woensdag 30 april 2014

Emma Stevens - Enchanted

Ik hou wel van zware kost wanneer het gaat om popmuziek, maar zo af en toe wil ik het vederlicht. 

Dan verlang ik naar muziek die de zon laat schijnen. Muziek die klinkt als een mooie lentedag, muziek die smaakt als een fruitsalade met de meest exotische vruchten en muziek die je de wereld even door een roze bril laat zien. 

Het is muziek zoals die wordt gemaakt door Emma Stevens op haar debuut Enchanted. Het is muziek die klinkt als de cover van de plaat suggereert. 

Emma Stevens is een Britse multi-instrumentaliste die een plaat heeft gemaakt die zoeter en zachter is dan een berg marshmallows en frisser dan een briesje op de allereerste lentedag of een koud biertje na een dag op het strand. 

Opener en single Riptide maakt direct duidelijk wat Emma Stevens te bieden heeft. Een fris en aanstekelijk popliedje met een refrein dat je nooit meer vergeet en meisjesachtige vocalen die je genadeloos verleiden. Toch is het zeker geen 13 in een dozijn popliedje, want Emma Stevens doet steeds net wat extra wanneer het gaat om de instrumentatie en waarom zou je ook niet als je op een heel arsenaal aan instrumenten uit de voeten kan. 

Na Riptide volgen nog 13 perfecte popliedjes waarvan je onmiddellijk de zomer in je kop krijgt. Popliedjes die je doen verlangen naar dagen waarin je alleen maar naar de lucht hoeft te staren om vervolgens te constateren dat er geen wolkje te bekennen is. 

Het zijn popliedjes waarvoor menig muziekliefhebber waarschijnlijk zijn of haar neus zal ophalen. Het zijn popliedjes waarvoor ook ik lang niet altijd in de stemming ben, maar Enchanted van Emma Stevens kan ik niet weerstaan. Met geen mogelijkheid. 

Natuurlijk is ieder popliedje op Enchanted geschreven om een breed publiek te verleiden en natuurlijk zal je tevergeefs zoeken naar een ruw randje of een vleugje bitter. Emma Stevens maakt muziek zoals Vanessa Carlton die ooit maakte; honingzoet maar met inhoud. 

Emma Stevens gebruikt op Enchanted twee delen Britse folk en combineert deze met minstens acht delen pure pop. Het levert muziek op die het oor oppervlakkig streelt, maar deze Emma Stevens kan echt wel wat. Ze beschikt over een mooi helder stemgeluid dat zoals gezegd wat meisjesachtig klinkt en voorziet haar popliedjes steeds van een mooi verzorgd geluid. De popliedjes van Emma Stevens zijn rijkelijk versierd, maar toch klinkt Enchanted ook smaakvol en subtiel. 

Emma Stevens is in het Verenigd Koninkrijk omarmd door BBC 2 en dan weet je het eigenlijk wel. Enchanted is zo licht als een veertje, maar het is wel een veertje met prachtige kleuren dat bij iedere windvlaag weer enthousiast weg danst. Het debuut van Emma Stevens is zeker geen plaat voor alle gelegenheden, maar zo af en toe is het een cadeautje. Een heerlijk cadeautje. Erwin Zijleman

 

dinsdag 29 april 2014

Damon Albarn - Everyday Robots

Damon Albarn wordt door flink wat muziekliefhebbers gezien als een muzikaal genie, maar zelf heb ik tot dusver maar heel weinig met de muziek van de Brit. 

Kiezen tussen Blur en Oasis vond ik altijd een bijzonder makkelijke opgave (een handjevol aardige songs versus een aantal onbetwiste klassiekers), in de muziek van het zo bejubelde Gorillaz hoorde ik helemaal niets en ‘supergroepen’ The Good, The Bad & The Queen en Rocketjuice & The Moon werden wat mij betreft zwaar overschat. 

Damon Albarn’s solodebuut Mali Music was wel aardig, maar Albarn was zeker niet de eerste die de muzikale rijkdom van Mali ontdekte en was daarom lang niet zo vernieuwend als door nogal wat recensenten werd gesuggereerd. 

Aan Albarn’s opera ben ik twee jaar geleden niet eens begonnen en ik had daarom ook geen enkele verwachting met betrekking tot Everyday Robots. Dit blijkt echter een fantastische plaat die me in een paar dagen tijd volledig heeft betoverd. 

Op Everyday Robots manifesteert Damon Albarn zich als een briljant songwriter, die zomaar in de voetsporen kan treden van de groten uit de jaren 60, 70 en 80. Everyday Robots blinkt uit door geweldige popliedjes van een niveau dat Albarn wat mij betreft met Blur nooit heeft gehaald. Het zijn klassiek aandoende popliedjes die je na één keer horen voorgoed in het geheugen hebt opgeslagen, maar het zijn ook popliedjes die vol verrassende wendingen zitten. 

Damon Albarn verkende de afgelopen decennia de meest uiteenlopende muzikale uithoeken, maar op Everyday Robots valt alles op zijn plaats. Veel songs op Everyday Robots beginnen bij de muziek van Blur, die voor een belangrijk deel schatplichtig was aan die van The Kinks en The Jam. Deze songs zijn vervolgens voorzien van bijzondere accenten, die variëren van een piepende viool tot doeltreffende samples. 

Everyday Robots is een vooral ingetogen plaat, waarop Damon Albarn niet alleen als songwriter, maar ook als zanger meer overtuigd dan ooit. Everyday Robots bevat volop flarden uit het verleden, die in een aantal gevallen verder terug gaan dan de inspiratiebronnen van Blur en raken aan de Britse crooners uit de jaren 50, maar het is ook een plaat die stevig verankerd is in het heden. Enerzijds door de bijzondere instrumentatie en de gloedvolle productie (van Richard Russell, met wie Albarn twee jaar geleden de prima comback plaat van soulzanger Bobby Womack, The Bravest Man In the Universe, produceerde) en anderzijds door de vele invloeden die Albarn in zijn muziek heeft verwerkt.
Het zijn voor een belangrijk deel invloeden uit de rijke geschiedenis van de Britse rockmuziek, maar ook de invloeden die Albarn verwerkte in de muziek die hij in zijn leven na Blur maakte, hebben een plekje gekregen in de muziek op Everyday Robots, inclusief bijna klassieke invloeden en invloeden uit de Afrikaanse muziek. De unieke klanken van Brian Eno zijn de kers op de taart. 

Everyday Robots is een plaat die in één adem mag worden genoemd met de klassiekers van met name Ian Dury en Paul Weller, maar ik hoor ook veel van Elbow en zo kan ik nog wel wat grote namen noemen.

Uiteindelijk gaan alle credits echter naar Damon Albarn. Albarn heeft een plaat afgeleverd met geweldige songs vol verrassingen en ook nog eens de nodige persoonlijke en emotionele diepgang (zijn verslavingen uit het verleden staan centraal op de plaat). Ik was zoals gezegd nooit zo’n fan van Damon Albarn, maar deze plaat is echt geweldig. Het is nog vroeg, maar deze schrijf ik alvast op voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman 

 

maandag 28 april 2014

Ray LaMontagne - Supernova

Je zou maar een debuut als Trouble maken. Ray LaMontagne hikt er inmiddels een jaar of tien tegenaan en voert keer op keer een ongelijke strijd. Till The Sun Turns Black uit 2006 en Gossip Grain uit 2008 waren objectief beschouwd prima platen, die absoluut nieuwe wegen in probeerden te slaan, maar aan de vergelijking met het tot een klassieker uitgegroeide debuut ontsnapten ze met geen mogelijkheid. Objectief bekeken waren de tweede en derde plaat van Ray LaMontagne misschien zelfs wel beter dan Trouble, maar tegen de magie van het debuut konden ze niet op. Vier jaar geleden gooide Ray LaMontagne het over een andere boeg. Voor het eerst werkte hij zonder topproducer Ethan Johns en koos hij samen met zijn band The Pariah Dogs voor een rauwer geluid op God Willin’ & The Creek Don’t Rise. Wederom een prima plaat (die zelfs een Grammy in de wacht wist te slepen), al vond ik dit keer Trouble echt een klasse beter. Na een pauze van vier jaar keert Ray LaMontagne terug met Supernova. De plaat werd geproduceerd door Black Keys voorman Dan Auerbach, die Ray LaMontagne heeft voorzien van een wat lastig te plaatsen geluid. Het is een geluid dat wat meer mainstream lijkt dan de muziek die we van Ray LaMontagne gewend zijn, maar Ray LaMontagne is niet opeens een popzanger geworden. Supernova klinkt vooral een stuk psychedelischer dan zijn voorgangers. In de openingstrack zweef je zo mee terug naar de jaren 60 en dat is een periode waarin Supernova lange tijd blijft hangen. Ik vond het in eerste instantie een verrassende keuze, want in de zweverige en bij vlagen behoorlijk galmende productie van Dan Auerbach is de stem van Ray LaMontagne een stuk minder imposant dan op zijn vorige platen. Supernova klinkt meer dan eens als een psychedelische plaat van The Kinks of als een vergeten plaat van The Zombies en dat verwacht je niet van een rootsmuzikant als Ray LaMontagne. Hetzelfde geldt voor een aantal van de aanstekelijke popliedjes op de plaat, die zo lijken weggelopen uit een top 40 uit de jaren 70 en maar moeilijk zijn te relateren aan Ray LaMontagne. Na een paar keer horen vond ik Supernova een leuke plaat, maar baalde ik er eigenlijk van dat Ray LaMontagne hem heeft gemaakt. Van Ray LaMontagne verwacht ik immers rootsy popmuziek met zang die uit de tenen komt en overloopt van emotie en melancholie. Een beangstigende ervaring, want sinds wanneer bepaal ik wat voor muziek Ray LaMontagne moet maken. Dat bepaalt hij natuurlijk gewoon zelf en dit keer heeft hij gekozen voor een luchtigere plaat met toegankelijkere songs en een flinke dosis psychedelica. Een andere Ray LaMontagne dan we gewend zijn, maar als je daar eenmaal overheen bent is Supernova een erg lekkere plaat, zeker als de zon een beetje gaat schijnen en aan het eind toch ook nog een prachtig rootsliedje voorbij komt. Conclusie: luister vooral zelf en oordeel zeker niet te snel. Erwin Zijleman

 

zondag 27 april 2014

Vikesh Kapoor - The Ballad Of Willy Robbins

Vikesh Kapoor groeide op als zoon van Indiase immigranten in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Vanuit het hippe Portland, Oregon, timmert hij inmiddels al enige tijd aan de weg als singer-songwriter, maar met zijn debuut The Ballad Of Willy Robbins is Vikesh Kapoor klaar voor de verovering van de rest van de wereld. De jonge singer-songwriter doet dit met een plaat die je niet verwacht van iemand van zijn leeftijd en al helemaal niet van iemand van zijn afkomst. The Ballad Of Willy Robbins herinnert in meerdere opzichten aan de folky protestplaten zoals deze in de jaren 60 werden gemaakt. Vikesh Kapoor keert op The Ballad Of Willy Robbins terug naar de hoogtijdagen van Woodie Guthrie, Pete Seeger, Dave Van Ronk en een jonge Bob Dylan. Terug naar de tijd waarin de Amerikaanse folk floreerde in de wijk Greenwich Village in New York. Terug naar een periode waarin folk sober, akoestisch en vooral politiek geëngageerd was. The Ballad Of Willy Robbins is een conceptplaat over het leven van ene Willy Robbins. Robbins is een eenvoudige arbeider die hard wordt geraakt door alles wat er momenteel mis gaat in de Verenigde Staten. Willy Robbins strijdt tegen al het onrecht, maar verliest uiteindelijk alles wat hem lief is. Vikesh Kapoor vertelt niet alleen mooie en indringende verhalen, maar stelt ook zaken aan de kaak. The Ballad Of Willy Robbins hekelt de manier waarop in de Verenigde Staten met mensen met lage inkomens wordt omgegaan; net zoals zijn voorgangers in de jaren 60 schopten tegen alles wat fout zat en schreeuwden om rechtvaardigheid. In muzikaal en vocaal opzicht lijkt The Ballad Of Willy Robbins een plaat uit vervlogen tijden. Akoestische gitaar en aan Dylan herinnerende zang bepalen voor een belangrijk deel het geluid op de plaat. Slechts hier en daar zorgen piano, orgel, viool, mondharmonica en een pedal steel voor wat extra versiering, die de muziek van Vikesh Kapoor toch nog voorzichtig naar het heden haalt. In vocaal en muzikaal opzicht is het allemaal niet eens opzienbarend wat Vikesh Kapoor doet, maar in combinatie met de indringende verhalen en de passie waarmee Kapoor strijdt voor een betere wereld, wordt The Ballad Of Willy Robbins een plaat die je niet kunt of mag negeren. In eerste instantie heb ik erg moeten wennen aan deze plaat. Bij eerste beluistering vond ik het allemaal wel erg ouderwets klinken en, mede omdat ik me niet in de teksten had verdiept, ontging me de urgentie. Wanneer je je eenmaal onderdompelt in de wereld van Willy Robbins is het debuut van Vikesh Kapoor een plaat met een enorme impact en dringt de vergelijking met Springsteen’s prachtige Nebraska zich op. Inmiddels koester ik de plaat van Vikesh Kapoor, ook wanneer ik de teksten even negeer. Het is iets dat absoluut navolging verdient. Prachtplaat. Punt. Erwin Zijleman

 

zaterdag 26 april 2014

Ali Holder - In Preparation For Saturn's Return

Zoals zo vaak de afgelopen jaren heeft mijn zoektocht naar minder bekend of zelfs miskend talent in het rootssegment me naar Austin, Texas, gebracht. Het is de thuisbasis van Ali Holder, die met In Preparation For Saturn’s Return een opvallend sterk debuut heeft afgeleverd. Dit debuut ontleent zijn kracht voor een belangrijk deel aan de mooie en krachtige stem van Ali Holder, maar dit is zeker niet het enige sterke wapen dat de Texaanse singer-songwriter in zet. De openingstrack van In Preparation For Saturn’s Return laat direct horen wat Ali Holder in huis heeft. Mooie bluesy gitaarlijnen worden afwisselend begeleid door een melancholische viool (van Phoebe Hunt) en soulvolle blazers. Hierbij komt een loom spelende ritmesectie en vervolgens de krachtige en licht rokerige strot van Ali Holder. De stem is bijzonder, de instrumentatie is bijzonder, maar hier blijft het niet bij. De songs van Ali Holder beginnen bij de folk, maar slepen er vervolgens invloeden uit de country, blues, soul, jazz, bluegrass en Zuidelijke rhythm & blues bij. Als in de openingstrack alle instrumenten samen komen waan je je even in New Orleans, maar Ali Holder sleept je vervolgens net zo makkelijk naar een kroeg in Austin als naar een veranda aan de oever van de Mississippi (waar de plaat werd opgenomen) of zelfs naar de duizenden kilometers noordelijker gelegen Appalachen. Ali Holder heeft met In Preparation For Saturn’s Return een plaat gemaakt waar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek onmiddellijk verliefd op zullen worden. Het is een plaat die zich wat mij betreft lastig laat vergelijken met platen van anderen. Heel af en toe hoor ik wat van Lucinda Williams of Mary Gauthier, nog minder vaak wat van Gillian Welch, maar de muziek van Ali Holder klinkt over het algemeen toch duidelijk anders dan die van haar collega’s in het rootssegment. Ali Holder beschikt over een duidelijk eigen geluid en het is een geluid dat naar veel meer smaakt. De singer-songwriter uit Austin combineert op eigen wijze lome bluesy muziek met andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en slaagt er in om songs te schrijven die makkelijk indruk maken. Na een paar minuten wist ik eigenlijk al dat dit een plaat is om te koesteren en dit gevoel is sindsdien eigenlijk alleen maar sterker geworden. Wanneer Ali Holder de blazers verruild voor een weemoedig klinkende pedal steel, en dat doet ze op het grootste deel van de plaat, schuift ze op in de richting van de grote zangeressen in het folk en country segment, maar het is al snel duidelijk dat In Preparation For Saturn’s Return veel meer doet dan het voortborduren op een inmiddels bekend geluid. Het debuut van Ali Holder is een veelkleurige en fascinerende rootsplaat die tradities in ere houdt, maar ook niet bang is voor nieuwe wegen. Het is een rootsplaat van een nog jonge singer-songwriter die al verrassend doorleefd en veelzijdig klinkt. Later dit jaar mogelijk te bewonderen op de Nederlandse podia en dat is nu al iets om zeer naar uit te kijken. Tot die tijd vermaak ik me met het mooie en bijzondere In Preparation For Saturn’s Return, dat ik nu al schaar onder de parels die ik op de krenten uit de pop zaterdagen heb besproken. Erwin Zijleman

In Preparation For Saturn’s Retun van Ali Holder ligt niet in Nederland in de winkel, maar kan wel worden verkregen via haar bandcamp pagina (http://aliholder.bandcamp.com). 

 

vrijdag 25 april 2014

Cloud Nothings - Here And Nowhere Else

Na alle zware singer-songwriter platen van de laatste dagen ben ik wel weer eens toe aan een lekkere gitaarplaat zonder al te veel pretenties en poespas. De lekkerste van de laatste tijd komt wat mij betreft van Cloud Nothings. Dat is op zich geen verrassing, want de band uit Cleveland, Ohio, verraste als drie keer eerder met een prima gitaarplaat, met het twee jaar geleden verschenen Attack On Memory als voorlopig hoogtepunt. Het onlangs verschenen Here And Nowhere Else borduurt voor een belangrijk deel voort op Attack On Memory, maar is als je het mij vraagt weer net wat beter. Cloud Nothings volgt op haar nieuwe plaat deels het bekende recept. Ook op haar nieuwe plaat heeft Cloud Nothings genoeg aan acht songs en een minuut of 30 en domineren lekkere stevige en rauwe gitaarsongs. Here And Nowhere Else is stevig geïnspireerd door de inmiddels tot klassiekers uitgegroeide platen van Nirvana, grijpt terug op de gloriedagen van legendarische bands als The Replacements en Hüsker Dü en heeft de ruwe aanstekelijkheid van het vroegere werk van Green Day. Waar veel bandjes na het bereiken van enige status of succes kiezen voor een wat gepolijster geluid, doet Cloud Nothings precies het omgekeerde. Here And Nowhere Else is een stuk rauwer en steviger dan zijn voorganger en heeft invloeden uit de grunge deels ingeruild voor een punky attitude. De muziek van Cloud Nothings rammelt aan alle kanten, maar de omarmde invloeden uit de lo-fi maken de muziek van de band wat mij betreft alleen maar krachtiger en onweerstaanbaarder. Zanger en voorman Dylan Baldi (feitelijk het enige permanente lid van de band) gooit het tempo er stevig in en schreeuwt en spuugt zijn teksten in de microfoon. Baldi was altijd al een ‘angry young man’, maar zo rauw en punky als op Here And Nowhere Else klonk hij nog niet. Het geeft de nieuwe plaat van Cloud Nothings een ongelooflijke hoeveelheid energie. Here And Nowhere Else van Cloud Nothings is geen plaat om veel woorden aan vuil te maken. Met diepere beschouwingen doe je deze plaat immers alleen maar te kort. Met Here And Nowhere Else heeft Cloud Nothings nog maar eens een plaat gemaakt die aankomt als een mokerslag. Nog net wat harder en smeriger dan de vorige keer, maar het effect is hetzelfde. Na een half uur wil je alleen maar meer. Veel meer. Keer op keer. Erwin Zijleman

 

donderdag 24 april 2014

Margriet Sjoerdsma - A Tribute To Eva Cassidy

Laat ik eerlijk zijn. Toen ik voor het eerst hoorde van het plan van Margriet Sjoerdsma om een eerbetoon aan Eva Cassidy te maken, vond ik dit een onzinnig of zelfs volslagen idioot plan. De Amerikaanse singer-songwriter Eva Cassidy overleed in 1996. Ze was pas 33 jaar en stond aan het begin van een mooie carrière. Toen Eva Cassidy in de winter van 1996 overleed was er nog geen plaat van haar verschenen. Sinds haar dood verscheen een handvol platen, stuk voor stuk een postuum eerbetoon aan deze unieke zangeres. Waarom zou je hier als Nederlandse zangeres nog een eerbetoon aan toe willen voegen. De stem van Eva Cassidy is uniek en van een ongekende zuiverheid en schoonheid, wat het maken van een eerbetoon bij voorbaat tot een vrijwel kansloze missie maakt. Ook van het eren van de songs van Eva Cassidy is geen sprake, want de Amerikaanse vertolkte in de jaren voor haar trieste dood vrijwel uitsluitend songs van anderen. Waarom staat A Tribute To Eva Cassidy van Margriet Sjoerdsma dan toch op de krenten uit de pop? Dat is eenvoudig. Op voorhand was er misschien wel iets aan te merken op het plan van Margriet Sjoerdsma, maar het resultaat mag er zijn. Sterker nog, A Tribute To Eva Cassidy van Margriet Sjoerdsma is een wonderschone plaat, die uiteindelijk op onverwachte wijze het werk van de afgelopen jaren toch weer wat vergeten Eva Cassidy eert. Op haar eerbetoon aan Eva Cassidy laat Margriet Sjoerdsma zich bijstaan door Dan Cassidy; de broer van Eva die ook te horen was op een aantal van haar later verschenen platen. Dan voorziet een aantal songs van fraai vioolspel, dat prachtig kleurt bij het mooie en afwisselende gitaar en dobro spel op de plaat. Naast een stemmige bas moeten we het verder alleen doen met de stem van Margriet Sjoerdsma, maar dat is zeker geen straf. Margriet Sjoerdsma beschikt net als Eva Cassidy over een mooie heldere stem, maar ze probeert gelukkig nergens als Eva Cassidy te klinken. Ook de instrumentatie klinkt anders dan op de platen van Eva Cassidy. Het geluid van Margriet Sjoerdsma is wat traditioneler, ingetogener en rootsier en klinkt buitengewoon stemmig en verzorgd. Ook op de songkeuze van Margriet Sjoerdsma valt weinig aan te merken. Ze kiest voor een aantal songs die inmiddels vrijwel onlosmakelijk met Eva Cassidy zijn verbonden als Cindy Lauper’s Time After Time en Fields Of Gold van Sting, maar ze is ook niet bang voor wat minder bekende songs uit het repertoire van Eva Cassidy. A Tribute To Eva Cassidy doet uiteindelijk geen poging om te klinken als Eva Cassidy, maar eert haar vermogen om met haar stem en emotie in de songs van anderen te kruipen en deze songs vervolgens eigen te maken. Eva Cassidy kon dit als geen ander, maar ook Margriet Sjoerdsma slaagt hier glansrijk in. Net als de platen van Eva Cassidy zorgt dit eerbetoon aan de betreurde zangeres daarom voor kippenvel, bezinning en emotie. Ik had op voorhand flink wat twijfels, maar Margriet Sjoerdsma heeft ze allemaal weggenomen en heeft dit bovendien gedaan op even imposante als emotievolle wijze. Prachtige plaat en een mooi eerbetoon aan een unieke zangeres. Erwin Zijleman

 

woensdag 23 april 2014

Rebecca Loebe - Circus Heart

Niets is leuker dan totaal verrast te worden door een nog onbekende muzikant. Het gebeurde me vorige week in de Leidse Qbus op de avond dat de door mij al vele malen geprezen Amanda Pearcy daar op het podium stond. Eerder op de avond betrad ene Rebecca Loebe het podium en dit bleek een bijzonder geval. Rebecca Loebe groeide op in het Zuiden van de Verenigde Staten, tot ze op haar 17e naar Boston verhuisde om daar aan het roemruchte Berklee College of Music te gaan studeren. Na haar afstuderen keerde Rebecca terug naar het Zuiden van de VS en kwam ze uiteindelijk terecht in Austin, Texas. Daar timmert Rebecca Loebe (ze zal inmiddels tegen de 30 zijn) inmiddels al een jaar of tien aan de weg als singer-songwriter, met in 2011 een verhaal dat past in een mooi jongens of meisjesboek. In dat jaar werd Loebe gevraagd om mee te doen aan het eerste seizoen van het op dat moment in Nederland al zeer succesvolle (en bedachte) The Voice. Rebecca Loebe verwachtte er niets van, maar vertrok toch richting L.A. om daar een bijzondere versie van Nirvana’s Come As You Are neer te zetten. Wat Rebecca Loebe totaal niet had verwacht gebeurde: twee stoelen draaiden om. Uiteindelijk kwam Rebecca Loebe terecht in het team van Maroon 5 zanger Adam Levine (die ik vooral ken van het verhaal dat hij lang had uitgezien naar het moment dat zijn verovering Maria Sjarapova in zijn bed zou belanden om er vervolgens achter te komen dat ze in bed heel wat minder luidruchtig en actief was dan op de tennisbaan). Rebecca Loeb vloog na een eveneens fraaie vertolking van Radiohead’s Creep uit The Voice en werd weer de Rebecca Loebe die ze nu nog steeds is. Live was ik zeer onder de indruk van haar alleen met akoestische gitaar uitgevoerde songs en vooral van de bijzonder mooie en veelzijdige stem van de Amerikaanse. Die stem speelt ook op het vorig jaar verschenen Circus Heart een bijzondere rol. Circus Heart is voorzien van een bij vlagen zeer uitbundige productie, waardoor een aantal van de prachtige popliedjes de intimiteit van de live-versies missen, maar desondanks is Circus Heart een plaat die me weet te raken en te betoveren. Rebecca Loebe beschikt over een prachtige stem die zowel zoet en meisjesachtig als donker en doorleefd kan klinken en ze beschikt bovendien over het vermogen om over alles (hoe triviaal dan ook) een mooi verhaal te schrijven. De meeste songs op haar plaat zijn opgewekt en betrekkelijk lichtvoetig, maar ook het leven van een getalenteerde singer-songwriter als Rebecca Loebe gaat wel eens niet over rozen. Circus Heart is uiteindelijk een singer-songwriter plaat die het goed zal doen bij de liefhebbers van het genre die niet vies zijn van een vleugje pop (en daar reken ik mezelf zeker toe). Als ik luister naar deze plaat begrijp ik niet dat Rebecca Loebe niet al lang veel bekender is (zeker gezien de wetenschap dat miljoenen Amerikanen haar aan het werk hebben gezien bij The Voice). Als ik naar Rebecca Loebe luister hoop ik niet alleen dat ze snel met een volgende plaat op de proppen komt, maar hoop ik ook dat ze de volgende keer kiest voor een bonus-cd waarop het moderner klinkende geluid wordt ingeruild voor een traditioneler rootsgeluid. Met een klassieke of in ieder geval klassiek aandoende rootsplaat maakt deze talentvolle dame waarschijnlijk nog veel meer indruk, zeker omdat haar stem de afgelopen jaren alleen maar mooier is geworden (haar inmiddels al uit een aantal cd’s bestaande oeuvre is te beluisteren via Spotify) en haar verhalen nog meer tot de verbeelding spreken. Tot die tijd koester ik het aangename, sprankelende en met enige regelmaat betoverende Circus Heart. Dat heeft Rebecca Loebe in minder dan een week voor elkaar gekregen en dat is bijzonder. Erwin Zijleman

   

dinsdag 22 april 2014

Smoke Fairies - Smoke Fairies

Smoke Fairies, het Britse duo bestaande uit Katherine Blamire en Jessica Davies, wist me een jaar of vier geleden compleet in te pakken met het fraaie Through Low Light And Trees. Op deze plaat begon het tweetal bij de Britse folk uit de jaren 70, maar sleepte het er zoveel invloeden bij dat het predicaat Britse folk uiteindelijk maar slechts ten dele van toepassing bleek. Ik zie nu pas dat Smoke Fairies twee jaar geleden al met de opvolger van Through Low Light And Trees op de proppen kwam (Blood Speaks), maar deze plaat is me om onduidelijke redenen ontgaan. Daar ga ik me in een later stadium nog wel eens druk om maken, want onlangs verscheen de titelloze vierde plaat van het Britse duo, dat de afgelopen jaren ook veel tijd heeft doorgebracht in de Verenigde Staten en Canada. Of het daar mee te maken heeft weet ik niet, maar de vierde plaat van Smoke Fairies klinkt nog een stuk minder Brits dan de plaat die ik vier jaar geleden op deze BLOG omarmde. De veelzijdigheid is gelukkig gebleven. De plaat opent met een track die herinnert aan Californische pop uit de jaren 70, maar kiest vervolgens voor een donker geluid waarin stemmige elektronica een fraaie ondergrond biedt voor de mooie stemmen van het tweetal. Ook dit geluid wordt niet vast gehouden, want Smoke Fairies citeert ook uit de wereldvreemde 80s pop van het 4AD label, uit het oeuvre van Kate Bush, om vervolgens toch weer terug te keren naar de Amerikaanse popmuziek uit met name de jaren 70. Smoke Fairies is niet vies van pure pop, houdt van folky songs, schuwt uitstapjes richting rock niet en overgiet haar toch al zo bijzondere muziek graag met een psychedelisch sausje. De veelzijdige instrumentatie kleurt steeds weer prachtig bij de mooie stemmen van Katherine Blamire en Jessica Davies, waarbij het niet zoveel uit maakt of wordt gekozen voor organische instrumenten of elektronica. Het zijn stemmen die het zonder de hulp van de ander redden, die elkaar fraai kunnen versterken of die kunnen worden gecombineerd in harmonieën die toch weer herinneren aan de hoogtijdagen van de Britse folk. Smoke Fairies haalt haar invloeden uit een aantal decennia popmuziek, maar slaagt er ook bijna altijd in om eigentijds te klinken. Het maakt van de vierde plaat van het duo een legpuzzel die weinig houvast lijkt te bieden, maar uiteindelijk passen de stukjes op meerdere manieren in elkaar. Het siert het duo dat het niet alleen kiest voor de toegankelijke popmuziek die zomaar een breed publiek zou kunnen veroveren, maar dat het ook steeds andere wegen in slaat. Ik vind het daarom bijna onmogelijk om deze plaat in een hokje te duwen en ook vergelijken is lastig, al is het maar omdat niets heel lang stand houdt. Het is knap hoe Smoke Fairies steeds weer anders weet te klinken, maar uiteindelijk toch een consistente plaat aflevert. Het is een plaat die op heel veel manieren overtuigt en je daarom snel dierbaar wordt, ook al is het niet altijd even makkelijk om deze plaat te voorzien van het juiste etiket, al is dat meer een probleem voor de criticus dan voor de luisteraar. Erwin Zijleman

 

maandag 21 april 2014

Eels - The Cautionary Tales of Mark Oliver Everett

Het is knap hoe Mark Oliver Everett inmiddels al 18 jaar prachtige platen weet te maken als Eels. Het zijn platen die altijd zullen worden vergeleken met het niet te overtreffen debuut Beautiful Freak uit 1996, maar iedere keer ben ik weer verbaasd hoe dichtbij Mark Oliver Everett, ook bekend als E, komt. Dat deed hij vorig jaar met het verrassend veelzijdige en dynamische Wonderfoul, Glorious en dat doet hij nu met het meer ingetogen The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett. The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett is naar verluid een zeer persoonlijke plaat, maar persoonlijk zie ik in de teksten niet zoveel met zijn vorige platen, waarbij ook al flink wat persoonlijk leed voorbij kwam. Vergeleken met het bij vlagen rockende of zelfs funky Wonderful, Glorious, kiest The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett vooral voor zeer ingetogen en over het algemeen melancholisch en stemmig klinkende songs. Akoestische gitaar, incidenteel breed uitwaaierende elektrische gitaren, piano en strijkers bepalen voor een belangrijk deel het geluid op de nieuwe plaat van Eels. The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett lijkt een plaat zonder opsmuk, maar dit is deels schijn. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de fraaie instrumentatie en ook de zang op de plaat is mooi verzorgd. Na het uitbundige Wonderful, Glorious lijkt The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett in eerste instantie een erg sobere en sombere plaat, maar dat valt erg mee. Op de nieuwe plaat van Eels domineren weliswaar de meer ingetogen en zich in een lager tempo voortslepende songs, maar iedere song klinkt net wat anders en bovendien is er ook op deze plaat beperkt ruimte voor een meer uptempo en wat vrolijkere klanken. The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett grijpt, meer dan de afgelopen paar platen, terug op het vroege werk van Eels. Hier en daar hoor ik flink wat van Beautiful Freak, maar het uit 2005 stammende Blinking Lights And Other Revelations biedt misschien nog wel meer aanknopingspunten. Mark Oliver Everett heeft in het verleden al zo vaak verrast met bijzondere muziek dat dit inmiddels bijna onmogelijk is, maar toch is ook de nieuwe plaat van Eels zeker geen herhalingsoefening. Hoewel ik best gecharmeerd was van de wat stevigere en voller klinkende platen die Eels de afgelopen jaren uitbracht, vond ik The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett direct bij eerste beluistering al beter. En in de afgelopen week is de nieuwe plaat van Eels zeker niet slechter geworden. In tekstueel opzicht komt er ook dit keer het nodige levensleed voorbij, maar de nieuwe Eels komt op mij zeker niet over als een deprimerende plaat. Met name de songs waarin Mark Oliver Everett zich vooral door piano laat begeleiden zijn van een enorme schoonheid en doen hier en daar wat denken aan het vroege werk van Tom Waits. Op de lichtvoetigere voorganger liet E de teugels af en toe vieren en kreeg je ook als luisteraar wat meer lucht, maar The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett is weer een plaat die je eigenlijk continu bij de strot grijpt. E heeft naar eigen zeggen een beangstigend persoonlijke plaat afgeleverd. Het is een plaat die veel meer impact heeft dan de vorige platen van Eels (die ook zeker niet slecht waren). Beautiful Freak wordt ook dit keer niet overtreffen, maar het stemmige en weemoedige The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett komt soms angstig dichtbij. Prachtplaat. Erwin Zijleman

 

zondag 20 april 2014

Rodney Crowell - Tarpaper Sky

De Amerikaanse singer-songwriter Rodney Crowell zou zo langzamerhand toch een grootheid in het genre moeten zijn, maar desondanks lees ik veel te weinig over de man’s nieuwe plaat Tarpaper Sky. Rodney Crowell werd geboren in 1950 en maakt sinds het eind van de jaren 70 muziek. Crowell heeft de pech dat hij in de jaren 80 en 90 moest opboksen tegen de gevestigde namen in het genre en bovendien in een periode waarin Amerikaanse rootsmuziek beduidend minder aandacht en waardering kreeg dan op het moment. Veel van de betere platen van Rodney Crowell ontbreken daarom in menige platenkast, waaronder de mijne. Ik heb Rodney Crowell zelf pas ontdekt via het geweldige The Houston Kid uit 2001, maar moet direct bekennen dat ik Crowell pas vorig jaar weer oppikte, toen het fraaie, samen met Emmylou Harris (voor wie Crowell in  het verleden werkte als gitarist en songwriter) gemaakte, Old Yellow Moon verscheen. Old Yellow Moon werd vorig jaar overladen met positieve recensies en dat was net zozeer de verdienste van Rodney Crowell als de verdienste van de wel in brede kring omarmde Emmylou Harris. Op Tarpaper Sky moet Rodney Crowell het weer in zijn uppie en met aanzienlijk minder aandacht doen. Dat laatste is natuurlijk jammer, maar in het eerste slaagt hij glansrijk. Rodney Crowell omringt zich op Tarpaper Sky met de muzikanten waarmee hij al decennia speelt, waardoor de plaat hecht en geïnspireerd klinkt. Crowell is een uitstekend songwriter en heeft zich bovendien ontwikkeld tot een prima zanger. De songs van Rodney Crowell waren in het verleden vaak veelzijdig en dat geldt ook weer voor de songs op Tarpaper Sky. Crowell kan uit de voeten met rootsrock waarvoor Springsteen zich zeker niet zou schamen, maakt ingetogen en doorleefde rootsmuziek met invloeden uit de folk en de country, grijpt terug op de rock ’n roll en rockabilly uit de jaren 50, kan Johnny Cash naar de kroon steken in een ballad die je bij de strot grijpt of verleidt met een prachtig duet met miskend talent Shannon McNally. De muzikanten die Rodney Crowell op Tarpaper Sky omringen zetten een prachtig warm geluid neer en dit geluid past prima bij de mooie stem van Rodney Crowell. Crowell begint de pensioengerechtigde leeftijd te naderen en dat hoor je. Zijn stembanden hebben inmiddels een ruw randje en een net wat minder groot bereik, maar dit maakt de stem van de singer-songwriter uit Houston, Texas, eigenlijk alleen maar mooier en indringender. Wanneer ik Tarpaper Sky beluister, begrijp ik niet dat Rodney Crowell niet al lang is omarmd als een van de aanvoerders van de rootsmuzikanten van zijn generatie. Crowell schrijft songs die je direct weten te raken en die je direct bij blijven en hij vertolkt ze stuk voor stuk met hart en ziel. Tarpaper Sky is hierdoor een rootsplaat van een niveau waarvan de meeste jonkies alleen maar kunnen dromen en een niveau dat de meeste van zijn generatiegenoten al lang niet meer weten te benaderen. Na één keer horen was ik verkocht en sindsdien is Tarpaper Sky eigenlijk alleen maar beter en imposanter geworden. Ik geef direct toe dat ik de muziek van Rodney Crowell zelf ook lang niet altijd op de juiste waarde heb geschat, maar na Tarpaper Sky laat ik Rodney Crowell niet meer los. Dat zouden meer liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek moeten doen. Erwin Zijleman

 

zaterdag 19 april 2014

Gunther Brown - Good Nights For Daydreams

Wekelijks weten nog altijd meerdere platen van beginnende rootsmuzikanten uit alle uithoeken van de Verenigde Staten (en ver daarbuiten) mijn brievenbus te vinden. Hiertussen nog steeds de nodige parels, waarvan deze week Good Nights For Daydreams van de band Gunther Brown centraal staat. Gunther Brown is een band uit Portland, Maine, en Good Nights For Daydreams is het debuut van de band. Het is een debuut waarin ik eigenlijk direct wel iets hoorde, maar echt dierbaar werd de plaat me pas na een aantal keren horen. Gunther Brown maakt op haar debuut Americana die zowel traditioneel als modern kan klinken. De wat meer traditioneel klinkende songs sluiten aan bij muziek uit vervlogen tijden en met name de jaren 70, terwijl Gunther Brown in de wat meer eigentijds klinkende songs een geluid neer zet dat twee delen alt-country vermengt met één deel 90s indie-rock. Gunther Brown maakt rootsmuziek waarin de gitaren domineren en waarin de popsong met een kop en een staart centraal staat. Het gitaarwerk op de plaat is mooi en afwisselend en contrasteert steeds weer prachtig met de licht gruizige stem van zanger Pete Dubuc. De muziek van Gunther Brown raakt met enige regelmaat aan die van alt-country pioniers als Uncle Tupelo en The Jayhawks, maar raakt ook aan die van bands als R.E.M. en Buffalo Tom (een persoonlijke favoriet uit de jaren 90). Good Nights For Daydreams verrast met songs die direct vertrouwd aanvoelen en vervolgens nog een flinke tijd doorgroeien. Wat de muziek van Gunther Brown zo aangenaam en aantrekkelijk maakt is dat je het ene moment in de countryrock scene van de jaren 70 zit, het volgende moment terecht komt in de hoogtijdagen van de American Underground om vervolgens te eindigen in de indie-rock uit de late jaren 90. Gunther Brown smeedt meerdere invloeden aan elkaar in een geluid dat weliswaar vertrouwd klinkt, maar toch ook eigenzinnig is. Waar de meeste bands hun beste songs vooraan op de plaat zetten, zijn het de songs van Gunther Brown op de tweede helft van de plaat die het meest met me doen. Gunther Brown neemt dan net wat meer gas terug en betovert met bloedmooie rootsliedjes die zowel lieflijk als rauw kunnen klinken. Gunther Brown is een beginnende band, maar het debuut van de band klinkt gloedvol en volwassen. Zeker als de band kiest voor lome songs met een zich langzaam voortslepende ritmesectie, mooi vol klinkende gitaarlijnen en een stem waarin schuurpapier en emotie precies in evenwicht zijn, is Good Nights For Daydreams nauwelijks te weerstaan en mag de band dagdromen over een glanzende carrière  binnen en buiten de vaste grenzen van de Amerikaanse rootsmuziek. Zeker luisteren dus naar deze fraai glanzende parel uit de minder bekende hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek. Ik weet bijna zeker dat je er geen spijt van krijgt. Erwin Zijleman

Good Nights For Daydreams ligt nog niet in Nederland in de winkel. Voor een fysiek exemplaar kun terecht bij deze Amerikaanse speciaalzaak: http://www.bullmoose.com/p/16084336/gunther-brown-good-nights-for-daydreams-local. Voor een digitale versie kun je onder andere terecht op: http://nl.7digital.com/artist/gunther-brown/release/good-nights-for-daydreams

 

vrijdag 18 april 2014

Ziggy Marley - Fly Rasta

Ik ben zeker geen reggae kenner en ook geen heel groot liefhebber van het genre. Ik heb wat cruciale platen in het genre van onder andere Black Uhuru, Steel Pulse, Peter Tosh en natuurlijk Bob Marley in de kast staan, maar ging er tot dusver van uit dat dit ook wel genoeg is. Min of meer bij toeval kreeg ik Fly Rasta, de nieuwe plaat van Ziggy Marley in handen. De oudste zoon van Bob Marley heeft, toch wel enigszins tot mijn verrassing inmiddels al een enorme stapel platen op zijn naam staan (deels solo en deels met The Melody Makers), maar Fly Rasta is de eerste die ik beluister. Fly Rasta bevalt me tot dusver uitstekend. Enerzijds omdat de zonnige klanken de gevoelstemperatuur met enkele graden laten stijgen en anderzijds omdat Ziggy Marley een reggae plaat heeft gemaakt die afwijkt van alle andere reggae platen die ik in de kast heb staan. Ik ging er tot dusver van uit dat de ontwikkelingen binnen de reggae niet erg hard gingen, maar er blijkt wel degelijk een moderne reggae variant te bestaan. Ziggy Marley maakt heel af en toe reggae zoals zijn vader deze inmiddels al weer decennia geleden maakte, maar de meeste tracks op Fly Rasta klinken veel moderner dan de reggae muziek van de oude meesters. Ziggy Marley vermengt zijn reggae met allerlei andere invloeden uit met name de zwarte muziek (soul, funk) en de pop en rock. Hierin is niet altijd plaats voor de zo kenmerkende ingrediënten van de reggae muziek als het lome ritme, de repeterende gitaar en keyboard loopjes en de zo herkenbare percussie en in een aantal andere gevallen zijn deze ingrediënten verstopt of vooral op de achtergrond aanwezig. Ziggy Marley verloochent zijn afkomst zeker niet, maar staat ook nadrukkelijk open voor invloeden uit andere genres, waardoor Fly Rasta een veelkleurige smeltkroes vol zonnige muziek is. Omdat ik niet erg thuis ben in de moderne reggae muziek, is het lastig om Fly Rasta op de juiste waarde te schatten, maar zo lang ik heel vrolijk word van een plaat en deze me het gevoel geeft dat het tien graden warmer is dan het werkelijk is, maak ik me daar absoluut niet druk om. Ziggy Marley verrast op Fly Rasta niet alleen met fris klinkende songs, maar ook met prima soulvolle vocalen die fraai worden ondersteund door vrouwelijke zangeressen uit de Marley clan. De mooie en veelzijdige instrumentatie en de glanzende productie van Dave Cooley (bekend van J Dilla, Silversun Pickups, Madlib) doen de rest. De muzikale erfenis van de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek wordt vrijwel zonder uitzondering maar zeer matig behartigd, maar Ziggy Marley laat met deze plaat horen dat de muzikale erfenis van vader Bob bij hem in goede handen is. Fly Rasta is een bijzonder leuke plaat en zeker niet alleen voor de echte reggae liefhebber. Erwin Zijleman

 

donderdag 17 april 2014

Thus Owls - Turning Rocks

Thus Owls is een Canadees-Zweeds man-vrouw duo dat bestaat uit gitarist Simon Angell en zijn vrouw Erika Angell. Simon Angell speelde in het verleden gitaar bij Patrick Watson, terwijl Erika (achternaam onbekend) in Scandinavië aan de weg timmerde als zangeres. Het duo maakte al een tweetal behoorlijk experimentele platen (als Thus:Owls) maar daar kon ik niet zo heel veel mee. Ook met plaat nummer drie, het onlangs verschenen Turning Rocks, heb ik het lange tijd niet makkelijk gehad, al is de plaat een stuk toegankelijker dan de vorige twee platen van het Canadees-Zweedse duo. In de openingstrack van Turning Rocks klinkt Thus Owls nadrukkelijk als Kate Bush in haar meer experimentele dagen, terwijl ik in de tracks die volgden enige tijd associaties had met de muziek van Beach House. Dat is allebei al geen lichte kost, maar Thus Owls biedt me uiteindelijk nog minder houvast. Natuurlijk is Turning Rocks vergeleken met de vorige platen van de band een redelijk toegankelijke plaat. De nauwelijks te doorgronden jazzy invloeden uit het verleden hebben plaats gemaakt voor een vaak wat zwaar aangezet geluid, maar dit is een geluid dat nog altijd ver verwijderd is van de mainstream. Heel af en toe komt Thus Owls met een bijna toegankelijk popliedje op de proppen, maar de songs met net wat meer avontuur domineren en als het al toegankelijk is ligt een verrassende wending altijd op de loer. Ik geef eerlijk toe dat ik het in eerste instantie allemaal net wat teveel van het goede vond. Een te volle instrumentatie, net wat te zwaar aangezette vocalen en songs die me net wat te vaak op het verkeerde been zetten. Turning Rocks was, in ieder geval voor mij, een plaat waaraan je moet wennen. Waar ik het in eerste instantie teveel van alles vond, begin ik het bijzondere geluid van Thus Owls inmiddels te koesteren en geniet ik van de vele details. Op Turning Rocks kijkt Erika Angell terug op haar jeugd in Zweden, maar de plaat sluit toch meer aan op de fascinerende muziek scene van Montreal (waar de plaat werd opgenomen) dan op de muziek van de vele Zweedse ijsprinsessen die Erika Angell voor gingen. De instrumentatie op de plaat is zoals gezegd opvallend vol, maar zeker wanneer je de plaat met aandacht of lekker hard beluisterd zijn de vele lagen in de muziek van Thus Owls vrij makkelijk te ontrafelen en valt op hoe fraai het gitaarwerk is, hoe duister de elektronica wordt ingezet, hoe betoverend de antieke orgeltjes klinken en hoe indringend en veelzijdig Erika Angell zingt. Wat mij uiteindelijk vooral fascineert in de muziek van Thus Owls is enorme dynamiek in de muziek van het tweetal. Thus Owls kan binnen een paar seconden schakelen tussen zware bombast en bijna lome klanken en weer terug en doet dit op bijna organische wijze. Turning Rocks is absoluut een plaat die in eerste instantie energie vreet, maar wanneer de eerste helft van de puzzelstukjes op zijn plaats is gevallen geeft de plaat ook rust en energie. Voor de liefhebbers van de platen van Thus:Owls zal Turning Rocks even slikken zijn, maar liefhebbers van niet alledaagse muziek met een flinke dosis bombast hebben er zomaar een favoriete band bij. Mijn advies: wees geduldig met deze plaat. Ik had zelf flink wat luisterbeurten nodig om in de ban van Thus Owls te raken, maar inmiddels zou ik deze fascinerende en behoorlijk overweldigende plaat niet meer willen missen. Erwin Zijleman

  

woensdag 16 april 2014

Liz Green - Haul Away!

O, Devotion! van de Britse singer-songwriter Liz Green was drie jaar geleden een hele bijzondere plaat. Op haar debuut verenigde Liz Green stokoude muziek uit de Amerikaanse Appalachen met al even antieke muziek uit de Amerikaanse en Europese nachtclubs uit de jaren 30 van de vorige eeuw. Liz Green deed hierbij niet haar best om de muziek uit vervlogen tijden nauwgezet te reproduceren, maar vermengde alle invloeden tot een bijzonder eigen geluid, dat vervolgens uniek werd door haar bijzondere, soms wat onvaste, maar altijd bijzonder emotievolle stem. O, Devotion! was zo’n debuut waar je helemaal stuk van was of waar je niets van moest hebben en dat geldt waarschijnlijk ook voor opvolger Haul Away!. De cover van Haul Away! ziet er, zeker vergeleken met de cover van het debuut van Liz Green, opvallend modern uit, maar in muzikaal opzicht is er eigenlijk niet zo gek veel veranderd, waardoor de frisse en kleurige cover eigenlijk niet zo goed past bij de muziek. Liz Green maakt nog altijd muziek die is verankerd in het verre verleden en zingt nog altijd op unieke wijze. Haul Away! laat goed horen dat Liz Green dit keer een iets ruimer budget had voor het opnemen van haar plaat. De tweede van Liz Green klinkt een stuk beter dan zijn voorganger, maar dit is gelukkig niet ten koste gegaan van de rauwe emotie waar de muziek van Liz Green het voor een belangrijk deel van moet hebben. De instrumentatie op Haul Away! is uiterst subtiel en bijzonder stemmig. Liz Green heeft soms genoeg aan een pingelende piano en vormt vervolgens met haar stem warmte en emotie toe. In muzikaal opzicht hebben invloeden uit antieke nachtclub jazz aan terrein gewonnen en dit bevalt me eigenlijk wel. Mede door de prachtige instrumentatie (met een volop op de voorgrond tredende piano en prachtig subtiele blazers) voelt Haul Away! aan als een warm bad. Waar Liz Green op haar debuut nog wel wat kil kon klinken is Haul Away! een heerlijk warmbloedige plaat vol gloedvolle songs. De instrumentatie op Haul Away! is veel mooier dan die op zijn voorganger, maar Liz Green is ook beter gaan zingen, waarbij ze haar unieke geluid gelukkig heeft behouden. Haul Away! laat bovendien veel betere songs horen dan O, Devotion!. Bij beluistering van alle elf songs op de tweede plaat van Liz Green zit je op het puntje van je stoel en vraag je je steeds weer af welke kant het op zal gaan. Liz Green maakt nog altijd muziek waar je heel warm van wordt of die je helemaal koud laat. Persoonlijk behoor ik inmiddels heel duidelijk tot het eerste kamp. Liz Green verraste drie jaar geleden met een mooi en bijzonder debuut, maar schaart zich met deze tweede plaat tussen de weinige vrouwelijke singer-songwriters met een volkomen uniek eigen geluid. Dat is knap. Heel knap zelfs. Erwin Zijleman

 

dinsdag 15 april 2014

Dean Wareham - Dean Wareham

Dean Wareham werd geboren in Nieuw Zeeland, maar verhuisde op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten, waar hij in 1987 de band Galaxie 500 oprichtte. Galaxie 500 zou uiteindelijk grote invloed hebben op de ontwikkeling van genres als slowcore en dreampop, maar is helaas de grote afwezige in menig goed gevulde platenkast. Ook de volgende band van Dean Wareham, Luna, was altijd goed voor juichende recensies, maar kreeg in brede kring nooit de erkenning die het zo verdiende. Nadat ook het doek was gevallen voor Luna, bleef Dean Wareham over met Luna bassiste Britta Phillips. In eerste instantie als geliefden, maar later ook als het duo Dean & Britta, dat een viertal bijzonder mooie platen afleverde en hierop voortborduurde op de gloriejaren van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra en natuurlijk op de muziek van Galaxie 500 en Luna. 27 jaar na het oprichten van Galaxie 500 komt Dean Wareham met zijn eerste soloplaat op de proppen. Het is een soloplaat die geen titel heeft meegekregen en die inmiddels al weer een aantal weken in de winkel ligt. Tot dusver krijgt de plaat niet veel aandacht, maar dat zal Dean Wareham zo langzamerhand wel gewend zijn. Het is voor de zoveelste keer doodzonde, want de eerste soloplaat van Dean Wareham is een bijzonder mooie plaat. Het is een plaat die zich laat beluisteren als een samenvatting van alles dat Dean Wareham de afgelopen drie decennia op muzikaal gebied heeft gedaan. Het solodebuut van Dean Wareham verwijst naar de dromerige en zich langzaam voortslepende muziek van Galaxie 500, heeft de prachtige gitaarlijnen van de muziek van Luna en bevat ook flink wat raakvlakken met de stemmige platen die Wareham samen met Britta Phillips maakte. De eerste soloplaat van Dean Wareham staat vol met popliedjes die je na één keer horen dierbaar zijn. De ene keer zonnig en dromerig, de volgende keer melancholisch en stemmig. Het zijn twee kanten van Dean Wareham die de muziek van zijn vorige bands bepaalden en ook op zijn solodebuut grote invloed hebben. Het zijn ook twee kanten die ik allebei zeer kan waarderen. Is het solodebuut van Dean Wareham een foutloze plaat? Nee, dat niet. De track die wel erg aan New Order doet denken (Holding Patterns), inclusief bijna valse zang, slaat de plank flink mis en zo zijn er nog wel twee tracks die ik net wat minder vind dan de rest, maar het resterende zestal songs is als je het mij vraagt bovengemiddeld goed en levert de kwaliteit die we inmiddels van Dean Wareham mogen verwachten. Het is grappig dat na 27 jaar nog altijd volop invloeden van The Velvet Underground zijn te horen in de muziek van Dean Wareham, maar Dean Wareham heeft er inmiddels een heel muzikaal universum omheen gebouwd. Zijn eerste soloplaat is een bijzonder knappe plaat. Verplichte kost voor een ieder die de man al bijna 30 jaar hoog heeft zitten en mogelijk de start van een lange en rijke muzikale ontdekkingsreis voor een ieder die de vorige levens van Dean Wareham (nog) niet kent. Erwin Zijleman

 

maandag 14 april 2014

Marike Jager - The Silent Song

Marike Jager. Ik weet nog dat ik al weer bijna acht jaar geleden diep onder de indruk was van haar debuut The Beauty Around. Het was zo’n vrouwelijke singer-songwriter plaat waar ik onmiddellijk verliefd op werd en die ik vervolgens jaren heb gekoesterd. Pas in 2011 kwam ik terug bij Marike Jager. Ik was in eerste instantie best te spreken over Here Comes The Night, maar uiteindelijk mistte ik op de wat voller klinkende plaat toch de magie van The Beauty Around. Haar nieuwe plaat The Silent Song bleef mede hierdoor vrij lang op de stapel liggen, maar dankzij 1 minuut in De Wereld Draait Door kwam de plaat hier toch nog van af. Gelukkig maar. Met The Silent Song heeft Marike Jager immers een prachtige ingetogen plaat gemaakt. Waar op Here Comes The Night werd geflirt met een grootser klinkend geluid, keert Marike Jager op The Silent Song terug naar de basis. Die basis vond Marike Jager in een aftands schuurtje in haar tuin, waarin ze zich terug trok om inspiratie op te doen en waarin The Silent Song ook werd opgenomen. Op haar nieuwe plaat horen we de stem van Marike Jager vooral in combinatie met haar akoestische gitaar (en hier en daar wat piano). The Silent Song klinkt hierdoor als een klassieke singer-songwriter plaat. Daar verschijnen er maandelijks tientallen van, maar Marike Jager weet zich te onderscheiden door het bijzonder hoge niveau van haar songs. Het zijn songs die zich als een warme deken om je heen slaan, maar het zijn ook songs die zich niet laten voorspellen en steeds weer andere wegen in lijken te slaan. De ene keer folky, de volgende keer voorzichtig jazzy en altijd loom en sfeervol. Op The Silent Song opereert Marike Jager vooral in haar uppie of laat ze zich op piano bijstaan door Henk Jan Heuvelink, die The Silent Song heeft voorzien van een totaal ander geluid dan zijn voor een groter publiek bedoelde voorganger. Het is een geluid waarin de subtiliteit overheerst. Iedere pianoaanslag of iedere aanraking van een snaar van de akoestische gitaar doet er toe en hetzelfde geldt voor de fraai gedoseerde vocalen van Marike Jager. Het levert een serie prachtige songs op die aanvoelen als ruwe diamanten. Het zijn songs die de volledige aandacht vragen, maar voor deze aandacht word je uiteindelijk rijkelijk beloond. The Silent Song is een buitengewoon moedige plaat. Het is een plaat die de meeste succesvolle vrouwelijke singer-songwriters waarschijnlijk niet durven te maken. Geen lichte kost, maar de impact is in nagenoeg alle songs maximaal. The Silent Song doet me af en toe wel wat denken aan de laatste plaat van Laura Marling, al vind ik de aanpak van Marike Jager nog moediger en compromislozer dan die van haar Britse collega. Bij eerste beluistering was ik alleen direct om bij het geweldige duet met één van mijn muzikale helden (Ron Sexsmith), maar inmiddels zijn alle andere songs op de plaat gevolgd. Marike Jager heeft met The Silent Song een gewaagde maar ook geweldige plaat afgeleverd. Het is een plaat vol tijdloze popliedjes die maar blijven verrassen en die alleen maar beter worden. Ik had eigenlijk niet verwacht dat Marike Jager The Beauty Around nog eens zou overtreffen, maar ondanks mijn enorme liefde voor deze plaat kan ik alleen maar concluderen dat The Silent Song beter is. Het is alleen jammer dat ik dit door een minuutje DWDD moest ontdekken. Bij de volgende release van Marike Jager let ik weer beter op. Erwin Zijleman

 

zondag 13 april 2014

The Haden Triplets - The Haden Triplets

Petra, Rachel en Tanya Haden komen uit een bijzonder muzikaal nest. Vader Charlie is een legendarisch jazz bassist en broer Josh timmert al heel wat jaren aan de weg met zijn band Spain (wiens laatste plaat binnenkort ook maar eens zijn opwachting moet maken op deze BLOG). Van de drie zusjes Haden is met name Petra al enige tijd actief, wat een aantal bijzondere maar nauwelijks opgemerkte soloplaten opleverde. Op het debuut van The Haden Triplets draait alles om de prachtige stemmen van de zusjes Haden. Het zijn stemmen die stuk voor stuk bijzonder zijn, alle drie net wat anders klinken en bij elkaar gevoegd onmiddellijk een onuitwisbare indruk maken. De Haden familie heeft haar connecties in de muziekwereld en daarom heeft niemand minder dan Ry Cooder de plaat geproduceerd. Cooder nam uiteraard de nodige gitaren mee, maar wist bovendien de fameuze Ricky Skaggs te strikken voor het bespelen van de mandoline, terwijl sessiemuzikant Rene Comacho en Ry Cooder’s zoon Joachim respectievelijk plaats namen achter de bas en de drums. Buitengewoon stemmige en met mate gedoseerde strijkers doen de rest. In muzikaal opzicht is het dus smullen en vaak zelfs kwijlen, maar het zijn de zusjes Haden die voor het meeste kippenvel zorgen. De harmonieën van Petra, Rachel en Tanya zijn prachtig en raken je tot op het bot. De prachtige instrumentatie voegt alleen maar extra magie toe, waarbij het fascinerende snarenspel van Ry Cooder uiteraard de hoofdrol opeist. The Haden Triplets maken op hun debuut traditioneel aandoende rootsmuziek. Het is muziek die associaties oproept met die van bijvoorbeeld The Carter Sisters, maar waar The Carter Sisters qua genre redelijk honkvast waren, zijn The Haden Triplets van vele markten thuis. Het debuut van The Haden Triplets citeert uit de archieven van de Appalachen folk, de country en de bluegrass, maar schuwt ook uitstapjes richting blues, jazz en gospel niet. Het zijn stuk voor stuk genres die uitstekend passen bij de verbluffend mooie stemmen van de zusjes Haden. Het zijn stemmen die steeds op net iets andere wijze worden ingezet. Soms kiest het drietal voor gloedvolle en stevig aangezette harmonieën, soms zingen de drie net wat tegen elkaar in en soms wordt gekozen voor een solist met subtiele ondersteuning van de andere twee. Het is eigenlijk allemaal even mooi. De zusjes Haden beschikken immers niet alleen over prachtige stemmen, maar slagen er ook in om heel veel gevoel in hun songs te leggen, wat deze plaat enorm veel kracht geeft. Het debuut van The Haden Triplets is ook een heerlijke zondagochtend plaat. De stemmen van de zusjes Haden zorgen voor een bijna pastorale sfeer en met name het schitterende snarenwerk maken het heerlijk wegdromen compleet. Door het traditionele karakter van de muziek van The Haden Triplets zal niet iedereen smelten voor het debuut van The Haden Triplets, maar een ieder die niet bang is voor een beetje Amerikaanse muziekhistorie krijgt muziek van een zeldzaam hoog niveau voorgeschoteld. De zusjes Haden stonden tot dusver wat in de schaduw van de mannelijke leden van het gezin, maar met dit debuut stappen ze hier zelfverzekerd uit. Ik kan er eigenlijk nog maar één ding over zeggen: wat een prachtplaat! Erwin Zijleman 

 

zaterdag 12 april 2014

Amberjacks - Amberjacks

Het titelloze debuut van de Nederlandse band Amberjacks heb ik al geruime tijd in mijn bezit. Iedere keer als ik naar de plaat luister vind ik het helemaal geweldig, maar van het schrijven van een recensie kwam het tot dusver maar niet. Dat heeft alles te maken met de muziek die Amberjacks maakt. Het debuut van Amberjacks klinkt alsof Led Zeppelin uit de dood is opgestaan en direct ook Jimi Hendrix heeft ingelijfd. Het is muziek die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70 en de luisteraar trakteert op een modervette ritmesectie, stevige riffs, heerlijke bluesy gitaarsolo’s en stembanden die vlak voor de opnamen nog even met schuurpapier zijn bewerkt. Het is muziek waar je veel muziekliefhebbers ’s nachts voor wakker kunt maken, maar het is ook muziek die in het verleden al heel veel is gemaakt. Tot de vernieuwers kunnen we Amberjacks dan ook niet rekenen, althans over het algemeen niet, maar is dit erg? Ik heb inderdaad al flink wat platen als het debuut van Amberjacks in mijn bezit, maar het debuut van de band uit Maastricht klinkt wel erg lekker en is bovendien niet helemaal blijven steken in de jaren 70. Het debuut van Amberjacks kan klinken als Led Zeppelin met Jimi Hendrix als extra gitarist, maar een aantal wat rauwere songs zou ook kunnen worden omschreven als Pearl Jam geproduceerd door Jack White, als Metallica met net wat minder spierballen en bombast en wat meer gevoel of als Queens Of The Stone Age dat zich heeft laten inspireren door de klassiekers uit de jaren 70. Amberjacks overtuigt heel makkelijk wanneer het de gashendel flink open draait, maar ook de meer ingetogen songs met geweldige gitaarlijnen en een loodzware ritmesectie hebben niet veel tijd nodig om je in te pakken. Amberjacks heeft geen plaat gemaakt die de liefhebbers van vernieuwende muziek enthousiast zal doen opveren, maar voor liefhebbers van stevige rockmuziek met een bluesy injectie is het debuut van Amberjacks van de eerste tot de laatste noot smullen. Natuurlijk is de concurrentie in dit genre moordend, maar ik geef Amberjacks uiteindelijk een goede kans. In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis, met een belangrijke rol voor de ritmesectie en een glansrol voor het gitaarwerk, de zang is heerlijk rauw maar niet zonder emotie en variatie en op de kwaliteit van de songs valt eigenlijk niets af te dingen. Amberjacks vernieuwt op haar debuut niet of nauwelijks, maar maakt ook geen enkele fout. De stevige muziek van de band komt aan als een mokerslag, maar bevat ook voldoende subtiele details, waaronder een vleugje psychdelica, om de aandacht vast te houden. Over een plaat als die van Amberjacks moet je niet te lang nadenken, maar moet je het gevoel laten spreken. Een heleboel weken geleden zei mijn gevoel: “wat een onwijs goede plaat”. Het is uiteindelijk ook de conclusie van deze recensie. Erwin Zijleman

Het debuut van Amberjacks ligt nog niet in de winkel, maar kan worden besteld via de site van de band: http://amberjacksband.com/2013/audio/amberjacks/. Slechts 12,50 inclusief verzendkosten. Koopje!

 

vrijdag 11 april 2014

Doug Tuttle - Doug Tuttle

Nog geen tien seconden. Het is de tijd die Usain Bolt nodig heeft voor het afleggen van 100 meter. Het is ook de tijd die Amerikaanse muzikant Doug Tuttle nodig heeft om je bijna 50 jaar mee terug te nemen in de tijd. Het titelloze solodebuut van Doug Tuttle is een plaat die hij zelf overigens liever niet had gemaakt. Samen met zijn partner Rachel Neveu vormde Tuttle een aantal jaren de band Mmoss. Mmoss maakte naar verluid twee briljante platen, maar toen de relatie tussen Doug Tuttle en Rachel Neveu op de klippen liep, zonk ook Mmoss naar de bodem. Ik heb de platen van Mmoss inmiddels beluisterd, maar vind de eerste soloplaat van Doug Tuttle persoonlijk een paar klassen beter. Liefdesverdriet doet vervelende dingen met de gemiddelde mens, maar doet mooie dingen met de gemiddelde muzikant; het blijkt maar weer. In muzikaal opzicht neemt Doug Tuttle je mee terug naar de jaren 60 en 70. De invloeden die Doug Tuttle in zijn muziek verwerkt beperken zich niet tot enkele namen. De naam van het oude Pink Floyd duikt meerder keren op, maar Doug Tuttle is ook niet vies van invloeden uit de West Coast pop en is evenmin bang voor een bijna eindeloos durende gitaarsolo, die weer wat aan Neil Young doet denken. Doug Tuttle maakt op zijn debuut songs die je makkelijk benevelen. Het is een heerlijke plaat om bij onderuit te zakken en even alles te vergeten, maar het is ook een plaat die je bij iedere beluistering uitnodigt om nog wat dieper te graven in de vele lagen waaruit de muziek van Doug Tuttle bestaat. Als je goed luistert hoor je dat Doug Tuttle veel meer doet dan het reproduceren van psychedelica uit vervolgen tijden. Zo voegt hij op slimme wijze invloeden uit de lo-fi toe aan zijn muziek, klinken de gitaren soms net wat gruiziger dan destijds gebruikelijk en zijn hier en daar opvallende samples verstopt. Net als je denkt dat Doug Tuttle misschien toch beter past in het hokje neo-psychedelica, komt de Amerikaan weer op de proppen met een track die je in één keer naar het weiland van Woodstock slingert, om je vervolgens met een fantastische gitaarsolo weer tien jaar verder in de tijd af te leveren. Na alle keren dat ik het debuut van Doug Tuttle heb beluisterd weet ik nog steeds niet welke kant van de plaat ik nu prefereer; het wegdromen is even lekker als het uitpluizen van alle bijzonderheden. Nu zijn er de afgelopen jaren heel veel platen in dit genre verschenen, maar het debuut van Doug Tuttle springt er wat mij betreft bovenuit. Allereerst door de prachtige instrumentatie, waarin vooral de stokoude orgeltjes meedogenloos verleiden, hiernaast door de subtiele wijze waarop modernere invloeden zijn verwerkt in de muziek van Doug Tuttle en tenslotte door de hele bijzondere sfeer die deze plaat oproept. Laat het debuut van Doug Tuttle uit de speakers knallen of door de koptelefoon komen en je bent even in een totaal andere wereld. Het is een wereld waarin ik niet altijd zou willen vertoeven, maar zo op zijn tijd wil ik echt niet anders dan mezelf volledig onderdompelen in het warme bad van Doug Tuttle. Erwin Zijleman

 

donderdag 10 april 2014

The Baseball Project - 3rd

Ruim drie jaar geleden besloot ik mijn recensie van de tweede plaat van de gelegenheidsband The Baseball Project met de opmerking dat de derde plaat van de band maar snel moest volgen. Dit heeft wat langer geduurd dan gehoopt, maar er zit gelukkig nog altijd leven in The Baseball Project. De oorsprong van The Baseball Project ligt in 1992 toen muzikanten Scott McCaughey (The Minus 5) en Steve Wynn (The Dream Syndicate) hun gezamenlijke passie voor baseball ontdekten en besloten om een plaat te maken met uitsluitend songs over de in de Verenigde Staten zo populaire sport. Deze plaat kwam er uiteindelijk pas 16 jaar later. The Baseball Project bestond op dat moment naast McCaughey en Wynn inmiddels ook uit collega baseball liefhebbers en muzikanten Linda Pitmon (Miracle Three, Golden Smog) en Peter Buck (R.E.M.). Samen met flink wat muzikale gasten verraste het viertal met een gloedvolle mix van folk, rock en powerpop en natuurlijk mooie verhalen over de rijke baseball historie (The Baseball Project, Vol. 1: Frozen Ropes And Dying Quails). Het drie jaar later verschenen tweede deel in de serie, Baseball Project, Vol. 2: High And Inside, volgde grotendeels hetzelfde recept, al leken invloeden uit de rootsmuziek wat aan terrein te hebben gewonnen. Inmiddels zijn we weer drie jaar verder. The Baseball Project heeft inmiddels een vijfde baseball liefhebber gevonden, voormalig R.E.M. bassist Mike Mills, en put nog altijd inspiratie uit de rijke archieven van de Amerikaanse volkssport nummer 1. De derde plaat van The Baseball Project heet eenvoudigweg 3rd en laat horen dat The Baseball Project nog altijd in topvorm verkeert. Ik weet persoonlijk niets over baseball, maar de verhalen op 3rd zijn wederom prachtig, waarbij het niet zoveel uit maakt of het gaat over grote spelers en legendarische wedstrijden of persoonlijke herinneringen en iets triviaals (voor mij dan) als baseball plaatjes of baseball statistieken. Nog veel aansprekender is wat mij betreft de muziek. The Baseball Project bestaat uit gelouterde muzikanten, die het zich kunnen veroorloven om te doen waar ze zin in hebben. Ook op 3rd heeft Steve Wynn het meest in de melk te brokkelen. Een aantal songs ligt in het verlengde van de American Underground muziek die Wynn ooit op de kaart zette, maar op 3rd is ook plaats voor meer ingetogen songs en voor songs waarin invloeden uit de roots domineren. 3rd doet niet alleen regelmatig aan The Dream Syndicate denken, maar heeft ook veel van R.E.M., wat ook niet zo gek is nu de helft van de roemruchte band deel uit maakt van The Baseball Project (Michael Stipe houdt vast niet van baseball). Een baseball liefhebber ga ik er waarschijnlijk niet van worden, maar wanneer het gaat om de muziek is mijn conclusie gelijk aan die bij de vorige twee delen: laat het volgende deel in de serie maar heel snel komen. Erwin Zijleman

 

woensdag 9 april 2014

Dan Croll - Sweet Disarray

Ik heb deze plaat lang laten liggen omdat ik niet zo goed wist wat ik er mee aan moest, maar uiteindelijk kan ik er niet om heen: ik heb iets met deze plaat. Dan Croll is een Britse muzikant die eind vorig jaar hoog scoorde in de lijstjes met de mogelijke smaakmakers van 2014 en als je het mij vraagt maakt Dan Croll het waar. Meer dan waar zelfs. Sweet Disarray is een leuke plaat vol met frisse popliedjes die anders klinken dan alle andere platen met frisse popliedjes die ik in de kast heb staan. Dat ligt voor een deel aan de originele instrumentatie die een 80s geluid koppelt aan af en toe bijna kitscherige elektronica, exotische ritmes en de nodige verrassende wendingen. Maar ook de wijze waarop Dan Croll de muziek van de grote singer-songwriters uit de jaren 70 naar het heden haalt draagt absoluut bij aan de overtuigingskracht van Sweet Disarray. Het is overtuigingskracht die tot dusver weinig critici lijkt te beïnvloeden, want waar het debuut van Dan Croll in Nederland nauwelijks aandacht krijgt moet de plaat het in de VS en het Verenigd Koninkrijk vaak doen met behoorlijk negatieve recensies. In deze recensies wordt Dan Croll verweten dat hij wat al te makkelijk leentjebuur speelt bij anderen en mede hierdoor geen duidelijk eigen geluid heeft. Met het eerste punt ben ik het ten dele eens. Dan Croll laat zich inderdaad door 1001 dingen beïnvloeden. Van de perfecte popliedjes van Paul McCartney en Paul Simon uit de jaren 70 tot de meest uiteenlopende bands uit de jaren 80 (van The Thompson Twins tot Duran Duran) tot aanstekelijke synthpop, zwoele funk, Jack Johnson achtige feelgood muziek of sprankelende Afrikaanse muziek. Van makkelijk leentjebuur spreken is echter geen sprake, want ga er maar eens aanstaan om zoveel en zulke uiteenlopende invloeden te verwerken en toch nog met een consistent geluid op de proppen te komen. Het is een geluid dat wat mij betreft juist wel een duidelijk eigen geluid is. Sweet Disarray lijkt misschien bij oppervlakkige beluistering op 1001 dingen, maar het lijkt als geheel op helemaal niets. Dan Croll heeft een plaat vol met frisse en aanstekelijke popliedjes gemaakt, maar het is ook een plaat die verrast en verbaast. De hoofdbestanddelen van de muziek van Dan Croll zijn misschien folk en elektronica, de hoofdbestanddelen die je momenteel op (te)veel platen tegen komt, maar de Britse muzikant voegt er zoveel bijzondere invloeden aan toe dat Sweet Disarray wel degelijk de smaaksensatie is die de Britse media vorig jaar nog in hem zagen. De Britse media zijn inmiddels grotendeels afgehaakt, maar wat mij betreft onderscheidt Dan Croll zich met deze zwoele en inspirerende plaat wel met speels gemak van de middelmaat. Hype: nee. Smaakmaker: Ja. Erwin Zijleman