vrijdag 31 oktober 2014

Thurston Moore - The Best Day

Een liefdesbreuk binnen een band zorgde in het verleden nog wel eens voor een artistieke impuls (Fleetwood Mac, Abba), maar in het geval van Sonic Youth lijkt de scheiding van leden van het eerste uur Thurston Moore en Kim Gordon direct ook het einde van de band te betekenen. 

Nu was het heilige vuur eerlijk gezegd ook wel wat gedoofd bij de legendarische noiserock band, maar bij Sonic Youth wist je het maar nooit. 

Datzelfde geldt eigenlijk voor de solocarrière van Thurston Moore. De Sonic Youth gitarist leverde met zijn tweede soloplaat, Psychic Hearts uit 1995, ooit eens een ware klassieker af, maar Thurston Moore maakte ook een enorme stapel buitengewoon vage en rommelige platen waarvan nauwelijks chocolade te maken was, al zat er zo heel af en toe een ruwe diamant tussen. 

Ik was daarom wel nieuwsgierig naar de nieuwe soloplaat van Thurston Moore, maar had zeker geen overdreven hoge verwachtingen van The Best Day. The Best Day blijkt echter een verrassend sterke plaat, die zich kan meten met de beste soloplaten van Thurston Moore. Ik ga direct nog een stapje verder, want The Best Day haakt als je het mij vraagt qua niveau ook aan bij een aantal prima Sonic Youth platen  en dan met name bij de platen die de band uit New York aan het eind van de jaren 80 en begin van de jaren 90 maakte. 

Het is een onverwachte prestatie van Thurston Moore, die kennelijk creativiteit heeft gehaald uit zijn liefdesbreuk (wat natuurlijk ook niet nieuw is, al is The Best Day geen klassiek breakup album). 

The Best Day bevat acht tracks en duurt uiteindelijk zo’n 50 minuten, wat betekent dat er een aantal lange tracks op de plaat staan (de langste duurt 11 minuten). Het zijn tracks die bestaan uit meerdere lagen. 

In een aantal tracks komt Thurston Moore op de proppen met behoorlijk toegankelijke melodieën en refreinen en benadert hij de aanstekelijke rocksong, terwijl een aantal andere tracks zijn opgebouwd rond lome en psychedelische klankentapijten. 

Het is maar een deel van het verhaal, want hiernaast is er natuurlijk altijd de laag met het unieke gitaarwerk van Thurston Moore. Alle tracks op de plaat bevatten ook een laag waarin steen voor steen een gitaarmuur wordt opgebouwd en vervolgens weer wordt afgebroken. 

Dit kunnen de gruizige gitaarmuren zijn waarop Sonic Youth het patent had en heeft, maar ook buitengewoon inventieve gitaarmuren met verrassende loopjes of zelfs akoestische en psychedelisch aandoende gitaarmuurtjes. Sonic Youth drummer Steve Shelley slaat het geheel tenslotte op fraaie en trefzekere wijze aan elkaar. 

Er zijn niet veel gitaristen die mijn aandacht lang vast kunnen houden met het bouwen van gitaarmuren, maar Thurston Moore slaagt er met speels gemak in, mede omdat hij zelfs in de lange tracks de rocksong met kop en staart niet vergeet. 

The Best Day is al met al een even fascinerende als aangename plaat, die niet alleen kan worden gerekend tot de beste soloplaten van Thurston Moore, maar ook het leed rond het uit elkaar vallen van Sonic Youth weet te verzachten. Dat had ik in ieder geval niet verwacht. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd   Koop bij bol.com  2 LP's

 






Te vinden in de

donderdag 30 oktober 2014

Rory Gallagher - Irish Tour '74..., Deluxe Edition

In de laatste maanden van het jaar worden we traditiegetrouw overspoeld met reissues en dat is dit jaar niet anders. Het zijn zoals altijd de grote namen die de meeste aandacht trekken, met dit jaar Led Zeppelin in de hoofdrol, maar er verschijnen ook zat reissues die veel minder of zelfs helemaal geen aandacht krijgen, maar wel degelijk zeer de moeite zijn. 

Irish Tour ’74... van Rory Gallagher is zo’n reissue. De naam Rory Gallagher zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen. De Ierse muzikant overleed immers in 1995 op slechts 47-jarige leeftijd, kort nadat hij een op het oog succesvolle levertransplantatie had ondergaan en niet lang nadat hij op een Rotterdams podium onwel was geworden. 

Tussen 1970 en 1995 maakte Rory Gallagher vooral op het podium een onuitwisbare indruk. De jonge Rory Gallagher leerde zichzelf op jonge leeftijd gitaar spelen en bleek een natuurtalent. In 1972 en 1974 werd hij door het destijds toonaangevende Melody Maker uitgroepen tot beste gitarist ter wereld en tot aan zijn dood bevestigde hij deze status. 

Rory Gallagher bracht een groot aantal platen uit, waaronder opvallend veel live-platen. Dat is niet verwonderlijk, want Rory Gallagher was op zijn best op het podium. Zijn live-platen zijn dan ook zijn beste platen en van deze live-platen was het in 1974 verschenen Irish Tour... met afstand de beste. 

De luxe versie van de reissue van Irish Tour..., getiteld Irish Tour ’74..., is veel meer dan het origineel dat destijds op twee LP’s werd geperst. Deze luxe versie bestaat uit maar liefst 7 cd’s en een DVD. Dat lijkt wat veel van het goede, maar dat valt reuze mee. 

Rory Gallagher was berucht om zijn lange concerten. Zo speelde hij eens op zaterdagavond in de Rotterdamse Doelen. Toen Rory hoorde dat er vanwege de autoloze zondag veel bezoekers zouden stranden op het perron van Rotterdam Centraal speelde hij zo lang door dat deze bezoekers direct in de eerste zondagochtend trein konden stappen. 

Irish Tour ’74... bevat een aantal concerten van Rory Gallagher’s Ierse tour van 1974 en laat een schat aan materiaal horen. In muzikaal opzicht varieert de Ier tussen hardrock en bluesrock; twee genres die uitstekend passen bij zijn rauwe strot. 

De Ier schreef prima songs, maar uiteindelijk draaide natuurlijk alles om zijn gitaarspel. Irish Tour 74... laat alle facetten van het unieke gitaarspel van Rory Gallagher horen. Dit varieert van prachtig bluesy spel tot meedogenloze riffs en van lome aanslagen tot onwaarschijnlijk snelle en vaak onnavolgbare solo’s. Het doet meer dan eens denken aan de songs en aan het gitaarspel van Jimi Hendrix, al had Rory Gallagher absoluut zijn eigen stijl. Ook de rest van zijn band verdient trouwens alle lof, want wat klinkt het allemaal heerlijk vet en zompig.

Het is echter vooral smullen voor liefhebbers van het betere gitaarspel en het wordt eigenlijk alleen maar beter. Een ieder die Rory Gallagher nooit live aan het werk heeft gezien kan hier na beluistering van Irish Tour ’74... alleen maar intens om treuren (ik heb hem zelfs ook maar één keer gezien helaas), maar deze bijzonder fraaie live-registraties zijn een waardig alternatief. 

Ik had zelf al heel lang niet meer geluisterd naar de platen van deze Ierse gitaargod, maar ben weer helemaal om en dompel me keer op keer onder in het geweld van één van de beste gitaristen aller tijden; 7 cd’s lang als het moet. Erwin Zijleman

7 cd's en een DVD, maar desondanks nog geen 50 euro. Koopje !

Koop bij bol.com

 

Steve Gunn - Way Out Weather

Steve Gunn kende ik tot voor kort eigenlijk alleen als de gitarist in de band van Kurt Vile (The Violators), maar de gitarist uit New York blijkt ook zelf al een aantal jaren platen te maken. Zijn laatste, het vorige maand verschenen Way Out Weather, blijkt een hele mooie. 

Het is een plaat die laat horen dat we in het geval van Steve Gunn te maken hebben met een werkelijk geweldige gitarist, maar de Amerikaan kan meer. Veel meer. 

Way Out Weather opent met een dromerige track waarin een akoestische gitaar en een lap steel elkaar op bijzonder fraaie wijze versterken, waarna Steve Gunn je met lome en dromerige vocalen mee terug neemt naar de psychedelische muziek van de jaren 60. Het is een beeldende track die langzaam maar zeker hypnotiseert, zeker wanneer Gunn ook nog eens schitterende elektrische gitaarlijnen toevoegt aan het al zo rijke snarenpalet. 

Na de openingstrack en titeltrack van Way Out Weather was ik direct om, maar de muziek van Steve Gunn beschikt over vele gezichten. In de tweede track wordt fingerpicking (de Nederlandse vertaling ‘tokkelen’ vind ik toch minder treffend) in de stijl van grootheden als John Fahey en Bert Jansch gecombineerd met breed uitwaaiende bluesy gitaarlijnen, die wederom een hypnotiserend of op zijn minst bedwelmend effect hebben. 

Het is gitaarwerk waar ik uren naar zou kunnen luisteren, maar Steve Gunn verpakt ze in songs met vocalen die enerzijds afleiden van alle snarenpracht, maar op hetzelfde moment de impact van al het gitaarwerk alleen maar vergroot. 

Het hoge niveau van de eerste twee tracks houdt Steve Gunn vervolgens moeiteloos vast. Way Out Weather staat vol met prima songs vol invloeden uit de blues, folk en psychedelica. Het zijn songs die herinneren aan vervlogen tijden waarin bluesrock en psychedelica de popmuziek domineerden. Het zijn songs met vocalen die niet altijd even vast en bijzonder zijn, zonder dat dit overigens ook maar een moment stoort. En het zijn natuurlijk songs met keer op keer gitaarwerk om van te watertanden. 

In eerste instantie had ik vooral oor voor dit gitaarwerk, maar uiteindelijk is Way Out Weather van Steve Gunn veel meer dan alleen een goede gitaarplaat. Het is het totale plaatje dat uiteindelijk vrijwel onweerstaanbaar blijkt. Steeds als ik Way Out Weather van Steve Gunn uit de speakers laat komen volgt een periode van 45 minuten vol ultieme ontspanning. Steve Gunn bedwelmt en hypnotiseert, maar weet ook te betoveren en te imponeren. 

Way Out Weather is een plaat die je meeneemt naar surrealistische landschappen, maar het is ook een muzikale reis die begint in het Californië van de jaren 60 en eindigt in de Malinese woestijn van Tinariwen (check de laatste track). Way Out Weather is een plaat die soms voorbij gaat zonder dat je er erg in hebt, maar wanneer de stilte aanbreekt weet je dat je een hele bijzondere plaat hebt gehoord. 

Het knappe van de plaat is dat je nog heel lang nieuwe dingen blijft horen en steeds weer kunt verdwalen in het waanzinnig mooie en razend knappe gitaarwerk op de plaat. De ware liefhebber weet het waarschijnlijk al een aantal jaren, maar ik weet het nu ook. Steve Gunn is een uniek talent die zomaar meesterwerken uit de hoge hoed kan toveren. Way Out Weather is er in ieder geval een. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd   Koop bij bol.com  lp

 

woensdag 29 oktober 2014

Hannah Aldridge - Razor Wire

Hannah Aldridge kreeg de Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel ingegoten. Haar vader Walt pendelde tijdens haar jeugd tussen Muscle Shoals en Nashville, waar hij werkte als songwriter, muzikant en producer. Het leverde een lijst credits met de omvang van een telefoonboek op. 

Walt Aldridge kende de verleidingen en gevaren van de muziekscene en had daarom voor dochter Hannah een carrière als klassiek pianiste in gedachten. Het is er niet van gekomen, want met Razor Wire treedt Hannah Aldridge in de voetsporen van haar vader. 

Hannah Aldridge is pas 26, maar klinkt op haar debuut opvallend rauw en doorleefd. Het is een debuut dat aansluit op de muziek die ze als kind met de paplepel kreeg ingegoten al hebben invloeden uit de folk, country en rootsrock het uiteindelijk gewonnen van de invloeden uit de Southern soul. 

Op Razor Wire wordt Hannah Aldridge bijgestaan door een solide spelende band, die zowel een stevig rockgeluid als een traditioneler akoestisch geluid neer kan zetten. Het zijn twee geluiden die allebei uitstekend passen bij de krachtige stem van Hannah Aldridge, die zeker in de wat stevige tracks doet denken aan power zangeressen als Maria McKee en Tift Merritt, maar ook verrassend ingetogen kan klinken wanneer ze zich slechts laat begeleiden door een akoestische gitaar. 

Hannah Aldridge noemt haar muziek zelf Dark Americana en dat is geen gekke omschrijving. Het donkere hoor je niet direct terug in haar muziek, maar moet vooral gezocht worden in de teksten van de songs op Razor Wire. Hannah Aldridge is pas 26, maar heeft al het nodige persoonlijke leed achter de kiezen of kan overtuigend doen alsof. Het geeft haar muziek een bijzondere lading, waarmee Razor Wire zich weet te onderscheiden van de 1001 andere platen die het afgelopen jaar in dit genre zijn verschenen. 

Razor Wire bevat voornamelijk eigen songs en covert hiernaast Jason Isbell’s Try, waarvoor ze voor de afwisseling Isbell’s band The 400 Unit leende. De songs van Hannah Aldridge zitten knap in elkaar bouwen de spanning in de meeste gevallen mooi op, zodat de Amerikaanse singer-songwriter haar songs ingetogen kan openen en langzaam maar zeker los kan gaan. 

Zeker in vocaal opzicht maakt Hannah Aldridge op Razor Wire heel veel indruk, maar omdat het ook in muzikaal opzicht smullen is (let vooral op het fraaie gitaarwerk) en Hannah Aldridge ook nog eens indringende verhalen vertelt, stijgt Razor Wire uiteindelijk vrij makkelijk boven debuten van de soortgenoten van Hannah Aldridge uit. 

Razor Wire is in de Verenigde Staten inmiddels een half jaar uit en heeft niet heel veel gedaan, mogelijk omdat Hannah Aldridge zich niet makkelijk in een van de bravere hokjes van de Amerikaanse rootsmuziek laat duwen. Daar houden we in Europa wel van, dus laten wij deze getalenteerde dame met zijn allen omarmen. Razor Wire is er zeker goed genoeg voor. Erwin Zijleman

Razor Wire van Hannah Aldridge heeft de Nederlandse platenzaken nog niet bereikt, maar zoals zo vaak in dit soort gevallen biedt het onvolprezen cdbaby uitkomst: http://www.cdbaby.com/cd/hannahaldridge1

 

dinsdag 28 oktober 2014

Led Zeppelin - IV / Houses Of The Holy, Deluxe Editions


















Er werd al jarenlang over gesproken en vooral ook gespeculeerd, maar afgelopen zomer waren ze er opeens. Ik heb het natuurlijk over de bijzonder fraai uitgevoerde reissues van de eerste drie platen van Led Zeppelin. 

Het zijn reissues waar ik, en met mij vrijwel iedere andere liefhebber van rockmuziek die de geschiedenis van de popmuziek heeft veranderd, van heb gesmuld. Van het allereerste moment en tot de dag van vandaag.

De eerste drie platen van Led Zeppelin waren echter nog niet mijn favoriete platen uit het prachtige oeuvre van de Britse band, waardoor ik met nog hogere verwachtingen uit keek naar de tweede worp. Deze tweede worp lag vorige week in de winkel en roept bij mij louter superlatieven op. 

Led Zeppelin IV is immers de plaat die vorm heeft gegeven aan de hardrock uit de jaren 70, maar veel meer was dan een hardrockplaat, terwijl Houses Of The Holy pas goed liet horen hoe goed en hoe veelzijdig Led Zeppelin was. 

Een ieder die de twee beste platen van Led Zeppelin (maar dat is mijn mening) van de eerste tot de laatste noot kent, zit waarschijnlijk niet te wachten op mijn beschrijving van de platen. Voor deze lezers kan ik melden dat de nieuwe versies van Led Zeppelin IV en Houses Of The Holy werkelijk fantastisch klinken. Met name drummer John Bonham lijkt zo af en toe bijna bij je in de woonkamer te zitten, maar ook de rest klinkt glashelder. Geldt zowel voor de cd-versies als de versies op vinyl (waar natuurlijk de voorkeur naar uit moet gaan).

Verder kun je voor beide platen kiezen uit meerdere extra’s. Een enkeling zal genoeg hebben aan de fraai klinkende geremasterde versie, de meerderheid gaat waarschijnlijk voor de versie met een bonus-disc vol outtakes (niet onmisbaar, maar wel interessant), terwijl de ware fan diep in de buidel zal tasten voor een box met cd’s, LP’s en een lijvig boekwerk. De laatstgenoemde versie is werkelijk prachtig, maar ook met de gunstig geprijsde geremasterde versie kun je jezelf spekkoper noemen, al is het maar vanwege het fantastische geluid. Dan de platen zelf:


Led Zeppelin IV staat bekend als de plaat die aan de basis staat van de geboorte van de hardrock. Dat begrijp je wanneer opener Black Dog of vooral de tweede track Rock and Roll uit de speakers knalt, maar Led Zeppelin IV heeft absoluut meerdere gezichten. 

Dat hoor je in het folky The Battle Of Evermore, met fantastische vocalen van Sandy Denny en zeker ook in het inmiddels klassieke Stairway To Heaven of het psychedelisch aandoende Going To California. 

In de overige tracks geeft Led Zeppelin flink gas en imponeert het met loodzware baslijnen, moddervette drums, de huiveringwekkend mooie zang van Robert Plant en natuurlijk het unieke en veelzijdige gitaarspel van Jimmy Page, die net als zijn bondgenoten keer op keer voor kippenvel weet te zorgen.

De plaat vormt misschien de basis voor de 70s hardrock, maar het is dankzij de invloeden uit de folk, blues en psychedelica ook veel meer dan dat. Led Zeppelin IV verscheen bijna 43 jaar geleden, maar klinkt nog altijd relevant en urgent. Het was even geleden dat ik de plaat gehoord had, maar ik was direct bij eerste beluistering weer diep onder de indruk van deze klassieker uit de geschiedenis van de popmuziek. Een unieke plaat die zijn gelijke niet kent.

Koop bij BOL.com, ook op vinyl!








Te vinden in de

Nog meer onder de indruk ben ik van de nieuwe versie van Houses Of The Holy, met afstand mijn favoriete Led Zeppelin plaat. 

Houses Of The Holy was in 1973 de opvolger van het zeer succesvolle Led Zeppelin IV. Led Zeppelin was opeens een hele grote band, wat het budget voor Houses Of The Holy flink opschroefde. 

De platenmaatschappij van de band had ongetwijfeld gehoopt op Led Zeppelin V, maar kreeg een behoorlijk ingetogen plaat, waarop Led Zeppelin de blues en de rock voor een deel verruilde voor folky songs, deels aangekleed met strijkers, en voor songs met een portie funk en reggae. Dat moet even schrikken zijn geweest destijds. 

De geweldige opener The Songs Remains The Same laat nog een mix van meer ingetogen en wat uitbundigere muziek horen, maar in het schitterende Rain Song dat volgt horen we Led Zep bijna ingetogen folk maken, bijna 8 fascinerende minuten lang. Deze folk wordt in Over The Hills And Far Away weer vermengd met rock, waarna de band in The Crunge opeens verrast met funky ritmes en muziek die pas jaren later een breed publiek zou bereiken. 

Dancing Days is juist weer een stevige rocksong met flink wat bluesy accenten, maar de volgende verrassing ligt al weer op de loer. D’yer Mak’er laat een flirt met reggae horen, jaren voordat de Stones het genre zouden ontdekken. No Quarter is vervolgens weer een zwaar pyschedelische track, waarna afsluiter The Ocean toch weer terugkeert naar het geluid van de eerste vier platen van Led Zeppelin. 

Qua veelzijdigheid is Houses Of The Holy een buitengewoon opvallende plaat, maar ook de vorm waarin de vier muzikanten van de band steken valt op. Ik denk niet dat ik Robert Plant nog vaak zo mooi en vooral bijzonder heb horen zingen als op Houses Of The Holy en ook het gitaarwerk van Jimmy Page is van een niveau dat maar heel weinig gitaristen gegeven is. De subtiele baslijnen en synths van John Paul Jones en het beukende maar ook veelzijdige drumwerk van John Bonham maken het unieke geluid van Led Zeppelin compleet. 

Het levert een plaat op van een zeldzaam hoog niveau. Destijds misschien niet helemaal op de juiste waarde geschat, maar inmiddels een erkend klassieker. Iedereen zal zijn of haar eigen favorieten hebben in het oeuvre van Led Zeppelin, maar voor mij is er één plaat die mijlenver uitsteekt boven de rest: Houses Of The Holy. Het origineel dat ik in huis had was prachtig, maar de nieuwe versie is nog vel mooier. Kippenvel van de eerste tot de laatste noot. Erwin Zijleman

Koop bij BOL.com, ook op vinyl!








Te vinden in de

The Temperance Movement - The Temperance Movement - Deluxe Edition

Eerder dit jaar heb ik aandacht besteed aan een van de betere ouderwetse rockplaten van 2014, het debuut van de Britse band The Temperende Movement. Rockliefhebbers die de plaat niet hebben opgepikt kunnen nu hun voordeel doen met een Deluxe Edition met een gratis bonus-disc die laat horen dat de muziek van The Temperance Movement misschien nog wel opwindender klinkt dan op de plaat.


The Temperance Movement is in Engeland vorig jaar al onthaald als één van de grote rockbands van het moment, maar de band uit Londen krijgt in Nederland tot dusver niet heel veel aandacht. 

Dat is op zich niet onbegrijpelijk. Luister naar het titelloze debuut van The Temperance Movement en je hoort stevige rock met een flinke blues-injectie, zoals die al sinds het begin van de jaren 70 wordt gemaakt. 

Luister naar The Temperance Movement en je hoort flarden Deep Purple, The Free, Lynyrd Skynyrd, The Allman Brothers Band, AC/DC, Creedence Clearwater Revival, The Rolling Stones, Thin Lizyy en wat dichter bij in de tijd Jet en The Black Crowes. Hier kan ik nog flink wat namen aan toe voegen, maar het bovenstaande rijtje geeft een aardig idee denk ik. 

Wat mij betreft geen reden dus om heel druk te doen over het debuut van The Temperance Movement. Dat deden de leden van de band zelf ook niet, want het debuut stond na slechts vier dagen in de studio op de band. 

Waarom bespreek ik het debuut van The Temperance Movement dan toch op deze BLOG? Dat is simpel. Het debuut van The Temperance Movement is een ontzettend lekkere plaat vol tijdloze rockmuziek. De band maakt absoluut geen geheim van haar inspiratiebronnen en doet geen dingen die niet eerder zijn gedaan, maar doet verder wel alles goed. 

The Temperance Movement is een goed ingespeelde band die haar klassiekers kent en loopt als een goed geoliede machine. Heerlijk gitaarwerk en een lekkere zware ritmesectie bepalen het geluid van de band en het is een geluid dat continu goed is voor een glimlach. 

The Temperance Movement heeft een voorkeur voor lekker stevige rock tracks, maar schuwt ook het wat meer ingetogen werk niet. In dat meer ingetogen werk wordt de blues tijdelijk verruild voor country en klinkt The Temperance Movement opeens als The Eagles; ook al geen voorbeeld om je voor te schamen. 

De band beschikt over twee prima gitaristen, die goed hebben geluisterd naar alle hierboven genoemde voorbeelden en in hun spel een breed palet bestrijken. Het is één van de smaakmakers in het geluid van The Temperance Movement, maar het meest onderscheidende element in de muziek van de band is ongetwijfeld de stem van de Schot Phil Campbell. Campbell heeft een heerlijk rauwe strot die flink kan schuren in het stevigere werk, maar als hij gas terugneemt wordt het alleen maar beter. The Temperance Movement kan hierdoor een lekker afwisselend geluid neerzetten, met altijd de stem van Campbell als de slagroom op de cake. 

Is het debuut van The Temperance Movement een plaat om heel druk over te doen? Nee, niet wanneer het gaat om de artistieke inbreng van de band, maar als het gaat om muziek met ballen die de juiste snaren weet te raken ben je bij deze prima band absoluut aan het juiste adres. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com

 


maandag 27 oktober 2014

Lamb - Backspace Unwind

Ik dacht eerlijk gezegd dat Lamb al jaren geleden was opgedoekt, maar het duo bestaat nog steeds of in ieder geval weer. 

Heel rouwig was ik een paar jaar geleden overigens niet om het vermeende uit elkaar vallen van Lamb, want de chemie tussen Louise Rhodes en Andrew Barlow leek verdwenen, waardoor platen van het kaliber van Lamb (1996), Fear of Fours (1999) en What Sound (2001) er niet meer in zaten. 

Bovendien leverde Louise Rhodes de afgelopen jaren als Lou Rhodes een drietal geweldige platen af, waarop ze zich manifesteerde als een bijzonder talentvolle folkie. Drie jaar na het laatste wapenfeit van Lou Rhodes moeten we het echter weer doen met een nieuwe plaat van Lamb en die valt helemaal niet tegen. 

Op Backspace Unwind gaat Lamb verder waar het een aantal jaren geleden ophield, met het verschil dat de chemie tussen Andrew Barlow en Louise Rhodes weer helemaal terug is. Aan het Lamb recept is in al die jaren overigens niet zo gek veel veranderd. Andrew Barlow zorgt op Backspace Unwind voor de elektronica, Louise Rhodes voor de vocalen. 

De elektronica is zoals gewoonlijk veelzijdig en varieert van stevige beats en industriële klanken tot atmosferische klankentapijten en mooie gloedvolle pianoklanken. Dit alles wordt vervolgens aan elkaar gebreid met duistere geluidsmuren en tegendraadse ritmes. Door de inventieve klanken van Andrew Barlow klinkt iedere track op de plaat weer net wat anders, waardoor Backspace Unwind blijft boeien. 

Bij de beluistering van de plaat valt trouwens op dat Andrew Barlow een meester is in het plaatsen van de juiste accenten, maar dat hij op hetzelfde moment de kunst van het weglaten uitstekend beheerst. Backspace Unwind heeft hierdoor een mooi open geluid waarin veel ruimte wordt open gelaten voor de vocalen van Louise Rhodes. 

De bijzondere stem van Louise Rhodes is nog altijd de perfecte aanvulling op de elektronische muziek van Lamb, waardoor beide elkaar versterken. Louise Rhodes is in de loop der tijd steeds beter gaan zingen en trekt de songs op Backspace Unwind op imponerende wijze naar zich toe. Hier en daar heeft het zelfs wel wat van de muziek van Portishead en steekt Louise Rhodes Beth Gibbons nadrukkelijk naar de kroon, zeker als ze piept en kraakt en Andrew Barlow wonderschone klanken uit zijn batterij elektronica tovert. 

In muzikaal opzicht zoekt Lamb nog altijd de gulden middenweg tussen dance en trip hop en in beide genres kan het duo uitstekend uit de voeten. Backspace Unwind is een spannende en avontuurlijke plaat die een stuk avontuurlijker is dan de meeste andere platen in het genre en ook nog eens wordt voorzien van geweldige vocalen. 

Na de geweldige folkplaten van Louise Rhodes vond ik het even lastig om haar weer in de elektronische setting van Lamb te waarderen, maar ik was uiteindelijk toch vrij snel om. Backspace Unwind is een fascinerende plaat die als je het mij vraagt niet onder doet voor het beste werk van Lamb. Dat is een prestatie die ik eerlijk gezegd niet meer van Andrew Barlow en Louise Rhodes had verwacht. Ik had het niet verwacht, maar ik ben er heel blij mee. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd  Koop bij bol.com lp+cd

 







Te vinden in de

zondag 26 oktober 2014

Lily & Madeleine - Fumes

De Amerikaanse zusjes Lily & Madeleine Jurkiewicz debuteerden nog geen jaar geleden met een titelloze plaat die de belofte van een aantal prima EP’s meer dan waar maakte. 

Het debuut van Lily & Madeleine stond vol met tijdloze popliedjes die het uiteindelijk natuurlijk vooral moesten hebben van de bijzondere stemmen van de zusjes Jurkiewicz. 

Lily en Madeleine beschikken allebei over een prachtige stem, maar wanneer de zusjes samen zingen gebeurt er iets magisch, net zoals dat gebeurt bij de Zweedse zusjes Johanna en Klara Söderberg (First Aid Kit) of de zussen Charley en Hattie Webb (The Webb Sisters). Ik durf er het woord 'hemels' wel van stal te halen.

Een paar maanden geleden lieten Lily & Madeleine op een buitengewoon fraaie EP met een aantal akoestische sessies al horen dat ze sinds de release van het debuut niet stil zijn blijven staan en dit hoor je nog beter op de inmiddels al weer verschenen tweede plaat van Lily & Madeleine Jurkiewicz, Fumes. 

Als de EP Acoustic Sessions iets liet horen was het wel dat de stemmen van Lily en Madeleine het best gedijen in sobere en bij voorkeur grotendeels akoestische arrangementen. Het is een les die de Amerikaanse zusjes in de openingstrack van de plaat lijken te hebben opgepikt. 

Deze openingstracks is een sober geïnstrumenteerde track waarin de stemmen van het tweetal alle ruimte krijgen. In deze track hoor je goed dat Lily en Madeleine alleen maar beter zijn gaan zingen het afgelopen jaar en laat kippenvel niet lang op zich wachten. Een understatement. En van dit soort tracks zijn er meer. 

Fumes bevat echter ook een aantal tracks waarin de instrumentatie een stuk uitbundiger is of zelfs stevig (al is dat in het geval van Lily & Madeleine maar zeer relatief). In deze tracks moeten de stemmen van de zusjes meer moeite doen om de aandacht te trekken en lukt dit vooral wanneer in de refreinen behoorlijk uitgehaald moet worden. 

Ik maak er geen geheim van, ik heb absoluut een voorkeur voor de uiterst spaarzaam gearrangeerde songs op de plaat, maar wat zijn de wat meer uitbundige songs lekkere en vooral ook knappe popliedjes. Ik kan ze uiteindelijk niet weerstaan.

Lily & Madeleine hinken op hun nieuwe plaat misschien op twee gedachten, maar het zijn twee gedachten die prima worden uitgewerkt en uiteindelijk toch vrij makkelijk weten te overtuigen. 

Fumes laat vergeleken met het titelloze debuut op alle terreinen groei horen: de songs zijn beter, de instrumentatie is warmer en organischer, de productie is sfeervoller en trefzekerder en de twee zusjes zingen ook nog eens beter. Laat Lily & Madeleine samen zingen en ik ga genadeloos voor de bijl. 

Het is een onwaarschijnlijk knappe prestatie van twee piepjonge meiden die nog geen jaar geleden debuteerden en nu al een plaat afleveren die alles heeft om uit te groeien tot een klassieker. 

Liefhebbers van meer traditionele singer-songwriters zullen de wat voller ingekleurde songs op de plaat misschien net wat veel van het goede vinden, maar geef vooral niet op, want na iedere uitbundige song volgt weer een ingetogen parel en Lily & Madeleine slagen er in om het hoge niveau van de openingstrack de hele plaat vast te houden. 

Uiteindelijk ben ik bijzonder, bijzonder gelukkig met het volwassen en volop overtuigende Fumes. Acoustic Sessions 2 moet over een maand of wat maar zorgen voor het ultieme geluk. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd   Koop bij bol.com  LP

 

zaterdag 25 oktober 2014

Jack Bruce - Silver Rails

Eerder vandaag overleed de Britse muzikant Jack Bruce op 71-jarige leeftijd. Jack Bruce is vooral bekend als bassist van Cream, maar verdiende hiervoor al ruimschoots zijn sporen in de muziek als bassist bij roemruchte Britse blues muzikanten als Graham Bond en Alexis Korner en als lid van John Mayall’s Bluesbreakers. Na het uit elkaar vallen van Cream formeerde Bruce zijn Jack Bruce Band, die, in zeer uiteenlopende samenstellingen, is blijven bestaan tot aan zijn dood. 

Jack Bruce heeft meer dan 25 soloplaten op zijn naam staan en er zitten er een paar tussen die ik behoorlijk hoog heb zitten, waaronder klassiekers als Songs For A Tailor (1969), Things We Like (1970), Harmony Row (1971), mijn persoonlijke favoriet I’ve Always Wanted To Do This uit 1980, door de critici bejubelde platen als A Question Of Time (1990) en Somethin Else (1993) en het verrassend sterke More Jack Than God uit 2003. 

Eerder dit jaar verscheen de eerste studioplaat van Jack Bruce sinds het al weer 11 jaar oude More Jack Than God, Silver Rails. Silver Rails lag al een tijdje op de stapel om besproken te worden op deze BLOG, maar het kwam er maar niet van. Silver Rails is nu door het trieste overlijden van Jack Bruce alsnog op deze BLOG terecht gekomen en daar valt helemaal niets op af te dingen. 

Silver Rails is immers niet alleen een hele overtuigende plaat, maar het is bovendien een typische Jack Bruce plaat. Een ieder die niet bekend is met het unieke geluid van Jack Bruce zal Silver Rails niet zomaar kunnen waarderen. Jack Bruce maakt op Silver Rails muziek die ook een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden en het is bovendien muziek die niet heel makkelijk in een hokje is te duwen. 

Silver Rails sluit vrijwel naadloos aan op alle andere soloplaten die ik van Jack Bruce in huis heb. Dit ligt voor een belangrijk deel aan twee unieke ingrediënten in de muziek van Jack Bruce. Allereerst is Jack Bruce een unieke bassist met een geheel eigen geluid en hiernaast is Bruce een bijzonder zanger. 

De stem van Jack Bruce is op Silver Rails misschien niet meer zo krachtig als in het verleden, maar het kwetsbare of zelfs breekbare in zijn stem voegt ook wat toe aan de songs op Silver Rails. Het baswerk is zoals altijd van bijzonder hoog niveau en ook de rest van de instrumentatie op de plaat is dik in orde. Dit is mede de verdienste van een aantal gastmuzikanten van naam en faam, waaronder topgitaristen als Phil Manzanera, Robin Trower en Bernie Marsden, maar het meest geniet ik toch van de bijdragen van Jack Bruce zelf. 

Silver Rails bevat een aantal stevige rocksongs, een aantal bluesy songs, een aantal psychedelisch aandoende songs en een bijzonder indringende piano ballad. Allemaal songs die ook een aantal decennia geleden hadden kunnen zijn gemaakt, maar niet direct songs die zich heel makkelijk laten vergelijken met het werk van anderen. 

Het is zoals gezegd muziek die een ieder die niet bekend is met het werk van Jack Bruce even op zich in zal moeten laten werken, maar als dit oude werk vertrouwde kost is, weet Silver Rails vrij makkelijk te overtuigen met songs die niet onder doen voor het beste werk van Jack Bruce. 

Natuurlijk is het doodzonde dat Silver Rails uiteindelijk de zwanenzang van Jack Bruce is geworden, maar het is een zwanenzang waarop hij bijzonder trots kan zijn. Een mooi slotakkoord voor de liefhebbers van zijn muziek, een mogelijke start van een lange ontdekkingstocht voor de nieuwkomers. Met het overlijden van Jack Bruce verliest de popmuziek wel weer een icoon, we zullen hem missen. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd   Koop bij bol.com  cd+DVD  Koop bij bol.com LP

 

Sophie Zelmani - Going Home / Everywhere

In de lente van 1996 werd ik smoorverliefd op de muziek van de Zweedse singer-songwriter Sophie Zelmani. Het debuut van Sophie Zelmani was een sprankelende en zonnige singer-songwriter plaat vol onweerstaanbare popliedjes. Popliedjes zoals Van Morrison die maakt maar dan met lieflijke vocalen en alleen maar zonnestralen. Sophie Zelmani’s buitengewoon charmante accent deed in combinatie met haar zwoele fluisterstem de rest. 

Twee jaar later verscheen de tweede plaat van Sophie Zelmani en hierop had de aangename lentezon plaats gemaakt voor donkere wolken. Precious Burden was een uiterst sombere plaat, maar het was ook een wonderschone plaat die mijn liefde voor de muziek van Sophie Zelmani alleen maar groter maakte. 

Na Precious Burden maakte Sophie Zelmani nog een aantal platen. Het waren zeker geen slechte platen, maar de magie van het zonnige debuut en de zo sombere opvolger ontbrak. Na het wederom aardige maar niet opzienbarende The Ocean And Me verloor ik Sophie Zelmani uit het oog, tot een lezer van deze BLOG me een aantal dagen geleden wees op een nieuwe plaat van de Zweedse singer-songwriter. 

Going Home blijkt één van twee nieuwe Sophie Zelmani platen die eerder dit jaar verschenen. Ik begon met enige zorg aan de beluistering van de nieuwe platen van de Zweedse singer-songwriter, want hoe groot is de kans dat ze me na al die jaren net zo zou raken als in de lente van 1996 of de herfst van 1998? 

Laat ik beginnen met Going Home. Going Home bevat maar één nieuwe song en verder nieuw opgenomen versies van songs van de eerdere platen van Sophie Zelmani. Natuurlijk ging ik direct op zoek naar de songs van de platen die me zo dierbaar zijn, maar beiden zijn slechts met één song vertegenwoordigd. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant kan Sophie Zelmani niet veel toevoegen aan songs die ik al meer dan 15 jaar koester. 

Ze voegt daarentegen een hoop toe aan de songs die ik niet of minder goed ken. Al deze songs zijn voorzien van een buitengewoon stemmige instrumentatie bestaande uit voornamelijk piano en akoestische gitaar, hier en daar wat verder ingekleurd met strijkers en een aantal andere instrumenten. Het is een instrumentatie die me herinnert aan Precious Burden en dit wordt alleen maar versterkt wanneer Sophie Zelmani begint te zingen. Aan haar accent is niets veranderd en ook haar stem klinkt nog vrijwel hetzelfde als in de lente van 1996 of de herfst van 1998. 

Het wist me direct te betoveren en sindsdien is Going Home eigenlijk alleen maar mooier en indringender geworden. Songs die op de  latere platen van Sophie Zelmani verbleekten door een te volle productie of een slecht gekozen instrumentatie komen op Going Home tot leven en maken vrijwel zonder uitzondering een verpletterende indruk, ook wanneer de sombere klanken opeens worden afgewisseld met behoorlijk uitbundige gitaren. 

 


Going Home heb ik onmiddellijk toegevoegd aan de Sophie Zelmani platen die ik altijd binnen handbereik wil hebben, maar hiermee was ik er nog niet. Met Everywhere leverde de Zweedse singer-songwriter immers onlangs nog een nieuwe plaat af. 

Everywhere bevat alleen nieuw werk en sluit eigenlijk naadloos aan op Going Home. Ook op Everywhere kiest Sophie Zelmani voornamelijk voor stemmige en ingetogen songs, al is de productie wel wat voller dan die op Going Home en zijn meer instrumenten en achtergrondvocalen toegevoegd. 

Everywhere heeft een net wat minder sombere ondertoon dan Going Home. Dat betekent nog niet dat Sophie Zelmani net zo sprankelt en verleidt als op haar debuut, maar ze komt een aantal keren in de buurt. 

Met de songs op de plaat is echter helemaal niets mis. Ook Everywhere bevat vrijwel uitsluitend songs die me onmiddellijk in wisten te pakken en het zijn songs die in me in enkele gevallen al net zo dierbaar zijn als de songs van de eerste twee platen van Sophie Zelmani en de oudjes van Going Home. 

Ook Everywhere maakt indruk met een mooie stemmige instrumentatie en vooral met songs en vocalen waarvan je alleen maar kunt houden.

Ik was Sophie Zelmani eerlijk gezegd helemaal vergeten, maar opeens is ze terug. Niet met één nieuwe plaat, maar met twee nieuwe platen die ook nog eens allebei goed zijn. Ik heb Sophie Zelmani onmiddellijk weer in mijn hart gesloten en dat moeten meer mensen doen. Ga luisteren en je bent verkocht. Ik weet het bijna zeker. Erwin Zijleman

 

Beide platen zijn helaas lastig te verkrijgen en als je ze al vindt gaat het om peperdure Zweedse import. Het kan goedkoper via de site van Sophie Zelmani (https://www.bengans.se/popup/zelmani_cd/int.aspx?language=en en https://www.bengans.se/popup/sophie_going/int.aspx).

Toch voor een prikkie genieten van het allerbeste van Sophie Zelmani? Precious Burden is te koop voor een hele interessante prijs.

Koop bij bol.com

vrijdag 24 oktober 2014

Vashti Bunyan - Heartleap

De Britse folkzangeres Vashti Bunyan debuteerde in 1970 met Just Another Diamond Day. De plaat werd geproduceerd door topproducer Joe Boyd, die op dat moment onder andere had gewerkt met Nick Drake en Fairport Convention en gearrangeerd door Robert Kirby, die ook had gewerkt met Nick Drake, wat bijdroeg aan de hoge verwachtingen met betrekking tot de plaat.

Just Another Diamond Day was het debuut van Vashti Bunyan, maar leek ook lange tijd haar zwanenzang te worden. De zangeres die was binnengehaald als de nieuwe Joni Mitchell maakte de te hooggespannen verwachtingen niet waar en de plaat flopte genadeloos. Vrij snel na de release van de plaat koos Vashti Bunyan voor het moederschap en verdween ze uit beeld. 

Pas 30 jaar later keerde de aandacht voor de pastorale folksongs op haar al lang vergeten debuut terug. De nieuwe folkbeweging was bijzonder gecharmeerd van de ingetogen folksongs van Vashti Bunyan en Just Another Diamond Day werd opeens een inspiratiebron voor velen en toch nog het meesterwerk dat in 1970 bijna niemand er in gehoord had. 

Het bood Vashti Bunyan de kans om terug te keren in de muziek. Eerst op een samen met het hippe Animal Collective gemaakte EP en later met het in 2005 verschenen Lookaftering, dat Just Another Diamond Day ruim 35 jaar na de release alsnog van een niet meer verwachte opvolger voorzag. 

Inmiddels zijn we weer 9 jaar verder en levert Vashti Bunyan naar eigen zeggen haar laatste plaat af. Niet omdat ze te oud is (ze is ‘pas’ 70) maar omdat ze alles gezegd heeft wat ze wil zeggen. Vashti Bunyan maakt zich er niet makkelijk van af, want ze heeft jaren aan Heartleap gewerkt. Dat is te horen, want het is een bijzonder mooie plaat geworden. 

Heartleap bevat voornamelijk bijzonder intieme songs. De instrumentatie is spaarzaam en bestaat vooral uit gitaar, piano en strijkers. Het is een instrumentatie die zich gedienstig opstelt, want op Heartleap draait alles om de prachtige stem van Vashti Bunyan. Het is een stem die vooral goed tot zijn recht komt in wat pastorale songs en deze zijn dan ook volop te vinden op Heartleap. 

Heartleap bevat een aantal gastbijdragen (onder andere van Devendra Banhart die haar tien jaar geleden weer op de kaart zette), maar het grootste deel van de plaat is door Vashti Bunyan zelf in elkaar geknutseld. De Britse folkzangeres heeft dat op bijzonder smaakvolle wijze gedaan. 

De spaarzame instrumentatie is uitermate trefzeker en past steeds perfect bij de prachtige vocalen. Vashti Bunyan hield haar songs en muziek altijd al klein, maar zo fragiel als op Heartleap heb ik haar nog niet gehoord. Heartleap is hierdoor een plaat die vraagt om maximale aandacht. Ieder bijgeluid kan de breekbare folksongs van Vashti Bunyan verstoren en dat is echt het laatste wat je wilt. 

Of Heartleap echt de laatste plaat is van Vashti Bunyan zal de tijd moeten leren, niets is immers zo veranderlijk als de mens, maar als het haar laatste plaat is, is het een slotakkoord waarop Vashti Bunyan trots kan zijn. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com cd    Koop bij bol.com  lp

 

donderdag 23 oktober 2014

Bear's Den - Islands

Wanneer de Britse hype machines op volle toeren draaien ben ik op mijn hoede. Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van het debuut van het uit Londen afkomstige Bear’s Den, dat vorig jaar op basis van slechts een handjevol songs al werd uitgeroepen tot één van de sensaties van 2014. 

Bear’s Den komt uit dezelfde scene als het momenteel razend populaire Mumford & Sons en wordt door de Britse muziekpers in dezelfde hoek geduwd. Bij beluistering van de openingstrack van Islands is daar nog wel iets voor te zeggen, al is de folk van Bear’s Den in deze openingstrack een stuk minder uitbundig dan die van Mumford & Sons. 

In de tracks die volgen hoor ik, buiten het intensieve gebruik van de banjo, eigenlijk niet zo heel veel terug van de band waarmee Bear’s Den muzikaal opgroeide. De muziek van de band uit Londen is ook geworteld in de Britse folk uit een ver verleden, maar is ingetogener en vooral ook complexer dan de muziek van haar vermeende soortgenoten. 

Bear’s Den begint op Islands bij Britse folk, maar haakt ook aan bij bands als Coldplay, Snow Patrol en zeker ook Travis (Islands doet me meer dan eens denken aan het briljante The Man Who). Namen waarvan niet iedereen enthousiast zal worden, maar lees vooral verder.

Islands bevat knap in elkaar stekende songs die uit meerdere lagen bestaan. In één van de lagen domineert de zo karakteristieke banjo, maar Bear’s Den grijpt hiernaast ook naar atmosferische elektronische klankentapijten en zet in een aantal tracks zelfs blazers in. In deze tracks dringt de associatie met de muziek van Elbow zich op, al kiest Bear’s Den over het algemeen voor toegankelijkere songs dan die van de band uit Manchester. 

Zeker de songs die wat ingewikkelder in elkaar steken en zelfs invloeden uit de progrock lijken te verwerken, worden hier en daar bestempeld als pretentieus, maar zover wil ik toch niet gaan, al is het maar omdat Bear’s Den ook niet bang is voor bijzonder sobere folksongs zonder opsmuk en het altijd het popliedje met een kop en een staart als leidraad gebruikt.

De band is wat mij betreft het best op dreef wanneer het kiest voor de gulden middenweg tussen lekker in het gehoor liggende maar intieme folksongs met een aangenaam voortkabbelende banjo en de songs met wat meer diepgang en een veel voller geluid. 

Islands bevat een aantal geweldige songs die de misschien wel wat te hoog gespannen verwachtingen onmiddellijk waarmaken en een aantal songs die wat langer moeten rijpen, maar uiteindelijk weet het merendeel van de songs op het debuut van Bear’s Den te overtuigen. 

Wat ik persoonlijk knap vind aan de songs van Bear’s Den is dat de band het grote gebaar zeker niet schuwt, maar ook overeind blijft wanneer de songs vrijwel tot op het bot zijn uitgekleed en het moeten hebben van eenvoudig snarenwerk en mooie emotievolle vocalen. In deze songs worden de grote festivalweides en de goed gevulde bibliotheek (die terugkomt in de teksten) even vergeten en blijft een kleinschalig en aangenaam smeulend kampvuur over. 

Ook wanneer Islands de intimiteit van het kampvuur overstijgt blijft de warmte en krijgen de Britse hype machines voor één keer gelijk. Islands van Bear’s Den is gewoon een goed debuut. Een heel goed debuut zelfs. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd   Koop bij bol.com  2 LP's

 





Te vinden in de 

woensdag 22 oktober 2014

Kimbra - The Golden Echo

De uit Nieuw Zeeland afkomstige Kimbra (Johnson) is in Nederland nog vrij onbekend, maar als ik vertel dat zij verantwoordelijk is voor de vrouwelijke vocalen in Gotye's wereldhit Somebody That I Used To Know weet waarschijnlijk bijna iedereen over wie ik het heb. 

De bijdrage aan de muziek van Gotye was echter niet het eerste wapenfeit van Kimbra. Haar debuutplaat Vows won in haar vaderland de nodige prijzen en blijkt een fascinerende plaat die alle kanten op schiet. 

Dat geldt in nog veel sterkere mate voor het onlangs verschenen The Golden Echo, dat op mij behoorlijk wat indruk heeft gemaakt. Dat doet Kimbra met muziek die misschien nog het best kan worden omschreven als Popmuziek met een hoofdletter P. Kimbra citeert hierbij nadrukkelijk uit het 90s oeuvre van Prince en sluit hiernaast aan bij grote R&B sterren als TLC en de onfortuinlijke Aaliyah. 

Omdat Kimbra ook flink wat invloeden uit de R&B en moderne dance toevoegt aan muziek dringt de vergelijking met Janelle Monáe zich op. Net als Janelle Monáe maakt Kimbra muziek waar ik normaal gesproken niet zo van hou, maar deze muziek zit zo knap in elkaar en is bovendien zo veelzijdig dat ik toch blijf luisteren en langzaam maar zeer zeker gegrepen wordt. 

Wat The Golden Echo zo knap maakt is dat Kimbra schaamteloos citeert uit de 90s pop van mindere goden als Paula Abdul, maar deze invloeden vervolgens fraai integreert in haar uiteindelijk toch bijzonder avontuurlijke songs. Het is absoluut muziek waarvan je moet houden en bovendien muziek die op deze BLOG nauwelijks aandacht krijgt, maar toch adviseer ik iedereen om deze bijzondere plaat van Kimbra eens te proberen en wat geduld te hebben met deze plaat. 

Zeker als je de plaat wat beter kent hoor je hoeveel kanten Kimbra opschiet en hoe avontuurlijk haar songs in elkaar steken. Een groot deel van de plaat is zeer geschikt voor de dansvloer (en raakt met name dan stevig aan Michael Jackson), maar The Golden Echo heeft ook zijn ingetogen momenten (die weer doen denken aan de muziek van landgenoot Lorde) en volop momenten die zo van de hak op de tak springen dat ze nauwelijks te doorgronden zijn. 

Kimbra tekent als coauteur voor alle songs op de plaat en speelt in vocaal opzicht een belangrijke rol, maar ze is niet de enige die een compliment verdient voor deze plaat. Zo zetten de muzikanten een heerlijk funky geluid neer dat zowel ouderwets als modern kan klinken en heeft producer Rich Costey een productioneel kunststukje afgeleverd dat bestaat uit vele lagen, waarvoor zelfs de legendarische Van Dyke Parks act de présence heeft gegeven.  

The Golden Echo is een veelkleurige lappendeken. Het is een lappendeken die vooral gemengde reacties oplevert. Recensies zijn tot dusver bijzonder positief of vernietigend; een tussenweg lijkt er niet te zijn. Zelf reken ik mezelf inmiddels tot het eerste kamp. The Golden Echo is een plaat vol heerlijke popmuziek die je minstens een jaar of 20 mee terug in de tijd neemt, maar het is op hetzelfde moment een plaat vol avontuurlijke muziek die alleen maar uit het heden kan stammen. 

Ik zette The Golden Echo in eerste instantie zelf vooral op als feel good plaat, maar inmiddels hoor ik vooral de bijzondere schoonheid van deze plaat. Bijzondere dame deze Kimbra en absoluut een hele bijzondere plaat. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com