zaterdag 28 februari 2015

Point Quiet - Ways And Needs Of A Night Horse

In de categorie minder bekend talent in het rootssegment zoek ik het deze week heel dicht bij huis. Point Quiet is een Nederlandse band, maar klinkt op haar nieuwe plaat eigenlijk geen noot Nederlands. 

Op Ways And Needs Of A Night Horse sleept de band je de woestijnen van het Zuiden van de Verenigde Staten in, zoals tot voor kort alleen bands uit de muziek scene van Tucson, Arizona, dat konden. 

In de openingstrack en titeltrack van Ways And Needs Of A Night Horse verrast Point Quiet met donkere en intieme klanken die via uiteenlopende instrumenten associaties oproepen met donkere Americana, Tex Mex en Mexicaanse muziek en dan zijn er ook nog eens de strijkers die Ways And Needs Of A Night Horse een weer net wat andere kant op sleuren. 

Het is een buitengewoon indrukwekkende openingstrack van een plaat die vervolgens maar blijft imponeren. Point Quiet maakt donkere en bijna verstilde muziek die vooral leunt op mooie donkere vocalen, maar kleurt deze muziek vervolgens op bijzonder fraaie wijze in. Point Quiet gebruikt hiervoor strijkers en blazers, maar zet ook veelvuldig de pedal steel, mandoline en accordeon in. Het doet allemaal wel wat denken aan het veelkleurige geluid van Calexico, maar Point Quiet klinkt toch net wat anders en wanneer hebben we Calexico voor het laatst zo goed gehoord als Point Quiet op Ways And Needs Of A Night Horse? Dat is behoorlijk lang geleden als je het mij vraagt. 

Net als stadgenoten Smutfish slaagt Point Quiet er in om Amerikaanse rootsmuziek te maken die compleet is ontdaan van Nederlandse spruitjesgeur, maar toch maakt het wel degelijk Amerikaanse rootsmuziek met een eigen gezicht. Het is muziek die haar kracht voor een belangrijk deel ontleend aan de prachtige instrumentatie, maar ook de zang op de plaat is van een bijzonder hoog niveau. 

Zanger Pascal Hallibert, die naast Haagse overigens ook Franse roots heeft, klinkt meer dan eens als Chris Rea en dat is een groot compliment. Door de mooie en warme vocalen kan Point Quiet met enige regelmaat ontsnappen aan de Americana Noir die het maakt en begeeft het zich zo nu en dan op het terrein van een band als Tindersticks. Hiernaast vindt de band zoals gezegd aansluiting bij bands als Calexico en Giant Sand en doet het wat mij betreft niet onder voor deze bands. 

De zich over het algemeen langzaam voortslepende songs op Ways And Needs Of A Night Horse klinken steeds net weer iets anders en zijn zonder uitzondering wonderschoon. Het zijn songs die zich in de meeste gevallen langzaam opdringen, maar als de muziek van Point Quiet onder je huid kruipt is de impact ook maximaal. 

Een beetje bijzonder is het natuurlijk wel. Twee van de beste zwaar Amerikaans klinkende rootsplaten van het moment komen gewoon uit Den Haag. Het zal er voor zorgen dat beide platen in rootskringen niet zo breed omarmd worden als ze verdienen, maar ze zijn er niet minder mooi om. Trouble van Smutfish beschouw ik inmiddels al meerdere weken als één van de beste rootsplaten van het moment, maar Ways And Needs Of A Night Horse van Point Quiet mag er absoluut naast staan. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com

 

vrijdag 27 februari 2015

The Pop Group - Citizen Zombie

De uit het Britse Bristol afkomstige band The Pop Group werd in 1977 opgericht en daarom voor het gemak maar in het hokje punk geduwd. 

Met punk had de muziek van The Pop Group echter niet zoveel te maken en dat werd duidelijk toen in 1979 het debuut van de band verscheen. Y is een plaat die in iedere platenkast moet staan, maar in de meeste platenkasten kom je de plaat helaas niet tegen. Dat is aan de andere kant ook niet zo gek, want Y is met haar mix van dub, noise, free jazz, funk en nog een handvol andere stijlen een volstrekt ongrijpbare plaat. 

De critici waren terecht laaiend enthousiast, maar de plaat verkocht voor geen meter. Toen The Pop Group met het een jaar later verschenen For How Much Longer Do We Tolerate Mass Murder? ook nog de steun van de critici verloor, viel vrijwel onmiddellijk het doek voor The Pop Group en raakte ook Y helaas in de vergetelheid. 

De afgelopen 35 jaar was het stil rond The Pop Group, maar bijna uit het niets is de band terug met een nieuwe plaat. Voor haar eerste plaat in 35 jaar tijd wist The Pop Group een producer van naam en faam te strikken. De onder andere van Adele, Lana Del Rey, Cee-Lo Green, U2, Paul McCartney en FKA Twigs bekende Paul Epworth produceerde Citizen Zombie en wat is het een geweldige plaat geworden. 

The Pop Group is haar wilde haren inmiddels voor een deel kwijt en klinkt op haar nieuwe plaat niet meer zo tegendraads als op haar vergeten debuut, maar gelukkig is Citizen Zombie wel een lekker eigenzinnige plaat geworden. Op haar comebackplaat maakt The Pop Group redelijk lekker in het gehoor liggende, maar op hetzelfde moment ook compromisloze muziek. 

Een groot deel van de plaat klinkt als de plaat die Bowie zou hebben gemaakt wanneer hij in zijn Berlijnse periode definitief in de goot zou zijn terecht gekomen. Het is donkere muziek waarin popliedjes met een kop en een staart zijn omgeven door een duister klankentapijt. 

Citizen Zombie riep bij mij in eerste instantie vooral associaties op met de muziek van David Bowie in zijn Berlijnse periode, maar dankzij de funk-injectie heeft het ook zeker wat van ABC, Gang Of Four, A Certain Ratio, Talking Heads en The Fall. Het zijn namen die je ook direct weer moet vergeten, want uiteindelijk klinkt Citizen Zombie toch vooral als The Pop Group. 

De wederopstanding van de band met de geweldige naam heeft een plaat opgeleverd die uit de speakers knalt, maar het is ook een plaat met een bijna vervreemdende uitwerking. The Pop Group heeft nooit alledaagse muziek gemaakt en doet dat nog steeds niet. 

Wat mij vooral opvalt is de enorme intensiteit en energie van Citizen Zombie. Er zijn niet veel bands die na 35 jaar stilte een plaat kunnen maken die er toe doet, maar bands die vervolgens ook nog eens aan weten te haken bij de rauwe energie van weleer zijn uiterst schaars. 

Citizen Zombie is een plaat waar de urgentie van af spat. Dat hoor je in de messcherpe funky riffs, in de dubachtige ritmes en in de soms bijna krankzinnige vocalen. De eerste keer dat ik de terugkeer van The Pop Group beluisterde deed ik dit met open mond en de verbazing is gebleven. 

Citizen Zombie is een frisse en energieke plaat die na 36 jaar het briljante Y recht doet. Dat Pitchfork er slechts een 2.4 voor over heeft begrijp ik dan ook totaal niet, maar Pitchfork begrijp ik de laatste tijd wel vaker niet. Ik vertrouw daarom liever op mijn eigen oordeel: Citizen Zombie van The Pop Group is een briljante plaat van een grote band. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com

 

donderdag 26 februari 2015

Steve Earle & The Dukes - Terraplane

Steve Earle vierde eerder dit jaar zijn zestigste verjaardag en tekende bovendien voor de zevende keer (!) de papieren om zijn huwelijk te ontbinden. Heel vrolijk is de ouwe rot er niet van geworden en hoe kun je dit beter uiten dan met een onvervalste bluesplaat. 

Ook Terraplane werd weer gemaakt met zijn band The Dukes, al speelt de band dit keer meer ingetogen dan op de vorige platen en schittert ex-vrouw Allison Moorer dit keer uiteraard door afwezigheid. 

Terraplane is zeker geen typische breakup plaat, wat overigens niet betekent dat er geen verwijzingen naar de liefdesbreuk met Allison Moorer zijn te vinden op de plaat. Steve Earle heeft inmiddels echter te vaak met dit bijltje gehakt om zich volledig van slag te laten brengen door een vrouw en bezingt direct ook maar een heleboel andere ellende. 

Terraplane is uiteindelijk vooral een terugkeer naar de roots van Steve Earle. De Texaanse muzikant grijpt op Terraplane terug op de folk en blues van zijn geboortegrond en kiest voornamelijk voor rauwe en behoorlijk donkere songs. 

Hoewel de combinatie van Steve Earle en blues zeker geen nieuwe combinatie is, vind ik het nog steeds een bijzondere. Steve Earle is in vocaal opzicht geen typische blues muzikant en vertolkt zijn blues songs alsof het stokoude folksongs zijn. Het zal met name voor de blues puristen even wennen blijven, maar persoonlijk vind ik het prachtig. 

Steve Earle stak sinds de komst van zijn muze Allison Moorer in een uitstekende vorm en wat mij  betreft heeft hij deze weten te behouden. Terraplane laat een gedreven muzikant horen, die het maken van bovengemiddeld goede platen nog steeds niet is verleerd. 

Vergeleken met zijn vorige platen is Terraplane een betrekkelijk eenvoudige plaat. Steve Earle beperkt zich dit keer tot de essentie en vertolkt blues songs en folk songs die ook in zijn geboortejaar gemaakt hadden kunnen zijn of zelfs decennia ervoor. 

Op Terraplane wordt zoals gezegd betrekkelijk ingetogen gespeeld, al worden ingetogen akoestische songs afgewisseld met rauwe elektrisch versterkte songs. Terraplane is een plaat zonder poespas en zonder uitstapjes buiten de gebaande paden. De meeste songs volgen het stramien van de Zuidelijke blues song en Steve Earle blijkt er een meester in. 

Als er al ruimte is voor muzikale uitspattingen komen die van de gitaren van Earle en Chris Masterson, een scheurende mondharmonica of een enkele keer van de viool van Eleanor Whitmore, die ook nog act de présence geeft in een mooi duet en de duetten met Allison Moorer doet vergeten. 

Terraplane van Steve Earle wordt nogal wisselend ontvangen en dat verbaast me. Met Terraplane heeft de ouwe rot immers een ruwe en goudeerlijke rootsplaat afgeleverd, die niet onderdoet voor de vele andere prachtplaten in zijn inmiddels zeer imposante oeuvre. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com    cd  Koop bij bol.com   cd+DVD   Koop bij bol.com  LP

    


http://vinyl50.nl/album/glitter-lizard/







woensdag 25 februari 2015

Led Zeppelin - Physical Graffiti, 2015 Edition

De serie waarin het werk van Led Zeppelin opnieuw wordt uitgebracht is inmiddels aanbeland in 1975. 

De Britse band had op dat moment al vijf klassiekers op haar naam staan. Na Led Zeppelin I, II, III, IV en Houses Of The Holy twijfelde niemand meer aan de band die in een paar jaar tijd was uitgegroeid tot één van de grootste rockbands allertijden. 

Met name op Houses Of The Holy had Led Zeppelin nadrukkelijk haar vleugels uitgeslagen en geëxperimenteerd met meerdere genres, die allemaal perfect bij de band bleken te passen. 

In 1975 was Led Zeppelin een geoliede machine met een briljant gitarist, een groots zanger en een ritmesectie waar andere bands alleen maar van konden dromen. Het wachten was op de volgende klassieker van de band, maar die liet op zich wachten. Led Zeppelin had na Houses Of The Holy een sabbatical genomen en bovendien tijd geïnvesteerd in het opzetten van een eigen platenlabel. 

Bijna twee jaar na Houses Of The Holy en precies 40 jaar geleden verscheen echter Physical Graffiti. Omdat de band voor de afwisseling de tijd had genomen voor het opnemen van de nieuwe plaat, lag er een berg materiaal op de plank. Physical Graffiti werd dan ook een dubbelalbum en het is een dubbelalbum dat inmiddels bekend staat als één van de klassiekers uit de geschiedenis van de rockmuziek. 

Physical Graffiti opent opvallend rauw en stevig. In de drie tracks op de eerste plaatkant domineert de bluesy hardrock waarmee de band een paar jaar eerder had gedebuteerd en ontbreken de uitstapjes richting andere genres. Daar is niks mis mee, want wat klinkt Led Zeppelin op deze eerste plaatkant hecht en gedreven. Het gitaarwerk is om van te watertanden, de ritmesectie is moddervet en Robert Plant zingt nog beter dan op de vorige platen van de band. Het levert monumentale muziek op. 

De uitstapjes buiten de gebaande paden keerden terug op de tweede plaatkant waarop Led Zep experimenteert met wat lichtvoetigere rock, een flinke dosis funk en invloeden uit de Oosterse muziek. Met name die laatste invloeden maakten indruk en leverden uiteindelijk één van de beste Led Zeppelin tracks aller tijden op: Kashmir.  

De critici waren destijds minder te spreken over de derde en vierde plaatkant van Physical Graffiti. Persoonlijk ben ik het daar niet mee eens. De derde en vierde plaatkant van de zesde plaat van Led Zeppelin zijn misschien wat minder overweldigend dan de eerste twee plaatkanten, maar er valt wel degelijk veel te genieten, zeker voor een ieder die Led Zeppelin graag buiten de lijntjes ziet kleuren. 

Op de derde plaatkant van Physical Graffiti is er meer ruimte voor invloeden uit de folk en de psychedelica, terwijl op de laatste plaatkant de rauwe bluesy rock weer domineert. 

Physical Graffiti is inmiddels veertig jaar oud, maar de plaat staat nog altijd als een huis. De geremasterde versie klinkt ook dit keer weer geweldig en voor de echte liefhebber staat er weer het nodige bonusmateriaal klaar. Zelf beperk ik me bij voorkeur tot de hoofdschotel en die klinkt fantastisch. 

Met Physical Graffiti had Led Zeppelin zes klassiekers op haar naam staan en leek het klaar voor veel meer. Donkere wolken pakten zich echter samen boven de gevestigde orde van de rockmuziek en de volgende keer dat Led Zeppelin op zou duiken waren de tijden veranderd. Het niveau van Physical Graffiti zou Led Zeppelin nooit meer benaderen, maar op haar laatste meesterwerk presteert het op de toppen van haar kunnen. Het leverde een plaat op die nog altijd gekoesterd moet worden. Erwin Zijleman

Koop bij BOL.com

 

http://vinyl50.nl/album/glitter-lizard/






dinsdag 24 februari 2015

Screaming Females - Rose Mountain

Screaming Females is een trio uit New Brunswick, New Jersey, dat in 2006 werd opgericht. Het debuut van de uit twee mannen en één vrouw bestaande band vermengde op haar in 2007 verschenen debuut What If Someone Is Watching Their T.V.? invloeden van twee andere roemruchte trio’s: Dinosaur Jr. en Sleater-Kinney. 

Het was een mooi gekozen moment voor een eerbetoon aan deze twee roemruchte bands. Sleater-Kinney leek in 2005 met The Woods haar zwanenzang te hebben afgeleverd, terwijl Dinosaur Jr. op dat moment al een tijd geen platen meer had uitgebracht en er al een tijdje werd gewacht op een comeback plaat. 

Het debuut van Screaming Females deed echter niet veel en als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat ik alle platen van de band tot dusver heb gemist. Heel erg is dat overigens niet. De platen die Screaming Females de afgelopen acht jaar uitbracht klonken bij vlagen lekker, maar waren ook wel wat wisselvallig. Pas op in het 2012 verschenen Ugly (overigens geproduceerd door niemand minder dan Steve Albini) hoor ik een band die tot grootse dingen in staat moet worden geacht en pas op het onlangs verschenen Rose Mountain hoor ik deze dingen ook. 

Rose Mountain had ik een half jaar geleden nog kunnen omschrijven als een perfect alternatief voor Sleater-Kinney, maar nu het trio uit Olympia, Washington, zich sinds het begin van dit jaar weer onder de levenden bevindt, bestaat daar geen behoefte meer aan. 

Het is alleen maar goed nieuws, want Rose Mountain is veel te goed om alleen maar te dienen als surrogaat voor iets dat er niet meer is. Op Rose Mountain maakt Screaming Females de stekelige rocksongs die we ook van Sleater-Kinney gewend zijn, maar het zijn stekelige rocksongs met een eigen gezicht. De muziek van Sleater-Kinney klinkt absoluut door op de nieuwe plaat van Screaming Females, maar het is slechts één van vele invloeden (die verder variëren van Dinosaur Jr. tot de Pixies of zelfs Blondie). 

Frontvrouw van de band is Marissa Paternoster, die niet alleen de vocalen voor haar rekening neemt, maar ook verantwoordelijk is voor het gitaarwerk. Het is veelzijdig gitaarwerk dat varieert van puntige en vlijmscherpe hooks tot gitaarmuren die zo uit de metal lijken weggelopen. 

De diversiteit van het gitaarwerk hoor je ook terug in de rest van de muziek van Screaming Females. De band geeft vaak flink gas, maar kiest minstens even vaak voor songs die zich in een veel lager tempo voortslepen. Met name in deze tracks hoor je dat Marissa Paternoster een uitstekende zangeres is, die een stuk minder gejaagd klinkt dan de zangeressen van Sleater-Kinney (wat overigens bij Sleater-Kinney nadrukkelijk bijdraagt aan de kwaliteit van de songs). 

Rose Mountain bevat bovendien een groot aantal prima songs en het zijn songs die een stuk veelzijdiger zijn dan die op de punk voorganger Ugly. Het zijn songs die door de stevige gitaarriffs behoorlijk overweldigend kunnen zijn, maar op hetzelfde moment klinken ze als perfecte popliedjes. 

Het levert een plaat op die al weken behoorlijk verslavend blijkt en de prima comeback-plaat van Sleater-Kinney keer op keer uit de cd-speler weet te houden. Beluistering is vanwege het verslavende karakter van Rose Mountain op eigen risico, want als de geweldige songs op deze plaat eenmaal in je kop zitten komen ze er echt niet meer uit. Met geen mogelijkheid. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com   LP

 

maandag 23 februari 2015

Leighton Meester - Heartstrings

Leighton Meester is niet bepaald in een modelgezin opgegroeid. Toen ze werd geboren zat haar moeder nog achter de tralies en ook haar, deels Nederlandse, vader was een gevreesd drugshandelaar. De jonge Leighton Meester werd daarom vooral opgevoed door haar grootouders en vond al op jonge leeftijd een artistieke uitlaatklep. 

In Nederland kennen we Leighton Meester vooral als actrice (en dan met name uit de populaire serie Gossip Girl), maar in de Verenigde Staten wordt ze ook gerespecteerd als zangeres. Haar debuut Heartstrings verscheen medio 2014 in de Verenigde Staten en is daar redelijk succesvol. 

In Nederland nemen we de zoveelste zingende actrice nog niet serieus en dat is zonde. Heartstrings is namelijk een prima debuut, dat zeer in de smaak zal vallen bij de liefhebbers van lekker in het gehoor liggende Amerikaanse singer-songwriter pop. 

Leighton Meester koos voor haar eerste stapjes in de muziek nog voor aanstekelijke danspop, maar heeft het roer op Heartstrings volledig omgegooid. Voor haar debuut deed de Amerikaanse een beroep op de gelouterde producer Jeff Trott, die eerder werkte met onder Colbie Caillat en Sheryl Crow. Van deze twee ligt de eerste dichter bij Leighton Meester, al kiest deze op Heartstrings gelukkig niet alleen maar voor radiovriendelijke pop. 

Jeff Trott heeft het debuut van Leighton Meester voorzien van een stevige rootsinjectie, waardoor haar popliedjes zijn ontdaan van de vervelende laag plastic die zo domineert in de Amerikaanse popmuziek. Het lijkt allemaal wel wat op de popplaat die Jewel ooit maakte (0304). Nu is dat zeker niet mijn favoriete Jewel plaat, maar vergeleken met deze plaat klinkt Heartstrings ook een stuk organischer en bovendien is de muziek van Leighton Meester steviger verankerd in de singer-songwriter muziek van de jaren 70. 

Alles op Heartstrings is met veel smaak gemaakt. Het geldt voor de mooie warmbloedige instrumentatie, het geldt voor de radiovriendelijke maar toch ook redelijk ingetogen productie, het geldt voor de gevarieerde maar altijd aanstekelijke popliedjes en het geldt ook zeker voor de bijzonder aangename stem van Leighton Meester. 

Natuurlijk is Heartstrings geen plaat waar heel druk over moet worden gedaan, al ontstijgt het debuut van Leighton Meester de grauwe middelmaat met speels gemak. Ik heb Heartstrings zelf maanden geleden al omarmd als een ‘guilty pleasure’ en in deze categorie behoort de plaat tot mijn persoonlijke favorieten. 

Nu ik de plaat heel wat keren heb gehoord hoor ik bovendien nog steeds groei en sluit ik zeker niet uit dat Leighton Meester nog eens een prachtig doorleefde rootsplaat gaat maken. Tot die tijd is Heartstrings een heerlijke ‘guilty pleasure’ en misschien zelfs wel meer dan dat. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com

 

zondag 22 februari 2015

Mister And Mississippi - We Only Part To Meet Again

Ik was twee jaar geleden diep onder de indruk, nee stuk, van het debuut van de Nederlandse band Mister And Mississippi. Het titelloze debuut van de band uit Utrecht heb ik zo vaak gedraaid en ik heb er zo intens van genoten dat de tweede plaat eigenlijk alleen maar tegen kon vallen. 

Toen ik We Only Part To Meet Again voor het eerst hoorde viel de plaat me inderdaad tegen, maar ik wist ook dat ik de plaat nog geen eerlijke kans had gegeven. 

De afgelopen weken heb ik We Only Part To Meet Again beluisterd zonder direct een link te leggen met het zo fraaie debuut en langzaam maar zeker heeft ook de tweede plaat van Mister And Mississippi mijn hart gewonnen. 

We Only Part To Meet Again borduurt voort op het debuut van de band, maar is ook een net wat andere plaat geworden. Op de tweede plaat van Mister And Mister Mississippi is er net wat minder ruimte voor folk en psychedelica en hebben invloeden uit de rock aan terrein gewonnen. 

Dat laatste hoor je vooral in de gitaarmuren, die vreemd genoeg zo lijken weggelopen uit de postpunk. De mooie intieme gitaarlijnen doen nog altijd denken aan Mazzy Star, maar wanneer de band wat grootser uitpakt doet het gitaarwerk me denken aan bands als Editors en White Lies. Het zijn gitaarmuren die me bij de genoemde bands wel bevallen, maar ook in het geluid van Mister And Mississippi blijken ze uitstekend te passen. 

De band uit Utrecht pakt met name met de gitaren wat grootser uit dan we van ze gewend zijn, maar over het algemeen heeft de band haar ingetogen geluid behouden. Het gitaarwerk is slechts één van de terreinen waarop Mister And Mississippi haar geluid heeft geïnnoveerd. De tweede track op de plaat bevat aan de ene kant een mooi 70s folkgeluid, maar naast de postpunk achtige gitaren duiken ook nog eens progrock achtige synths op, wat een heel bijzondere sfeer oplevert. En zo valt er in iedere track op de plaat wel wat bijzonders te horen. 

In muzikaal opzicht heeft Mister And Mississippi een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt, maar ook de zang op de plaat is veel beter dan op het debuut. Maxime Barlag heeft zich ontwikkeld tot een frontvrouw met internationale allure en ook de zang van Samgar Jacobs klinkt veel beter dan op het debuut. 

Dit brengt me bij de songs. Ik ben zoals gezegd hopeloos verliefd op de imperfecte maar zo wonderschone songs op het debuut van de band, maar inmiddels moet ik toch bekennen dat de songs op de tweede plaat veel beter zijn. Mister And Mississippi heeft misschien gekozen voor een iets toegankelijker geluid, maar het is, meer dan op het debuut, een eigen geluid. 

De band heeft voor dit geluid inspiratie gevonden in meerdere genres en breidt al deze invloeden op buitengewoon knappe wijze aan elkaar. We Only Part To Meet Again kiest deels voor een grootser en meeslepender geluid, maar bevat ook flink wat buitengewoon ingetogen momenten. Het zijn momenten die aandacht vragen, want alleen met voldoende aandacht hoor je alle fraaie details en spanningsbogen. 

Heb ik inmiddels alles verteld over We Only Part To Meet Again. Nee, de plaat is ook nog eens een stuk intenser, donkerder en emotioneler dan het debuut. Ik moest dit debuut loslaten om echt te kunnen genieten van de tweede plaat van Mister And Mississippi, maar inmiddels koester ik beide platen als parels uit de Nederlandse popmuziek. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com    cd   Koop bij bol.com   2 LP's

 


http://vinyl50.nl/album/glitter-lizard/






zaterdag 21 februari 2015

Suzanne Jarvie - Spriral Road

“I am a Toronto girl.  I have been singing and circling around song writing for most of my life; wondering about inspiration and where good songs come from.  J.S. Bach wrote music when he was happy, but I think he might have been the only one! Most of the musicians I love wrote when they were sad, and I’m no different, having been through some big personal challenges in the last 2 years.  Many great songwriters have described songs as emerging from an unseen realm that binds us all together.  Spiral Road is my first record, and it comes from that place. I love traditional country roots music and many of the songs on Spiral Road bear those influences. I am grateful for the songs, which are like gifts in mourning.  I really hope you enjoy my record!”. 

Het bovenstaande was een maand of wat geleden mijn introductie tot Spiral Road van de Canadese singer-songwriter Suzanne Jarvie. Het is een introductie die direct sympathie opriep voor Suzanne Jarvie, maar het is ook een introductie die me heel nieuwsgierig maakte naar haar debuutplaat. Het bleek al heel snel een debuutplaat die me wist te raken. In het begin voorzichtig, later steeds dieper. 

De introductie van Suzanne Jarvie geeft al voor een belangrijk deel prijs wat je kunt verwachten bij beluistering van Spiral Road. Suzanne Jarvie houdt van traditionele Amerikaanse rootsmuziek met flink wat invloeden uit de country en schrijft vooral songs over de minder mooie momenten in het leven. Hiermee onderscheidt Suzanne Jarvie zich nog niet onmiddellijk van een heel contingent weemoedige singer-songwriters in het rootssegment, maar dat doet ze wel met haar songs, met de muziek op haar debuut en met haar stem. 

Laat ik met de laatste beginnen. Bij beluistering van Spiral Road, moest ik en paar keer aan Lucinda Williams denken en dat is een pré. Suzanne Jarvie beschikt over een stem met kracht en emotie. Het is een stem die durft te stralen, maar ook kwetsbaar durft te zijn, wat de songs op Spiral Road een bijzondere lading geeft. 

Die lading wordt versterkt door de verzorgde instrumentatie op de plaat en warme en heldere productie van de plaat. Suzanne Jarvie heeft flink wat bevriende muzikanten opgetrommeld voor haar debuut, onder wie de legendarische Holmes Brothers, en deze zetten een mooi en buitengewoon gevarieerd rootsgeluid neer, dat eigenlijk in iedere song anders klinkt en dat varieert van ingetogen en akoestisch tot veel voller en elektrisch. Het vraagt wat van een producer om dit allemaal in goede banen te leiden, maar ene Hugh Christopher Brown heeft dit prima gedaan en Spiral Road voorzien van een gloedvol geluid. 

Hiermee ben ik er nog niet, want ook de songs op Spiral Road zijn van hoog niveau. Suzanne Jarvie maakt van haar hart geen moordkuil en vertelt op haar debuut het ene na het andere indringende verhaal. Het komt allemaal hard aan, maar ach wat is het allemaal mooi en bijzonder. 

Op basis van het verhaaltje van Suzanne Jarvie was ik al vrijwel om, maar inmiddels ben ik al een aantal maanden helemaal stuk van deze prachtplaat. In Nederland was het vooralsnog een obscure parel, maar nu ligt de plaat gelukkig ook hier in de winkel. En terecht. Spiral Road van Suzanne Jarvie steekt immers boven het maaiveld uit en niet zo'n beetje ook. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com

   

vrijdag 20 februari 2015

David Corley - Available Light

Hippe crowdfunding campagnes en de toch wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek. Het lijkt een niet direct voor de hand liggende combinatie, maar in de praktijk blijken de twee prima samen te gaan. 

Dankzij een zeer geslaagde crowdfunding campagne op Kickstarter kon de Amerikaanse singer-songwriter David Corley op zijn 53e vorig jaar dan eindelijk zijn debuut uitbrengen en het is een debuut dat ik niet graag had willen missen. Het is een debuut dat na enige omzwervingen nu gelukkig ook gewoon in Nederland verkrijgbaar is. 

Available Light is niet alleen een prima rootsplaat, maar het is ook een rootsplaat die iets toevoegt aan alles dat ik al in de kast heb staan. Dat ligt voor een belangrijk deel aan het bijzondere stemgeluid van de Amerikaan. David Corley heeft een donkere en een wat brommerige stem, waarmee vergeleken Van Morrisson een mooi zangvogeltje is. Het is stem waarvan je moet houden, maar als je er van houdt dragen de vocalen van David Corley nadrukkelijk bij aan het hoge niveau van zijn debuut. 

Het is een stem die het goed doet in combinatie met lekker lome klanken en deze domineren dan ook op Available Light. De zompige rootsklanken op het debuut van de muzikant uit Lafayette, Indiana doen me wel wat denken aan de muziek van Robbie Robertson, maar ook de swamp-blues van Tony Joe White is zeker zinvol vergelijkingsmateriaal. Tenslotte hoor ik iets van een jonge Tom Waits en een oude Chris Rea, waarmee het plaatje voor een belangrijk deel duidelijk zal zijn. 

David Corley laat zich op zijn debuut bijstaan door een kleine maar zeer competente band, die een lekker bluesy geluid neerzet en hierin zowel lekker kan uitpakken als zeer ingetogen kan spelen. Het klinkt allemaal zo lekker dat je blijft luisteren, maar de magie moet uiteindelijk komen van de rauwe en wat mij betreft unieke vocalen van de Amerikaan, die zich overigens op fraaie wijze laat bijstaan door een aantal zangeressen, wat zijn rauwe vocalen alleen maar versterkt.

De rauwe maar ook gevoelige strot van David Corley brengt zijn indringende verhalen tot leven en zorgt ervoor dat Available Light veel meer is dan zomaar een serie rootssongs. Het leven van David Corley is lang niet altijd makkelijk geweest en dat hoor en voel je op Available Light.

Door de emotionele lading komen de songs van David Corley iedere keer weer hard aan, maar de plaat van de Amerikaan laat ook nog lang nieuwe dingen horen. De instrumentatie op de plaat en de productie van de plaat zijn wat mij betreft kunststukjes die er in slagen om de vocalen van David Corley steeds trefzekerder uit de speakers te krijgen en ook de zang op de plaat wordt alleen maar mooier, wat maar weer eens bewijst dat niet alleen hele mooie stemmen je kunnen betoveren.

Ik heb Available Light van David Corley inmiddels al enkele maanden in huis, maar heb gewacht op de Nederlandse release. Dat vond ik in het begin wel eens jammer, maar het heeft de plaat absoluut goed gedaan. Wat een paar maanden geleden nog een fruitige beaujolais was is inmiddels een stevige rode wijn en het is er een die nog best even door mag rijpen. Hulde voor een ieder die het hoorde toen David Corley zijn crowdfunding campagne startte. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com

 

donderdag 19 februari 2015

Ilen Mer - The Things That Sleep In The Woods

Ilen Mer is een uit Tilburg afkomstige band die eerder deze maand debuteerde met The Things That Sleep In The Woods. 

Het is een debuut dat mij in eerste instantie vooral aan de muziek van Kate Bush deed denken. Dat lijkt natuurlijk heel mooi, maar wanneer je een band vergelijkt met Kate Bush ligt de lat meteen onrealistisch hoog en is een debuut van een debuterende band eigenlijk kansloos. 

De associatie met de muziek van Kate Bush ligt voor een deel aan de bij vlagen hoge stem van zangeres Merit Visser, maar veel belangrijker is de spannende en compromisloze wijze waarop Ilen Mer muziek maakt. Het is deze wijze van muziek maken waarmee Ilen Mer uiteindelijk ook ontsnapt aan iedere vergelijking en toch weer gewoon kan worden beoordeeld als een debuut van een jonge band.

Ilen Mer stopt haar debuut zelf in het hokje indie-folk, maar daarmee doet de band zichzelf wat mij betreft tekort. Natuurlijk hoor je af en toe duidelijke verwijzingen naar de Britse folk uit de vroege jaren 70, zeker de stem van Merit Visser wordt gecombineerd met die van haar mede bandleden en natuurlijk heeft The Things That Sleep In The Woods af en toe een duidelijk indie-geluid, maar persoonlijk reserveer ik voor deze plaat toch het hokje Popmuziek met een hoofdletter P. 

Ilen Mer heeft op haar debuut niet gekozen voor de makkelijkste weg. De songs van de band zitten volgepropt met mooie accenten en slaan bovendien constant nieuwe wegen in. De bijzondere instrumentatie van de plaat, die invloeden uit de folk combineert met invloeden uit uiteenlopende genres, wordt steeds gecombineerd met de stem van Merit Visser. Het is net als de stem van Kate Bush een stem die in eerste instantie niet direct hoeft te overtuigen of zelfs tegen kan staan, maar wanneer je eenmaal geraakt wordt door de vocalen op The Things That Sleep In The Woods dragen ze in hoge mate bij aan de kwaliteit van de plaat. 

Het is overigens een stem die meerdere kanten op kan. Merit Visser kan klinken als de grote Britse folkzangeressen uit de jaren 70, kan zoals gezegd klinken als Kate Bush, maar klinkt, zeker wanneer de muziek van Ilen Mer wat zwaarder wordt aangezet, ook als de zangeressen in het gothrock segment. 

Met Merit Visser heeft Ilen Mer een bijzonder sterk wapen in handen, zeker omdat ze ook nog eens de basis voor de meeste songs aandroeg, maar ook de rest van de band draagt absoluut bij aan het fraaie eindresultaat. The Things That Sleep In The Woods is een plaat die makkelijk had kunnen ontsporen door een overdaad aan bombast, maar de op zich vol klinkende instrumentatie zit vol rustmomenten en heeft bovendien een prachtig open geluid, waardoor hol bombast geen enkele kans krijgt. Dit geluid wordt alleen maar mooier als Ilen Mer ook nog strijkers en prachtige blazers inzet en deze contrasteert met mooie gitaaruithalen en een bijzonder klinkende ritmesectie. 

The Things That Sleep In The Woods bevat een aantal songs met duidelijke invloeden uit de Britse folk uit de jaren 70, maar het mooist vind ik toch de tijdloze popliedjes die met geen mogelijkheid in een hokje of in een tijdvak zijn te duwen. Mijn conclusie zal duidelijk zijn: Ilen Mer heeft met The Things That Sleep In The Woods een buitengewoon knap en bijzonder overtuigend debuut afgeleverd. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman

The Things That Sleep In The Woods van Ilen Mer is in fysieke vorm (cd/LP) verkrijgbaar via de website van de band: http://ilenmer.com/news.

 

woensdag 18 februari 2015

Marika Hackman - We Slept At Last

De Britse singer-songwriter Marika Hackman is inmiddels al enkele jaren een grote belofte voor de toekomst. Dat is een predicaat waaraan je pas kunt ontsnappen wanneer je een volwaardig debuut hebt uitgebracht en op dat volwaardige debuut van Marika Hackman hebben we lang moeten wachten. 

Nu was ik door een aantal verrassend sterke EP’s wel heel nieuwsgierig geworden naar het debuut van Marika Hackman en het valt me zeker niet tegen. 

We Slept At Last opent zeer ambitieus met een lastig te doorgronden song, waarin naar hartenlust wordt geëxperimenteerd met elektronica. Ook in de tracks die volgen kiest Marika Hackman eigenlijk nooit voor de makkelijkste weg en hierdoor weet ze zich te onderscheiden van de moordende concurrentie in het genre. 

Marika Hackman maakt op We Slept At Last mooie folksongs, maar ze klinken bijna nooit als de folksongs van haar soortgenoten. Een akoestische gitaar en een mooie heldere stem vormen de basis van de meeste songs op We Slept At Last, maar deze songs worden vervolgens ingekleurd met bijzonder klinkende elektronica en voorzien van songstructuren die je niet zomaar bedenkt. 

Wanneer je luistert naar de akoestische gitaar en het warme stemgeluid van Marika Hackman hoor je vrij goed welke plaat de Britse singer-songwriter ook had kunnen maken, maar ik ben blij dat ze We Slept At Last heeft gemaakt. De mooie elektronische accenten en de vele bijzondere wendingen in de songs van Marika Hackman zorgen er voor dat een redelijk alledaagse folkplaat een hele fascinerende folkplaat is geworden. 

Ik merk dat ik We Slept At Last inmiddels op twee manieren kan beluisteren. Het debuut van Marika Hackman is af en toe een plaat met heerlijk lome folkliedjes waarbij het lekker wegdromen is, maar minstens net zo vaak is We Slept At Last een plaat waarvan je alle geheimen, en dat zijn er veel, wilt ontrafelen. Met name bij die laatste luisterbeurten valt alles op zijn plaats. Zeker in combinatie met het voor het genre wat eigenzinnige klankentapijt komt de mooie stem van Marika Hackman uitstekend tot zijn recht en zeker wanneer de songs niet alledaags zijn prikkelen ze de fantasie optimaal. 

De instrumentatie op de plaat blijft me verrassen. De elektronica kan bijna vervreemdend werken, maar Marika Hackman schuwt ook rauw gitaarwerk niet, wat in combinatie met de elektronica prachtig uitpakt. En net als je denkt dat Marika Hackman geen traditioneel aandoende Britse folk kan maken, pakt ze de blokfluit en de viool erbij en slaagt ze ook hier glansrijk in.

We Slept At Last is niet alleen een bedwelmende plaat, het is ook een donkere plaat vol melancholie. Laat je meeslepen door We Slept At Last en een wat weemoedig gevoel maakt zich van je meester, al is er altijd de prachtige stem van Marika Hackman voor de gewenste troost. 

Marika Hackman is zoals gezegd al een aantal jaren een grote belofte voor de toekomst, maar met dit buitengewoon fraaie debuut is ze de belofte absoluut voorbij en schaart ze zich naast haar vriendin Laura Marling onder de parels van de hedendaagse Britse folk. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com    cd  Koop bij bol.com   LP

 

dinsdag 17 februari 2015

Ibeyi - Ibeyi

Ibeyi is een duo dat bestaat uit de tweelingzussen Naomi en Lisa-Kainde Díaz. De twee groeiden op in Parijs, maar hebben ook Cubaanse roots.

Miguel 'Angá' Díaz, de vader van de zusjes, speelde als percussionist in de legendarische bezetting van de Buena Vista Social Club en had op zijn beurt weer zijn eigen roots. Het zijn de roots van de West-Afrikaanse Yorùbá cultuur, die zich in de tijd van de slavernij over de wereld verspreidde en op een aantal plaatsen (waaronder Cuba) verrassend goed intact bleef. 

Op het titelloze debuut van Ibeyi eren Naomi en Lisa-Kainde Díaz de Cubaanse en vooral de Yorùbá wortels van hun in 2006 overleden vader, maar het zijn ook kinderen van deze tijd, met een voorliefde voor moderne elektronische muziek. 

De botsing tussen traditionele Afrikaanse muziek en moderne elektronica levert fascinerende muziek op. Het debuut van Ibeyi klinkt bij vlagen, en zeker wanneer wordt gezongen in de Yorùbá taal, zeer traditioneel maar klinkt net zo vaak heel modern. In de meeste gevallen versterken beide uitersten elkaar echter in een volkomen uniek geluid. 

Het is een geluid dat af en toe raakt aan dat van Björk, al hebben de zussen Díaz gelukkig een net wat toegankelijkere zangtechniek dan de IJslandse zangeres. De stemmen van Naomi en Lisa-Kainde klinken af en toe heerlijk zweverig, maar dit kan zomaar omslaan in traditioneel Afrikaans gezang of in lekker soulvolle klanken. 

De stemmen van de zussen worden hier en daar gecombineerd met tribaal aandoende ritmes, maar op het overgrote deel van de plaat overheerst de moderne elektronica. De zussen Díaz zijn naar verluid fan van de muziek van James Blake en dat is te horen. Het titelloze debuut heeft een wat minimalistisch aandoend elektronisch geluid, maar het is een geluid dat uitstekend past bij de stemmen van de twee. 

Het debuut van Ibeyi is niet altijd even toegankelijk, maar naast experimentele songs bevat de plaat ook volop songs die in brede kring gewaardeerd zullen worden. Het is echter ook een plaat die je constant op het verkeerde been zet. Het ene moment word je betoverd door opvallende ritmes en zang in het Yoruba, het volgende moment nemen atmosferische elektronica en subtiele beats het over, maar het debuut van Ibeyi bevat ook passages waarin subtiele pianoklanken worden gecombineerd met prachtige Engelstalige vocalen. 

Ik probeer muziek altijd in een hokje te duwen, maar dat is bij het debuut van Ibeyi onbegonnen werk. De plaat blijft maar alle kanten op schieten en bestrijkt hierbij een bijna onwerkelijk groot terrein. Van Björk naar The Xx, van FKA Twigs naar de West-Afrikaanse binnenlanden, van James Blake naar Adele. Buitengewoon fascinerende plaat van een duo dat momenteel stevig wordt gehyped, maar ook wel degelijk heel veel te bieden heeft. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com   cd   Koop bij bol.com  LP

 

maandag 16 februari 2015

Boduf Songs - Stench Of Exist

Het debuut van Boduf Songs vond ik tien jaar geleden een hele mooie en bijzondere plaat, maar hierna ben ik het alter ego van de Britse muzikant Mat Sweet ook weer onmiddellijk uit het oog verloren, tot ik bij toeval de nieuwe plaat van Boduf Songs in handen kreeg. 

Tussen het titelloze debuut en het onlangs verschenen Stench Of Exist zit niet alleen een periode van tien jaar, maar ook een handvol platen. Het zijn platen waarop Boduf Songs naar verluid heeft geëxperimenteerd met een nog soberder of juist een wat voller en eclectische geluid; ik ga het allemaal snel beluisteren. 

Het debuut van Boduf Songs was tien jaar geleden een bijna verstilde plaat en ook Stench Of Exist is zeker geen uitbundige plaat. De plaat opent redelijk opvallend met rauwe elektronische geluiden, maar in de tracks die volgen hoor ik toch weer vooral het geluid dat ik me van Boduf Songs herinnerde, al is dat dit keer net wat voller en ook gevarieerder ingekleurd. 

Stench Of Exist bevat bijna verstilde muziek met af en toe een voorzichtige uitbarsting. Waar op het debuut van Boduf Songs de basis werd gevormd door akoestische gitaren en vocalen, is de basisinstrumentatie dit keer veelzijdiger. Soms vormt elektronica de basis van het geluid van Stench Of Exist, maar de plaat bevat ook de nodige songs waarin gitaarminiaturen of ingetogen pianospel domineren. 

Het klinkt allemaal uiterst sober, maar desondanks heeft de muziek van Boduf Songs bij vlagen een vol geluid. Vergeleken met de uiterst spaarzame klanken op het debuut, zijn de songs van Mat Sweet dit keer net wat toegankelijker, al zijn het gelukkig nog steeds geen alledaagse deuntjes die Boduf Songs ons voorschotelt. Boduf Songs maakt op Stench Of Exist muziek die constant lijkt in te houden, wat de muziek van Mat Sweet een bijzondere lading geeft. 

Het tempo ligt ook dit keer uiterst laag. Dit is in het begin even wennen, maar uiteindelijk geeft het de muziek van Boduf Songs een rustgevende of zelfs hypnotiserende werking. Het is knap hoe Mat Sweet met minimale en vaak repeterende middelen songs weet te produceren die je vrijwel onmiddellijk in hun greep hebben. Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek van Gravenhurst en Grouper, maar zeker in de net wat toegankelijkere songs hoor ik ook wel wat van eenmansbands als Smog en Songs:Ohia. 

Heel af en toe slaat het voor mij net wat te ver door in experiment en raak ik de draad kwijt, maar over het algemeen genomen betovert Boduf Songs met haar intieme en indringende songs, net als het tien jaar geleden deed met het zo fraaie debuut. Na dit debuut verloor ik Boduf Songs snel uit het oog, maar nu blijf ik het alter ego van Mat Sweet zeker volgen, al is het maar omdat de concurrentie in het genre om uiteenlopende redenen fors is uitgedund de laatste jaren. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com   cd    Koop bij bol.com   LP

 

zondag 15 februari 2015

Father John Misty - I Love You, Honeybear

Joshua Tillman wordt nog steeds ‘de drummer van Fleet Foxes’ genoemd, maar zijn bijdrage aan de zo langzamerhand al weer vergeten band is inmiddels niet meer dan een voetnoot in zijn carrière. 

Twee jaar voordat Fleet Foxes haar inmiddels roemruchte debuut uitbracht, debuteerde Joshua Tillman als J. Tillman met het uitstekende Minor Works en ook gedurende zijn verblijf in Fleet Foxes bleef hij zijn eigen muziek maken, waardoor de teller in 2011 op een ruime handvol prima platen stond. 

Nadat Joshua Tillman Fleet Foxes in 2011 de rug had toegekeerd verruilde hij zijn artiestennaam J. Tillman voor een nieuwe, Father John Misty. Het leverde in 2012 met Fear Fun direct een plaat op die nog veel beter was dan alle J. Tillman platen, maar je hoorde dat er meer in zat. 

We hebben bijna drie jaar op dat meer moeten wachten, maar met I Love You, Honeybear levert Joshua Tillman zijn eerste meesterwerk af. De tweede plaat van Father John Misty is nog een paar klassen beter dan zijn voorganger en is zo’n plaat die je na één keer horen niet meer los wilt laten. 

De openingstrack en titeltrack zet direct de toon met grootse popmuziek die herinnert aan de beste dagen van Elton John. Het is popmuziek zoals die tegenwoordig niet al te veel meer wordt gemaakt, maar Father John Misty blijkt er een meester in. I Love You, Honeybear bevat veel haakjes naar de popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar blijft hier zeker niet in steken. 

De combinatie van grootse arrangementen vol strijkers met elektronica doet denken aan de manier waarop John Grant muziek maakt, al klinkt de muziek van Father John Misty nog grootser en meeslepender. I Love You, Honeybear roept het ene moment associaties op met de tijdloze popmuziek van Harry Nilsson, maar zet je niet veel later weer compleet op het verkeerde been met een Mexicaanse blazerskapel of moderne synths en beats, waarna Father John Misty op de proppen komt met een song waarvoor Brian Wilson een moord zou hebben gedaan of een song die mij persoonlijk herinnert aan de briljante platen van Fiona Apple.

De tweede plaat van Father John Misty slingert je heen en weer tussen een aantal decennia popmuziek, maar is desondanks geen allegaartje. I Love You, Honeybear overtuigt vanaf de eerste noten en blijft dit doen tot de laatste noten wegsterven. 

Waar de platen van J. Tillman geniale momenten afwisselden met opvallend zwakke momenten, is I Love You, Honeybear van een consistent en opvallend hoog niveau. Het knappe is dat de plaat klinkt als een aaneenschakeling van perfecte popsongs, maar het zijn ook popsongs die maar lastig te doorgronden zijn. 

Het is de liefde die Joshua Tillman heeft geïnspireerd tot I Love You, Honeybear en deze liefde heeft gezorgd voor focus. I Love You, Honeybear valt in eerste instantie vooral op door de geweldige arrangementen en muziek, maar ook de zang op de plaat is om van te watertanden en hetzelfde geldt voor de songs, die maar aan diepgang blijven winnen. 

Joshua Tillman maakte tot dusver muziek waarvan je alleen maar kon houden, maar waarop ook altijd wel wat viel aan te merken. is I Love You, Honeybear is een plaat om zielsveel van te houden en bovendien een plaat zonder zwakke momenten. Wat een wereldplaat. Tot over een maand of tien in de jaarlijstjes. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com    cd   Koop bij bol.com  2 LP's

 

zaterdag 14 februari 2015

Gretchen Peters - Blackbirds

De Amerikaanse singer-songwriter Gretchen Peters maakt inmiddels al zo’n 20 jaar platen, maar mijn eerste kennismaking met haar muziek is van veel recentere datum. 

Gretchen Peters werd geboren in Westchester County, New York, maar bracht het grootste deel van haar jeugd door in Boulder, Colorado. Toen ze oud genoeg was om op eigen benen te staan verruilde ze Boulder voor Nashville en zocht ze haar geluk in de lokale muziekindustrie. Dat leverde haar als snel succes en zelfs Grammy nominaties op als songwriter, maar uiteindelijk koos Gretchen Peters niet voor het grote geld, maar voor haar eigen plekje in de spotlights. 

Het duurde vervolgens lang voor ik haar ontdekte. Pas in 2008 omarmde ik Gretchen Peters nadat ik het samen met Tom Russell gemaakte One To The Heart, One To The Head had gehoord. Sindsdien was Gretchen Peters van de partij op nog twee andere platen van Tom Russell en bracht ze zelf in 2012 het prachtige Hello Cruel World uit. 

Deze plaat wordt precies drie jaar later gevolgd door Blackbirds, dat ik direct na eerste beluistering al een meesterwerk durfde te noemen. Ik heb de plaat vervolgens toch maar even laten liggen, maar de jubelstemming na eerste beluistering is de afgelopen weken zeker niet verdwenen. Integendeel zelfs. 

Gretchen Peters heeft met Blackbirds een rootsplaat gemaakt die zich kan meten met die van de grootheden in het genre. Het is een plaat die ver is verwijderd van de gladde Nashville country waarmee Gretchen Peters haar eerste stappen in de muziekindustrie zette en aansluit bij de meer alternatieve singer-songwriters in het rootssegment.

Blackbirds opent lekker stevig met gitaren die hier en daar associaties oproepen met Neil Young’s Crazy Horse, maar mij persoonlijk vooral doen denken aan mijn favoriete Alison Moorer plaat, The Duel. De vergelijking met The Duel duikt bij mij wel vaker op, bijvoorbeeld vanwege de wat donkere sfeer op de plaat, de fraaie instrumentatie en productie en de geweldige vocalen. 

Blackbirds blijkt een opvallend gevarieerde plaat. Tegenover de rauwe en gloedvolle opener staan een aantal intiemere songs, een aantal wat traditionelere songs en een aantal songs die zich juist redelijk frequent buiten de gebaande paden van de traditionele Amerikaanse rootsmuziek begeven. Blackbirds moet hierdoor in staat worden geacht om een wat breder publiek aan te spreken, maar ook voor de rootspuristen onder ons valt er op de nieuwe plaat van Gretchen Peters genoeg te genieten. 

Zelf luister ik vooral naar mijn hart. Alles wat Gretchen Peters op Blackbirds doet weet me te raken en hoe vaker ik er naar luister, hoe mooier de plaat wordt. Ik ben persoonlijk zeer onder de indruk van het mooie geluid op en de fraaie productie van Blackbirds. Gretchen Peters kon voor haar nieuwe plaat een beroep doen op flink wat topmuzikanten en werd hiernaast nog vergezeld door gasten als Will Kimbrough, Kim Richey, Jerry Douglas, Jason Isbell, Jimmy LaFave en Suzy Bogguss. Ik kan me voorstellen dat het voor de liefhebbers van rauwe en pure rootsmuziek misschien wel wat te mooi klinkt, maar persoonlijk vind ik alle tierelantijntjes relevant en effectief (let vooral op de orgeltjes en de weergaloze mandoline van Will Kimbrough). 

Gretchen Peters verdiende vorig jaar haar plekje in de Nashville Songwriter's Hall of Fame en laat op Blackbirds horen hoe terecht dat was. Ik had Gretchen Peters al hoog zitten, maar met deze plaat schaart ze zich wat mij betreft onder het beste dat de hedendaagse roots scene heeft te bieden. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com