donderdag 25 mei 2017

Dan Hair - Living In The Night

Dan Hair is het alter ego van de Nederlandse muzikant Daan van Haren, die met Living In The Night een uitstekend debuut heeft afgeleverd. 

De uit Nijmegen afkomstige muzikant werkt vooral ’s nachts, wat de titel van zijn debuut verklaart. Alle nachtelijke uren hoor je terug in zijn songs die vaak een fluisterzachte basis hebben. Deze lome en uiterst ingetogen basis levert muziek op die in eerste instantie vooral herinnert aan de muziek van Elliott Smith.

Dat is mooi vergelijkingsmateriaal, maar het is ook vergelijkingsmateriaal waaraan veel van de soortgenoten van Daan van Haren uiteindelijk niet kunnen tippen.

Dat het Dan Hair wel lukt om overeind te blijven ligt vooral aan het feit dat Living In The Night weliswaar hoorbaar is geïnspireerd door het werk van Elliott Smith, maar vervolgens een eigen weg bewandelt. 

Dan Hair kiest voor een geluid waarin ook flink wat invloeden van de muziek van Sparklehorse zijn te horen, waarmee we inmiddels twee songwriters die de jaren 90 op indringende wijze kleur gaven hebben genoemd. 

Wanneer Dan Hair zich laat beïnvloeden door het werk van Elliott Smith en Mark Linkous van Sparklehorse (die wordt geëerd in een van de songs) betovert de Nijmegenaar met intieme popliedjes van een bijzondere schoonheid. Deze schoonheid krijgt vervolgens glans door de bijzondere accenten die Dan Hair toevoegt aan zijn muziek. Dit kunnen opvallend rauwe gitaarhalen zijn, maar ook subtiele bijdragen van blazers, strijkers, piano of synths. 

Het afwisselen van fluisterzachte passages met stevigere of avontuurlijkere klanken voorziet Living In The Night van flink wat dynamiek, wat bij Dan Hair zelf en bij zijn platenmaatschappij namen als Eels en Grandaddy oproept. Ook dat zijn namen die inderdaad met enige regelmaat opduiken bij beluistering van het debuut van Dan Hair, maar hier blijft het niet bij. 

De songstructuren op het debuut van Daan van Haren doen regelmatig aan het latere werk van The Beatles denken, met hier en daar de muziek van Electric Light Orchestra als ‘guilty pleasure’. De meeste raakvlakken hoor ik misschien nog wel met de uiterst lome en bezwerende muziek van Spain, ook een vergelijking om trots op te zijn. 

Door de intimiteit van de muziek van Dan Hair is Living In The Night een plaat die aandacht vraagt van de luisteraar, maar deze luisteraar wordt vervolgens rijkelijk beloond met songs die steeds meer geheimen en schoonheid prijs geven. Living In The Night is me hierdoor in korte tijd zeer dierbaar geworden en is nog lang niet gestopt met groeien. 

Het knappe is dat Dan Hair muziek maakt die bijzonder lekker in het gehoor ligt, maar op hetzelfde moment vol zit met onverwachte uitstapjes en verrassende wendingen. Het maakt van Living In The Night een plaat die in brede kring aandacht verdient en vervolgens respect zal afdwingen. 

Daan van Haren heeft in de kleine uurtjes een aantal bijzondere songs in elkaar geknutseld en het zijn songs die betoveren, benevelen en imponeren. Heel veel aandacht krijgt het debuut van Dan Hair nog niet, maar dit is nu precies zo’n plaat waarvoor deze BLOG bestaat. Ga dit zeker horen. Erwin Zijleman

Ik zie de plaat van Dan Hair helaas nog niet in de meeste webshops, maar de plaat is al wel verkrijgbaar bij Kroese online: http://www.kroese-online.nl.

woensdag 24 mei 2017

Daniel Romano - Modern Pressure

Daniel Romano brak een jaar of vier geleden door met Come Cry With Me. De plaat was verpakt als een wat kitscherige countryplaat uit vervlogen tijden en klonk precies zo. 

Ik dacht bij eerste beluistering van de plaat (en zeker bij bestudering van de hoes) nog heel even met een parodie of gimmick te maken te hebben, maar daarvoor waren de songs van Daniel Romano echt veel te goed. 

Het kunstje van het laten herleven van een zeer traditioneel aandoend countrygeluid herhaalde de Canadese muzikant op het in 2015 verschenen en nog succesvollere If I've Only One Time Askin', al kleurde Daniel Romano op zijn doorbraakplaat ook wel voorzichtig buiten de lijntjes van de traditionele country. 

Dat Daniel Romano geen one-trick-pony is, liet hij nadrukkelijk horen op het precies een jaar geleden verschenen Mosey, waarop de Canadees zich liet inspireren door een breed palet aan genres en stijlen. Het in mono opgenomen en grotendeels door Daniel Romano zelf volgespeelde Mosey deed vaak wat psychedelisch aan, leek zo weggelopen uit de jaren 60 en 70 en bestreek in geografisch opzicht een enorm gebied (om maar eens een zin uit mijn recensie van een jaar geleden te recyclen). 

Liefhebbers van het countrygeluid van de Canadees haakten teleurgesteld af en zullen nog minder blij zijn met het deze week verschenen Modern Pressure. Op zijn nieuwe plaat gaat Daniel Romano verder waar Mosey een jaar geleden ophield, maar het zijn geen kleine stapjes die de Canadees zet. 

Modern Pressure neemt vrijwel volledig afstand van invloeden uit de country en richt zich vrijwel uitsluitend op de psychedelische pop- en rockmuziek uit de jaren 60 en 70. Op zijn nieuwe plaat klinkt Daniel Romano met enige regelmaat als Bob Dylan of John Lennon geproduceerd door Phil Spector (maar dan anders dan op Lennon’s Rock ’n Roll uit 1975) en dat is niet altijd lichte kost. 

Modern Pressure is een behoorlijk fragmentarische plaat, die als een komeet door de popmuziek uit de jaren 60 en 70 schiet, waarbij meer ingetogen en wat stevigere songs elkaar afwisselen. 

De nieuwe plaat lijkt echt in niets op Come Cry With Me of If I've Only One Time Askin'. Dat is aan de ene kant jammer, maar het siert de Canadees wat mij betreft ook. Daniel Romano durft op Modern Pressure te experimenten met verschillende stijlen en doet dat vol overgave. 

De plaat springt hier en daar wat van de hak op de tak en heeft een productie die dicht tegen de overproductie aan zit. Daniel Romano slaat hierdoor op zijn nieuwe plaat de plank wel eens mis, maar er staan geweldige songs tegenover. 

Modern Pressure moet je niet vergelijken met de countryplaten van de Canadees, want het zijn bijna uitersten. Dat zal zeker niet door iedereen worden gewaardeerd, maar na enige gewenning vind ik toch ook Modern Pressure weer een bijzondere plaat. Daniel Romano knutselde zijn nieuwe plaat eigenhandig in elkaar en doet precies waar hij zelf zin in heeft, zoals het een getalenteerde en eigenzinnige muzikant betaamt. Erwin Zijleman





dinsdag 23 mei 2017

Bob Keelaghan & Muerte Pan Alley - The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan

Als ik de meest bijzondere plaat die ik de laatste tijd heb gehoord moet kiezen, hoef ik niet heel lang na te denken. Dit is immers zonder enige twijfel The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan van Bob Keelaghan & Muerte Pan Alley. 

Bob Keelaghan is een Canadese muzikant die in het verleden muziek maakte met Agnostic Mountain Gospel Choir en vervolgens de bluesband Muerte Pan Alley oprichtte. De laatste band is ook te horen op de soundtracks die Bob Keelaghan heeft gemaakt voor twee films c.q. documentaires. 

Het zijn overigens films/documentaires die allebei zeer de moeite waard zijn, dus zoek zeker even op Brendan Beachman en Intersection (een donkere komedie over het bijzondere leven in de woestijn) en op Inside The Ku Klux Klan en Daniel Vernon (een indringende en zeer indrukwekkende Britse documentaire over het reilen en zeilen van deze griezelige Amerikaanse organisatie). 

Op deze BLOG draait het om de muziek en ook die is prachtig. Beide soundtracks liggen in muzikaal opzicht in elkaars verlengde en imponeren met voornamelijk instrumentale tracks waarin de gitaren van Bob Keelaghan centraal staan. 

Bob Keelaghan en Muerte Pan Alley maken uiterst donkere, dreigende en broeierige muziek. Het is muziek die de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten ademt en met name de sfeer van de woestijnen in deze regio. Beide soundtracks bevatten flink wat invloeden uit de blues, folk en country, maar ook invloeden uit de psychedelica, ambient, jazz, (stoner) rock en avant garde hebben hun weg gevonden in de fascinerende muziek van Bob Keelaghan en zijn band. 

Zeker wanneer de gitaren breed uitwaaien en het tempo net zo loom is als in de woestijn verstandig is, heeft het gitaarspel van Bob Keelaghan flink wat raakvlakken met de muziek van Ry Cooder (denk vooral aan de legendarische Paris, Texas soundtrack), maar de Canadees kan ook experimenteren met gitaarlijnen waarvoor Robert Fripp zich in zijn Frippertronics periode niet zo hebben geschaamd, benevelen met soundscapes om bang van te worden (en gemaakt voor de volgende films van  David Lynch) of toch weer uitpakken met een rechttoe rechtaan blues stamper zoals Seasick Steve ze ook maakt. 

Het past allemaal prachtig bij de beelden waarvoor de muziek gemaakt is, maar The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan is minstens net zo krachtig of misschien nog wel krachtiger wanneer je je eigen beelden verzint bij de ruimtelijke en bijzonder fascinerende klanken op de plaat. 

In 45 minuten komen maar liefst 32 songs, maar de soundtracks laten zich ook beluisteren als één lange track. Het is een track waarin soms zoveel gebeurt dat het je duizelt, maar Bob Keelaghan kan een gitaarakkoord ook bijna eindeloos laten duren. 

Voor liefhebbers van songs met een kop en een staart en mooie verhalen zal het even wennen zijn, maar wanneer je de verhalen ook zelf kunt verzinnen, niet bang bent voor flarden van songs en een zwak hebt voor geweldig gitaarwerk, valt er op The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan ontzettend veel te genieten. Wat een mooie en bijzondere plaat. Erwin Zijleman

The Soundtrack To Intersection & Music For Inside The Ku Klux Klan van Bob Keelaghan & Muerte Pan Alley ligt (nog) niet in Nederland in de winkel, maar kan worden verkregen via cdbaby: https://store.cdbaby.com/cd/muertepanalley2.




maandag 22 mei 2017

Kris Berry - Berry Street

Kris Berry leverde al weer vijf jaar geleden het bijzonder overtuigende Marbles af. Het debuut van de Amsterdamse zangeres met Curaçaose wortels stond vol met bijzonder aangenaam klinkende jazzy popmuziek, maar het was ook jazzy popmuziek met inhoud. 

Voor de opvolger van het succesvolle debuut toog Kris Berry naar Brooklyn, New York, waar ze de studio in dook met producers Chris Soper en Jesse Singer, die eerder werkten met The Roots en John Legend. De studio bleek te vinden in Berry Street, wat een mooie titel voor de tweede plaat van Kris Berry opleverde. 

Kris Berry heeft er (gelukkig) niet voor gekozen om Marbles Volume II te maken, maar slaat op Berry Street nadrukkelijk haar vleugels uit. 

Na alle donkere platen die ik de afgelopen tijd heb besproken op deze BLOG, zorgt Berry Street onmiddellijk voor zomer uit de speakers. Kris Berry heeft een zonnige en warmbloedige plaat opgenomen en het is een plaat vol aansprekende songs. 

Berry Street heeft nog wel wat raakvlakken met het bewierookte debuut van Kris Berry, maar slaat vooral andere wegen in. In de meeste songs op de plaat domineren invloeden uit de soul, gospel, pop en r&b, maar ook uitstapjes richting jazz en hiphop worden niet geschuwd. 

Kris Berry grijpt op Berry Street terug op de muziek waarmee ze opgroeide en springt kris kras door de geschiedenis van de met name zwarte popmuziek. Invloeden variëren van de intense jazzy songs van Nina Simone tot de lichtvoetige pop en r&b uit de jaren 90, wat van Berry Street een lekker veelzijdige plaat maakt. 

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Berry Street bij eerste beluistering bij vlagen wel erg lichtvoetig vond en enige teleurstelling hierdoor niet kon onderdrukken, maar Kris Berry heeft me langzaam maar zeker toch weer veroverd. Dat deed de Amsterdamse zangeres het eerst met de zich wat langzamer voortslepende songs, maar inmiddels dringen ook de wat meer pop georiënteerde uptempo songs zich wat makkelijker op. 

Berry Street is immers niet alleen een plaat vol gloedvolle, zwoele en zonnige songs, maar het is ook een plaat die kwaliteit ademt. Dat hoor je in de verzorgde instrumentatie en productie, die zwoel en aanstekelijk klinkt, maar ook uitermate doeltreffend is en bovendien is voorzien van fraaie accenten. 

De grootste kracht van Berry Street schuilt echter in de fantastische stem van Kris Berry. Met enorm veel souplesse en gevoel danst de stem van de Amsterdamse zangeres door het gevarieerde muzikale landschap op Berry Street. Kris Berry zingt de ene keer gevoelig, de volgende keer lichtvoetig, dan weer opvallend soulvol of toch weer jazzy. 

Dertien popliedjes komen voorbij in drie kwartier en het is een geval van alle 13 goed. Kris Berry heeft met Berry Street niet alleen een soundtrack voor een hele mooie zomer gemaakt, maar heeft bovendien een plaat gemaakt van internationale allure en van grote klasse. 

Het is misschien even wennen aan het nieuwe geluid, maar als Berry Street je eenmaal te pakken heeft, laat de plaat niet meer los. De zomer is begonnen met deze prachtig soundtrack voor lange dagen vol zon en warmte. Heerlijk. Erwin Zijleman





zondag 21 mei 2017

Aldous Harding - Party

De uit Nieuw Zeeland afkomstige Aldous Harding maakte in de laatste maand van 2014 een onuitwisbare indruk met haar titelloze debuut, dat aankwam als een donderslag bij heldere hemel. 

Het was een debuut vol aardedonkere en op bijzondere wijze ingekleurde songs, die door de bijzondere stem van Aldous Harding diep onder de huid kropen. 

Inmiddels is de Nieuw Zeelandse singer-songwriter terug met haar tweede plaat, die de wat opvallende titel Party heeft meegekregen. 

Het is een titel die mijlenver is verwijderd van de muziek op het debuut van Aldous Harding en (gelukkig) ook niets te maken heeft met de muziek op haar nieuwe plaat. The Guardian noemde Party eerder deze week “an eerie carnival of passion and paranoia” en dat dekt de lading een stuk beter dan het feestje dat de titel suggereert. 

Ook op haar nieuwe plaat maakt Aldous Harding uiterst ingetogen en bijzonder donkere en indringende muziek. Het is muziek die nog wat subtieler is ingekleurd dan op het debuut en hierdoor de bijzondere stem van Aldous Harding nog wat meer ruimte geeft. 

De muzikante uit Christchurch kiest dit keer voor een basis van zeer subtiele piano- en gitaarklanken en laat haar muziek vervolgens verder inkleuren met subtiele blazers en wat synths, wat een bijzonder en vaak wat broeierig geluid oplevert. 

Party is geproduceerd door de vooral van PJ Harvey bekende John Parish en dat is een uitstekende keuze. De Brit heeft de tweede plaat van Aldous Harding voorzien van een geluid dat doet denken aan dat van mysterieuze folkies uit de jaren 70 als Vashti Bunyan, Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill, maar heeft ook gezorgd voor eigentijdse elementen en wat meer dynamiek. 

Aldous Harding zingt op Party vooral fluisterzacht en laat zich hierbij begeleiden door een al even zachte instrumentatie, maar het kan zomaar omslaan (bijvoorbeeld door de uithalen van de achtergrondzangeressen), waardoor Party van de eerste tot en met de laatste noot spannend blijft. 

De muziek van Aldous Harding is nog altijd, en misschien nog wel meer dan op het debuut, muziek die volledige aandacht vraagt. De wonderschone maar ook emotievolle folksongs van de Nieuw Zeelandse muzikante komen het best tot zijn recht wanneer ze alle kans krijgen om zich op te dringen en ook de meest subtiele details aan de oppervlakte komen. Het zijn details die makkelijk vervliegen wanneer je de muziek van Aldous Harding niet ondergaat maar slechts vluchtig beluistert. 

Party is zeker geen makkelijke plaat en strijkt hier en daar flink tegen de haren in, maar wanneer je de tijd neemt voor het slijpen van de ruwe diamanten op de tweede plaat van Aldous Harding heb je uiteindelijk een plaat vol betoverend mooie sieraden in handen. 

Zelf heb ik inmiddels de nodige tijd geïnvesteerd in de tweede plaat van Aldous Harding en inmiddels is Party me minstens net zo dierbaar als de zo bijzondere voorganger, die in 2014 terecht opdook in mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman





zaterdag 20 mei 2017

Jade Jackson - Gilded

Jade Jackson groeit op in Santa Margarita; een klein dorp zonder al te veel vertier in California. Volgens de overlevering moest ze het thuis doen zonder computer en tv, waardoor ze was aangewezen op de goed gevulde en opvallend gevarieerde platenkast van haar ouders, waarin traditionele country werd geflankeerd door Britse punk en new wave. 

Jade Jackson stond op haar 13e voor het eerst op het podium als muzikant en had op haar achttiende een collectie songs waarop menig ervaren singer-songwriter jaloers zal zijn. 

Ze werd uiteindelijk ontdekt door de voorman van de punkband Social Distortion, die de jonge Jade Jackson meenam als support act en uiteindelijk ook haar debuut zou produceren. Dat debuut van de inmiddels 24 jaar oude Jade Jackson is deze week verschenen en is als je het mij vraagt een sensationeel debuut geworden. 

Gilded werd zoals gezegd geproduceerd door Mike Ness van Social Distortion, maar is ver verwijderd van de muziek die de man normaal gesproken maakt. Jade Jackson heeft immers een onvervalste rootsplaat afgeleverd en wat is het een goede rootsplaat. 

De hand van Mike Ness beperkt zich tot een hier en daar net wat steviger geluid en incidenteel een punky attitude, waardoor het debuut van Jade Jackson wel wat doet denken aan de platen van Lucinda Williams of aan de rauwere uitspatting van Allison Moorer (The Duel). Gilded bevat echter ook volop meer ingetogen songs.

Rootsmuziek slaat de klok op Glide en het is rootsmuziek die opvalt door heerlijke gitaren en prachtige bijdragen van onder andere de viool en de pedal steel. Voor het pedal steel werk tekent de gelouterde virtuoos Greg Leisz, terwijl voor de vioolbijdragen Sara Watkins werd aangetrokken. 

Het zegt iets over het vertrouwen dat de platenmaatschappij heeft in Jade Jackson. Ik kan me er wel iets bij voorstellen, want de jonge singer-songwriter uit California straalt enorm veel zelfvertrouwen uit. Dat hoor je in haar songs, die volwassener klinken dan je van een 24-jarige verwacht en dat hoor je in haar stem, die verrassend veel emotie en doorleving laat horen en ook nog eens buiten de lijntjes durft te kleuren. 

Wanneer dan ook de instrumentatie nog eens beter en net wat gedurfder klinkt dan op de gemiddelde rootsplaat, durf ik wel te voorspellen dat de platenmaatschappij met Gilded van Jade Jackson goud in handen heeft. 

Dat is leuk voor de kassa, maar ook in artistiek opzicht is het debuut van Jade Jackson een hele interessante plaat. Jade Jackson stapt op Gilded op gloedvolle en gedreven wijze door het landschap van de Amerikaanse rootsmuziek en kan zowel uit de voeten in meer traditioneel aandoende countrymuziek als in de muziek die sinds de jaren 90 alt-country wordt genoemd. 

Ook in vocaal opzicht maakt Jade Jackson indruk met een eigen geluid, dat duidelijk anders klinkt dan dat van al haar leeftijdsgenoten in Nashville. De jonge singer-songwriter beschikt over een expressief stemgeluid, dat zich stevig opdringt en ook makkelijk bruggen slaat richting pop en rock. 

Uiteindelijk overheerst echter de Amerikaanse rootsmuziek, dat met Jade Jackson een bijzonder getalenteerde aanwinst in huis heeft. Een van de memorabele debuten van 2017, let maar op. Erwin Zijleman





vrijdag 19 mei 2017

Robert Cray & Hi Rhythm Section - Robert Cray & Hi Rhythm

Robert Cray maakt al sinds de jaren 70 muziek en vierde zijn grootste successen in de tweede helft van de jaren 80, toen zijn meest succesvolle albums Strong Persuader (1986) en Don't Be Afraid Of The Dark (1988) verschenen. 

In de jaren 90 maakte de bluesmuzikant uit Columbus, Georgia, een aantal net wat mindere platen, maar sinds Take Your Shoes Off uit 1999 steekt Robert Cray weer in een blakende vorm. 

Op Take Your Shoes Off werkte Robert Cray voor het eerst samen met producer Steve Jordan en dit bleek ook op het in 2014 verschenen In My Soul een zeer geslaagde combinatie. 

Steve Jordan zat ook op het in Memphis opgenomen Robert Cray & Hi Rhythm achter de knoppen, maar was niet de meest opvallende gast in de studio. Op zijn nieuwe plaat laat Robert Cray zich immers bijstaan door een aantal leden van de roemruchte Hi Rhythm Section, die in jaren 80 onder leiding van producer Willie Mitchell waren te horen op heel wat belangrijke soulplaten, waaronder platen van legendarische muzikanten Al Green, Ann Peebles en Otis Clay. 

De combinatie van Robert Cray, producer Steve Jordan en de ouwe rotten uit van de Hi Rhythm Section uit Memphis werkt uitstekend. Op Robert Cray & Hi Rhythm laat Robert Cray, die dit jaar zijn 64e verjaardag hoopt te vieren, een wat minder gepolijst geluid horen dan we van hem gewend zijn. Op zijn nieuwe plaat laat de Amerikaan bovendien een lekker soulvol geluid horen, al is er natuurlijk ook altijd ruimte voor zijn bluesy gitaarspel. 

Mooi gitaarwerk staat uiteraard centraal op Robert Cray & Hi Rhythm, want wat kan Robert Cray nog altijd geweldig spelen. Ook op zijn nieuwe plaat is iedere noot weer raak en zijn zowel het ondersteunende spel als de solo’s prachtig. Als vervolgens ook Tony Joe White nog wat riedeltjes meespeelt is het feest voor liefhebbers van het betere gitaarwerk compleet. In de rest van de instrumentatie valt vooral het weergaloze orgelspel van Charles Hodges op. 

Voor de songs doet Robert Cray ook dit keer deels een beroep op de songwriting skills van anderen, onder wie Bill Withers en de al eerder genoemde Tony Joe White die twee songs aandraagt. Alle songs worden uiteindelijk voorzien van het uit duizenden herkenbare Robert Cray geluid, dat bestaat uit zijn bijzondere gitaarspel en zijn heerlijk soulvolle stem. Het is een stem die nauwelijks aan slijtage onderhevig lijkt en nog net zo soepel klinkt als op de platen die Robert Cray in de jaren 80 een ster maakten. 

Ik was Robert Cray zoals gezegd lange tijd wat uit het oog verloren, maar de platen die hij de laatste jaren heeft gemaakt vind ik geweldig. Van deze platen vind ik Robert Cray & Hi Rhythm de beste. De Hi Rhythm Section uit Memphis geeft Robert Cray immers een zetje richting 70s soul en dat past uitstekend bij zijn stem en zijn gitaarspel. 

Het succes van Strong Persuader en Don't Be Afraid Of The Dark gaat Robert Cray & Hi Rhythm natuurlijk niet evenaren, maar iedereen die denkt dat de platen van Robert Cray er niet meer zo toe doen moet zeker eens luisteren naar deze uitstekende nieuwe plaat van de gelukkig nog jonge bluesveteraan, die als soulzanger minstens net zo goed uit de voeten kan. Erwin Zijleman





donderdag 18 mei 2017

Jen Gloeckner - VINE

“Weird and wonderful”, zo omschrijft The Irish Times de nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikante Jen Gloeckner. 

Deze Jen Gloeckner is voor mij een grote onbekende, maar VINE komt hier inmiddels al enige tijd uit de speakers en is een plaat die ik steeds mooier en interessanter vind. 

Speurwerk leert dat Jen Gloeckner opgroeide in Dubuque, Iowa, en nog steeds werkt vanuit deze plaats aan de oevers van de Mississippi. Ze heeft inmiddels drie platen op haar naam staan, maar de vorige twee heb ik gemist. 

VINE is de opvolger van het in 2010 verschenen Mouth Of Mars en werd bij Jen Gloeckner thuis in Dubuque, Iowa, opgenomen. Verwacht echter geen ingetogen luisterliedjes, want VINE van Jen Gloeckner is een opvallend groots klinkende plaat. 

In muzikaal opzicht heeft de nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter raakvlakken met de muziek van Massive Attack, Portishead, de Twin Peaks soundtrack en zelfs Enya. VINE valt op door een vol klinkende instrumentatie vol invloeden uit de triphop, dreampop, ambient en new age. Het is muziek die aanmoedigt tot wegdromen, waarna Jen Gloeckner je meeneemt op een fascinerende reis langs wonderschone maar soms ook spookachtige landschappen. 

Overdaad ligt op de loer bij een instrumentatie als die op VINE, maar Jen Gloeckner vliegt nergens uit de bocht. De muziek op de nieuwe plaat van Jen Gloeckner is vaak groots en meeslepend, maar neemt ook met grote regelmaat gas terug. Het ene moment verleidt de plaat met subtiliteit, bijvoorbeeld in de fraaie gitaarlijnen, de stemmige pianopartijen, de fraaie strijkers of het bijzondere fluitspel. Hiertegenover staan groots klinkende passages met zwaar aangezette drums, breed uitwaaiende of uit jankende gitaren en een fraai en vol elektronisch en atmosferisch klankentapijt, maar van overdaad is nergens sprake. 

VINE is een plaat vol dromerige, zweverige en vaak bezwerende klanken, maar Jen Gloeckner kan new age achtige of psychedelische geluidstapijten zomaar verruilen voor aangenaam klinkende popliedjes, die heel af en toe wel wat denken aan die van Lana del Rey. 

In muzikaal opzicht is VINE een buitengewoon fascinerende plaat, maar ook in vocaal opzicht raakt Jen Gloeckner de juiste snaar. De Amerikaanse singer-songwriter kan heerlijk soulvol klinken, kan prachtig fluisteren, maar kan de volle klanken op de plaat ook aanvallen met krachtige vocalen. 

VINE is een plaat die je een paar keer moet horen voor je er een oordeel over velt. Bij eerste beluistering vond ik het intrigerend maar ook overweldigend en veelomvattend. Naarmate ik VINE vaker hoorde begonnen alle mooie details in de muziek van Jen Gloeckner echter op te vallen. 

VINE is een plaat die bestaat uit vele lagen en in alle lagen is heel veel moois verstopt. Het is knap hoe Jen Gloeckner zeer verschillende invloeden weet te verbinden en het is misschien nog wel knapper hoe de Amerikaanse muzikante stevig experimenteert, maar toch ook muziek maakt die zich uiteindelijk makkelijk opdringt. 

Op VINE gebeurt soms zoveel dat het je soms duizelt, maar eenmaal gewend aan het betoverende geluid op de plaat valt alles op zijn plek. Ik lees in Nederland tot dusver helemaal niets over VINE van Jen Gloeckner, maar deze plaat verdient echt alle aandacht. Erwin Zijleman

VINE van Jen Gloeckner kan worden verkregen via haar bandcamp pagina: https://jengloeckner.bandcamp.com. Hier vind je ook haar oudere platen die wat minder uitbundig, wat organischer en wat meer roots georiënteerd klinken. Ook zeer de moeite waard overigens.




woensdag 17 mei 2017

Blondie - Pollinator

Natuurlijk gaat Blondie geen plaat meer maken van het niveau van platen als Blondie (1976), Plastic Letters (1978), Parallel Lines (1978) of Eat To The Beat (1979). 

De band uit New York presteerde destijds op de toppen van haar kunnen en maakte muziek die een brug sloeg tussen de perfecte pop uit het verleden en de punk uit de tweede helft van de jaren 70. 

Inmiddels zijn we veertig jaar verder, is boegbeeld en sekssymbool Deborah Harry inmiddels de 70 (!) gepasseerd en behoort Blondie al lang niet meer tot de grote bands. 

Sinds de comeback plaat No Exit uit 1999 brengt Blondie om de zoveel jaar een plaat uit en het zijn platen die altijd beter zijn dan het dramatisch slechte The Hunter uit 1982 (maar dat is ook niet zo moeilijk), maar die geen potten breken. Ook Pollinator is weer zo’n plaat. 

Bij beluistering van de nieuwe Blondie plaat ervaar je geen moment de sensatie die je ervoer bij beluistering van de bovengenoemde albums, maar op een of andere manier vermaakt Blondie nog altijd bijzonder makkelijk en is ook het nieuwe album weer goed voor een brede glimlach. 

Blondie heeft kennelijk niet de behoefte om haar muziek te vernieuwen, waardoor bij beluistering van Pollinator aan de lopende band flarden uit het verleden van de band opduiken. Ook op Pollinator grossiert Blondie in energieke popsongs met refreinen die je na één keer horen mee kunt zingen en melodieën die je direct niet meer wilt vergeten. 

In muzikaal opzicht ligt Pollinator in het verlengde van een album als Eat To The Beat, waarop de synths het definitief hadden gewonnen van de gitaren en Blondie niet vies was van flirts met disco. De flirts met dansmuziek leveren op Pollinator zeker niet de beste songs op, maar lekker klinkt het wel. 

Voor de songs vertrouwde de band overigens deels op de skills van onder andere Sia, Johnny Marr en Charli XCX, maar Deborah Harry en Chris Stein zijn het schrijven van aanstekelijke popliedjes zelf ook nog niet verleerd. 

Naast het koningskoppel Harry/Stein schuift op Pollinator verder alleen power drummer Clem Burke aan, maar voor het geluid van Blondie heeft het nauwelijks gevolgen. Pollinator klinkt als 100% Blondie of zelfs als 100% Vintage Blondie. Dat is best knap, zeker als je je bedenkt dat de stembanden van Deborah Harry inmiddels aardig op leeftijd zijn. Het wordt deels gemaskeerd door een zwaar aangezet tapijt van synths (en vast flink wat snufjes in de studio), maar het eindresultaat klinkt absoluut acceptabel en bij vlagen zelfs heerlijk gedreven. 

Ook bij Pollinator heb ik na een paar tracks de behoefte om een van de echt goede platen van de van de band op te zetten, maar ook als ik Pollinator gewoon tot het einde op laat staan, verveelt de plaat niet en wordt de glimlach met grote regelmaat wat breder. Voor de echt goede platen van Blondie moeten we een paar decennia terug in de tijd, maar Pollinator is uiteindelijk goed voor een dikke voldoende en dat is gewoon een knappe prestatie. Erwin Zijleman





dinsdag 16 mei 2017

The Bullfight - Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1

De uit Rotterdam afkomstige band The Bullfight moet inmiddels al elf jaar worden geschaard onder de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek. 

Met One Was A Snake uit 2006, Stranger Than The Night uit 2010 en La Chasse uit 2015 heeft de band al drie prachtplaten op haar naam staan en deze platen krijgen nu gezelschap van het eveneens uitstekende en bijzonder fascinerende Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1. 


De vorige platen van The Bullfight riepen bij mij associaties op met de muziek van met name Nick Cave en Tindersticks en dat zijn namen die ook bij beluistering van de nieuwe plaat van de Rotterdamse band veelvuldig op zullen duiken. 


Net als op haar vorige platen verwerkt The Bullfight op Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1 echter ook talloze andere invloeden. De band uit Rotterdam heeft een voorliefde voor oude folk (met een vleugje Pogues en 16 Horsepower), is niet vies van wat theatrale en cabareteske muziek, maakt muziek die het uitstekend zal doen bij de films van David Lynch, laat zich beïnvloeden door de muziek die de afgelopen decennia in de woestijn bij Tucson, Arizona, is gemaakt, laat flarden van de muziek van Japan horen en zo kan ik nog wel even doorgaan. 


Belangrijker is dat The Bullfight al deze invloeden en nog veel meer verwerkt tot een uniek eigen geluid. Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de mooie en stemmige instrumentatie. Het is een instrumentatie waarin sfeervolle pianoklanken vaak een belangrijke rol spelen, maar ook de donkere accenten die worden toegevoegd door drums en bas, de bijzonder fraaie gitaaraccenten, de fraai aanzwellende strijkers en de overige toetsenpartijen, met een fraaie rol voor een bijzonder klinkend orgel, dragen nadrukkelijk bij aan het bijzondere geluid van The Bullfight op Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1. 


Datzelfde doet de zang van Nick Verhoeven. Het is zang waar ik op het debuut nog flink aan moest wennen, maar inmiddels vind ik de combinatie van Nick Cave, Stuart Staples (Tindersticks), David Sylvian en een eigen en opvallend expressieve en wat theatrale stijl een hele geslaagde. Ook de vrouwenstemmen op de plaat zijn overigens van grote waarde. 


Als er al iets te klagen valt is het dat de nieuwe plaat van The Bullfight er na een half uur van intense schoonheid al weer op zit. De toevoeging van het niet heel breed opgepikte debuut van de band uit 2006 maakt gelukkig veel goed (en laat ook horen hoe The Bullfight zich de afgelopen elf jaar heeft ontwikkeld). 


Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1 verschijnt op Brandy Alexander Recordings, het label van de toetsenist van de band, Thomas van der Vliet, die de plaat ook produceerde. Op dit label verscheen vorig jaar een mooi uitgevoerde versie van het meesterwerk No Song, No Spell, No Madrigal van The Apartments en ook voor de nieuwe en eveneens zeer fraai verpakte plaat van The Bullfight hoeft het jonge label zich niet te schamen. Integendeel. 


Met Shame, Guilt, Deception – Individuals Chapter 1 levert The Bullfight al weer haar vierde prachtplaat af. Hoogste tijd dus dat een van de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek nu eens voluit in de spotlights komt te staan. Prachtplaat! Erwin Zijleman






maandag 15 mei 2017

Charlie Worsham - Beginning Of Things

Charlie Worsham werd in 1985 geboren in Jackson, Mississippi, en kreeg de muziek met de paplepel ingegoten. 

De jonge Charlie kon op 10-jarige leeftijd al zo goed uit de voeten op de banjo, dat hij als tiener op het podium mocht staan bij een aantal oude bluegrass helden. 

Charlie Worsham had echter andere ambities dan naam maken als banjo virtuoos en vestigde zich op jonge leeftijd in Nashville om er als singer-songwriter aan de slag te gaan. 

Zijn songwriting skills verbeterde hij aan de prestigieuze Berklee School of Music in Boston, waarna hij terugkeerde naar Nashville en een platencontract tekende. 

Op zijn vier jaar geleden verschenen debuut Rubberband kwam het talent van Charlie Worsham er nog niet helemaal uit, maar op het deze week verschenen Beginning Of Things valt alles op zijn plek. De plaat opent met 14 seconden zeer traditioneel klinkende country, maar schiet vervolgens meerdere kanten op. 

De muziek van Charlie Worsham is een stuk steviger dan die van de gemiddelde singer-songwriter uit Nashville en bevat naast invloeden uit de country relatief veel invloeden uit de blues, jazz en soul. 

De Amerikaanse muzikant excelleerde op jonge leeftijd op de banjo, maar kan tegenwoordig op een heel arsenaal aan snareninstrumenten uit de voeten. Op Beginning Of Things komt van alles voorbij, maar Charlie Worsham maakt vooral indruk als gitarist. Hij kan heerlijk bluesy soleren, maar ook soulvol ondersteunen of uitpakken met muzikale hoogstandjes die je in de rootsmuziek wel vaker hoort. 

De songs van de Amerikaan liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar steken in veel gevallen behoorlijk complex in elkaar. Dit ligt deels aan de veelheid van invloeden die Charlie Worsham in zijn muziek verwerkt, maar ook het muzikale vuurwerk zorgt er voor dat de tweede plaat van Charlie Worsham je keer op keer op het verkeerde been zet. 

Beginning Of Things van Charlie Worsham wordt in de Verenigde Staten met lovende kritieken ontvangen en dat begrijp ik wel. De soulvolle en met flink wat blazers ingekleurde songs zijn bijzonder aangenaam en hebben zelfs enige hitpotentie, maar hiertegenover staan ook flink wat songs die in de smaak zullen vallen bij muziekliefhebbers (en critici) die houden van wat avontuurlijkere rootsmuziek of muzikaal vuurwerk. 

De platenmaatschappij verwacht kennelijk flink wat van Charlie Worsham, want voor de tweede plaat van de Amerikaan werden meerdere topproducers en flink wat muzikanten opgetrommeld. Het zorgt voor een plaat die geweldig klinkt, waarbij het niet zoveel uit maakt in welk genre Charlie Worsham zich beweegt. 

In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook in vocaal opzicht maakt de Amerikaan makkelijk indruk. Charlie Worsham beschikt over een aangename stem met veel soul, die ondanks zijn leeftijd (Worsham is begin 30) ook al wel wat doorleving laat horen. 

In Nederland is het nog redelijk stil rond Beginning Of Things van Charlie Worsham, maar deze plaat is ook voor Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zeker interessant. Erwin Zijleman





zondag 14 mei 2017

Oren Lavie - Bedroom Crimes

De Israëlische muzikant Oren Lavie leverde precies tien jaar geleden met The Opposite Side Of The Sea een wonderschone, maar helaas nauwelijks opgemerkte, plaat op. 

Toen een paar weken geleden bijna uit het niets zijn nieuwe plaat Bedroom Crimes opdook, ging ik er van uit dat ik een aantal platen had gemist, maar dat blijkt niet het geval. 

De via Tel Aviv, New York en Berlijn in Los Angeles terecht gekomen muzikant heeft ook een bloeiende carrière als schrijver (onder andere van geweldige kinderboeken) en als (toneel)regisseur en kwam de afgelopen tien jaar kennelijk niet toe aan het maken van muziek. Met Bedroom Crimes is Oren Lavie echter terug als muzikant en heeft hij wederom een hele mooie plaat afgeleverd. 

Bedroom Crimes opent prachtig. Mooie, klassiek aandoende, pianoklanken begeleiden de wat hese stem van Oren Lavie, die vervolgens gezelschap krijgt van niemand minder dan Vanessa Paradis. Het is een opener die de lat hoog legt voor de rest van de plaat, waarop Oren Lavie het (helaas) zonder Vanessa Paradis moet doen. 

Ook zonder de verleidelijke vocalen van de Franse zangeres blijft Oren Lavie echter makkelijk overeind. Bedroom Crimes overtuigt met een wonderschone en vooral stemmige instrumentatie, waarin mooie pianoklanken en flink wat strijkers het klankentapijt domineren. Het past prachtig bij de bijzondere stem van Oren Lavie, die in de meest ingetogen momenten raakt aan de vocalen van David Sylvian, maar minstens net zo vaak opschuift richting de wat toegankelijkere en minstens even mooie vocalen van Chris Rea. 

Als liefhebber van vrouwenstemmen, vind ik de openingstrack van Bedroom Crimes het mooist, maar ook de rest van de plaat houdt mijn aandacht moeiteloos vast. Ondanks het feit dat Oren Lavie vaak hetzelfde recept gebruikt voor zijn songs, dringt Bedroom Crimes zich genadeloos op. De instrumentatie op de plaat is buitengewoon smaakvol en ook de stem van de Israëlische muzikant houdt je nadrukkelijk bij de les. 

Bedroom Crimes is een plaat die het uitstekend doet op lome zondagochtend of late avonden en betovert met prachtige klanken en een stem vol warmte en gevoel. Het inzetten van een klassiek aandoende orkestratie is zeker niet nieuw in de popmuziek, maar toch klinkt de muziek van Oren Lavie net weer wat anders dan die van de meeste van zijn soortgenoten. 

Bedroom Crimes is een plaat vol beeldende klanken, die verder worden opgetild door de verhalen die Oren Lavie vertelt. Het zijn klassiek aandoende klanken die zijn verrijkt met invloeden uit de chamber pop en de (Franse) filmmuziek en hier en daar verder worden opgetuigd met veel moderner klinkende elektronica of een snufje jazz. 

In eerste instantie is Bedroom Crimes vooral een plaat die de ruimte voorziet van bijzonder aangename, gloedvolle  en wonderschone klanken, maar de songs van Oren Lavie winnen snel aan kracht en laten steeds meer kleuren en diepgang horen. 

De plaat die in eerste instantie vooral mijn aandacht trok vanwege de bijdrage van Vanessa Paradis, is de afgelopen weken snel uitgegroeid tot een van mijn favorieten van het moment en de rek is er echt nog lang niet uit. Prachtplaat. Erwin Zijleman





zaterdag 13 mei 2017

Paul Weller - A Kind Revolution

Het is een indrukwekkend en fascinerend oeuvre dat Paul Weller op zijn naam heeft staan. 

De Brit maakte zeven baanbrekende platen met The Jam (waaronder toch zeker vier klassiekers), minsten drie hele goede platen met The Style Council en een dozijn soloplaten. 

Tussen zijn twaalf soloplaten zitten maar heel weinig zwakke platen en inmiddels ook een aantal klassiekers, waardoor Paul Weller absoluut gerekend moet worden tot de grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek. 

De afgelopen jaren is de Brit misschien iets minder productief dan in zijn jongere jaren (Paul Weller viert later deze maand zijn 59e verjaardag), maar het zijn nog altijd platen van hoog niveau. 

Zo imponeerde Paul Weller in 2012 met het behoorlijk stevige en venijnige Sonik Kicks, terwijl hij op het twee jaar geleden verschenen Saturn’s Pattern weer wat meer opschoof richting zijn vroegere solowerk. 

A Kind Revolution is, als ik goed geteld heb, de dertiende soloplaat van Paul Weller en het is weer een hele goede. A Kind Revolution ligt in het verlengde van zijn voorganger en is ver verwijderd van het rauwe Sonik Kicks. Toch is het ook weer een andere plaat dan het goed ontvangen Saturn’s Pattern, dat een wat psychedelisch aandoend geluid liet horen. 

Op A Kind Revolution laat Paul Weller horen dat hij in meerdere genres uit de voeten kan. De plaat opent met twee tracks die met enige fantasie in het hokje rock passen, maar wanneer in de derde track gas wordt teruggenomen, winnen soul en rhythm & blues verder aan terrein en lijk je af en toe ten luisteren naar een vergeten soulklassieker uit de jaren 70.

A Kind Revolution is een warme en organisch klinkende plaat, die met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de Britse en zeker ook de Amerikaanse popmuziek en door het rijke oeuvre van Paul Weller zelf heen stapt. 

Paul Weller toont zich op zijn nieuwe plaat bijzonder veelzijdig, want naast rock, soul en rhythm & blues, biedt de nieuwe plaat van de Brit ook ruimte aan invloeden uit de jazz, gospel, funk, psychedelica en zelfs Latin. Hiermee zijn we er nog niet, want wanneer tijdgenoot Boy George opduikt voor gastvocalen, zoekt Paul Weller zelfs nadrukkelijk de dansvloer op. 

Paul Weller dook ooit op als ‘angry young man’, maar straalt op zijn 59e rust uit. A Kind Revolution is een heerlijk ontspannen plaat en het is een plaat die volstrekt tijdloos klinkt. De wat meer soulvolle ballads of de funky tracks hadden net zo makkelijk uit de jaren 70 kunnen komen, maar wanneer Paul Weller op gloedvolle wijze New York eert of samen met Boy George uitpakt met stuwende elektronische dansmuziek, ben je toch opeens weer in het heden beland. 

Paul Weller is de afgelopen jaren alleen maar beter gaan zingen en maakt op A Kind Revolution indruk met zijn soulvolle zang. Ook in muzikaal opzicht is het genieten, want het broeierige en bij vlagen moddervette geluid knalt uit de speakers. De luxe editie van A Kind Revolution laat alle tracks ook nog eens zonder zang horen en ook dat klinkt verrassend goed. 

Het moet genoeg zeggen over het vocale en muzikale vuurwerk op de nieuwe plaat van Paul Weller, die nog maar eens een prachtplaat toevoegt aan zijn al zo rijke en imponerende oeuvre. Erwin Zijleman





vrijdag 12 mei 2017

Pond - The Weather

De Australische band Pond maakt al een jaar of zeven aardige platen, maar maakte voor het eerst echt indruk op het in 2015 verschenen Man, It Feels Like Space Again, dat ik omschreef als een muzikale tocht langs surrealistische landschappen vol bijzondere kleuren. 

Pond bestaat uit muzikanten die ooit in Tame Impala speelden  of nog steeds spelen en heeft Tame Impala voorman Kevin Parker bereid gevonden om de nieuwe plaat van de band te produceren. 

Pond manifesteerde zich op Man, It Feels Like Space Again als het avontuurlijke broertje van Tame Impala en dat is een omschrijving die ook voor de nieuwe plaat The Weather op gaat en misschien nog wel sterker dan in het verleden. 

Net als Tame Impala heeft Pond een zwak voor (neo-)-psychedelica, maar waar Tame Impala het genre redelijk trouw blijft, schiet de muziek van Pond alle kanten op. Op The Weather laat Pond een duidelijke liefde voor synthpop horen, waarbij de invloeden variëren van pioniers als Kraftwerk en Yello en smaakmakers als New Order en Depeche Mode tot flirts met kitsch van Pet Shop Boys. 

Invloeden uit de synthpop zijn nadrukkelijk aanwezig op The Weather en worden vermengd met invloeden uit de 60s en 70s psychedelica en de psychedelische pop van recentere datum. Hier blijft het niet bij, want de Australische band citeert ook stevig uit de progrock en bestrijkt ook hier een breed palet, waardoor smaakvolle invloeden van Pink Floyd worden gecombineerd met het fijne bombast van Electric Light Orchestra. Hiermee zijn we er nog niet, want The Weather flirt ook met 80s pop, 70s soft rock en kan ook nog eens funky of jazzy uit de hoek komen. 

Waar Pond in het verleden het popliedje met een kop en een staart nog wel eens uit het oog verloor, spelen deze popliedjes op Man, It Feels Like Space Again en op The Weather een hoofdrol, al bevat de plaat ook een aantal minder grijpbare songs. 

Net als bijvoorbeeld Flaming Lips, is Pond niet bang voor songs die over the top zijn of hier dicht bij in de buurt komen. Daar zal lang niet iedereen van houden, maar een ieder die de laatste plaat van Tame Impala toch net wat te braafjes vond, heeft met The Weather van Pond goud in handen. 

Meer dan zijn voorganger citeert The Weather nadrukkelijk uit de jaren 70, waarbij de grote symfonische rockbands net zo makkelijk vergelijkingsmateriaal aandragen als de spacerock van Hawkwind of de krankzinnige funk van George Clinton’s Funkadelic. 

Net als op de vorige platen van de band kan de muziek van Pond bijna ingetogen voortkabbelen, maar ook flink ontsporen, wat The Weather voorziet van veel dynamiek. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het hier en daar net wat teveel vind, maar het overgrote deel van de plaat kan ik zeer waarderen. 

Voorganger Man, It Feels Like Space Again omschreef ik twee jaar geleden als een muzikale tocht langs surrealistische landschappen vol bijzondere kleuren. The Weather is meer een omgevallen platenkast en wat is het een bijzondere platenkast. Erwin Zijleman





donderdag 11 mei 2017

Juana Molina - Halo

De Argentijnse Juana Molina was lange tijd vooral in eigen land bekend als tv ster, maar sinds ze heeft gekozen voor een onzeker bestaan als muzikant, wint haar naam ook in Europa langzaam maar zeker aan bekendheid. 

De muzikante uit Buenos Aires maakte de afgelopen 15 jaar een viertal buitengewoon fascinerende platen, waarop ze op zeer eigenzinnige wijze invloeden uit de elektronica, folk, pop, psychedelica, Latin en avant garde met elkaar wist te verbinden. 

Dit doet Juana Molina ook weer op het nu verschenen Halo, de opvolger van het al weer uit 2013 stammende Wed 21. 

Ook op het thuis in Buenos Aires opgenomen Halo maakt Juana Molina weer muziek die met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen, die nadrukkelijk buiten de lijntjes kleurt en die, zeker bij eerste beluistering, een vervreemdende uitwerking heeft op de luisteraar. 

Ondanks het experimentele karakter van de muziek van Juana Molina is Halo echte zeker geen hele ontoegankelijke plaat. Allmusic.com omschrijft haar muziek als “as eccentric as inviting” en slaat hiermee de spijker op de kop. De muziek van Juana Molina is in vrijwel alle opzichten anders dan de meeste andere muziek die deze week is verschenen, maar het is ook muziek die direct nieuwsgierig maakt en die, ondanks de vele hobbels die Juana Molina opwerpt, redelijk makkelijk overtuigt. 

De genoemde hobbels vind je bijvoorbeeld in de instrumentatie, die uitermate subtiel is en steeds dingen doet die je niet verwacht. De sobere inzet van gitaren en elektronica, hier en daar aangevuld met percussie, zorgt op hetzelfde moment voor een loom en atmosferisch klankentapijt, dat de hectische wereld buiten even tot stilstand brengt. 

De zang van Juana Molina doet precies hetzelfde. De muzikante uit Buenos Aires fluistert en zingt op een manier die compleet los lijkt te staan van de fascinerende muziek op Halo, maar er bij herhaalde beluistering toch nauw mee verbonden blijkt en dan makkelijk betovert. 

Zeker na enige gewenning blijkt de muziek van Juana Molina op Halo opvallend trippy en bezwerend.  Beluistering van Halo is een martelgang wanneer je alles probeert te begrijpen of de plaat probeert te ontleden in songs met een kop en een staart, maar wanneer je je zonder al te veel nadenken laat meevoeren door de bijzondere klanken op de plaat, blijkt Halo een plaat vol groeipotentie, waarop ook de details aan kracht winnen. 

Halo sluit aan bij de avant garde uit Europa en de Verenigde Staten, maar is door de invloeden uit de Latin, die vergeleken met de vorige plaat wat aan terrein hebben gewonnen, ook anders. 

Bovendien experimenteert Juana Molina niet om het experimenteren. Wat het ene moment nog ongrijpbaar klinkt, is het volgende moment opeens verrassend toegankelijk of zelfs lichtvoetig. 

Het levert een bijzonder intrigerend vat vol tegenstrijdigheden op. Halo is een plaat om bij tot rust te komen en het is een plaat die je wereld op zijn kop zet. Halo is bezwerend en hypnotiserend, maar ook tegendraads en vervreemdend. Het is zeker geen makkelijke kost, maar wat is de muziek van Juana Molina weer heerlijk avontuurlijk en uiteindelijk ook mooi en overtuigend. Erwin Zijleman