vrijdag 28 april 2017

Imelda May - Life. Love. Flesh. Blood

Ik had tot dusver niet zo heel veel met de platen van de Ierse singer-songwriter Imelda May. 

De muzikante uit Dublin imponeerde op haar tot dusver verschenen platen absoluut met haar soulvolle strot, maar in muzikaal opzicht vond ik het, mede dankzij haar zwak voor 80s new wave en rockabilly, allemaal net wat te lichtvoetig of te pompeus. 

Er was helaas een liefdesbreuk voor nodig om Imelda May in een andere richting te bewegen. Het einde van haar huwelijk heeft Imelda May geïnspireerd tot een heuse breakup plaat en wie kan deze mooier produceren dan de gelouterde T-Bone Burnett? 

De Amerikaanse topproducer heeft de nieuwe plaat van Imelda May prachtig ingekleurd en heeft de Ierse singer-songwriter een andere plaat laten maken dan we van haar gewend zijn. 

Voor de fraaie inkleuring van Life. Love. Flesh. Blood kon T-Bone Burnett uiteraard een beroep doen op muzikanten die het liefdesverdriet van Imelda May op zeer doeltreffende wijze uit hun instrumenten kunnen laten komen. 

Het gitaarwerk van topgitaristen als Marc Ribot en T-Bone Burnett, de piano van Patrick Warren, het orgel van Carl Wheeler en de drums van Jay Bellerose zijn zoals altijd prachtig en leggen een bijzonder fraaie basis waarop Imelda May kan schitteren. 

Dat schitteren laat ze overigens ook nog over aan Jools Holland die los mag gaan op zijn piano en voor Jeff Beck, die tekent voor het meest indrukwekkende gitaarspel op de plaat. 

Imelda May was op haar vorige platen niet vies van bombast, maar manifesteert zich op Life. Love. Flesh. Blood als een crooner van formaat. Het einde van haar huwelijk is haar overduidelijk niet in de koude kleren gaan zitten. In veel van de teksten staan liefdesverdriet en hartzeer centraal en zingt Imelda May met flink wat emotie en gevoel. Dat doet ze in een aantal tracks opvallend ingetogen, maar Imelda May gaat ook een paar keer helemaal los.De stem van de Ierse singer-songwriter doet nog altijd wat denken aan die van Chrissie Hynde, maar is soulvoller en veel krachtiger. 

Life. Love. Flesh. Blood staat vol met aansprekende songs en het zijn songs die vol passie worden vertolkt. Dat laatste is uitsluitend de verdienste van Imelda May zelf, maar zonder T-Bone Burnett was Life. Love. Flesh. Blood nooit zo’n bijzondere plaat geworden. 

De Amerikaanse producer heeft de plaat voorzien van een traditioneel aandoend rootsgeluid dat beelden van duistere en broeierige nachtclubs aan de oevers van de Mississippi op het netvlies tovert. Imelda May is in deze nachtclubs de zangeres en zingt al het leed dat haar is overkomen op indrukwekkende wijze van zich af. 

Op hetzelfde moment heeft T-Bone Burnett hier en daar ook een randje Phil Spector en een randje Motown toegevoegd aan de plaat, wat Life. Love. Flesh. Blood voorziet van veel dynamiek, wat weer prachtig past bij alle dynamiek in de stem van de Ierse singer-songwriter. 

Ik had zoals gezegd tot dusver niet zo heel veel met de platen van Imelda May, maar Life. Love. Flesh. Blood is in alle opzichten een prachtplaat. Erwin Zijleman





donderdag 27 april 2017

John Andrews & The Yawns - Bad Posture

John Andrews is de toetsenist van de band Woods en de drummer van de band Quilt (die in 2014 het prachtige Held in Splendor uitbracht en vorig jaar een nieuwe plaat maakte die ik heel snel moet gaan beluisteren) en speelt ook nog geregeld mee met Kevin Morby. 

De Amerikaanse muzikant heeft kennelijk nog wat tijd over naast zijn twee of drie banen, want met Bad Posture heeft hij een buitengewoon aangename soloplaat gemaakt. 

Bad Posture is overigens niet het solodebuut van John Andrews, want twee jaar geleden maakte hij het eveneens goed ontvangen Bit By The Fang. 

Ook op deze plaat liet de Amerikaan zich bijstaan door zijn gelegenheidsband The Yawns, die bestaat uit leden van de bands Mmoss en Soft Eyes. Voor Bad Posture trok de band zich terug in een oud huis in New Hampshire en ver van de bewoonde wereld werd in alle rust een bijzonder lekker klinkende plaat in elkaar gesleuteld. 

De muziek van John Andrews en zijn band The Yawns combineert invloeden uit de folk, countryrock en psychedelica uit de jaren 60 en 70 met een vleugje lo-fi uit de jaren 90 en een beetje indie-rock uit het heden. Een flinke scheut uit de psychedelische catalogus van The Beatles voegt tenslotte nog onweerstaanbare melodieën toe aan de muziek van de Amerikanen. 

Bad Posture klinkt heerlijk dromerig en soms een beetje freaky en is een heerlijke soundtrack voor lome ochtenden. John Andrews en zijn band benevelen de luisteraar met dromerige vocalen en lome en psychedelisch aandoende klanken, die je langzaam maar zeker meevoeren naar het koloniale huis in the middle of nowhere waar de plaat werd opgenomen. 

Compleet wegdromen is er echter niet bij, want John Andrews & The Yawns doen meer dan bedwelmen met dromerige klanken. Hier en daar is ruimte voor korte jams die ook doen herinneren aan de jaren 60 en 70, maar John Andrews en zijn medemuzikanten voegen net zo makkelijk gruizige of stekelige gitaarloopjes uit de 90s lo-fi toe aan hun muziek. 

Dromerige klanken staan echter centraal op Bad Posture en zijn verpakt in heerlijk tijdloze en vooral rootsy en psychedelische popsongs. Op de tweede soloplaat van John Andrews eren de Amerikaan en zijn gelegenheidsband de goed gevulde platenkast van hun ouders en voegen ze hun eigen muziek toe aan de zo uit het verleden weggelopen klanken. 

Door de aangename en dromerige klanken overtuigt Bad Posture bijzonder makkelijk, maar hoe vaker je naar de plaat luistert, hoe meer je er van doordrongen raakt dat John Andrews en zijn band veel meer hebben gemaakt dan een aardig tussendoortje van een half uur. 

Bad Posture vermaakt en benevelt, maar is ook een plaat vol onverwachte wendingen en minder voor de hand liggende invloeden, waardoor je constant heen en weer wordt geslingerd. Dit alles wel op een rustige en aangename manier, want ook als je alleen wilt wegdromen voldoet deze plaat meer dan uitstekend. Ik hoor er in Nederland helaas weinig over, maar dit is echt een hele goede plaat. Erwin Zijleman

Bad Posture van John Andrews is verkrijgbaar in de webshop van Konkurrent: https://www.konkurrent.nl/winkel/produkt/andrews_john_the_yawns_bad_posture_655035048918/.




woensdag 26 april 2017

Cindy Lee Berryhill - The Adventurist

Cindy Lee Berryhill dook halverwege de jaren 80 op als een van de belangrijkste exponenten van de Amerikaanse folk beweging die in de geschiedenisboeken is terecht gekomen als de anti-folk beweging (Cindy Lee Berryhill noemde het zelf overigens “new folk”). 

De folk van de in Los Angeles opgegroeide, maar op haar twintigste naar New York vertrokken singer-songwriter liet zich aan de ene kant beïnvloeden door de folk zoals die in de jaren 60 in New York en in Los Angeles opbloeide, maar stond aan de andere kant open voor invloeden uit de punk die halverwege de jaren 70 in New York ontstond. 

Het vloeide prachtig samen op de eerste twee platen van Cindy Lee Berryhill. Who's Gonna Save The World? Uit 1987 en Naked Movie Star zijn vergeten klassiekers uit een periode waarin folk op weinig sympathie van de critici kon rekenen. Ik was de platen eerlijk gezegd zelf ook al lang vergeten, maar tot mijn vreugde staan ze inmiddels wel op Spotify en Apple Music. 

Aan het begin van de jaren 90 keerde Cindy Lee Berryhill terug naar California en halverwege dat decennium ging ze ook weer platen maken. Het zijn platen die maar heel weinig aandacht trokken en nog steeds niet te vinden zijn op de streaming media. 

Cindy Lee Berryhill trok de afgelopen twee decennia vooral aandacht als schrijfster en werd verder in beslag genomen door de zorg voor haar zieke echtgenoot. De afgelopen jaren was het volledig stil rond de vergeten muzikanten, maar bijna uit het niets is Cindy Lee Berryhill terug. 

The Adventurist is Cindy Lee Berryhill’s eerste plaat in tien jaar tijd en het is een verrassend sterke plaat. De jarenlange zorg voor haar inmiddels overleden echtgenoot speelt absoluut een rol in een aantal songs op de plaat, maar The Adventurist is vooral een plaat over het leven. 

Cindy Lee Berryhill laat zich nog altijd beïnvloeden door folk uit de jaren 60 en en de muziek van met name Patti Smith uit de jaren 70, maar de Amerikaanse singer-songwriter heeft ook meer eigentijdse invloeden in haar muziek verwerkt en is bovendien niet vies van invloeden uit de psychedelica en de lo-fi.

Het levert een plaat op die anders klinkt dan de meeste andere platen van het moment. The Adventurist bevat flink wat invloeden uit de rootsmuziek, maar klinkt ook rauwer en steviger dan de meeste andere platen in het genre, wat weer contrasteert met het bijzondere gebruik van strijkers op de plaat. 

Het zorgt ervoor dat Cindy Lee Berryhill de aandacht opvallend makkelijk vast houdt en vervolgens steeds meer indruk maakt met haar bijzondere songs en intense voordracht. Ik vond het in eerste instantie vooral bijzonder, maar wat ben ik inmiddels gehecht aan deze intense en emotievolle plaat van Cindy Lee Berryhill. Ga dat horen ! Erwin Zijleman





dinsdag 25 april 2017

Angaleena Presley - Wrangled

Angaleena Presley, dochter van een mijnwerker uit Martin County, Kentucky, en geen familie van ene Elvis uit het nabij gelegen Memphis, vormde een aantal jaren geleden samen met Miranda Lambert (toen al een ster) en Ashley Monroe (nog in de categorie jong en veelbelovend) de band The Pistol Annies. 

Het drietal timmerde met veel succes aan de weg in de Verenigde Staten, maar kreeg in Nederland helaas nauwelijks aandacht. 

Echt indruk maakte Angaleena Presley aan deze kant van de Atlantische oceaan pas met het eind 2014 verschenen American Middle Class, dat in het betreffende jaar wat mij betreft moet worden geschaard onder de betere debuten in het rootssegment. 

Op haar debuut maakte Angaleena Presley indruk met een fantastische stem en met een repertoire waarin Nashville country en meer alternatieve country samensmolten met flink wat muzikale invloeden uit het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. 

Het is een lijn die verder wordt doorgetrokken op Wrangled, de tweede plaat van de Amerikaanse singer-songwriter. Ook op Wrangled maakt Angaleena Presley flink wat indruk met een stem die gemaakt is voor de country, maar in muzikaal opzicht baart de tweede plaat van deze Presley misschien nog wel meer opzien. 

Angaleena Presley, die voor de songs op haar nieuwe plaat samenwerkte met een nieuwe countryster als Chris Stapleton, maar ook met oude rotten als Wanda Jackson en Guy Clark, bestrijkt in muzikaal opzicht immers een nog breder palet dan op haar debuut. 

In een aantal songs eert de singer-songwriter uit Kentucky de traditionele country, maar minstens net zo vaak begeeft ze zich op het terrein van de alt-country of juist de Nashville countrypop van bijvoorbeeld de geweldige Kacey Musgraves. Hier blijft het niet bij, want op haar tweede plaat flirt Angaleena Presley ook voorzichtig met Zuidelijke soul, blues, folk, pop en onvervalste honky tonk. 

Dat Angaleena Presley niet bang is om buiten de lijntjes te kleuren blijkt ook wel uit het feit dat in een van de songs rapper Yelawolf opduikt, waarmee ze zich vrijwel onmogelijk maakt in de uiterst conservatieve country scene rond Nashville. 

Het knappe van Wrangled is dat de plaat dankzij de enorme veelzijdigheid aansluit bij meerdere uitersten binnen de Amerikaanse countrymuziek van het moment. Wrangled bevat genoeg moois om het de liefhebbers van lekker in het gehoor liggende Nashville countrypop naar de zin te maken, maar zal ook bij liefhebbers  van meer traditionele country of juist alternatieve country in de smaak vallen. 

American Middle Class had Angaleena Presley al moeten scharen onder de smaakmakers van de Amerikaanse countrymuziek van het moment, maar met het veel mooiere Wrangled heeft de Amerikaanse pas echt iets in handen waar geen enkele liefhebber  van het genre omheen kan. Erwin Zijleman





maandag 24 april 2017

Ray Davies - Americana

Americana, het eerste soloalbum van Ray Davies in tien jaar tijd, roept tot dusver verrassend uiteenlopende reacties op. 

Het nieuwe album van de voormalige voorman van The Kinks wordt hier en daar de hemel in geprezen als onbetwist meesterwerk, maar wordt net zo makkelijk verguisd als een plaat van een muzikant die inmiddels duidelijk over zijn top heen is. 

De waarheid ligt ergens in het midden. Ray Davies woont al geruime tijd in de Verenigde Staten (aan het begin van het millennium werd hij nog eens neergeschoten bij een overval in New Orleans) en gaf zijn biografie een paar jaar geleden ook de titel Americana mee. 

De titel van de gelijknamige plaat verwijst vooral naar het leven van Ray Davies in de Verenigde Staten en niet zozeer naar het gelijknamige genre. Aan de andere kant laat Ray Davies zich op zijn nieuwe plaat wel begeleiden door de Amerikaanse alt-country band The Jayhawks. 

Dat is voor de band uit Minneapolis overigens niet nieuw, want een maand of wat geleden schitterden ze in dezelfde rol nog op de bijzonder overtuigende plaat van de eveneens Britse singer-songwriter Wesley Stace (luister zeker naar deze plaat!). 

Vergeleken met deze Wesley Stace heeft Ray Davies aanzienlijk meer last van slijtage van de stembanden, want de stem van de inmiddels 72-jarige muzikant klinkt op Americana vaak wat dun. 

Het schrijven van uitstekende popsongs is Ray Davies echter nog niet verleerd. Americana bevat natuurlijk geen songs van het kaliber van Kinks klassiekers als Waterloo Sunset, Sunny Afternoon of Days, om er maar eens drie te noemen, maar met het niveau van de songs op de plaat is echt niets mis. 

Integendeel. Op Americana slaat Ray Davies, samen met The Jayhawks, een brug tussen zijn typisch Britse songs en de Amerikaanse rootsmuziek waarmee hij zich inmiddels al een aantal decennia omgeeft. 

The Jayhawks zijn, net als op het album van Wesley Stace, uitstekend op dreef (met een aantal malen een glansrol voor de vocalen van Karen Grotberg) en geven Ray Davies een aantal malen een zetje in de goede richting. Voor vocaal vuurwerk moet je niet meer bij de Brit zijn, maar na enige gewenning groeit Americana flink door en winnen ook de spoken word tracks voor mij aan kracht.

Het siert Ray Davies dat hij nog altijd kan voortborduren op het glorieuze werk van The Kinks, maar dat hij ook nog altijd nieuwe wegen in slaat. En de verhalen die Ray Davies op Americana vertelt zijn, vrijwel zonder uitzondering prachtig. 

Een wereldplaat of meesterwerk durf ik Americana zeker niet te noemen, al is het maar vanwege de lang niet altijd even goede zang, maar ook een acceptabele plaat van een van de grootste singer-songwriters aller tijden is nog altijd een stuk interessanter dan het meeste andere dat momenteel verschijnt. En Americana blijkt gelukkig ook nog eens een flinke groeiplaat. Erwin Zijleman





zondag 23 april 2017

Chantal Acda - Bounce Back

Chantal Acda maakte bijna twee jaar geleden diepe indruk met het wonderschone The Sparkle in Our Flaws. 

Op deze plaat imponeerde de tegenwoordig vanuit Antwerpen opererende, maar in het Brabantse Helmond geboren, singer-songwriter met prachtige en opvallend intieme songs. 

Dit doet ze ook weer op het nu verschenen Bounce Back, dat zeker in het verlengde ligt van zijn voorganger, maar ook weer een volgende stap zet. 

Chantal Acda slaagde er in het verleden in om grote namen aan zich te binden (zo werkte ze al samen met onder andere geluidskunstenaar Nils Frahm en met Walkabouts voorman Chris Eckman) en is daar ook dit keer in geslaagd. 

Niemand minder dan meestergitarist Bill Frisell voorziet Bounce Back van bijzondere gitaarlijnen, terwijl Phill Brown, die indruk maakte met Talk Talk en vooral met de verstilde soloplaat van Talk Talk zanger Mark Hollis, tekende voor de productie van de plaat. 

Op Bounce Back betovert Chantal Acda met wonderschone en ook dit keer opvallend intieme songs, maar het zijn ook songs die dieper graven en meer tijd claimen dan gebruikelijk is in het genre waarin Chantal Acda opereert. 

Centraal staat ook dit keer de prachtige stem van Chantal Acda, die net zo helder en pastoraal kan zingen als de Britse folkzangeressen uit de jaren 70, maar net zo makkelijk in de huid kruipt van Scandinavische ijsprinsessen of de zangeressen die in de jaren 70 de muziek uit de Laurel Canyon bij Los Angeles kleur gaven. 

Chantal Acda beschikt over een warme en heldere stem die de ruimte prachtig kan vullen, maar die aan kracht wint door deze ruimte juist niet volledig te vullen. De singer-songwriter uit Antwerpen doseert haar vocalen prachtig en geeft ook nog eens alle ruimte aan de werkelijk prachtige instrumentatie op de plaat. 

Het is een instrumentatie waarin de even onnavolgbare als trefzekere gitaarlijnen van Bill Frisell het meest opvallen, maar ook de bijdragen van de blazers, de subtiele elektronica en de avontuurlijke en soms lang repeterende percussie zijn het vermelden zeker waard. 

Chantal Acda laat in haar zang veel ruimte open en de bijzondere instrumentatie op de plaat doet eigenlijk precies hetzelfde. Phil Brown maakte met Mark Hollis eens een verstilde en minimalistische plaat en heeft ook Bounce Back van Chantal Acda voorzien van een uiterst subtiel en soms bijna minimalistisch geluid. Op Bounce Back wordt geen noot teveel gespeeld, maar iedere noot die wordt gespeeld is raak. 

Chantal Acda heeft op Bounce Back gekozen voor wat langere songs (de plaat bevat 9 tracks die samen 50 minuten duren), waarin ruimte is voor wat langere instrumentale passages en onthaastende zang. Het levert flink wat muzikale hoogstandjes op en het zijn hoogstandjes waarin het experiment niet wordt geschuwd. 

Toch is Bounce Back een opvallend toegankelijke plaat. Chantal Acda maakt op haar nieuwe plaat indruk met intieme, ingetogen maar ook indringende songs met inhoud. Bounce Back vertelt persoonlijke verhalen over zaken die ons allemaal bezig zouden moeten houden en streelt ondertussen het oor met prachtige zang en een instrumentatie en productie vol onderhuidse spanning. 

Ik was twee jaar geleden zeer onder de indruk van het fraaie The Sparkle in Our Flaws, maar Bounce Back is nog veel mooier en indrukwekkender. Zomaar een van de muzikale hoogtepunten van 2017 tot dusver. Erwin Zijleman





zaterdag 22 april 2017

Ron Sexsmith - The Last Rider

Het lijkt allemaal zo makkelijk bij Ron Sexsmith. Wanneer zijn nieuwe plaat The Last Rider pas tien minuten onderweg is, heb je al weer drie onweerstaanbare popliedjes gehoord. 

Het zijn popliedjes die je al jaren lijkt te kennen, maar het zijn ook popliedjes die je nooit meer wilt en gaat vergeten. 

Het is een kunstje dat Ron Sexsmith inmiddels al ruim 20 jaar beheerst en hij lijkt er alleen maar beter in te worden. 

Kunstje is overigens wat denigrerend, want de popliedjes van Ron Sexsmith zijn popliedjes van het hoogst denkbare niveau. 

Ook op The Last Rider schotelt de Candese singer-songwriter de luisteraar weer popliedjes voor waarvoor Paul McCartney een moord zou doen en waarschijnlijk ook een moord zou hebben gedaan in zijn beste jaren. 

Laat The Last Rider uit de speakers komen en je hoort tijdloze popliedjes die de groten uit de muziekgeschiedenis in de jaren 70 zomaar gemaakt zouden kunnen hebben. Denk aan Paul McCartney en Harry Nilsson, maar denk ook aan Elton John in zijn beste jaren of aan Randy Newman. 

Het is een mooi rijtje namen, maar het is een rijtje namen waarin Ron Sexsmith zo langzamerhand absoluut thuis hoort. De Canadees heeft inmiddels ruim een dozijn geweldige platen op zijn naam staan en ook The Last Rider is er weer een. 

Ron Sexsmith nam zijn nieuwe plaat voor de gelegenheid eens op met zijn vaste band, maar een echt ander geluid levert dat niet op. Ook The Last Rider strooit driftig met de zonnige popliedjes waarvan een muziekliefhebber alleen maar hele vrolijk kan worden. Hier en daar trekt ook wel een donker wolkje over in de vaak wat melancholische teksten, maar dat geeft de songs van Ron Sexsmith alleen maar meer diepgang. 

De Canadees flirtte een paar jaar geleden nog even met een wat toegankelijker geluid, maar is gelukkig weer terug op het oude nest. Een grote ster zal Ron Sexsmith waarschijnlijk nooit worden, want daar is tegenwoordig helaas veel meer voor nodig dan een pen vol briljante popliedjes en een mooie stem. Voor een ieder die oor heeft voor de kwaliteiten van de muzikant uit Ontario valt er ook op The Last Rider echter weer verschrikkelijk veel te genieten. 

Het is volstrekt tijdloze muziek die Ron Sexsmith op zijn nieuwe plaat maakt. De songs op The Last Rider lopen over van invloeden uit de jaren 70, maar de songs van de Canadees klinken vijf decennia later geen moment gedateerd en betoveren met prachtige melodieën, onweerstaanbare refreinen en songs die zich opvallend makkelijk opdringen, maar niet eenvoudig vergeten worden. 

Bij oppervlakkige beluistering klinkt ook The Last Rider weer als een vergeten klassieker uit vervlogen tijden, maar luister wat beter naar de de plaat en je hoort songs van een ongekend hoog niveau. Het zijn songs die dit keer prachtig en zeer stemmig zijn ingekleurd door de vaste band van Ron Sexsmith en die nog een extra zetje naar boven krijgen door de mooie en bijzondere stem van de songwriter, die weer een volgend kunststukje heeft toegevoegd aan zijn even indrukwekkende als mooie oeuvre. Erwin Zijleman





vrijdag 21 april 2017

Ruthie Foster - Joy Comes Back

Ik heb de Amerikaanse soulzangeres Ruthie Foster op deze BLOG al meerdere malen een prachtige toekomst in de muziek voorspeld. 

Dat doe ik eigenlijk al sinds 2002 toen het geweldige Runaway Soul, mijn eerste kennismaking met de muziek van Ruthie Foster, verscheen. 

Zo langzamerhand moet ik echter maar eens accepteren dat Ruthie Foster, die de 50 inmiddels is gepasseerd, het echt niet meer gaat winnen van al die jonge soulzangeressen, die weliswaar veel minder soul hebben dan de zangeres uit Texas, maar marketing technisch in alle andere opzichten een stuk interessanter zijn voor de muziekindustrie. 

Ruthie Foster zal in de geschiedenisboeken waarschijnlijk niet in één adem genoemd gaan worden met Aretha Franklin en al die andere grote soulzangeressen uit het verleden, maar wat is ze goed. 

Ook haar nieuwe plaat Joy Comes Back heeft niet veel tijd nodig om genadeloos te overtuigen. Als Ruthie Foster gaat zingen springen de veters spontaan uit je schoenen. De Texaanse zangeres heeft meer soul in haar pink dan de meeste jonge soulzangeressen in hun hele lijf en alleen dat feit maakt van Joy Comes Back al een bovengemiddeld goede soulplaat. 

Ruthie Foster is bij het grote publiek misschien niet zo heel bekend, maar haar collega muzikanten weten haar stem gelukkig wel op de juiste waarde te schatten. Ruthie Foster kan daarom altijd een beroep doen op uitstekende muzikanten en heeft dit keer onder andere de geweldige gitarist Derek Trucks weten te strikken. Deze laat af en toe een fenomenale solo horen, maar laat het meeste vuurwerk over aan Ruthie Foster, die geweldig uit kan halen, maar ook mooi en subtiel kan zingen. 

De Texaanse moet het over het algemeen niet van haar eigen songs hebben en levert ook dit keer slechts één song aan. Ruthie Foster kan echter als geen ander songs van anderen vertolken en heeft ook dit keer weer een bijzondere serie songs verzameld. 

Het maakt Ruthie Foster niet zoveel uit of een songs uit de rijke geschiedenis van de soul komt of niet, waardoor ze ook van songs uit totaal andere genres onvervalste soulsongs maakt, met hier en daar een vleugje country, blues of gospel. Dit keer gaat Ruthie Foster onder andere aan de haal met songs van Mississippi John Hurt, Chris Stapleton, Stevie Wonder en Black Sabbath (!!) en het klinkt allemaal even fantastisch. 

Ruthie Foster zingt zo makkelijk dat het maken van een geweldige soulplaat als Joy Comes Back een fluitje van een cent lijkt, maar iedereen die de meeste andere recente releases in het genre heeft beluisterd, weet dat dit niet zo is. Liefhebbers van dampende soul hebben momenteel flink wat releases om uit te kiezen, maar qua zang, doorleving, songkeuze en instrumentatie is er één plaat die er met kop en schouders bovenuit steekt: Joy Comes Back van Ruthie Foster. Erwin Zijleman





donderdag 20 april 2017

Soup - Remedies

Bijna twee jaar geleden kwam ik via een tip van een lezer van deze BLOG in aanraking met de muziek van de Noorse band Soup. 

The Beauty Of Our Youth beluisterde ik tijdens een zware onweersbui en bleek een perfecte soundtrack bij het overtrekkende noodweer. 

De muziek van Soup had immers de intensiteit en de kracht, maar ook de schoonheid en dynamiek van een onweersbui, aldus mijn recensie twee jaar geleden. 

De lezer die me twee jaar geleden wees op The Beauty Of Our Youth tipte me nu over de nieuwe plaat van de band uit Trondheim. 

Het viel twee jaar geleden al niet mee om meer informatie over de plaat van Soup te vinden en dat is dit keer nog lastiger. Zoek op Soup en Remedies en je leest van alles over de geneeskracht van soep bij het verhelpen van allerlei kwaaltjes. Voeg Norway als trefwoord toe en je ontdekt dat ook de Noorse keuken flink wat geneeskrachtige soepjes kent. 

Net als de vorige keer heb ik de muziek van de Noorse band maar laten spreken en net als de vorige keer heeft dit een fascinerende roller coaster ride opgeleverd. Remedies bevat maar vijf tracks, maar dit levert wel 42 minuten muziek op. De kortste track op de plaat telt maar net 2 minuten, maar Soup is ook niet bang voor een ruim dertien minuten durende track. 

Vergeleken met de vorige plaat kiest Soup op Remedies voor een net wat meer ingetogen geluid. Het is een geluid waarin invloeden uit de progrock, psychedelica en post-rock prachtig samenvloeien, maar waarin ook ruimte is voor invloeden uit de hedendaagse rockmuziek. 

Het fascinerende van de muziek van Soup is ook dit keer dat de Noorse band een fraaie balans heeft gevonden tussen redelijk toegankelijke rockmuziek en muziek die stevig experimenteert. Remedies is nog net wat toegankelijker dan zijn voorganger, vooral omdat de echt zware uitbarstingen dit keer grotendeels ontbreken. De muziek van Soup intrigeert op hetzelfde moment genadeloos met verrassende wendingen, heel veel dynamiek en prachtige spanningsbogen. 

Zeker in de wat langere tracks en vooral wanneer Soup kiest voor grootse of zelfs bombastische klanken raakt de muziek van de band qua opbouw nadrukkelijk aan de symfonische rock en psychedelische rock uit de jaren 70, maar Remedies lijkt af en toe ook een geïmproviseerde jam of verrast juist met passages met een duidelijke kop en staart en meer eigentijdse klanken. 

Muziekliefhebbers met een allergie voor progrock moeten niet aan Remedies van Soup beginnen, maar een iedere met een stiekeme, latente of juist bloeiende liefde voor dit genre, zal zeer aangenaam verrast zijn door de muziek van de Noorse band. 

Waar Soup vorige keer een onweersbui voorzag van een fraaie soundtrack komt het dit keer met de soundtrack voor de ontluikende lente. De zon kan al aangenaam schijnen, maar een kille bries is nooit ver weg en een hagelbui zeker niet uit te sluiten. Erwin Zijleman

Remedies van Soup kom je in de Nederlandse platenzaak waarschijnlijk niet tegen, maar de plaat kan wel worden besteld via het label van de band: https://www.stickman-records.com/shop/soup-remedies/. Een digitale versie kan worden verkregen via de bandcamp pagina van de band: https://soupsound.bandcamp.com/album/remedies.




woensdag 19 april 2017

John Mayer - The Search For Everything

De muziek van John Mayer heb ik tot dusver vrijwel volledig genegeerd (alleen de cover van Heavier Things uit 2003 komt me enigszins bekend voor). 

De Amerikaanse muzikant stopte ik, grotendeels op basis van vooroordelen, in het hokje bij muzikanten als Jack Johnson en Jason Mraz en dat is voor mij een hokje waarin de muziek best lekker klinkt, maar het is ook muziek die verder helemaal niets met mij doet. 

Toen John Mayer eenmaal een wereldster was geworden en met grote regelmaat opdook in de tabloids, was er voor mij helemaal geen aanleiding meer om naar zijn muziek te luisteren, tot ik bij toeval zijn nieuwe plaat aanklikte in Spotify. 

De openingstrack van The Search For Everything klonk direct bijzonder lekker. John Mayer verrast met lome en soulvolle rhythm & blues, zoals die in de jaren 70 floreerde en bijvoorbeeld door Boz Scaggs werd gemaakt. Misschien niet heel vernieuwend, maar wel bijzonder smaakvol uitgevoerd met prima zang en uitstekend gitaarwerk. 

Het geldt voor heel veel tracks op The Search For Everything. Ook in de wat meer folky songs doet John Mayer geen echt nieuwe dingen, maar zijn songs zitten echt heel goed in elkaar en worden prachtig uitgevoerd. 

In tegenstelling tot de muziek van de eerder benoemde soortgenoot Jack Johnson, doet John Mayer op The Search For Everything meer dan alleen maar vermaken met lekker in het gehoor liggende songs. De Amerikaan kleurt vaker buiten de lijntjes dan ik had verwacht en maakt bovendien muziek vol emotie. 

Hier en daar schuurt het dicht tegen een jonge Van Morrison aan, maar John Mayer heeft ook een opvallend eigen geluid. Het is een geluid is gevormd door de rijke historie van de popmuziek. 

In de folky tracks klinken volop invloeden uit de Laurel Canyon scene van de jaren 60 door, maar John Mayer is ook niet vies van jams waarin invloeden uit de rhythm & blues en soul worden gecombineerd met heerlijk bluesy gitaarspel. Het is gitaarspel dat hier en daar herinnert aan de magie van J.J. Cale, maar John Mayer kan ook wat steviger of juist wat funkier uitpakken met zijn gitaar. 

The Search For Everything klinkt veel aangenamer dan ik had verwacht en het is ook nog eens een plaat die lang blijft groeien. Waar ik in eerste instantie vooral werd vermaakt door de tijdloze en bijzonder aangenaam klinkende songs, ontdekte ik na verloop van tijd de gitarist John Mayer. 

John Mayer onttrekt niet alleen wonderschone loopjes of fraaie solo’s aan zijn instrument, maar heeft ook een bijzonder eigen geluid, dat zijn songs voorziet van een warm en vol geluid. Het past allemaal prachtig bij zijn aangename stem, die is voorzien van een fraai rauw randje en doorleefder klinkt dan ik had verwacht. 

Bij eerste beluistering was ik vooral verrast door al het moois op The Search For Everything, maar langzaam maar zeker raakte ik gehecht aan de mooie songs op de nieuwe plaat van John Mayer. 

Ik schaam me diep dat vooroordelen de muziek van John Mayer zo lang buiten de deur hebben gehouden, maar ik ben ook blij dat deze nieuwe plaat wel een kans heeft gekregen en veel meer indruk heeft gemaakt dan ik in mijn stoutste dromen had verwacht. 

John Mayer is misschien goed vol Ziggo Domes vol gillende tieners, maar hij maakt ook muziek die kwaliteit ademt en die ook bij de net wat minder uitbundige muziekliefhebber een gevoelige snaar moet kunnen raken. Ik durf inmiddels wel te beweren dat John Mayer met The Search For Everything niet alleen een verrassend aangename, maar ook verrassend overtuigende plaat heeft gemaakt. Ik zet hem maar weer eens op, voor de zoveelste keer inmiddels, en het is weer genieten. Erwin Zijleman





dinsdag 18 april 2017

Lillie Mae - Forever And Then Some

Lillie Mae Rische is pas 25 jaar oud, maar heeft al een heel muzikaal leven achter zich. Ze groeide op in een zeer muzikale familie in Galena, Illinois, en stond zodra ze maar een beetje kon lopen op het podium met haar als muzikanten rondreizende ouders. 

Samen met haar broers en zussen vormde ze als tiener de in bluegrass kringen zeer populaire band Jypsi, waarna ze in 2012 Jack White tegen het lijf liep. 


Lillie Mae Rische speelde vervolgens een aantal jaren in de band van de voormalig White Stripes voorman, maakte indruk met haar virtuoze en veelzijdige viool en mandoline spel, maar liet ook horen dat ze kan zingen. 


Als Lillie Mae debuteert ze nu onder haar eigen naam en levert ze met Forever And Then Some een uitstekend debuut af. Ook op haar solodebuut laat Lillie Mae horen dat ze uitstekend uit de voeten kan op de viool en de mandoline en ook de andere muzikanten op de plaat excelleren met werkelijk geweldige muzikale bijdragen. 


Forever And Then Some werd geproduceerd door Jack White, die naast de broers en zussen Rische ook leden van The Dead Weather, Old Crow Medicine Show en The Howlin' Brothers naar de studio haalde. In muzikaal opzicht valt er daarom heel veel te genieten op het debuut van de jonge, tegenwoordig in Nashville, Tennessee, woonachtige singer-songwriter. 


Lillie Mae maakt op haar debuut muziek die vooral invloeden uit de country bevat, maar gelukkig bestrijkt de jonge Amerikaanse binnen de countrymuziek een zeer breed palet. Forever And Then Some is hierdoor een plaat die zeker in de smaak zal vallen bij liefhebbers van de country zoals die in Nashville al vele decennia wordt gemaakt, maar het debuut van Lillie Mae is ook interessant voor liefhebbers van de wat alternatievere country of van aan de country gerelateerde genres als de honky tonk. 


In muzikaal opzicht valt er op het debuut van de jonge Amerikaanse zoals gezegd heel veel te genieten, maar de stem van Lillie Mae vind ik persoonlijk nog indrukwekkender. Het is een stem die vanwege de heldere klanken wel wat doet denken aan die van Alison Kraus, maar vanwege de fraaie snik in haar stem roept Forever And Then Some ook associaties op met de groten uit de country, of met een soort- en tijdgenoot als Lydia Loveless. 


De geweldige stem van Lillie Mae voegt nog wat extra passie en energie toe aan een plaat die zich zeer nadrukkelijk opdringt en die verrassend veel kanten op schiet. Lillie Mae is pas 25, maar ze heeft met Forever And Then Some een verrassend sterk en opvallend volwassen debuut afgeleverd. 


Dat hoor je in de emotievolle vocalen die de songs voorzien van lading, dat hoor je in het volop aanwezige muzikale vuurwerk (met een hoofdrol voor de mandoline), maar je hoort het ook in de uitstekende songs op de plaat en in de mooie verhalen die Lillie Mae vertelt. 


Het verbaast me dan ook niet dat het debuut van Lillie Mae in de Verenigde Staten is onthaald met louter superlatieven. In Nederland is het nog even rustig, maar ook hier moet het debuut van Lillie Mae flink gaan scoren lijkt me. Zelf ben ik inmiddels meer dan overtuigd van de kwaliteiten van deze bijzondere singer-songwriter uit Nashville. Erwin Zijleman






maandag 17 april 2017

The New Pornographers - Whiteout Conditions

De Canadese band The New Pornographers werd ongeveer twintig jaar geleden opgericht door een aantal Canadese muzikanten die allemaal voorzichtig aan de weg timmerden met hun eigen bands. 

De gelegenheidsband werd opgericht met het idee om zo af en toe eens een plaat te maken en dat idee is na twintig jaar nog altijd springlevend. 


The New Pornographers maakten tussen 2000 en 2014 zes platen en het zijn platen van een akelig constant en opvallend hoog niveau. Het zijn ook platen die steeds weer net wat andere accenten leggen, al staat het perfecte popliedje bij The New Pornographers altijd centraal. 


Op plaat nummer zeven, het onlangs verschenen Whiteout Conditions, zijn vier van de zes leden van het eerste uur nog altijd present, onder wie gelukkig ook meester songwriter A.C. Newman en natuurlijk Neko Case, die absoluut hoort bij de beste Canadese zangeressen van het moment. 


Whiteout Conditions is een typische New Pornographers plaat, maar het is ook een plaat die weer anders klinkt dan zijn voorgangers. Wat is gebleven is de liefde van de band voor het perfecte popliedje. Wat ook is gebleven is de mate waarin deze perfecte popliedjes worden benaderd. 


Ook Whiteout Conditions is een plaat die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen en ook de nieuwe plaat van de Canadese supergroep is een plaat die niet alleen opvalt door zeer aanstekelijke popliedjes, maar ook door razend knap in elkaar stekende popliedjes. 


The New Pornographers leggen op al hun platen andere accenten en ook Whiteout Conditions legt weer een accent dat we nog niet zo goed kennen van de band. Op de nieuwe plaat laat de Canadese supergroep, want zo mogen we de band inmiddels toch wel noemen, zich nadrukkelijk inspireren door popmuziek uit de jaren 80 in het algemeen en de jaren 80 syntyhpop in het bijzonder. 


Bij beluistering van Whiteout Conditions moest ik heel vaak denken aan de muziek van The Human League, maar waar de muziek van de Britse band vaak flinterdun was, valt de synthpop van The New Pornographers op door de vele lagen en diepgang. Door de stevige inzet van breed uitwaaierende synths klinkt Whiteout Conditions bijzonder lekker, maar er valt ook zoveel te horen dat je constant op het puntje van je stoel zit. 


Op hun nieuwe plaat klinken The New Pornographers heerlijk lichtvoetig, maar de kwaliteit van de songs van de band is zoals altijd opvallend hoog. A.C. Newman heeft ook dit keer een serie geweldige popliedjes geschreven, waarin allerlei invloeden zijn verwerkt, waardoor synthpop (van The Human League tot New Order) moeiteloos transformeert in de perfecte jaren 80 pop van Fleetwood Mac of toch opeens uitstapjes richting het heden of richting Westcoast pop uit een heel ver verleden (zoals The Bangles dat ooit eens zo mooi deden) worden gemaakt. Het is nog maar het topje van de ijsberg, want de plaat klinkt als een omgevallen platenkast.


Het elektronische klankentapijt klinkt onweerstaanbaar lekker en past opvallend goed bij de krachtige vocalen van Neko Case, die ook dit keer imponeert en in werkelijk ieder genre uit de voeten lijkt te kunnen. 


Het levert dit keer een heerlijke jaren 80 plaat op, maar zo goed als deze werden ze in het betreffende decennium slechts bij hoge uitzondering gemaakt, waardoor Whiteout Conditions van The New Pornographers veel meer is dan a trip down Memory lane. Erwin Zijleman






zondag 16 april 2017

Leslie Mendelson - Love And Murder

Toen Leslie Mendelson in 2005 voor het eerst opdook lag een mooie carrière in het verschiet. 

Haar met name door Carole King en Joni Mitchell beïnvloede muziek deed het goed bij de critici en het in hetzelfde jaar verschenen debuut Take It As You Will liep over van de belofte. 


Die belofte maakte Leslie Mendelson vervolgens meer dan waar met het vier jaar later verschenen Swan Feathers, dat de singer-songwriter uit New York had moeten scharen onder de smaakmakers binnen de vrouwelijke singer-songwriters van dat moment. 


Swan Feathers deed helaas niet zo veel en na de release van de plaat in 2009 bleef het heel lang stil. Tot vorige week dan, al is het meer geluk dan wijsheid dat ik de derde plaat van Leslie Mendelson tegen kwam in de Amerikaanse lijstjes met nieuwe releases. Ik ben overigens heel blij dat ik de plaat tegen kwam, want Leslie Mendelson bulkt nog steeds van het talent. 


Love And Murder volgt op een periode vol tegenslagen. Leslie Mendelson’s ontdekker Joel Dorn overleed onverwachts, het label dat haar zo trots had binnengehaald zette haar na het uitblijven van succes meedogenloos aan de kant, een afgeronde plaat bleef op de plank liggen en natuurlijk waren er ook de persoonlijke tegenslagen die bij het leven horen. 


Het klinkt allemaal door op Love And Murder dat opvalt door een enorme intensiteit en intimiteit. Leslie Mendelson laat zich nog altijd nadrukkelijk beïnvloeden door het baanbrekende werk van met name Joni Mitchell en Carole King. Uit het oeuvre van Carole King klinken de hoogstaande popsongs en de emotie door, terwijl invloeden van Joni Mitchell er voor zorgen dat het werk van Leslie Mendelson opvallend intiem is en ook buiten de lijntjes durft te kleuren. 


De singer-songwriter uit New York werkte dit keer samen met songwriter Steve McEwan en topproducer Mark Howard, die eerder werkte met onder andere Bob Dylan, Tom Waits, Lucinda Williams en Emmylou Harris en Love And Murder heeft voorzien van een smaakvol en over het algemeen genomen behoorlijk ingetogen geluid. Het is een geluid dat perfect past bij de stem van Leslie Mendelson, want wat maakt de Amerikaanse indruk met haar zang, die bij mij in ieder geval garant staat voor kippenvel. 


Love And Murder bevat vooral eigen songs (al citeert het fraaie Coney Island stevig uit Billy Joel’s Goodnight Saigon), maar ook de covers van Bob Dylan's Just Like a Woman en Roy Orbison's Blue Bayou zijn opvallend trefzeker. 


Het zijn vooral de prachtige stem van Leslie Mendelson en haar opvallend intense en intieme songs die van Love And Murder zo’n mooie plaat maken, maar ook de fraaie productie en even mooie instrumentatie dragen bij aan het zo fraaie eindresultaat. 


Ondanks de belofte van 12 jaar geleden opereert Leslie Mendelson momenteel in de anonimiteit, maar een wonderschone plaat als Love And Murder verdient een veel beter lot. Ik was de singer-songwriter al lang weer vergeten, maar wat ben ik blij dat Leslie Mendelson terug is en wat is Love And Murder een mooie en indringende plaat. Erwin Zijleman


Het zal niet meevallen om in Nederland een fysiek exemplaar van Love And Murder van Leslie Mendelson te scoren, maar met wat geduld kan bestellen via haar wesbite natuurlijk wel: http://royalpotatofamily.com/product/leslie-mendelson-love-and-murder/.




zaterdag 15 april 2017

Sam Outlaw - Tenderheart

Net iets meer dan twee jaar geleden verscheen het debuut van Sam Outlaw, Angeleno. 

De singer-songwriter uit Los Angeles verraste op zijn debuut met honingzoete countrysongs, die rijkelijk waren ingekleurd met strijkers, warme vrouwenstemmen, prachtige pedal steel bijdragen en verrassende invloeden uit de Mexicaanse muziek (Mariachi trompetten). 

Angeleno klonk als een countryplaat uit een ver verleden, maar bleek al snel veel meer dan aangenaam klinkende retro. De songs van Sam Outlaw drongen zich uiteindelijk zelfs zo op dat Angeleno opdook in mijn jaarlijstje voor 2015. 

Ik had dan ook hoge verwachtingen van de man’s nieuwe plaat, waarop Sam Outlaw het helaas moet doen zonder de hulp van Ry Cooder en zijn zoon Joachim. De bijdragen van de meestergitarist en de productionele vaardigheden van zijn zoon waren op Angeleno de kers op de taart, maar ook zonder deze kers klinkt de muziek van Sam Outlaw weer bijzonder aangenaam. 

Ook Tenderheart herinnert aan flink wat countryplaten uit een ver verleden en sluit bovendien aan op de toegankelijke singer-songwriter pop uit de jaren 70. Tenderheart ligt in het verlengde van zijn zo bejubelde voorganger en bevat grotendeels dezelfde ingrediënten, al zijn ze wel wat minder ruimhartig ingezet. 

Ook op de nieuwe plaat van Sam Outlaw zwellen de strijkers soms aan, is er af en toe ruimte voor mooie vrouwenstemmen, zijn de pedal steel bijdragen weer prachtig en duiken direct in de eerste track de van het debuut bekende Mariachi trompetten weer op. Over het algemeen klinkt Tenderheart wel iets meer ingetogen en misschien ook wel iets lichtvoetiger dan zijn voorganger, maar ik vind het weer prachtig. 

Direct bij beluistering van de eerste klanken voelt Tenderheart van Sam Outlaw als een warm bad. De songs van de singer-songwriter uit Los Angeles liggen bijzonder lekker in het gehoor, de instrumentatie is in alle tracks prachtig en de Amerikaan beschikt over een bijzondere stem die het aangename van Don McLean combineert met het voorzichtig doorleefde van Jim Croce. 

Vergeleken met tijd- en soortgenoten als Jason Isbell en Chris Stapleton is de muziek van Sam Outlaw dit keer iets minder diep geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek, maar liefhebbers van dit genre komen op Tenderheart nog altijd ruimschoots aan hun trekken, al is het maar omdat Sam Outlaw zijn liefde voor de country nog meerdere malen nadrukkelijk uit. 

Net als Brent Cobb vorig jaar heeft Sam Outlaw een tijdloos klinkende plaat vol tijdloze songs gemaakt en als Sam Outlaw net iets steviger aanzet, komen ook invloeden van Ryan Adams aan de oppervlakte. 

De songs van de Amerikaan kabbelen op Tenderheart bijzonder aangenaam voort, maar zitten ook vol zoete verleidingen. Bij eerste beluistering vond ik het vooral bijzonder lekker klinken, maar na een aantal luisterbeurten dringt Tenderheart zich, net als zijn voorganger twee jaar geleden, al weer flink op. 

Of ook deze plaat van Sam Outlaw mijn jaarlijstje zal gaan halen moet de tijd leren, maar van de deze week verschenen releases is dit voorlopig mijn favoriet. Erwin Zijleman





vrijdag 14 april 2017

Guided By Voices - August By Cake

Guided By Voices stond tot vandaag nog niet met een plaat op de krenten uit de pop, maar werd al wel flink wat keren genoemd als relevant vergelijkingsmateriaal. 

Dat de band zelf nog geen plekje op deze BLOG wist af te dwingen is overigens best bijzonder, want de band rond Robert Pollard maakte ook de afgelopen jaren minstens een handvol platen. 

Ze zijn me eerlijk gezegd allemaal ontgaan, mede omdat ik Guided By Voices zie, of beter gezegd zag, als een relikwie uit de jaren 90. 

In de jaren 90 voerde de band de lo-fi beweging aan en propte het ongelooflijke aantallen briljante rocksongs of flarden briljante rocksongs op haar platen. Dat kunstje is Guided By Voices nog niet verleerd, want in de ruim 70 minuten die de nieuwe plaat van de band duurt, komen maar liefst 32 songs voorbij. 

August By Cake doet niet alleen qua aantal songs en de gemiddelde speelduur van deze songs denken aan de platen die Guided By Voices in het verleden maakte, maar sluit ook in muzikaal opzicht aan bij deze platen. 

Het betekent dat ook August By Cake grossiert in heerlijk rammelende rocksongs van gemiddeld twee minuten. Het betekent ook dat het niveau op de plaat wat varieert. August By Cake bevat flink wat songs waarvan je heel vrolijk wordt, maar slaat de plank ook wel eens mis. Ik vergeef het Robert Pollard (die met August By Cake naar verluid zijn honderdste plaat heeft uitgebracht) graag, al is het maar omdat er tussen de 32 songs ook flink wat zitten die ik na een paar keer horen met geen mogelijkheid meer uit mijn hoofd krijg, wat een groot goed is. 

De meeste songs op August By Cake zijn lekker rauw en gruizig, maar staan ook garant voor onweerstaanbare refreinen en honingzoete melodieën. Ondanks het feit dat Robert Pollard al zijn goede ideeën in songs van twee minuten moet proppen, is er geregeld tijd voor een heerlijke gitaarsolo of een vleugje psychedelica, maar August By Cake is toch vooral een masterclass langs de geschiedenis van de rockmuziek uit de jaren 60, 70, 80 en 90, met flink wat verwijzingen naar memorabele songs uit deze decennia. 

Een aantal van de songs op August By Cake is zo lekker dat het moeilijk te verteren is dat het licht na iets meer dan twee minuten opeens uit gaat, maar in de meeste gevallen tovert Robert Pollard onmiddellijk het volgende pareltje uit de hoge hoed. 

Het was een hele tijd geleden dat ik voor het laatst een Guided By Voices plaat uit de kast had getrokken, maar August By Cake was direct een feest van herkenning. Net als op alle andere platen van Guided By Voices is het misschien jammer dat Robbert Pollard niet net wat selectiever is geweest of net wat meer tijd heeft genomen om zijn songs uit te werken, maar aan de andere kant zijn de schaarse missers voorbij voor je er erg in hebt en hebben de rammelende songs of flarden van songs ook zo hun charme. 

Guided By Voices was voor mij zoals gezegd een relikwie uit de jaren 90, maar na beluistering van August By Cake kan ik alleen maar concluderen dat Robert Pollard het nog niet verleerd is en een plaat heeft gemaakt die er toe doet. Niemand is tegenwoordig meer zo gek om meer dan 30 songs op een plaat te kwakken, maar wat is het zo af en toe onweerstaanbaar lekker. Erwin Zijleman

De Nederlandse platenzaken zijn misschien wat Guided By Voices moe, maar je kunt altijd terecht bij The Robert Pollard Store: http://rockathonrecords.com/guided_by_voices.html