dinsdag 30 juli 2013

Best of 2013, so far: 7. Ron Sexsmith - Forever Endeavour

Jaarlijstjes? Onzin, maar ook zo leuk. Om alvast een voorschotje te nemen op de lijst in december presenteer ik in de komkommertijd mijn top 10 over de eerste helft van 2013. Op 7: Ron Sexsmith, absoluut één van de beste songwriters van het moment, met een van zijn betere platen.


De Canadese singer-songwriter Ron Sexsmith maakt inmiddels al een kleine twintig jaar platen van een schoonheid die alleen de allergrootsten in het genre is gegeven. Dat Ron Sexsmith nog altijd voor een belangrijk deel in de marge opereert is daarom niet alleen verbazingwekkend, maar als je het mij vraagt ook een grof schandaal. Het rijtje Ron Sexsmith in mijn platenkast beslaat inmiddels zo’n tien platen en het zijn stuk voor stuk platen die ik niet graag gemist zou hebben. Dat geldt ook voor het twee jaar geleden verschenen Long Player Late Bloomer, waarop Ron Sexsmith een poging deed om zijn geluid geschikter te maken voor een breed publiek. Het bleek achteraf gezien een weinig succesvolle poging, waardoor de Canadees op Forever Endeavour (gelukkig) weer terugkeert naar het nat wat eigenzinnigere geluid dat we van hem kennen. Forever Endeavour bevat twaalf songs (een speciale editie telt er zelfs 14) en het zijn alle twaalf (of 14) parels zoals alleen Ron Sexsmith die kan produceren Ik vind het over het algemeen niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat er nu precies zo goed is aan de muziek van Ron Sexsmith. Hij beschikt over een aangenaam en herkenbaar stemgeluid, voorziet zijn platen over het algemeen van een mooi ingetogen maar toch fraai aangekleed geluid, weet meestal een producer te strikken die weet hoe een Ron Sexsmith plaat moet klinken en schrijft songs die vrijwel zonder uitzondering volstrekt tijdloos zijn. Het zijn stuk voor stuk kwalificaties die Ron Sexsmith scharen onder de getalenteerde singer-songwriters, maar ook niet meer dan dat. Het is het unieke karakter van zijn songs dat de platen van Ron Sexsmith zo mooi en bijzonder maakt. De songs van de grootheden uit het genre herken je vrijwel onmiddellijk. Je hebt de Nick Drake song, de Paul McCartney song, de Paul Simon song, de Harry Nilsson song, de Elton John song en de Elvis Costello song (overigens stuk voor stuk singer-songwriters van wie je iets terug hoort in het werk van Ron Sexsmith). Na een paar noten herken je de hand van de meester. Wat voor deze grootheden geldt, geldt ook voor de songs van Ron Sexsmith. Het is niet eenvoudig om  te duiden wat het precies is, maar luister naar de songs van de Canadees en je weet waarschijnlijk snel wat ik bedoel. Ook Forever Endeavour staat vol met typische Ron Sexsmith songs. Het zijn over het algemeen relatief sober klinkende, maar ook zonder uitzondering fraai aangeklede songs. Topproducer Mitchell Froom die voor Forever Endeavour achter de knoppen zat, weet precies hoe het moet klinken: een akoestische basis, hier en daar wat strijkers en blazers, de tegenwoordig bijna onmisbare pedal steel van Greg Leisz en heel incidenteel een wat steviger aangezette gitaar. Het is een geluid dat uitstekend past bij de stem van Ron Sexsmith. Dit is zeker geen opzienbarende stem, maar als hij je eenmaal dierbaar is, blijft dat ook zo. Dat geldt ook voor de songs van Ron Sexsmith. Forever Endeavour is voor zijn fans weer een feest van herkenning en ook dit keer is iedere poging om een briljante popsong te schrijven glansrijk geslaagd. Iedereen die de muziek van deze briljante Canadese muzikant niet kent heeft heel wat in te halen. Iedereen die zijn muziek wel kant, kan wederom een meesterwerk toevoegen aan het al zo fraaie rijtje Ron Sexsmith in de kast. Erwin Zijleman






zaterdag 27 juli 2013

Best of 2013, so far: 8. Beaches - She Beats

Jaarlijstjes? Onzin, maar ook zo leuk. Om alvast een voorschotje te nemen op de lijst in december presenteer ik in de komkommertijd mijn top 10 over de eerste helft van 2013. Op 8: Beaches met een plaat vol invloeden. Verbazingwekkend dat niemand deze plaat heeft opgepikt.

She Beats van de Australische band Beaches wordt aangeprezen als dreampop. Dat is een aanbeveling die ik zelden naast me neer leg en die me ook maar zelden teleur stelt. In het geval van Beaches is zelfs sprake van enige euforie, want wat is dit een overtuigende plaat. Beaches komt uit het Australische Melbourne en bestaat uit vijf vrouwen. De band is inderdaad niet vies van dreampop zoals die in de jaren 90 werd gemaakt, maar met alleen het etiket dreampop doe je de muziek op She Beats te kort. Flink te kort zelfs. Bij beluistering van de tweede plaat van Beaches (het debuut wist Europa nooit te bereiken) valt met name het gitaarwerk op. Dit is voor dreampop begrippen opvallend gruizig en bovendien zeer veelzijdig. Beaches telt zelf al drie gitaristen, maar wist voor She Beats ook nog eens gitarist Michael Rother, die we kennen van de Duitse Krautrock band Neu!, te strikken. Het werkelijk fantastische gitaarwerk vormt de rode draad op She Beats, maar Beaches heeft nog meer krachtige wapens in handen. De invloeden uit de dreampop zijn inmiddels enkele malen genoemd, maar She Beats bevat veel meer dan invloeden uit de dreampop. De muziek van Beaches put duidelijk uit de 60s psychedelica, maar heeft ook een zwak voor indringende noiserock, experimentele Krautrock, donkere drones en heerlijk gruizige shoegaze. De dames van Beaches beschikken over heerlijk dromerige stemmen, die prachtig kleuren bij diepe bassen en monotone ritmes. Het fascinerende gitaarwerk smeedt alles aan elkaar en voorziet alle songs van zoveel kleuren dat het je zo af en toe duizelt. Met name in de wat langere tracks is het gitaarwerk op She Beats van een betoverende schoonheid en heeft de dromerige muziek van Beaches een zwaar hypnotiserend karakter. Het deed me in eerste instantie vooral aan Lush (één van mijn favoriete 90s bands) denken, maar de muziek van Beaches is veelkleuriger en avontuurlijker dan die van de dreampop pioniers uit een inmiddels ver verleden. She Beats van Beaches is een plaat die je mee sleurt naar plaatsen die het zonlicht maar moeilijk verdragen en voorlopig niet denkt aan los laten. Onder de indruk was ik direct, maar inmiddels ben ik compleet in de ban van deze plaat die ik bij toeval ontdekte en Nederland tot dusver nauwelijks lijkt te bereiken. Drie kwartier lang heeft Beaches je bij de strot en hierna wil je maar één ding: nog drie kwartier She Beats. Beaches heeft een plaat gemaakt die met een beetje geluk kan uitgroeien tot één van de uitschieters van 2013. Zo ver is het nog niet, maar ik weet zeker dat bijna iedereen die de luisterlinks hieronder aan klikt onmiddellijk om is, zeker wanneer de dreampop tot de oude liefdes moet worden gerekend. Erwin Zijleman


woensdag 24 juli 2013

Best of 2013, so far: 9. Beth Sorrentino - Would You Like To Go: A Curt Boettcher Songbook

Jaarlijstjes? Onzin, maar ook zo leuk. Om alvast een voorschotje te nemen op de lijst in december presenteer ik in de komkommertijd mijn top 10 over de eerste helft van 2013. Op 9: Beth Sorrentino met een prachtig eerbetoon aan de vergeten legende Curt Boettcher. Een van de meest onderschatte platen van 2013.


Na het beluisteren van de werkelijk wonderschone popliedjes op Would You Like To Go: A Curt Boettcher Songbook van Beth Sorrentino, vroeg ik me in eerste instantie toch vooral af wie Curt Boettcher is. Een zoektocht op Internet levert een even mooi als triest verhaal op. Curt Boettcher is een Amerikaanse muzikant die aan het begin van de jaren 60 opduikt met zijn band The GoldeBriars. Het is een band die nooit zal doorbreken naar een groot publiek, maar wel invloed zal hebben op de ontwikkeling van grote bands als The Byrds en The Beach Boys. Ook met zijn volgende band, The Millennium,  weet Boettcher ondanks een geweldige plaat (Begin uit 1968 is een ware klassieker en een plaat die eigenlijk in geen enkele platenkast mag ontbreken) geen potten te breken. Boettcher is inmiddels aan de slag gegaan als producer voor The Association en Sagittarius, maar probeert het aan het begin van de jaren 70 nog een keer met een uitstekende, maar nauwelijks opgemerkte soloplaat (There’s An Innocent Face uit 1974). Tot zijn overlijden in 1987 (Boettcher wordt slechts 43) blijft hij actief als producer, met de tweede soloplaat van Beach Boy Mike Love als belangrijkste wapenfeit. Sindsdien is de naam Curt Boettcher niet al te vaak meer voorbij gekomen, maar daar brengt Beth Sorrentino nu verandering in. De naam Beth Sorrentino zal waarschijnlijk ook geen belletje doen rinkelen, al zal een enkeling haar kennen van de cultband Suddenly, Tammy! die met name in de jaren 90 aan de weg timmerde. Op Would You Like To Go manifesteert Beth Sorrentino zich als een klassieke singer-songwriter. Would You Like To Go doet in meerdere opzichten denken aan de grote singer-songwriter platen uit de vroege jaren 70 en doet het op zondagochtend net zo goed als de klassiekers van Carly Simon, Carole King en Laura Nyro. Belangrijkste kracht van Beth Sorrentino is haar expressieve stemgeluid. Het is een geluid dat me aan van alles en nog wat doet denken, maar op een of andere manier kom ik maar niet op de juiste namen. Dat geeft ook niet, want de stem van Beth Sorrentino is bijzonder en eigenzinnig genoeg om het zonder vergelijkingsmateriaal te redden. Would You Like To Go is wat mij betreft op zijn mooist wanneer Beth Sorrentino kiest voor een instrumentatie die vrijwel uitsluitend uit piano bestaat. In een sobere setting komt haar stem het best tot zijn recht en hoor je bovendien het best hoe getalenteerd Curt Boettcher was. Het zijn de songs van Curt Boettcher die van Would You Like To Go een bovengemiddeld goede plaat maken, maar ook de bijdragen van Beth Sorrentino (die qua stem vooral lijkt op Kirsty MacColl, het komt opeens naar boven) mogen er zijn en dragen uiteindelijk bij aan het prima eindresultaat. Would You Like To Go is een prachtig eerbetoon aan Curt Boettcher en hopelijk de start van een bloeiende carrière van Beth Sorrentino. Erwin Zijleman






zondag 21 juli 2013

Best of 2013, so far: 10. Mariecke Borger - Through My Eye

Jaarlijstjes? Onzin, maar ook zo leuk. Om alvast een voorschotje te nemen op de lijst in december presenteer ik in de komkommertijd mijn top 10 over de eerste helft van 2013. Op 10: Mariecke Borger met een prachtige, verstilde rootsplaat. Kippenvel, nog steeds.


Over het algemeen bewaar ik het eindoordeel over een plaat voor de laatste zinnen van mijn recensie, maar deze keer kan ik daar echt niet op wachten. Mariecke Borger heeft met Through My Eyes immers een intieme, ontroerende, betoverende, sprankelende, authentieke en vooral wonderschone plaat gemaakt die echt iedereen moet horen. Zo, het hoge woord is er uit, maar ik ben nog lang niet klaar. Through My Eyes is zo onwaarschijnlijk mooi dat ik me bij iedere beluistering van de plaat nog steeds een paar keer in mijn arm knijp omdat ik het niet kan geloven, maar iedere keer blijkt het debuut van Mariecke Borger helemaal echt. Ik heb de plaat inmiddels een paar dagen in huis en heb vrijwel niets anders meer gedraaid, maar desondanks wordt Through My Eyes alleen maar mooier en indrukwekkender.  Through My Eyes moet hierdoor wel bijna een plaat zijn waarop hele opmerkelijke dingen gebeuren, maar dat is niet het geval. Mariecke Borger is op haar debuut bijzonder door gewoon te blijven en dat is knap. Mariecke Borger is een telg van de zeer muzikale familie Borger uit Ermelo, die de afgelopen jaren al van zich deed spreken met de twee prachtplaten van Mariecke’s broer Johan (waarop Mariecke zelf ook al een onuitwisbare indruk maakte, net als op de plaat van Kim Jansen). Net als haar broer maakt ook Mariecke muziek met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en net als haar broer maakt Mariecke Borger muziek van een niveau dat nationaal en internationaal maar door weinig muzikanten gehaald wordt. Through My Eyes staat vol met intieme luisterliedjes met vooral invloeden uit de folk en country. De instrumentatie is sober, maar veelzijdig, smaakvol en boven alles uiterst trefzeker. De songs van Mariecke Borger zijn zonder uitzondering songs die je onmiddellijk weten te verleiden en betoveren, maar het zijn ook songs met diepte en songs vol geheimen, waardoor Through My Eyes voorlopig nog wel even kan blijven groeien. Mariecke Borger had naar verluid zelf nog wel wat twijfels over haar bestaansrecht als soloartiest, maar Through My Eyes neemt alle twijfels voorgoed weg. Op Through My Eyes horen we een groot songwriter aan het werk, maar Mariecke Borger is ook nog eens een geweldige zangeres. Haar heldere stemgeluid strijkt nooit tegen de haren in, maar kan veel meer dan dromerig fluisteren (en dat kan Mariecke Borger echt als geen ander). Ieder woord dat Mariecke Borger zingt komt aan, waardoor Through My Eyes diep weet te ontroeren en kippenvel niet is te voorkomen. De vaak persoonlijke songs op het debuut van de Nederlandse singer-songwriter zitten allemaal even knap in elkaar, zijn allemaal even mooi gearrangeerd en overtuigen allemaal in een mate die alleen is weggelegd voor de allergrootsten. Through My Eyes is om te janken zo mooi. Iedere liefhebber van vrouwelijke singer-songwriters die deze plaat laat liggen doet zich daarom verschrikkelijk te kort. Wat een ongelooflijk goede en mooie plaat. Ik knijp mezelf nog maar eens. Au. Erwin Zijleman



zaterdag 20 juli 2013

Lucky Bones - Someone's Son


Het onbekende rootstalent van deze week komt uit Dublin, maar ook uit Texas. Lucky Bones is de band rond de Ierse muzikant Eamonn O'Connor, die na omzwervingen door Europa zijn heil zocht in een gehucht (Bastrop) vlakbij Austin, Texas; één van de hoofdsteden van de Amerikaanse rootsmuziek. Dat leverde een paar jaar geleden een redelijk succesvolle plaat op, maar met het onlangs verschenen Someone’s Son is Lucky Bones als je het mij vraagt klaar voor het grote werk. De combinatie van een Ierse afkomst en de rootsrock die in Austin al jaren zo rijkelijk vloeit, is niet helemaal nieuw, maar toch klink Lucky Bones anders dan andere bands. Someone’s Son is een tijdloos klinkende plaat met songs die je stuk voor stuk al heel lang lijkt te kennen. Het zijn songs die tot dusver worden vergeleken met die van grootheden als Bruce Springsteen, Bob Dylan, Townes van Zandt en Tom Waits. Als ik heel eerlijk ben hoor ik geen van vieren terug in de muziek van Lucky Bones, maar persoonlijk vind ik dat geen ramp. Muzikanten die teruggrijpen op de muziek van Springsteen, Dylan, van Zandt en Waits heb ik al in ruime mate in de kast staan, terwijl bands als Lucky Bones nog redelijk zeldzaam zijn. Ik heb dan ook niet direct zinvol vergelijkingsmateriaal voor handen, al is het maar omdat Lucky Bones stevig kan rocken, maar ook bijna verstilde ballads of juist majestueuze piano-ballads niet uit de weg gaat. Someone’s Son is zoals gezegd een feest van herkenning, zonder dat je direct kunt benoemen wat je nu precies hoort. Eamonn O'Connor is een groot zanger met een prachtige emotievolle stem, maar ook de rest van de band laat zich nadrukkelijk gelden. Someone’s Son is voorzien van een heerlijk warmbloedig geluid, waarin gitaren de strijd aan gaan met de meer traditionele instrumenten in het genre, waaronder een prachtige pedal steel. Het is een vol en gloedvol geluid waaraan het lastig ontkomen is; mij lukt het in ieder geval niet. Met name in de wat meer ingetogen tracks laat Lucy Bones heel veel klasse horen, maar ook de wat aanstekelijkere uptempo songs overtuigen heel erg makkelijk. Someone’s Son van Lucky Bones klinkt uiteindelijk vooral Amerikaans en nogal 70s, maar zo af en toe komen de Ierse roots van Eamonn O'Connor toch aan de oppervlakte, wat prachtig klinkt in combinatie met het Amerikaanse rootsrock geluid. Lucky Bones heeft een rootsplaat gemaakt die in vrijwel niets lijkt op de andere platen in het genre. Het geeft Someone’s Son een eigen geluid, dat ook nog eens heel makkelijk overtuigt. Met een beetje geluk wacht Lucky Bones daarom een grote toekomst. Laten we met zijn allen duimen voor dit beetje geluk, want platen als Someone’s Son zijn er veel te weinig. Erwin Zijleman

Someone's Son van Lucky Bones ligt helaas niet in Nederland in de winkel, maar is wel verkrijgbaar via onder andere cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/luckybones12).


vrijdag 19 juli 2013

Wolf In Loveland - Wolf in Loveland

Laat ik eens beginnen met twee feiten. 1. Ik heb dit jaar nogal wat platen van eigen bodem bejubeld op deze BLOG (28 om precies te zijn), maar voor de laatste moet ik inmiddels toch al weer een week of zes terug in de tijd. 2. Er is de laatste weken wat onduidelijke berichtgeving over de terugkeer van de wolf in Nederland. Aan de lange periode zonder release van eigen bodem maak ik nu een eind met de bewering dat de wolf terug is in Nederland. Ik heb het daarbij niet over het geïmporteerde beest dat een week of wat geleden langs de weg is gevonden, maar over Wolf In Loveland. Wolf In Loveland is een uit Rotterdam afkomstige band die, voor zover ik weet, nog niet mocht komen opdraven voor een minuut media aandacht in DWDD, maar dat zal in het nieuwe seizoen waarschijnlijk heel snel gaan veranderen. Met haar titelloze debuut heeft Wolf In Loveland immers een plaat gemaakt die zowel nationaal als internationaal een plekje in de spotlights verdient. De Rotterdammers doen dit met een plaat die toch vooral in het hokje folk zal worden geduwd. Het is een hokje dat past bij het debuut van Wolf In Loveland, want de eerste plaat van de band staat vol met wonderschone luisterliedjes. Toch doe je Wolf In Loveland tekort met slechts één etiket. Folk vormt misschien de basis van de muziek van de band, maar het is folk die makkelijk kan ontploffen en folk die volop open staat voor invloeden uit andere genres. Het eerste dat opvalt in het geluid van Wolf In Loveland is de stem van zanger Jan Minnaard, die beschikt over een aangenaam stemgeluid met een eigenzinnig randje. Het is een stem die het in zijn eentje prima kan redden, maar die meer kracht krijgt wanneer de rest van de band ondersteuning biedt met fraaie harmonieën. Zeker wanneer Wolf In Loveland kiest voor een grotendeels akoestisch geluid, ligt de vergelijking met Fleet Foxes (en vooral alle grote voorbeelden van Fleet Foxes) een aantal keren voor de hand, maar de Rotterdammers hebben gelukkig ook een meer avontuurlijke kant, die resulteert in onder andere een instrumentale ontsporing van anderhalve minuut of in een bijna 10 minuten durende track die prachtig opbouwt naar een climax. Het is knap hoe Wolf In Loveland muziek weet te maken met een heerlijk loom en dromerig karakter die je door alle onderhuidse spanning toch op het puntje van de stoel houdt. Het is knap hoe Wolf In Loveland folkmuziek weet te maken die uiteindelijk vooral buiten de lijntjes van de folk kleurt. Het is knap hoe Wolf In Loveland kiest voor een vol instrumentarium, maar er ook voor zorgt dat alle kleine details goed te horen zijn. Het is heel knap hoe Wolf In Loveland je vrijwel onmiddellijk weet te veroveren met haar mooie stemmige muziek. Of we blij moeten zijn met roedels wolven in het Nederlandse bos weet ik niet, maar met deze liefdevolle wolf uit Rotterdam ben ik heel blij. 2013 was al een heel mooi jaar voor de Nederlandse popmuziek, maar met het debuut van Wolf In Loveland krijgt het nog wat meer glans. Erwin Zijleman



donderdag 18 juli 2013

Willie Nile - American Ride

Willie Nile verruilde in de jaren 70 zijn geboortestad Buffalo voor het bruisende New York, waar hij al snel te vinden was in de muziek scene rond clubs als CBGB's. Hoewel Willie Nile met enig succes aan de weg timmerde, kreeg hij nooit dezelfde status als stad- en tijdgenoten als Patti Smith, Television, The Ramones en Talking Heads, die hij zag uitgroeien van beginnende bands tot wereldsterren. Willie Nile bracht uiteindelijk twee prima platen uit in de jaren 80 en één uitstekende plaat in de jaren 90. Ik denk niet dat er veel mensen zijn die ze in de kast hebben staan, maar ze zijn zeker de moeite waard. Dat geldt ook zeker voor de bescheiden stapel platen die Willie Nile sinds de overgang naar het nieuwe Millennium heeft gemaakt. Een aantal live-platen niet mee geteld, tel ik vier platen, waarvan met name het in 2006 uitgebrachte Streets Of New York zeer de moeite waard is. Het stapeltje platen krijgt nu gezelschap van American Ride en ook dit is een plaat die het absoluut verdient om gehoord te worden. Luister naar American Ride en het lijkt of de tijd heeft stil gestaan. American Ride klinkt als Born To Run had geklonken wanneer de jonge Springsteen New Jersey zou hebben verruild voor New York. Willie Nile maakt op zijn nieuwe plaat grootse rock ’n roll met een licht smoezelige CBGB’s injectie. Naar slechte songs zal je op American Ride tevergeefs zoeken. Willie Nile nadert inmiddels de 65, maar klinkt op zijn nieuwe plaat minstens net zo gedreven en energiek als op de plaat waarmee hij meer dan 30 jaar geleden debuteerde. Toch is American Ride niet alleen een plaat waarop van dik hout planken worden gezaagd. In een aantal tracks kiest Willie Nile voor sobere akoestische songs met een stevige roots impuls en verruild hij CBGB’s voor de New Yorkse clubs waarin Dylan ooit debuteerde. Welk genre Willie Nile ook kiest, hij overtuigt op indrukwekkende wijze. American Ride laat een ouwe rot horen die het misschien nooit echt heeft kunnen maken, maar het is wel een muzikant in hart en nieren en een muzikant die op één of andere manier iets heeft. Wat dat is weet ik nog steeds niet precies, al zou het wel eens kwaliteit kunnen zijn. Muzikanten die Springsteen en zijn E-Street band naar de kroon willen steken zakken meestal snel door het ijs, maar de Springsteen achtige tracks op American Ride zijn songs die je zomaar aan het Springsteen repertoire toe zou kunnen voegen, waarna het waarschijnlijk snel publiekslievelingen zouden worden. Wat geldt voor de grootse rocksongs, geldt ook voor de wat meer ingetogen rootssongs. Het is absoluut duidelijk waar Willie Nile de mosterd haalt, maar op één of andere manier voorziet hij deze van een aantal extra ingrediënten, waardoor de basis onaangetast blijft, maar uiteindelijk vooral de frisse details de aandacht trekken. Ik heb American Ride van Willie Nile inmiddels een aantal keer gehoord en weet zeker dat er nog vele keren zullen volgen. Van American Ride kun je immers alleen maar heel blij worden. Is dat voldoende? Voor mij wel. Erwin Zijleman



woensdag 17 juli 2013

Ruth Moody - These Wilder Things

Ruth Moody is een van oorsprong Australische muzikante, die inmiddels al weer flink wat jaren opereert vanuit Canada. De liefhebber van de betere rootsmuziek kent Moody misschien nog van Scruj MacDuhk (later omgevormd tot The Duhks), van het behoorlijk succesvolle The Wailin' Jennys of van haar eerste soloplaat The Garden, die drie jaar geleden verscheen. The Garden miste drie jaar geleden op een haar na een plekje op deze BLOG, maar het onlangs verschenen These Wilder Things is een plaat waar ik met geen mogelijkheid omheen kan. Hoe goed Ruth Moody is laat ze wat mij betreft horen in haar prachtige vertolking van Bruce Springsteen’s Dancing In The Dark, dat ze van een pompeus feestnummer transformeert in een intiem liefdesliedje. Vrijwel iedereen zou genadeloos op zijn of haar bek gaan met een dergelijke cover, maar Ruth Moody blijft overeind. Met speels gemak. These Wilder Things is nog een stuk veelzijdiger dan het solodebuut van Ruth Moody en dat komt de kwaliteit van haar muziek zeer ten goede.  These Wilder Things opent met een uiterst sobere folksong die zou uit de Appalachen van een eeuw geleden lijkt weggelopen en waarin we het moeten doen met spaarzaam banjospel, wat strijkers en de prachtige stem van Ruth Moody. Moody zou met gemak een hele plaat kunnen vullen met bijna verstilde en uiterst traditionele tracks, maar ik ben blij dat ze dat niet doet. In de tracks die volgen schakelt Ruth Moody tussen bluegrass, country, folk en pop en kiest ze afwisselend voor een behoorlijk sober en een aangenaam vol geluid. Door het gebruik van veel verschillende instrumenten, zowel  akoestisch als elektronisch en zowel traditioneel als modern, is These Wilder Things een heerlijk afwisselende plaat, maar gelukkig zijn een aantal zaken constant. Zo zijn de songs op de tweede soloplaat van Ruth Moody van een opvallend hoog niveau en klinkt zowel de instrumentatie als de productie van David Travers-Smith (die ook The Wailin’ Jennys produceerde) prachtig.  In zowel de instrumentatie als de productie wordt zeker niet gekozen voor eenvoud, maar op een of andere manier lijkt iedere versiering die is toegevoegd essentieel, wat de muziek van Ruth Moody zeggingskracht en urgentie geeft. Het mooist aan These Wilder Things is echter de stem van Ruth Moody. Het is een stem die zowel puur en authentiek als zwoel en verleidelijk kan klinken en dat is een bijzondere combinatie, zeker als hij ook nog eens herinnert aan Alison Krauss. Als vervolgens ook Mark Knopfler, Aoife O’Donovan en de rest van The Wailin’ Jennys nog eens opduiken voor prachtige gastbijdragen is duidelijk dat Ruth Moody een gewonnen wedstrijd speelt. Ik was zelf na één keer horen compleet verkocht, maar sindsdien wordt These Wilder Things alleen maar mooier en indrukwekkender. De hoogste tijd dus om deze helaas wat vergeten plaat alsnog de aandacht te geven die de plaat zo verdient. Zangeressen als Ruth Moody zijn er al niet veel; zangeressen die ook nog eens met zo’n mooie selectie songs op de proppen komen als op These Wilder Things nog veel minder. Zeer warm aanbevolen derhalve. Erwin Zijleman



dinsdag 16 juli 2013

Dana Fuchs - Bliss Avenue

De Amerikaanse zangeres Dana Fuchs werd na de release van haar debuut Lonely For A Lifetime, inmiddels al weer tien jaar geleden, zo vaak vergeleken met Janis Joplin, dat ze zelf ook bijna ging geloven dat ze de reïncarnatie van deze legendarische zangeres was (Fuchs werd zes jaar na het overlijden van Janis Joplin geboren dus het is in theorie mogelijk). Lange tijd richtte Fuchs zich niet op het maken van nieuwe platen, maar speelde ze de hoofdrol in een aantal musicals, waaronder een musical over het leven van, je raadt het al, Janis Joplin. Met het twee jaar geleden verschenen Love To Beg keerde Dana Fuchs na een afwezigheid van acht jaar terug, maar buiten Nederland werd de plaat eigenlijk nauwelijks opgemerkt. Helemaal onlogisch was dat overigens niet, want in plaats van Love To Beg kon je ook Pearl van Janis Joplin opzetten en als ik tussen deze twee platen moet kiezen weet ik het ook wel, waardoor ik Pearl nog steeds met enige regelmaat beluister en me van Love To Beg eerlijk gezegd maar heel weinig kan herinneren. Met Bliss Avenue zet Dana Fuchs een volgende stap in haar carrière en dit keer geef ik, de vooral in Nederland populaire, Amerikaanse zangeres wel een goede kans. Net als op haar vorige platen is ook Bliss Avenue in vocaal opzicht weer een buitengewoon indrukwekkende plaat, maar op haar nieuwe plaat weet Dana Fuchs ook in muzikaal opzicht meer te overtuigen. Bliss Avenue is veel meer dan de rauwe bluesy rock ’n roll van haar vorige platen, waardoor de vergelijking met Janis Joplin in lang niet alle tracks meer relevant is. Bliss Avenue begeeft zich ook op het terrein van soul, gospel, pop en zelfs country en dat zijn terreinen waarop Dana Fuchs uitstekend uit de voeten kan. Bliss Avenue is niet alleen qua zang en repertoire een veelzijdige plaat, maar klinkt ook fantastisch. Met name het gitaarwerk op de plaat is om je vingers bij af te likken en klinkt fantastisch in gevecht met de rauwe strot van Dana Fuchs, met een fraaie bijrol voor het ouderwets klinkende orgeltje. Net als bijvoorbeeld Beth Hart heeft Dana Fuchs geen makkelijk leven achter de rug en dat uit zich in een even doorleefde als emotievolle strot. In tegenstelling tot Beth Hart wist Dana Fuchs tot dusver niet te overtuigen met eigen songs die zich weten te onderscheiden van die van andere zangeressen in het genre, maar met Bliss Avenue lukt dit opeens wel. Op basis van haar stem verdient Dana Fuchs inmiddels al een jaar of tien heel veel respect, maar met Bliss Avenue dwingt ze het ook op andere terreinen af. Laten we eerlijk zijn. Dana Fuchs was altijd al veel te goed voor musicals, zelfs als die over het leven van legendes als Janis Joplin gaan. Bliss Avenue is de eerste plaat van haar hand die veel te goed is om te laten liggen. Doe dat dan ook niet, want daar krijg je echt een keer spijt van. Erwin Zijleman



maandag 15 juli 2013

Leagues - You Belong Here

Het Amerikaanse muziektijdschrift Paste Magazine zaagt inmiddels al een aantal jaren aan de poten van de grote Amerikaanse tijdschriften als Rolling Stone en Billboard. Met succes volgens mij, want Paste weet in tegenstelling tot de grote broers steeds vaker de aandacht te trekken. Ik was onlangs bijzonder gecharmeerd van de lijst met de beste platen van de eerste helft van 2013 (waarom niet?). In deze lijst trof ik persoonlijke favorieten als Phosphorescent, Mikal Cronin, Cayucas en Kurt Vile, maar ook platen die ik nog niet heb besproken (Josh Ritter, Thao, Foxygen, Deerhunter en Frightened Rabbit; een aantal keren zeker nog terug op deze BLOG) en zelfs een plaat waarvan ik nog nooit gehoord had. Die laatste plaat, You Belong Here van Leagues, heb ik inmiddels stevig omarmd en reken ik tot de grote verrassingen van 2013. Leagues heeft een voorman die ik goed ken. Thad Cockrell leek een jaar of tien geleden uit te groeien tot de smaakmakers van de singer-songwriters in het alt-country segment en werd direct gezien als grote concurrent van de op dat moment nog vrijwel onaantastbare Ryan Adams. Thad Cockrell brak ondanks een geweldige plaat echter niet door naar een groot publiek en keert pas vele jaren later terug met Leagues. Alt-country liefhebbers die nu enthousiast opveren moet ik direct teleurstellen, want Leagues heeft helemaal niets te maken met het solowerk van Thad Cockrell. De eerste songs op You Belong Here vallen op door heerlijke funky gitaarloopjes en nogal hoge vocalen. Het zijn songs die me eerst aan Talking Heads deden denken en vervolgens aan Franz Ferdinand; namen waarvoor je je als band niet hoeft te schamen. Het uit Nashville afkomstige Leagues houdt niet de hele tijd vast aan funky gitaren en songs die nauwelijks te weerstaan zijn. Na een aantal tracks worden de gitaren wat steviger, winnen de keyboards aan terrein en begeeft Leagues zich op het terrein van de indie-rock. Ook dat gaat het trio uit Nashville, dat opvallend genoeg zelfs geen vleugje country in haar muziek verwerkt, behoorlijk goed af. Leagues maakt op You Belong Here muziek die bijzonder lekker in het gehoor ligt, maar het is muziek die op één of andere manier ook alternatief en interessant blijft. Leagues schuift in een aantal tracks bijna op richting de mainstream van een band als Maroon 5 (en in 1 of 2 tracks zelfs Electric Light Orchestra), maar net als het mis lijkt te gaan volgt een onverwachte wending, waardoor You Belong Here blijft overtuigen. You Belong Here van Leagues is een plaat die lastig is te plaatsen. Het is dan ook niet zo gek dat tot dusver zo ongeveer alleen Paste Magazine de plaat de hemel in heeft geprezen, maar ze hebben wel gelijk. You Belong Here is een heerlijke plaat voor de zomer, maar het is ook een plaat die genoeg te bieden heeft wanneer het buiten koud en donker is en je net wat minder vatbaar bent voor genadeloos funky gitaren.  Dan pas hoor je immers hoe knap de plaat is geproduceerd, hoe goed Cockrell zingt en hoe fraai het gitaarwerk is. Leagues is absoluut een band voor de grote festivals, maar You Belong Here is zeker ook een plaat die tot in de kleinste details moet worden beluisterd. Mijn conclusie na vele luisterbeurten? Wereldplaat. Uit dank neem ik onmiddellijk een abonnement op Paste Magazine. Erwin Zijleman

Het is nauwelijks te geloven, maar You Belong Here van Leagues is niet eenvoudig te krijgen in de Nederlandse platenzaak, waardoor je vooralsnog bent aangewezen op aanbieders als Amazon (http://www.amazon.com/music/dp/B00AKYCUWC).

zondag 14 juli 2013

Jadea Kelly - Clover

Jadea Kelly is een Canadese singer-songwriter, die in haar vaderland een paar jaar geleden met redelijk wat succes aan de weg timmerde en een aantal (country) awards in de wacht wist te slepen. Hoe het Jadea Kelly sindsdien is vergaan was me lange tijd niet helemaal duidelijk, maar uit een bericht op haar website heb ik opgemaakt dat ze na eindeloos toeren met flink wat Canadese muzikanten van naam en faam oververmoeid is geraakt en uiteindelijk een noodgedwongen pauze van een aantal jaren heeft moeten inlassen. Met haar nieuwe plaat Clover, die zelfs in Nederland wordt uitgebracht, is Jadea Kelly gelukkig weer terug en klaar voor een nieuwe start. Het is een opvallende nieuwe start, want Clover heeft maar weinig te maken met het alt-country label dat op de vorige platen van de Canadese singer-songwriter werd geplakt. Op Clover maakt Jadea Kelly een soort pop-noir, die me in eerste instantie vooral aan Lana Del Rey deed denken. De Lana Del Rey van Video Games wel te verstaan, want Clover heeft helemaal niets gemeen met de pompeuze elektronische popmuziek die Lana Del Rey (helaas) ook maakt. Clover bevat 11 uiterst stemmige songs die allemaal de associatie oproepen met de beste song van Lana Del Rey, maar vervolgens stuk voor stuk een net wat ander pad kiezen. Het recept dat Jadea Kelly voor de songs op Clover gebruikt ligt voor een belangrijk deel vast. In vrijwel alle songs domineren atmosferische gitaarlijnen die absoluut zijn beïnvloedt door het gitaarwerk uit de jaren 50 en 60. Deze gitaarlijnen worden aangevuld door een sobere ritmesectie, die ergens ver op de achtergrond lijkt te klinken, en een beperkt aantal andere accenten, waaronder een fraai orgel. Centraal staat in alle gevallen de prachtige stem van Jadea Kelly, die zonder enige twijfel een betere zangeres is dan Lana Del Rey. Ik kan me goed voorstellen dat de lezer van deze recensie op basis van het bovenstaande denkt dat Clover een behoorlijk saaie of zelfs overbodige plaat is, maar dat is zeker niet het geval. Clover is een donkere en stemmige plaat die je meeneemt naar vergeten nachtclubs in de jaren 50 en 60. De sfeer is wat grimmig, de entourage op zijn minst groezelig, maar wat Jadea Kelly op het kleine podium laat horen is van grote klasse. Na de genadeloze wijze waarop Lana Del Rey is neergesabeld door de critici verwacht ik niet dat Clover van Jadea Kelly met superlatieven zal worden onthaald, maar als je het mij vraagt verdient de plaat dit wel. Clover heeft een hele bijzondere sfeer die zowel bezwerend, bedreigend als betoverend is. Zeker wanneer je wat beter naar de plaat luistert hoor je hoe mooi deze songs zijn ingekleurd en wat een geweldige zangeres Jadea Kelly is. De wat meer melancholieke songs zorgden bij mij direct voor kippenvel, maar ook de net wat lichtvoetigere songs op de plaat pakken me inmiddels genadeloos in. Ik ben nog steeds een bewonderaar van Lana Del Rey, die als je het mij vraagt voor haar debuut veel meer respect had verdiend dan ze heeft gekregen, maar Jadea Kelly is gewoon beter. Veel beter. Erwin Zijleman



zaterdag 13 juli 2013

Shoebox Letters - Crossing Words

Ook in weken dat er in Nederland nauwelijks interessante nieuwe platen verschijnen, word ik bijna dagelijks verrast door in eigen beheer uitgebrachte Amerikaanse rootsplaten van zeer hoog niveau. Mijn favoriet van de afgelopen week is Crossing Words van Shoebox Letters. Shoebox Letters is een band uit Portland, Oregon; een stad die ik eerder associeer met frisse gitaarrock dan met alt-country. Toch is alt-country het hokje waarin de muziek van Shoebox Letters het best past, al is het zeker niet het enige hokje waarin de band (die overigens al jaren aan de weg timmert) zich thuis zal voelen. Crossing Words doet in de openingstrack vooral denken aan de muziek van The Jayhawks (overigens mijn favoriete band in het genre), al laat Shoebox Letters wel een frisse wind waaien door haar alt-country op Crossing Words. Deze frisse wind komt niet uit de indie scene van Portland, Oregon, maar komt uit het California van de jaren 70 en 80. Crossing Words van Shoebox Letters heeft af en toe wel wat van de platen die Fleetwood Mac in haar hoogtijdagen, maar raakt ook aan het werk van The Eagles. Hiermee zijn we er nog niet, want de Amerikaanse band is ook niet bang voor de rockmuziek die je op vrijwel alle Amerikaanse radiostations hoort, al is de muziek van Shoebox Letters gelukkig net wat minder gepolijst en bovendien altijd voorzien van een dosis twang, waardoor de vergelijking met Tom Petty binnen bereik komt. Crossing Words van Shoebox Letters is zeker geen plaat die vernieuwend kan worden genoemd. Echo’s uit het verleden klinken nadrukkelijk door op de plaat, maar het zijn gelukkig wel de echo’s die na al die jaren nog maar weinig van hun kracht en aantrekkelijkheid hebben verloren. Crossing Words staat vol met lekker in het gehoor liggende pop en rock songs, maar het zijn ook songs die met veel zorg en aandacht worden uitgevoerd. Met name de gitaren en het heerlijke orgeltje klinken prachtig en hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang. Zeker wanneer de mannen het voor het zeggen (zingen) hebben valt de muziek van Shoebox letters op door sterke solozang en fraaie harmonieën, maar mijn persoonlijke favoriet is toch de wat zwak vertegenwoordigde zangeres van de band, net als bij Fleetwood Mac een aantal decennia geleden. Crossing Words van Shoebox Letters is een plaat die hier in Nederland waarschijnlijk maar heel weinig aandacht gaat krijgen. Te Amerikaans voor een groot publiek en te weinig authentiek voor de rootspuristen, die wel weten dat wat je van ver haalt lekker is. Als je het mij vraagt verdient Shoebox Letters onze aandacht wel. Daarom vandaag de schijnwerpers op Shoebox Letters uit Portland, Oregon. Spread the word. Erwin Zijleman

Crossing Words van Shoebox Letters ligt niet in Nederland in de winkel, maar kan wel worden verkregen via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/shoeboxletters6).

vrijdag 12 juli 2013

The Secret History - Americans Singing In The Dark

Het is ieder jaar hetzelfde. Tot de eerste weken van juni word je bedolven onder stapels nieuwe releases, maar als de zomer eenmaal officieel is begonnen staat de bron van nieuwe muziek binnen de kortste keren helemaal droog. Ook deze BLOG gaat dit jaar niet ontkomen aan een zomerslaap van een paar weken, maar voorlopig red ik het nog wel even met de platen die de afgelopen weken zijn ondergesneeuwd (want deze zomer kan alles). Een van de leukste komt van de uit New York afkomstige band The Secret History. Americans Singing In The Dark is de tweede plaat van de band en het is er wat mij betreft één die een plekje in de spotlights verdient. The Secret History komt zoals gezegd uit New York, maar klinkt als een band die uit Glasgow of toch op zijn minst Manchester komt en rechtstreeks vanuit het verleden naar ons is over gebliept. Als ik geblinddoekt naar Americans Singing In The Dark had moeten luisteren, had ik waarschijnlijk ingezet op een aantal obscure tracks van onder andere ABC, Aztec Camera, Heaven 17, Belle & Sebastian, Kirsty MacColl, Prefab Sprout, Roxy Music en stiekem toch ook wat Amerikaanse bands, waaronder zeker The Shirts of van veel recenter datum The New Pornographers. The Secret History lijkt op van alles en nog wat, maar door de grote veelzijdigheid van Americans Singing In The Dark ook op helemaal niets. De jaren 70, 80 en 90 staan centraal op de tweede plaat van The Secret History, maar retro durf ik dit toch niet te noemen. Daarvoor klinkt Americans In The Dark te fris en geïnspireerd. The Secret History heeft een plaat gemaakt die me op reis neemt door mijn eigen platenkast en dat is niet zonder risico. Meestal grijp ik bij dit soort platen immers snel naar de originelen, maar Americans Singing In The Dark is tot dusver niet uit de cd speler te krijgen. De band uit New York maakt van die popliedjes die je direct bij eerste beluistering al decennia lijkt te kennen. Het zijn popliedjes vol honingzoete details (waaronder Spandau Ballet achtige gitaarloopjes en bijna kitscherige synths), maar op één of andere manier heeft de muziek van The Secret History ook altijd wat stekeligs, meestal door de vocalen die niet streven naar perfectie maar ondertussen wel iets zwoels en verleidelijks hebben, waarbij de vocalen van zangeres Lisa Ronson op mij de meeste indruk maken. Americans Singing In The Dark van The Secret History is van de eerste tot de laatste noot genieten. In de jaren 80 was de plaat ongetwijfeld uitgegroeid tot een klassieker, maar ook in 2013 is dit een plaat die aandacht en respect verdient. Ik vind het dan ook schandalig dat één van de leukste popplaten van 2013 vooralsnog niet eens in Nederland te krijgen is. Gelukkig is het een kleine wereld, want deze wil je echt niet missen. A trip down Memory Lane die de zomer van 2013 glans geeft. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman 

Americans Singing In The Dark van The Secret History ligt zoals gezegd nog niet in Nederland in de winkel, maar kan wel worden verkregen via de bandcamp pagina van de band (http://thesecrethistory.bandcamp.com/album/americans-singing-in-the-dark).

donderdag 11 juli 2013

Still Corners - Strange Pleasures

Dat ik een enorm zwak heb voor dreampop mag inmiddels als bekend worden verondersteld. Het afgelopen jaar herleven de glorietijden van de dreampop uit de jaren 90 en mij hoor je daar niet over klagen. Integendeel zelfs. Ik heb de afgelopen maanden al meerdere nieuwe releases in het genre besproken en hier gaat het zeker niet bij blijven. Mijn laatste aanwinst is Strange Pleasures van de Brits-Amerikaanse band Still Corners. Nu is Still Corners voor mij geen nieuwe band. In december 2011 bejubelde ik de band’s debuut Creatures Of An Hour, waarna de band een week of wat later terecht mocht aanschuiven in mijn jaarlijstje. Creatures Of An Hour was veel meer dan dreampop alleen en hetzelfde geldt eigenlijk voor Strange Pleasures, al is Still Corners in het afgelopen anderhalf jaar wel wat opgeschoven van de 60s naar de 80s en 90s. Strange Pleasures laat een geluid horen dat aan de ene kant raakt aan dat van de gloriedagen van de dreampop, maar dat aan de andere kant ook raakvlakken heeft met de uiterst zweverige muziek van The Cocteau Twins uit de jaren 80, wat AllMusic brengt tot de omschrijving "Cocteau Twins doing the soundtrack for Drive II". Zo zweverig als de muziek van The Cocteau Twins is Strange Pleasures zeker niet, maar heerlijk wegdromen is nauwelijks te voorkomen. Op Strange Pleasures pakt Still Corners uit met een atmosferisch klinkend elektronisch klankentapijt. Het zijn lome klanken die het tempo bepalen, wat het dromerige karakter van de muziek van Still Corners versterkt. De breed uitwaaierende elektronische klanken worden gecombineerd met trage ritmes en hier en daar wonderschone gitaarlijnen die wel zo lijken weggelopen uit de eregalerij van de dreampop. Waar dreampop het moet hebben van de hypnotiserende werking van het eenvormige karakter van de muziek, kies Still Corners nadrukkelijk voor de variatie. De band staat daarom de ene keer dicht bij muziek uit de 80s en 90s, maar schuift door de nodige experimenten en flink wat onderhuidse spanning ook moeiteloos op in de richting van smaakmakers van dit moment als Beach House en The Xx. Strange Pleasures van Still Corners houdt je met gemak op het puntje van je stoel tijdens de 45 minuten die de plaat duurt en hierna wil je eigenlijk alleen maar meer. Strange Pleasures is een dromerige en avontuurlijke plaat die invloeden uit een aantal decennia aan elkaar smeedt tot even tijdloze als eigentijdse muziek. Over het sterkste wapen van Still Corners heb ik het, helemaal aan het eind van deze recensie, nog niet eens gehad. Dat sterkste wapen is de fantastische stem van frontvrouw Tessa Murray, die het al zo mooie Strange Pleasures naar een nog wat hoger plan tilt. Briljante plaat als je het mij vraagt. Erwin Zijleman



Zaz - Recto Verso

Om het vakantiegevoel alvast aan te wakkeren. Op herhaling: DE zomerplaat van 2013 (oorspronkelijk gepubliceerd in de herfst, 12 mei). Voor de late beslissers nu verkrijgbaar in een luxe editie. 

Het titelloze debuut van de Franse zangeres Zaz, het alter ego van de uit Tours afkomstige Isabelle Geffroy, vond ik bijna drie jaar geleden in de Franse Supermarché en groeide al snel uit tot een persoonlijke favoriet tijdens en ver na de zomervakantie van 2010. De muziek van de Française sprak ook de lezers van deze BLOG aan, want de recensie die ik over het debuut van Zaz schreef stond lange tijd in de top 10 aller tijden van deze BLOG (en staat nog altijd in de top 20). Deze week verscheen de tweede plaat van Zaz (het live tussendoortje uit 2011 reken ik maar even niet mee) en ik zal er niet omheen draaien, ook Recto Verso is weer een geweldige plaat. Zaz wilde zich op haar debuut al niet beperken tot de gebaande paden van de Franse chansons of de moderne zuchtmeisjes variant en doet dit ook op Recto Verso niet. Op haar tweede plaat laat Zaz zich geen enkel moment in een hokje duwen en maakt ze moderne Franse popmuziek die zich door van alles en nog wat laat beïnvloeden, maar ook weet te vernieuwen. Op het moment dat ik deze recensie schrijf komt de regen met bakken uit de hemel, maar als de muziek van Zaz uit de speakers komt schijnt de zon. Recto Verso bevat maar liefst 14 tracks en een ieder die er snel bij is krijgt nog eens 3 bonustracks cadeau. Ondanks de grote hoeveelheid songs klinkt iedere song op Recto Verso weer anders. Zaz is op Recto Verso een chansonnière uit een ver verleden, maar ook een popprinses uit de toekomst en alles tussen deze twee uitersten in, waarbij met name het vleugje gipsy niet onvermeld mag blijven. Zaz kan zwoel en verleidelijk zingen, maar kan zich ook beperken tot ruwe emotie. Ook de instrumentatie op de plaat schiet alle kanten op en varieert van uiterst sober (minimale gitaarakkoorden) tot zeer uitbundig (met flink wat elektronische impulsen en strijkers en blazers). Het is de veelzijdigheid die van Recto Verso zo’n goede plaat maakt. Waar veel muzikanten tegenwoordig één kunstje uitmelken, is het portfolio van Zaz overvol en opvallend veelkleurig. Recto Verso is als een goed gevulde doos bonbons. Het zijn bonbons die aantrekkelijk zijn versierd, maar de muzikale bonbons van Zaz zijn ook nog eens bijzonder smakelijk en smaken bovendien allemaal anders en stuk voor stuk naar meer. Als ik Recto Verso helemaal heb beluisterd heb ik het gevoel dat ik naar tien platen heb geluisterd en het zijn ook nog eens tien hele goede platen. Hoewel de songs van Zaz lang niet allemaal even vrolijk zijn is Recto Verso een plaat die je alleen maar met een brede glimlach kunt beluisteren. Vergeleken met haar debuut is de muziek van Zaz niet alleen veelkleuriger geworden, maar is ze ook veel beter gaan zingen. Zaz beschikt over een donker stemgeluid met een rauw randje en het is een stemgeluid dat makkelijk voor kippenvel zorgt. Beluister Recto Verso met de koptelefoon en de impact van de plaat is enorm, beluister Recto Verso op de achtergrond en de zon gaat schijnen en de bloemetjes gaan bloeien. Zaz maakte bijna drie jaar geleden een nauwelijks te overtreffen plaat, maar Recto Verso doet een zeker niet kansloze poging om dit toch te realiseren. Ik was bijna drie jaar geleden diep onder de indruk van het debuut van Zaz, maar Recto Verso raakt me nog dieper. Zaz staat binnen de Franse popmuziek op eenzame hoogte en onderstreept dat met een plaat die net als zijn voorganger een meesterwerk genoemd mag worden. Erwin Zijleman



woensdag 10 juli 2013

Daughn Gibson - Me Moan

Daughn Gibson wordt vooral in het hokje der singer-songwriters geduwd, maar voor liefhebbers van dit genre is Me Moan waarschijnlijk flink wennen. Gibson heeft een verleden in de punk en hardrock, maar hij is ook niet vies van onder andere country & western en elektronica, wat uiteindelijk een unieke plaat oplevert. Nu ben ik persoonlijk wel gecharmeerd van een opvallende mix van stijlen, maar de stem van Gibson streek in eerste instantie flink tegen de haren in. Gibson heeft een zware en donkere stem, die me persoonlijk vooral doet denken aan die van Scott Walker (in iets jongere jaren), maar gelukkig is de muziek van Gibson een stuk toegankelijker dan de laatste platen van Walker. Samen met onder andere twee gitaristen heeft Daughn Gibson een plaat gemaakt die begint bij country en rock ’n roll van decennia geleden, om vervolgens via onder andere een vleugje postpunk en elektronische impulsen in het heden uit te komen. Me Moan is hierdoor een originele plaat die niet of nauwelijks is te vergelijken met andere platen die ik in de kast heb staan. Dat is knap, maar wat nog knapper is, is dat Daughn Gibson ook een plaat heeft gemaakt die uiteindelijk vrij makkelijk weet te overtuigen. Helemaal nieuw is de muziek van Gibson overigens niet, want vorig jaar bracht hij al het nauwelijks opgemerkte All Hell uit. Het op het roemruchte Sub Pop label uitgebrachte Me Moan kan uiteraard op veel meer aandacht rekenen en daar valt helemaal niets op af te dingen. Me Moan is in vocaal en instrumentaal opzicht een opzienbarende plaat. De stem van Daughn Gibson is er absoluut een die niet door iedereen gewaardeerd zal kunnen worden, maar het is ook zeker een stem die je moet leren waarderen. Bij eerste beluistering zat de stem van de Amerikaan me vooral in de weg, maar inmiddels kan ik de vocalen op Me Moan ook in positieve zin waarderen. Ook de instrumentatie op Me Moan doet in eerste instantie de wenkbrauwen fronsen. Het instrumentarium op de plaat is aan de ene kant traditioneel met blazers, strijkers en een fraaie pedal steel, maar hier tegenover staat een flinke bak met bijna ambient achtige elektronica. Dat is een combinatie die ik wel eens eerder heb gehoord (niet vaak overigens), maar de mix van traditionele rock en roll en country aan de ene kant en elektronica en new wave aan de andere kant is als je het mij vraagt nog niet eerder vertoond. Daughn Gibson combineert de opvallende vocalen en instrumentatie op Me Moan met een mooie productie en in kwalitatief opzicht uitstekende songs. Me Moan is hierdoor een plaat die vrij makkelijk overtuigt, wat nog eens wordt verstrekt door de bijna vanzelfsprekende wijze waarop Daughn Gibson de meer experimentele elementen in zijn muziek verwerkt. Een weinig voor de hand liggende mix van invloeden of een niet alledaagse stem of instrumentatie klinkt vaak als een trucje, maar hiervan is op Me Moan van Daughn Gibson geen sprake. Me Moan is een wat duistere, donkere en mysterieuze plaat die in veel recensies wordt gelinkt aan films en series van David Lynch. Het zou inderdaad een prima combinatie zijn, maar op één of andere manier is Me Moan ook een gepassioneerde en gloedvolle plaat die het daglicht uitstekend kan verdragen. Het in juli uitbrengen van een plaat is op zich geen hele verstandige keuze, maar ik hoop absoluut dat Me Moan van Daughn Gibson niet tussen wal en schip valt. Wanneer  later dit jaar de balans wordt opgemaakt in de jaarlijstjes is Me Moan immers een plaat waarmee zeker rekening moet worden gehouden. Erwin Zijleman



Actie: De Kleine Hoefprint

De onlangs gestarte campagne "De Kleine Hoefprint" is een campagne die respect verdient. Enerzijds omdat het streven naar een duurzame Magnum natuurlijk een nobel streven is, maar hiernaast omdat de campagne een fraai muzikaal tintje heeft gekregen en zeker ook nog gaat krijgen. 

Voor de muziek ga je naar http://kleinehoefprint.nl/Homegrown-Sessions, waar de komende weken nog veel moois wordt toegevoegd, dus hou de pagina in de gaten de komende tijd.

Voor meer informatie over de campagne en de duurzaamheid van de ijsjes die we momenteel verslinden ga je naar http://kleinehoefprint.nl/, alwaar je ook een petitie kunt tekenen. Doen!

dinsdag 9 juli 2013

The Olms - The Olms

The Olms is een Amerikaans duo dat bestaat uit singer-songwriter Pete Yorn en fotograaf, kunstenaar en muzikant J.D. King. Pete Yorn ken ik al sinds zijn veelbelovende debuut Musicforthemorningafter uit 2001, dat in de VS breed werd opgepikt, maar in Nederland helaas werd genegeerd. Hij maakte sindsdien een aantal aardige platen (waaronder natuurlijk het samen met Scarlett Johansson gemaakte Break Up, dat wel de aandacht wist te trekken), maar wist de belofte van zijn debuut eigenlijk nooit in te lossen. J.D. King maakte tot dusver slechts één plaat en daar kan ik kort over zijn; hij is mij volledig ontgaan. The Olms konden daarom niet bij voorbaat rekenen op mijn sympathie vanwege resultaten uit het verleden, maar als zo vaak blijkt dat deze resultaten uit het verleden geen garanties bieden voor de toekomst. Op het titelloze debuut van The Olms overtreft Pete Yorn het niveau van zijn bestaande werk immers met gemak en ik kan me niet voorstellen dat dit anders is voor J.D. King. Het debuut van The Olms is een heerlijk ontspannen plaat van twee muzikanten die al lang niet meer dromen van het grote succes en daarom op onbevangen wijze de muziek kunnen maken die ze ook willen maken.  De voorkeur van Pete Yorn ligt nog altijd bij lekker in het gehoor liggende psychedelische gitaarrock en West Coast pop, terwijl  J.D. King een zwak heeft voor traditioneel aandoende country met een pop twist. Als The Olms smeden Yorn en King hun voorkeuren op opvallende wijze aaneen, wat een even aangename als knappe plaat oplevert. Het debuut van The Olms lijkt zo weggelopen uit de jaren 60 en 70 met een mix van countryrock, psychedelica en West Coast pop. Yorn en King hebben als The Olms een plaat gemaakt die vervolgens diepe indruk maakt met louter tijdloze popsongs. Bij beluistering van het titelloze debuut van The Olms komt een hele waslijst aan namen voorbij. Deze lijst begint bij The Beach Boys in de jaren 60 en eindigt in het heden bij het al weer bijna vergeten Fleet Foxes, maar ondanks hun Amerikaanse voorkeuren is de muziek van The Olms ook zeker geïnspireerd door The Beatles.  Het debuut van The Olms is door het tijdloze en aangename karakter van de songs een echte feel good plaat die uitstekend past bij de zomer, maar het is ook een plaat die veel knapper in elkaar steekt dan je op het eerste gehoor zult vermoeden.  Dat hoor je het eerst in de verzorgde instrumentatie, waarin flink wat instrumenten voorbij komen zonder dat het geluid van het duo gekunsteld klinkt, maar je hoort het ook in de smaakvolle wijze waarop Yorn en King hun stemmen combineren en vooral in de songs die stevig geïnspireerd zijn door het verleden, maar hier zeker niet in zijn blijven hangen. Het debuut van The Olms is zo’n plaat die makkelijk overtuigt, maar het is ook een plaat die je weet te verrassen en uit te dagen. Ik voorspelde Pete Yorn heel veel jaren geleden eens een mooie toekomst. Daar leek het heel lang niet meer van te komen, maar met het debuut van The Olms maakt Pete Yorn het alsnog waar. En nog op behoorlijk indrukwekkende wijze ook. Erwin Zijleman



maandag 8 juli 2013

Omar - The Man

Omar was ooit de hoop van de Britse neo-soul, maar ondanks een aantal prima platen kwam zijn carrière in de jaren 90 nooit echt van de grond en bleef hij ver achter bij zijn met name Amerikaanse collega’s (als D’Angelo en Maxwell), van wie we de laatste jaren overigens ook weinig tot niets meer hebben vernomen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het vroege werk van Omar niet of nauwelijks ken, waardoor de urgentie van The Man me in eerste instantie ontging. The Man verschijnt na een stilte van ruim 7 jaar en moet Omar nu eindelijk maar eens op de kaart gaan zetten als een van de grootse (neo-)soultalenten die het Verenigd Koninkrijk rijk is. Ondanks het feit dat de neo-soul de afgelopen jaren flink wat aan populariteit heeft moeten inboeten, is Omar het genre op The Man trouw gebleven, al heeft hij zijn muziek wel wat aangepast aan de huidige tijd, waardoor The Man eigentijdser klinkt dan de meeste andere neo-soul platen. Bijgestaan door een aantal uitstekende muzikanten, onder wie een blazerssectie, meesterbassist Pino Palladino en zangeres Caron Wheeler (ooit het boegbeeld van Soul II Soul), heeft Omar een soulplaat vol invloeden gemaakt. 70s soul is het eerste en ruimst vertegenwoordigde bestanddeel van de zwoele en smakelijke cocktail die Omar op The Man serveert, maar deze is vervolgens aangevuld met gelijke delen r&b en hiphop en vervolgens op smaak gebracht met een snufje reggae en een beetje Latin, met tenslotte nog wat jazz en funk voor de extra pit. Het resultaat is honingzoet met een stevige bite. De muzikanten die Omar op The Man om zich heen heeft verzameld spelen de pannen van het dak en leggen een heerlijk broeierig geluid neer, maar het is Omar zelf die uitgroeit tot de grote ster op de plaat. Omar zal de vele awards die hij de afgelopen 20 jaar al heeft ontvangen niet voor niets hebben gekregen, maar wat hij op The Man laat horen is groots. Er zijn niet veel soulzangers die in zoveel genres uit de voeten kunnen als Omar. Het ene moment hoor je een vintage soulzanger, het volgende moment een jazzy crooner, dan weer een eigentijdse hiphop zanger of een zanger uit zonnigere windstreken. The Man springt qua stijlen van de hak op de tak, maar op één of andere manier is alles wat Omar op zijn nieuwe plaat doet raak. Het Verenigd Koninkrijk stond de afgelopen jaren garant voor flink wat in kwalitatief opzicht hoogstaande soulzangeressen, maar heeft nu in de persoon van Omar ook een soulzanger die mee kan met de allerbesten. Met The Man heeft Omar een plaat afgeleverd die prachtig past bij de eindelijk losgebarsten zomer. Die mag wat mij betreft nog wel even duren, want op The Man ben ik nog lang niet uitgekeken. Erwin Zijleman



zondag 7 juli 2013

Lou Doillon - Places

Lou Doillon is de dochter van Jane Birkin en de halfzus van Charlotte Gainsbourg. Op basis van haar afkomst had ik andere muziek van Lou Doillon verwacht dan ze op haar debuut Places maakt, maar een tegenvaller is haar debuut zeker niet. Integendeel zelfs. Doillon debuteerde al op hele jonge leeftijd als actrice, maar kiest nu ook voor een carrière in de muziek. Het Engelstalige Places is, zoals gezegd, ver verwijderd van de muziek van haar moeder en haar halfzus en lijkt vooral terug te grijpen op de folkmuziek zoals die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 werd gemaakt in de canyons rond Los Angeles. Hiernaast is Lou Doillon niet vies van blues, folk-noir, een beetje soul en rock en klinkt ze stiekem toch ook wel wat Mediterraan. Places valt op door tijdloze songs, een smaakvolle instrumentatie en vooral door de aparte stem van Lou Doillon. Het is een wat zware stem met een rauw randje en bovendien een stem die de teksten even vaak zingt als voordraagt. Wanneer Lou Doillon haar teksten meer uitspreekt dan zingt en de songs net wat rauwer zijn, doet Places heel soms wel wat denken aan de muziek van Patti Smith, al is dit uiteindelijk geen vergelijking die heel lang stand houdt. Beter vergelijkingsmateriaal wordt uiteindelijk gevonden bij Joni Mitchell, Karen Dalton en zeker ook Cat Power (en dan met name de Cat Power in haar jongere jaren) en heel soms Fiona Apple (zeker wanneer de donkere pianoklanken worden gecombineerd met elektronica). Places is een warme en donkere plaat, die ik persoonlijk vooral met de koptelefoon heel mooi vind. De sfeervolle en donkere klanken slaan dan als een deken om je heen, terwijl de bijzondere stem van Lou Doillon diep onder de huid kruipt. Zeker wanneer Lou Doillon klinkt voor een wat broeieriger en licht soulvol geluid (compleet met blazers) is Places een heerlijke plaat voor de zomerse temperaturen van het moment, maar ik weet nu al zeker dat Lou Doillon ook heel wat koude en donkere avonden gaat opluisteren met haar warmbloedige en indringende muziek. Ik kwam op het spoor van Lou Doillon omdat ik toe was aan zomerse en zwoele Franse muziek. Places van Lou Doillon heeft weinig met Franse muziek te maken, maar het is wel een plaat die met speels gemak opvalt in het enorme aanbod van het moment. Lou Doillon heeft haar sporen als actrice al lang verdiend, maar met het fraaie en oorspronkelijke Places lijkt ook een mooie carrière in de muziek zo goed als zeker, al laat Nederland het tot dusver hopeloos afweten. Lou Doillon bewerkstelligt dit met een gedurfde en avontuurlijke plaat die ver is verwijderd van de meeste andere platen van het moment. Het geeft Places alleen maar extra glans. Wat een talent. Ga dat horen. Erwin Zijleman



zaterdag 6 juli 2013

John Murry - The Graceless Age

In de categorie onbekend of miskend rootstalent deze week aandacht voor één van de beste rootsplaten van de laatste jaren: The Graceless Age van John Murry. Reden voor deze (betrekkelijk late) aandacht is de recente reissue van de plaat, die vorig jaar bij de release nauwelijks aandacht wist te trekken, maar in de maanden erna eigenlijk alleen maar met superlatieven werd bejubeld. John Murry is een muzikant uit Tupelo, Mississippi, die een jaar of zeven geleden, samen met Bob Frank, een inmiddels onbetwist meesterwerk maakte. World Without End van Bob Frank en John Murry is een plaat vol folky murder ballads van een bijna angstaanjagende schoonheid. Ik heb de plaat er recent weer eens bij gepakt en was meteen weer in de ban van een van de mooiste rootsplaten van 2006 en tevens één van de donkerste platen die ik in de kast heb staan. De afgelopen jaren werd John Murry gevangen gehouden door een ernstige drugsverslaving, maar vorig jaar slaagde hij er toch in om weer een plaat te maken, The Graceless Age. Murry’s drugverslaving staat centraal op de onlangs opnieuw uitgebrachte plaat en het zal daarom niemand verbazen dat ook The Graceless Age weer een donkere en bij vlagen zelfs gitzwarte plaat is. Net als op World Without End levert het een plaat van een bijna beangstigende schoonheid op. The Graceless Age is een plaat die het daglicht nauwelijks kan verdragen en daar moet je tegen kunnen. Alleen al door de donkere en emotievolle stem van John Murry heeft de plaat een bijna sinistere sfeer en ook de instrumentatie op de plaat draagt bij aan het onheilspellende karakter van The Graceless Age. De  muziek van John Murry past in het hokje Americana, met een hoofdrol voor country en vooral folk, en doet in eerste instantie wat sober aan. Schijn bedriegt. Murry heeft de in eerste instantie door de inmiddels overleden Tim Mooney (American Music Club, Sun Kil Moon) geproduceerde plaat in een tweede sessie in Memphis voorzien van flink wat extra geluiden en instrumenten, waardoor er van alles gebeurt op de plaat. In eerste instantie vond ik de toegevoegde samples en geluiden alleen maar storend, maar uiteindelijk geven ze de plaat een unieke sfeer en extra zeggingskracht. John Murry is op zich geen groot zanger, maar het is wel een zanger die je kan raken. Bij mij slaagt Murry, die heel af en toen wel wat doet denken aan Springsteen op zijn sobere en donkere platen, hier uitstekend in en de kracht van zijn muziek neemt nog steeds alleen maar toe. The Graceless Age bevat een aantal hele lange tracks, waaronder een track van ruim 10 minuten. Ondanks het feit dat de muziek van Murry soms wat voort lijkt te kabbelen verveelt The Graceless Age geen minuut, ook niet wanneer je de plaat twee of drie keer achter elkaar beluistert; een zeldzame kwaliteit. Iedereen die The Graceless Age een jaar geleden niet heeft opgepikt, moet het inmiddels al bijna een jaar zonder deze prachtplaat doen, maar krijgt op de reissue wel een aantal bonustracks cadeau. Het zijn tracks die niet onder doen voor de tracks op het eerste deel van de plaat, waardoor The Graceless Age eigenlijk alleen maar mooier is geworden. Het blijft absoluut een plaat waar je tegen moet kunnen en waarvan veel mensen moeten leren houden, maar als je er tegen kunt of er van hebt leren houden, is dit een plaat die een plekje verdient tussen de parels in de platenkast. Net als de plaat die Murry een paar jaar geleden maakte met Bob Frank. Erwin Zijleman



vrijdag 5 juli 2013

Tunng - Turbines

De Britse band Tunng was een jaar of zeven geleden één van de eerste bands die ouderwets klinkende Britse folk wist te vermengen met moderne elektronica. Met This Is...Tunng: Mother's Daughter And Other Songs, het debuut van de band, was het folktronica genre geboren. Tunng was niet alleen één van de pioniers van het genre, maar ook één van de vaandeldragers. Zoals zo vaak bij dit soort nieuwe genres bleek de houdbaarheid van de folktronica beperkt. Na een stapeltje platen was het nieuwe er wel van af en sprak de een paar jaar eerder nog zo opzienbarende mix van invloeden nauwelijks meer tot de verbeelding. Tunng is zich gelukkig blijven ontwikkelen en heeft nu met Turbines een plaat gemaakt die je met slechts het label folktronica flink te kort doet. Op Turbines zijn met name de invloeden uit de folk flink terug gedrongen, wat verrassend is na een aantal bijna akoestische platen, en hiernaast is het vaak wat eenzijdige elektronische geluid uit de folktronica verruild voor een breed elektronisch palet waarin zowel plaats is voor moderne elektronica als voor authentiek klinkende synths uit een ver verleden. Turbines is, zeker vergeleken met de vorige platen van de band, een behoorlijk experimentele plaat, maar wat valt er veel te genieten. Ik heb Tunng nooit gezien als een band die het moest hebben van de vocalen, maar de mannen en vrouwen vocalen op Turbines zijn prachtig en geven de muziek van Tunng op Turbines vaak iets extra. Naast de prima zang valt het gevarieerde en avontuurlijke gebruik van elektronica op. De ene keer behoorlijk dominant aanwezig, dan weer uiterst subtiel en verantwoordelijk voor het experimentele karakter van de plaat en dan opeens toch weer in dienst van folky vocalen en folky gitaren, waarmee Tunng zich een enkele keer toch weer op het pad van de folktronica begeeft. Turbines heeft naast een experimenteel, een elektronisch en een voorzichtig folky tintje, ook zeker een psychedelische inslag, waardoor de plaat het, in tegenstelling tot zijn wat onderkoelde voorgangers, uitstekend doet bij de wat hogere temperaturen. Ik vond de vorige platen van Tunng niet altijd even consistent en bovendien van wisselend niveau, maar op Turbines houdt de band het hoge niveau gedurende de hele plaat vast en heeft het een plaat gemaakt die zich als een geheel laat beluisteren. Turbines heeft wel wat van Broadcast, Belle And Sebastian en hier en daar zelfs Prefab Sprout, maarTunng heeft nog altijd iets eigens wat vergelijken lastig maakt. Uiteindelijk kan het oordeel over de plaat alleen maar positief zijn. Met Turbines zet Tunng een fascinerende volgende stap in haar carrière en levert het een plaat af die zijn voorgangers makkelijk de baas is. Het is gezien het boeiende verleden van Tunng een prestatie die respect afdwingt. Erwin Zijleman



donderdag 4 juli 2013

Laura Stevenson - Wheel

Een lezer van deze BLOG (bedankt Ron) wees me een tijd geleden al op The Wheel van Laura Stevenson, maar op één of andere manier kwam het er maar niet van om goed naar de plaat te luisteren en bleef ik steken bij de eerste minuut van de eerste track die aangenaam sober en folky is. Deze week is het dan eindelijk gelukt om goed (en lang) naar The Wheel te luisteren en ik wist al heel snel heel zeker dat het niet bij één keer zou blijven. Na de mooie sobere opening gaat Laura Stevenson, die eerder twee platen maakte als Laura Stevenson & The Cans, in de openingstrack voorzichtig los en dit doet ze op de rest van de plaat steeds vaker, waarbij ook het tempo flink wordt opgevoerd. Laura Stevenson is hierdoor niet de zoveelste navelstarende folkie die ik op basis van de eerste noten had verwacht, maar een singer-songwriter die een verrassend veelzijdig geluid en bij vlagen heerlijk rauw geluid neer zet. De Amerikaanse singer-songwriter heeft naar verluid een verleden in de punk, maar daarvan is op Wheel buiten de enorme dosis energie niet zoveel terug te horen. Wheel doet me uiteindelijk aan van alles en nog wat denken, maar echt goed vergelijkingsmateriaal is lastig te vinden. De New Yorkse singer-songwriter maakt op Wheel folky tracks, tracks met een vleugje country, maar ook volop muziek die herinneringen oproept aan de aanstekelijke Amerikaanse gitaarpop van alle tijden. Soms lijkt het wel of The Crazy Horse Laura Stevenson is komen bijstaan, maar Wheel heeft ook de frisse pop van Rilo Kiley of de 70s pop van Blondie en met name The Shirts en lijkt ook wel wat op 10,000 Maniacs in hun rauwste dagen. Steeds als je denkt dat je het weet waar de muziek van Laura Stevenson op lijkt, zet ze je weer compleet op het verkeerde been met een Brits aandoende folksong, een onvervalste Amerikaanse tranentrekker of een rauwe rocksong met spetterend gitaarwerk of angstaanjagend mooi vioolspel. Wat Laura Stevenson ook doet, het klinkt altijd bijzonder, wat zeker te maken heeft met haar bijzondere stem. Het is een wat nasale en niet altijd even vaste stem, maar deze kan zomaar omslaan in die van een engeltje of die van een rockprinses. Het is knap hoe Laura Stevenson schakelt tussen uiteenlopende genres en tussen bijna sprookjesachtige en bijna rauwe muziek. Het geeft de plaat een ongelooflijke hoeveelheid dynamiek en boven alles iets volstrekt unieks. Ik heb Laura Stevenson pas een paar dagen geleden ontdekt, maar weet nu al dat Wheel een plaat is die ik nog lang zal koesteren. Iedere keer dat ik naar de plaat luister hoor ik weer nieuwe dingen en de songs van Laura Stevenson worden maar beter en beter. In de Verenigde Staten is de plaat hier en daar al binnen gehaald als een bescheiden klassieker en daar is wat voor te zeggen. Veel voor te zeggen zelfs. Geweldig dus dat ik deze plaat heb ontdekt (Ron nogmaals bedankt), want platen van dit kaliber zijn er niet veel en je ziet ze bovendien makkelijk over het hoofd. Dat zou in dit geval doodzonde zijn. Erwin Zijleman



woensdag 3 juli 2013

Deap Vally - Sistrionix

Deap Vally is een uit twee vrouwen bestaand duo uit Los Angeles, dat met Sistrionix een buitengewoon opvallend debuut heeft afgeleverd. Julie Edwards en Lindsay Troy zijn nog piepjong en zijn zo te horen opgegroeid op een streng dieet van Led Zeppelin, The White Stripes en The Black Keys. Van Led Zeppelin hebben de twee de meedogenloze riffs overgenomen, van The White Stripes de aanstekelijk rammelende popsongs en van The Black Keys de flinke dosis blues. Het levert een rauwe en aanstekelijke plaat op die aankomt als een mokerslag. Ik was op voorhand bang dat Deap Vally wat flets zou afsteken ten opzichte van de grote voorbeelden, maar daarvan is geen sprake. De muziek van Deap Vally is rauw, smerig, doorleefd en authentiek en houdt zich met gemak staande. Vrouwen en rauwe muziek met invloeden uit de blues, garagerock en hardrock  is tot dusver geen gelukkige combinatie, maar bij beluistering van Sistrionix van Deap Vally zit je op het puntje van je stoel. Het gitaarwerk en drumwerk op de plaat zijn fantastisch, maar ook in vocaal opzicht maakt Deap Vally indruk. Julie Edwards en Lindsay Troy beschikken allebei over een behoorlijk rauwe strot, maar ze weten elkaar in vocaal opzicht ook nog eens te versterken en beschikken bovendien over een behoorlijke dosis soul, waarbij vooral leadzangeres Lindsay Troy flink wat indruk maakt en zo af en toe de hoogtijdagen van Mother’s Finest laat herleven. Sistrionix doet meer dan eens denken aan de nog redelijk recente platen van The White Stripes en The Black Keys, maar de muziek van Deap Vally staat dichter bij de jaren 70. De combinatie van 70s hardrock en eigentijdser klinkende bluesy garagerock blijkt fantastisch uit te pakken, mede door de geweldige productie die Sistrionix lekker vol laat klinken. Na de eerste, bijzonder positieve, indrukken bleef bij mij de angst dat het debuut van Deap Vally snel zou gaan vervelen, maar ook die angst bleek ongegrond. Deap Vally uit Los Angeles heeft een rauwe en sprankelende plaat afgeleverd die afwijkt van bijna alle andere releases van het moment en hierdoor wat extra aandacht verdient. Nu Led Zeppelin en The White Stripes definitief tot het verleden behoren, Mother’s Finest al lang is vergeten en The Black Keys langzaam maar zeker opschuiven richting mainstream bestaat flink wat behoefte aan nieuwe helden in het genre van de bluesy en soulvolle garagerock. Julie Edwards en Lindsay Troy van Deap Vally zouden zomaar eens deze helden kunnen zijn. Hun keihard binnen komende debuut Sistrionix is er in ieder geval goed genoeg voor. Ga dat horen dus. Erwin Zijleman