vrijdag 31 mei 2013

CocoRosie - Tales Of A Grasswidow

Er zijn tijden geweest waarin de release van een nieuwe cd van de zusjes Bianca en Sierra Casady, oftewel CocoRosie, werd gerekend tot de belangrijkste muzikale gebeurtenissen van het jaar. Het staat in schril contrast tot de bijna geruisloze wijze waarop vorige week de nieuwe plaat van het duo, Tales Of A Grasswidow, is verschenen. CocoRosie behoorde nog geen tien jaar geleden, in het kielzog van aanvoerder Devandra Banhart, tot de pioniers en smaakmakers van het genre dat onder uiteenlopende namen als freak-folk, alt-folk en psych-folk in de geschiedenisboeken van de popmuziek is terecht gekomen. De platen van het duo werden bejubeld en iedere stap van de zusjes Casady werd breed uitgemeten. De hoogtijdagen van de eigenwijze folk liggen inmiddels ver achter ons en het lijkt er op dat er niemand meer zit te wachten op de toch wat vreemde zusjes Casady; iets wat Devandra Banhart een paar weken geleden overigens ook al overkwam met zijn uitstekende maar compleet genegeerde nieuwe plaat. Na beluistering van Tales Of A Grasswidow kan ik alleen maar concluderen dat er geen enkele reden is om de muziek van de zusjes Casady te negeren. Sterker nog, Tales Of A Grasswidow is de beste plaat die CocoRosie tot dusver heeft uitgebracht. De muziek van CocoRosie moest het in het verleden vooral hebben van rare geluidjes, merkwaardige zang en niet-alledaagse songstructuren. Het zijn elementen die allemaal terugkeren op Tales Of A Grasswidow, maar vergeleken met platen als La Maison De Mon Rêve en Noah's Ark laat de nieuwe plaat van CocoRosie een veel evenwichtiger en consistenter geluid horen, waarin bovendien meer plaats is voor songs die zich enigszins houden aan de conventies van het popliedje met een kop en een staart. Het wat naïeve (maar hierdoor ook charmante) geluid waarmee CocoRosie ooit doorbrak heeft op Tales Of A Grasswidow plaats gemaakt voor een zwaarder geluid, waarin elektronica een voornamere rol speelt. De psychedelische folk van weleer vormt nog altijd de basis van de muziek van Bianca en Sierra Casady, maar invloeden uit de dance, hiphop en de wereldmuziek hebben flink aan terrein gewonnen. Tales Of A Grasswidow is vergeleken met het dromerige vroege werk van het duo een behoorlijk heftige plaat, maar het is een heftige plaat vol geheimen die veel moois te bieden heeft. Makkelijk is het allemaal niet. De experimenteerdrift van CocoRosie strijkt soms flink tegen de haren in en slaat de plank ook een paar keer mis, maar het getoonde lef pakt ook een paar keer prachtig uit. CocoRosie stond aan de basis van een vergeten genre dat ooit de muziekwereld op zijn kop zette, maar is gelukkig niet gestopt met vernieuwen en eigenwijs blijven. Tales Of a Grasswidow dwingt hierdoor uiteindelijk dan ook alleen maar respect af en verdient het om gehoord te woreden. Erwin Zijleman



donderdag 30 mei 2013

Vampire Weekend - Modern Vampires Of The City

Modern Vampires Of The City van Vampire Weekend is inmiddels al een week of twee uit, maar ook dit is zo’n plaat die je maar beter even op je in kunt laten werken voordat je er een oordeel over velt. Zonder een moment van bezinning zou het fantastische titelloze debuut van de band uit 2008 immers zomaar kunnen zijn beschreven als een plaat die schaamteloos voortborduurt op de muziek van onder andere Talking Heads, XTC en Paul Simon’s Graceland, terwijl opvolger Contra uit 2010 makkelijk het predicaat "over the top" of het etiket "mislukt" opgeplakt had kunnen krijgen. De vorige twee platen van Vampire Weekend bleken echter platen die hun geheimen slechts mondjesmaat prijs geven. Het debuut bleek uiteindelijk een geniale plaat die de genoemde invloeden uit het verleden prachtig combineerde met de eigentijdse muziek uit het New York van 2008, terwijl Contra een geen platte legpuzzel met teveel stukjes, maar een fascinerende, uit vele lagen bestaande, 3D-puzzel bleek te zijn, waarin uiteindelijk alles precies paste. Ook Modern Vampires Of The City is een plaat die je niet in één keer volledig kunt bevatten. Na eerste beluistering is de meest waarschijnlijke conclusie dat Vampire Weekend op Modern Vampires Of The City voortborduurt op zijn twee voorgangers, maar wel een wat meer ingetogen geluid laat horen. Hiermee vertel je echter niet het volledige verhaal. Modern Vampires Of The City is inderdaad wat minder uitbundig dan de vorige twee platen van de band uit New York, maar schijn bedriegt. De nieuwe plaat van Vampire Weekend bestaat uit vele lagen en zet je zo vaak op het verkeerde been dat je uiteindelijk omvalt van verbazing. De invloeden die we van de band kennen zijn nog op de achtergrond aanwezig, maar hebben inmiddels gezelschap gekregen van de meest uiteenlopende andere invloeden. Modern Vampires Of The City laat zich beluisteren als een herhaalde willekeurige greep uit een zeer  goed gevulkde platenkast. Bij eerste beluistering kon ik misschien al wel 25 invloeden uit de geschiedenis van de popmuziek benoemen, maar inmiddels is het een veelvoud hiervan. Vampire Weekend was altijd al een meester in het verwerken van de meest uiteenlopende invloeden, maar op Modern Vampires Of The City gaat de band nog een stapje verder. Alle invloeden zijn op unieke wijze geïntegreerd in een uniek geluid dat slechts het noemen van één naam rechtvaardigt: Vampire Weekend. Persoonlijk word ik op Modern Vampires Of The City vooral gegrepen door de fraaie zang (die nog steeds aan Paul Simon doet denken), de bijzondere gitaarloopjes, de hemelse koortjes, de loodzware bassen en de bijzonder effectief ingezette strijkers, maar ook de liefhebbers van bijzondere ritmes en uitbarstingen van lichte gekte zijn bij de derde plaat van Vampire Weekend aan het juiste adres. De boeiende rode draad, een eerbetoon aan de stad New York, en de hoge kwaliteit van alle songs op de plaat, maken het feestje compleet. Net als stadgenoot The National heeft Vampire Weekend een plaat gemaakt die in twee weken tijd een indrukwekkende ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar voor beide platen geldt dat het einde van de groei nog lang niet in zicht is. Kiezen tussen de beide platen is bijna onmogelijk, maar gelukkig hoef ik helemaal niet te kiezen. Vampire Weekend heeft haar beste plaat tot dusver uitgebracht. Dat is een grootse prestatie. Erwin Zijleman



woensdag 29 mei 2013

The National - Trouble Will Find Me

Je hebt van die platen waar je na één keer horen al van alles over op wilt schrijven, maar er zijn ook van die platen die eerst moeten rijpen voor je er een oordeel over kunt vellen. Trouble Will Find Me van The National behoort absoluut tot de laatste categorie. De band leverde met The National (2001), Sad Songs For Dirty Lovers (2003) en Alligator (2005) drie geweldige platen af, maar maakte met Boxer (2007) één van de beste platen van het eerste decennium van de 21e eeuw. Met High Violet leverde de band uit Brooklyn, New York, vervolgens één van de beste platen van het lopende decennium af. Trouble Will Find Me kan na twee zulke goede platen eigenlijk alleen maar tegenvallen, maar ook de zesde plaat van The National valt weer niet tegen. Trouble Will Find Me is een overrompelende plaat die je eigenlijk direct bij eerste beluistering al weet in te pakken, maar de plaat wordt vervolgens nog veel beter. Trouble Will Find Me is, zeker voor The National begrippen, een behoorlijk ingetogen plaat. De uitbarstingen van de vorige platen schitteren op de nieuwe plaat van de band door afwezigheid. The National maakt op haar zesde plaat vooral stemmige muziek die net wat toegankelijker is dan we van de band gewend zijn. Dat betekent echter zeker niet dat The National kiest voor het grote geld. Trouble Will Find Me is een lekker in het gehoor liggende plaat, maar The National is nog lang geen Coldplay, om maar eens een naam te noemen. Zeker wanneer je de plaat wat vaker hoort, merk je dat de songs van The National nog altijd verre van alledaags zijn en stuk voor stuk knap in elkaar steken. Trouble Will Find Me is door de stemmige klanken en de voor de band beperkte hoeveelheid dynamiek een plaat die makkelijk betovert, maar de echte impact komt pas veel later. Bijvoorbeeld wanneer je de prachtige gitaar- en keyboard partijen hebt ontrafelt, wanneer je mee zweeft met de door melancholie getekende strijkers of de aardedonkere baslijnen of wanneer je echt bent gegrepen door de diepzwarte maar wonderschone teksten van voorman Matt Berninger, die alleen maar beter is gaan zingen op deze plaat. Het blijft lastig om de muziek van The National te vergelijken met die van andere bands. In een aantal tracks hoor je duidelijk raakvlakken met de muziek van Echo & The Bunnymen en Joy Division, maar Trouble Will Find Me raakt minstens net zo vaak aan bands als American Music Club, Wilco of aan alles tussen The Arcade Fire en The Smiths. Het geeft al aan dat het noemen van namen betrekkelijk zinloos is en dat geldt voor Trouble Will Find Me nog sterker dan voor de voorgangers van de plaat. Ook met deze voorgangers moet je de zesde plaat van The National niet vergelijken, want Trouble Will Find Me is toch weer flink anders dan High Violet en zijn voorgangers. Het is een plaat om je lang mee op te sluiten. Net zo lang tot je weet dat The National wederom een plaat heeft gemaakt die behoort tot het beste dat de popmuziek van de jaren 00 te bieden heeft. Er is al verschrikkelijk veel geschreven over Trouble Will Find Me, maar met woorden doe je de unieke muziek van The National nauwelijks recht. Grootse plaat van de meest interessante band van het moment. En hij wordt nog steeds mooier. Iedere keer weer. Erwin Zijleman



dinsdag 28 mei 2013

Case Yonkhear - Off The Grid

Kees Jonkheer is de drijvende kracht achter Live In Your Living Room; een concept dat inmiddels ver buiten Nederland navolging heeft gevonden. Hij maakt zelf ook al jaren muziek, maar dat is me eerlijk gezegd ontgaan. Mijn eerste kennismaking met de muziek van Kees Jonkheer is Off The Grid van Case Yonkhear (geweldige vondst). Off The Grid werd opgenomen in New York en is in het enorme aanbod van het moment een opvallende plaat. De piano staat centraal op de plaat van Case Yonkhear en dat hoor je tegenwoordig niet al teveel meer. Door de instrumentatie doet de plaat denken aan nogal wat grote singer-songwriter platen uit de jaren 70 en net zoals de muziek op deze platen is de muziek van Case Yonkhear tijdloos. Het is niet eens zo makkelijk om uit te leggen wat nu zo bijzonder is aan de muziek op Off The Grid. Echt vernieuwend is het niet (maar kan dat na 60 jaar popmuziek ook nog wel?) en de muziek van Case Yonkhear valt ook niet op door muzikale hoogstandjes of zang die je tot op het bot weet te raken. Off The Grid staat vol met popliedjes die lekker in het gehoor liggen, maar toch ook steeds net een andere weg in slaan dan je verwacht. Als je net wat beter luistert, steekt het allemaal behoorlijk knap in elkaar en valt er in muzikaal opzicht heel veel te genieten. Off The Grid van Case Yonkhear is een plaat die uitnodigt tot het noemen van namen. Uiteindelijk komen er heel veel namen voorbij. De meeste hiervan blijven steken in de jaren 70 (van Elton John tot Steely Dan), maar de naam die uiteindelijk toch het meest nadrukkelijk blijft hangen stamt uit de 90s en komt van Ben Folds Five. Ben Folds Five keerde vorig jaar terug met een hele goede plaat, maar Off The Grid van Case Yonkhear is een flink stuk beter. Vergeleken met Ben Folds bestrijkt Case Yonkhear een breder muzikaal palet en weet hij ook vaker te verrassen met uitstapjes buiten de gebaande paden. De songs op Off The Grid zijn ook nog eens een stuk beter dan die op de laatste plaat van Ben Folds en zijn  band. Off The Grid is een plaat die niet heel vaak opzien baart, maar ondertussen is het ook een plaat die 13 tracks lang heel erg leuk is en voorlopig alleen maar leuker wordt. Er is verder waarschijnlijk niemand die een plaat gaat maken als Off The Grid van Case Yonkhear en dat maakt de plaat van het alter ego van Kees Jonkheer uniek en hierdoor waardevol. Kees Jonkheer heeft met zijn huiskamerconcerten voor heel wat aangename uurtjes gezorgd en doet dit nu ook nog eens met zijn muziek. Het is door het inmiddels wat ongebruikelijke genre een plaat waar je zeker aan moet wennen, maar wanneer je er aan gewend bent blijken de bijzondere popliedjes van Case Yonkhear één voor één behoorlijk onweerstaanbaar. Wederom een prachtplaat van eigen bodem derhalve en ook dit is een hele bijzondere. Erwin Zijleman

Off The Grid van Case Yonkhear ligt helaas nog niet in alle platenzaken, maar kan besteld worden via de eigen site (http://www.caseyonkhear.com). Doen !!

maandag 27 mei 2013

Laura Marling - Once I Was An Eagle

Laura Marling is pas 23, maar ze heeft toch al drie bescheiden meesterwerken op haar naam staan. Alas I Cannot Swim uit 2008, I Speak Because I Can uit 2010 en A Creature I Don't Know uit 2011 krijgen nu gezelschap van Once I Was An Eagle. Direct bij eerste beluistering was ik volkomen stuk van de vierde van Laura Marling en inmiddels is de plaat tot angstige hoogten gestegen. Het einde van de groei is nog lang niet in zicht. Op haar debuut leek Laura Marling nog uit te kunnen groeien tot een folkzangeres voor een heel breed publiek, maar op Once I Was An Eagle is hier weinig van over. De vierde van Laura Marling is een lastig te doorgronden plaat waarop Laura Marling geen compromissen sluit. Na enkele mislukte relaties heeft Laura Marling haar vaderland de rug toe gekeerd. Ze zoekt haar geluk nu in Los Angeles, maar afgaande op Once I Was An Eagle is dat nog niet erg gelukt. Op haar vierde plaat maakt Laura Marling donkere muziek die nauwelijks houvast biedt. Akoestische gitaar en de stem van Laura Marling domineren en van songs die zich houden aan de conventies van de toegankelijke popsong is nauwelijks sprake. Once I Was An Eagle doet wel wat denken aan de platen die Joni Mitchell in een heel ver verleden in hetzelfde Los Angeles maakte, maar de overeenkomsten moeten niet overdreven worden. De donkere folksongs op de vierde plaat van Laura Marling grijpen in muzikaal opzicht immers veel vaker terug op de muziek uit haar vaderland dan op de muziek uit de stad waarin ze zich nu heeft gevestigd. Once I Was An Eagle staat bol van de invloeden uit de 60s en 70s psychedelica, heeft goed geluisterd naar de grote Britse folkrockbands uit deze periode en is ook zeker geïnspireerd door de weemoedige platen van Nick Drake. De plaat bevat maar liefst 16 tracks en duurt ruim een uur. Die 16 tracks zijn overigens maar moeilijk te onderscheiden. De songs zijn zo ver verwijderd van het toegankelijke folkliedje dat ik beluistering van de vierde track in eerste instantie dacht dat de eerste track nog bezig was. Veel songs hebben ingetogen passages waarin akoestische gitaar en de expressieve stem van Laura Marling domineren, maar dit kan zomaar ontsporen. Hier en daar is de percussie behoorlijk uitbundig en hetzelfde geldt voor de gitaren, strijkers en vooral de hier en daar opduikende instrumenten uit India die het psychedelische karakter van de plaat versterken. Laura Marling verdient alle respect voor haar lef om een plaat als Once I Was An Eagle te maken, maar het blijkt al snel niet alleen een lastige maar ook een zwaar verslavende plaat. Laura Marling had al drie uitstekende platen op haar naam staan, maar de vierde is nog vele klassen beter. Ik heb de plaat inmiddels talloze keren gehoord maar het gevoel van euforie blijft. Laura Marling heeft een plaat gemaakt die zich niet laat vergelijken met een andere recent verschenen plaat. Ze doet precies wat ze zelf wil en doet dit op zo knappe en bijzondere wijze dat diepe bewondering op zijn plaats is. Once I Was An Eagle is, zoals inmiddels een aantal malen gezegd, geen hele makkelijke plaat, maar als hij eenmaal onder de huid kruipt krijg je hem er echt nooit meer onder vandaan. Met afstand de beste plaat van het moment en dat zal nog wel even zo blijven. Erwin Zijleman



zondag 26 mei 2013

Beth Hart & Joe Bonamassa - Seesaw

Joe Bonamassa behoort inmiddels al een aantal jaren tot de betere gitaristen in het rootssegment (en ver daarbuiten) en heeft bovendien een aantal prima soloplaten op zijn naam staan (persoonlijk vind ik vooral Dust Bowl uit 2011 heel erg goed). Beth Hart had na haar doorbraak met Screamin’ For My Supper (met hierop de single L.A. Song) uit 1999 moeten uitgroeien tot een wereldster, maar een bijzonder wild leven (dat flink wat mannelijke rocksterren degradeert tot koorknapen) stond een glanzende carrière vaak in de weg. Twee jaar geleden vonden Beth Hart en Joe Bonamassa elkaar en doken ze de studio in. Het leverde de geslaagde selectie covers op Don’t Explain op. De samenwerking beviel de twee zo goed dat de studio alvast werd geboekt voor een opvolger en die is nu verschenen. Seesaw is een logisch vervolg op Don’t Explain, maar is ook in alle opzichten beter dan zijn voorganger. De ingrediënten zijn voor een belangrijk deel hetzelfde. Beth Hart en Joe Bonamassa zijn de studio ingedoken met een geweldige band die de pannen van het dak kan spelen, maar ook gas terug kan nemen om Beth Hart te laten schitteren, topproducer Kevin Shirley (Led Zeppelin is de meest indrukwekkende naam op zijn goedgevulde cv) zat wederom achter de knoppen en voor de songs vertrouwden Bonamassa en Hart wederom op de goedgevulde archieven van de popmuziek. Net als op Don’t Explain is het gitaarwerk van Joe Bonamassa verder om je vingers bij af te likken en Beth Hart zingt ook op Seesaw of haar leven er van af hangt. Toch is Seesaw een veel betere plaat dan zijn voorganger. De keuze van de songs is een stuk ambitieuzer en soms zelfs behoorlijk gewaagd. Wie durft zich nog te wagen aan een uitgemolken song als Nutbush City Limits en wie durft Billie Holiday’s versie van Strange Fruit naar de kroon te steken? Beth Hart en Joe Bonamassa durven het aan en komen er mee weg. De keuze van de songs is echter niet bepalend voor de kwaliteit van Seesaw. Belangrijkste verschil met Don’t Explain is dat we nu twee muzikanten horen die elkaar door en door kennen en elkaar bovendien perfect aanvoelen. Wanneer Beth Hart de emotie uit haar tenen laat komen houdt Joe Bonamassa in en wanneer Bonamassa de snaren betovert neemt Beth Hart even genoegen met een plekje op de achtergrond. De chemie tussen de muzikanten op de plaat springt makkelijk over op de luisteraar. Seesaw bevat heerlijke blues, soul en rock, waarin vooral de geweldige stem van Beth Hart opvalt. Beth Hart zingt op Seesaw als Janis Joplin, maar ook als Etta James, Aretha Franklin en noem nog maar wat grootheden op. Samen met het gitaarspel van Bonamassa voorziet het iedere klassieker op deze plaat van een nieuw laagje chroom. Het is vrijwel onweerstaanbaar op kille zondagochtenden als deze. Erwin Zijleman



zaterdag 25 mei 2013

Melissa Greener - Transistor Corazon

Al maanden staart Melissa Greener me aan vanaf de cover van haar derde plaat Transistor Corazon. Al maanden wil ik het liefst van de daken schreeuwen dat dit de beste rootsplaat is die ik in tijden heb gehoord. Al maanden ben ik diep onder de indruk wanneer Transistor Corazon uit de speakers komt en dat is verrassend vaak het geval. Maanden heb ik me in moeten houden, maar nu mag het er dan eindelijk allemaal uit. Op mijn promo exemplaar van Transistor Corazon zit een sticker met de tekst "Release date: May 20" en eindelijk ligt deze datum achter ons. Het al maanden in huis hebben van een plaat maar er nog niets over kunnen of willen zeggen, is overigens niet zonder gevaar. Heel wat platen die ik na eerste beluistering graag had bedolven onder de lovende woorden, vielen na enige gewenning toch wat tegen en wisten deze BLOG uiteindelijk nooit te bereiken. Het is voor Transistor Corazon van Melissa Greener nooit een serieus gevaar geweest. Ik vind de plaat bij iedere beluistering weer net iets beter dan de keer ervoor en dat is inmiddels al maanden het geval. Melissa Greener komt uit Austin, Texas, en maakte voor Transistor Corazon twee platen die slechts in lokale kring de aandacht trokken. Ik heb ze een aantal keer beluisterd en kwam steeds tot dezelfde conclusie: Melissa Greener beschikt absoluut over talent en gaat ooit nog eens een klassieker afleveren. Die klassieker is Transistor Corazon. Melissa Greener maakt op haar derde plaat stemmige en vooral ingetogen muziek die opvalt door een warmbloedige instrumentatie. De instrumentatie is de bloedsomloop van Transistor Corazon, maar het kloppend hart is de geweldige stem van Melissa Greener. Het is een stem die zoveel namen oproept dat ik uiteindelijk alleen maar kan concluderen dat de stem van Melissa Greener zijn gelijke niet kent. Transistor Corazon bevat rootsy popsongs waarin invloeden uit het Zuiden van de Verenigde Staten nadrukkelijk aanwezig zijn en zelfs een uitstapje richting Mexico niet wordt geschuwd, maar Transistor Corazon is zeker geen 13 in een dozijn rootsplaat. Melissa Greener springt op haar nieuwe plaat van stijl naar stijl en verstapt zich geen enkele keer. Dat heeft ze voor een belangrijk deel te danken aan haar veelzijdige stem en aan de prima muzikanten die haar begeleiden, maar de ware kracht van Transistor Corazon schuilt in het feit dat alles uit het hart lijkt te komen. Melissa Greener heeft een intense plaat gemaakt die je steeds het gevoel geeft dat de plaat speciaal voor jou is gemaakt en live in de woonkamer wordt vertolkt. Het maakt de derde van Melissa Greener tot een zwaar verslavende plaat. Het is weinigen gegeven om muziek te maken die me altijd een goed gevoel geeft en ook altijd zorgt voor kippenvel, maar Melissa Greener slaagt er nu al maanden in. Ik kan nog uren doorgaan, maar misschien moet iedereen maar gewoon zelf luisteren naar de prachtplaat van Melissa Greener. Erwin Zijleman

Transistor Corazon ligt, toch wel enigszins tot mijn verbijstering, voorlopig niet in de Nederlandse platenzaken, maar kan wel worden aangeschaft via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/melissagreener) of bandcamp (http://melissagreener.bandcamp.com/album/transistor-corazon).

vrijdag 24 mei 2013

She & Him - Volume 3

Het was vijf jaar geleden een hele bijzondere combinatie: actrice Zooey Deschanel en de eigenzinnige singer-songwriter M. Ward. Op Volume One, het debuut van She & Him, bleek het een combinatie die fantastisch uitpakte. Volume One van She & Him was een jaarlijstjesplaat vol frisse popmuziek, die qua invloeden een aantal decennia bestreek. Opvolger Volume Two uit 2010 was misschien nog wel beter en zelfs de in 2011 verschenen kerstplaat bleek meer dan één keer leuk. Hoewel de combinatie van Zooey Deschanel en M. Ward inmiddels bekend is, was ik stiekem toch weer erg nieuwsgierig naar Volume 3 (Volume Three had meer voor de hand gelegen) van She & Him. De plaat draait inmiddels zo’n week of twee zijn rondjes in de cd speler, maar voelt aan als een plaat die ik al jaren ken. Ook op Volume 3 maken Zooey Deschanel en M. Ward weer behoorlijk onweerstaanbare popmuziek en net als op Volume One en Volume Two staan jaren 60 en jaren 70 pop centraal, met hier en daar een snufje country voor wat extra doorleving en wat West Coast pop voor de vitamine D. Toch klinkt Volume 3 net wat anders dan de vorige twee delen She & Him. Op hun derde plaat kiezen Zooey Deschanel en M. Ward voor een zonniger geluid dat nog altijd geïnspireerd is door de girlpop van Phil Spector, maar dit keer ook aansluit bij de Britse girlpop uit de 60s en wat nadrukkelijker dan voorheen bij de Californische West Coast pop van de jaren 60 en 70. Een vleugje Burt Bacharach en een snufje doo wop brengen het geheel op smaak. Zooey Deschanel slaagt er ook dit keer in om perfecte popsongs te schrijven, maar Volume 3 bevat ook een aantal covers, waaronder een fraaie vertolking van Blondie’s Sunday Girl. Zooey Deschanel is absoluut de ster op de plaat, maar haar perfecte popliedjes en meisjesachtige vocalen zouden het niet redden zonder de tijdloze muziek van M. Ward. Al bij beluistering van Volume One vroeg ik me af hoe lang de muziek van She & Him leuk zou blijven. Het was ook bij beluistering van Volume Two een relevante vraag en de vraag blijft ook bij beluistering van Volume 3 legitiem. Ik weet er eerlijk gezegd geen antwoord op. De critici beginnen inmiddels wel wat te morren en klagen dat de houdbaarheidsdatum van She & Him zo langzamerhand wel bijna verstreken is, maar persoonlijk vind ik het nog altijd heerlijk en geniet ik misschien nog wel meer van Volume 3 dan ik heb genoten van de vorige twee delen. Zooey Deschanel en M. Ward hebben een geweldige popplaat afgeleverd die je steeds weer wilt horen en die bij iedere beluistering blijft betoveren ; net zoals deel 1 en 2 dat de afgelopen jaren deden. Natuurlijk valt er wel wat te zeuren over een aantal songs op de plaat of over het inmiddels wat voorspelbare karakter van de samenwerking tussen de twee uitersten, maar zolang iets zo lekker klinkt als Volume 3 van She & Him kun je er ook gewoon van genieten. Dat is precies wat ik van plan ben de komende maanden. Erwin Zijleman



donderdag 23 mei 2013

Kacey Musgraves - Same Trailer Different Park / Ashley Monroe - Like A Rose

Het was een tijdje geleden dat ik voor het laatst een bezoek bracht aan de muzieksectie van MetaCritic.com. Het gecombineerde oordeel van de Amerikaanse muziekcritici leverde me immers nauwelijks tips meer op, omdat tot voor kort alleen reissues en vage elektronica hoog scoorden. De laatste categorie is niet aan mij besteed en voor reissues durf ik wel op mijn eigen oordeel te vertrouwen. De Amerikaanse muziekcritici blijken er echter een nieuwe liefde bij te hebben: schaamteloos commerciële countrymuziek. In de top 3 met de nieuwe releases stonden vorige week maar liefst twee countryzangeressen die in de Verenigde Staten absoluut uit gaan groeien tot grote sterren, maar in Nederland waarschijnlijk nooit een poot aan de grond zullen krijgen. Ik sluit de platen van de jonge Amerikaanse countryzangeressen zelf niet bij voorbaat uit. Er kan immers  zomaar een Miranda Lambert, een Gretchen Wilson of een Taylor Swift tussen zitten. Na beluistering van de platen van Ashley Monroe en Kacey Musgraves weet ik dat beide dames nog niet zover zijn als de genoemde smaakmakers in het genre, maar over potentie beschikken ze absoluut en zo af en toe komen ze al angstig dicht bij. Ashley Monroe en Kacey Musgraves hebben allebei een cd afgeleverd die het uitstekend zal doen op de Amerikaanse radiostations en ze hebben bovendien een plaat gemaakt die niet tegen het zere been schopt in de countryscene van Nashville, Tennessee. Toch vind ik zowel Like A Rose van Ashley Monroe als Same Trailer Different Park van Kacey Musgraves een plaat die het verdient om ook in Nederland te worden gehoord. 


Laat ik eens beginnen bij Ashley Monroe. Monroe probeerde het zes jaar geleden als eens, maar de plaat die ze in 2007 uitbracht flopte genadeloos. De afgelopen jaren speelde ze veel met Miranda Lambert, maakte ze deel uit van het eigenzinnige country trio Pistol Annies en was ze te horen op meerdere platen van de scene rond Jack White. Like A Rose schakelt tussen countryballads met een snik en songs met wat meer honky tonk invloeden. Ashley Monroe schopt zoals gezegd niet tegen de traditionele country scene van Nashville, maar past zich ook niet volledig aan. Like A Rose is een modern klinkende plaat met countrymuziek die misschien nog best wat alternatiever mag, maar ook in de huidige vorm het aanhoren meer dan waard is. Ik beluister hem stiekem al veel vaker dan ik had verwacht en de rek is er nog lang niet uit. 


Ook Kacey Musgraves begint met haar nieuwe plaat aan een tweede muzikale leven en ook Musgraves heeft flink wat te danken aan Miranda Lambert. Same Trailer Different Park is nog net wat beter dan de plaat van Ashley Monroe. Op haar in de VS uitstekend ontvangen comebackplaat kiest Kacey Musgraves positie tussen Taylor Swift en Miranda Lambert in en verrast ze met lekker in het gehoor liggende countrysongs die eigenwijzer zijn dan je op het eerste gehoor zult vermoeden.  Luister naar Same Trailer Different Park en je hoort een zangeres die het in zich heeft om uit te groeien tot een hele grote. Het niveau ligt niet de hele plaat even hoog, maar de beste songs op de plaat zijn van wereldklasse. Kacey Musgraves heeft een heerlijke plaat gemaakt die aangenaam voortkabbelt, maar je ook een paar keer enthousiast doet opspringen. Ik was in eerste instantie vooral verrast door de keuze van Metacritic.com, maar inmiddels begrijp ik hem wel. Ashley Monroe en Kacey Musgraves hebben een plaat gemaakt die ook een individueel plekje op deze BLOG verdienen. Ik begon deze recensie met het idee dat twee redelijke platen van veelbelovende muzikanten ook een goede plaat maken, maar uiteindelijk levert het gewoon twee prima platen in één recensie op. Ga op zijn minst luisteren, zeker als Taylor Swift en/of Miranda Lambert de test inmiddels positief hebben doorstaan. Erwin Zijleman



woensdag 22 mei 2013

Cayucas - Bigfoot

Ik kan me natuurlijk aanpassen aan de weersvoorspelling van het KNMI en op zoek gaan naar de betere herfstplaatjes, maar daar wordt het weer de laatste dagen alleen maar slechter van. Daarom probeer ik vandaag maar eens iets heel anders en kom ik op de proppen met de ultieme zomerplaat. Deze komt van de Amerikaanse band Cayucas en luistert naar de titel Bigfoot. Cayucas is de band van Zach Yudin uit het Californische Santa Monica en afgaande op de kwaliteit van Bigfoot durf ik al wel te voorspellen dat we nog veel van Zach Yudin gaan horen. Bigfoot bevat slechts acht tracks en duurt maar net een half uur, maar het is wel acht keer raak en een half uur genieten. Allmusic.com omschrijft de muziek van Cayucas als "a sunburned version of The Shins" en daar valt weinig op af te dingen. Stop Bigfoot in de cd speler en de zon begint te schijnen en goed ook. Met Bigfoot uit de speakers is het zomer en geen Nederlandse zomer maar een echte Californische zomer. Dat is precies waar ik aan toe ben en dat geldt vast voor meer mensen. Samen met producer Richard Swift zorgt Zach Yudin voor een half uur zorgeloze popmuziek waarvan je het heerlijk warm krijgt. Het is muziek die nauw is verbonden met de Amerikaanse westkust en die derhalve associaties oproept met zon, zee, het strand, een surfboard, koud bier en mooie vrouwen. In muzikaal opzicht refereert de muziek van Cayucas uiteraard aan The Beach Boys, maar het zijn hiernaast vooral namen van wat recentere datum die blijven hangen: The Shins, Vampire Weekend, The Drums, Best Coast; denk in deze richting en je zit goed. Vergeleken met al deze bands gooit Cayucas er nog wat extra zonnestralen tegenaan, maar Bigfoot is meer dan alleen maar een feelgood plaat. Bigfoot klinkt heerlijk lichtvoetig en bijna naïef zorgeloos, maar verrast ook door bijna Caribische ritmes te vermengen met surfgitaren en onweerstaanbare meezingrefreinen. Zeker wanneer de ritmes wat tegendraadser en de gitaarloopjes wat speelser worden ligt de vergelijking met Vampire Weekend voor de hand, maar Cayucas klinkt dan ook als The Beach Boys aangevoerd door David Byrne (of als Talking Heads met Brian Wilson aan het roer) en neemt je zelfs een paar keer mee terug naar de jaren 50. Door de net wat minder voor de hand liggende wendingen blijft Bigfoot ook na een paar keer horen leuk en blijft de plaat zeker houdbaar tot het moment dat het eindelijk echt zomer gaat worden in Nederland. Ik zet in de tussentijd de verwarming wat hoger en laat Bigfoot voor de zoveelste keer uit de speakers komen. Buiten is het herfst, binnen is het zomer. En wat voor zomer. Heerlijk. Erwin Zijleman



dinsdag 21 mei 2013

The Handsome Family - Wilderness

Brett en Rennie Sparks doken halverwege de jaren 90 voor het eerst op als The Handsome Family. Vanuit Texas en later vanuit Chicago maakte het echtpaar de ene na de andere fascinerende plaat. Het zijn platen waarop traditionele bluegrass en country werd vermengd met meer alternatieve country en geweldige teksten, die zowel zware verhalen vertelden als stil stonden bij de kleine lullige dingen in het leven. De beste platen van Brett en Rennie Sparks, Through The Trees uit 1998 en In The Air uit 2000, haalden niet alleen mijn jaarlijstje maar werden ook de hemel in geprezen door de gerenommeerde Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut. Na In The Air maakte The Handsome Family nog een aantal prima platen, maar het bijzondere was er wel wat af. Ondanks het feit dat ik de platen van The Handsome Family hoog heb zitten, twijfel ik toch altijd of de muziek van het tweetal niet één grote grap is.  Het is in dat geval een grap die lang aanhoudt, want na een paar jaar stilte is The Handsome Family terug met een nieuwe plaat, Wilderness. Grap of niet, met opener Flies hebben Brett en Rennie Sparks (waarvan met name Brett er opeens 50 jaar ouder uit ziet) me direct weer te pakken. Er is niet veel veranderd. Wilderness sluit perfect aan op alle vorige platen van het duo en valt weer op door traditionele klinkende muziek met een flinke tekstuele knipoog. Vergeleken met de vorige platen van Brett en Rennie Sparks klinkt Wilderness net wat voller en geproduceerder, maar de muziek  van The Handsome Family heeft haar unieke karakter behouden. Voor een ieder die, net als ik, een zwak heeft voor de muziek van The Handsome Family voelt Wilderness direct aan als een warm bad. Op één of andere manier bevalt de plaat me veel beter dan de meeste andere platen die het duo sinds In The Air maakte en is het, net als het vier jaar verleden verschenen Honeymoon, een plaat die moet worden gerekend tot de betere platen van The Handsome Family. Vergeleken met In The Air klinkt de muziek van The Handsome Family wel iets serieuzer. Belangrijker is dat met name het gitaarwerk veel beter is. Brett Sparks soleert er in een aantal tracks op los als een ware gitaargod en is ook nog eens beter gaan zingen. Wilderness is een typische The Handsome Family plaat, maar het duo zet ook opeens een flinke stap en verrast met meer invloeden en popliedjes die zich bijzonder aangenaam in het brein nestelen. Wilderness is daarom zeer geschikt voor een ieder die het werk van het duo niet kent en een fraai opstapje naar de al lang vergeten meesterwerken van een jaar of 15 geleden. No Depression start haar recensie van de plaat met de volgende woorden: "Brett and Rennie Sparks release a new album and suddenly the World is a better place". Zo is het maar net. Erwin Zijleman



maandag 20 mei 2013

Savages - Silence Yourself

Nu de zon weer plaats dreigt te maken voor donkere wolken ga ik op zoek naar een bijpassende soundtrack. Silence Yourself van Savages bevalt tot dusver uitstekend, want de muziek van het vrouwelijke viertal uit Londen kan het zonlicht nauwelijks verdragen. Bij eerste beluistering van Silence Yourself dacht ik even dat ik een cd met obscuur werk van Siouxsie & The Banshees in de cd speler had gestopt, maar bij wat meer aandacht voor de muziek van Savages hoor je snel dat de band uit Londen meer doet dan het reproduceren van invloeden uit een ver verleden. Silence Yourself laat zich nadrukkelijk inspireren door de hoogtijdagen van de New Wave en vooral de postpunk, maar het slaagt er ook op knappe wijze in om iets toe te voegen aan de stapel platen uit een ver verleden die ik al in de kast heb staan. Uit de postpunk pikt Savages vooral de diepe bassen, de springerige gitaarloopjes en de vocalen die ergens tussen Siouxsie Sioux en Patti Smith inzitten, maar de vier dames uit Londen zijn ook niet vies van scheurende gitaren die eerder uit de noiserock van de jaren 90 afkomstig lijken en zo af en toe van tribale ritmes die de afgelopen decennia door uiteenlopende bands zijn verwerkt. Wanneer Savages kiest voor scheurende gitaren en beukende drums is de vergelijking met de postpunk klassiekers uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 opeens ver weg en klinkt Silence Yourself opeens als Sleater Kinney on speed. En als je al het gitaargeweld even wegdenkt lijkt het opeens of Jefferson Airplane uit haar as is herrezen, maar het debuut van Savages heeft ook iets van PIL, van Joy Division, van Curve, van The Au Pairs en wanneer de gitaarwolken even de ruimte krijgen zelfs iets van de Simple Minds. Silence Yourself van Savages is een gitzwarte en bij vlagen loodzware plaat, maar het is ook een plaat waar je langzaam maar zeer zeker verslaafd aan raakt. Er zijn tientallen bands als Savages, maar geen van deze bands slaagt er in om invloeden uit meerdere genres zo knap aan elkaar te breien als de band uit Londen. Silence Yourself kun je als een stoomwals over je heen laten komen, maar je kunt de muziek van Savages ook ontleden in de onderdelen. De ene keer hoor je dan vooral het fantastische gitaarwerk, de volgende keer de bassiste die speelt alsof haar leven er van af hangt en hierna de loodzware maar zeker inventieve drumpartijen of de geweldige zang van Jenny Beth, die begint als occulte priesteres maar uiteindelijk zorgt voor heel veel kippenvel. Iedereen die toe is aan zonnige klanken uit de speakers moet met een hele grote boog om deze plaat heen lopen, maar als het best even wat donkerder mag is Silence Yourself van Savages een plaat die een diepe indruk zal maken. Erwin Zijleman



zondag 19 mei 2013

Vanessa Paradis - Love Songs

Sinds de uitstekende tweede cd van Zaz verlang ik naar meer Franstalige muziek. Het beste dat ik heb kunnen vinden bij de Franse vestiging van Amazon komt toch wel wat verrassend van Vanessa Paradis. Vanessa Paradis dook in de tweede helft van de jaren 80 op als Frans kindsterretje met Lolita pretenties. Ze werd uiteraard opgemerkt door geilneef Serge Gainsbourg met wie ze vervolgens een heel behoorlijke plaat maakte. Vervolgens dook de nog altijd jonge Vanessa Paradis op aan de zijde van Lenny Kravitz, met wie ze een aangenaam klinkende plaat met Engelstalige muziek maakte (vooral bekend via de single Be My Baby). Het afgelopen decennium was Vanessa Paradis vooral bekend als de vrouw van Johnny Depp en als uithangbord van Chanel, maar een jaar of zes geleden maakte ze ook het uitstekende Divinidylle. Nadat haar huwelijk met Johnny Depp op de klippen was gelopen dook Vanessa Paradis de studio in, met het nu verschenen Love Songs als resultaat. Love Songs bestaat uit twee cd’s en telt maar liefst 20 songs. Het zijn songs die een volwassen zangeres laten horen (Vanessa Paradis is inmiddels 40) die op meerdere terreinen uit de voeten kan. Love Songs is een uiterst veelzijdige plaat die ondanks de speelduur van bijna vijf kwartier geen seconde verveelt. Op Love Songs overtuigt Vanessa Paradis als chansonnière, laat ze horen dat er nog altijd een angstig verleidelijk zuchtmeisje in haar schuilt en bewijst Vanessa Paradis bovendien dat ze razend knappe popliedjes vol invloeden kan schrijven en vertolken. De ene keer worden deze voorzien van moderne elektronica, de volgende keer verrijkt met een wolkje psychedelica, een flinke dosis zonnestralen of opvallende ritmes. Love Songs is door de enorme variatie een plaat die maar blijft verrassen. Het is een plaat die je humeur een enorme boost geeft, maar het is ook een plaat die je lekker weg laat dromen of juist tot bezinning laat komen. In muzikaal opzicht schiet de plaat alle kanten op. Ingetogen luisterliedjes worden afgewisseld met avontuurlijke popliedjes, maar Love Songs heeft ook zijn constanten. Aan de ene kant valt de plaat op door een steeds weer anders klinkende maar altijd ijzersterke instrumentatie (waarin gitaren vaak de strijd aan gaan met strijkers), maar de grote kracht van de plaat schuilt toch in de bijzonder overtuigende stem van Vanessa Paradis. Vanessa Paradis klonk op haar vorige platen nog altijd als het meisje dat op 14- jarige leeftijd Joe Le Taxi zong, maar de eelt op haar ziel is inmiddels overgeslagen naar haar stembanden. Love Songs kent gastbijdragen van Carl Barat (The Libertines), met wie Paradis een aardig duet zingt (dat helaas wel erg doet denken aan Where The Wild Roses Grow van Nick Cave en Kylie Minogue) en Benjomin Biolay, met wie Paradis de tijden van Serge Gainsbourg en Jane Birkin doet herleven, maar de Française is toch op haar sterkst wanneer ze in haar uppie het ene na het andere prachtliedje vertolkt op even zwoele als doorleefde wijze. Ik had het op voorhand niet verwacht, maar Vanessa Paradis is terug van weg geweest en heeft direct een prachtplaat afgeleverd die nog heel wat uurtjes in de cd speler gaat doorbrengen. Erwin Zijleman



zaterdag 18 mei 2013

Left Arm Tan - Alticana

Mijn zoektocht naar nieuw talent in het rootssegment brengt me deze week in Fort Worth, Texas, de thuisbasis van Left Arm Tan. Left Arm Tan is het kleurtje op de linkerarm dat je krijgt wanneer je met het raam open rijdt en de linkerarm op het portier laat rusten Het is een kleurtje dat je in Nederland momenteel helaas niet op zal doen, maar zodra de muziek van Left Arm Tan uit de speakers komt waan je je in veel zonnigere oorden. Left Arm Tan maakt de traditioneel aandoende countrymuziek die het goed doet op de Amerikaanse radio, maar dankzij een snufje countryrock en een beetje country-noir is de nieuwe plaat van de band ook zeker geschikt voor onze Europese oren. Alticana werd geproduceerd door Salim Nourallah. Salim Nourallah maakte de afgelopen 15 jaar een aantal prima soloplaten (en samen met zijn broer een vergeten meesterwerk als The Nourallah Brothers), maar brak als muzikant nooit echt door. Als producer maakte hij tot dusver vooral indruk met The Old 97’s, maar ook met Alticana van Left Arm Tan kan Salim Nourallah wel eens hoge ogen gaan gooien als producer. Alticana staat vol met heerlijk zonnige countryrock songs. Het zijn songs die ergens tussen die van The Jayhawks, Chris Isaak en Ryan Adams in zitten, al houdt de vergelijking met geen van deze artiesten heel lang stand en bevat de muziek van Left Arm Tan ook een beetje van The Eagles, The Rolling Stones, The Counting Crows, Icehouse en een acceptabele dosis Nashville country. Alticana bevat songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. De ene keer wat meer ingetogen, de andere keer wat steviger, maar altijd gloedvol en geïnspireerd. In het geluid van Left Arm Tan maken in eerste instantie vooral de zang en het gitaarwerk indruk, maar ook de andere schakels zijn sterk en dragen nadrukkelijk bij aan het fraai klinkende totaalgeluid. Bij eerste beluistering vond ik Alticana van Left Arm Tan vooral authentiek en traditioneel klinken, maar na enige gewenning is het zeker geen plaat die in dit hokje thuis hoort. Left Arm Tan maakt veelkleurige muziek vol invloeden die de thuisbasis van de band recht doet, maar ook nadrukkelijk buiten de grenzen van de staat en de landsgrenzen kijkt. Uiteindelijk is het een moderne plaat vol invloeden. Het is een plaat die het hart verwarmt, maar het is ook een plaat die fascineert door mooie verhalen en de lucht blauw kleurt door een heerlijk warm geluid. Bij beluistering van Alticana van Left Arm Tan waan ik me steeds weer in een grote auto op de Amerikaanse highway. De tank vol, het raam open, de radio aan. Een reis langs fraaie landschappen waarin aan de ene kant niets en aan de andere kant alles gebeurt. Het is keer op keer prachtig. Uiteindelijk ontbreekt er maar één ding en dat is het bruine kleurtje op de linkerarm. Het valt Left Arm Tan niet kwalijk te nemen. Alticana is een prachtige plaat van een band die vast nog eens heel groot gaat worden. Van luisteren ga je zeker geen spijt krijgen. Erwin Zijleman

Alticana van Left Arm Tan ligt niet in Nederland in de winkel, maar is onder andere verkrijgbaar via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/leftarmtan4)

vrijdag 17 mei 2013

Street & Stone - Turn

Het verhaal achter Turn van Street & Stone is prachtig, maar de muziek is nog veel mooier. Ik begin toch maar even bij het verhaal. Achter Street & Stone gaat Peter van Straten schuil. Van Straten heeft als bassist al een rijk muzikaal leven achter zich (hij speelde op vele Nederpop klassiekers en maakte onder andere deel uit van de geweldige band Powerplay), maar niemand minder dan de twee jaar geleden overleden Gerry Rafferty adviseerde van Straten om een nieuw muzikaal leven te beginnen en zijn eigen songs te gaan vertolken. Peter van Straten verruilde zijn Amsterdamse woning voor een eenvoudige blokhut in North Carolina en schreef uiteindelijk 40 songs. Hiervan zijn er twaalf te vinden op Turn en het zijn twaalf pareltjes. Turn werd in Nederland opgenomen met technicus Frans Hendriks en flink wat topmuzikanten van eigen bodem, onder wie René van Barneveld (Urban Dance Squad), Nico Brandsen (Kane), Wouter Planteijdt (Sjako) en Leon Klaasse (Powerplay, The Pilgrims). Turn staat vol met tijdloze popmuziek. Het is popmuziek die begint bij The Beatles en vervolgens via Garry Rafferty in het heden terecht komt. Turn klinkt fantastisch en dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de fantastische muzikanten die op de plaat te horen zijn. De ritmesectie is solide maar ook speels, de piano en het orgel geven de plaat een bijzondere sfeer, de pedal steel past verrassend goed bij de tijdloze popmuziek van Street & Stone en het gitaarwerk is van wereldklasse. Peter van Straten maakt het vervolgens af met bijzonder lekker in het gehoor liggende songs en prima zang. De songs op Turn putten nadrukkelijk uit de archieven van de popmuziek, maar door de bijzondere instrumentatie en de veelheid aan invloeden (variërend van Beatlesque pop tot moderne rock en van rootsmuziek tot jazzy en funky klanken) heeft Street & Stone toch een duidelijk eigen karakter en dit is bovendien een eigentijds karakter. Iedereen die Turn beluistert zal onmiddellijk verrast zijn door het hoge niveau van de songs, maar Turn is ook nog eens die veel beter wordt wanneer je hem vaker hoort. Wanneer je Turn een paar keer hebt gehoord zijn vrijwel alle songs op de plaat je dierbaar en is het debuut van Street & Stone een plaat die nauwelijks meer uit de cd speler te krijgen is en bij alle gelegenheden tot zijn recht komt. Peter van Straten nam flink wat risico’s toen hij afreisde naar North Carolina om zijn eigen songs te schrijven, maar het heeft fantastisch uitgepakt. Met Turn van Street & Stone wordt de eregalerij van de Nederlandse popmuziek uitgebreid met een serie tijdloze popliedjes met een uniek karakter, die zowel nationaal als internationaal mee kan doen om de prijzen. De zoveelste verrassing van eigen bodem dit jaar en ook dit is weer een bijzonder aangename. Erwin Zijleman 



donderdag 16 mei 2013

Mikal Cronin - MCII

Het heeft er alle schijn van dat de Amerikaanse muzikant Mikal Cronin gaat uitgroeien tot één van de sensaties van 2013. Daar zag het tot voor kort niet naar uit, want van zijn titelloze debuut was ik twee jaar geleden niet erg onder de indruk en ik was zeker niet de enige, want jubelrecensies kan ik me eerlijk gezegd niet herinneren. Opvolger MCII is echter tien klassen beter en mag met recht een sensatie worden genoemd. Op MCII verrast Mikal Cronin, een maatje van de vorig jaar door de muziekpers omarmde Ty Segall, met de ene perfecte popsong na de andere. Het zijn popsongs die het etiket powerpop opgeplakt zullen krijgen, maar Mikal Cronin voorziet de powerpop zoals we die uit het verleden kennen van een geheel eigen geluid. Aan de ene kant heeft de muziek van Mikal Cronin het gruizige garagerockgeluid dat we kennen van de vorig jaar zo bejubelde Ty Segall, maar MCII staat ook bol van de invloeden uit de West Coast pop en klinkt alles bij elkaar genomen als een mix van The Sonics, The Beach Boys, The Beatles, The Lemonheads en Big Star. Ook qua arrangementen en instrumentatie wijkt MCII flink af van de standaard powerpop klassiekers in de platenkast. Mikal Cronin heeft zijn tweede plaat aan de ene kant voorzien van een rechttoe rechtaan live-geluid dat lekker mag rammelen, maar heeft MCII aan de andere kant volgestopt met opvallende instrumenten waaronder een heerlijk krassende viool en heeft MCII ook nog eens voorzien van een lekker vol geluid waarin de akoestische gitaren zorgen voor de warmte en de elektrische gitaren voor het gruis. Dankzij het heerlijk volle geluid en de veelheid aan invloeden is MCII zeker een opvallende plaat, maar omdat Mikal Cronin op zijn tweede plaat het ene na het andere memorabele popliedje uit zijn mouw schudt is het ook een opvallend goede plaat. Zeker wanneer Mikal Cronin de gitaren laat scheuren zijn de songs op MCII vrijwel onweerstaanbaar, maar ook de songs waarin louter zonnestralen uit de speakers komen laten zich na één keer horen niet meer uit het geheugen verwijderen. Ik was na een paar minuten al overtuigd van de kwaliteit van MCII, maar de plaat is sindsdien nog minstens tien keer zo goed geworden. Mikal Cronin heeft een collectie songs afgeleverd die tijdloos en eigentijds zijn en in vrijwel alle gevallen na één keer horen memorabel. De eerste helft van het jaar zit er nog niet op, maar MCII van Mikal Cronin durf ik nu wel alvast een jaarlijstjesplaat te noemen. Een van de betere jaarlijstjesplaten van 2013 denk ik zelfs. Erwin Zijleman



woensdag 15 mei 2013

Young Galaxy - Ultramarine

Young Galaxy werd een jaar of vijf geleden opgericht door voormalig Stars gitarist Stephen Ramsay en zijn vriendin Catherine McCandless. Het op het hippe Canadese Arts & Crafts label uitgebrachte debuut van de band schuurde nog dicht tegen de muziek van Stars aan en op opvolger Invisible Republic werd deze lijn doorgetrokken. Beide platen waren zeker niet slecht, maar wisten zich niet te onderscheiden van de platen van de concurrentie in het genre. Op het in 2011 verschenen Shapeshifting koos Young Galaxy voor een nieuwe koers. Aan de hand van de Zweedse producer Dan Lissvik (bekend van de band Studio) werd de eigenzinnige indiepop en indierock verruild voor minstens even eigenwijze elektronische popmuziek. De muziek van Young Galaxy wordt sindsdien in het hokje synthpop geduwd. Daar is op zich wel wat voor te zeggen, al mag niet onvermeld blijven dat de Canadese band behoort tot één van de meer eigenzinnigere en avontuurlijke bewoners van dit hokje. Een tijdje geleden verscheen de nieuwe plaat van Young Galaxy, Ultramarine. De vierde van Young Galaxy heeft bij mij lang op de stapel gelegen, maar dat was niet terecht. Ultramarine is immers een ijzersterke plaat en met gemak de beste van Young Galaxy tot dusver. Op haar vierde plaat trekt de Canadese band de lijn van Shapeshifting door. Elektronica domineert het geluid van Young Galaxy en heeft de gitaren uit het verleden vrijwel volledig naar de achtergrond gedrongen. Young Galaxy is echter veel meer dan de zoveelste synthpop band. Ultramarine is een plaat waarop lekker in het gehoor liggende elektronische popliedjes zijn voorzien van verrassende ingrediënten. Wat vooral opvalt bij beluistering van Ultramarine zijn de bijzondere ritmes op de plaat. Het zijn ritmes die je makkelijk op het verkeerde been zetten of tegen de haren instrijken, maar het zijn ook ritmes die de muziek van Young Galaxy iets unieks geven. Tegenover de opvallende ritmes staan de rijke elektronische klankentapijten die zowel warm en gloedvol als kil en steriel kunnen klinken en de soms wat vervormde maar soms ook heerlijk aards klinkende stem van  Catherine McCandless. Ultramarine is zeker geen ontoegankelijke plaat, maar Young Galaxy is geen synthpop band die met meezingers op de proppen komt. Ultramarine is een mooie en veelzijdige plaat die zowel ouderwets (70s en 80s) als modern, zowel koud als warm en zowel aanstekelijk als vervreemdend klinkt. In het hokje synthpop is het momenteel overvol, maar eigenzinnige en avontuurlijke bands als Young Galaxy zijn er maar heel weinig. Het maakt Ultramarine tot een van de betere en meest bijzondere platen in het genre en het levert bovendien een plaat op die ook door liefhebbers van meer organisch klinkende popmuziek zal worden gewaardeerd. Erwin Zijleman



dinsdag 14 mei 2013

Mark Lanegan & Duke Garwood - Black Pudding

Mark Lanegan dook halverwege de jaren 80 op als zanger van de niet direct succesvolle, maar achteraf bezien zeer invloedrijke band Screaming Trees. Screaming Trees zette er uiteindelijk in 2000 een punt achter, maar op dat moment maakte Mark Lanegan al geruime tijd soloplaten. Hiervan heeft hij er inmiddels een flink stapeltje op zijn naam staan, maar Lanegan maakte ook een aantal zeer geslaagde duoplaten met de van het Schotse Belle And Sebastian bekende Isobel Campbell, was enige tijd zanger van Queens Of The Stone Age, maakte samen met Greg Dulli onderdeel uit van het gelegenheidsduo The Gutter Twins en was te horen op talloze platen van bevriende muzikanten. De muzikale carrière van Mark Lanegan is een opvallend veelkleurige lappendeken, maar desondanks weet hij me ook met zijn nieuwe plaat weer enorm te verrassen. Op de cover van Black Pudding prijkt niet alleen de naam van Mark Lanegan, maar ook die van multi-instrumentalist Duke Garwood. Die laatste naam zal niet direct een belletje doen rinkelen, maar Garwood droeg als multi-instrumentalist bij aan talloze platen (met het noemen van namen zou ik deze recensie volledig kunnen vullen). Met Black Pudding leveren Mark Lanegan en Duke Garwood een opvallend sobere, stemmige en donkere plaat af. Op Black Pudding wordt het geluid voor een belangrijk deel bepaald door prachtige gitaarlijnen van Duke Garwood. Het zijn bijna minimalistische gitaarlijnen die opduiken in een omgeving waarin zonlicht geen enkele kans krijgt. De sobere maar wonderschone gitaarlijnen worden gecombineerd met sobere accenten van andere instrumenten, atmosferische keyboards en uiteraard met de donkere en doorleefde stem van Mark Lanegan. Black Pudding is een plaat die zich niet makkelijk laat doorgronden. Bij eerste beluistering vond ik eerlijk gezegd dat er niet al teveel gebeurde op de plaat van Lanegan en Garwood, maar Black Pudding is een plaat die je moet laten inwerken en waar je met veel aandacht naar moet luisteren. Wat blijft is de aardedonkere sfeer en het lage tempo waarin de songs zich voortslepen, maar de details winnen steeds meer aan kracht en de songs aan schoonheid Black Pudding is op zijn mooist wanneer je de plaat lekker hard uit de speakers laat komen. Vrolijk ga je er zeker niet van woorden, maar er valt wel steeds meer op zijn plaats in het bijna beangstigend donkere landschap dat Mark Lanegan en Duke Garwood schetsen. Black Pudding is een uiterst sobere en hierdoor gewaagde plaat die mij inmiddels volledig heeft overtuigd. Zeker geen plaat voor alle gelegenheden, maar bij de juiste gelegenheid wordt het niet mooier en vooral indringender dan dit. Erwin Zijleman



maandag 13 mei 2013

James Cotton - Cotton Mouth Man

James Cotton hoopt op 1 juli zijn 78e verjaardag te vieren, maar denkt nog altijd niet aan zijn pensioen. Zo hoort dat bij echte bluesmannen en James Cotton is al echte een bluesman sinds de vroege jaren 50. De muzikant uit Tunica, Mississippi, die tijdens de jaren 70 zijn belangrijkste successen vierde is inmiddels wel wat versleten en al lang niet meer de grote zanger die hij ooit was, maar als James Cotton op zijn mondharmonica blaast is het weer een jonge god. James Cotton speelde met die mondharmonica met de grote bluesmuzikanten van weleer. Cotton speelde zelfs met de grote Sonny Boy Williamson, die in 1965 overleed, maar stond ook naast onder andere Howlin’ Wolf, Muddy Waters, Freddie King en Janis Joplin op het podium. Omdat de grootheden met wie hij in het verleden speelde vrijwel allemaal niet meer onder ons zijn, moest Cotton voor zijn nieuwe plaat vertrouwen op een nieuwe generatie muzikanten. Op Cotton Mouth Man schuift daarom een imposante lijst muzikale medestanders aan, onder wie Gregg Allman, Ruthie Foster, Delbert McClinton, Warren Haynes, Joe Bonamassa, Keb Mo en Chuck Leavell. Het zijn stuk voor stuk muzikanten die geweldig kunnen spelen en in de meeste gevallen ook zeer verdienstelijk zingen, maar het zijn de rauwe impulsen van James Cotton die van Cotton Mouth Man zo’n indrukwekkende plaat maken. Cotton Mouth Man staat vol met blues in zijn meest pure vorm. Scheurende gitaren, doorleefde zang en over het algemeen donkere verhalen vormen de belangrijkste ingrediënten op de nieuwe plaat van James Cotton, maar een plaat van James Cotton is niet compleet zonder zijn weergaloze mondharmonicaspel. Als James Cotton op de mondharmonica blaast staat het kippenvel centimeters dik op je huid, maar ook als de mondharmonica en zijn eigenaar even tot rust mogen komen valt er op Cotton Mouth Man verschrikkelijk veel te genieten. Het gitaarwerk en het piano en orgelspel zijn om van te watertanden en ook de vocalen op de plaat zijn van een geweldig hoog niveau, waarbij de enige vrouw op de plaat, de fantastische Ruthie Foster, wat mij betreft de meeste indruk maakt. Na de uitstekend op dreef zijnde gastheer dan, want het is James Cotton die de meeste indruk maakte. Cotton Mouth Man biedt plaats aan Chicago blues en Mississippi blues en in beide gevallen is het blues zonder opsmuk. Het is blues zoals blues hoort te klinken, al geeft het schurende en piepende mondharmonicaspel de plaat net dat beetje extra dat nodig is om op te vallen. James Cotton zal waarschijnlijk blues blijven maken tot hij er bij neervalt. Dat punt is hopelijk nog heel ver weg, want platen van het niveau van Cotton Mouth Man zijn er veel te weinige. Erwin Zijleman



zondag 12 mei 2013

Zaz - Recto Verso

Het titelloze debuut van de Franse zangeres Zaz, het alter ego van de uit Tours afkomstige Isabelle Geffroy, vond ik bijna drie jaar geleden in de Franse Supermarché en groeide al snel uit tot een persoonlijke favoriet tijdens en ver na de zomervakantie van 2010. De muziek van de Française sprak ook de lezers van deze BLOG aan, want de recensie die ik over het debuut van Zaz schreef stond lange tijd in de top 10 aller tijden van deze BLOG (en staat nog altijd in de top 20). Deze week verscheen de tweede plaat van Zaz (het live tussendoortje uit 2011 reken ik maar even niet mee) en ik zal er niet omheen draaien, ook Recto Verso is weer een geweldige plaat. Zaz wilde zich op haar debuut al niet beperken tot de gebaande paden van de Franse chansons of de moderne zuchtmeisjes variant en doet dit ook op Recto Verso niet. Op haar tweede plaat laat Zaz zich geen enkel moment in een hokje duwen en maakt ze moderne Franse popmuziek die zich door van alles en nog wat laat beïnvloeden, maar ook weet te vernieuwen. Op het moment dat ik deze recensie schrijf komt de regen met bakken uit de hemel, maar als de muziek van Zaz uit de speakers komt schijnt de zon. Recto Verso bevat maar liefst 14 tracks en een ieder die er snel bij is krijgt nog eens 3 bonustracks cadeau. Ondanks de grote hoeveelheid songs klinkt iedere song op Recto Verso weer anders. Zaz is op Recto Verso een chansonnière uit een ver verleden, maar ook een popprinses uit de toekomst en alles tussen deze twee uitersten in, waarvan met name het vleugje gipsy niet onvermeld mag blijven. Zaz kan zwoel en verleidelijk zingen, maar kan zich ook beperken tot ruwe emotie. Ook de instrumentatie op de plaat schiet alle kanten op en varieert van uiterst sober (minimale gitaarakkoorden) tot zeer uitbundig (met flink wat elektronische impulsen en strijkers en blazers). Het is de veelzijdigheid die van Recto Verso zo’n goede plaat maakt. Waar veel muzikanten tegenwoordig één kunstje uitmelken, is het portfolio van Zaz overvol en opvallend veelkleurig. Recto Verso is als een goed gevulde doos bonbons. Het zijn bonbons die aantrekkelijk zijn versierd, maar de muzikale bonbons van Zaz zijn ook nog eens bijzonder smakelijk en smaken bovendien allemaal anders. Als ik Recto Verso helemaal heb beluisterd heb ik het gevoel dat ik naar tien platen heb geluisterd en het zijn ook nog eens tien hele goede platen. Hoewel de songs van Zaz lang niet allemaal even vrolijk zijn is Recto Verso een plaat die je alleen maar met een brede glimlach kunt beluisteren. Vergeleken met haar debuut is de muziek van Zaz niet alleen veelkleuriger geworden, maar is ze ook veel beter gaan zingen. Zaz beschikt over een donker stemgeluid met een rauw randje en het is een stemgeluid dat makkelijk voor kippenvel zorgt. Beluister Recto Verso met de koptelefoon en de impact van de plaat is enorm, beluister Recto Verso op de achtergrond en de zon gaat schijnen en de bloemetjes gaan bloeien. Zaz maakte bijna drie jaar geleden een nauwelijks te overtreffen plaat, maar Recto Verso doet een zeker niet kansloze poging om dit toch te realiseren. Ik was bijna drie jaar geleden diep onder de indruk van het debuut van Zaz, maar Recto Verso raakt me nog dieper. Zaz staat binnen de Franse popmuziek op eenzame hoogte en onderstreept dat met een plaat die net als zijn voorganger een meesterwerk genoemd mag worden. Erwin Zijleman 



zaterdag 11 mei 2013

Shane Alexander - Ladera

Shane Alexander is een Amerikaanse singer-songwriter uit San Diego die inmiddels een jaar of tien platen maakt. Ondanks een aantal prima platen en heel veel lovende recensies is Shane Alexander nog altijd relatief onbekend, wat nog eens wordt onderstreept door het feit dat Wikipedia en AllMusic pagina nog geen melding maken van zijn nieuwe plaat Ladera en ophouden in 2010 of 2011. Op de Wikipedia pagina van Shane Alexander las ik wel dat de Amerikaan in 2011 heeft getoerd met Yes en Styx. Daar kon ik me heel weinig bij voorstellen omdat ik Shane Alexander toch vooral associeerde met traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar na beluistering van Ladera valt alles op zijn plaats. One So Young, de openingstrack van Ladera, valt op door gitaarspel dat me meer dan eens doet denken aan dat van Yes gitarist Steve Howe in zijn veel jongere jaren en heeft in de zang wel wat van Pink Floyd. Dit wordt in eerste instantie gecombineerd met een vrij traditioneel aandoende folksong, maar aan het eind van de track mag Shane Alexander even helemaal los en gaat hij op bijzonder fascinerende wijze met invloeden uit de progrock aan de haal. Alleen door de openingstrack vind ik Ladera al een fantastische plaat, maar ook de andere negen tracks op de plaat blijken van hoog niveau. In veel gevallen beperkt Shane Alexander zich niet tot de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek, maar weet hij op even knappe als trefzekere wijze invloeden uit andere genres te integreren in zijn muziek. Dat varieert van de nog enkele keren terugkerende invloeden uit de progrock tot invloeden uit de rock ’n roll en de pop. Toch is Ladera geen plaat die van de hak op de tak springt. Shane Alexander is een getalenteerd songwriter, een uitstekend gitarist en een prima zanger. Eenvoudige luisterliedjes vormen de basis van zijn muziek, maar in tegenstelling tot de meeste van zijn soortgenoten is Shane Alexander niet vies van wat extra aankleding. Dat komt in dit genre vaak nogal gekunsteld over, maar Ladera is een plaat die zich als een warme deken om je heen slaat en die ondanks het volle geluid geen noot teveel bevat. Akoestisch gitaarspel en een warm stemgeluid laten zich uitstekend combineren met prachtige elektrische gitaarloopjes en atmosferische keyboards, maar ook als Shane Alexander kiest voor de wat meer vertrouwd klinkende pedal steel en banjo overtuigt hij met speels gemak. Ladera is uiteindelijk onder te verdelen in een aantal ingetogen tracks, een aantal tracks met opvallende uitstapjes en een aantal lekker in het gehoor liggende popliedjes en eigenlijk is alles even mooi. Ladera is zeker niet de plaat die ik op voorhand van Shane Alexander had verwacht, maar teleurgesteld ben ik niet. Integendeel. Met Ladera heeft Shane Alexander een plaat gemaakt die lijkt op geen enkele andere plaat. Het is een plaat die geen enkele muziekliefhebber mag missen. Erwin Zijleman 

Ladera van Shane Alexander heeft de Nederlandse platenzaken helaas nog niet weten te bereiken, maar is al wel beschikbaar via iTunes (https://itunes.apple.com/us/album/ladera/id601987333) en binnenkort via de online store op de website van Shane Alexander (http://www.theconnextion.com/shanealexander/shanealexander_cat.cfm?CatID=509).

vrijdag 10 mei 2013

Boz Scaggs - Memphis

Van de Amerikaanse muzikant Boz Scaggs had ik tot voor kort maar één plaat in huis, maar die heb ik ook wel direct drie keer. Zijn klassieker Silk Degrees uit 1976 heb ik op LP, op cd en als luxe heruitgave. Ik ben er altijd van uit gegaan dat Silk Degrees, waarop de wereldhits What Can I Say, Lowdown en Lido Shuffle staan, de enige interessante plaat was van de muzikant uit Canton, Ohio, maar dat blijkt zeker niet het geval. Inmiddels weet ik dat de man, die ooit begon in de band van Steve Miller, een hele stapel prima platen heeft gemaakt, waarvan er verassend genoeg flink wat uit de jaren 90 stammen. Ik ben op het spoor van deze platen gezet door het recent verschenen Memphis; een plaat die ik wel voorbij had zien komen, maar te makkelijk had afgeserveerd als een laatste stuiptrekking van een muzikant die al lang over zijn top heen was. Memphis blijkt echter een geweldige plaat. Boz Scaggs wordt dit jaar 69, maar klinkt op Memphis als een muzikant in de kracht van zijn leven. Op Memphis eert Boz Scaggs de Southern soul, maar blijkt hij ook niet vies van een heerlijk potje blues. Voor Memphis, als ik goed heb geteld de 18e (!) plaat van Boz Scaggs, kon de Amerikaan een beroep doen op flink wat grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek en dat hoor je. De legendarische Steve Jordan tekende voor de productie en hiernaast speelden onder andere Ray Parker Jr., Keb Mo en Spooner Oldham mee op de plaat. Memphis bevat uitsluitend covers, maar Boz Scaggs zet ze stuk voor stuk naar zijn hand en doet dat op indrukwekkende wijze. De zang van de 68 jarige muzikant is van een opvallend hoog niveau en is bovendien veelkleurig. Boz Scaggs overtuigt makkelijk in lome en slepende songs, maar kan ook goed uit de voeten in bluesy songs waarin de gitaren voorzichtig mogen scheuren. Dankzij de inzet van een topproducer en muzikanten van naam en faam klinkt Memphis fantastisch. Memphis is zo’n plaat die je even alles doet vergeten, maar het is ook een plaat die gedurende de hele speelduur urgentie uitstraalt. Memphis is zo goed dat ik me diep schaam dat ik de plaat een aantal weken geleden zo makkelijk aan de kant heb geschoven. Boz Scaggs overtuigt met Memphis van de vroege ochtend tot de late avond en biedt zowel vermaak als troost. Het gitaarspel op de plaat is om van te watertanden en ook de bijdragen van blazers en strijkers zijn wonderschoon. Uiteindelijk is het toch echter vooral Boz Scaggs zelf die een diepe buiging afdwingt. De man die 37 jaar de wereld veroverde met What Can I Say en Lido Shuffle en vervolgens werd vergeten, keert terug met een plaat die je genadeloos inpakt en voorlopig niet meer los maakt. Heerlijk op de achtergrond op alle momenten. Groots wanneer je er met volle aandacht naar luistert. Erwin Zijleman



donderdag 9 mei 2013

Voor mijn vader

Gisteren overleed mijn vader en sindsdien trekt een bijna eindeloze stroom herinneringen aan mij voorbij. Deze herinneringen zijn, toch wel enigszins tot mijn verbazing, voorzien van een soundtrack vol vergeten popmuziek. Ik groeide op in de late jaren 60 en vroege jaren 70. In 1974 vierde ik mijn tiende verjaardag. Het was een memorabel jaar. Ik zag Nederland haar eerste WK-finale verliezen en zag tijdens het eerste Eurovisie Songfestival dat ik helemaal uit mocht kijken de geboorte van een legende (ABBA). De piek van de oliecrisis lag net achter ons en het begrip treinkaping (dat de jaren erna het nieuws zou bepalen) stond nog niet in het woordenboek. Het kleurrijke kabinet Den Uyl I regeerde Nederland in een periode die mij is bij gebleven als een periode van overvloed  (al vertellen de cijfers een wat genuanceerder verhaal). Deze overvloed kwam vooral tot uiting in de vele feestjes die mijn ouders gaven. Het waren feestjes waarop de flesjes bier en eenvoudige snacks van weleer gezelschap kregen van grote hoeveelheden rosé (die in mijn herinnering nooit in een normale wijnfles zat), de blokjes kaas werden versierd met een zilveruitje en de Franse kazen en patés hun intrede deden. Het belangrijkste was echter de muziek. Mijn vader had, zeker voor die tijd, een respectabele collectie LP’s en bezat bovendien een destijds hypermodern tape deck. Tijdens de feestjes bleven de LP’s in de kast en regeerden de verzamelbanden die mijn vader had gemaakt. Mijn vader had een bijzondere smaak. In zijn goed gevulde platenkast ontbraken alle artiesten die er achteraf bezien toe deden. Geen Elvis, geen Buddy Holly, geen Beatles, geen Stones, geen Bob Dylan, geen Carole King en zo kan ik nog wel even doorgaan. Mijn vader had een voorkeur voor zangeressen en voor schaamteloos aanstekelijke popmuziek. De meeste zangeressen in de platenkast ben ik vergeten (toen hij zijn LP collectie halverwege de jaren 80 opruimde heb ik er helaas maar een handjevol LP’s uitgepikt), maar de twee uitersten staan voorgoed op het netvlies. Aan de ene kant was er het strenge bebrilde gezicht van Nana Mouskouri en hiertegenover stond de in mijn herinnering zwoele en wulpse Vicky Leandros (ik had haar natuurlijk nooit moeten googelen, maar kon het helaas niet laten). De muziek van beide Griekse dames kan ik niet meer reproduceren en dat is misschien maar beter ook. De schaamteloos aanstekelijke popmuziek kwam van Nederlandse artiesten als George Baker en Mouth & MacNeal, van de folkband The New Seekers, van een flinke stapel Alle 13 Goed verzamel LP’s en vooral van Middle Of The Road. Ik heb eigenlijk altijd gedacht dat Middle Of The Road uit het zonnige California kwam, maar het blijkt een Schotse band. Aan de hand van de Italiaanse producer Giacomo Tosti (!) maakte de band een flinke serie grote hits. Dat het niet ging om artistieke hoogstandjes blijkt wel uit titels als Chirpy Chirpy Cheep Cheep, Soley Soley en Tweedle Dee Tweedle Dum, maar desondanks geeft de muziek van Middle Of The Road mij nog steeds een warm gevoel. Middle Of The Road had een zorgeloos 60s en 70s geluid, de opvallende stem van de wat nasale Sally Carr en vooral aanstekelijke popliedjes met zoete melodieën en refreinen die dwongen tot meefluiten. Hieronder toch minstens twee of drie perfecte popliedjes. Ter nagedachtenis aan mijn vader luister ik vandaag eens niet naar verantwoorde popmuziek, maar naar Middle Of The Road. De hele dag. Pap, rust zacht. Erwin Zijleman

woensdag 8 mei 2013

Colossa - New Day Rising

Met Born To Make A Sound leverde de Nederlandse band Colossa ruim twee jaar geleden een geweldig debuut af. Op Born To Make A Sound werd aan The Queens Of The Stone Age herinnerende stonerrock afgewisseld met lekker in het gehoor liggende rockmuziek die maar moeilijk was te weerstaan. Op een of andere manier klopte alles op het debuut van Colossa, waardoor de plaat de vloer aanveegde met de nationale en internationale concurrentie. Op haar tweede plaat New Day Rising heeft Colossa haar geluid wat opgepoetst. New Day Rising bevat veel minder verwijzingen naar de stonerrock en kiest vooral voor een modern klinkend rockgeluid met af en toe een knipoog naar het verleden. Veel tracks op New Day Rising klinken als The Foo Fighters met een vleugje Van Halen en een beetje Kings Of Leon en dat is een mix die naar veel meer smaakt. Net als Born To Make A Sound is New Day Rising een plaat waarop alles lijkt te kloppen. Colossa maakt rocksongs die blijven hangen, voorziet deze steeds weer van geweldige gitaarriffs en beschikt bovendien over een zanger met de allure van de grote zangers uit het genre. De ritmesectie zorgt voor het zo noodzakelijke cement en mag niet onvermeld blijven, net als de knappe productie van Guido Aalbers en Howie Weinberg (die meewerkte aan de beste rockplaat van de afgelopen decennia, Nirvana’s Nevermind), die New Day Rising hebben voorzien van een imposant geluid. Ik heb de muziek van Colossa op New Day Rising hierboven vergeleken met The Foo Fighters, maar eigenlijk doe ik Colossa hiermee te kort. The Foo Fighters weten me nooit langer dan een paar minuten te boeien en New Day Rising vermaakt nu al voor de zoveelste keer 11 tracks lang op rij. New Day Rising is een lekker veelzijdige plaat. Centraal staan de aanstekelijke refreinen en de fraaie gitaarmuren van de twee gitaristen van de band, maar hier omheen is er alle ruimte voor variatie. Deze variatie zorgt voor flink wat dynamiek en spanning, waardoor New Day Rising veel meer is dan een lekker in het gehoor liggende rockplaat. Colossa heeft met New Day Rising een fraai visitekaartje afgeleverd voor de grote festivals, maar heeft ook een plaat gemaakt die steeds grootser en indrukwekkender wordt. Het is een buitengewoon knappe prestatie van deze rockband van eigen bodem. Erwin Zijleman

New Day Rising van Colossa ligt nog niet overal in de winkel, maar kan wel worden besteld via de bandcamp pagina (http://colossa.bandcamp.com) of de website van de band (http://www.colossa.net/shop/).