zaterdag 31 augustus 2013

Over The Rhine - Meet Me At The Edge of the World

The Long Surrender, de vorige cd van Over The Rhine, had ik twee jaar geleden bijna gemist, maar sindsdien hou ik de band uit Cincinnati, Ohio, weer nauwlettend in de gaten. Het levert met Meet Me At The Edge of the World het volgende pareltje in een inmiddels prachtig en omvangrijk maar helaas zwaar onderschat oeuvre op. Over The Rhine debuteerde aan het begin van de jaren 90 en heeft inmiddels een dozijn platen op haar naam staan, waarvan er niet één minder dan vijf sterren verdient en Ohio uit 2003 op punten net de beste is. Meet Me At The Edge of the World bestaat uit twee cd’s en bevat maar liefst 19 tracks. Het zijn stuk voor stuks tracks van de schoonheid die we inmiddels van Over The Rhine gewend zijn. Over The Rhine wordt gevormd door man en vrouw Linford Detweiler en Karin Bergquist, die allebei op flink wat instrumenten uit de voeten kunnen en bovendien zijn gezegend met prachtige stemmen, die ook nog eens fraai bij elkaar kleuren. Meet Me At The Edge of the World is, net als zijn voorganger, geproduceerd door Joe Henry (niet te verwarren met John), die altijd net dat beetje extra uit muzikanten weet te halen. Ook op hun nieuwe plaat tapt Over The Rhine weer uit het vaatje dat we inmiddels van de band kennen. De meeste tracks op de plaat zijn ingetogen en stemmig. De instrumentatie is prachtig, maar staat het grootste deel van de tijd volledig in dienst van de vocalen, waarvan zowel de solo vocalen van Karin Bergquist als de prachtige harmonieën van het tweetal in positieve zin opvallen. De muziek van Over The Rhine bevat nog altijd invloeden uit de blues, country en vooral folk die op behoorlijk gevarieerde wijze worden ingezet. Meet Me At The Edge of the World is, net als al zijn voorgangers, een plaat die een bijna rustgevende werking heeft. Met de muziek van Over The Rhine uit de speakers draait de wereld even net wat langzamer en wordt het eeuwige takenlijstje even vergeten. Toch heeft de muziek van Over The Rhine genoeg te bieden om twee cd’s op het puntje van je stoel te zitten. Steeds weer weet de band te verrassen met subtiele arrangementen en bijzonder smaakvolle muzikale bijdragen van uiteenlopende instrumenten. De werkelijk geweldige en van emotie over lopende vocalen en de indringende songs doen de rest. Ondanks het feit dat Over The Rhine inmiddels meer dan 20 jaar muziek van wereldklasse maakt, is de band, zeker in Nederland, nog behoorlijk onbekend. The Long Surrender was twee jaar geleden een uitstekende reden om hier eens verandering in te brengen, maar dat is helaas niet gelukt. Hopelijk lukt het met de dubbele dosis prachtmuziek van Meet Me At The Edge of the World wel, want de muziek van Over The Rhine is veel te mooi om te laten liggen, zeker wanneer je de Amerikaanse rootsmuziek een warm hart toedraagt. Erwin Zijleman



vrijdag 30 augustus 2013

Eefje de Visser - Het Is

Ook het afgelopen jaar is weer naarstig gezocht naar de beste singer-songwriter van Nederland. Het levert zo nu en dan bijzondere talenten op, maar of ze ooit tot de betere singer-songwriters van Nederland gaan behoren zal de tijd leren. Eefje de Visser behoort inmiddels een aantal jaren tot deze selecte groep. Ze won in 2009 de Grote Prijs van Nederland in de categorie singer-songwriters en maakte de belofte vervolgens meer dan waar met haar in 2011 verschenen debuut De Koek. Ik geef eerlijk toe dat het debuut van Eefje de Visser mij bij de release volledig is ontgaan, maar toen ik de plaat ongeveer een jaar later oppikte was ik aangenaam verrast door de bijzondere muziek van de Nederlandse singer-songwriter. Tweeënhalf jaar na De Koek verschijnt Het Is en de tweede plaat van Eefje de Visser is als je het mij vraagt een ware sensatie. Wat bij beluistering van Het Is opvalt is dat Eefje de Visser totaal anders klinkt dan haar collega’s. Het Is heeft heel soms wel iets van Spinvis en ook Roosbeef komt heel af en toe voorbij, maar daarmee houdt het vergelijken ook meteen op. Het Is valt op door een uiterst sobere instrumentatie, waarin spaarzame bijdragen van gitaar en piano slechts hier en daar verder worden aangekleed met vooral percussie (al dan niet elektronisch en al dan niet opzwepend). De ware kracht van de muziek van Eefje de Visser schuilt echter in haar bijzondere manier van zingen en haar mooie stem. Ik ben over het algemeen licht tot zwaar allergisch voor Nederlandstalige popmuziek. Deze allergie wordt vooral veroorzaakt door de wijze waarop Nederlandse muzikanten die in de moerstaal zingen denken te moeten articuleren. Zelfs bij de gemiddelde logopedist moet het nadrukkelijk zingen van punten en komma’s en het overdreven articuleren zo af en toe op de lachspieren werken, maar ik kan er absoluut niet tegen en krijg vrijwel onmiddellijk rode vlekken. Eefje de Visser gebruikt geen punten en komma’s en articuleert nauwelijks. Het is een verademing. De fluisterzachte zang van de Nederlandse singer-songwriter is betoverend en melodieus en klinkt hierdoor bijna als een instrument. De teksten zweven hier aangenaam om heen en zullen uiteindelijk vrijwel iedere muziekliefhebber weten in te pakken. Het wapenarsenaal van Eefje de Visser lijkt door de uiterst sobere instrumentatie en haar niet erg variërende zang niet erg groot, maar de twaalf liedjes op Het Is pakken je allemaal moeiteloos in en blijken, zeker wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert, van een bijna onwerkelijke schoonheid. Het Is is vergeleken met De Koek een behoorlijk ingetogen en ook donkere plaat. Het tempo ligt laag en de sfeer is broeierig of zelfs beklemmend. Het maakt van Het Is zeker geen makkelijke plaat, maar iedereen die vatbaar is voor de impact van dit soort muziek zal genadeloos worden gegrepen door de nieuwe plaat van Eefje de Visser. Het Is behoort absoluut tot het beste dat dit jaar in Nederland is verschenen, maar ook buiten de eigen landsgrenzen zijn maar weinig platen verschenen die qua avontuur en betovering kunnen tippen aan de tweede van Eefje de Visser. Diepe bewondering is op zijn plaats. Erwin Zijleman



donderdag 29 augustus 2013

Melissa Ferrick - The Truth Is

Vandaag aandacht voor een hele mooie tip van een lezer van deze BLOG (Bedankt Theo). Het is een plaat die ik zonder deze tip over het hoofd zou hebben gezien. Toch is Melissa Ferrick, want daar gaat het om, zeker geen onbekende voor mij. Aan het eind van de jaren 90 volgde ik nauwlettend de Amerikaanse concertreeks met alleen maar vrouwelijke artiesten (Lillith Fair) en was deze concertreeks voor mij een bijna onuitputtelijke bron van nieuw talent. Een van mijn grootste ontdekkingen was Freedom van Melissa Ferrick. Ik bleef Melissa Ferrick een paar jaar volgen en haalde een aardig stapeltje platen van de singer-songwriter uit Boston, Massachusetts, in huis. Omdat de platen van Melissa Ferrick steeds lastiger te krijgen waren, verloor ik haar op een gegeven moment helaas uit het oog. Melissa Ferrick maakte na het door mij grijs gedraaide en werkelijk prachtige The Other Side uit 2004 nog vijf studioplaten en een live-plaat, maar die waren me tot voor kort allemaal ontgaan. De laatste van het stel verscheen eerder dit jaar en luistert naar de titel The Truth Is. Na al die jaren voelde de muziek van Melissa Ferrick weer direct vertrouwd, al maakt ze inmiddels wel net wat andere muziek dan een jaar of tien geleden. Melissa Ferrick was een jaar of tien geleden een eigenzinnige singer-songwriter die zich niet wenste te conformeren aan de regels en zich niet in een hokje liet duwen. Dat laatste is inmiddels wat makkelijker geworden, want Melissa Ferrick laat zich op The Truth Is beluisteren als een redelijk traditionele Amerikaanse singer-songwriter. Haar sterkste punt van tien jaar heeft ze gelukkig behouden. De platen die ik ken van Melissa Ferrick vallen op door haar expressieve en emotievolle zang en dit is ook precies wat opvalt bij beluistering van The Truth Is. Melissa Ferrick laat zich op The Truth Is bijstaan door een aantal vrouwelijke collega’s onder wie Paula Cole, Natalia Zukerman en Rose Polenzani (die ik alle drie ook nog ken van de Lillith Fair periode), wat zorgt voor fraaie zang vol dynamiek, maar ook de instrumentatie is van een bijzonder hoog niveau. Melissa Ferrick kleurt tegenwoordig, zoals gezegd, redelijk netjes binnen de lijnen van de Americana, maar ze bestrijkt binnen dit genre wel een breed palet. The Truth Is is een lekker afwisselende plaat waarop zowel plaats is voor ingetogen songs vol weemoed als voor lekker stevige songs vol power. Alles klinkt zo gedreven, energiek en fraai georkestreerd dat mijn oude liefde voor Melissa Ferrick na een paar tracks al weer helemaal terug was. Inmiddels weet ik dat deze niet meer gaat verdwijnen. Ik word op het moment bijna overspoeld met platen van vrouwelijke singer-songwriters (mijn voorkeur voor zangeressen is bij alle platenmaatschappijen, distributeurs en promotors bekend vrees ik), maar er zijn maar heel weinig platen die zo goed zijn als The Truth Is van Melissa Ferrick. The Truth Is heeft er bovendien voor gezorgd dat ik de ooit zo gekoesterde platen van de Amerikaanse weer te voorschijn heb gehaald en dat ik de schade van de afgelopen jaren vrijwel heb ingehaald. Een zo omvangrijk en fraai oeuvre ontdekken lijkt me een prachtig cadeau voor iedere liefhebber van vrouwelijke singer-songwriters. Dat cadeau geef ik bij deze weg, want tot mijn vreugde staat alles op Spotify. Doe er je voordeel mee. Erwin Zijleman



Maar het gaat waarschijnlijk sneller via de website van Melissa Ferrick die de plaat ook met handtekening of digitaal verkoopt (http://www.melissaferrick.com/music.html).

woensdag 28 augustus 2013

Scott Matthew - Unlearned

De Australische singer-songwriter Scott Matthew maakt de afgelopen jaren drie fascinerende platen vol aardedonkere muziek. Scott Matthew uit 2008, There Is An Ocean That Divides And With My Longing I Can Charge It With A Voltage That's So Violent To Cross It Could Mean Death (jaja) uit 2009 en Gallantry's Favorite Son uit 2011 werden niet heel breed opgepikt, maar iedereen die het wel deed koestert de platen voor de gitzwarte avonden die helaas wel eens voorbij komen. De platen van Scott Matthew ontlenen hun kracht voor een belangrijk deel aan de bijzondere stem van de Australiër. Het is een stem die ik bij een eerdere gelegenheid op deze BLOG als volgt omschreef: “Scott Matthew verenigt in zijn stem het beste van Elvis Costello, Antony Hegarty, David Bowie en Gavin Friday en combineert dit met het cynisme van Morrissey”. Na beluistering van Unlearned hoef ik daar niet zo gek veel aan toe te voegen, al moet ik wel waarschuwen dat het een stem is die niet iedereen zal kunnen bekoren, al vind ik hem persoonlijk een stuk beter te pruimen dan die van Antony. Unlearned ligt in meerdere opzichten in het verlengde van zijn drie uitstekende voorgangers, al koos Matthew Scott dit keer niet voor het vertolken van eigen songs, maar voor het interpreteren van songs van anderen. In het geval van Scott Matthew maakt dat niet eens zoveel uit, want hij maakt ook van iedere song van anderen op indrukwekkende wijze zijn eigen song. Dat ligt nog enigszins voor de hand voor songs van collega zwartkijkers als Radiohead, Neil Young, The Jesus & Mary Chain, Morrissey en natuurlijk Joy Division, maar Scott Matthew gaat op Unlearned ook aan de haal met songs van onder andere John Denver, The Bee Gees, Rod Stewart en zelfs Whitney Houston. Het is denk ik weinigen gegeven om van Whitney’s niemendalletje I Wanna Dance With Somebody om te toveren tot een aardedonkere tranentrekker, maar Scott Matthew draait er zijn hand niet voor om. Wat voor I Wanna Dance With Somebody geldt, geldt ook voor de andere songs op de plaat. Het zijn allemaal Scott Matthew songs geworden en dat is knap, zeker wanneer Scott Matthew de al niet misselijke originelen weet te overtreffen. Unlearned is qua instrumentatie en productie een uiterst sobere plaat. De piano staat in de meeste tracks centraal en wordt slechts spaarzaam bijgestaan door wat snaren. De meeste impact moet dus komen van de stem van Scott Matthew en die impact is er. Unlearned is een bijna deprimerende plaat, maar het is ook een wonderschone plaat die het unieke talent van Scott Matthew nogmaals onderstreept. Het is bovendien een plaat die op één of andere manier bijna angstig rustgevend is. Een ieder die het leven uitsluitend door een roze bril bekijkt moet met een hele grote boog om deze plaat heen lopen, maar een ieder die niet vies is van een stevige dosis melancholie op zijn tijd en ook tegen de bijzondere stem van de Australiër kan, krijgt met Unlearned van Scott Matthew echt een hele bijzondere plaat in handen. Erwin Zijleman



dinsdag 27 augustus 2013

Bob Dylan - Another Self Portrait (1969-1971), The Bootleg Series Vol. 10

Van de enorme stapel Bob Dylan platen die ik in de kast heb staan, is Self Portrait met afstand de zwakste. Toen ik een jaar of tien geleden aan een Dylan inhaalslag begon, ging ik er van uit dat ik alles uit de jaren 60 en 70 blind kon kopen en hierna op mijn hoede moest zijn. Het bleek met uitzondering van Self Portrait aardig te kloppen, al schijnt de enige plaat die ik niet kon bemachtigen, Dylan uit 1973 (met outtakes van Self Portrait), nog slechter te zijn. Self Portrait volgde in 1970 op het magistrale rijtje The Freewheelin' Bob Dylan, The Times They Are A-Changin', Another Side of Bob Dylan, Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisited, Blonde on Blonde, John Wesley Harding en Nashville Skyline en zou later in het jaar nog worden gevolgd door het eveneens uitstekende New Morning, dat na het al gememoreerde Dylan gevolgd zou worden door de klassiekers Planet Waves, Before The Flood, Blood on the Tracks, The Basement Tapes en Desire. Self Portrait bestond in 1970 uit twee LP’s die vooral waren gevuld met restmateriaal en songs van anderen. Daar hoeft nog niet zoveel mis mee te zijn, zeker niet bij een grootheid als Dylan, maar de bij vlagen werkelijk wanstaltige productie van de plaat en de ongeïnspireerde voordracht maakte van Self Portrait een draak van een plaat. Dat juist Self Portrait werd uitgekozen voor het tiende deel van de inmiddels fameuze Bootleg Series wekte daarom flink wat verbazing, maar het blijkt een terechte keuze. Voor Another Self Portrait werd een flinke greep uit de archieven gedaan. Het tiende deel van de Bootleg Series beslaat de periode van Nashville Skyline tot en met New Morning, maar de meeste aandacht wordt getrokken door de songs die uiteindelijk waren bedoeld voor Self Portrait en hier ook voor een deel op terecht kwamen. Op de nieuwe versies ontbreekt de afgrijselijke productie die destijds achteraf in Nashville werd toegevoegd. Het brengt de songs van Self Portrait terug tot de essentie. Vervolgens geschiedt het wonder. De songs van Self Portrait die in het verleden maar niet tot de verbeelding wilden spreken en uitgeblust en ongeïnspireerde klonken, komen tot leven en worden opeens songs die Dylan waardig zijn (ook al schreef hij de meeste songs niet zelf). Ook de zang die op Self Portrait zo futloos klonk komt opeens tot leven en overtuigt nu opeens wel. Natuurlijk is niet alles even goed op Another Self Portrait, maar de schande van de oorspronkelijke versie wordt op overtuigende wijze weggepoetst, waardoor (Another) Self Portrait opeens prima in het bovenstaande lijstje met legendarische platen past. Dylan fans kunnen diep in de buidel tasten voor de luxe versies van Another Self Portrait, maar de 2-cd versie bevat het materiaal dat er echt toe doet. Iedereen die zich in het verleden heeft gestoord aan zo ongeveer de enige miskleun van Dylan in de jaren 60 en 70, moet absoluut gaan luisteren naar de nieuwe versie. Iedereen die de vorige delen van The Bootleg Series in huis heeft kan ook niet zonder het tiende deel. Op naar deel 11. Erwin Zijleman



maandag 26 augustus 2013

Franz Ferdinand - Right Thoughts, Right Words, Right Action

Toen in 2004 het debuut van Franz Ferdinand verscheen was ik er in eerste instantie niet kapot van. De muziek van de band uit Glasgow klonk weliswaar erg lekker, maar het was ook muziek die ik in het verleden al heel vaak gehoord had en meestal nog beter ook. Achterhaald en licht overbodig dus. De dramatische tweede plaat van de band leek mijn gelijk te bewijzen, maar toen 2009 Tonight verscheen hoorde ik wel opeens wat in de muziek van de Schotten, die sinds het debuut overigens niet heel erg ver was opgeschoven. Sindsdien ben ik ook het debuut van de band zeer gaan waarderen en was ik stiekem toch wel nieuwsgierig naar de vierde plaat van Franz Ferdinand, waarop we overigens behoorlijk lang hebben moeten wachten. Gelukkig was Right Thoughts, Right Words, Right Action het wachten meer dan waard. Iedereen die verknocht is aan het typische Franz Ferdinand geluid met diepe wortels in de postpunk van de late jaren 70 en vroege jaren 80, zal misschien wat teleurgesteld zijn, want Right Thoughts, Right Words, Right Action is zeker geen typische Franz Ferdinand plaat. Natuurlijk zijn de invloeden uit de postpunk niet helemaal verdwenen, maar Franz Ferdinand experimenteert op haar nieuwe plaat ook met funky gitaren, zeurderige indie orgeltjes, stevigere gitaaruithalen en vocalen die uit meerdere lagen bestaan (en meer dan eens aan Depeche Mode doen denken). De aanstekelijke soms bijna funky popmuziek op Right Thoughts, Right Words, Right Action schuurt af en toe dicht tegen de muziek die we van Franz Ferdinand kennen aan, maar slaat ook veelvuldig nieuwe wegen in. Het levert een frisse en sprankelende popplaat op die direct bij eerste beluistering naar veel meer smaakt. De Schotten maken op hun nieuwe plaat muziek die rijkelijk citeert uit de muziek van de jaren 70 , 80 en 90, maar van nauwgezet kopiëren is geen sprake meer. Zo kan een song van Franz Ferdinand nieuwe stijl openen als The Beatles, vervolgens overslaan naar The Beach Boys, om vervolgens toch bij de new wave uit de jaren 80 uit te komen en te eindigen bij The Strokes. Right Thoughts, Right Words, Right Action is een heerlijke plaat voor een zoektocht naar invloeden uit een aantal decennia popmuziek (bij eerste beluistering schreef ik al een stuk of twintig namen op), maar ook wanneer je meer onbevangen naar deze plaat luistert maakt de vierde plaat van Franz Ferdinand (de overigens ook interessante remix platen niet meegeteld) snel indruk. Right Thoughts, Right Words, Right Action is hierdoor nog een stuk beter dan ik had verwacht en steekt wat mij betreft zelfs het debuut uit 2004 naar de kroon. Heerlijke plaat van een band die stiekem flink is gegroeid de afgelopen jaren. Erwin Zijleman



zondag 25 augustus 2013

Riff Cohen - A Paris

Ik ging er van uit dat ik na mijn vakantie rustig aan de slag kon gaan met mijn aanwinsten uit de Franse supermarkten, maar de nieuwe interessante releases zijn net zo snel gekomen als de nieuwe mosselen (die vroeger ook pas opdoken als de r in de maand zat). Daarom tot dusver nog niet veel aandacht voor de soundtracks van mijn vakantie, maar A Paris van Riff Cohen kan ik niet langer voor mezelf houden. Om liefhebbers van Franse zuchtmeisjes of Franse zangeressen met respect voor de tradities van het Franse chanson niet teleur te stellen, vertel ik maar direct dat Riff Cohen een vreemde eend in de bijt is, zeker in het Franse muzikale landschap van het moment. Op de cover ziet ze er nog zachtaardig uit met haar lieve paardenstaartjes, maar Riff Cohen is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Riff Cohen is overigens geen 100% Française, maar heeft naast Frans ook Israëlisch, Tunesisch en Algerijns bloed door haar aderen lopen. Invloeden uit het Midden-Oosten klinken nadrukkelijk door in haar muziek, maar ze worden gecombineerd met invloeden uit de garagerock, de surfrock en een punky attitude. Riff Cohen is zeker geen groot zangeres; er zullen zelfs volop mensen zijn die beweren dat de "Française" helemaal niet kan zingen, maar op één of andere manier sleept ze je met haar bijzondere muziek mee haar wereld in. De liedjes van Riff Cohen zijn een mengelmoes van van alles en nog wat.  De bij vlagen behoorlijk stevig uitpakkende gitaren zijn absoluut beïnvloed door de garagerock en punk, maar klinken hier en daar ook als de surf-gitaren uit de jaren 60 of hebben juist een Noord-Afrikaanse klank. Het ene moment schreeuwt Riff Cohen de longen uit haar lijf en is het weer even 1977, het volgende moment steekt ze The White Stripes naar de kroon, maar ook voor een bezwerende song vol Arabische invloeden, een zwaar aangezette psychedelische track of elektronische popmuziek ben je bij Riff Cohen aan het juiste adres. Ik behoor niet tot de categorie muziekliefhebbers die beweert dat Riff Cohen niet kan zingen, maar erg vast is het allemaal niet. Het past echter op één of andere manier wel bij haar unieke muziek. A Paris springt van de hak op de tak en gaat van het ene uiterste naar het andere uiterste. Het debuut van Riff Cohen lijkt hierdoor in niets op de andere platen die ik in het rek bij de Franse supermarkt vond en lijkt ook in niets op alle andere platen die het afgelopen jaar zijn verschenen. Het is allemaal niet even mooi of indrukwekkend, maar alleen al vanwege het getoonde lef verdient Riff Cohen alle respect. A Paris van Riff Cohen is een plaat waar iedereen zijn of haar eigen ding uit kan pikken. De rest moet je niet te snel aan de kant schuiven, want na enige gewenning wordt vrijwel alles op deze plaat leuk. A Paris is geen moment wat ik er van verwacht had, maar op één of andere manier is de plaat me dierbaar geworden. Wie volgt? Erwin Zijleman



zaterdag 24 augustus 2013

Charlie Faye - You Were Fine, You Weren’t Even Lonely

Voordat ik de nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter Charlie Faye kon ontdekken, moest ik eerst een roadtrip door een flink deel van de Verenigde Staten maken. Ik leerde Charlie Faye immers kennen via het in 2011 verschenen Travels With Charlie; een plaat die in tien verschillende steden werd opgenomen en deel uitmaakte van een tien maanden durende roadtrip langs tien steden in alle uithoeken van de Verenigde Staten. Travels With Charlie kan ik iedere liefhebber van vrouwelijke singer-songwriters aanraden, maar ook de nieuwe plaat van Charlie Faye is zeer de moeite waard. Voor You Were Fine, You Weren’t Even Lonely verruilde Charlie Faye haar vaste thuisbasis Austin, Texas, voor een studio in Los Angeles, waar ze neerstreek met Jen Condos, Jay Bellerose, Will Sexton, Lynne Earls en incidenteel Greg Leisz; stuk voor stuk muzikanten die hun sporen in de rootsmuziek ruimschoots verdiend hebben. Hoewel de plaat voor een belangrijk deel in het teken staat van de in verval geraakte relatie van Charlie Faye en Will Sexton, is het een warme en ontspannen klinkende plaat. Charlie Faye is geboren en getogen in Austin, Texas, maar voelt zich in muzikaal opzicht uitstekend thuis in Los Angeles. You Were Fine, You Weren’t Even Lonely doet me vooral denken aan de singer-songwriter muziek die in de jaren 70 rond Los Angeles werd gemaakt en heeft hiernaast wel wat van Fleetwood Mac. Omdat relatieperikelen centraal staan en beide hoofdrolspelers op de plaat te horen zijn, heeft Charlie Faye met haar nieuwe plaat haar eigen Rumours gemaakt en dat legt de lat voor de plaat erg hoog. You Were Fine, You Weren’t Even Lonely overtuigt desondanks vrij makkelijk. Charlie Faye schrijft lekker in het gehoor liggende popliedjes die met gelijke delen singer-songwriter muziek, Americana en 70s pop  zijn voorzien van een warm en aangenaam geluid. Ook de stem van Charlie Faye kan worden getypeerd als warm en aangenaam, waardoor You Were Fine, You Weren’t Even Lonely aanvoelt als een warm bad. Charlie Faye zocht op haar vorige plaat naar nieuwe invloeden en een nieuw geluid, maar kiest op haar nieuwe plaat vooral voor de muziek waarmee ze is opgegroeid. Het resultaat is een heerlijke plaat, die misschien geen nieuwe of hele spannende dingen laat horen, maar wel buitengewoon lekker klinkt en vooralsnog alleen maar mooier en indringender wordt. Liefhebbers van de meer traditionele rootsmuziek zullen de plaat waarschijnlijk wat te glad en te poppy vinden, maar liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters die niet vies zijn van roots en pop krijgen een plaat in handen die al vrij snel behoorlijk verslavend is. Luisteren is daarom niet zonder gevaar. Erwin Zijleman

You Were Fine, You Weren’t Even Lonely van Charlie Faye ligt in Nederland nog niet in de winkel, maar is verkrijgbaar via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/charliefaye4).

vrijdag 23 augustus 2013

AlunaGeorge - Body Music

O wat heb ik mijn best gedaan om de verleidingen van AlunaGeorge te weerstaan, maar het lukt me gewoon niet. Aluna Francis en George Reid maken op hun debuut dertien in een dozijn popliedjes, maar ze doen dit wel zo goed dat hun debuut Body Music nauwelijks uit de cd speler is te krijgen. Aluna Francis zorgt voor de verleidelijke vocalen en dit doet ze goed. Het is zeker geen groot zangeres, maar ze heeft wel voldoende in huis om overeind te blijven en bij vlagen beschikt ze toch ook over flink wat soul. De flinke dosis verleiding doet de rest. George Reid is het muzikale brein achter het duo. Met een flinke batterij elektronica zet hij een geluid neer waarin invloeden uit de dance, r&b, dubstep, elektronica en vooral heel veel pop op geraffineerde wijze aan elkaar worden gesmeed. Het is allemaal al duizenden keren eerder gedaan, maar op één of andere manier heeft AlunaGeorge iets bijzonders. Body Music staat met één been in de jaren 90 en sluit aan bij een heel bataljon vergeten zangeressen van wie de bij een vliegtuigongeluk omgekomen Aaliyah met afstand de beste was. Aan de andere kant had Body Music niet gemaakt kunnen worden zonder alle gloednieuwe elektronica van het moment en de ritmes uit de dubstep. Het levert een combinatie van invloeden op die weliswaar direct bekend klinkt, maar toch bijzonderder is dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Body Music van AlunaGeorge kun je op twee manieren beluisteren. De plaat voldoet uitstekend als een dertien in een dozijn popplaat die de zomer nog even wat extra warmte geeft, maar het is ook een plaat vol goed verstopte verrassende wendingen en bijzondere geluiden. Wanneer je eenmaal op het spoor bent van de bijzondere kant van Body Music wordt de plaat steeds interessanter. De popliedjes van AlunaGeorge kabbelen dan heerlijk voort en nemen je mee terug naar vervlogen tijden en guilty pleasures (zoals de derde titelloze plaat van Aaliyah die ik stiekem geweldig vond en dit bij hernieuwde beluistering ook blijkt), maar ondertussen prikkelen alle bijzondere onderlagen in de muziek van AlunaGeorge ook constant de fantasie. Het is normaal gesproken zeker niet mijn muziek, maar ik kan maar geen genoeg krijgen van deze plaat. AlunaGeorge wordt al maanden stevig gehyped door de Britse pers en stelt de serieuze muziekpers voor een groot dilemma. Is dit een suikerspin die vooral uit lucht bestaat of is Body Music van AlunaGeorge een plaat die serieus moet worden genomen. Ik ben er nog steeds niet helemaal uit, maar zo lang de plaat me zo heerlijk vermaakt en ondertussen ook nog verwondert maak ik me er absoluut niet druk om. Een heerlijke zomerplaat en misschien wel iets meer. Erwin Zijleman



 

donderdag 22 augustus 2013

Travis - Where You Stand

De Schotse band Travis wordt vaak ten onrechte in de categorie one hit wonders ingedeeld. De band oogstte weliswaar het meeste succes met haar tweede plaat The Man Who, maar ook de meeste andere platen van de band uit Glasgow zijn zeer de moeite waard. Met The Man Who maakte Travis in 1999 een ware klassieker. Het is een klassieker die bij velen vooral is blijven hangen vanwege de aanstekelijke singles Why Does It Always Rain On Me? en Driftwood, maar The Man Who bevat ook een aantal ingetogen prachtsongs, die behoren tot de mooiste popsongs die ik ken. Dat The Man Who al enkele jaren het meest beluisterde album op mijn iPod is, is dan ook geen toeval. Na het uitstekende maar compleet genegeerde Ode To J. Smith uit 2008 leek het doek te vallen voor Travis en was de weg vrij voor een solocarrière van zanger Fran Healy, maar met Where You Stand is de Schotse band terug van weg geweest. Where You Stand is, net als al zijn voorgangers, een plaat die makkelijk weet te overtuigen. Travis heeft vanaf haar debuut het patent gehad op lekker in het gehoor liggende popliedjes die putten uit zes decennia Britse popmuziek en is het maken van dit soort popliedjes nog steeds niet verleerd. Ook Where You Stand staat weer vol met popliedjes waarop grote bands als Coldplay en Snow Patrol alleen maar heel jaloers kunnen zijn. Op Where You Stand kiest Travis nauwelijks voor de wat experimentelere en atmosferische popliedjes die op The Man Who zoveel indruk maakten (alleen de afsluitende track komt in de buurt) en domineren de perfecte popliedjes. Over perfecte popliedjes wordt nog wel eens denigrerend gedaan, maar als je er twee handen vol op een plaat weet te zetten is dat als je het mij vraagt een prestatie van formaat. Dat de Schotten op hun comeback plaat schaamteloos teruggrijpen op het geluid van hun eerste platen en niet zijn gericht op vernieuwen (wat op Ode To J. Smith wel het geval was) vergeef ik Travis dan ook graag. Where You Stand is een eersteklas feel good plaat vol geweldige popliedjes. Het zijn popliedjes die de mosterd halen bij een heel legioen geweldige Britse bands, maar het zijn ook popliedjes die het onmiskenbare Travis stempel bevatten. Fran Healy is nog altijd een geweldig zanger en de instrumentatie is wederom stemmig en verzorgd. In tegenstelling tot The Man Who 14 jaar geleden, is Where You Stand misschien geen plaat om heel druk over te doen, maar het is wel een plaat die een brede glimlach op je gezicht tovert. Is dat genoeg om de comeback plaat van Travis uit te roepen tot een krent uit de pop? Ik vind van wel. Erwin Zijleman



woensdag 21 augustus 2013

Laura Veirs - Warp & Weft

Het is nauwelijks te geloven dat het al weer twaalf jaar geleden is dat  The Triumphs & Travails Of Orphan Mae van Laura Veirs verscheen. Het officiële debuut van de singer-songwriter uit Portland, Oregon, schoot destijds alle kanten op, maar liep wel over van de belofte. In de jaren die volgden maakte Laura Veirs, vrijwel altijd samen met haar echtgenoot en topproducer Tucker Martine, de ene na de andere prachtplaat, met voor mij persoonlijk het in 2004 verschenen Carbon Glacier als voorlopig hoogtepunt. De afgelopen jaren was Laura Veirs wat minder productief. Sinds het in het begin van 2010 verschenen July Flame hebben we het, mede door het moederschap van Laura Veirs, moeten doen met een aardige maar zeker niet opzienbarende serie kinderliedjes. Met Warp & Weft is Laura Veirs, ondanks de verdere gezinsuitbreiding, weer helemaal terug en levert ze, ik zal er niet omheen draaien, haar beste plaat tot dusver af. Ook voor Warp & Weft vertrouwde Laura Veirs uiteraard weer op de productionele vaardigheden van manlief Tucker Martine, die wederom een kunststukje heeft afgeleverd. Warp & Weft kent verder bijdragen van Jim James (My Morning Jacket), kd lang, leden van The Decemberists en de weergaloze drummer Brian Blade, waardoor Warp & Weft een stuk voller klinkt dan de laatste platen van Laura Veirs. De nieuwe plaat van Laura Veirs is ook een stuk veelzijdiger dan de platen die ze de afgelopen jaren maakte. Waar July Flame nog vrijwel uitsluitend folk liet horen, schiet de muziek van Laura Veirs op Warp & Weft weer alle kanten op. Invloeden uit de folk spelen nog altijd een belangrijke rol, maar Veirs gaat op haar nieuwe plaat ook aan de haal met country, pop en indie-rock. Het bevalt me eerlijk gezegd wel. De stem van Laura Veirs is zeer geschikt voor intieme folksongs, maar past ook uitstekend bij een wat meer up-tempo indie geluid, waarbij ze raakt aan de muziek van Juliana Hatfield en Kristin Hersh. De vocalen op Warp & Weft zijn prachtig, maar ook de instrumentatie trekt dit keer nadrukkelijk de aandacht. Deze is de ene keer stemmig met veel strijkers, maar ook wat ruwere gitaaruithalen worden niet geschuwd en met name wanneer Brian Blade op onnavolgbare wijze de drums bespeelt zit je op het puntje van de stoel. Warp & Weft is een bijzonder veelzijdige plaat, maar springt zeker niet van de hak op de tak. Laura Veirs heeft een serie songs van een buitengewoon hoog niveau afgeleverd en maakt op imponerende wijze een wat zwakkere periode meer dan goed. Ik geef eerlijk toe dat ik door deze wat zwakkere periode met bescheiden verwachtingen uit keek naar de nieuwe plaat van de Amerikaanse en hem even op de stapel liet liggen. Toen hij daar eenmaal af kwam was er geen houden meer aan. Geweldige plaat van één van de beste vrouwelijke singer-songwriters van het afgelopen decennium. Erwin Zijleman



dinsdag 20 augustus 2013

Nadine Shah - Love Your Dum And Mad

Stop Love Your Dum And Mad van Nadine Shah in de cd-speler en je weet binnen een minuut dat je met een memorabel debuut te maken hebt. Na 15 seconden stilte duikt een eenvoudig, monotoon en rauw gitaarakoord op, gevolgd door even eenvoudige drums en af en toe een heel kort riedeltje op de piano. De spanning wordt met eenvoudige maar doeltreffende middelen opgebouwd en bereikt een climax wanneer Nadine Shah begint te zingen. De stem van de Britse singer-songwriter met Noorse en Pakistaanse wortels doet denken aan het debuut van PJ Harvey, de eerste platen van Patti Smith en het beste van Siouxsie & The Banshees. In muzikaal opzicht kunnen we ook Nick Cave toevoegen als zinvol vergelijkingsmateriaal, al heeft Nadine Shah een duidelijk eigen stijl. Love Your Dum And Mad is een donkere, dreigende en soms zelfs bijna onheilspellende plaat. De plaat is prachtig geproduceerd door de vooral van Depeche Mode en Elbow bekende Ben Hiller, die ingetogen en zo nu en dan zelfs akoestische passages fraai combineert met zwaar aangezette bas en drums en stevige gitaaruithalen. Het is een instrumentatie die perfect past bij de indringende stem van Nadine Shah. Nadine Shah is nog piepjong, maar ze beschikt over een doorleefde stem die door je ziel snijdt. De productie van Ben Hiller pakt soms flink uit en is zo nu en dan bijna overdadig, maar dit past op één of andere manier prachtig bij de krachtige stem van Nadine Shah, die ingetogen kan fluisteren, maar ook behoorlijk kan galmen. Bovendien lijkt iedere noot functioneel, waardoor Love Your Dum And Mad over het geheel genomen toch een betrekkelijk sobere plaat is. Met de fraaie stemmige productie, de volle instrumentatie en de bijzondere stem van Nadine Shah, heb ik al een aantal krachtige wapens van Love Your Dum And Mad besproken, maar de grootste kracht van de plaat schuilt toch in de songs. Het debuut van Nadine Shah is een plaat die op een of andere manier urgentie uitstraalt. Het is een plaat die je op het puntje van je stoel houdt en je constant het gevoel heeft dat je naar iets bijzonders aan het luisteren bent. Dit is voor een belangrijk deel de verdienste van de songwriting skills van Nadine Shah, die zowel met haar teksten als haar composities imponeert. Het debuut van de Britse singer-songwriter staat vol met songs die zich niet heel makkelijk laten doorgronden, maar toch behoorlijk toegankelijk zijn. Love Your Dum And Mad is zoals gezegd een plaat die vrijwel onmiddellijk weet te overtuigen, maar het is ook zeker een plaat die de tijd moet krijgen om te groeien. Ik was na eerste beluistering al diep onder de indruk van het debuut van Nadine Shah, maar inmiddels een aantal weken verder ben ik er van overtuigd dat dit zo’n debuut is dat slechts eens in de zoveel jaar opduikt. Jaarlijstjesmateriaal dus. Erwin Zijleman



maandag 19 augustus 2013

White Lies - BIG TV

Toen White Lies in 2009 debuteerde met To Lose My Life was de tweede postpunk golf (die werd aangevoerd door bands als Franz Ferdinand en Interpol) al lang over zijn hoogtepunt heen. Niemand zat meer te wachten op een band die de hoogtijdagen van Joy Division, Gang Of Four en Echo & The Bunnymen deed herleven, maar dit was wel precies wat White Lies deed. De band deed het kennelijk goed, want To Lose My Life werd ondanks de overdosis platen in het genre gedurende de jaren ervoor uitstekend ontvangen. Daar valt nog altijd weinig op af te dingen, want toen ik To Lose My Life, dat ik in de begindagen van deze BLOG bestempelde als een wereldplaat, onlangs weer eens in de cd speler stopte was ik direct weer onder de indruk van de kwaliteit van het debuut van White Lies en van de aanstekelijkheid van de toch gitzwarte songs van de band. De twee jaar later verschenen opvolger Ritual was, op wat subtiele verschillen en name wat extra synths en wat meer zonneschijn na, zeker niet minder dan het debuut en bevestigde het talent van de band uit Londen. Inmiddels zijn we weer twee jaar verder en is het tijd voor de derde plaat van White Lies. Waar White Lies op haar tweede plaat slechts een bescheiden ontwikkeling liet horen (feitelijk die van Joy Division naar New Order), zet de band op BIG TV een grotere stap. Op BIG TV is White Lies de invloeden uit de postpunk van de late jaren 70 niet vergeten, maar pikt het ook flink wat invloeden uit de jaren 80 mee. De kleine donkere clubs zijn verruild voor de grote stadions en hier hoort een geluid bij waarin je in deze stadions uit de voeten kunt. BIG TV is elektronischer dan zijn voorganger en bevat hier en daar flink wat invloeden uit de 80s synthpop. Deze worden op fraaie wijze gecombineerd met de postpunk invloeden die we kennen van de band en met de grandeur van de grote bands uit de 80s, onder wie natuurlijk U2 en Simple Minds. Heel wat bands zouden plat op hun bek gaan met een groots klinkende plaat als BIG TV, maar White Lies kan het als je het mij vraagt hebben. Ondanks de keuze voor een groots en meeslepend geluid, heeft White Lies wat mij betreft haar eigen geluid gehouden, waardoor BIG TV absoluut het voordeel van de twijfel verdient. Als de plaat dit voordeel van de twijfel eenmaal heeft gekregen hoor je hoe knap het allemaal in elkaar steekt, hoe White Lies er nog steeds in slaagt om aardedonkere thematiek te verpakken in aanstekelijke songs en hoe de band ook moeiteloos overeind blijft als er flink gas terug wordt genomen. Het is heel erg makkelijk om een plaat als BIG TV neer te sabelen, maar hiermee doe je de band uit Londen flink te kort. Ook de derde plaat van White Lies is een goede plaat. Een hele goede plaat zelfs. Erwin Zijleman



zondag 18 augustus 2013

Julia Holter - Loud City Song

Ektasis van Julia Holter eindigde vorig jaar in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje.  Daar heb ik nog altijd geen spijt van, want Ekstasis behoort tot de meest avontuurlijke en eigenzinnige platen die ik de laatste jaren heb gehoord. Voor iedereen die de plaat niet kent: Julia Holter combineert op Ekstasis uit vele lagen bestaande vocalen met ambient en sprookjesachtige klanken, wat uiteindelijk muziek oplevert die afwisselend doet denken aan Laurie Anderson, Joni Mitchell, Kate Bush, Nico en Enya of van meer recente datum Julianna Barwick en Zola Jesus. Ik vraag me sinds de eerste beluistering van Ekstasis al af hoe Julia Holter deze prachtplaat gaat benaderen of zelfs overtreffen. Dat is me sinds vorige week duidelijk, want toen verscheen Loud City Song (overigens gelijktijdig met de nieuwe platen van Julianna Barwick en Zola Jesus). Loud City Song opent zeker niet luid, maar uiterst ingetogen. De openingstrack van de nieuwe plaat van Julia Holter moet het in eerste instantie doen met sobere pianoklanken en bijna pastorale vocalen. Na verloop van tijd zwellen strijkers, blazers en elektronica aan wat zorgt voor een onderhuidse spanning die bijna griezelig is. Ook in de tracks die volgen maakt Julia Holter geen makkelijke muziek, maar wat is het weer mooi. Loud City Song is wel een wat andere plaat geworden dan Ekstasis. Waar de eerste twee platen van Julia Holter werden opgenomen in haar slaapkamer, kon ze zich dit keer een professionele studio veroorloven. De uit Los Angeles afkomstige muzikante heeft optimaal gebruik gemaakt van de mogelijkheden en pakt hier en daar flink uit met een vol geluid, waarin strijkers en blazers een belangrijke rol spelen. Loud City Song is een conceptplaat die is gebaseerd op het Franse boek Gigi uit de jaren 40. Nu heb ik over het algemeen niet zoveel met conceptplaten en daarom heb ik me niet heel erg verdiept in het concept en heb ik me geconcentreerd op de muziek. Die muziek is prachtig. Loud City Song is net als zijn voorgangers een behoorlijk experimentele plaat, maar lang niet alle tracks strijken continu tegen de haren in. Veel tracks zijn bijna jazzy, maar Julia Holter gaat net zo makkelijk aan de haal met folk, avant garde, elektronica en Scandinavisch aandoende elfenpop. Net als bij Ekstasis gaat het waarschijnlijk maanden duren voor het kwartje helemaal is gevallen, maar ik ben na een paar keer horen al zo onder de indruk van de nieuwe muziek van Julia Holter dat ik niet langer met een recensie wil wachten. Met Loud City song slaat Julia Holter tientallen nieuwe wegen in. Een aantal van deze wegen komen toch weer in de buurt van Ekstasis uit, maar de meeste wegen eindigen in een sprookjesachtige wereld vol prachtige kleuren of in donkere nachtclubs waarin muzikaal experiment wordt getolereerd of zelfs wordt aangemoedigd. Loud City Song bevat 9 tracks, waarvan er drie langer dan zes minuten duren. Het levert een muzikale ontdekkingsreis op die bijna drie kwartier duurt. In die drie kwartier overheersen verwondering en betovering. Julia Holter maakt muziek zoals niemand anders die maakt en het is muziek van een bijna onwerkelijke schoonheid. Ik had persoonlijk niet verwacht dat Julia Holter makkelijk in de buurt zou kunnen komen van Ekstasis, maar Loud City Song overtreft zijn voorganger op alle fronten. Loud City Song van Julia Holter is zeker niet de makkelijkste plaat van het moment, maar wel één van de mooiste en zeker één van de meest bijzondere. Erwin Zijleman



zaterdag 17 augustus 2013

J.R. Shore - State Theatre

Ook deze zaterdag weer aandacht voor minder bekend talent in het roots segment. Mijn zoektocht naar de onbekende parels in het genre heeft me deze week naar het dunbevolkte platteland van de Canadese staat Alberta gebracht. Het is de thuisbasis van J.R. Shore; een muzikant die inmiddels een aantal jaren platen maakt en tot dusver vooral in kleine kring (Calgary en omstreken) waardering oogst. Met State Theatre heeft J.R. Shore een verbluffend goede plaat gemaakt.  Dat hoor je al op de bonus cd die ik per ongeluk als eerste in de cd speler had gestopt. Op deze bonus cd vertolkt J.R. Shore op gloedvolle wijze acht songs van zijn muzikale helden, onder wie Neil Young, John Prine, The Flying Burrito Brothers en The Band. Het is uiteindelijk de kers op een buitengewoon smakelijke taart, waarvan de eerste cd nog veel meer indruk maakt. J.R. Shore laat op State Theatre horen dat hij een bijzonder getalenteerd en buitengewoon veelzijdig singer-songwriter is. In de openingstrack word je getrakteerd op rauwe bluesy muziek die door de licht vervormde vocalen wel wat van Tom Waits heeft, maar in de tracks die volgen laat J.R. Shore horen dat hij ook weemoedige country of doorleefde folksongs kan vertolken. De Canadees vertelt hierbij verhalen die zich laten lezen als een spannend jongensboek of een geschiedenisboek met visie, maar ook de zang en de instrumentatie op State Theatre zijn van een bijzonder hoog niveau. J.R. Shore laat zich op State Theatre beïnvloeden door de groten uit de Amerikaanse singer-songwriter muziek, maar kiest uiteindelijk zijn eigen weg. State Theatre klinkt als een plaat van een gelouterde muzikant, maar heeft door enkele verrassende uitstapjes ook de sfeer van een plaat van een muzikant die zijn grenzen of mogelijkheden nog aan het opzoeken is. Deze grenzen worden op State Theatre flink opgerekt. J.R. Shore beweegt zich op zijn derde plaat vooral binnen de grenzen van de Amerikaanse rootsmuziek, maar klinkt zoals gezegd in de openingstrack als Tom Waits, is hier en daar heerlijk funky en is bovendien niet vies van muziek die refereert aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70, van wie de naam van Randy Newman zich het meest nadrukkelijk aandient. De instrumentatie op J.R. Shore is vooral degelijk, maar met name de gitaren en het Hammond orgel willen nog wel eens ontsporen, wat de plaat een lekker rauw randje geeft. De stem van J.R. Shore ligt makkelijk in het gehoor en kan in veel genres uit de voeten, waardoor State Theatre makkelijk overtuigt. Dat State Theatre vervolgens lang blijft groeien maakt deze bijzonder aangename rootsplaat definitief tot een krent uit de pop. Erwin Zijleman

State Theatre ligt nog niet in Nederland in de winkel, maar is al wel verkrijgbaar via het onvolprezen cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/jrshore3).

vrijdag 16 augustus 2013

Alela Diane - About Farewell

De uit Nevada City, California, afkomstige Alela Diane leek op het twee jaar geleden verschenen Alela Diane & the Wild Divine te kiezen voor een steviger en ook flink wat toegankelijker geluid, maar keert op About Farewell terug naar het geluid dat we vooral kennen van haar tweede cd, To Be Still uit 2009. To Be Still volgde destijds op het bijna net zo fraaie debuut The Pirate’s Gospel uit 2006, dat ten onrechte in het hokje freakfolk werd geduwd, waarschijnlijk vooral omdat Alela Diane dezelfde thuisbasis had als freakfolk koningin Joanna Newsom. About Farewell is Alela Diane’s breakup plaat, maar het is niet het tranendal geworden dat we kennen van legendarische breakup platen. Wat vergeleken met de voorganger vooral opvalt is het afscheid van de elektrische gitaar, die op Alela Diane & the Wild Divine toevallig wel werd bespeeld door haar voormalige echtgenoot. Op About Farewell moeten we het daarom weer vooral doen met de akoestische gitaar en mooie stem van Alela Diane en zijn invloeden uit de countryrock weer verruild voor flink wat invloeden uit de Laurel Canyon, die fraai worden gecombineerd met een psychedelisch randje. About Farewell is ondanks de nadruk op akoestische gitaar en zang geen hele sobere plaat. Door het toevoegen van flink wat strijkers, fluit, spaarzame percussie en vocalen die uit meerdere lagen lijken te bestaan klinkt de plaat warm en vol en dat is knap. Alela Diane keert op haar vierde plaat terug naar het geluid van haar eerste twee platen, maar laat wel degelijk de nodige progressie horen. De Amerikaanse was altijd al een begenadigd zangeres, maar haar stem heeft op About Farewell flink aan kracht en zeker ook aan warmte gewonnen. Hetzelfde kan gezegd worden over de songwriting skills van Alela Diane. About Farewell is hierdoor een plaat die ondanks het sobere karakter en de wat trieste thematiek heel gemakkelijk weet te overtuigen. Alela Diane vertelt op About Farewell ruim een half uur lang indringende verhalen en het zijn verhalen die je bij blijven. Het zijn wel verhalen die enige aandacht vragen, want bij hele oppervlakkige beluistering lijkt de plaat wat voort te kabbelen. Dat is zeker niet het geval wanneer je met net wat meer aandacht naar About Farewell luistert. Dan grijpen de indringende folksongs van Alela Diane je een voor een bij de strot en resteert uiteindelijk alleen maar diepe bewondering voor de vierde plaat van de Amerikaanse singer-songwriter. Op About Farewell slaat Alela Diane op fraaie wijze een brug tussen 60s en 70s singer-songwriter muziek en meer psychedelisch aandoende folk van de laatste jaren. De vierde plaat van Alela Diane klinkt hierdoor direct vertrouwd, maar blijkt uiteindelijk veel meer dan een trip door de geschiedenis van de vrouwelijke singer-songwriter muziek. Ondanks het feit dat ik alle drie de vorige platen van Alela Diane zeer kon waarderen, twijfel ik geen moment over het antwoord op de vraag wat haar beste plaat is. Dat is zonder enige twijfel About Farewell, dat zich uiteraard ook schaart onder de betere vrouwelijke singer-songwriter platen van het moment. Erwin Zijleman 



donderdag 15 augustus 2013

The Polyphonic Spree - Yes, It's True

The Polyphonic Spree dook aan het begin van dit Millennium op en wist dankzij het grote aantal leden (25+) en bijzondere uitdossing in witte jurken onmiddellijk de aandacht te trekken. De band uit Dallas, Texas, bleek echter ook in muzikaal opzicht interessant en sloot met haar heerlijk psychedelische klanken naadloos aan bij op dat moment populaire bands als Mercury Rev en The Flaming Lips en de muzikale erfenis van The Beach Boys. Bovendien liep het debuut van de Texanen voorzichtig vooruit op het debuut van The Arcade Fire dat pas een paar jaar later zou verschijnen. Het debuut van The Polyphonic Spree kon in muzikaal opzicht nog niet tippen aan de grote platen van de concurrentie, maar de originaliteit en de bijzondere uitdossing van de band, die wel wat weg had van een jaren 70 sekte, maakten veel goed. Na een weinig verrassende tweede plaat verraste The Polyphonic Spree in 2007 met het ijzersterke The Fragile Army; een plaat die zich qua niveau wel kon meten met de platen van de hierboven genoemde bands. De afgelopen jaren ben ik de band wat uit het oog verloren (de band maakte volgens mij ook niet veel meer dan een kerstplaat en een live-plaat), maar na beluistering van het onlangs verschenen Yes, It’s True heb ik The Polyphonic Spree weer stevig omarmd. Yes, It’s True blijkt een enorme verassing. The Polyphonic Spree maakt op haar nieuwe plaat nog altijd muziek die doet denken aan bands als Mercury Rev en The Flaming Lips, maar heeft de zweverigheid van het verleden voor een belangrijk deel van zich af gegooid. Het komt de kwaliteit van de muziek uit Dallas, Texas, flink ten goede. Yes, It’s True is een plaat met lekker in het gehoor liggende psychedelische popsongs vol invloeden. Waar The Polyphonic Spree in het verleden haar songs verstopte onder flink wat wolken en nevel, kiest de band nu voor een plekje in de zon. Het levert een aardse plaat op die net zo makkelijk citeert uit een aantal decennia psychedelica als uit 70s singer-songwriter pop, Britpop, indierock, West Coast pop, een beetje synthpop, heel veel Bowie en zo nog een flink lijstje genres. The Polyphonic Spree moest het in het verleden voor een belangrijk deel hebben van haar image en haar zweverigheid, maar ook als down-to-earth rockband maakt het muziek die er toe doet. Wat Yes, It’s True zo bijzonder maakt zijn de typische The Polyphonic Spree ingrediënten als het gebruik van het koor en het gevoel voor bezwerende popmuziek. Voor een doorbraak naar een groot publiek was de band uit Texas altijd net wat te eigenzinnig, maar met Yes, It’s True heeft het een plaat gemaakt die in brede kring bewierookt moet gaan worden. Ondertussen is het ook de soundtrack voor de mooie zomer die toch nog gekomen is. Heerlijk. Erwin Zijleman



woensdag 14 augustus 2013

The Civil Wars - The Civil Wars

Joy Williams en John Paul White; het is nog altijd een onwaarschijnlijke combinatie. De eerste maakte jarenlang brave Christelijke popmuziek die spontaan braakneigingen oproept, de tweede had een duidelijke voorliefde voor door de duivel bezeten Southern Rock en was als muzikant al meerdere malen mislukt. De twee kwamen elkaar in 2008 tegen bij een singer-songwriter workshop en werden bij een opdracht als twee uitersten uiteraard aan elkaar gekoppeld door het lot. Het resultaat klonk verbazingwekkend goed. Zet Joy Williams en John Paul White samen in een studio en de passie en emotie spat er van af. 1+1 is opeens geen 2, maar 3, 4 of misschien zelfs wel 5. Het als The Civil Wars gemaakte debuut Barton Hollow werd uiteindelijk overladen met Grammy’s en dat was niet meer dan terecht. Hoewel er sinds de release van Barton Hollow al wordt gesproken over het einde van The Civil Wars en een recente tour vanwege persoonlijke strubbelingen werd gecanceld, heeft Barton Hollow toch een opvolger gekregen. Op hun titelloze tweede plaat gaan Joy Williams en John Paul White verder waar Barton Hollow ophield, maar slaan ze ook nieuwe wegen in. Ik had door alle sombere verhalen over de strubbelingen tussen de twee muzikanten geen hele hoge verwachtingen met betrekking tot de tweede cd van The Civil Wars, maar na een paar minuten wist ik meer dan genoeg. Ook op de tweede plaat van The Civil Wars levert de muzikale chemie tussen Joy Williams en John Paul White geweldige muziek op. In muzikaal slaat de nieuwe plaat van het duo net wat andere wegen in dan Barton Hollow, maar de passie en emotie spat er nog altijd van af, misschien nog wel meer dan op het al zo heftige debuut. De door niemand minder dan T-Bone Burnett geproduceerde tweede plaat van The Civil Wars is wat donkerder en rauwer dan zijn voorganger. Waar Barton Hollow het vooral moest hebben van akoestische country en folk en heel veel vocaal vuurwerk, valt de nieuwe plaat van The Civil Wars ook op door heerlijk rauw vuurwerk, een muzikaal palet dat vrijwel de gehele Americana bestrijkt en doorleefde teksten vol leed. Hoewel de gitaren af en toe dominant aanwezig zijn, staan ze de wederom geweldige vocalen nergens in de weg; sterker nog, het rauwe randje lijkt de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Joy Williams en John Paul White alleen maar te versterken. Maar ook wanneer The Civil Wars gas terug nemen en kiezen voor een van passie over lopende country ballad schittert het tweetal nog feller dan op Barton Hollow. The Civil Wars hebben na hun uitstekende debuut een intense en indringende plaat gemaakt die uiteindelijk nog veel beter blijkt. De eigen composities zijn stuk voor stuk van wereldklasse, maar ook een onverwachte cover van Disarm van The Smashing Pumpkins blijft verrassend eenvoudig overeind. De tweede van The Civil Wars is om te janken zo mooi en behoort absoluut tot de muzikale hoogtepunten van 2013. Dat persoonlijke strubbelingen mooie muziek niet in de weg staan weten we al heel lang en wordt nog eens bewezen door de tweede van The Civil Wars. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman



dinsdag 13 augustus 2013

These New Puritans - Field Of Reeds

De Britse band These New Puritans maakte met Beat Pyramid (2008) en Hidden (2010) de afgelopen jaren al twee buitengewoon fascinerende platen. De muziek van de band uit het Engelse Southend werd met van alles en nog wat vergeleken, maar uiteindelijk hield vrijwel geen enkele vergelijking lang stand. De muziek van These New Puritans bleek beide keren zeker geen makkelijke kost, maar als je eenmaal werd gegrepen door de muziek van de band bleken de platen al snel blijvertjes en bovendien groeibriljanten. Ook op haar derde plaat, Field Of Reeds, maakt These New Puritans zeker geen makkelijke muziek. De derde plaat van de Britten is zelfs nog een stuk lastiger te doorgronden dan zijn twee voorgangers, omdat de nog redelijk toegankelijke flirts met postpunk en elektronica van de eerste twee platen vrijwel volledig uit het muzikale landschap van These New Puritans zijn verdwenen. Field Of Reeds is een behoorlijk experimentele plaat met flink wat invloeden uit de klassieke muziek. Stemmige pianoklanken en blazers bepalen het geluid van These New Puritans op Field Of Reeds, maar hier blijft het zeker niet bij. De plaat deed me in eerste instantie vooral aan Elbow en Peter Gabriel denken, maar hierna had ik vooral associaties met de latere platen van Japan, de platen van David Sylvian en het experimentelere werk van Talk Talk, om vervolgens toch vooral invloeden van Philip Glass, Brian Eno of zelfs Mike Oldfield te horen. Het zijn wederom vergelijkingen die niet al te lang stand zullen houden, want de muziek die These New Puritans op Field Of Reeds maakt is wat mij betreft uniek. De meeste tracks op de plaat zijn stemmig, ingetogen en nogal symfonisch van aard, maar het zijn ook tracks met vele lagen, waaronder lagen die je constant op het verkeerde been zetten. De prachtige piano, toetsen en blazerspartijen zouden zeer geschikt zijn om bij weg te dromen, maar de knap in elkaar stekende ritmes, de verrassende onderlagen en het behoorlijk donkere karakter van de muziek van de Britten maken dit vrijwel onmogelijk. Field Of Reeds is geen plaat voor alle gelegenheden, maar zeker wat later op de avond wint de plaat heel snel aan kracht. In Engeland kwamen de gerenommeerde muziektijdschriften vorige maand al superlatieven te kort om de derde plaat van These New Puritans de hemel in te prijzen. In Nederland blijft het vooralsnog redelijk stil rond de band, maar Field Of Reeds is echt veel te mooi en veel te bijzonder om te laten liggen. Field Of Reeds is een plaat waar je flink in moet investeren, maar het rendement is uiteindelijk hoog. Zeer hoog. These New Puritans heeft een jaarlijstjesplaat gemaakt die door het experimentele karakter van de plaat uiteindelijk waarschijnlijk niet veel jaarlijstjes gaat halen. Dat is zonde, maar het maakt Field Of Reeds niet minder mooi. Integendeel zelfs. De derde van These New Puritans is een buitengewoon fascinerende plaat. Erwin Zijleman



maandag 12 augustus 2013

Sarah Siskind - Covered

Covered is mijn eerste kennismaking met het werk van de Amerikaanse singer-songwriter Sarah Siskind. Dat is op zich niet zo gek, want Covered is het debuut van de singer-songwriter uit North Carolina. Het is echter wel een debuut dat oorspronkelijk in 2001 werd uitgebracht en toen volledig aan mijn aandacht is ontsnapt. Ook dat is weer niet zo gek, want Sarah Siskind werd ernstig ziek vlak na de release van de plaat, waardoor de plaat nauwelijks werd gepromoot. Wat wel gek is, is dat ik de platen die Sarah Siskind in de jaren die volgden maakten heb gemist, want in de Verenigde Staten geniet de inmiddels al geruime tijd vanuit Nashville opererende muzikanten flink wat aanzien. Dat moet ik allemaal nog gaan ontdekken, maar ik begin bij het begin en dat is de reissue van het achteraf bezien toch memorabele debuut van Sarah Siskind, Covered. Op Covered vertolkt Sarah Siskind 12 songs, waarvan ze er 11 heeft geschreven (ik werd in eerste instantie toch wat op het verkeerde been gezet door de titel van de plaat). Het zijn songs die zo lijken weggelopen uit de late jaren 60 en doen denken aan vergeten werk van Joni Mitchell en soms Laura Nyro, al kun je Covered ook beschrijven als een Fiona Apple plaat zonder een heleboel demonen. Sarah Siskind maakt de laatste jaren vooral platen waarop stokoude folk uit de Appalachen centraal staat, maar op Covered is daar nog nauwelijks iets van te horen. De songs op Covered zijn intens, melancholisch en bezwerend en zitten vol emotie. Die emotie hoor je ook goed in de stem van Sarah Siskind, die daardoor vast niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar ik vind het echt prachtig. Centraal in het geluid van Sarah Siskind staan sobere pianoklanken en de indringende stem van de Amerikaanse singer-songwriter, maar op de achtergrond hoor je allerlei andere instrumenten, waarvan vooral het schitterende, soms bijna minimalistische, gitaarwerk opvalt. Dit gitaarwerk is zo mooi dat je in het boekje van Covered op zoek gaat naar een grootheid en deze ook vindt in de persoon van Bill Frisell. Het is overigens niet de enige muzikant van naam en faam die heeft meegewerkt aan Covered, want de plaat werd geproduceerd door niemand minder dan Tucker Martine (Laura Veirs, Beth Orton, The Decemberists en vele anderen). Ik heb inmiddels stiekem geluisterd naar de andere platen van Sarah Siskind. Absoluut mooi en zeker de moeite waard, maar de pure magie van Covered hoor ik toch nergens terug. Met Covered maakte Sarah Siskind ruim 12 jaar geleden een inmiddels vergeten debuut van een bijna onwerkelijke schoonheid en zeggingskracht. Laten we hopen dat de reissue de plaat alsnog op de kaart zet als een bescheiden meesterwerk in het genre, want dat is het. Erwin Zijleman



zondag 11 augustus 2013

Best of 2013, so far: 1. Billy Marlowe - Show Me The Steps

Jaarlijstjes? Onzin, maar ook zo leuk. Om alvast een voorschotje te nemen op de lijst in december presenteer ik in de komkommertijd mijn top 10 over de eerste helft van 2013. Op 1: Billy Marlowe. Uiteraard vanwege het prachtige en indrukwekkende verhaal achter deze plaat, maar ook omdat dit een plaat is die ik vanaf de eerste noten niet meer wilde missen. Dat gevoel is alleen maar sterker geworden.


We gaan terug naar 1983. De muziek scene van New York kampt met de naweeën van de punk en de new wave, die The Big Apple totaal op zijn kop hebben gezet. In een kleine studio komt een wat verwilderde man binnen met in zijn handen een notieblokje. Billy Marlowe is pas rond de 40, maar lijkt minstens tien jaar ouder. Het zijn de gevolgen van een zwaar en wild leven. In 1983 weet Billy Marlowe echter precies wat hij wil. Het oude notitieblokje dat hij in zijn handen heeft bevat een fraaie selectie songs en deze moeten eindelijk maar eens aan de band worden toevertrouwd. In het jaar dat volgt wordt Show Me The Steps opgenomen. Steeds meer muzikanten leveren een bijdrage aan de plaat, die Billy Marlowe op de kaart moet gaan zetten als singer-songwriter. Het resultaat is prachtig. Opener Never Figured You For Gone zet direct de toon met stemmige pianoklanken, een melancholische mondharmonica, prachtige achtergrondvocalen van een nog jonge Shawn Colvin en natuurlijk de rauwe en doorleefde strot van Billy Marlowe. Je hoeft Never Figured You For Gone maar één keer te horen om van de muziek van Billy Marlowe te houden en wat voor de eerste track geldt, geldt ook voor de negen tracks die volgen. Show Me The Steps is een klassieke singer-songwriter plaat met louter songs die je bij de strot grijpen. Billy Marlowe beweegt zich ergens tussen Bob Dylan, John Prine, Van Morrison en Tom Petty, maar heeft ook een bijzonder eigen geluid. Show Me The Steps valt op door de geweldige muzikanten die een bijdrage hebben geleverd aan de plaat (let bijvoorbeeld maar eens op het fantastische gitaarwerk), maar ontleent zijn ware kracht aan de door de ziel snijdende stem van Billy Marlowe en zijn vermogen om volstrekt tijdloze songs te schrijven. Je zou verwachten dat de platenmaatschappijen in 1984 hebben gevochten om de rechten van Show Me The Steps, maar het liep totaal anders. In 1984 zat er helemaal niemand te wachten op de singer-songwriter muziek van Billy Marlowe, waarna de plaat al snel op de plank terecht kwam. Billy Marlowe overleed in de jaren 90, maar krijgt nu alsnog het eerbetoon dat hij verdient. Show Me The Steps werd vorig jaar eindelijk op cd uitgebracht en ook nog eens fraai verpakt. Je hoeft er maar even naar te luisteren en je bent verkocht. Show Me The Steps is inmiddels zo’n 30 jaar oud, maar dat hoor je er echt niet aan af. Het is een tijdloze plaat van hoog niveau vol emotie, die je alleen maar heel diep kan raken. Billy Marlowe schiet er zelf niets meer mee op, maar je doet jezelf flink tekort wanneer je deze prachtige singer-songwriter plaat laat lopen. Erwin Zijleman

Show Me The Steps van Billy Marlowe ligt helaas niet in de Nederland in de winkel, maar is onder andere verkrijgbaar via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/billymarlowe) of de platenmaatschappij die deze prachtplaat heeft uitgebracht (http://www.newtexrecords.net/index.html).





zaterdag 10 augustus 2013

Best of 2013, so far: 2. Eleanor Friedberger - Personal Record

Jaarlijstjes? Onzin, maar ook zo leuk. Om alvast een voorschotje te nemen op de lijst in december presenteer ik in de komkommertijd mijn top 10 over de eerste helft van 2013. Op 2: Eleanor Friedberger met een plaat die in eerste instantie niet zoveel opzien zal baren, maar al snel nauwelijks meer te weerstaan is. Volstrekt tijdloze popmuziek van hoog niveau. Wereldplaat.


Eleanor Friedberger maakte als lid van het duo The Fiery Furnaces (dat ze samen met haar broer Matthew vormde) een aantal fascinerende maar ook ongrijpbare platen, die in de loop der jaren steeds verder afdwaalden van het nog redelijk conventionele debuut van het tweetal. Ik heb The Fiery Furnaces een aantal jaren omarmd (en heb twee van hun platen zelfs wel eens een meesterwerk genoemd), maar op een gegeven moment raakte ook ik het spoor bijster. In 2011 bracht Eleanor Friedberger haar solodebuut uit, Last Summer. Het bleek een uiterst toegankelijke plaat vol met heerlijke 70s popliedjes met een eigentijdse twist. Last Summer bleek uiteindelijk een groeiplaat die deed uitzien naar veel meer. Dat meer is er nu in de vorm van de tweede soloplaat van Eleanor Friedberger, Personal Record. Ook op haar tweede soloplaat is de muziek van de Amerikaanse weer heel ver verwijderd van de experimentele muziek van The Fiery Furnaces. Personal Record trakteert ons, net als zijn voorganger, op heerlijke zonnige popliedjes die vooral lijken geïnspireerd door muziek uit de jaren 70. Friedberger is in dit decennium wel iets opgeschoven en heeft de vrouwelijke singer-songwriter pop uit de vroege jaren 70 verruild door meer gitaar georiënteerde pop uit de tweede helft van de jaren 70. Door de bijna onweerstaanbare gitaarloopjes en de lekker dromerige klanken doet Personal Record me meer dan eens denken aan de muziek van al lang vergeten bands als The Shirts en Martha & The Muffins, maar Personal Record heeft ook raakvlakken met de muziek van Blondie, The Cars, The Go-Go’s en een paar keer zelfs met The Undertones. Heerlijke gitaarpop met een vleugje new wave dus en dat is een combinatie die nog altijd werkt. Heel even lijkt het of Eleanor Friedberger al haar eigenzinnigheid opzij heeft geschoven, maar als je goed luistert naar Personal Record kom je toch weer heel wat verrassende uitstapjes tegen (waaronder zelfs een snufje bossa nova of toch opeens weer wat West Coast pop of psychedelica), waardoor de songs op de plaat alleen maar beter worden. Iedereen die aangenaam werd verrast door de toegankelijke songs op Last Summer, zal nog enthousiaster opveren bij beluistering van de zonnige tracks op Personal Record, maar ook liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters die zich niet in een hokje laten duwen en niet vies zijn van flink wat avontuur, zijn bij Eleanor Friedberger weer aan het juiste adres. Met Personal Record heeft Eleanor Friedberger een lekker veelzijdige plaat met louter songs van wereldklasse afgeleverd. Voor mij nu al een van de soundtracks van de prachtige zomer die nog moet en ook gaat komen. Erwin Zijleman


vrijdag 9 augustus 2013

Best of 2013, so far: 3. Amanda Pearcy - Royal Street

Jaarlijstjes? Onzin, maar ook zo leuk. Om alvast een voorschotje te nemen op de lijst in december presenteer ik in de komkommertijd mijn top 10 over de eerste helft van 2013. Op 3: Amanda Pearcy met haar Royal Street. Volkomen grijs gedraaid, maar wat blijft het een mooie en gloedvolle plaat. Een van mijn grootste ontdekkingen van het jaar.


In mijn zoektocht naar wat minder bekend Amerikaans rootstalent ben ik deze week terecht gekomen in Austin, Texas. De Amerikaanse singer-songwriter Amanda Pearcy groeide op in het net wat zuidelijker gelegen Houston, maar opereert inmiddels al weer geruime tijd vanuit de Texaanse muziekstad nummer 1. Haar tweede plaat Royal Street (haar debuut Waitin’ On Sunday stamt uit 2009) kwam er niet zonder slag of stoot, maar blijkt het wachten meer dan waard. Direct bij eerste beluistering van Royal Street valt de krachtige stem van Amanda Pearcy op. Het is een stem die zich niet makkelijk laat vergelijken met die van collega’s in het genre, maar het is ook een stem die in meerdere genres uit de voeten kan en vrij makkelijk voor kippenvel zorgt. Het heeft Amanda Pearcy de nodige moeite gekost om Royal Street van de grond te krijgen, met name door het ontbreken van financiële middelen, maar uiteindelijk heeft ze een plaat gemaakt die niet onder doet voor de peperdure producties in het genre. Royal Street werd geproduceerd door Tim Lorsch, die in het verleden onder andere werkte met Kris Kristofferson, Mary Gauthier, Allison Moorer, Townes Van Zandt, Lucinda Williams en Sam Baker. De ouwe rot in het vak heeft gezorgd voor een prachtig klinkende plaat en wist bovendien een stel gelouterde sessiemuzikanten de studio in te lokken. De instrumentatie op Royal Street is veelkleurig en stemmig, maar ook verrassend sober. De stem van Amanda Pearcy domineert in de mix en dat is wat mij betreft een verstandig besluit. Amanda Pearcy beschikt over een stem die al voor kippenvel zorgt wanneer ze het weerbericht of de verkeersinformatie voorleest, maar raakt je diep in het hart wanneer ze haar indringende verhalen vertelt. Amanda Pearcy had geen makkelijke jeugd in het diepe zuiden van de Verenigde Staten en kreeg ook op latere leeftijd te maken met het nodige persoonlijke leed. Dit leed kleurt haar songs en geeft deze songs een enorme dosis intensiteit en doorleving. Royal Street is een traditioneel klinkende plaat, maar het is wel een hele veelzijdige plaat. Invloeden uit de country en folk domineren op de plaat, maar Amanda Pearcy laat zich ook beïnvloeden door alle muziek uit het zuiden van de Verenigde Staten die ze tijdens haar jeugd voorbij hoorde komen, variërend van blues tot invloeden uit de gospel en Mexicaanse muziek. Al het bovenstaande is meer dan voldoende om een plaat met een gouden randje te maken, maar Amanda Pearcy excelleert op Royal Street ook nog eens als songwriter. Het is veelzeggend dat het door Mick Jagger en Keith Richards geschreven No Expectations niet boven de andere songs op de plaat uit stijgt. Amanda Pearcy schrijft prachtige persoonlijke en indringende songs en vertolkt ze stuk voor stuk met hart en ziel. Ik verbaas me iedere week weer over de prachtige platen die worden gemaakt in dit genre, maar Royal Street van Amanda Pearcy is zo’n zeldzame plaat die je na eerste beluistering nooit meer los wilt laten. Amanda Pearcy heeft met Royal Street een bescheiden parel in het genre gemaakt. Mis hem niet. Erwin Zijleman

Royal Street van Amanda Pearcy ligt niet in Nederland in de winkel, maar is onder andere verkrijgbaar via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/amandapearcy2)


donderdag 8 augustus 2013

Best of 2013, so far: 4. TMGS - Rivers & Coastlines: The Ride

Jaarlijstjes? Onzin, maar ook zo leuk. Om alvast een voorschotje te nemen op de lijst in december presenteer ik in de komkommertijd mijn top 10 over de eerste helft van 2013. Op 4: TMGS. Ik heb dit jaar stapels platen van eigen bodem van wereldklasse gehoord, maar de mooiste der lage landen komt uit België. Alt-country met een Belgische en Mexicaanse twist. Volstrekt onweerstaanbaar, zeker nu de zon schijnt.


Voor het minder bekende rootstalent in de zaterdageditie van de krenten uit de pop, zocht ik de afgelopen weken afwisselend in uithoeken van Canada en de Verenigde Staten. Dat dit talent ook veel dichter bij huis is te vinden, bewijst het uit het Belgische Kalmthout afkomstige TMGS, dat met Rivers & Coastlines: The Ride een buitengewoon knappe plaat heeft afgeleverd. TMGS is de opvallende naam van een band die een paar jaar geleden nog als The Moe Green Specials door het leven ging. The Moe Green Specials verrasten een aantal keren met een mix van surfrock en de soundtracks bij spaghetti westerns, maar wisten het grote publiek nooit te bereiken. TMGS maakt op Rivers & Coastlines een mix van alt-country, countryrock en frisse gitaarpop, die als je het mij vraagt wel klaar is voor een groot publiek. Ik moet zeggen dat de nieuwe richting me wel bevalt, al is het maar omdat TMGS het onderscheidend vermogen van de vorige gedaante van de band heeft behouden. Rivers & Coastlines is in de Vlaamse pers al vergeleken met The Jayhawks en Wilco in haar vroegere jaren. Dat is fraai vergelijkingsmateriaal, maar het vertelt maar een deel van het verhaal. Net als The Jayhawks en het vroege Wilco maakt TMGS lekker in het gehoor liggende alt-country die de zon doet schijnen, maar de band voegt hier op fraaie wijze zeer uiteenlopende invloeden aan toe. In veel songs op Rivers & Coastlines gaat TMGS wat verder terug in het verleden dan met name The Jayhawks. Deze songs herinneren aan The Byrds, The Beach Boys, Gram Parsons en door de fraaie harmonieën zelfs aan The Everly Brothers. De muziek van TMGS laat zich echter niet alleen beïnvloeden door de klassiekers uit het verleden, maar staat ook op bijzondere wijze in het heden. Hoewel de predicaten alt-country en countryrock voor een belangrijk deel van toepassing zijn op de muziek van TMGS, verwerkt de band ook invloeden uit de hedendaagse gitaarpop en de neo-psychedelica en is het bovendien niet vies van Mexicaanse Mariachi trompetten. Een uiterst subtiel vleugje 70s rock en new wave maken het af. Rivers & Coastlines heeft door de mooie gitaarlijnen en de psychedelische sfeer ook wel wat van bands als Band Of Horses of Mercury Rev en begeeft zich door de trompetten op het terrein van Calexico. Voor alle vergelijkingen geldt echter dat ze uiteindelijk niet zo heel lang stand houden. TMGS is op Rivers & Coastlines: The Ride uiteindelijk vooral zichzelf. Ik was na één keer horen verliefd op deze plaat en bij herhaalde beluistering is de liefde alleen maar sterker geworden. Waar veel bands in dit genre niet graag van de gebaande paden afstappen, laat TMGS horen wat er gebeurt wanneer je dit wel doet. Ga Rivers & Coastlines snel beluisteren. Grote kans dat de muzikale vlinders ook bij jou gaan kriebelen. Erwin Zijleman