woensdag 18 juni 2014

Lana Del Rey - Ultraviolence

Dat roem in de popmuziek nog net wat vergankelijker is dan er buiten heeft Lana Del Rey ruim twee jaar geleden kunnen ervaren. Op basis van de briljante single Video Games voorspelde nagenoeg iedere popjournalist haar een buitengewoon zonnige toekomst. Maanden lang werd er vol verwachting of zelfs met onrealistisch hoge verwachtingen uitgekeken naar de debuutplaat van Lana Del Rey, maar toen Born To Die op een koude januaridag dan eindelijk in de winkel lag, gebeurde er niets. Helemaal niets. 

Het debuut van Lana Del Rey werd zo nu en dan verguisd, maar werd uiteindelijk vooral genegeerd. Ik heb er persoonlijk nooit iets van begrepen, want ik vond Born To Die een geweldige plaat. Natuurlijk waren niet alle tracks even goed en met name de weinig avontuurlijk electropop songs konden me gestolen worden, maar over het algemeen overtuigde Lana Del Rey toch met speels gemak en maakte ze een debuut dat uiteindelijk op zijn minst memorabel was. 

Aan het eind van datzelfde jaar maakte Lana Del Rey nog een keer indruk met de bijna tot een volwaardig album uitgegroeide EP Paradise, maar hierna bleef het lang stil rond de zangeres uit New York. Bijna uit het niets ligt nu de echte opvolger van Born To Die in de winkel. 

Rond Ultraviolence zal het waarschijnlijk niet heel lang stil blijven, want de nieuwe plaat van Lana Del Rey werd geproduceerd door Black Keys lid Dan Auerbach, die bij de critici nog steeds weinig kwaad kan doen. De combinatie Lana Del Rey en Dan Auerbach vond ik op het eerste gezicht een vreemde combinatie, maar de samenwerking tussen de twee pakt uitstekend uit. 

Dan Auerbach heeft goed aangevoeld wat de kracht van Lana Del Rey is en houdt haar dit keer ver weg van electropop met een hoog bubblegum gehalte. Op Ultraviolence regeert de pop-noir met een 60s feel waarmee Lana Del Rey een jaar of drie geleden de wereld veroverde, maar de plaat borduurt gelukkig niet eindeloos voort op, het overigens nog steeds briljante, Video Games. 

Dan Auerbach heeft Lana Del Rey voorzien van een net wat donkerder en rauwer geluid. Het is een geluid dat klinkt als een zich langzaam voortslepende versie van The Black Keys, met flink wat galm en hier en daar een stevige gitaaruithaal. Het is een geluid dat vervolgens voorzichtig is opgepoetst met elektronica, strijkers en nog wat meer galm, maar dat heel ver verwijderd blijft van de glossy productie van Born To Die. 

Het is een geluid dat uitstekend past bij het donkere en vaak wat weemoedige stemgeluid van Lana Del Rey. De unieke sfeer die Lana Del Rey wist op te roepen in Video Games keert terug op Ultraviolence, al wordt de jaren 60 nostalgie dit keer gecombineerd met dromerige soundscapes uit het heden. Ultraviolence is een plaat met een bijna bezwerende uitwerking. Het tempo ligt laag, wat zowel de muziek op de plaat als de stem van Lana Del Rey extra zeggingskracht geeft. 

Lana Del Rey liet zich op haar debuut nog af en toe leiden door het grote geld en dat kwam haar duur te staan. Op Ultraviolence doet ze, aan de hand van Dan Auerbach, haar eigen ding en sluit ze geen enkel compromis meer. Het pakt geweldig uit. 

Ultraviolence imponeert in muzikaal opzicht, zeker wanneer naar een climax wordt toegewerkt, maar ook in vocaal opzicht laat Lana Del Rey de nodige groei horen. Lana Del Rey klinkt hier en daar als Mazzy Star zangeres Hope Sandoval, maar heeft af en toe ook iets van Kate Bush, Tori Amos, Siouxsie Sioux en natuurlijk een heleboel van Lana Del Rey. Ook in tekstueel opzicht heeft Ultraviolence veel te bieden. Lana Del Rey was de afgelopen jaren niet altijd even gelukkig in de liefde en haalt nu uit naar de mannen die haar het leven zuur maakten. 

Ultraviolence is uiteindelijk geen makkelijke plaat. Lana Del Rey grossiert op haar nieuwe plaat niet in perfecte popsongs, maar kiest voor het avontuur en het overbrengen van een bepaalde, wat desolate, sfeer. Makkelijk of niet, voor mij was Ultraviolence ook weer snel onweerstaanbaar, net als het tweeënhalf jaar geleden zo verguisde Born To Die. Dat was een prima plaat, maar deze is nog beter. Erwin Zijleman