dinsdag 31 maart 2015

AlascA - Prospero

Ik heb niet al teveel muziek uit Volendam in huis, maar het debuut van het uit het vissersdorp aan het IJsselmeer afkomstige AlascA, is wat mij betreft nog altijd een plaat om te koesteren. 

Dat heeft natuurlijk alles te maken met het genre waarbinnen AlascA zich beweegt. Op Actors & Liars was de fameuze palingsound drie jaar geleden (gelukkig) ver te zoeken, maar verraste AlascA met eigenzinnige folk in de breedste zin van het woord. 

Actors & Liars viel vooral op door de knappe wijze waarop AlascA stokoude folk (hier en daar zelfs teruggaand tot de Middeleeuwen) wist te combineren met hippe indie-folk. Het leverde de Volendammers de vergelijking op met het op dat moment nog in brede kring bejubelde Fleet Foxes (wie kent ze nog?), maar deze vergelijking vertelde maar een deel van het verhaal van Actors & Liars. 

Inmiddels is ook de tweede plaat van AlascA verschenen en Prospero blijkt een zeer indrukwekkende tweede plaat. Waar het debuut van AlascA nog als veelbelovend bestempeld kon worden, maakt Prospero de belofte meer dan waar. 

AlascA zet op haar tweede plaat een enorme stap en komt op de proppen met een veelkleurig en eigen geluid dat ook buiten de landsgrenzen waardering moet kunnen oogsten. Dit hoor je al direct in de knappe openingstrack en single In Medias Res, waarin AlascA haar geluid heeft verrijkt met trompetten. Dat deed me heel even aan Calexico denken, maar uiteindelijk heeft AlascA beter geluisterd naar de spaghetti westerns van Ennio Morricone dan naar de band uit Tucson, Arizona. 

Vergeleken met Actors & Liars, dat vooral folk-georiënteerd was, hebben op Prospero invloeden uit de al dan niet alternatieve country aan terrein gewonnen. AlascA vermengt deze invloeden uit de country op geheel eigen wijze met de folk die centraal stond op het debuut en de al genoemde invloeden uit de roemruchte spaghetti westerns. 

De laatste invloeden geven de muziek van AlascA een beeldend karakter, maar de band blijkt ook nog altijd zeer bedreven in het maken van popliedjes die direct bij eerste beluistering memorabel klinken. Bovendien blijkt AlascA ook op Prospero weer een meester in het vermengen van stokoude en hedendaagse invloeden, waardoor ook de nieuwe plaat van de Volendammers op hetzelfde moment zowel authentiek als vernieuwend klinkt. 

Verder is Prospero, nog meer dan het debuut, een plaat die vol zit met verrassingen. Dat begint al bij de trompet in de openingstrack, maar dat is slechts één van de vele verrassingen die AlascA op haar tweede plaat uit de hoge hoed tovert. Net als je denkt dat de band haar geluk heeft gevonden op de Amerikaanse prairie, verrast Prospero met klanken uit de Caraïben of Indiaas aandoende klanken en zo is er altijd wel wat bijzonders te horen in de muziek van de band, ook als de band kiest voor de psychedelische folk die ook op het debuut had kunnen staan. 

Waar Volendam inmiddels al een aantal decennia bekend staat om een uniek en uit duizenden herkenbaar geluid, verschiet de muziek van AlascA vaker van kleur dan het gemiddelde stoplicht en verrast het bovendien met een veelkleurigheid die in de genres waarin de band opereert behoorlijk uniek is. 

In het boekje bij de cd kijkt AlascA vanuit 2040 terug op de klassieker Prospero. Leuk verzonnen, maar het zou me niet eens verbazen als men de toekomst uiteindelijk juist blijkt te hebben voorspeld. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com

   

maandag 30 maart 2015

Kendrick Lamar - To Pimp a Butterfly

Ik denk dat ik een redelijk brede smaak heb, maar platen in het hokje hip-hop en rap laat ik over het algemeen toch links liggen om de simpele reden dat ik er niet veel of zelfs helemaal niets in hoor of mee kan. 

Toen er de afgelopen week wel heel erg druk werd gedaan over To Pimp A Butterfly van de Amerikaanse rapper Kendrick Lamar werd ik echter toch weer nieuwsgierig. 

De herhaalde beluistering van de nieuwe plaat van de Amerikaanse rapper is in mijn geval absoluut een ‘bumpy ride’ geworden, want mijn genre is het nog steeds niet, maar inmiddels ben ik toch wel onder de indruk of op zijn minst geïntrigeerd door de nieuwe plaat van Kendrick Lamar. 

To Pimp A Butterfly is een plaat vol referenties naar vijf decennia zwarte muziek en is niet zomaar in het hokje hiphop of rap te duwen. Het is bovendien een plaat die in tekstueel en emotioneel opzicht diepe indruk maakt. To Pimp A Butterfly is een zwaar politiek album dat de rassentegenstellingen en met name de zwakke positie van Afro-Amerikanen in de Verenigde Staten keihard en messcherp aan de kaak stelt. 

Kendrick Lamar vuurt op To Pimp A Butterfly zoveel woorden op je af, doet dit met zoveel passie en emotie en verwerkt ook nog eens zoveel muzikale invloeden dat het je soms duizelt. 

To Pimp A Butterfly begint bij de inmiddels stokoude funk van George Clinton, die overigens ook zelf opduikt op deze plaat, en eindigt bij hedendaagse rap en hip-hop. Zeker in de funky momenten klinkt To Pimp A Butterfly als de plaat die Prince nog eens zou willen maken, maar waarschijnlijk niet meer gaat maken en hiernaast hoor ik veel van het betere werk van James Brown. 

Het zijn de tracks met invloeden uit de soul en funk die me het meest aanspreken, maar ook als Kendrick Lamar vooral kiest voor invloeden uit de rap, neo-soul en hiphop houdt hij mijn aandacht moeiteloos vast. Rap is niet mijn ding, maar Kendrick Lamar rapt op een voor mij aangename en redelijk toegankelijke manier. 

Bovendien gebeurt er zoveel spannends in de songs op To Pimp A Butterfly dat je keer op keer oren tekort komt. Het ene moment domineren invloeden uit de funk, dan is het weer pure soul, complexe jazz of hypermoderne hiphop dat de klok slaat. 

Zeker wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert hoor je hoe knap het allemaal in elkaar steekt en hoe avontuurlijk en grensoverschrijdend Kendrick Lamar te werk gaat. De beats zijn onontkoombaar, het gitaarwerk is heerlijk funky, de synths en orgeltjes schieten alle kant op en alsof het nog niet genoeg is duiken ook nog strijkers en blazers op om To Pimp A Butterfly te voorzien van een nog wat voller en nog wat avontuurlijker geluid. 

Ik geef direct toe dat ik niet thuis ben in een deel van de genres waarin Kendrick Lamar zich op To Pimp A Butterfly beweegt. Ik ken ook het andere werk van Kendrick Lamar niet en ben evenmin bekend met het werk van zijn soortgenoten, zodat ik To Pimp A Butterfly met geen mogelijkheid kan plaatsen of duiden. 

Ik moet dus af gaan op hetgeen dat de plaat met me doet en dat is voor een plaat in dit genre opvallend veel. To Pimp A Butterfly is lang niet altijd even goed, maar het is wel een plaat vol passie en lef. Kendrick Lamar begint met invloeden die decennia oud zijn, maar is uiteindelijk vooral bezig met vernieuwen. Het verdient absoluut respect en aandacht. Ook van een ieder die platen in dit genre meestal links laat liggen zoals ik. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  Limited Edition!

 

zondag 29 maart 2015

Van Halen - Tokyo Dome Live In Concert, Deluxe

Platenmaatschappij Rhino staat bekend om haar bijzonder fraaie en over het algemeen ook zeer volledige reissues, maar in het geval van Van Halen heeft het label een afwijkende en wat mij betreft opvallende keuze gemaakt. 

Ter ere van de release van de gloednieuwe live-plaat Tokyo Dome Live In Concert, is ook een boxje verschenen met hierin niet alleen deze live-plaat, maar ook remasters van twee Van Halen platen: het titelloze debuut uit 1978 en 1984 uit, juist ja, 1984. 

Nu markeert 1984 het einde van een periode, want het was de laatste plaat die Van Halen maakte met zanger David Lee Roth, tot deze in 2012 terugkeerde op het verrassend sterke A Different Kind Of Truth. Ook tussen het titelloze debuut en 1984 maakte de Amerikaanse band met deels Nederlandse wortels echter een aantal prima platen, die niet hadden misstaan in dit boxje (met name Women And Children First uit 1980 is echt niet veel minder dan de twee platen die het boxje wel hebben gehaald). 

Goed, Rhino heeft de keuze gemaakt om een boxje van bescheiden omvang uit te brengen en als je er twee moet kiezen uit het oeuvre van Van Halen zijn het wel deze twee. Van deze twee vind ik het titelloze debuut uit 1978 overigens met afstand de beste, al heeft dat deels te maken met jeugdsentiment (de plaat behoort tot de eerste serieuze lp’s die ik ooit kocht na een flinke stapel uit de Alle 13 Goed serie). 

Het debuut van Van Halen behoort inmiddels tot de klassiekers binnen het hardrock genre en is één van de beste debuten die in dit genre is verschenen. Van Halen beschikt op haar debuut over een aantal ijzersterke wapens. De loodzware ritmesectie legt steeds weer een fantastische basis, David Lee Roth toont zich een groot rockzanger en het gitaarspel van Eddie Van Halen blijkt op het debuut van de band onnavolgbaar. 

Wat verder opvalt bij beluistering van het debuut van Van Halen is dat de muziek van de band, in tegenstelling tot die van de meeste van haar soortgenoten, niet heel stevig verankerd is in de  blues. Van Halen imponeert op haar debuut met aanstekelijke popliedjes c.q. rocksongs zonder al te veel poespas. Natuurlijk wil ook Eddie Van Halen wel eens losgaan, maar daarvoor kun je net zo goed een aparte track reserveren. 

Na al die jaren valt op dat het debuut van Van Halen de tand des tijd uitstekend heeft doorstaan en valt bovendien op hoeveel invloed de plaat heeft gehad. Het titelloze debuut van Van Halen klinkt nog altijd energiek, gedreven en urgent en de songs op de plaat zijn nog net zo aanstekelijk als 37 jaar geleden. 

Datzelfde kan ook gezegd worden over het 6 jaar later verschenen 1984. Van Halen had in de tussenliggende jaren vier platen gemaakt die objectief bezien niet veel minder waren dan het debuut, maar ze mistten de magie van het debuut. Bovendien waren ze in commercieel opzicht minder succesvol en waren de critici minder te spreken over Van Halen II, Women And Children First, Fair Warning en Diver Down. Met 1984 viel echter alles weer op zijn plek. 

Dat betekent overigens niet dat 1984 voortborduurt op het debuut van de band. Waar het geluid op het debuut van Van Halen nog grotendeels werd bepaald door de drie-eenheid gitaar, bas en drums, is er op 1984 een voorname rol weggelegd voor synths. 1984 klinkt hierdoor voller en is bovendien meer pop georiënteerd dan het debuut; luister maar eens naar de hitsingle Jump. 

Toch hebben beide platen ook overeenkomsten. Zowel het debuut van Van Halen als 1984 vallen op door hun enorme energie en het gevoel voor popsongs die je na één keer horen nooit meer vergeet en hiernaast maken beide platen indruk met de al genoemde ritmesectie, vocalen en uiteraard het gitaarwerk. Zo dierbaar als het debuut van de band zal 1984 voor mij nooit worden, maar de plaat is beter dan in mijn beleving. 

Na 1984 zou David Lee Roth de band verlaten. Met zanger Sammy Hagar timmerde de band zeer nadrukkelijk aan de weg, maar ik mistte wat, waardoor ik pas weer aanhaakte na de terugkeer van David Lee Roth en de release van het zeer geslaagde A Different Kind Of Truth, dat ik persoonlijk hoger inschat dan 1984. 

Belangrijkste reden voor de reissues/remasters van het debuut is de release van de live-plaat Tokyo Dome Live In Concert. Laat ik eerlijk zijn. Deze valt, zeker na het geweld van Van Halen en 1984, tegen. Vies tegen zelf. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal nog wel aardig en bij vlagen zelfs geweldig (gitaren), al mis ik de urgentie van weleer, maar met name in vocaal opzicht valt er heel veel aan te merken op de nieuwe live-plaat. Gelukkig zijn de reissues van het debuut en 1984 ook los verkrijgbaar. Met name het debuut blijft een plaat die in geen enkele platenkast mag ontbreken. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com   4 cd's   Koop bij bol.com   6 LP's

 

   

 

Adna - Run, Lucifer

Adna (Kadic) is een piepjonge Zweedse singer-songwriter en van piepjonge Zweedse singer-songwriters verwacht je in dit jaargetijde aardedonkere platen vol weemoed. 

Dat is ook precies wat je krijgt bij beluistering van Run, Lucifer. Met de Zweedse winter heeft dat overigens weinig of zelfs helemaal niets te maken, want Adna nam haar tweede plaat (haar debuut heb ik vorig jaar ten onrechte over het hoofd gezien) op in het hippe Berlijn, dat ze vorig jaar koos als haar nieuwe thuisbasis. 

Run, Lucifer staat vol met mooie en eigenzinnige popliedjes. Het zijn popliedjes die over het algemeen worden gedragen door vol klinkend pianospel of mooie gitaarloopjes en hiernaast de bijzonder klinkende stem van Adna, die vaak in meerdere lagen lijkt opgenomen. 

In de meest intieme songs op Run, Lucifer roept Adna associaties op met de Oostenrijkse singer-songwriter Anja Plaschg, die als Soap & Skin twee gitzwarte maar ook wonderschone platen uitbracht (de derde komt er aan). 

Over het algemeen genomen pakt Adna echter wat meer uit in haar muziek. Het fraaie pianospel wordt vaak omgeven door subtiel tot zwaar aangezette elektronica. Die elektronica kan meerdere kanten op schieten. In een aantal wat meer atmosferische tracks raakt Adna aan de muziek van de Cocteau Twins, terwijl een aantal wat dromerige songs klinken als een avontuurlijke versie van Enya. Hiernaast flirt de Zweedse singer-songwriter een paar keer voorzichtig met grootse elektropop en stevige ritmes, maar haar meeste songs zijn toch behoorlijk ingetogen en intiem. 

Adna beschikt over een bijzonder stemgeluid, dat heel af en toe aan dat van Sinead O’Connor doet denken en qua intensiteit iets heeft van Laura Marling, maar meestal toch als uniek kan worden omschreven. Het is een stem die uitstekend gedijt in de stemmige, donkere maar ook volle instrumentatie van Run, Lucifer en het is bovendien een stem die iets met je doet. 

Wat voor de stem van Adna geldt, geldt in nog veel sterkere mate voor haar songs. Ik vond Run, Lucifer direct bij eerste beluistering een mooie en bij vlagen indrukwekkende plaat, maar wanneer je de tweede plaat van Adna wat vaker hoort, krijgen de songs op haar plaat meer kleur, meer diepgang en wat bezwerends en blijken het bovendien songs die nog lange tijd beter worden of knapper in elkaar steken dan je bij eerste beluistering zult vermoeden. 

Een paar weken geleden had ik Run, Lucifer van Adna waarschijnlijk nog aangeprezen als een mooie plaat van een Scandinavische ijsprinses, maar inmiddels vind ik de nieuwe plaat van Adna toch veel meer dan dat. 

Run, Lucifer is een intieme en indringende plaat. De intimiteit komt waarschijnlijk deels voort uit het feit dat Adna de plaat opnam in haar eigen slaapkamer, terwijl de impact van haar songs vooral kan worden verklaard door de intensiteit van de instrumentatie en de vocalen van Adna. 

Run, Lucifer is uiteindelijk een plaat die steeds meer geheimen prijs geeft en gedurende dit proces maar blijft groeien. Run, Lucifer bevat in bijna een half uur negen popliedjes en het zijn 9 popliedjes om te koesteren. Oordeel vooral niet te snel, want Adna zet je makkelijk op het verkeerde been. De ware betovering komt pas later, maar wil je niet missen. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com   cd   Koop bij bol.com   LP

 

zaterdag 28 maart 2015

American Aquarium - Wolves

De uit Raleigh, North Carolina, afkomstige band American Aquarium maakt inmiddels een jaar of tien platen en heeft inmiddels een bescheiden stapeltje platen op haar naam staan. 

Hiertussen zaten nog geen platen die een onuitwisbare indruk op me wisten te maken, al kwam het uit 2012 stammende en door Jason Isbell geproduceerde Burn.Flicker.Die wel in de buurt. 

American Aquarium was tot dusver een aardige middenmoter in het alt-country segment; zeker niet slecht, maar ook niet goed genoeg om mee te kunnen doen om de ereplaatsen. Dat doet de band wel met het onlangs verschenen Wolves, dat overigens ook buiten de vaste kaders van het alt-country segment gewaardeerd zal worden.

Wolves is een spannende en veelzijdige plaat die laat horen dat American Aquarium de middenmoot definitief is ontgroeid. De openingstrack begeeft zich, vooral vanwege de vocalen, zo af en toe op Springsteen territorium, maar laat ook horen dat de band in muzikaal opzicht flink is gegroeid de afgelopen jaren. 

Wat voor de openingstrack geldt, geldt voor vrijwel alle tracks op Wolves. American Aquarium kan op Wolves zwoel en ingetogen spelen, maar schuwt ook het wat stevigere werk niet. 

Wolves werd geproduceerd door de van Megafaun bekende Brad Cook. Waar Megafaun me in muzikaal opzicht tot dusver niet echt weet te boeien, is de productie van de nieuwe plaat van American Aquarium plaat een kunststukje. American Aquarium zet op haar nieuwe plaat een heel arsenaal aan instrumenten in, maar het is allemaal functioneel. 

Zo krijgt het wat ruigere gitaarwerk op de plaat een extra dimensie door een vol klinkende onderlaag van onder andere blazers en orgels en zorgt de jankende of voorzichtig snikkende pedal steel net voor dat beetje extra emotie wanneer American Aquarium wil ontroeren. 

Alt-country staat nog altijd centraal in de muziek van de band uit Raleigh, maar de band verkent op Wolves de grenzen van het genre. Een aantal tracks schuift op richting Texaanse rootsrock, maar er zijn ook tracks die niet zouden misstaan in het hokje indie-rock. 

Wolves laat zich daarom niet makkelijk vergelijken met de muziek van anderen. Hier en daar klinkt American Aquarium nog als Whiskeytown en Wilco in hun jonge jaren, maar over het algemeen slaat de band toch haar vleugels uit. 

Wolves zet in muzikaal en vocaal opzicht een flinke stap, maar de band laat de meeste groei horen wanneer het gaat om de kwaliteit van de songs. Eerder gaf ik al aan dat Wolves zich in de openingstrack voorzichtig begeeft op Springsteen territorium. Dat doet de band op Wolves nog een paar keer en het doet het bovendien met songs waarvoor de oude meester zich zeker niet zou schamen. Het zegt iets over het hoge niveau van de songs op Wolves. 

Wolves bevat 10 songs en het zijn songs die allemaal even geïnspireerd en energiek klinken. Het zijn bovendien songs vol dynamiek en avontuur, waardoor Wolves steeds meer intrigeert en overtuigt. De top is in het alt-country segment wat smal op het moment, dus nieuwe aanwas is welkom. Met Wolves stelt American Aquarium zich nadrukkelijk kandidaat voor één van de ereplaatsen. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com

  

vrijdag 27 maart 2015

Jimmy Somerville - Homage

Jimmy Somerville timmerde in de jaren 80 stevig aan de weg als zanger van eerst Bronski Beat en later The Communards, maar sinds het begin van de jaren 90 heb ik zijn opvallend hoge stemgeluid eerlijk gezegd nauwelijks meer gehoord. 

Vorig jaar zag ik de goede man nog in een Youtube-filmpje waarin hij een straatmuzikant bijstond in zijn vertolking van Bronski Beat’s Smalltown Boy, maar niets wees toen op een comeback van Jimmy Somerville. 

Uit het niets (voor mij dan; de echte liefhebbers hebben ongetwijfeld Somerville’s eerdere soloplaten opgepikt) is Jimmy Somerville echter terug met Homage. 

Op Homage brengt hij, de titel zegt het al, een eerbetoon. Na een paar noten weet je al waaraan de Schotse zanger een eerbetoon brengt, want de eerste noten van Homage nemen je onmiddellijk mee terug naar de hoogtijdagen van de disco. Terug dus naar de jaren 70. Terug naar de tijd van glinsterende discobollen, dansvloeren in oplichtende kleuren, foute danspasjes en outfits met hele wijde pijpen. 

Het past allemaal uitstekend bij de stem van Jimmy Somerville, want zijn hoge en wat mij betreft ook altijd wat dunne stemgeluid bloeit volledig op in de authentiek aandoende discoklanken op Homage. 

Hommage bevat alle ingrediënten van de in het jaren 70 zo populaire genre. Gitaarloopjes die zo van Chic’s Nile Rodgers hadden kunnen zijn, modervette baslijnen en drumwerk, licht kitscherige strijkers en blazers, dwingende achtergrondvocalen en natuurlijk songs die stil zitten lastig of zelfs onmogelijk maken. 

Jimmy Somerville voelt zich in dit geluid als een vis in het water. Hij is naar eigen zeggen opgegroeid met en in muzikaal opzicht gevormd door de discoklanken uit de jaren 70 en dat hoor je. Homage is een geïnspireerd klinkende plaat waar het plezier van af spat. 

Het is knap hoe Jimmy Somerville samen met producer John Winfield een geluid heeft neergezet dat je onmiddellijk mee terug neemt naar de hoogtijdagen van de discomuziek en dat in kwalitatief opzicht niet onder doet voor het beste uit deze periode. Het is bovendien een gevarieerd geluid dat alle zijden van de jaren 70 disco belicht. 

Homage biedt volop ruimte aan uptempo discomuziek, maar biedt ook plaats aan het net wat meer ingetogen en zwoelere werk. Homage bevat 12 tracks en al deze tracks knallen werkelijk uit de speakers. 

Natuurlijk balanceert Jimmy Somerville meer dan eens op de grens van kunst en kitsch en een aantal keer overschrijdt de Schot deze grens aan de verkeerde kant, maar hoort dat niet een beetje bij dit genre? Ik vind van wel. 

70s disco staat momenteel weer volop in de belangstelling, maar er zijn niet veel muzikanten die het genre op zulke overtuigende wijze tot leven weten te brengen als Jimmy Somerville doet op Homage. Als je iets of iemand een eerbetoon wilt brengen moet je het ook goed doen en dat is precies wat Jimmy Somerville op Homage heeft gedaan. Petje af. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd   Koop bij bol.com  2 LP's

 

donderdag 26 maart 2015

Laura Marling - Short Movie

Laura Marling leek een paar jaar geleden nog de zoveelste Britse folkie die streed om de aandacht van een breed publiek, maar inmiddels weten we wel beter. 

De Britse singer-songwriter is pas 25, maar heeft inmiddels een aantal bijzonder indrukwekkende platen op haar naam staan, met het twee jaar geleden verschenen Once I Was An Eagle als meest ambitieuze en wat mij betreft ook beste plaat. 

De lat voor de vijfde plaat van de inmiddels al een tijdje vanuit Los Angeles opererende singer-songwriter lag dus bijzonder hoog, maar Short Movie laat horen dat Laura Marling haar top nog lang niet heeft bereikt. 

Op Once I Was An Eagle liet Laura Marling al horen dat ze precies de muziek maakt die ze zelf wil maken en dat doet ze nog net wat overtuigender op haar nieuwe plaat. 

Short Movie opent met een donkere en duistere song. De basis van de song wordt gevormd door het bijzondere akoestische gitaarspel en de al even bijzondere stem van Laura Marling, maar door de psychedelische geluiden op de achtergrond is het veel meer dan zomaar een folksong. Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek die een al even jonge Joni Mitchell in Los Angeles maakte, maar de vergelijking houdt niet lang stand. 

In de tweede track horen we Laura Marling rauwer dan we haar ooit gehoord hebben. De vergelijking met PJ Harvey dringt zich op en dat is een vergelijking die nog een aantal keren terugkomt bij beluistering van Short Movie. 

Welke richting Laura Marling op Short Movie ook kiest, de songs van de Britse singer-songwriter zijn altijd opvallend intens. Short Movie is ook een pure en eerlijke plaat met songs die variëren van ontspannen en ingetogen tot beklemmend en gejaagd. 

Short Movie laat goed horen hoe uniek het gitaarspel van Laura Marling is en hoe mooi en emotievol haar stem de afgelopen is geworden. Het akoestische gitaarspel en de recht uit het hart komende vocalen van Laura Marling bepalen voor en belangrijk deel het geluid van Short Movie, maar het belang van de extra inkleuring van de songs moet niet worden onderschat. Deze extra inkleuring doet soms wat psychedelisch aan en hiernaast zijn er de strijkers die de al wat weemoedige songs van Laura Marling voorzien van extra drama en melancholie. 

Short Movie doet verslag van het leven dat Laura Marling in Los Angeles heeft opgebouwd en het is een leven dat we lang niet altijd hoeven te benijden. Short Movie is een plaat vol eenzaamheid en onzekerheid. Laura Marling weet deze eenzaamheid en onzekerheid zo indrukwekkend in haar vocalen te leggen dat Short Movie geen plaat is om heel vrolijk van te worden en soms zelfs bijna pijn doet, maar wat is het mooi en indrukwekkend. 

De eenzaamheid en onzekerheid hebben overigens zeker geen nadelige invloed gehad op de artistieke ontwikkeling van Laura Marling. In vrijwel iedere track op Short Movie kiest de Britse singer-songwriter weer voor een net wat andere invalshoek en verkent ze nieuwe terreinen. Soms wat rauwer dan we gewend zijn, soms wat meer in zichzelf gekeerd, dan weer uitbundig met ‘spoken word’ vocalen.

Short Movie bevat 13 songs en duurt 50 minuten. Het zijn 50 minuten van een bijna ongekende intensiteit en schoonheid. Na afloop is één ding direct duidelijk: Laura Marling heeft wederom een flinke stap gezet en levert haar beste plaat tot dusver af. Een prestatie van formaat. Waar het eindigt? Ik durf het niet te voorspellen.  Erwin Zijleman

Koop bij bol.com   cd   Koop bij bol.com  2 LP's

   

woensdag 25 maart 2015

The Staves - If I Was

Dat de Britse zusjes Camilla, Emily en Jessica Staveley-Taylor geweldig kunnen zingen lieten ze al horen op het in 2012 verschenen debuut van The Staves. 

Dead & Born & Grown maakte diepe indruk met drie prachtige stemmen die los van elkaar prachtig klonken, maar de ware magie kwam als de drie zusjes elkaars stemmen versterkten in harmonieën om van te watertanden. 

Ondanks de geweldige vocalen, de diepe wortels in de Britse folk en de fraaie productie van Glyn en Ethan Johns (!) werden de zusjes uit Watford niet wereldberoemd. 

Dat de zusjes Staveley-Taylor op hun tweede plaat kiezen voor een net wat ander geluid wekt daarom geen verbazing. Voor de productie deed het trio dit keer een beroep op Justin Vernon, oftewel Bon Iver. Ik had daarom verwacht dat The Staves wat meer op zouden schuiven in de richting van de alternatieve of indie-folk, maar dat is zeker niet het geval. 

Waar vader en zoon Johns drie jaar geleden kozen voor een betrekkelijk sober folk-geluid, pakt Justin Vernon op If I Was uit met een veel voller geluid. Het is een veelzijdig geluid dat de ene keer uitpakt met heel veel strijkers, maar niet veel later aan de slag gaat met speelse ritmes. 

Ondanks het vollere geluid staan de stemmen van de zusjes Staveley-Taylor uiteraard nog steeds centraal. Op basis van het debuut van The Staves ging ik er van uit dat het stemmen zijn die gemaakt zijn voor traditioneel aandoende Britse folk, maar in het veel modernere klankentapijt van If I Was komen ze nog veel beter tot hun recht. 

Justin Vernon heeft er voor gekozen om de drie zussen zoveel mogelijk samen te laten zingen en dat is een wijs besluit. Camilla, Emily en Jessica Staveley-Taylor zijn individueel al bovengemiddeld goede zangeressen, maar als ze samen zingen gebeurt er iets bijzonders. 1+1+1 is in het geval van The Staves niet 3 maar eerder 5 of zelfs 10. De stemmen van de zussen zijn alle drie net iets anders, maar ze kleuren perfect bij elkaar (net zoals je dit bij de zussen Lily en Madeleine hoort). Pure magie is het resultaat.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik het geluid op If I Was in eerste instantie bij vlagen wel erg gelikt vond klinken. De tweede plaat van The Staves bevat een aantal songs die nog redelijk dicht tegen de Britse folk aan zitten, maar If I Was schuift aan de andere kant ook een aantal keren op richting redelijk toegankelijke pop, waarin het trio opschuift in de richting van de al genoemde Lily & Madeleine, maar hier en daar ook raakt aan de zoete klanken van Wilson Phillips (hun debuut is voor mij overigens een ‘guilty pleasure’ die al meer dan 20 jaar mee gaat) of zelfs The Corrs. 

Na flink wat luisterbeurten heb ik mijn mening over de productie overigens wel bijgesteld. Justin Vernon pakt op If I Was zo nu en dan flink uit, maar hij blijft altijd aan de juiste kant van de streep. Verder zijn er natuurlijk altijd de stemmen van de zusjes Camilla, Emily en Jessica Staveley-Taylor en die verleiden zelfs met een Hollandse carnavalskraker. 

Iedereen die het debuut van The Staves heeft gekoesterd zal even moeten wennen aan If I Was. Iedereen die het trio niet kent maar wel gek is op hemelse vrouwenzang, krijgt met If I was een ware schat in handen. Laten we hopen dat de muziek en vooral ook de zang van de zusjes Staveley-Taylor dit keer wel op de juiste waarde wordt geschat. Erwin Zijleman

The Staves zijn binnenkort te bewonderen op de Nederlandse podia:
09/4: Nijmegen, Doornroosje
10/4: Amsterdam, Melkweg
11/4: Rotterdam, Motel Mozaique
24/4: Maastricht: Muziekgieterij
25/4: Zwolle, Hedon

Koop bij bol.com   cd  Koop bij bol.com  LP

 

dinsdag 24 maart 2015

Seasick Steve - Sonic Soul Surfer

Er zijn muzikanten van wie je hoopt dat ze zich op iedere nieuwe plaat weer weten te vernieuwen, maar er zijn ook muzikanten bij wie je heel tevreden bent wanneer ze op een nieuwe plaat weer ongeveer hetzelfde doen als op de vorige plaat. Seasick Steve valt wat mij betreft in de laatste categorie. 

Natuurlijk speelt hier mee dat de Amerikaan al aardig op leeftijd was toen zijn debuut in 2004 verscheen en daarom nog niet zo heel lang meedraait, maar in het geval van Seasick Steve speelt er meer. 

Zijn muziek moet het hebben van rauwe emotie en bijpassend gitaarspel. Huur een fancy producer in die de muziek van de Amerikaan oppoetst en er blijft niets van over. 

De volgende quote uit een interview stelde me gerust voor ik ook maar een noot van de plaat gehoord had: “The whole record is mostly me and Dan (Magnusson) sitting there drinking and playing. There ain’t a whole lot of producing going on! But I know what I’m doing and I know what I want”. Ook Sonic Soul Surfer is daarom weer een echte Seasick Steve plaat en het is wederom een hele goede. 

Seasick Steve en drummer Dan Magnusson waren misschien niet helemaal broodnuchter tijdens het opnemen van de plaat, maar wat klinkt het weer fantastisch. Omdat de gitaren van Seasick Steve het wel eens moeten doen met minder dan de gangbare zes snaren, klinkt zijn gitaarwerk ook op deze plaat weer rauw en meedogenloos. 

Seasick Steve put voor zijn gitaarloopjes vooral uit de archieven van de blues, maar desondanks is hij er in geslaagd om een geheel eigen geluid te ontwikkelen. Bij dat geluid hoort ook zijn doorleefde stem. Seasick Steve was nooit een groot zanger, maar op zijn oude dag begint hij het toch te leren. 

Drummer Dan Magnusson opereert inmiddels al heel wat jaren aan de zijde van Seasick Steve en blijkt ook op Sonic Soul Surfer weer een geheim wapen. Het drumwerk op de plaat lijkt misschien niet heel opzienbarend, maar Dan Magnusson slaat alles knap aan elkaar, net zoals de ondergewaardeerde Meg White dat deed bij The White Stripes. 

Op Sonic Soul Surfer maakt Seasick Steve vooral blues, maar ook dit keer zijn er uitstapjes richting omliggende genres als country, rock en zelfs een akoestische folksong. 

De muziek van Seasick Steve wordt over het algemeen omschreven als simpel en eenzijdig, maar als je goed naar Sonic Soul Surfer luistert blijkt dat wel mee te vallen. Sonic Soul Surfer is een behoorlijk gevarieerde plaat met verschillend klinkende songs, maar ook binnen de songs zorgt Seasick Steve voor flink wat variatie. Zo combineert hij in het ruim vijf minuten durende prijsnummer Dog Gonna Play rauwe uithalen op de gitaar met bijna bezwerende ingetogen passages. Het zijn gelukkig slechts subtiele aanpassingen aan het zo herkenbare Seasick Steve geluid. 

Sonic Soul Surfer doet het het best wanneer je met een biertje achterover kan leunen. Geen pretenties, geen opsmuk, maar lekkere rauwe muziek met zang en gitaarspel die uit het hart komen. Seasick Steve doet het inmiddels meer dan 10 jaar, maar op zijn platen uitgekeken ben ik nog lang niet. Seasick Steve zet (gelukkig) geen grote stappen, maar Sonic Soul Surfer overtuigt me weer net wat meer dan zijn voorganger. Van mij mag Seasick Steve dus nog wel even doorgaan met het maken van platen, bij voorkeur met gebruik van het recept dat inmiddels ruim tien jaar met succes mee gaat. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com   cd   Koop bij bol.com   2 LP's

 

maandag 23 maart 2015

Courtney Barnett - Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit

Moet ik Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit nu echt gaan bespreken als het debuut van Courtney Barnett? Feitelijk is het misschien juist, maar het uit twee EP’s samengestelde en in 2013 verschenen The Double EP: A Sea Of Split Peas was zowel qua aantal songs als qua speelduur een meer dan volwaardig debuut en heeft Courtney Barnett bovendien al lang op de kaart gezet als één van de smaakmakers van de huidige indie-scene. 

The Double EP: A Sea Of Split Peas deed mij afwisselend denken aan Patti Smith, Liz Phair en PJ Harvey en maakte indruk met zowel ingetogen als wat meer uptempo popsongs, die stuk voor stuk een opvallend en eigenzinnig geluid lieten horen. 

Persoonlijk was ik bang dat Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit een net wat meer platgeslagen geluid zou laten horen, terwijl de stekeligheid en dynamiek nu juist de sterke punten waren van de EP’s waarmee Courtney Barnett debuteerde. Na beluistering van Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit kan ik concluderen dat deze angst ongegrond was. 

Op haar nieuwe plaat kiest Courtney Barnett immers voor net wat meer scherpe randjes en liggen de uitersten van haar EP’s juist nog wat verder uit elkaar. Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit bevat een aantal verrassend rauwe tracks, maar biedt ook ruimte aan meer tot zelfs uiterst ingetogen tracks. Welke richting Courtney Barnett ook kiest, haar songs zijn altijd eigenzinnig en avontuurlijk, maar liggen op hetzelfde moment ook goed in het gehoor. 

Vergeleken met de inmiddels al meer dan twee jaar oude EP’s laat Courtney Barnett op haar nieuwe plaat groei horen. In muzikaal opzicht is Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit net wat overtuigender en ook de vocalen klinken net wat zelfverzekerder, zeker wanneer Courtney Barnett afstapt van de ‘spoken word’ voordracht. Gelukkig heeft Courtney Barnett vastgehouden aan het evenwicht tussen stevigere en juist vrij ingetogen songs. Omdat een aantal van de tracks wat rauwer is dan we van haar gewend zijn, neemt ze in de meer ingetogen songs juist wat extra gas terug. 

Waar The Double EP: A Sea Of Split Peas nog nadrukkelijk de vergelijking met de muziek van anderen opriep, blijft dat dit keer vrijwel uit. Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit bevat de Courtney Barnett songs die we van haar verwacht hadden of beter gezegd, waarop we stiekem gehoopt hadden. 

Na een aantal redelijk stekelige tracks verrast Courtney Barnett met een song met wat meer rootsinvloeden en ook hierin kan ze uitstekend uit de voeten, al is het maar omdat de Australische singer-songwriter de afgelopen twee jaar zoals gezegd beter is gaan zingen. Zowel de stekelige uptempo songs als de wat meer roots-georiënteerde songs vallen op door prachtig gitaarwerk, dat zo af en toe lekker los mag gaan. En alsof het nog niet genoeg is, verrast Courtney Barnett ook nog eens met geweldige teksten vol messcherpe observaties. 

Na herhaalde beluistering van Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit weet ik dat de liefhebbers  van eigenzinnige indie-rock Courtney Barnett vorig jaar terecht hebben omarmd. Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit is immers een plaat die voldoet aan alle verwachtingen en deze zelfs met enige regelmaat overtreft. Noem het een droomdebuut, maar wat mij betreft is Courtney Barnett deze fase al lang voorbij en heeft ze haar eerste meesterwerk afgeleverd. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com    cd   Koop bij bol.com   LP

 

zondag 22 maart 2015

My Baby - Shamanaid

De Amsterdamse band My Baby maakte iets meer dan een jaar geleden een onuitwisbare indruk met haar debuut My Baby Loves Voodoo!. 

Op deze BLOG opende ik mijn recensie met superlatieven in hoofdletters: FANTASTISCH, BEZWEREND, BETOVEREND, IMPONEREND, WERELDPLAAT, JAARLIJSTJESPLAAT, MEESTERWERK. Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta, want de on-Nederlands broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues was en is met geen mogelijkheid te weerstaan. 

In muzikaal opzicht herleefden de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dan was er ook nog eens de fantastische stem van Cato van Dijck, die gehakt maakte van een heel contingent zogenaamde soulzangeresjes. 

My Baby Loves Voodoo! is een debuut waarvan een band alleen maar kan dromen, maar het is ook een debuut dat My Baby heeft opgezadeld met een levensgroot probleem. Het is het probleem van de moeilijke tweede plaat na een geweldig debuut en dat is een probleem dat in het verleden flink wat veelbelovende bands de kop heeft gekost. 

Op voorhand had My Baby twee opties. De band had er voor kunnen kiezen om My Baby Loves Voodoo! part II te maken of de band had een geheel nieuwe weg in kunnen slaan. Beide paden zijn in het verleden niet zonder risico gebleken. My Baby heeft daarom op Shamanaid gekozen voor een tussenweg. De tweede plaat van My Baby bevat een groot deel van de ingrediënten die My Baby Loves Voodoo! zo aantrekkelijk maakten, maar klinkt ook totaal anders. 

Op Shamanaid hoor je nog steeds de prachtige bluesy gitaren van het debuut en is er ook nog altijd de imponerende stem van Cato van Dijck, maar ze zijn terecht gekomen in een heel ander muzikaal landschap. Shamanaid is wat minder uitbundig dan zijn voorganger en kiest voor bezwering in plaats van vermaak. Het is zeker geen makkelijke weg die My Baby heeft gekozen, maar wat maakt de band weer indruk. 

Direct in de openingstrack hoor je hoe My Baby zich heeft ontwikkeld. De gitaarlijnen zijn uiterst subtiel, de ritmesectie legt een dub-achtige basis en Cato van Dijck zingt opvallend ingetogen. Het is een bezwerende track en hier volgen er nog velen van. 

De rauwe soul en funk van het debuut hebben plaats gemaakt voor uiterst subtiele soul, swamp-blues, invloeden uit de dub en fraaie invloeden uit de wereldmuziek. Het is allemaal wat minder aanstekelijk dan op het debuut, maar Shamanaid grijpt je uiteindelijk nog veel steviger bij de strot dan het zo overtuigende debuut. 

Het is op zich al knap dat My Baby de succesformule van het debuut achter zich heeft gelaten, maar dat het vervolgens op de proppen komt met een totaal ander en bovendien uniek eigen geluid is een prestatie van een ongekend formaat. 

De pijlers van het geluid van My Baby 2.0 heb ik al genoemd, maar ze verdienen nog wat meer aandacht. Het gitaarwerk was de vorige keer al goed, maar blijft je nu verbazen, de ritmesectie zorgt steeds weer voor de verbinding tussen de gitaren en de geweldige zang, die af en toe nog los gaat als op het debuut, maar ook fraai kan fluisteren. Stil zitten is onmogelijk, maar Shamanaid is ook een plaat die je volledig wilt doorgronden.

Het levert een plaat op die naast het debuut van de band mag staan en moet worden gerekend tot het beste dat de Nederlandse popmuziek heeft opgeleverd. Het wordt tijd dat dit ook buiten Nederland wordt ontdekt, want ook hier kent My Baby zijn gelijke niet. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com   cd   Koop bij bol.com  LP

 

zaterdag 21 maart 2015

Mountaineer - 1974

Marcel Hulst is de zanger en gitarist van de Amsterdamse band Maggie Brown en dat is op deze BLOG zeker geen onbekende. 

Vrijwel precies een jaar geleden bejubelde ik het titelloze debuut van Maggie Brown en riep ik de plaat uit tot één van de betere gitaarplaten van dat moment. Dat vond ik aan het eind van het jaar nog steeds, waardoor het debuut van Maggie Brown ook opdook in mijn jaarlijstje. 

Van Maggie Brown gaan we in de toekomst vast nog heel veel horen, maar een nieuwe plaat laat nog even op zich wachten. Momenteel gaat de aandacht van Marcel Hulst immers uit naar zijn soloproject Mountaineer, waarvan vandaag het prachtige 1974 is verschenen. 

Ik heb 1974 al een tijdje als download in huis, maar inmiddels draait 1974 ook op vinyl zijn rondjes. Ik maak me normaal gesproken nooit zo heel druk om geluidskwaliteit, maar het moet gezegd worden dat 1974 op vinyl nog veel beter en vooral warmer klinkt dan op cd of als download. Maar dit terzijde. Het gaat uiteindelijk natuurlijk om de muziek en die is prachtig. 

1974 van Mountaineer is niet direct te vergelijken met het debuut van Maggie Brown. Het is een behoorlijk ingetogen en grotendeels akoestische plaat vol mooie en opvallend intieme popliedjes. Vaak folky, vaak ook met een wat psychedelische ondertoon.

Waarom de plaat de titel 1974 heeft meegekregen weet ik niet zeker, maar ik kan het wel bedenken. 1974 is een plaat die net zo goed had kunnen worden gemaakt in het jaar waarin het Nederlands voetbalelftal het WK had moeten winnen, ABBA het songfestival won en Richard Nixon aftrad als president van de Verenigde Staten. Nu zijn ingetogen folky singer-songwriter songs natuurlijk van alle tijden, maar 1974 van Mountaineer mist het gejaagde van de huidige tijd en heeft daarom een heerlijk rustgevende uitwerking. 

Ondertussen valt er ook heel veel te genieten. 1974 van Mountaineer bestaat voor een belangrijk deel uit akoestische gitaren en de mooie stem van Marcel Hulst, maar wanneer je goed luistert naar de plaat, valt op dat de instrumentatie veel rijker is dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Spaarzame percussie, mooie baslijnen en hier en daar wat (uiteraard) analoge synths voorzien de songs van Mountaineer steeds weer van net wat andere kleuren en bovendien van diepgang. 

Hoewel Mountaineer andere muziek maakt dan Maggie Brown, hoor ik ook wel wat overeenkomsten. 1974 laat net als het debuut van Maggie Brown prachtig gitaarwerk horen en net als bij Maggie Brown valt de muziek van Mountaineer op door een combinatie van dromerige klanken en onderhuidse spanning, waardoor je aan de ene kant wegdroomt en aan de andere kant geen noot wilt missen. Een andere constante factor is de prettige stem van Marcel Hulst, die er ook op deze plaat in slaagt om je zijn muziek in te zuigen, waardoor 1974 veel meer impact heeft dan de gemiddelde plaat. 

1974 had zoals gezegd met een beetje fantasie ook best in de jaren 70 gemaakt kunnen worden (de plaat was destijds ergens tussen Donovan en het ingetogen werk van The Beatles terecht gekomen), maar aan de kant heeft de plaat ook raakvlakken met de alternatieve folk en Americana van veel recentere datum en hoor ik af en toe ook wat van Pink Floyd (maar dat zal aan mij liggen). Hiernaast duiken af en toe bijzondere ritmes op die men in 1974 nog niet had durven bedenken.

Net als het debuut van Maggie Brown is het debuut van Mountaineer een plaat om te koesteren. Omarm deze plaat en het ene na het andere popliedje wordt je dierbaar en uiteindelijk zijn het er tien. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Alle versies van 1974 zijn verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Mountaineer: https://mountaineer-music.bandcamp.com/album/1974. Als het even kan zou ik gaan voor vinyl, want daarop klinkt de plaat net wat beter. Bovendien hadden we in 1974 alleen maar vinyl. En de download krijg je er gewoon bij.

 

ff

vrijdag 20 maart 2015

Darla Sinners - Aaron

Darla Sinners is een gelegenheidsband die is geformeerd door Herman Ypma (Giant Tiger Hooch, Eins, Zwei Orchestra) en Jeroen Ligter (Giant Tiger Hooch). Het zijn namen die me eerlijk gezegd helemaal niets zeiden en dat geldt overigens ook voor de namen van de andere muzikanten die hebben bijgedragen aan de plaat van Darla Sinners en de bands waaruit deze muzikanten afkomstig zijn (The Felchers, Brezhnev, Yawp, State of Mind en Autoblonde; het zegt me echt niets). 

Gelukkig gaat het niet om de namen maar om de muziek en die heeft me bijzonder aangenaam verrast. 

De achtergrond van Aaron is een mooie. Jeroen Ligter wilde een plaat maken voor zijn peuterzoontje (Aaron) en dook daarom wekelijks met Herman Ypma de studio in. Of het vanaf het begin af aan de bedoeling is geweest om een geweldige plaat te maken weet ik niet, maar ik weet wel dat Aaron een hele mooie plaat is geworden. 

Darla Sinners maakt op Aaron muziek die zich niet onmiddellijk in een hokje laat duwen. Het is muziek met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar het is zeker geen pure rootsmuziek. 

Bij beluistering van Aaron moest ik aan van alles en nog wat denken, maar uiteindelijk is R.E.M. de associatie die het meest is blijven hangen. R.E.M. uit de jaren voor de commerciële doorbraak c.q. uitverkoop om precies te zijn. Veel meer dan een associatie is het overigens niet, want de muziek van Darla Sinners lijkt nooit heel veel op die van R.E.M., al is het maar omdat Darla Sinners haar muziek een stuk kleiner en eenvoudiger houdt en daarom in vocaal opzicht  niet en in muzikaal opzicht slechts bij vlagen is te vergelijken met de band uit Athens, Georgia. 

Aaron duurt maar net iets meer dan een half uur en bevat tien songs. Het zijn tien songs die me eigenlijk direct bij eerste beluistering dierbaar waren, al kon ik niet direct uitleggen wat ik zo goed vond aan Aaron. 

Inmiddels weet ik dat wel. Het debuut van Darla Sinners valt op door fraai bijzonder fraai gitaarspel dat tussen roots en American Underground in zit, de rest van de instrumentatie zit vol verrassingen en in vocaal opzicht klinkt de plaat puur en oprecht. Aaron van Darla Sinners is boven alles een plaat die met veel liefde is gemaakt en dat geeft de plaat wat speciaals. 

Daarnaast is Aaron van Darla Sinners ook nog eens een plaat die steeds beter wordt. De tien popliedjes op de plaat liggen lekker in het gehoor, maar blijken ook lang te groeien. Steeds hoor ik weer wat anders op het debuut van Darla Sinners. De ene keer valt op hoe lekker het orgeltje met enige regelmaat om het gitaarwerk krult, de andere keer valt op hoe goed de ritmesectie is of hoe mooi de vrouwelijke achtergrondvocalen passen bij warme vocalen van Jeroen Ligter. 

Bij veel platen die ik beluister neemt het aantal namen waarmee ik de plaat associeer steeds verder toe, bij beluistering van Aaron blijft er uiteindelijk maar één naam over: Darla Sinners. Ik denk dat ik al die anders bands uit de openingsalinea maar eens moet gaan checken, al weet ik dat een plaat van het kaliber van Aaron uiterst zeldzaam is. Erwin Zijleman

Aaron van Darla Sinners is niet fysiek verkrijgbaar, maar kan in digitale vorm worden verkregen via bandcamp (https://darlasinners.bandcamp.com/album/aaron). Je mag zelf bepalen wat je er voor over hebt. 

 

donderdag 19 maart 2015

Prima Donna - Nine Lives And Forty-Fives

Wat is dit toch een heerlijke plaat. Nine Lives And Forty-Fives van Prima Donna is zeker geen plaat om heel druk over te doen, maar probeer dit maar eens te weerstaan. Mij lukt het al een tijdje niet en ik vrees dat het ook niet meer gaat veranderen. 

Prima Donna is een band uit Los Angeles die op Nine Lives And Forty-Fives, naar verluid al de vierde plaat van de band, grossiert in perfecte popliedjes. 

Het zijn popliedjes met heerlijke gitaar riffs, aanstekelijke koortjes, meedogenloze refreinen en melodieën die doen verlangen naar de zomer. 

Het is misschien allemaal eerder gedaan, al verwerkt Prima Donna op haar nieuwe plaat wel een flinke bak invloeden. Nine Lives And Forty-Fives springt van Mott The Hoople naar Green Day, van The Kinks naar The New York Dolls en van T. Rex naar Mud, om maar eens wat namen te noemen. 

Invloeden uit rock, glamrock, hardrock, new wave, powerpop en punkpop afkomstig uit een aantal decennia muziekgeschiedenis worden aan elkaar gesmeed tot popliedjes waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. 

Het is zoals gezegd misschien geen muziek om heel druk over te doen, maar ondertussen is wel alles raak. En hoe. 

Soms zijn de songs van Prima Donna rauw en punky, maar de band is ook zeker niet vies van pure powerpop met schaamteloos aanstekelijke lalala-koortjes. Het ene moment gieren de gitaren, het volgende moment verrast Prima Donna met een lekker scheurende saxofoon. 

Nine Lives And Forty-Fives bevat elf songs, waarvan er negen van de hand van Prima Donna zijn. Deze negen zijn niets minder dan de twee prima covers op de plaat; Dwight Twilley's I'm On Fire en misschien wel de leukste popsong van Blondie, Rip Her To Shreds. Het zegt genoeg. 

Nine Lives And Forty-Fives van Prima Donna is geen plaat om veel over op te schrijven. Ik heb hierboven al twee keer gezegd wat ik wilde zeggen en ga het niet meer herhalen. Prima Donna heeft een plaat gemaakt waarvan je alleen maar kunt genieten. Genieten van nagenoeg perfecte popliedjes die steeds net wat anders smaken, maar ze smaken allemaal naar meer. Naar veel meer zelfs. 

Het lijkt allemaal heel makkelijk, maar ondertussen zijn er maar weinig bands die zo’n heerlijk onweerstaanbare plaat afleveren. Twee duimen omhoog dus voor deze plaat en laat nu die zomer maar komen. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com    cd  Koop bij bol.com  LP