit de jaren 70, maar klinkt ook opvallend modern. In eerste instantie had ik een duidelijke voorkeur voor de songs die teruggrijpen op de grote soulzangers uit de jaren 70, maar via een aantal songs die aanknopingspunten zoeken in andere genres en teruggrijpen op de muziek van blue-eyed soulzangers als Boz Scaggs en Robert Palmer, werd ik uiteindelijk toch ook gegrepen door de songs die hun inspiratie zoeken bij modernere vormen van soulmuziek. Patrick Lehman weet op knappe wijze een brug te slaan tussen vintage soul en moderne zwarte muziek en verwijst niet alleen het etiket "blanke soulzanger" naar de prullenbak, maar maakt ook het predicaat "Neo-soul" overbodig. Net als bijvoorbeeld Jamie Lidell beschikt Patrick Lehman over een warm, krachtig, aangenaam en vooral soulvol stemgeluid dat in meerdere uithoeken van het soulgenre uit de voeten kan. Electric Soul Kitchen Vol. 2 bestrijkt een breed palet, maar is wat mij betreft op zijn best wanneer Patrick Lehman vintage soul en jazz vermengt in songs waarin de piano het instrumentarium domineert. Ook de andere songs op de plaat zijn een stuk beter dan die van de concurrentie, zelfs wanneer Lehman zich nog waagt aan een uitstapje richting rock. De naam Lehman is waarschijnlijk voorgoed verbonden aan de economische crisis die ons inmiddels al bijna vijf jaar parten speelt, maar de Lehman achter Electric Soul Kitchen Vol. 2 laat eindelijk de zon weer eens schijnen. Wat een geweldige plaat van deze veelzijdige soulzanger. Een grote toekomst lijkt een kwestie van tijd. Erwin Zijleman



donderdag 25 april 2013

Buffoon - Chromoscope

De eerste keer dat ik deze plaat hoorde kon ik er helemaal niets mee. Chromoscope van de Belgische band Buffoon bestaat uit twee tracks van rond de twintig minuten, maar het hadden net zo goed 80 tracks van een halve minuut kunnen zijn, of 160 tracks van 15 seconden. In de 40 minuten die Chromoscope duurt staat psychedelica centraal, maar het is ook direct het enige houvast dat de plaat biedt. De muziek van Buffoon gaat op Chromoscope van de hak op de tak en weer terug. Het ene moment worden je oren getrakteerd op heerlijke lome psychedelische klanken, maar het volgende moment krijg je vervormde elektronica, aardedonkere drones of stiekem bijna toegankelijke popmuziek voor de kiezen. Het volgt elkaar in zo’n hoog tempo op dat je in eerste instantie moet happen naar adem en zelfs wanneer je een beetje gewend bent geraakt aan de muziek van Buffoon duurt het nog een hele tijd voor je deze plaat kunt waarderen. Chromoscope is bij mij inmiddels flink wat keren voorbij gekomen en het is nog altijd geen plaat die ik op de vroege ochtend op zal zetten, maar inmiddels valt er toch heel veel op zijn plaats. Chromoscope neemt flink afstand van het concept van de popsong en serveert vooral flarden muziek, maar op een of andere manier vallen de puzzelstukjes na enige gewenning in elkaar en ga je de twee lange tracks steeds meer als een eenheid beluisteren. Het is een eenheid waarin teveel gebeurt om op te noemen, maar zeker na enige gewenning is bijna alles mooi. Psychedelica vormt zoals gezegd de basis van de muziek van Buffoon, maar 60s psychedelica is voor de band rond Peter Vleugels (ook bekend als Pi) slechts een startpunt. Als je goed naar Chromoscope luistert hoor je dat een aantal decennia popmuziek voorbij komen, variërend van stokoude folk en psychedelica tot hypermoderne elektronica, eigenzinnige indierock en zelfs flirts met funk en hiphop. De muzikale collage die Chromoscope vormt biedt in eerste instantie heel veel losse onderdelen die niets met elkaar te maken lijken te hebben, maar iedere keer als ik de plaat op zet worden de grenzen weer wat vager en ontdek ik steeds meer geheimen in de muziek van Buffoon. Een toegankelijke plaat gaat dit natuurlijk nooit worden, maar iedereen die ook maar een beetje energie in deze plaat steekt hoort al snel veel meer dan een opeenstapeling van (goede) ideeën. Buffoon heeft met Chromoscope een plaat gemaakt die heel veel respect afdwingt. Het is bovendien een plaat die de fantasie bijna eindeloos zal prikkelen en wat is er mooier dan dat? Erwin Zijleman



woensdag 24 april 2013

Phoenix - Bankrupt!

Het is heel lang stil geweest rond Phoenix. Het in 2009 verschenen Wolfgang Amadeus Phoenix was tot voor kort het laatste wapenfeit van de Parijzenaars, maar met het vorige week verschenen Bankrupt! is Phoenix gelukkig weer helemaal terug. De Franse band liet op haar afgelopen platen steeds flinke sprongen horen, maar ondanks de jarenlange afwezigheid ligt Bankrupt! betrekkelijk dicht bij voorganger Wolfgang Amadeus Phoenix. Ook op Bankrupt! maakt Phoenix weer heerlijk toegankelijke popmuziek met voornamelijk invloeden uit de 70s en 80s. Net als op Wolfgang Amadeus Phoenix domineren op Bankrupt! invloeden uit de 80s synthpop en new wave. Er is tot dusver nog geen plaat van Phoenix verschenen die me zo vaak aan New Order deed denken als Bankrupt!, maar in tegenstelling tot New Order maakt Phoenix pure popmuziek met twee hoofdletters P. Het is popmuziek waarin over ieder detail lijkt nagedacht, want alles klinkt even perfect. Met name in de songs waarin de synths domineren sluit Phoenix aan bij het al eerder genoemde New Order en landgenoten als Daft Punk, Tahiti 80, Cassius en Air, maar Phoenix is ook niet vies van de radiovriendelijke popmuziek die met name in de jaren 70 werd gemaakt (en toen werd voorzien van het weinig aantrekkelijke label soft-pop). Net als de vorige platen van Phoenix kun je Bankrupt! op twee manieren beluisteren. Aan de ene kant is de muziek van de Franse band een zonnige traktatie die het ene oor in gaat en het andere oor uit gaat en in de tussentijd heerlijk vermaakt, maar aan de andere kant maakt Phoenix ook muziek die zich laat ontleden in heel veel onderdelen die samen een perfect geheel vormen. Ik kan tot dusver nauwelijks kiezen tussen beide manieren van beluisteren en ook bij Bankrupt! lukt het me weer niet. Soms laat ik de plaat zijn werk doen op de achtergrond en geniet ik van de prachtige klanken en de toegankelijke melodieën, maar minstens net zo vaak wil ik me verbazen over alle details en over de prachtige wijze waarop Phoenix alle elementen in haar muziek aan elkaar knoopt en onder weet te brengen in een nagenoeg perfecte productie. In beide gevallen valt er veel te genieten, al is het maar omdat Phoenix dit keer perfecte popliedjes combineert met behoorlijk wat ruimte voor experiment. De criticus beweert momenteel al volop dat Phoenix zich sinds het binnenhalen van het grote succes niet echt meer heeft ontwikkeld, maar deze criticus heeft het wat mij betreft niet bij het juiste eind. Zeker wanneer je Bankrupt! met flink wat aandacht beluistert valt er verschrikkelijk veel te genieten van deze plaat en blijkt het muzikale bankroet van Phoenix nog niet aan de orde. Erwin Zijleman



dinsdag 23 april 2013

David Bowie - Aladdin Sane, 40th Anniversary Edition

Een paar weken na het verschijnen van het verrassend sterke The Next Day ligt er al weer een volgende release van David Bowie in de winkel. Dit keer betreft het geen nieuw materiaal, maar een verjaardagsfeestje ter ere van de veertigste verjaardag van Aladdin Sane; één van de betere platen in het rijke oeuvre van het Britse icoon. Aladdin Sane verscheen in 1973 en was de opvolger van het nauwelijks te overtreffen  The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars. Na Aladdin Sane zou Bowie een aantal zwakkere platen maken, maar met Aladdin Sane was helemaal niets mis. Aladdin Sane is uiteindelijk vooral bekend van uptempo en door glamrock geïnspireerde songs als het van de Stones bekende Let’s Spend The Night Together en The Jean Genie, maar de plaat bevat ook flink wat meer ingetogen en bij vlagen behoorlijk experimentele songs, waaronder de Bowie klassieker Time. Net als bij de reissue van The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars valt bij beluistering van Aladdin Sane op dat er met de houdbaarheid van de plaat niet zoveel mis is. Aladdin Sane klinkt veertig jaar na de release nog altijd als een essentiële rockplaat en weet zowel met rechttoe rechtaan rocksongs als met wat meer experimentele songs volop te overtuigen. De inmiddels uit duizenden herkenbare en op deze plaat verrassend sterke vocalen van David Bowie vormen de rode draad op Aladdin Sane, maar hiernaast mogen zowel het gitaarspel van Mick Ronson als het pianospel van Mike Garson niet onvermeld blijven. Ronson gaat met name in de wat meer uptempo songs tekeer als een ware gitaargod en strooit driftig met memorabele riffs. Garson is vooral op dreef in de songs waarin het experiment niet wordt geschuwd en verrast met prachtig jazzy pianospel. Aladdin Sane was in 1973 de eerste Bowie plaat die de top van de Britse hitlijst wist te halen en het blijkt ook met de kennis van nu een belangrijke plaat. Op Aladdin Sane gooit Bowie meerdere lijntjes uit en deze lijntjes komen uit bij de platen die hij een aantal jaren later zou maken. De flirts met soul en jazz zouden uiteindelijk leiden tot Young Americans en Station To Station, terwijl de meer experimentele tracks op de plaat de basis zouden vormen voor de platen uit Bowie’s Berlijnse periode. Ondanks het succes van Aladdin Sane in 1973 en de invloed van de plaat op de verdere muzikale ontwikkeling van David Bowie, zijn er maar weinig Bowie fans die de plaat zullen noemen als hun favoriete Bowie plaat en is het zeker niet de Bowie plaat die in hele brede kring in de kast staat. De reissue van Aladdin Sane laat horen dat dit niet terecht is. In 1973 presteerde Bowie op de toppen van zijn kunnen en leverde hij een plaat af die door de BBC volkomen terecht werd samengevat als “one of the finest forty-five minutes in rock”. De 2013 editie van Aladdin Sane is niet voorzien van bonustracks. Dat is opvallend en aan de ene kant ook jammer, maar aan de andere kant is het ook niet zo erg om te focussen op datgeen waar het echt om gaat; de 10 unieke tracks van Aladdin Sane. Overigens vind ik The Next Day ook na een maand extra bezinning nog altijd een prima plaat, maar Aladdin Sane is nog een flink stuk beter. Erwin Zijleman



maandag 22 april 2013

Steve Earle & The Dukes (& Duchesses) - The Low Highway

Steve Earle debuteerde in 1986 met het geweldige Guitar Town en draait dus inmiddels al meer dan 25 jaar mee. Er zijn niet veel muzikanten die in een carrière van meer dan 25 jaar niet één slechte plaat afleveren, maar Steve Earle heb ik tot dusver nog niet op een slechte plaat kunnen betrappen. Kijk bij Allmusic.com naar het imposante oeuvre van de Amerikaan en je ziet vrijwel uitsluitend bovengemiddelde scores. De wat lagere score voor het in Nederland wel zeer gewaardeerde Jerusalem (met hierop het prachtige John Walker’s Blues) is waarschijnlijk vooral te verklaren door het feit dat de politieke plaat vlak na de aanslagen van 11 september niet werd begrepen in de VS. Ook The Low Highway is weer een plaat van het bijzonder hoge niveau dat we inmiddels van Steve Earle gewend zijn en dat mag zo langzamerhand best een prestatie van formaat worden genoemd. Earle liet zich in het verre verleden begeleiden door zijn band The Dukes, maar heeft er inmiddels ook nog wat gravinnen bij gevonden. Op de hoes van The Low Highway prijkt daarom naast de naam van Steve Earle zelf ook de naam van The Dukes (& Duchesses). Het is een hele gevarieerde, maar bijzonder consistente plaat geworden. Op The Low Highway maakt Steve Earle Americana in de breedste zin van het woord. Er is volop ruimte voor de lekkere stevige rootsy rocksongs waarop Steve Earle al sinds zijn debuut het patent heeft, maar The Low Highway biedt ook plaats aan een gevoelige countrysong of songs vol invloeden uit het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. Earle draagt met zijn doorleefde strot, zijn vermogen om het leven in de VS haarscherp te portretteren en zijn prima gitaar- en mandolinespel nadrukkelijk bij aan de kwaliteit van The Low Highway, maar ook de rol van The Dukes (& Duchesses) mag niet onderschat worden. Chris Masterson voegt flink wat fantastisch gitaarspel toe en excelleert op de pedal steel, Will Rigby toont zich wederom een buitengewoon veelzijdig drummer, zeker in combinatie met bassist Kelly Looney en Eleanor Whitmore’s vioolspel snijdt zoals gewoonlijk door de ziel. Uiteraard laat ook echtgenote Allison Moorer van zich horen. Ze zorgt dit keer niet alleen voor prachtige vocalen maar speelt ook nog eens piano, orgel, harmonium en accordeon. In vocaal, muzikaal en tekstueel opzicht is het smullen geblazen, maar ook de kwaliteit van de songs zelf laat dit keer niets te wensen over. Earle maakte zoals gezegd nog nooit een slechte plaat, maar leverde nog niet vaak een plaat af met zo’n sterke selectie songs als op The Low Highway. The Low Highway is twaalf keer raak en wordt vooralsnog alleen maar beter. Ik ben inmiddels zo gewend aan de hoge kwaliteit van de platen van Steve Earle dat ik in eerste instantie nauwelijks opkeek van de plaat, maar Steve Earle verdient wat meer aandacht en respect. Platen als The Low Highway zijn binnen het oeuvre van Steve Earle misschien heel gewoon, maar in het hokje der Americana absoluut een zeldzaamheid. Erwin Zijleman



zondag 21 april 2013

Tessa Rose Jackson - Songs From The Sandbox

De vijver met talentvolle Nederlandse vrouwelijke singer-songwriters zit momenteel overvol, maar toch zijn er de laatste weken steeds weer nieuwe talenten die aan de oppervlakte verschijnen en ook nog eens direct op weten te vallen. Het volgende talent van eigen bodem dat me heeft weten te ontroeren met een hele mooie plaat is Tessa Rose Jackson. Tessa Rose Jackson heeft Britse roots, maar opereert vanuit Amsterdam, de stad waar ze ook is opgegroeid op een streng dieet van de betere popmuziek uit de jaren 60 en 70. De afgelopen jaren studeerde ze aan de inmiddels fameuze London School for Performing Arts & Technology, beter bekend als The BRIT School, die inmiddels talenten als  Amy Winehouse, Jessie J , Leona Lewis, Katie Melua , Kate Nash en vooral Adele heeft voortgebracht. Een hele groep nieuwe BRIT School talenten (let onder andere op Polly Scattergood) staat klaar om de macht te grijpen en Tessa Rose Jackson is absoluut één van deze talenten. Vrijwel in haar uppie heeft ze haar debuut Songs From The Sandbox gemaakt en dit is een debuut van een zeldzaam hoog niveau. Tessa Rose Jackson is zo’n singer-songwriter die je in één minuut volledig in kan pakken (iets wat ze letterlijk deed tijdens haar recente minuut in De Wereld Draait Door) en dat doet ze op meerdere manieren. Songs From The Sandbox bevat een aantal bijna ambachtelijke singer-songwriter songs, maar is ook niet vies van wat aanstekelijkere folky popliedjes die in het hokje indie-folk passen. Tussen ambachtelijke singer-songwriter songs en aanstekelijke folky popliedjes zit van alles en nog wat en hiervan pikt Tessa Rose Jackson flink wat mee. Het ene moment betovert ze met vrijwel onweerstaanbare koortjes en heerlijke refreinen en is er alleen maar ruimte voor de zon, maar Songs From The Sandbox bevat ook intieme en ontroerende persoonlijke songs waarin wat donkerdere wolken voorbij komen drijven. Tessa Rose Jackson heeft op The BRIT School beter opgelet dan de meeste van haar klasgenoten (of heeft gewoon meer talent), want ze tekent op Songs From The Sandbox niet alleen voor hele mooie vocalen, maar schreef ook alle songs, tekende voor de productie en de arrangementen en bespeelde bijna alle instrumenten. Het levert een plaat op die heerlijk vermaakt, maar het is ook een plaat waarop heel veel valt te ontdekken. Zeker de wat meer pop georiënteerde songs zullen het uitstekend doen op de radio en op de zomerfestivals, maar persoonlijk vind ik Tessa Rose Jackson toch het best als ze op licht melancholieke wijze intieme popliedjes vertolkt. Voor welk van de twee uitersten Tessa Rose Jackson ook kiest, haar songs vallen altijd op door hun smaakvolle instrumentatie en het vermogen van de Amsterdamse singer-songwriter om toegankelijke popliedjes te schrijven maar ook altijd net iets buiten de gebaande paden terecht te komen. Songs From The Sandbox is uiteindelijk een bijzonder afwisselende plaat met één gemene deler: pure klasse. Erwin Zijleman



zaterdag 20 april 2013

James Scott Bullard - The Rise & Fall Of James Scott Bullard & The Late Night Sweethearts

Van alle wat minder bekende rootsplaten die het afgelopen jaar op deze BLOG voorbij kwamen, is Heart Thief van Stephanie Fagan me nog altijd het meest dierbaar. Uit dezelfde stal (Yonder Music) komt ene James Scott Bullard. Samen met zijn band The Late Night Sweethearts bracht deze James Scott Bullard al weer ruim anderhalf jaar geleden The Rise & Fall Of James Scott Bullard & The Late Night Sweethearts uit en ook dit is een plaat die veel meer aandacht verdient dan de plaat tot dusver heeft gekregen. James Scott Bullard komt net als Stephanie Fagan uit South Carolina en is inmiddels in een aantal recensies omschreven als de missing link tussen Gram Parsons en Ryan Adams. Iedereen die de plaat van Stephanie Fagan kent, is zijn stem al tegengekomen in het fraaie You Are The Devil, maar James Scott Bullard draait al heel wat langer mee. The Rise & Fall Of James Scott Bullard & The Late Night Sweethearts is een compilatie van de eerste vier platen van de Amerikaanse singer-songwriter (uitgebracht tussen 2006 en 2010) en laat goed horen wat hij in huis heeft. Ik heb de plaat beluisterd voor ik er ook maar een letter over had gelezen en kwam op eigen kracht ook al met de namen Gram Parsons en Ryan Adams op de proppen. James Scott Bullard en zijn band maken muziek die varieert van traditioneel aandoende countryrock tot wat modernere alt-country, waardoor de namen van Gram Parsons en Ryan Adams de grenzen aardig weergeven. Binnen deze grenzen kan James Scott Bullard op een breed terrein uit de voeten. The Rise & Fall Of James Scott Bullard & The Late Night Sweethearts bevat zowel een aantal stevige als een aantal meer ingetogen tracks en op beide terreinen weet de singer-songwriter uit South Carolina zeer te overtuigen. The Rise & Fall Of James Scott Bullard & The Late Night Sweethearts laat 19 tracks lang horen waartoe Bullard en zijn  band in staat zijn en dat is heel veel. Bullard is een uitstekend songwriter die mooie verhalen kan vertellen. Hij weet deze verhalen vervolgens vol energie en emotie te vertolken. Rauw, energiek, emotievol, het zijn zaken die flink bijdragen aan de impact die een plaat kan hebben en de impact van de muziek van James Scott Bullard en zijn band is wat mij betreft groot. The Rise & Fall Of James Scott Bullard & The Late Night Sweethearts is een compilatie die goed laat horen hoe James Scott Bullard zich heeft ontwikkeld. Je hoort de Amerikaan alleen maar beter worden en hoe vaker ik de plaat hoor, hoe vaker ik me afvraag hoe goed de man nu moet zijn. Daar gaan we binnenkort antwoord op krijgen, want er zit een nieuwe plaat van James Scott Bullard & The Late Night Sweethearts aan te komen. Het zou wat mij betreft zomaar the next big thing kunnen zijn wanneer het gaat om rootsmuziek. Voor het zover is kan ik prima uit de voeten met de mooie verzamelaar die schreeuwt om meer aandacht. Ik zou er maar gehoor aan geven. Erwin Zijleman

The Rise & Fall Of James Scott Bullard & The Late Night Sweethearts ligt niet in Nederland in de winkel, maar is verkrijgbaar via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/jamesscottbullard2) en bandcamp (http://jamesscottbullard.bandcamp.com/music).

vrijdag 19 april 2013

Carmen Villain - Sleeper

Ik weet niet heel veel over Carmen Villain. Het is het alter ego van de half Noorse en half Mexicaanse Carmen Hillestad en Sleeper is voor zover ik weet haar debuut. Ook over dit debuut weet ik niet heel veel, maar ik weet wel dat ik totaal ondersteboven ben van dit debuut. Sleeper neemt je mee terug naar de hoogtijdagen van de dreampop en shoegaze, maar geeft wel een experimentele draai aan alle invloeden uit het verleden. Aan de ene kant hoor je dromerige klanken en onder veel galm verstopte vocalen, maar Sleeper staat ook vol met uitbarstingen van gitaargeweld en zwaar psychedelische klankentapijten. Carmen Villain had me vrij snel veroverd met hemelse gitaarloopjes, dromerige klanken en even zwoele als onderkoelde vocalen, maar blijft je vervolgens maar op het verkeerde been zetten met verrassende en vaak ongrijpbare wendingen. Het doet af en toe wel wat denken aan de vroege platen van Cat Power, maar dan afwisselend begeleid door Sonic Youth, Broadcast en een stel benevelde hippies. Sleeper is zeker geen makkelijke plaat. Net als je je enigszins op je gemak voelt schiet het weer een andere kant op en Sleeper bestaat bovendien uit zoveel lagen dat het je wel eens duizelt. Toch is dit geen plaat die zeer aandachtige beluistering vereist. Wanneer de plaat op de achtergrond voortkabbelt heeft de muziek van Carmen Villain een bijna bedwelmende werking en hoor je iedere keer weer iets anders. Wanneer je wel met volle aandacht luistert naar Sleeper heb je aan twee oren lang niet genoeg. De enige keer concentreer ik me op de prachtige gitaarlijnen en de bijzondere zang. De volgende keer op de hypnotiserende percussie en de steeds breder uitwaaiende geluidstapijten, de keer erna weer op de bijna onwaarschijnlijk grote hoeveelheid dynamiek op de plaat of het beeldende karakter van de muziek van Carmen Villain. Makkelijk is het allemaal zeker niet. Iedere zonnestraal verdwijnt onmiddellijk achter donkere wolken en wanneer het eenmaal begint te rommelen in het klankentapijt van Carmen Villain is een ruwe uitbarsting nooit ver weg. Door alle verrassende wendingen en de enorme hoeveelheid dynamiek weet het debuut van Carmen Villain zich uiteindelijk met gemak te onderscheiden van de platen van de concurrentie. Het is absoluut een roller coster ride die nauwelijks houvast biedt en bijna teveel van het goede is, maar op een gegeven moment geeft dat niet meer en laat je je keer op keer meevoeren door de bijzondere muziek van Carmen Villain. De wereld gaat ze er vast niet mee veroveren, maar ach wat is het mooi en bijzonder. Erwin Zijleman



donderdag 18 april 2013

Tangarine - Seek & Sigh

Tangarine zag ik de afgelopen weken twee keer bij De Wereld Draait Door. Dat is in totaal nog altijd maar twee minuten zendtijd, maar twee keer de muzikale gast zijn in één van de best bekeken programma’s op de Nederlandse televisie en bovendien het programma waarin nieuw muzikaal talent een kans krijgt, is volgens mij best bijzonder. Best bijzonder is ook een mooie omschrijving van de muziek van Tangarine. De muziek van de eeneiige tweeling Arnaut en Sander Brinks laat zich immers maar lastig vergelijken met andere muziek die momenteel wordt uitgebracht, maar een ieder die wat dieper graaft in het verleden van de popmuziek vindt volop vergelijkingsmateriaal. De fraaie zang van de broers Brinks en hun voorkeur voor tijdloze folky popliedjes gaat terug tot de hoogtijdagen van The Everly Brothers en Simon & Garfunkel, maar lijkt ook zeker op de geweldige muziek van The Proclaimers, als ik het goed heb ook een eeneiige tweeling. Seek & Sigh lijkt voor een belangrijk deel zo weggelopen uit de jaren 70, maar Tangarine doet veel meer dan het reproduceren van muziek uit vervlogen tijden.  De muziek van Tangarine is weliswaar een samenraapsel van heel veel goede muziek uit het verleden, met naast invloeden van de hierboven genoemde duo’s ook invloeden uit de psychedelica, 70s Nederpop, Bob Dylan en 70s singer-songwriter muziek van iedereen tussen Paul McCartney, Elton John en Harry Nilsson, maar heeft ook een onmiskenbaar eigentijds tintje. Seek & Sigh is verschenen op het Excelsior label, dat de afgelopen jaren misschien net wat minder goed was in het afleveren van de ultieme lenteplaat, maar met het debuut van Tangarine weer een voltreffer in handen heeft. Seek & Sigh bevat een aantal uitbundige en prachtig georkestreerde tracks die volop de aandacht zullen trekken, maar persoonlijk vind ik de muziek van Tangarine het mooist en indrukwekkendst wanneer de broers Brinks niet meer nodig hebben dan een akoestische gitaar en twee stemmen die voor elkaar gemaakt lijken. Tangarine is dan opeens niet de hippe act die er best van te maken is, maar een duo dat muziek uit een heel ver verleden op fraaie en oprechte wijze tot leven weet te brengen. Het dwingt heel veel respect af, zeker wanneer je je ook nog eens verdiept in de teksten en leert dat Arnaut en Sander Brinks niet alleen over zon en bier of over bloemetjes en bijtjes schrijven en zingen. Het maakt de liefde voor deze even tijdloze als unieke plaat alleen maar groter. De beste platen van het moment komen dit jaar al heel vaak van eigen bodem en in het prachtige rijtje dat ik al heb staan mag Tangarine zeker niet ontbreken. Zeer warm aanbevolen derhalve. Erwin Zijleman



woensdag 17 april 2013

Alessi's Ark - The Still Life

Alessi Laurent-Marke, oftewel Alessi’s Ark, krijgt in haar vaderland Engeland al jaren flink wat waardering voor haar mooie luisterliedjes, maar in Nederland wist ze tot dusver nog geen potten te breken. Op één of andere manier wist de piepjonge singer-songwriter zich in Nederland tot dusver niet te ontworstelen aan het vooroordeel dat haar honingzoete folky popliedjes over weinig diepgang beschikken en daarom slechts tijdelijk weten te vermaken. Het is een vooroordeel dat ook mij enige tijd in een wurggreep hield, want het duurde even voordat het twee jaar geleden Time Travel me echt te pakken had. De nieuwe plaat van Alessi’s Ark, The Still Life, had hier veel minder tijd voor nodig. Dat is niet zo gek, want The Still Life laat een wat alternatiever en avontuurlijker geluid horen. Voor The Still Life zocht Alessi Laurent-Marke haar heil in de muziekscene van Omaha, Nebraska; de thuisbasis van de door Alessi bewonderde Conor Oberst. Oberst is voor zover ik weet zelf niet te horen op de plaat, maar producer Andy LeMaster, die eerder werkte met Oberst en met onder andere Now It’s Overhead en Azure Ray, drukt nadrukkelijk zijn stempel op de nieuwe plaat van Alessi’s Ark. Op The Still Life zijn de popliedjes van Alessi’s Ark minder zoet en folky dan we van haar gewend zijn, maar de verleiding is er als je het mij vraagt niet minder om. Alessi’s Ark is nog steeds niet vies van mooie zoete en dromerige popliedjes, maar het zijn dit keer ook popliedjes waarin van alles gebeurt. The Still Life sprankelt door de heerlijke stem van Alessi Laurent-Marke en intrigeert door de steeds net weer wat anders klinkende instrumentatie, de vele verrassende wendingen in de muziek van Alessi’s Ark en de knap in elkaar stekende songs. De vorige plaat van de Britse singer-songwriter werd vooral vergeleken met die van de veel succesvollere Laura Marling. Het is een vergelijking die nog steeds niet helemaal onzinnig is, maar met The Still Life gaat Alessi’s Ark toch vooral haar eigen weg. Net als Time Travel is The Still Life een plaat waarbij het lekker wegdromen is, maar van echt wegdommelen is dit keer geen sprake. Daarvoor is de kwaliteit van de songs te hoog en bevat de plaat bovendien teveel uitstapjes die aanzetten tot nog aandachtiger luisteren om maar niets te missen. Alessi’s Ark deed met Time Travel zeer verdienstelijk mee in de middenmoot, maar gaat met The Still Life voor het podium. Kansloos is haar missie zeker niet, al moeten er eerst nog flink wat vooroordelen overboord. Vergeet daarom al het bovenstaande, klik op de onderstaande luisterlinks, doe je ogen dicht en laat je verrassen. Grote kans dat Alessi’s Ark er naar het beluisteren van de  dertien tracks van The Still Life weer een fan bij heeft. Mijn liefde voor Alessi's Ark is na The Still Life in ieder geval onvoorwaardelijk. Erwin Zijleman



dinsdag 16 april 2013

Iron & Wine - Ghost On Ghost

Iron & Wine debuteerde bijna 11 jaar geleden met het verstilde The Creek Drank The Cradle. Het is een plaat die zich maar ten dele laat vergeleken met de nieuwe plaat van de band, het vorige week verschenen Ghost On Ghost. In de tussentijd is er ook flink wat veranderd. Het op het legendarische Sub Pop label verschenen debuut van Iron & Wine werd door voorman Samuel Beam met minimale middelen opgenomen in zijn slaapkamer, terwijl voor Ghost On Ghost kosten noch moeite werden gespaard. Toch ligt Ghost On Ghost dichter bij het elf jaar oude debuut dan de vorige platen van Iron & Wine. Na The Creek Drank The Cradle koos Iron & Wine voor een steeds voller, veelzijdiger en steviger geluid. Het leverde met Our Endless Numbered Days (2004), het met Calexico gemaakte In The Reims (2005), The Shepherd’s Dog (2007) en het bij een major verschenen Kiss Each Other Clean (2011) een serie fantastische platen op, maar stiekem verlangde ik zo nu en dan nog wel naar de intimiteit van het zo bijzondere debuut. Ghost On Ghost verschijnt in tegenstelling tot zijn voorganger niet bij Warner, maar bij de wat alternatievere dochter Nonesuch, waardoor er waarschijnlijk wat minder druk is om in commercieel opzicht te scoren. Ghost On Ghost is de eerste plaat van Iron & Wine waarop niet wordt gekozen voor een voller en vooral steviger geluid dan op zijn voorganger en dat bevalt me wel. Het is de meest ingetogen plaat sinds The Creek Drank The Cradle, maar dat betekent niet dat beide platen op elkaar lijken. Ook dit keer heeft Samuel Beam zich immers omgeven met flink wat muzikanten en instrumenten en hierdoor flink wat afstand genomen van het uiterst sobere debuut. Op Ghost On Ghost laat Samuel Beam zich vooral beïnvloeden door soul en jazz. Dat lijkt een wonderlijke combinatie, maar het is een combinatie die uitstekend uitpakt. Beam heeft voor de gelegenheid een waslijst aan muzikanten van wereldklasse opgetrommeld. Alleen met deze lijst kan ik al een hele recensie vullen, maar de naam van werelddrummer Brian Blade mag niet onvermeld blijven. Blade is de verbindende schakel tussen de uiterst ingetogen en de meer up-tempo stukken op de plaat, waarvan de laatste overigens in de minderheid zijn. Ghost On Ghost is een heerlijk laid-back klinkende plaat met een mix van soul, funk, jazz en folk en een geluid met een duidelijke 70s feel. Het is een geluid dat als een warme deken om je heen slaat, zeker als de warme stem van Samuel Beam wordt omgeven door stuwende bassen, dromerige strijkers, heerlijke blazers, zwoele orgeltjes en uiteraard het fantastische drumwerk van Brian Blade. Net zoals bij de vorige platen van Iron & Wine heb ik weer moeten wennen aan het nieuwe geluid dat Samuel Beam uit de hoge hoed heeft getoverd, maar ik was dit keer betrekkelijk snel om. Ghost On Ghost is immers niet alleen een heerlijke feel-good plaat vol zonnige klanken, maar het is ook een plaat die je zo mee terug neemt naar de jaren 70 zonder dat er al te nadrukkelijk wordt geleend van de klassiekers uit het decennium. Samuel Beam is er met Ghost On Ghost wederom in geslaagd om de muziek van Iron & Wine opnieuw uit te vinden en ook dit keer is het resultaat van een niveau dat slechts door een enkeling wordt gehaald. Een even knappe als verleidelijke plaat. Erwin Zijleman



maandag 15 april 2013

Bleached - Ride Your Heart

Voor het maken van een goede plaat heb je uiteindelijk maar één ding nodig: goede songs. De Amerikaanse zusjes Jennifer en Jessica Clavin zijn geen geweldige zangeressen, hebben geen geweldige muzikanten om zich heen verzameld en konden geen beroep doen op een dure studio of producer van naam en faam, maar hebben wel een fantastische plaat gemaakt. Ride Your Heart van Bleached  moet het uiteindelijk maar van één ding hebben: geweldige songs. De zusjes Calvin speelden eerder in de donkere punkband Mika Miko, maar verruilen op Ride Your Heart van Bleached de grauwe kelders voor een plekje in de zon. Ride Your Heart bevat een serie volstrekt onweerstaanbare punky popliedjes die je doen geloven dat het leven een sprookje is (of op zijn minst dat het altijd zomer is). Het rammelt aan alle kanten en ook de zang is niet altijd even goed, maar je vergeeft het de zusjes direct wanneer het ene na het andere aanstekelijke refreintje uit de speakers komt. Bleached haalt de mosterd bij Blondie en The Ramones, bij The Go-Go’s en The Bangles en bij Best Coast en The Dum Dum Girls. Ride Your Heart klinkt daarom direct bekend in de oren, maar dat maakt de muziek van de band eigenlijk alleen maar leuker. Bleached kiest op Ride Your Heart afwisselend voor punky popmuziek, muziek uit de hoogtijdagen van Phil Spector of muziek met een vleugje Westcoast, maar het is allemaal even onweerstaanbaar. Ik ben normaal gesproken helemaal niet vies van loepzuivere vocalen, muzikale hoogstandjes en glasheldere producties, maar als het debuut van Bleached uit de speakers komt tellen maar twee dingen: zonnestralen en meezingen met refreinen die je na één keer horen nooit meer wilt vergeten. Het lijkt zo makkelijk wat Bleached doet, maar makkelijk is het zeker niet, vooral wanneer stiekem toch wat geniale gitaarloopjes en hemelse harmonieën voorbij komen en je het tweetal zo af en toe toch gaat verdenken van productionele vaardigheden. Natuurlijk zijn er in dit genre veel meer bands die bijzonder aanstekelijke popliedjes kunnen schrijven, maar zo onweerstaanbaar als op Ride Your Heart hoor ik ze toch niet heel vaak. Ride Your Heart van Bleached is geen plaat waaraan zoveel worden moeten worden vuil gemaakt als ik nu nodig heb. Ride Your Heart van Bleached is een plaat die je moet horen en leven. Gooi de ramen open, zet de volumeknop open en gooi het debuut van Bleached de wereld in. Resultaat: het is zomer. En niet zomaar een zomer, maar de mooiste zomer in jaren. Heerlijk, heerlijk, HEERLIJK! Erwin Zijleman


zondag 14 april 2013

Maïa Vidal - Spaces ✩

Ik was twee jaar geleden bijzonder gecharmeerd van God Is My Bike van de Amerikaanse muzikante Maïa Vidal, maar de plaat zette me uiteindelijk net een keer te vaak op het verkeerde been, waardoor een recensie op deze BLOG uit bleef. Ook met haar nieuwe plaat Spaces ✩ maakt Maïa Vidal het me weer niet makkelijk (en niet alleen vanwege het lastige sterretje in de albumtitel), maar de kwaliteit ligt dit keer zo hoog dat ik met geen mogelijkheid om deze plaat heen kan. De Amerikaanse zangeres met Frans, Japans en Duits bloed maakt muziek die alle kanten op schiet en hierdoor met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Spaces ✩ staat vol met mooie luisterliedjes die worden gedragen door het mooie volle stemgeluid van Maïa Vidal, maar het zijn zeker geen alledaagse luisterliedjes. Door de veelheid aan instrumenten (waaronder hier en daar prominent aanwezige strijkers) en het sprookjesachtige karakter van de muziek van Maïa Vidal is Spaces ✩ in eerste instantie een plaat die vooral verbazing opwekt. Zeker wanneer Maïa Vidal kiest voor een behoorlijk pompeus geluid ligt het gevaar van doorslaan richting kitsch nadrukkelijk op de loer, maar het is een gevaar dat Maïa Vidal steeds op knappe wijze weet te ontwijken. Spaces ✩ werd opgenomen in Parijs en Barcelona en heeft een zonnig en broeierig geluid. Zeker wanneer Maïa Vidal kiest voor een betrekkelijk conventioneel geluid met invloeden uit de folk, jazz en pop uit diverse windstreken is het bij beluistering van Spaces ✩ onmiddellijk zomer, maar ook wanneer Maïa Vidal het de luisteraar net wat minder makkelijk maakt is Spaces ✩ een plaat die na enige gewenning genadeloos weet te verleiden. Tegelijkertijd blijft de bijzondere of zelfs unieke mix van broeierige popmuziek, sprookjesachtige en licht bombastische klanken en wonderschone zang eindeloos intrigeren. Spaces ✩ is een plaat boordevol geheimen en avontuur. Bij iedere beluistering van de plaat komt er weer iets anders aan de oppervlakte en iedere keer wordt de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter weer net iets bijzonderder en dierbaarder. Maïa Vidal heeft de perfecte soundtrack gemaakt voor een dag waarop de winter in één keer wordt ingeruild voor de zomer, maar het is ook een soundtrack die nog heel lang mee kan. In een tijdperk waarin in muzikaal opzicht vooral binnen de lijntjes wordt geklaard heeft Maïa Vidal met Spaces ✩ een plaat gemaakt die de lijntjes helemaal vergeet. Het eindresultaat is zeker in het begin moeilijk te plaatsen, maar uiteindelijk is het een veelkleurig kunstwerk dat het bewustzijn verruimt en de zon laat schijnen. Een gewaagde maar uiteindelijk vrijwel onweerstaanbaar lekkere plaat van Maïa Vidal. Luisteren is echt het minste dat je kunt doen. Erwin Zijleman



zaterdag 13 april 2013

Farmington Hill - Bridge To Nowhere

Soms moet ik er heel goed naar zoeken, maar soms duiken ze zo maar op in mijn mailbox: rootsplaten die me direct weten te veroveren en waarvan ik nu al zeker weet dat ik ze over een jaar nog steeds beluister. Het overkwam me vorige week met het prachtdebuut van Waiting For Henry en het overkomt me deze week met het al even mooie debuut van het uit Durango, Colorado, afkomstige Farmington Hill. Farmington Hill maakt naar eigen zeggen “country-fried indie rock” en beweegt zich hiermee voor een belangrijk deel op hetzelfde terrein als Waiting For Henry. Ook bij beluistering van het debuut van Farmington Hill moest ik met enige regelmaat denken aan de muziek van alt-country pioniers als Uncle Tupelo en The Jayhawks, maar Farmington Hill is ook zeker niet vies van wat meer traditioneel aandoende countryrock. Het is muziek waarin de gitaren lekker mogen scheuren en de vocalen bij voorkeur in mooie harmonieën zijn gegoten. Zeker in de traditioneel aandoende songs zijn de beloofde invloeden uit de indie-rock lastig te ontdekken, maar in een aantal songs spelen ze een prominente rol. Het is de mix van traditionele countryrock en modernere alt-country of indie-rock die de muziek van Farmington Hill meerwaarde geeft. Het hoge niveau van de songs en de werkelijk geweldige uitvoering van deze songs op Bridge To Nowhere doen de rest. Bij beluistering van Bridge To Nowhere heb ik geen moment het idee dat ik naar een debuut aan het luisteren ben. Alle songs klinken even volwassen en doordacht en alle songs vallen op door de prima vocalen en het hoogstaande gitaarwerk dat heerlijk mag spetteren. Aan de ene kant is het niet nieuw wat Farmington Hill doet, maar aan de andere kant klinkt het toch weer zo anders dan de countryrock of alt-country klassiekers die ik in de kast heb staan dat Farmington Hill ook in de toekomst een graag geziene gast in mijn cd speler zal zijn. De album titel verwijst overigens naar een brug in Colorado die inmiddels al tijden in het niets eindigt (je vindt op het Internet meer over deze brug dan over de plaat). Het debuut van Farmington Hill gaat zeker ergens naar toe. Naar de eregalerij met de betere bands in het genre als het een beetje mee zit. Ga op zijn minst luisteren naar deze bijzonder aangename en gloedvolle plaat. De rest komt vanzelf. Erwin Zijleman

Bridge To Nowhere van Farmington Hill ligt niet in Nederland in de winkel, maar is verkrijgbaar via de site van cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/farmingtonhill).

vrijdag 12 april 2013

Gretchen Wilson - Right On Time

Gretchen Wilson volg ik inmiddels een jaar of negen en persoonlijk vind ik alles dat ze in die negen jaar heeft gemaakt goed. Heel erg goed zelfs. De singer-songwriter uit Pocahontas, Illinois, maakte tussen 2004 en 2010 vier geweldige platen met traditioneel aandoende country met een rauw randje.  Here For The Party, All Jacked Up, One Of The Boys en I Got Your Country Right Here deden in Nederland helemaal niets, maar in de Verenigde Staten groeide Gretchen Wilson, ondanks haar wat ruige trailer park imago, uit tot een grote ster binnen en buiten het brave Nashville circuit. Na een, zeker voor Nederland, wat overbodige Greatest Hits verzamelaar keerde Gretchen eerder deze maand terug met een nieuwe plaat: Right On Time. Het is een plaat die in Nederland helemaal niets zal gaan doen, maar in de VS zal worden bejubeld. Het is ook een plaat die bij oppervlakkige beluistering niet zo veel toevoegt aan de vorige vier platen van Gretchen Wilson, maar ik vind het persoonlijk weer erg goed en vrijwel onweerstaanbaar. Op haar vijfde plaat gaat Gretchen Wilson zoals gezegd verder waar ze drie jaar geleden met I Got Your Country Right Here ophield. De hoes is zoals altijd foeilelijk, maar de muziek is weer geweldig. Net als op haar vorige platen maakt Gretchen Wilson op Right On Time traditioneel aandoende countrymuziek, maar is het gelukkig nog altijd het katje dat je niet zonder handschoenen moet aanpakken. Ook op Right On Time laat Gretchen Wilson zich weer niet muilkorven door de machtige Nashville bazen en vermengt ze haar traditionele country met een flinke dosis rock en honky tonk. Hier blijft het niet bij, want als je wat beter luistert, hoor je dat Gretchen Wilson dit keer ook de blues en vooral de soul heeft omarmt. Na een aantal country tracks duiken de soulinvloeden steeds nadrukkelijker op en begint Gretchen Wilson flink te imponeren. Ik vond haar op de vorige vier platen al een geweldige zangeres, maar op Right On Time doet Gretchen Wilson er nog eens een flinke schep bovenop en steekt ze niet alleen vrijwel alle country zangeressen, maar ook flink wat soulzangeressen nadrukkelijk naar de kroon. Omdat Gretchen Wilson in de Verenigde Staten een superster is, kon ze voor Right On Time een beroep doen op een onuitputtelijke bron van gastmuzikanten van naam en faam en sterproducers. Dat is te horen, want Right On Time klinkt in alle opzichten fantastisch. Nu zijn er veel meer zangeressen die bijna alles voor elkaar hebben in Nashville, maar als ze beginnen te zingen geloof ik er geen donder van. Als Gretchen Wilson begint te zingen geloof ik ieder woord. In Nederland moeten we er niets van hebben, maar geloof me, deze dame is een grootheid. Een grootheid die haar vijfde prachtplaat aflevert. Ik zou ze geen van allen willen missen. Erwin Zijleman



donderdag 11 april 2013

Kurt Vile - Wakin On A Pretty Daze

Kurt Vile heeft zich de afgelopen jaren bijna geruisloos geschaard onder de smaakmakers in het indie-segment. De singer-songwriter uit het Amerikaanse Philadelphia stond ooit aan de basis van de band The War On Drugs, maar maakt sinds 2008 soloplaten. Van deze platen wist met name het in 2011 verschenen Smoke Ring For My Halo de nodige aandacht te trekken. De plaat wist het uiteindelijk zelfs te schoppen tot een aantal toonaangevende jaarlijstjes, waardoor het onlangs verschenen Wakin On A Pretty Daze zeker niet om aandacht hoeft te vechten. Op alle aandacht voor de nieuwe plaat van Kurt Vile valt overigens niets af te dingen, want de Amerikaan is op de proppen gekomen met een prima plaat. Kurt Vile schuurde in het verleden nog wel eens tegen het lo-fi hokje aan met rammelende songs van hooguit een minuut, maar neemt hier op Wakin On A Pretty Daze definitief afstand van. Vile heeft dit keer nog meer aandacht besteed aan de productie en verrast bovendien met lange songs. De openingstrack en tevens bijna titeltrack (Wakin On A Pretty Day) klokt direct ruim negenenhalve minuut en is illustratief voor het geluid op Wakin On A Pretty Daze. Op zijn nieuwe plaat maakt Kurt Vile lome, vaak wat psychedelisch aandoende muziek, waarin flink wat ruimte is voor gitaren. Zeker wanneer deze gitaren zich mogen wagen aan lange solo’s dringt de vergelijking met Neil Young zich op, maar Wakin On A Pretty Daze roept bij mij ook associaties op met de muziek van Dinosaur Jr., Lou Reed, Tom Petty en hier en daar zelfs The Stone Roses. Wakin On A Pretty Daze is een lekker in het gehoor liggende plaat die makkelijk weet te overtuigen en dat is op zich bijzonder. Veel van de songs op de plaat schieten immers alle kanten op en geven hierdoor weinig houvast. Je hebt af en toe het idee dat Kurt Vile zelf ook niet weet welke kant hij op wil met een song en daarom vervolgens maar een aantal alternatieven probeert. Een dergelijke aanpak zou in de meeste gevallen een hele vervelende plaat opleveren, maar in het geval van Kurt Vile pakt het verrassend goed uit. Wakin On A Pretty Daze laat zich beluisteren als een psychedelische 70s luistertrip met hier en daar flitsen uit de 90s. Door een flink aantal gastmuzikanten klinkt de plaat lekker vol en valt er eigenlijk altijd wel wat te genieten, zeker wanneer de gitaren volop ruimte krijgen. Kurt Vile beschikt hiernaast over een lekkere lome stem die je moeiteloos meesleept naar het deel van de hersenen waarin plaats en tijd een ondergeschikte rol spelen. In dit hersengebied winnen zijn avontuurlijke en opvallend ruimtelijke songs alleen maar aan kracht. Al met al een heerlijke lome plaat die ook nog eens de fantasie weet te prikkelen. Wat wil je nog meer? Erwin Zijleman



woensdag 10 april 2013

Mariecke Borger - Through My Eyes

Over het algemeen bewaar ik het eindoordeel over een plaat voor de laatste zinnen van mijn recensie, maar deze keer kan ik daar echt niet op wachten. Mariecke Borger heeft met Through My Eyes immers een intieme, ontroerende, betoverende, sprankelende, authentieke en vooral wonderschone plaat gemaakt die echt iedereen moet horen. Zo, het hoge woord is er uit, maar ik ben nog lang niet klaar. Through My Eyes is zo onwaarschijnlijk mooi dat ik me bij iedere beluistering van de plaat nog steeds een paar keer in mijn arm knijp omdat ik het niet kan geloven, maar iedere keer blijkt het debuut van Mariecke Borger helemaal echt. Ik heb de plaat inmiddels een paar dagen in huis en heb vrijwel niets anders meer gedraaid, maar desondanks wordt Through My Eyes alleen maar mooier en indrukwekkender.  Through My Eyes moet hierdoor wel bijna een plaat zijn waarop hele opmerkelijke dingen gebeuren, maar dat is niet het geval. Mariecke Borger is op haar debuut bijzonder door gewoon te blijven en dat is knap. Mariecke Borger is een telg van de zeer muzikale familie Borger uit Ermelo, die de afgelopen jaren al van zich deed spreken met de twee prachtplaten van Mariecke’s broer Johan (waarop Mariecke zelf ook al een onuitwisbare indruk maakte, net als op de plaat van Kim Jansen). Net als haar broer maakt ook Mariecke muziek met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en net als haar broer maakt Mariecke Borger muziek van een niveau dat nationaal en internationaal maar door weinig muzikanten gehaald wordt. Through My Eyes staat vol met intieme luisterliedjes met vooral invloeden uit de folk en country. De instrumentatie is sober, maar veelzijdig, smaakvol en boven alles uiterst trefzeker. De songs van Mariecke Borger zijn zonder uitzondering songs die je onmiddellijk weten te verleiden en betoveren, maar het zijn ook songs met diepte en songs vol geheimen, waardoor Through My Eyes voorlopig nog wel even kan blijven groeien. Mariecke Borger had naar verluid zelf nog wel wat twijfels over haar bestaansrecht als soloartiest, maar Through My Eyes neemt alle twijfels voorgoed weg. Op Through My Eyes horen we een groot songwriter aan het werk, maar Mariecke Borger is ook nog eens een geweldige zangeres. Haar heldere stemgeluid strijkt nooit tegen de haren in, maar kan veel meer dan dromerig fluisteren (en dat kan Mariecke Borger echt als geen ander). Ieder woord dat Mariecke Borger zingt komt aan, waardoor Through My Eyes diep weet te ontroeren en kippenvel niet is te voorkomen. De vaak persoonlijke songs op het debuut van de Nederlandse singer-songwriter zitten allemaal even knap in elkaar, zijn allemaal even mooi gearrangeerd en overtuigen allemaal in een mate die alleen is weggelegd voor de allergrootsten. Through My Eyes is om te janken zo mooi. Iedere liefhebber van vrouwelijke singer-songwriters die deze plaat laat liggen doet zich daarom verschrikkelijk te kort. Wat een ongelooflijk goede en mooie plaat. Ik knijp mezelf nog maar eens. Au. Erwin Zijleman



dinsdag 9 april 2013

Suzanne Vega - Solitude Standing, Live At The Barbican

In het inmiddels vierenhalf jaar durende bestaan van deze BLOG is Suzanne Vega al vier keer voorbij gekomen, maar nog nooit met nieuw werk. Dat kan ook niet, want haar laatste plaat met nieuwe songs verscheen in 2007 (het verrassende en bijzonder sterke Beauty & Crime). Sindsdien heeft Suzanne Vega voornamelijk haar eigen werk opnieuw uitgevonden, wat heeft geresulteerd in vier delen Close-Up. Nu leek me dat op voorhand teveel van het goede, maar achteraf moet ik toch concluderen dat ieder deel me heeft weten te veroveren, waardoor uiteindelijk alle vier de delen een plekje op deze BLOG kregen. Vorig jaar was het precies 25 jaar geleden dat Suzanne Vega’s beste en meest succesvolle plaat verscheen, Solitude Standing. Ter ere van dit jubileum gaf Suzanne Vega een optreden in de Londense Barbican, alwaar ze Solitude Standing integraal vertolkte. Van dit concert is onlangs een live-registratie verschenen; het zoveelste “tussendoortje” sinds de release van Beauty & Crime. Ik ging er eerlijk gezegd van uit dat ik dit tussendoortje helemaal aan me voorbij zou laten gaan, maar ook dit keer heeft Suzanne Vega me weer weten te verleiden. Solitude Standing, Live At The Barbican, bestaat uit twee cd’s. Op de eerste komt het meesterwerk uit 1987 integraal voorbij, waarna Suzanne Vega op de tweede cd nog een greatest hits show voorbij laat komen. De afgelopen jaren toerde de New Yorkse singer-songwriter vaak met een bassist, maar voor deze gelegenheid formeerde ze een wat grotere band. Dat is aan de ene kant jammer, want het geluid van slechts gitaar en bas is heel bijzonder, maar aan de andere kant biedt het ook wel weer de mogelijkheid om alle songs de inkleuring te geven die ze verdienen. Dat is de ene keer behoorlijk sober, zoals in het geweldige Gypsy (voor mij het hoogtepunt van de plaat), en de andere keer net wat meer aangekleed, maar in alle gevallen staat de stem van Suzanne Vega centraal. Bij de integrale vertolking van Solitude Standing vallen een aantal dingen op. Allereerst is het opvallend dat de songs in 25 jaar niets van hun glans en zeggingskracht hebben verloren en hiernaast vind ik persoonlijk dat Suzanne Vega in de afgelopen 25 jaar alleen maar beter is gaan zingen. Het nog wat verlegen meisje van destijds is veranderd in een getalenteerde vrouw die de songs uit haar jonge jaren nog net dat beetje extra geeft. Het zal duidelijk zijn. Ook Solitude Standing, Live At The Barbican is er weer in geslaagd om mij te overtuigen. Na de integrale versie van Solitude Standing was ik al helemaal om, waarna de verzameling hits op de tweede schijf mijn enthousiasme nog wat verder opstuwde. Een ding heb ik me wel voorgenomen: de volgende plaat van Suzanne Vega die een plekje op deze BLOG krijgt bevat nieuw werk, hoe mooi een volgend tussendoortje ook mag zijn. Erwin Zijleman



maandag 8 april 2013

Snowapple - Snowapple

In de categorie opvallende debuten heb ik er weer een. Snowapple bestaat uit drie vrouwen die alle drie prachtig kunnen zingen, maar misschien nog wel mooier samen kunnen zingen. Bij de prachtige stemmen kiezen ze voor uiteenlopende instrumenten, waaronder akoestische gitaar, viool, banjo, glockenspiel, ukelele en accordeon. Dit instrumentarium wordt keer op keer bijzonder smaakvol ingezet, maar staat altijd in dienst van de fraaie stemmen van de drie zangeressen. Op haar debuut kiest Snowapple zo nu en dan voor een wat traditioneel aandoend rootsgeluid dat wel wat doet denken aan de Be Good Tanyas of Po’ Girl, maar Snowapple is ook niet vies van traditioneel aandoende Britse folk (van de vroege jaren 70 terug tot de Middeleeuwen) of van songs met een bijna klassiek tintje. Bij het raden van de thuisbasis van het drietal twijfelde ik afwisselend tussen aan de ene kant de lege vlakten van Canada of de Verenigde Staten en aan de andere kant het Engelse platteland, tot Snowapple in de vijfde tracks opeens op de proppen komt met een Nederlandstalige track. Het is meteen ook de track waar ik het minst goed mee overweg kan (een allergie, ik kan er niets aan doen), maar de thuisbasis van Snowapple is vervolgens geen geheim meer. Het Amsterdamse trio bestaat uit drie zangeressen met een nogal uiteenlopende achtergrond. Una Bergin zocht haar geluk tot dusver in de jazz, Laurien Schreuder was afwisselend operazangeres en zangeres in een gipsyband en Fanny de Ruiter wist zich tot dusver vooral als componist te onderscheiden en heeft een voorliefde voor Franse chansons. Als Snowapple grossieren de drie in prachtig klinkende folky popliedjes met hier en daar een uitstapje naar het verleden van de drie leden van het trio, met een vleugje opera, een Nederlandstalige track en een Franse chanson als meest opvallende stapjes buiten de gebaande paden. De belangrijkste valkuil van Snowapple is teveel focus op mooizingerij en te weinig aandacht voor het popliedje. Het is een valkuil waar het trio een paar keer stevig in dondert, maar desondanks vind ik het debuut van Snowapple een bovengemiddeld goede plaat en daarom een krent uit de pop. De individuele stemmen van Una, Laurien en Fanny zijn keer op keer prachtig en voor de gezamenlijke harmonieën kun je eigenlijk alleen maar smelten. De meeste songs op de plaat zijn prachtig, zowel qua zang als qua instrumentatie, zodat je het trio de paar kleine misstappen snel vergeet. Met Snowapple is het Nederlandse muzieklandschap een uniek trio rijker. De volgende keer wat minder kleinkunst en kitsch en de rootsmuziek heeft er een zeer serieuze smaakmaker bij. Erwin Zijleman



zondag 7 april 2013

Sarah Blasko - I Awake

De Australische singer-songwriter Sarah Blasko maakte de afgelopen jaren een tweetal uitstekende platen, maar is bij velen toch vooral bekend als de vrouw die zo geweldig songs van anderen kan vertolken. Ik moet toegeven dat haar versies van onder andere Xanadu, Goodbye Yellow Brick Road en Don’t Dream Is Over volstrekt briljant zijn (check ze op YouTube), maar het wordt nu zo langzamerhand toch echt de hoogste tijd om Sarah Blasko op haar eigen songs te beoordelen. Met haar nieuwe plaat, I Awake, heeft Sarah Blasko immers een unieke plaat van een zeer hoog niveau gemaakt. Voor het maken van deze plaat zocht de Australische singer-songwriter de samenwerking met een flink uit de kluiten gewassen Bulgaars symfonieorkest en dat levert een opvallend fraai resultaat op. Sarah Blasko beschikt over een zoet en verleidelijk stemgeluid, dat het tot dusver uitstekend doet in zonnige popliedjes. Ik had eigenlijk niet verwacht dat deze stem goed zou combineren met een zo nu en dan flink uitpakkend symfonieorkest, maar het is een combinatie die geweldig werkt. Sarah Blasko schreef alle songs op  I Awake en tekende ook voor de productie. Het is een prestatie van formaat, want I Awake valt op door geweldige songs en klinkt werkelijk fantastisch. Hier blijft het niet bij, want I Awake is ook nog eens een emotionele plaat, waarop Sarah Blasko de zware persoonlijke thema’s niet schuwt. Ondanks de aanwezigheid van een compleet orkest is I Awake bij vlagen een bijzonder breekbare en intieme plaat, waarop Sarah Blasko volop mag schitteren. De vrouw met de bijzonder aangename stem is opeens de vrouw die garant staat voor heel veel kippenvel. De vrouw die zo goed uit de voeten kan met het werk van anderen geeft zich opeens volledig bloot met eigen songs, die je diep in de ziel weten te raken. In eerste instantie was ik vooral met open mond naar I Awake aan het luisteren, maar inmiddels heeft de verbazing van het eerste moment plaats gemaakt voor diepe bewondering. I Awake is een plaat die maar heel weinig singer-songwriters durven te maken en van de groep die dit wel durft slagen er uiteindelijk waarschijnlijk maar heel weinig in om een plaat van dit niveau af te leveren. Met I Awake streeft Sarah Blasko in eenmaal een groot deel van haar concurrenten voorbij en geeft ze deze concurrenten ook direct het nakijken. Ik heb de plaat inmiddels zelf een tijdje in huis, maar hij houdt maar niet op met groeien. Een enkeling wist het al, maar over een tijdje weet iedereen het: Sarah Blasko is een hele grote en I Awake is een onbetwist meesterwerk. Briljante plaat, in alle opzichten. Erwin Zijleman

Sarah Blasko staat op 14 april in People's Place, Amsterdam.



zaterdag 6 april 2013

Waiting For Henry - Ghosts & Compromise

Waiting For Henry is een jonge Amerikaanse band, die naar eigen zeggen "old-school alt-country" maakt. Dat is op zich een interessant gegeven. De muziek die aan het begin van de jaren 90 werd binnengehaald als muzikale revolutie, is inmiddels kennelijk al weer old school. De muziek van Waiting For Henry is er niet minder aantrekkelijk om. Het debuut van de band, Ghosts & Compromise, doet inderdaad wel wat denken aan de muziek van alt-country pioniers als Uncle Tupelo en The Jayhawks, maar Waiting For Henry doet veel meer dan oude wijn in nieuwe zakken serveren. De muziek van de band citeert niet alleen uit de archieven van de alt-country, maar verwerkt ook invloeden uit de hoogtijdagen van de American Underground en met een beetje fantasie zelfs invloeden uit de grunge of de Southern Rock. Bij beluistering van Ghosts & Compromise moest ik meer dan eens denken aan het beste van The Jayhawks (en dat is heel erg goed), maar bijna net zo vaak werd ik mee terug genomen naar de hoogtijdagen van R.E.M. (en dat is zo mogelijk nog beter) en heel soms hoor ik ook wel wat van Pearl Jam of de Drive-By Truckers. De muziek van Waiting For Henry bevat onmiskenbaar invloeden uit de alt-country hoek, maar combineert deze met net wat meer rauw gitaarwerk en net wat meer intensiteit dan gebruikelijk. Het resultaat is vrijwel onweerstaanbaar. Ghosts & Compromise is een gloedvolle plaat vol heerlijke songs. De band uit New York State weet net als The Jayhawks te overtuigen met sterke solozang en hemelse harmonieën en gooit er vervolgens een bak gitaarwerk tegenaan waaraan de meeste bands uit de alt-country en de American Underground een puntje kunnen zuigen. Door deze opvallende combinatie van invloeden is Waiting For Henry er in geslaagd om een plaat te maken die volstrekt tijdloos klinkt, maar tegelijkertijd anders klinkt dan alles dat we de afgelopen 25 jaar al gehoord hebben. Voor een debuut ligt de kwaliteit opvallend hoog en hiernaast kent Ghosts & Compromise nauwelijks zwakke momenten. Er komt op het moment een ware vloedgolf van Amerikaanse rootsplaten op me af, maar er zitten er op het moment niet veel tussen die zoveel indruk op me hebben gemaakt als het debuut van Waiting For Henry. Na Hollis Brown is ook dit een band die met een beetje geluk zomaar heel groot kan worden. Ik gun het ze van harte. Erwin Zijleman

Ghosts & Compromise van Waiting For Henry ligt niet in Nederland in de winkel, maar is verkrijgbaar via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/waitingforhenry).

vrijdag 5 april 2013

LeE HARVeY OsMOND - The Folk Sinner

Lee Harvey Osmond (formele schrijfwijze: LeE HARVeY OsMOND, maar dat is me te ingewikkeld) is een Canadese band die tot dusver vooral opviel vanwege haar bijzondere naam. Met The Folk Sinner heeft de band rond Tom Wilson echter ook een plaat gemaakt die opzien baart (lezer Edwin bedankt voor de tip!). Dat is deels de verdienste van een aantal bevriende muzikanten, onder wie Cowboy Junkies gitarist Michael Timmins (die de plaat ook produceerde), Cowboy Junkies zangeres Margot Timmins, muzikale duizendpoot Hawksley Workman, Oh Susanna, Astrid Young (halfzus van Neil) en miskend talent Colin Linden, maar Lee Harvey Osmond heeft zelf ook heel wat te bieden. The Folk Sinner opent met een bijna verstilde versie van Gordon Lightfoot’s Oh Linda, maar schiet vervolgens alle kanten op. The Folk Sinner bevat bluesy tracks, maar is ook niet vies van folk, country, psychedelica, jazz en rock. Michael Timmins heeft bij de Cowboy Junkies al jaren het patent op een ingetogen geluid dat je als een mistvlaag insluit en vervolgens in een wurggreep houdt en dit geluid blijkt ook uitermate doeltreffend voor Lee Harvey Osmond. The Folk Sinner is een bezwerende plaat vol songs die je onmiddellijk te pakken hebben, maar vervolgens nog heel lang door kunnen groeien. Belangrijk wapen van de band is zanger Tom Wilson, die er in slaagt om in vrijwel ieder nummer anders te klinken, maar altijd overtuigt met zijn emotievolle voordracht. Minstens net zo belangrijk is de prachtige instrumentatie waarin ruimte is gereserveerd voor een enorme batterij aan instrumenten. Het geluid op de plaat is desondanks relatief sober en doet soms wat psychedelisch aan (hier en daar heeft het wat van The Doors). Met name het gitaarwerk op de plaat (variërend van zwoel tot scheurend) is prachtig, maar ook de sober opererende ritmesectie en een geweldig klinkende vibrafoon verdienen alle lof. Als dan ook Margot Timmins nog eens mee gaat zingen is de betovering compleet. Tom Wilson schijnt inmiddels meerdere platen op zijn naam te hebben staan, maar The Folk Sinner is mijn eerste kennismaking met het bijna onbegrensde talent van de Canadees. The Folk Sinner nodigt daarom nadrukkelijk uit tot het beluisteren van de man’s oudere werk en smaakt naar veel meer, maar is ondertussen ook één van de beste platen die ik de laatste tijd heb gehoord. Vooral interessant voor liefhebbers van donkere Americana in de ruimste zin van het woord, maar eigenlijk kan geen enkele muziekliefhebbers zich een buil vallen aan of heen om deze in alle opzichten opzienbarende en werkelijk bloedstollend mooie plaat. Voor mij in ieder geval één van de grootste ontdekkingen van de laatste tijd: The Folk Sinner van Lee Harvey Osmond, of vooruit LeE HARVeY OsMOND. Erwin Zijleman