zondag 23 juli 2017

De 17 van (20)17: 15: Picidae - It’s Another Wor d


Ik heb eerder dit jaar een flinke stapel cd's uit Noorwegen ontvangen. Vaak wat te experimenteel of te jazzy naar mijn smaak, maar de plaat van Picidae is er een om te koesteren. Uiterst subtiele popliedjes waarin de stilte regeert en geen noot teveel wordt gespeeld. In het begin even wennen, maar uiteindelijk een betoverend mooie plaat.


De laatste tijd ploft hier met enige regelmaat een stapeltje cd’s uit Noorwegen op de mat. 

Het zijn stuk voor stuk cd’s die opvallen door een fraaie verpakking, maar de echte verrassing komt pas wanneer je de cd’s in de cd-speler stopt. 


Of het voor alle muziek uit Noorwegen geldt weet ik niet, maar de Noorse platen die ik tot dusver heb beluisterd kleuren stuk voor stuk fraai buiten de lijntjes. 


Het geldt absoluut voor It’s Another Wor d. (de spatie tussen de r en de d is geen typo) van het Noorse duo Picidae. 


Picidae (Noors voor specht) bestaat uit Sigrun Tara Øverland en Eirik Dørsdal. Vergeleken met de soms wat luidruchtige en directe specht is de muziek van Picidae uitermate subtiel. 


Sigrun Tara Øverland tekent op It’s Another Wor d. voor de vocalen en bespeelt hiernaast de lier (een soort harp), de autoharp (idem), de fascinerende omnichord en gitaren. Eirik Dørsdal voegt naast spaarzame achtergrond vocalen onder andere trompet, kalimba (duimpiano) en wat elektronica toe. Het is een heel bijzonder instrumentarium, maar op It’s Another Wor d. Van Picidae is nog veel meer bijzonders te horen. 


De songs van Sigrun Tara Øverland en Eirik Dørsdal worden fraai maar ook bijzonder subtiel ingekleurd, zodat de prachtige stem van de Noorse alle aandacht krijgt. Het is een geschoolde stem die een extra dimensie toevoegt aan de bijzondere muziek van het Noorse tweetal. De teksten op de plaat van Picidae zijn in het Engels, maar het had net zo goed Noors kunnen zijn, want ik hoor uiteindelijk vooral klanken, wat bijdraagt aan de magie van de muziek van Picidae. 


Ook de songs van Picidae zijn zeker niet alledaags. De songs, met flink wat invloeden uit de jazz en hiernaast invloeden uit de folk en de klassieke muziek, blijven niet makkelijk hangen, waardoor ze ook na meerdere keren horen nog flink intrigeren. 


In eerste instantie kon ik niet direct relevant vergelijkingsmateriaal bedenken, maar uiteindelijk bleek dit relatief dicht bij huis voorhanden. De combinatie van bijna verstilde klanken, een prachtige vrouwenstem en een bijzonder instrumentarium doet immers meer dan eens denken aan de prachtplaten van de Nederlandse bands Nancy Brick en Sommerhus, vaandeldragers van het Nederlandse QuiteQuietRecords. 


Picidae maakt muziek die bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar de ware schoonheid van de muziek van het Noorse tweetal openbaart zicht wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. De bijzondere songs van Sigrun Tara Øverland en Eirik Dørsdal blijken wonderschoon en blijven maar verrassen en betoveren. In vocaal opzicht is het direct genieten, maar ook de uitermate subtiele maar bijzonder smaakvolle instrumentatie wint nog lang aan kracht. 


Of alle cd’s in de pakketjes die ik sinds kort ontvang zo bijzonder zijn ga ik later ontdekken, want vooralsnog wil ik alleen maar genieten van de wonderschone en zo bijzondere klanken van Picidae. Erwin Zijleman





zaterdag 22 juli 2017

De 17 van (20)17: 16: Brigitte DeMeyer & Will Kimbrough - Mockingbird Soul


Het is een mooie combinatie: een van de betere vrouwelijke singer-songwriters van het moment en misschien wel de beste gitarist in het rootssegment. Allebei onderschat helaas, maar op deze plaat tillen ze elkaar naar grote hoogten. Het levert een prachtplaat op vol geweldig gitaarwerk en songs met emotievolle vocalen, die heel diep onder de huid kruipen.

Will Kimbrough maakte aan het begin van het huidige millennium een aantal uitstekende soloplaten, maar is toch vooral bekend als sessiemuzikant. 

Dat doet hij meer dan uitstekend (je kunt zijn naam terug vinden in de credits van heel wat legendarische rootsplaten), maar de gitarist en singer-songwriter uit Mobile, Alabama, verdient wat mij betreft toch wat meer eer. 


Die krijgt hij van Brigitte DeMeyer, want het onlangs verschenen Mockingbird Soul is een duoplaat geworden. 


Brigitte DeMeyer timmert ongeveer net zo lang aan de weg als Will Kimbrough, maar was met platen als Something After All uit 2006 en met name Savannah Road uit 2014 (waarop Will Kimbrough overigens al een flinke vinger in de pap had) net wat succesvoller dan haar mannelijke collega. 


Op Mockingbird Soul hebben de twee gelouterde rootsmuzikanten de krachten gebundeld en dat pakt uitstekend uit. Voor hun gezamenlijke plaat trokken de twee naar Nashville, Tennessee, waar ze Mockingbird Soul vrijwel zonder hulp van anderen opnamen. Mockingbird Soul is een eerbetoon aan de muziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten en bevat elementen uit met name de blues, soul, country, folk en gospel. 


Dat Will Kimbrough een geweldig gitarist was wist ik al, maar op Mockingbird Soul overtreft hij zichzelf met prachtig en opvallend veelzijdig gitaarspel, dat de songs op de plaat veel extra glans geeft. 


Ook in vocaal opzicht weet Will Kimbrough zeker te overtuigen, al moet hij hier toch zijn meerdere erkennen in Brigitte DeMeyer die haar doorleefde vocalen keer op keer uit de tenen haalt. Het is een stem vol soul en blues, die de songs op de plaat voorziet van heel veel emotie en beleving. De stemmen van de twee kleuren overigens ook prachtig bij elkaar, waardoor de harmonieën herinneringen oproepen aan de grote duo’s uit de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek. 


De vocalen worden zoals gezegd ondersteund door prachtig gitaarwerk, maar Brigitte DeMeyer en Will Kimbrough kiezen verder voor de eenvoud. Meer dan wat baswerk, eenvoudige percussie en een incidentele mondharmonica hoor ik niet. Dat klinkt misschien erg sober, maar het gitaarspel van Will Kimbrough is op Mockingbird Soul zo mooi en vol dat je er ook niet veel meer bij zou willen hebben. Ook het baswek blinkt overigens uit in al zijn eenvoud. 


Brigitte DeMeyer en Will Kimbrough moeten met Mockingbird Soul concurreren met stapels andere rootsplaten en trekken wat minder aandacht dan de grote namen, maar nadat de plaat eenmaal in de cd speler was verdwenen was ik onmiddellijk om. Mockingbird Soul doet immers niet onder vol al het andere dat in dit genre op het moment verschijnt en is in muzikaal en vocaal opzicht wat mij betreft zelfs beter. Prachtplaat. Erwin Zijleman




vrijdag 21 juli 2017

De 17 van (20)17: 17: Ulver - The Assassination Of Julius Caesar



Synthpop is normaal gesproken niet zo mijn ding, maar de Noorse band Ulver maakt veel meer dan synthpop. Ulver sleept er op deze plaat van alles bij en heeft de plaat afgeleverd die Depeche Mode nooit heeft gemaakt. Vanaf de eerste noot intrigerend en deze plaat wordt alleen maar beter. Voor mij een van de grote verrassingen van 2017.


The Assassination Of Julius Caesar van de Noorse band Ulver trok in eerste instantie vooral mijn aandacht vanwege de bijzondere titel, maar sinds ik de plaat heb beluisterd, houdt de Noorse band flink wat grote namen uit de cd-speler. 

The Assassination Of Julius Caesar is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Noorse band, maar de Noren maken al sinds 1994 platen en hebben inmiddels een aardige stapel op hun naam staan. 


Het zijn platen waaraan op Allmusic.com een imposant rijtje genres en stijlen is gekoppeld (van black metal tot jazz en avant garde), maar op The Assassination Of Julius Caesar maken de Noren vooral muziek die het etiket synthpop zal krijgen opgeplakt. Het is synthpop die hier en daar is verrijkt met donkere gitaren en het is synthpop die niet kiest voor de lichtvoetige deuntjes, maar voor een betrekkelijk zwaar aangezet geluid. 


Het is een geluid dat wel wat doet denken aan het geluid waarmee Depeche Mode in de jaren 90 transformeerde van een synthpop band in een rockband, maar vergeleken met Depeche Mode kiest Ulver veel vaker het experiment. Op hetzelfde moment klinkt de muziek van de Noren vaak dansbaar en hier en daar zelfs soulvol. 


The Assassination Of Julius Caesar is hierdoor een vat vol tegenstrijdigheden, maar het is ook een plaat die een bijna bezwerende uitwerking heeft en die je wanneer je er eenmaal gevoelig voor bent meesleurt tot de allerlaatste noten. 


Ulver verwerkt op knappe wijze invloeden uit de 80s en 90s synthpop en pop en geeft vervolgens een eigen draai aan deze invloeden. Zeker wanneer de vocalen zwaar worden aangezet en verrijkt met vrouwenstemmen klinkt het allemaal verrassend toegankelijk (voor zover dat tenminste mogelijk is in een track van ruim 9 minuten), maar Ulver zet je minstens net zo vaak op het verkeerde been met uit de bocht vliegende elektronica of een kakafonie van lawaai. 


Wanneer de band flink buiten de lijntjes kleurt hoor je waarom de band ook wel eens het etiket metal opgeplakt heeft gekregen en hoor je bovendien flink wat invloeden uit de progrock en de psychedelica, maar Ulver is ook niet vies van popsongs met een kop en een staart en raakt hierbij meerdere malen aan de muziek van Pet Shop Boys. 


Met The Assassination Of Julius Caesar heeft Ulver voor de afwisseling eens een popalbum willen maken en ook dat is met grote regelmaat gelukt. Het is een popalbum dat verrast met sterke songs en bijzonder fraaie klankentapijten, maar door de constante dreiging van ontsporing heeft de muziek van de Noren altijd een bijzondere lading. 


Ik was een paar weken geleden behoorlijk positief over de laatste plaat van Depeche Mode, maar The Assassination Of Julius Caesar van Ulver is echt klassen beter. Er zijn vorige week heel veel platen verschenen, maar deze knappe plaat van de band uit Noorwegen mag echt niet ondersneeuwen. Erwin Zijleman


Een digitale versie van het album is voor een laag bedrag verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://ulver.bandcamp.com/album/the-assassination-of-julius-caesar. Hier is ook de rest van het fascinerende oeuvre van Ulver te beluisteren.






Vanaf vandaag: de 17 van (2017)


De komende dagen komen 17 platen op herhaling. Het zijn niet noodzakelijkerwijs de beste of meest bijzondere platen die de eerste zes maanden van 2017 hebben voortgebracht, maar wel de platen die mij het meest hebben gedaan. Erwin Zijleman

donderdag 20 juli 2017

Sheer Mag - Need To Feel Your Love

Sheer Mag zoekt haar inspiratie vooral in de jaren 70 en dat is een vijver die momenteel flink of zelfs overbevist wordt. 

Gelukkig kiest de band uit Philadelphia voor een wat andere invalshoek dan de meeste andere bands die hun inspiratie zoeken in vervlogen tijden, wat Sheer Mag absoluut bestaansrecht geeft. 

Ik moet wel toegeven dat ik het debuut van de band in eerste instantie wel een tijd lang vooral als ‘guilty pleasure’ heb beluisterd, maar inmiddels is mijn waardering voor het debuut van de Amerikaanse band flink gestegen. 

Sheer Mag haalt haar inspiratie zoals gezegd uit de jaren 70 en heeft hierbij een voorliefde voor de hardrock uit dit decennium. Need To Feel Your Love is absoluut geïnspireerd door de meedogenloze riffs van AC/DC gitarist Angus Young en de geknepen vocalen van Bon Scott, de eerste zanger van de legendarische band, maar de songs van Sheer Mag zijn in de meeste gevallen melodieuzer dan die van AC/DC en klinken op een of andere manier ook wat soulvoller. 

Dat is deels de verdienste van de zeer incidentele flirts met disco (of op zijn minst dansbare 70s pop), maar ook in de hardrock waren er natuurlijk wel wat bands die melodieuzere klanken toevoegden aan hun stevige riffs. 

Het debuut van Sheer Mag wordt vanwege het melodieuze karakter van de muziek vooral vergeleken met de muziek van Thin Lizzy. Daar valt wel iets voor te zeggen, maar het is voor mij slechts een van de vele namen die opkomen bij beluistering van Need To Feel Your Love, dat me minstens even vaak aan het debuut van The Runaways als aan dat van The Strokes of Guns N’ Roses doet denken. 

Boegbeeld van Sheer Mag is zangeres Tina Halladay, die imponeert met een stem om bang van te worden. Deze Tina Halladay heeft een opvallend rauwe strot, maar zingt ook met een wat geknepen stemgeluid waarvan je moet houden. Zelf hou ik normaal gesproken niet zo van het stemgebruik van de frontvrouw van Sheer Mag, maar net als de al genoemde Bon Scott behoort Tina Halladay tot de schaarse uitzonderingen. 

De zangeres van Sheer Mag zingt op Need To Feel Your Love de longen uit haar lijf en wordt omringd door heerlijk gitaarwerk. De gitaristen van de band staan garant voor meedogenloze riffs, maar zijn ook niet vies van puntige solo’s waarin Sheer Mag weer aansluit bij de rockdinosaurussen uit de jaren 70. 

Need To Feel Your Love van Sheer Mag moet het niet hebben van originaliteit en ook niet van variatie. Het is duidelijk waar de band de mosterd heeft gehaald en zeker bij volledige beluistering is Need To Feel Your Love een wat eenvormige plaat, maar iedereen met een liefde voor 70s hardrock en een lekkere rauwe strot vindt op het debuut van Sheer Mag veel van zijn of haar gading. Het voldoet prima als ‘guilty pleasure’ maar zeker naarmate de plaat vordert is Need To Feel Your Love van Sheer Mag meer dan dat. Erwin Zijleman





woensdag 19 juli 2017

Shannon McNally - Black Irish

Ik heb de Amerikaanse singer-songwriter Shannon McNally een jaar of vijftien geleden meerdere keren een blinkende toekomst in de Amerikaanse rootsmuziek voorspeld. 

Met platen als Jukebox Sparrows (2002), Run For Cover (2004), Geronimo (2005) en North American Ghost Music (2006) liet de singer-songwriter uit New York immers horen dat ze met de allerbesten mee kon en de rek was er op deze platen nog lang niet uit. 

De afgelopen tien jaar was het helaas heel erg stil rond Shannon McNally. Ze verhuisde van New York naar New Orleans en later naar Oxford, Mississippi, werd moeder, zag haar huwelijk stranden en nam de zorg voor haar ernstig zieke moeder op zich. Shannon McNally had daarom nauwelijks tijd om muziek te maken en verdween vrijwel volledig uit het zicht. Niet zo heel lang geleden keerde de ooit zo veelbelovende singer-songwriter gelukkig terug met een nieuwe plaat en Black Irish is nu eindelijk ook in Nederland verkrijgbaar. 

De afgelopen jaren hield Shannon McNally contact met collega rootsmuzikant Rodney Crowell en toen Shannon McNally weer toe was aan het maken van een nieuwe plaat, trommelde deze ouwe rot niet alleen een leger topmuzikanten op, maar besloot hij bovendien om de nieuwe plaat van Shannon McNally te produceren. 

Het valt niet mee om na een afwezigheid van bijna tien jaar terug te keren, maar Shannon McNally doet het en ze doet het bovendien met een geweldige plaat. Met Rodney Crowell achter de knoppen en topmuzikanten als Beth Nielsen Chapman, Emmylou Harris, Colin Linden, Jim Hoke, Elizabeth Cook en nog flink wat sessiemuzikanten van naam en faam in de studio is een mooie basis gelegd, maar het is Shannon McNally die met afstand de meeste indruk maakt op Black Irish. 

De singer-songwriter uit Mississippi kon op haar prachtplaten uit het verleden al uit de voeten op een opvallend breed terrein, maar bestrijkt op Black Irish een nog breder palet. Op haar nieuwe plaat vertolkt Shannon McNally een aantal eigen songs en een aantal smaakvolle covers en alle songs trekt ze op indrukwekkende wijze naar zich toe. 

Natuurlijk is de instrumentatie met zoveel topmuzikanten en de hand van Rodney Crowell prachtig, maar het is de stem van Shannon McNally die het meest ontroert en de meeste indruk maakt. De emotionele roller-coaster van de afgelopen tien jaar heeft een rauw en doorleefd randje achtergelaten op de stembanden van de Amerikaanse singer-songwriter, maar dat maakt haar stem alleen maar mooier. 

Shannon McNally gaat op Black Irish aan de haal met folk, country, soul, rock en flink wat blues en kan in alle genres uitstekend uit de voeten, maar met name in de wat meer ingetogen songs zingt ze de sterren van de hemel en is kippenvel niet te onderdrukken. 

Zo monumentaal als op bijvoorbeeld Geronimo is het misschien nog niet, maar Shannon McNally is terug en is haar talent gelukkig niet kwijtgeraakt. Het doet uitzien naar veel meer platen, want met slechts 44 jaren op de teller kan Shannon McNally nog wel even mee. Erwin Zijleman





dinsdag 18 juli 2017

Offa Rex - The Queen Of Hearts

De gelegenheidsband (?) Offa Rex verenigt de talenten van de Amerikaanse band The Decemberists en de Britse singer-songwriter Olivia Chaney. 

De band uit Portland, Oregon, behoeft waarschijnlijk geen nadere toelichting, maar de naam van Olivia Chaney zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen. 

Bij mij staat de in Italie geboren Britse singer-songwriter echter op het netvlies (en trommelvlies) sinds haar inmiddels al weer twee jaar oude debuut The Longest River, waarop Olivia Chaney indruk maakte met de eigen draai die ze gaf aan de traditionele Britse folk uit de jaren 70. 

Ook het debuut van Offa Rex zoekt de inspiratie nadrukkelijk bij de Britse folk uit de jaren 70. The Queen Of Hearts bevat voornamelijk traditionals en borduurt op intense wijze voort op het werk van roemruchte Britse bands als Steeleye Span en Fairport Convention. In muzikaal opzicht kleurt Offa Rex vooral binnen de lijntjes van de Britse folk, al is er hier en daar wel een uitstapje buiten de gebaande paden, bijvoorbeeld wanneer de band net wat steviger rockt. 

The Queen Of Hearts maakt veruit de meeste indruk wanneer de gelegenheidsband vertrouwt op de vocalen van Olivia Chaney en dat doet Offa Rex gelukkig in ruime mate. De mooie maar degelijke instrumentatie op de plaat krijgt dan een flinke kwaliteitsimpuls, want de Britse singer-songwriter zingt op The Queen Of Hearts met grote regelmaat de sterren van de hemel. 

Op haar soloplaat herinnerde Olivia Chaney al meer dan eens aan de groten uit de traditionele Britse folk, maar schoof ze ook op richting een ingetogen Kate Bush wanneer ze de traditionele folk verruilde voor modernere en net wat minder conventionele klanken. Op The Queen Of Hearts beperkt Offa Rex zich voornamelijk tot de Britse folk en wat past dit mooi bij de stem van Olivia Chaney. 

De stem van de Britse bevat flarden van de stemmen van grootheden als Sandy Denny, Maddy Prior en Anne Briggs en streelt continu het oor. Zeker wanneer Olivia Chaney vrijwel a capella zingt valt op hoe mooi haar stem is en hoe onderkoeling en warmte prachtig samen gaan. 

In muzikaal opzicht is The Queen Of Hearts misschien net wat minder spannend, maar je hoort wel een gelouterde band spelen, die hier en daar toch bijzondere accenten, waaronder met name accenten uit de hedendaagse Americana, probeert te leggen. In de net wat Amerikaanser ingekleurde songs schuift Offa Rex wat op in de richting van de betoverende klanken van Cowboy Junkies, maar de diepe liefde voor traditionele Britse folk is nooit heel ver weg. 

Ik ben niet eens zo’n heel groot liefhebber van de traditionele Britse folk uit de jaren 70, maar The Queen Of Hearts van Offa Rex is voor mij volstrekt onweerstaanbaar. Zolang het eindresultaat de som der delen overtreft mag Offa Rex van mij platen blijven maken en na dit fraaie debuut ligt de lat direct hoog. Erwin Zijleman





maandag 17 juli 2017

David Corley - Zero Moon

De Amerikaanse singer-songwriter David Corley was de 50 al gepasseerd toen hij aan het eind van 2014 debuteerde met Available Light en kon rekenen op zeer lovende recensies. 

Het debuut van David Corley maakte op mij bij eerste beluistering echter zeker geen onuitwisbare indruk. Zijn stem vond ik verre van mooi en zijn songs leken zich in eerste instantie niet te onderscheiden van alles dat ik al in de kast had staan. 

Available Light bleek bij herhaalde beluistering echter een plaat vol verborgen schoonheid, emotie en vooral intensiteit, waardoor ik de plaat uiteindelijk toch nog schaarde onder de verrassingen van 2015 (het jaar waarin de plaat officieel in Nederland werd uitgebracht). 

In september van dat jaar stond David Corley op het podium tijdens het Nederlandse Take Root festival en werd hij getroffen door een hartaanval die hem bijna het leven kostte. David Corley herstelde gelukkig volledig van de zware hartaanval die hem trof en bracht vorig jaar een EP uit met een aantal nieuwe songs. 

Een maand of wat geleden verscheen zijn tweede plaat en met Zero Moon heb ik nog veel meer moeite gehad dan met het debuut van de Amerikaan. Zero Moon is een behoorlijk donkere plaat en dat is gezien alles dat David Corley meemaakte na het onverwachte succes van zijn debuut misschien ook niet zo gek. 

Ook in vocaal opzicht streek Zero Moon bij mij in eerste instantie flink tegen de haren in. De stem van de Amerikaan zit ergens tussen die van Chris Rea, Van Morrison, Lou Reed en Tom Waits in, maar heeft zeker niet de mooiste kenmerken van deze stemmen overgenomen. Zero Moon klinkt hierdoor rauw en ongepolijst, maar klinkt na enige gewenning ook emotievol en doorleefd. 

Ook in muzikaal opzicht vond ik Zero Moon bij eerste beluistering op een of andere manier een heftige plaat. David Corley kiest op zijn nieuwe plaat voor een wat ruwer en steviger geluid dan op zijn debuut en doet niet erg zijn best om de luisteraar te bedwelmen met mooie melodieën. 

Net als het debuut riep Zero Moon daarom bij eerste beluistering vooral weerstand bij me op en deze hield langer aan dan tweeënhalf jaar geleden, toen Available Light me toch redelijk snel overtuigd had. Bij Zero Moon duurde dat veel langer, maar op een gegeven moment werd ik toch weer gegrepen door de intense muziek van David Corley. Hierna begon Zero Moon snel te groeien en inmiddels vind ik het een prachtplaat. 

Zero Moon valt op door een enorme intensiteit en zeggingskracht. David Corley zingt alsof zijn leven er van af hangt, wat de plaat van veel emotie en urgentie voorziet. Het past mooi bij het tijdloze geluid dat hij samen met wat bevriende muzikanten heeft neergezet. Het is een geluid dat de sfeer van het verleden ademt, maar het is ook een geluid dat anders klinkt dan dat op de meeste andere platen van het moment. 

Zero Moon is misschien een plaat die weerstand oproept, maar wanneer je je eenmaal hebt overgegeven aan de tweede plaat van David Corley, sleurt de plaat je meedogenloos mee en start een groeiproces dat alleen maar zeer indrukwekkend kan worden genoemd. Erwin Zijleman





Summer break coming up

De jaarlijkse summer break van De Krenten Uit De Pop komt er weer aan. 

Net als de afgelopen jaren zie ik het aantal bezoekers iedere dag nog wat verder afnemen (al weten gelukkig nog altijd flink wat lezers de weg naar deze BLOG te vinden) en ook de vrijwel onuitputtelijke bron van nieuwe releases lijkt de komende weken dan echt vrijwel op te drogen. 

Een mooi moment dus om even wat gas terug te nemen, te luisteren naar de platen die zijn blijven liggen en de interessante releases die er wel aan komen op te sparen tot ik er weer een week mee kan vullen en alleen de echte krenten uit de pop kan pikken. 

Een summer break is uiteraard ook het moment om terug te blikken op de eerste zes maanden van het jaar. Ik heb de platen die in de eerste zes maanden van 2017 zijn gerecenseerd op de krenten uit de pop (de prachtplaat van Waxahatchee moet dus nog even wachten) op een hoop gehooid en heb er na veel wikken en wegen 17 uitgepikt. 

Deze 17 platen komen vanaf aanstaande vrijdag voorbij in de 17 van (20)17. Niet noodzakelijkerwijs de beste of meest bijzondere platen van de eerste helft van 2017, maar wel de platen die mij het meest geraakt hebben of gewoon het meeste plezier hebben opgeleverd.

Tot vrijdag nog een aantal nieuwe krenten uit de pop. En na de 17 van (20)17 uiteraard weer de beste releases van dat moment (en een paar vergeten parels uit de eerste helft van het jaar. Erwin Zijleman

zondag 16 juli 2017

Waxahatchee - Out In The Storm

Waxahatchee, het alter ego van Amerikaanse singer-songwriter Katie Crutchfield maakte met Cerulean Salt uit 2013 en Ivy Trip uit 2015 al twee jaarlijstjesplaten, maar overtreft beide platen vrij makkelijk met het werkelijk fantastische Out In The Storm. 

Op haar nieuwe plaat bezingt de Amerikaanse singer-songwriter haar liefdesbreuk of eigenlijk meer de ontsnapping uit een relatie die niet goed voor haar was. 

Het levert zeker geen plaat vol zielige luisterliedjes op, want Katie Crutchfield is vooral opgelucht. En boos. 

In de openingstrack uit zich dat in een behoorlijk stevige rocksong en Out In The Storm bevat meer opvallend stevige songs. Deze stevige songs worden gecombineerd met intiemere luisterliedjes en vooral met heerlijk broeierige songs. 

De muziek van Waxahatchee vergeleek ik in het verleden met de klassieker Exile In Guyville van Liz Phair (totaal onvergelijkbaar met haar andere platen) en met de muziek van onder andere PJ Harvey, Cat Power, Kristin Hersh, Sinéad O'Connor, Juliana Hatfield, Ani DiFranco, Courtney Barnett, Frankie Cosmos en Sleater Kinney. Het zijn allemaal namen die ook weer opduiken bij beluistering van Out In The Storm, maar Katie Crutchfield heeft op Out In The Storm toch vooral een eigen geluid. 

Het is een geluid dat enorm veel kracht en urgentie uitstraalt, waardoor de plaat mij direct te pakken had. Vergeleken met Cerulean Salt en Ivy Trip heeft Out In The Storm een veel voller bandgeluid en dat bevalt me wel. 

Waxahatchee imponeert op haar nieuwe plaat met een vol en bij vlagen overweldigend geluid, maar Out In The Storm klinkt door de persoonlijke teksten en de mooie stem van Katie Crutchfield ook intiem. Natuurlijk komt er de nodige persoonlijke ellende voorbij op de plaat, maar Waxahatchee komt vooral sterker uit de relatie die achter haar ligt. 

Out In The Storm werd geproduceerd door de gelouterde John Agnello, die alles en iedereen tussen Dinosaur Jr. en Sonic Youth en tussen Cyndi Lauper en de Drive-By Truckers produceerde. Agnello heeft de nieuwe plaat van Waxahatchee voorzien van een tijdloos rockgeluid met flarden noiserock, maar heeft Out In The Storm ook voorzien van een broeierig geluid dat de perfecte basis vormt voor de persoonlijke songs van Katie Crutchfield. 

Het bandgeluid op de plaat krijgt mede vorm door bijdragen van Sleater Kinney tour gitarist Katie Harkin en zus Allison, die aan het begin van het jaar ook al een breakup-plaat afleverde. Het zorgt er allemaal voor dat Katie Crutchfield zich comfortabel voelt en de kans krijgt om op Out In The Storm tot grote hoogten te stijgen. 

De stevigere songs op de plaat komen aan als de spreekwoordelijke mokerslag, de broeierige songs grijpen je genadeloos bij de strot, terwijl de wat meer ingetogen songs op de plaat zorgen voor het kippenvel en de diepe bewondering voor de muziek van Waxahatchee. 

Ik had Katie Crutchfield door haar vorige twee platen al heel hoog zitten, maar Out In The Storm heeft mijn stoutste verwachtingen overtroffen en is een mooi, krachtig en bijzonder muzikaal statement. Probeer overigens de luxe editie van de plaat te pakken te krijgen, want hierop komen alle songs ook nog eens in een ruwe demo vorm voorbij. Erwin Zijleman





zaterdag 15 juli 2017

Rachel Baiman - Shame

In het verleden reserveerde ik de zaterdag op deze BLOG voor onbekend en/of miskend talent in het rootssegment. Het is een categorie waarin Shame van Rachel Baiman uitstekend gepast zou hebben en de plaat is dan ook een goed reden om de speciale zaterdag editie van de krenten uit de pop weer eens nieuw leven in te blazen. 

Rachel Baiman is een muzikant uit Nashville, Tennessee, die een paar jaar geleden debuteerde met het uitstekende maar helaas nauwelijks opgemerkte Speakeasy Man (dat ik overigens zelf ook pas deze week heb ontdekt). 

De afgelopen jaren timmerde de oorspronkelijk uit Chicago afkomstige singer-songwriter vooral aan de weg als virtuoos op de banjo en de viool en als helft van de 10 String Symphony, dat de afgelopen jaren op flink wat countryplaten te horen was en zelf ook twee platen uitbracht. Ook op Shame laat Rachel Baiman horen dat ze uitstekend uit de voeten kan op de banjo en de viool, maar op haar tweede plaat manifesteert ze zich toch vooral als singer-songwriter. 

Op haar debuut uit 2014 coverde Rachel Baiman op fraaie wijze het door Gillian Welch en David Rawlings geschreven Winter's Come And Gone (van Gillian Welch’s tweede plaat Hell Among The Yearlings). De muziek van dit tweetal is ook op Shame een belangrijke inspiratiebron, al kun je natuurlijk ook zeggen dat Rachel Baiman zich op Shame nadrukkelijk heeft laten beïnvloeden door de stokoude folk uit de Appalachen. 

Hier laat Rachel Baiman het niet bij. Shame klinkt zo nu en dan als de plaat die de helaas weinige productieve Gillian Welch al een tijd niet meer heeft gemaakt, maar Rachel Baiman kan ook uit de voeten in songs met flink wat invloeden uit de country of in net wat lichtvoetiger klinkende rootssongs. Rachel Baiman’s muzikale held is overigens Courtney Barnett, maar daar hoor ik op Shame (nog) geen invloeden van terug. 

In de wat traditionelere songs op de plaat eisen de banjo en de viool van de Amerikaanse singer-songwriter nadrukkelijk en op indrukwekkende wijze de aandacht op, maar Shame valt ook op door subtiel en gloedvol gitaarwerk. 

De vergelijking met Gillian Welch ligt niet alleen qua invloeden en in muzikaal opzicht voor de hand. Ook qua stem doet Rachel Baiman wel wat denken aan die van de vrouw die de Appalachen folk in de jaren 90 weer op de kaart zette, al is de stem van Rachel Baiman wel net wat onvaster (en/of emotievoller). 

Rachel Baiman laat op Shame horen dat ze een prima songwriter is, maar ook in tekstueel opzicht is de plaat interessant. De Amerikaanse singer-songwriter is sterk geïnteresseerd in de politiek en bezingt op Shame vooral het opgroeien in de Verenigde Staten, waarbij de heilige huisjes het nadrukkelijk moeten ontgelden. Het geeft nog een extra dimensie aan de opvallend sterke tweede plaat van Rachel Baiman. Erwin Zijleman





vrijdag 14 juli 2017

Chris Bell - Looking Forward: The Roots Of Big Star

Chris Bell is, zoals je dat in het Engels zo mooi kunt zeggen, "one of the unsung heroes of pop music". De Amerikaan stond in het roemruchte Big Star misschien wat in de schaduw van Alex Chilton, maar liet op zijn postuum uitgebrachte debuut I Am The Cosmos (uitvoerig besproken op deze BLOG: http://dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2015/03/chris-bell-i-am-cosmos-deluxe-edition.html) horen dat hij was gezegend met heel veel muzikaal talent. 

Chris Bell overleed op slechts 27-jarige leeftijd aan de gevolgen van een auto ongeluk en trok zich gedurende zijn korte leven ook nog eens een tijd gedesillusioneerd terug uit de popmuziek, waardoor zijn solo oeuvre van de jaren na Big Star helaas zeer beperkt van omvang is. 

Dat Chris Bell ook voor Big Star al muziek maakte die er toe deed, is te horen op Looking Forward: The Roots Of Big Star. De onlangs verschenen verzamelaar bevat bijna 70 minuten muziek en laat horen waar Chris Bell in de jaren voor Big Star mee bezig was. Chris Bell speelde in deze jaren in de bands Icewater, Rock City en The Wallabys en dat zijn bands waarvan de meeste muziekliefhebbers waarschijnlijk nog nooit gehoord hebben (ik in ieder geval niet). 

Looking Forward: The Roots Of Big Star bevat songs die tussen 1969 en 1971 werden gemaakt door een piepjonge Chris Bell; in 1969 was hij pas 18 jaar oud. De songs op Looking Forward: The Roots Of Big Star zijn natuurlijk niet allemaal even goed, maar laten wel horen aan wie Big Star de melodieuze en vaak wat Beatlesque songs had te danken. 

De verzamelaar met het eerste werk van Chris Bell bevat flink wat songs waarvoor Big Star en The Beatles zich niet hadden hoeven schamen, maar bevat  minstens evenveel ruwe diamanten, die nog wat slijpwerk vereisen. Voor het beste werk van Chris Bell moet je bij Big Star en I Am The Cosmos zijn, maar ook Looking Forward: The Roots Of Big Star is van hoog niveau. 

Er waren aan het eind van de jaren 60 niet heel veel jonge muzikanten die de memorabele songs zo makkelijk schreven als Chris Bell. Bij een aantal songs op de plaat komt de genialiteit onmiddellijk aan de oppervlakte, maar er zijn ook flink wat songs die nog even moeten groeien. 

Wanneer je Looking Forward: The Roots Of Big Star vaker beluistert hoor je niet alleen steeds meer uitstekende songs, maar hoor je bovendien hoe veelzijdig Chris Bell was, zeker wanneer hij opschuift richting psychedelica. 

Het gaat misschien wat te ver om de vroege songs van Chris Bell als vergeten klassiekers te bestempelen, maar demo’s van potentiële klassiekers zijn het absoluut. 

Hoe vaker ik naar Looking Forward: The Roots Of Big Star luister, hoe meer ik geniet van de tijdloze popliedjes van de jonge Chris Bell. Meer dan een voetnoot in de geschiedenis van de popmuziek is deze plaat niet, maar Looking Forward: The Roots Of Big Star overtreft ondanks zijn ruwe vorm vrij makkelijk de meeste nieuwe releases van dit moment. Erwin Zijleman


donderdag 13 juli 2017

Horse Horse Tiger Tiger - Horse Horse Tiger Tiger

Horse Horse Tiger Tiger is het alter ego van de Nederlandse broers Gijs en Joep van Osch. De twee broers hebben de naam van hun alter ego ontleend aan een Chinese uitdrukking die in het Nederlands iets als “gaat wel” betekent. 

Wanneer een Chinees op een vraag 马马虎虎 [馬馬虎虎] (fonetich: mǎmǎhǔhǔ) antwoord, loopt hij zeker niet over van enthousiasme. De broers van Osch liepen de afgelopen jaren zeker wel over van enthousiasme. 

De twee hebben naar eigen zeggen als monniken gewerkt aan het titelloze debuut van Horse Horse Tiger Tiger, dat mogelijk werd na een succesvolle crowdfunding campagne. De plaat werd vervolgens in een leegstaand bejaardentehuis opgenomen, geproduceerd door JJJ Sielcken (bekend van Lucas Hamming en Jett Rebel) en in Los Angeles gemixt door niemand minder dan Noah Georgeson (bekend van Devendra Banhart, Joanna Newsom, The Strokes en Cate Le Bon om maar een paar namen te noemen). 

In het leegstaande bejaardentehuis werd een hele bijzondere plaat in elkaar geknutseld. Het debuut van Horse Horse Tiger Tiger is flink beïnvloed door de platenkast van de ouders van de broers, maar ook de muziek waarmee Gijs en Joep van Osch zelf zijn opgegroeid hebben hun sporen nagelaten in de muziek van Horse Horse Tiger Tiger. 

In de platenkast van de ouders stonden in ieder geval platen van The Beatles, The Beach Boys en Simon & Garfunkel, terwijl van recentere datum sporen uit de grunge en invloeden van onder andere Elliott Smith, The Strokes en The White Stripes hoorbaar zijn. Het levert een bijzonder geluid op, waarin de knappe popsongs van The Beatles, de genialiteit en de zonnestralen van The Beach Boys en de perfect bij elkaar passende stemmen van Simon & Garfunkel worden gecombineerd met de melancholie van Elliott Smith, de trefzekere riffs van The White Strips, het aanstekelijke van The Strokes en de ruwe energie van de grunge. 

Het is een geluid dat zich lastig laat beschrijven en dat je met het noemen van een handvol namen echt flink tekort doet. Horse Horse Tiger Tiger verrast en imponeert op haar debuut met volstrekt tijdloze en verrassend intieme popliedjes die op knappe wijze een brug slaan tussen de klassiekers uit de jaren 60 en 70, de smaakmakers uit de jaren 90 en het heden. 

Het aan elkaar knopen van zoveel invloeden is al een knappe prestatie, maar Horse Horse Tiger Tiger slaagt er ook nog eens in om in iedere track weer anders te klinken. Hierbij blijven maar andere namen opduiken, maar als ik in de ene track moet denken aan Fleet Foxes en ik in de volgende track een eigentijdse versie van The Everly Brothers hoor of stiekem toch iets van Radiohead, is wel duidelijk dat het associëren met de muziek van anderen bij beluistering van Horse Horse Tiger Tiger een vermoeiende en uiteindelijk zinloze exercitie is. 

Het is veel verstandiger om te genieten van de intieme, aanstekelijke en al snel onweerstaanbare popliedjes van de broers van Osch. Het zijn popliedjes die nergens de makkelijkste weg kiezen en die verrassen met mooie vocalen, bijzonder klinkende gitaren, verrassende ritmes, subtiele accenten van andere instrumenten en heel veel dynamiek. Het levert een plaat op die geen moment misstaat tussen de betere platen van het moment. Erwin Zijleman

Het debuut van Horse Horse Tiger Tiger kan worden verkregen via de bandcamp pagina van de band: https://hhtt.bandcamp.com.



 

woensdag 12 juli 2017

Ani DiFranco - Binary

De uit Buffalo, New York, afkomstige, maar lange tijd vanuit New York City opererende singer-songwriter Ani DiFranco, was haar tijd ver vooruit. 

Toen de nog piepjonge muzikante aan het eind van de jaren 80 haar eerste muziek uitbracht, distribueerde ze deze muziek zelf op cassettebandjes. En toen ze in 1990 haar officiële debuut uitbracht, deed ze dit op haar eigen label Righteous Babe Records. 

Met haar titelloze debuut uit 1990 stond Ani DiFranco aan de basis van het anti-folk genre en in de jaren die volgden verbaasde de jonge singer-songwriter uit New York niet alleen met ijzersterke platen, maar bovendien met een bijna onwaarschijnlijke productiviteit. 

Alleen in de jaren 90 bracht Ani DiFranco al zo’n 15 platen uit, waaronder Not A Pretty Girl uit 1995, dat ik nog altijd haar sterkste plaat vind. Sinds de start van het nieuwe millennium is Ani DiFranco helaas wat minder productief al bracht ze tussen 2000 en 2010 nog altijd acht platen uit, wat natuurlijk een zeer respectabel aantal is. Het zijn platen waarop Ani DiFranco steeds meer afstand nam van de anti-folk en steeds meer invloeden uit de jazz toe liet in haar muziek. 

Red Letter Year uit 2008 was helaas lange tijd de laatste plaat van Ani DiFranco die op Spotify is te vinden. Het prachtige Which Side Are You On? uit 2012 en het nauwelijks opgemerkte Allergic To Water uit 2014 trokken hierdoor minder aandacht dan een muzikant van het kaliber van Ani DiFranco verdient. Gelukkig heeft de tegenwoordig in New Orleans woonachtige muzikante voor haar nieuwe plaat een andere keuze gemaakt. 

Binary was sinds de dag van de release, ongeveer een maand geleden, op Spotify beschikbaar en leek me op voorhand een zekerheid voor mijn BLOG. De plaat viel me bij eerste beluistering echter vies tegen. Het van een flinke soulinjectie voorziene Binary kabbelde bij eerste beluistering maar voort en wist me, ondanks mijn bewondering voor het prachtige oeuvre van Ani DiFranco en het respect voor haar eigenzinnigheid, maar niet te grijpen. 

Eerder deze week trof ik de cd aan in een envelop met voornamelijk Zweedse promo’s en besloot ik Binary toch nog een kans te geven. Of het ligt aan de net wat hogere temperaturen van het moment of aan een ander verwachtingenkader weet ik niet, maar bij hernieuwde beluistering van Binary vond ik het opeens een mooie en fascinerende plaat. 

Ook op Binary laat Ani DiFranco zich weer inspireren door het fascinerende New Orleans en trekt ze de lijn van haar vorige platen door. Bijgestaan door onder andere Ivan Neville, Maceo Parker en Justin Vernon (Bon Iver) combineert Ani DiFranco op Binary folk met flink wat invloeden uit de soul en de jazz. 

Binary klinkt warm, zwoel en gloedvol en lang niet zo strijdbaar als de oude platen van Ani DiFranco, maar de Amerikaanse spreekt zich nog altijd nadrukkelijk uit over zaken die haar aan het hart liggen. 

Binary kan als een warme deken over je heen liggen, maar wint aan kracht wanneer je de bijzondere songs van Ani DiFranco een voor een ontrafelt. De vaak wat broeierige songs komen dan één voor één tot leven en brengen het enorme talent van Ani DiFranco aan de oppervlakte. Oordeel vooral niet te snel. Ik weet zelf inmiddels dat ik een maand geleden veel te snel een hele mooie en fascinerende plaat aan de kant heb geschoven. Erwin Zijleman





dinsdag 11 juli 2017

Broken Social Scene - Hug Of Thunder

Het uit het Canadese Toronto afkomstige muzikantencollectief Broken Social Scene werd in 1999 geformeerd en bracht tussen 2001 en 2010 vier door de critici bejubelde platen af. 

De uit de kluiten gewassen band, die altijd uit minstens tien leden bestond, zag leden komen en gaan en stond aan de basis van de carrières van onder andere Emily Haines (Metric) en (Leslie) Feist. 


Na een stilte van ruim 7 jaar is Broken Social Scene eindelijk terug met haar vijfde plaat. Op Hug Of Thunder, dat naar verluid tot stand kwam nadat de band door de golf van terroristisch geweld Frankrijk in november 2015 weer de urgentie voelde om muziek te maken, trekken leden van het eerste uur Brendan Canning en Kevin Drew nog altijd aan de touwtjes, maar Broken Social Scene is ook nog altijd een collectief waaraan meerdere muzikanten hun steentje bijdragen. 


Op de eerste Broken Social Scene plaat sinds het uit 2010 stammende Forgiveness Rock Record geven ook de al eerder genoemde Emily Haines en Leslie Feist acte de présence met prachtige vocalen. Het is slechts een van de vele verleidingen van Hug Of Thunder. 


Ondanks de lange tijd die is verstreken sinds de vorige plaat van de band, laat ook de vijfde plaat van Broken Social Scene weer een uit duizenden herkenbaar geluid horen. Een muzikantencollectief met een dozijn leden staat uiteraard garant voor een vol geluid, maar de muziek van BSS is vooral zeer veelzijdig en avontuurlijk. 


De band uit Toronto, Ontario, werd in het verleden ten onrechte in hokjes als avant-garde en post-rock geduwd en dat zijn hokjes die ook worden gebruikt voor de nieuwe plaat van de band. Met avant-garde en post-rock heeft de muziek van BSS echter niet zoveel te maken. De Canadese band maakt ook op haar nieuwe plaat weer gloedvolle popmuziek, maar het is wel popmuziek die zicht zoveel mogelijk buiten de gebaande paden begeeft en die nadrukkelijk buiten de lijntjes kleurt. 


Broken Social Scene houdt zich ook op Hug Of Thunder weer aan geen enkele conventie. De band sleept overal invloeden vandaan, pakt stevig uit wanneer je dat niet verwacht of kiest voor uiterst ingetogen passages wanneer je dat nog minder verwacht. Net als je denkt dat de band kiest voor een redelijk gangbaar popliedjes duiken tegendraadse blazers of ongrijpbare ritmes op en als je de Broken Social Scene denkt te betrappen op een aanstekelijk refrein slaat onmiddellijk de chaos toe. 


Hug Of Thunder is net als de vorige platen van Broken Social Scene een vat vol tegenstrijdigheden, maar ontoegankelijk vind ik de muziek van de Canadese band zeker niet. Er gebeurt soms zoveel dat het je duizelt, zeker wanneer alle 15 leden van de band bij lijken te dragen aan een song, maar op hetzelfde moment betovert de muziek van BSS makkelijk door al het avontuur op de plaat en smelt je wanneer Leslie Feist de wat meer ingetogen songs voorziet van honingzoete vocalen. 


Na een paar keer horen ben ik al flink onder de indruk, maar ik weet uit ervaring dat platen van Broken Social Scene ook na heel vaak horen nog beter worden. Dat zal voor Hug Of Thunder niet anders zijn. Erwin Zijleman