woensdag 29 maart 2017

Pieta Brown - Postcards

Pieta Brown timmert al zo’n 15 jaar aan de weg en heeft inmiddels acht platen op haar naam staan. 

Het zijn platen die over het algemeen niet heel veel aandacht krijgen en daarmee doen we de dochter van singer-songwriter Greg Brown enorm tekort. 

Ik ben hier zelf ook schuldig aan, want nadat ik drie jaar geleden zeer enthousiast was over het bijzonder fraaie Paradise Outlaw, heb ik de nieuwe plaat van de singer-songwriter uit Iowa City al weer een tijdje laten liggen. 

Het is doodzonde, want wat is Postcards een fantastische plaat. De achtste plaat van Pieta Brown werd, net als zijn zo mooie voorganger, geproduceerd door de gelouterde Bo Ramsey, die Postcards heeft voorzien van een fraai en intiem geluid. 

Het grote publiek weet de muziek van Pieta Brown misschien nog niet op de juiste waarde te schatten, maar haar collega muzikanten doen dat gelukkig wel. Postcards bevat bijdragen van onder andere Mark Knopfler, Calexico, The Pines, David Lindley, Mason Jennings, Carrie Rodriguez en een aantal Ramsey telgen; stuk voor stuk muzikanten die iets bijzonders neer kunnen zetten en dat ook doen. 

Postcards is desondanks een opvallend ingetogen plaat. De aangerukte sterren zorgen voor wonderschone accenten, maar het staat allemaal in dienst van het sobere, voornamelijk akoestische geluid op Postcards en de bijzondere stem van Pieta Brown. 

De singer-songwriter uit Iowa City zingt ook op haar nieuwe plaat weer intiem en fluisterzacht, maar op een of andere manier slaagt ze er in om haar soms bijna lieflijke vocalen oprecht en doorleefd te laten klinken. Dit is mede de verdienste van Bo Ramsey, die steeds een opvallend smaakvol, vaak indringend en vaak ook atmosferisch geluid neerzet, waar Pieta Brown haar mooie stem tegenaan kan vleien. 

Postcards staat garant voor veel muzikaal vuurwerk en vocalen waarvan ik kippenvel krijg, maar Pieta Brown is ook nog eens gegroeid als songwriter. Postcards is een voornamelijk ingetogen plaat, maar van verveling is geen seconde sprake. Pieta Brown vertelt op Postcards mooie verhalen en vertolkt ze op oorstrelende wijze in songs die betoveren en bezweren. 

Al even oorstrelend is het prachtige gitaarwerk op de plaat, dat steeds net iets anders klinkt omdat steeds een andere gitarist aan mag schuiven. Het zijn gitaristen van naam en faam die op Postcards te horen zijn en dat heeft absoluut meerwaarde. 

Zeker op de late avond komt de muziek van Pieta Brown uitstekend tot zijn recht en stijgt Postcards tot steeds grotere hoogten. Postcards gaat waarschijnlijk niets veranderen aan de waardering die Pieta Brown krijgt voor haar muziek, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die deze plaat wel oppakken, hebben al snel een plaat in handen die je alleen maar intens wil koesteren. 

Paradise Outlaw was drie jaar geleden prachtig, maar met Postcards levert de zo getalenteerde Pieta Brown een plaat af van een niveau dat maar door heel weinig (roots)muzikanten wordt gehaald. Erwin Zijleman





dinsdag 28 maart 2017

Steve Hackett - The Night Siren

Steve Hackett maakte van 1971 tot 1977 deel uit van Genesis en was te horen op de in artistiek opzicht meest interessante platen van de band. Na zijn vertrek uit Genesis begon de gitarist aan een solocarrière, die inmiddels al 40 jaar duurt. 

De soloplaten van Steve Hackett heb ik de eerste jaren nog wel gevolgd, maar toen mijn interesse voor symfonische rock verdween, verloor ik ook Steve Hackett uit het oog. De Britse gitarist heeft inmiddels zo’n 25 soloplaten op zijn naam staan, maar buiten de eerste zes ken ik ze niet. 

The Night Siren, de nieuwe plaat van Steve Hackett, trok in eerste instantie vooral mijn aandacht vanwege de mooie foto op de cover, maar bleek ook al snel een in muzikaal opzicht interessante plaat. 

Het is een plaat met een boodschap, want door alle ellende in de wereld is het volgens Steve Hackett 5 voor 12. Steve Hackett verpakt deze boodschap in bijzondere en vaak wonderschone muziek. 

Om van The Night Siren te kunnen genieten is enige liefde voor de symfonische rock van vroeger of de progrock van nu wel vereist, want Steve Hackett pakt hier en daar stevig uit en kijkt met name in de epische tracks niet op een minuutje meer of minder muzikaal vuurwerk. 

In muzikaal opzicht is The Night Siren echter veel diverser dan de gemiddelde progrock plaat. Steve Hackett heeft zijn nieuwe plaat voorzien van flink wat invloeden uit de klassieke muziek, hier en daar stevige ritmes en ook nog eens flink wat invloeden uit de folk en de wereldmuziek, waaronder flink wat muziek uit het Midden-Oosten. 

Een aantal tracks op de plaat zijn redelijk rechttoe rechtaan en hebben voor Steve Hackett begrippen een erg duidelijke kop en staart, maar de Britse meestergitarist gaat gelukkig ook een paar keer los in lange tracks vol dynamiek, die hier en daar herinneren aan de hoogtepunten uit het oeuvre van zijn oude werkgever Genesis (en misschien nog wel meer aan die van soortgenoot Yes). 

De inzet van impulsen uit de klassieke muziek en het gebruik van exotische instrumenten levert een heel bijzonder geluid op, dat zich door alle dynamiek makkelijk opdringt. Steve Hackett maakt er vervolgens zijn eigen geluid van door zijn bijzondere, en zeker voor de Genesis fan, uit duizenden herkenbare gitaarspel. 

Steve Hackett kan betoveren met subtiele gitaaraccenten, maar kan ook volledig los gaan in gitaarsolo’s die herinneren aan de hoogtijdagen van de symfonische rock en de hardrock uit de jaren 70. 

Ik was bij eerste beluistering bang dat ik The Night Siren snel te bombastisch, te overdadig en te pretentieus zou gaan vinden, maar dat is niet gebeurd. De nieuwe plaat van Steve Hackett heeft in plaats hiervan snel aan kracht gewonnen en laat steeds meer dingen horen die ik prachtig vind, met het fantastische gitaarwerk als kers op de taart. 

Wat in eerste instantie nog behoorlijk overweldigend klinkt, klinkt het volgende moment betoverend mooi. Het is knap hoe Steve Hackett zijn muziek heeft volgestopt met invloeden en instrumenten, maar er toch in slaagt om muziek te maken die vol met ruimte zit. Het is ruimte waarin je heerlijk kunt wegzweven, al zet de boodschap van Steve Hackett je ook wel af en toe hardhandig met beide benen op de grond. 

Ik had het eerlijk gezegd niet verwacht, maar The Night Siren van Steve Hackett is een prachtige plaat. Erwin Zijleman





maandag 27 maart 2017

Samantha Crain - You Had Me At Goodbye

In de lijstjes met de grote releases van deze week kom je You Had Me At Goodbye vreemd genoeg niet tegen, maar voor mij is de vijfde plaat van Samantha Crain er een waar ik al een hele tijd naar uit heb gekeken. 

Samantha Crain brak aan het eind van 2013 door met de jaarlijstjesplaat Kid Face, waarop de singer-songwriter met Indiaans bloed uit  Shawnee, Oklahoma, traditioneel aandoende rootsmuziek voorzag van eigenzinnige impulsen. 

Op het in 2015 verschenen Under Branch And Thorn And Tree perfectioneerde Samantha Crain het geluid van Kid Face, waarna we in 2016 kennis konden maken met haar opnieuw uitgebrachte eerste twee platen, die ook zeer de moeite waard bleken. 

Ook op deze twee platen liet Samantha Crain horen dat ze van vele markten thuis is en dat doet ze ook weer op haar vijfde plaat. You Had Me At Goodbye werd net als zijn twee voorgangers geproduceerd door John Vanderslice en zet net als alle andere platen van Samantha Crain flinke stappen buiten de gebaande paden. 

Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hebben op You Had Me At Goodbye duidelijk aan terrein verloren. Hier en daar hoor je nog met welke muziek Samantha Crain is opgegroeid en welke muziek ze lief had op haar eerdere platen, maar op haar vijfde plaat kiest de Amerikaanse uiteindelijk toch nadrukkelijk voor de indie-pop. 

Dat hoor je in de instrumentatie, waarin elektronica duidelijk aan terrein heeft gewonnen, maar dat hoor je vooral in de songs van Samantha Crain, die dit keer betrekkelijk ver verwijderd zijn van de folk en country die op haar vorige platen nooit ver weg was. 

Met een keuze voor indie-pop kun je nog alle kanten op en Samantha Crain heeft zeker niet gekozen voor de makkelijkste weg. Een aantal van de songs op You Had Me At Goodbye zijn beïnvloed door het werk van Björk en hier en daar hoor ik zeker wat van Kate Bush, maar Samantha Crain doet op haar vijfde plaat toch vooral waar ze zelf zin in heeft. 

Dat kan behoorlijk aanstekelijk klinken of toch weer ontroeren met een folky song met prachtige gitaarlijnen, maar You Had Me At Goodbye is vooral behoorlijk eigenzinnig, zeker wanneer de ritmes stevig zijn aangezet en de elektronica domineert. 

Het is nog niet direct zware kost, al maakt de stem van Samantha Crain het de luisteraar ook niet altijd makkelijk en strijkt de optelsom hierdoor geregeld tegen de haren in. Zelf heb ik sinds de eerste noten van Kid Face een zwak voor de bijzondere stem van Samantha Crain en ook op You Had Me At Goodbye bevallen de vocalen me zeer. 

De elektronische impulsen vind ik niet allemaal even geslaagd, maar de vijfde plaat van Samantha Crain is wat mij betreft een plaat met vooral geslaagde experimenten en een aantal bloedmooie songs. 

You Had Me At Goodbye verleidt lang niet zo makkelijk als Kid Face een paar jaar geleden, maar ik hoor toch weer een grote plaat van een singer-songwriter die zich gelukkig niet zomaar voegt naar alle conventies van de muziekindustrie en gewoon doet waar ze zelf zin in heeft. Bijzondere plaat. Erwin Zijleman





zondag 26 maart 2017

Arbouretum - Song Of The Rose

De uit Baltimore, Maryland, afkomstige band Arbouretum kwam ik een jaar of zeven geleden voor het eerst tegen. 

Op het fraaie Song Of The Pearl uit 2009 stak de band Neil Young en zijn Crazy Horse naar de kroon, terwijl op het 2011 stammende The Gathering werd gekozen voor een mix van psychedelica en behoorlijk stevige rock met zelfs een vleugje Stoner rock. 

De twee platen die Arbouretum maakte tussen The Gathering en het nu verschenen Song Of The Rose ken ik niet (maar ga ik gezien de zeer positieve recensies nog wel beluisteren), maar de nieuwe plaat van de band is weer zeer de moeite waard. 

Op Song Of The Rose klinkt Arbouretum weer anders dan op de twee al zo verschillende platen die ik van de band ken. Song Of The Rose opent met pastoraal aandoende folkrock, maar flirt direct in de openingstrack ook al opzichtig met 70s hardrock en invloeden uit de progrock. Dat lijkt niet alleen een bijzondere combinatie, maar dat is het ook. 

Song Of The Rose neemt me direct mee terug naar de muziek waarmee ik ooit opgroeide, maar laat zich niet vergelijken met één, twee of zelfs een handvol platen uit mijn jeugd. Song Of The Rose springt kris kras door een aantal decennia rockmuziek en smeedt alle invloeden vervolgens op geheel eigen wijze aan elkaar. 

Arbouretum vermengt op haar nieuwe plaat niet alleen op eigenzinnige wijze invloeden uit de bovengenoemde genres, maar voegt ook nog flink wat psychedelica en stiekem ook een beetje classic rock toe. Door de dominante invloeden roept Song Of The Rose absoluut associaties op met muziek uit de jaren 70, maar de muziek van Arbouretum klinkt voor mij geen moment gedateerd. 

Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de verfijnde wijze waarop Arbouretum op Song Of The Rose muziek maakt. Voorman Dave Heumann bepaalt voor een belangrijk deel het geluid van de band met zijn prachtig melodieuze gitaarwerk en zijn bijzondere vocalen, maar ook de vaak wat zwaar aangezette ritmesectie en de heerlijk benevelende keyboards verdienen alle lof. 

Zeker wanneer Arbouretum het tempo laag houdt en invloeden uit de psychedelica alle ruimte geeft, is Song Of The Rose een bezwerende plaat, wat met name aan het begin van de plaat nog eens wordt versterkt door songs die boven de 6 minuten klokken. Het zijn songs met inhoud, want Dave Heumann is niet alleen een geweldig gitarist (met hier en daar een duidelijk hoorbare bewondering voor Neil Young), maar heeft ook wat te melden. 

Omdat Song Of The Rose ook nog eens fantastisch klinkt, is de nieuwe plaat van Arbouretum maar moeilijk te weerstaan. Song Of The Rose is smullen voor een ieder van wie de muzikale wieg in de jaren 70 stond, maar ook voor liefhebbers van de rockmuziek van dit moment kan de nieuwe plaat van Arbouretum best eens een aangename verrassing zijn. Voor mij is Song Of The Rose een van de meest bijzondere rockplaten van het moment en de nieuwe van Arbouretum is nog lang niet uitgegroeid. Erwin Zijleman

Ik zie Song Of The Rose van Arbouretum helaas nog niet in alle platenzaken, maar de plaat is wel verkrijgbaar via de prima webshop van Konkurrent: https://www.konkurrent.nl/winkel/produkt/arbouretum_song_of_the_rose_0790377043327/.



zaterdag 25 maart 2017

The Waifs - Ironbark

The Waifs bestaan al sinds 1992, maar mijn eerste kennismaking met de van oorsprong Australische band stamt uit 2015, toen het bijzonder aangename Beautiful You verscheen. 

Op Beautiful You grossierde de tegenwoordig deels vanuit Australië en deels vanuit de Verenigde Staten opererende band met bijzonder lekker in het gehoor liggende en op het eerste gehoor betrekkelijk lichtvoetige Amerikaanse rootsmuziek, maar bij herhaalde beluistering bleek het wel lichtvoetige Amerikaanse rootsmuziek van hoog niveau en met inhoud. 

De band bestaat dit jaar 25 jaar en pakt om dit te vieren flink uit met een heus dubbelalbum. Nu vind ik 25 songs en 1 uur en drie kwartier muziek in de meeste gevallen te veel van het goede en dat geldt in beperkte mate ook wel voor Ironbark. De nieuwe plaat van The Waifs heeft me echter ook aangenaam verrast en heeft echt heel veel moois te bieden. 

Direct in de openingstrack verrast de band met een track die niet had misstaan op Tusk van Fleetwood Mac. Ironbark roept bij mij veel vaker associaties op met één van de beste platen van Fleetwood Mac, maar de Amerikaans/Australische band maakt ook nog altijd muziek die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek kan worden geduwd. 

Omdat de band met enige regelmaat buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek kleurt, is Ironbark een opvallend veelzijdige plaat. Ironbark is mede hierdoor een minder lange zit dan het op basis van de speelduur lijkt. 

The Waifs maken op hun nieuwe plaat indruk met een werkelijk prachtige instrumentatie. Het maakt hierbij niet zoveel uit of de band kiest voor meer pop georiënteerde songs of voor de rootssongs die het de afgelopen 25 jaar zo veelvuldig heeft omarmd. Ironbark valt over de hele linie op door subtiele en prachtig klinkende muziek. 

De band heeft gekozen voor een ingetogen en organisch klinkend geluid zonder heel veel opsmuk. Het is een geluid dat spaarzaam wordt versierd met extra instrumenten, maar zowel de subtiele basis vol geweldig gitaarwerk als de aangebrachte versieringen zijn van grote schoonheid en bovendien zeer functioneel. 

Door de aangename klanken dringt Ironbark zich heel makkelijk op, maar de nieuwe plaat van The Waifs heeft nog veel meer moois te bieden. Voorganger Beautiful You viel al op door bijzonder mooie mannen- en vooral vrouwenstemmen, maar op de nieuwe plaat van The Waifs klinken ze nog mooier en zorgen met name de mooie vrouwenstemmen ervoor dat Ironbark meer dan eens doet denken aan de klassiekers van Fleetwood Mac. 

Omdat de songs op de nieuwe plaat van The Waifs ook nog eens van hoog niveau zijn maar ook genadeloos vermaken, is Ironbark de afgelopen weken een steeds graag gezienere gast in mijn cd speler geworden. 

In eerste instantie had ik nog wel wat moeite met de speelduur, maar deze heeft het The Waifs ook mogelijk gemaakt om te experimenteren met verschillende geluiden en ook een aantal net wat minder aanstekelijke en zich langzaam voortslepende songs vol bezwering toe te voegen aan de plaat. Het zijn deze songs die uiteindelijk stevig bijdragen aan de kwaliteit van Ironbark. 

De afgelopen 25 jaar heb ik het meeste van The Waifs gemist, maar sinds ik het uitstekende Ironbark koester, weet ik dat ik echt helemaal niets meer van deze band wil missen. The Waifs zijn jarig en hebben een prachtig cadeautje gemaakt voor de muziekliefhebber. Ga dat horen. Erwin Zijleman

Ironbark van The Waifs is in Nederland niet makkelijk verkrijgbaar, maar kan wel in uiteenlopende formaten worden aangeschaft via de website van het kwaliteitslabel van de band: https://store.compassrecords.com/products/ironbark.



vrijdag 24 maart 2017

Quiles & Cloud - Shake Me Now

De muziek die Quiles & Cloud maken op Shake Me Now doet sterk denken aan de muziek die een jaar of wat geleden nog het etiket “progressive bluegrass” kreeg opgeplakt. 

Net als bijvoorbeeld Nickel Creek, The Duhks en natuurlijk Alison Krauss & Union Station maken Quiles & Cloud muziek die zich laat inspireren door betrekkelijk traditionele bluegrass, country en folk en die opvalt door een warm akoestisch geluid, virtuoos spel op uiteenlopende snareninstrumenten en mooie heldere vocalen. Het is muziek die vaak als braaf wordt bestempeld, maar ik hou er wel van. 

Quiles & Cloud is een duo uit San Francisco dat bestaat uit Maria Quiles en Rory Cloud. Rory Cloud kan uit de voeten op een aantal snareninstrumenten maar excelleert vooral op de akoestische gitaar, terwijl Maria Quiles is gezegend met een prachtig helder stemgeluid, dat af en toe wel wat doet denken aan Alison Krauss. 

Alle songs op Shake Me Now volgen een vergelijkbaar stramien. Mooi en warm klinkend akoestisch gitaarspel vormt de basis van de songs van Quiles & Cloud. Het is een betrekkelijk ingetogen basis, die verder incidenteel wordt ingekleurd met fraai vioolspel en ingenieus banjospel en wordt versterkt door de subtiele maar bijzonder functionele bijdragen van de staande bas. 

Het warme klankentapijt vormt een fraaie basis voor de bijzonder aangename en vaak bloedstollend mooie vocalen van Maria Quiles, die in de fraaie harmonieën gezelschap krijgt van Rory Cloud. 

De criticus zal beweren dat Quiles & Cloud wel erg netjes binnen de lijntjes van de wat brave “progressive bluegrass” kleuren, maar op een regenachtige avond of lome ochtend voldoet de sfeervolle muziek van het Californische duo uitstekend. 

Het is knap hoe de uiterst sobere instrumentatie er toch in slaagt om vol en warm te klinken. Het is minstens even knap hoe Maria Quiles je weet mee te slepen met haar mooie heldere stem. 

De muziek van Quiles & Cloud zit zoals gezegd dicht tegen die van Alison Krauss & Union Station en hun volgelingen aan, maar wanneer wordt gekozen voor een net wat minder gepolijst geluid, komt ook het unieke geluid van Gillian Welch binnen bereik. 

Omdat ik dit soort muziek over het algemeen wel kan waarderen, was ik vrij snel overtuigd van de kwaliteiten van het duo uit San Francisco, maar Shake Me Now is me sindsdien nog veel dierbaarder geworden. 

Zeker wanneer de zon begint te schijnen neemt de rustgevende werking van de muziek van Quiles & Cloud immers alleen maar toe en komt de kwaliteit van Shake Me Now steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte. Erwin Zijleman

Shake Me Now van Quiles en Cloud is in Nederland niet makkelijk verkrijgbaar, maar kan wel in uiteenlopende formaten worden aangeschaft via de website van het prachtige label van de band: https://store.compassrecords.com/products/shake-me-now.



donderdag 23 maart 2017

Depeche Mode - Spirit

Op deze BLOG is tot dusver nog geen enkele plaat van Depeche Mode besproken, maar de band wordt wel een keer of dertig aangehaald als belangrijke inspiratiebron of vergelijkingsmateriaal. 

Met de twee Depeche Mode platen die tijdens het bestaan van deze BLOG zijn verschenen (Sounds Of The Universe uit 2009 en Delta Machine uit 2013) had ik echter niet zo heel veel, maar alles dat de band tussen 1981 en 1993 maakte heb ik hoog zitten. Heel hoog zelfs. 


Speak & Spell, A Broken Frame, Construction Time Again, Some Great Reward, Black Celebration, Music For The Masses, Violator en Songs Of Faith And Devotion zijn allemaal platen waarmee de Britse band zich wist te onderscheiden van de concurrentie. Eerst door buiten de lijntjes van de elektronische muziek uit de jaren 80 te kleuren en later door deze elektronische muziek juist te verrijken met gitaren en andere invloeden uit de rockmuziek. 


Depeche Mode ontwikkelde zich sindsdien tot een van de betere live bands (waar in haar eerste jaren alles met de automatische piloot werd gedaan), maar de studioplaten deden me veel minder. 
Ik had dan ook geen hoge verwachtingen bij de eerste beluistering van Spirit, maar wat is het een overtuigende plaat geworden. 


Depeche Mode kijkt op Spirit naar de wereld en ziet dat het niet goed is. Trump, Brexit, de opkomst van populisme, de gelatenheid waarmee jongeren de wereld bekijken; het zijn maar een paar van de zaken waar Depeche Mode op Spirit stevig naar uithaalt. Het geeft de muziek van de band kracht en urgentie. 


In muzikaal opzicht heeft de band op haar nieuwe plaat een evenwicht gevonden tussen de synthpop waarmee het ooit groot werd, de donkere rockmuziek waarmee het uit het synthpop hokje brak en de zwaar aangezette industriële klanken van de laatste platen. Invloeden uit de hedendaagse elektronische dansmuziek verrijken het geluid van Depeche Mode nog wat meer. 


Producer James Ford (Simian Mobile Disco, Arctic Monkeys, Florence & The Machine) heeft Spirit voorzien van een machtig geluid waarin de ritmes vaak zwaar zijn aangezet, de synths luchtig mogen rondzweven en af en toe een vervormde gitaar opduikt. Op dit machtige geluid gedijen de opvallend sterke vocalen van Dave Gahan en Martin Gore uitstekend. 


Op Spirit serveert Depeche Mode zeker geen eenheidsworst. In iedere track imponeert de fraaie instrumentatie en hoewel Spirit er af en toe stevig inhakt, zijn er ook ruim voldoende rustpunten op de plaat te vinden en bevat de plaat  verder flink wat passages waarin stevig geëxperimenteerd wordt. 


In muzikaal opzicht wist Depeche Mode ook op haar vorige platen wel te overtuigen, maar de songs op deze platen vond ik niet zo aansprekend als in het verleden. Op Spirit zijn de songs weer van hoog niveau. Dat heeft voor een deel te maken met de urgentie die spreekt uit de politieke stellingname, maar Depeche Mode vindt op Spirit ook een fraai evenwicht tussen aanstekelijke songs en songs vol avontuur. 


Depeche Mode bestaat inmiddels al ruim 37 jaar, wat het frisse Spirit alleen maar extra glans geeft. Deze glans leek de afgelopen jaren op de plaat wat verdwenen, maar Spirit glimt en blinkt en komt ook nog eens verassend stevig binnen. Erwin Zijleman






woensdag 22 maart 2017

Adna - Closure

De Zweedse singer-songwriter Adna (Kadic) betoverde precies twee jaar geleden met het prachtige Run, Lucifer. 

Op deze in Berlijn opgenomen plaat combineerde Adna de donkere en stemmige klanken van de Zweedse winter met de felle lichten en het avontuur van het mondaine Berlijn. 

Run, Lucifer viel op door een bijzonder mooie en veelzijdige instrumentatie, een bijzondere stem en hele goede songs. 

Op haar nieuwe plaat Closure gaat Adna verder waar Run, Lucifer twee jaar geleden ophield, maar laat Adna ook horen dat ze gegroeid is. 

Ook Closure valt op door een instrumentatie die constant de balans zoekt tussen stemmige, donkere en atmosferische  klanken en een veel uitbundiger en soms wat meer pop georiënteerd geluid. 

Adna kiest over het algemeen voor een intieme basis van gitaren of piano en kleurt haar geluid vervolgens subtiel in met flink wat elektronica en percussie. Met name door de bijzonder fraaie gitaarlijnen doet Closure me meer dan eens denken aan de muziek van The Xx, maar de muziek van Adna bevat zowel ingehouden spanning als flinke uitbarstingen. 

Het is muziek die lastig in een hokje is te duwen. De muziek van de jonge Zweedse singer-songwriter is vaak ingetogen en atmosferisch, maar Adna flirt zo nu en dan ook met groots klinkende pop. Closure klinkt hierdoor af en toe verrassend aanstekelijk en doet dan wat denken aan de muziek van Birdy, maar Adna schuurt ook nog altijd tegen de aardedonkere muziek van de helaas wat uit beeld geraakte Soap & Skin aan, zeker wanneer melancholische pianoklanken de toon zetten. 

In muzikaal opzicht is het smullen, maar de meeste indruk maakt ook dit keer de stem van Adna. Het is een stem die alle kanten op kan en zich hierdoor lastig laat vergelijken. De Zweedse is nog een twintiger, maar vertolkt haar songs met opvallend veel emotie en doorleving, wat Closure een bijzondere lading geeft. 

Net als voorganger Run, Lucifer is ook Closure een plaat die je wat vaker moet horen. Ook dit keer was ik bij eerste beluistering vooral afgeleid door mijn onvermogen om de muziek van Adna in een hokje te duwen, maar eenmaal gewend aan de bijzondere songs op Closure, groeit de plaat, net als zijn voorganger, snel naar grote hoogten. 

Waar Run, Lucifer nog wel wat schoonheidsfoutjes bevatte, klopt op Closure vrijwel alles. Het is prachtig hoe de instrumentatie een unieke sfeer weet te creëren en zowel betovert als benevelt. Het is een sfeer die af en toe wat unheimisch aanvoelt, maar Closure is minstens net zo vaak wonderschoon. Ook de stem van Adna sorteert uiteenlopende effecten, maar kippenvel is bijna nooit ver weg. 

En zo heeft Adna een plaat gemaakt die aan de ene kant makkelijk heel groot kan worden, maar die aan de andere kant ook in de smaak zal vallen bij muziekliefhebbers die liever wat meer scherpe kantjes en avontuur horen in muziek. 

Ik vond Run, Lucifer twee jaar geleden prachtig, maar Closure is nog veel beter en is wat mij betreft een ongelooflijk knappe plaat van deze jonge Zweedse singer-songwriter. Erwin Zijleman





dinsdag 21 maart 2017

My Baby - Prehistoric Rhythm

Eind 2013 verscheen My Baby Loves Voodoo! van de Nederlandse band My Baby. Ik was zo onder de indruk van deze plaat dat hij een week later opdook in mijn jaarlijstje over 2013.

Ik heb de plaat voor de gelegenheid maar weer eens opgezet en werd direct weer weggeblazen door de broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues. Het is een mix die ik destijds vergeleek met de muziek uit de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dat is nogal wat voor een debuut (van een Nederlandse band). 


In het voorjaar van 2015 verscheen de tweede plaat van My Baby, Shamanaid. Weer was ik diep onder de indruk en wederom werd het jaarlijstje gehaald, maar de tweede van My Baby was zeker geen herhalingsoefening. My Baby koos dit keer voor wat minder feest en wat meer bezwering en stopte bovendien meer invloeden uit de swamp-blues, dub en wereldmuziek in haar muziek en dat klonk fantastisch. 


Inmiddels zijn we weer twee jaar verder en is het tijd voor de derde van My Baby. Op Prehistoric Rhythm verlegt de band wederom haar grenzen. De derde van My Baby borduurt absoluut voort op zijn twee voorgangers, maar legt ook weer flink andere accenten. Zo is er op Prehistoric Rhythm meer ruimte voor elektronica en zijn de invloeden uit de funk en de soul verrijkt met invloeden uit de moderne dansmuziek. Vergeleken met Shamanaid hebben de invloeden uit de wereldmuziek flink aan terrein gewonnen en hiernaast heeft My Baby de trippy psychedelica omarmd. 


Het levert een uniek geluid op. Het bijzondere aan het geluid op Prehistoric Rhythm is dat My Baby werkelijk van alles door elkaar gooit en van de hak op de tak springt, maar het uiteindelijk nergens een zooitje wordt. Het ene moment word je beneveld door psychedelische klanken vol Oosterse en Arabische mystiek, het volgende moment zijn er de harde en stuwende beats van de westerse dansvloer. 


Ondertussen strooit de Nieuw Zeelandse gitarist Daniel 'Dafreez' Johnston nog altijd volop met heerlijke bluesy gitaarriffs, zijn de ritmes van Joost van Dijck inventief en doeltreffend en imponeert Cato van Dijck met soulvolle vocalen die als een orkaan op je af kunnen komen, maar ook lieflijk kunnen strelen. 


Persoonlijk vind ik Prehistoric Rhythm het interessantst wanneer het tempo wat lager ligt, de muziek flink bezwerend is, heel af en toe wordt geput uit de archieven van de triphop en vooral stevig wordt geëxperimenteerd met exotische invloeden, waaronder hier en daar ook nog een flinke impuls uit de Afrikaanse woestijnrock. Maar ook als My Baby kiest voor stuwende beats of moderne elektronica, blijft de muziek van de Amsterdamse band interessant en anders. 


My Baby wist op Shamanaid de sterke punten van het debuut te behouden, maar wist ook te groeien en te vernieuwen. Met Prehistoric Rhythm herhaalt de band dit kunstje. Alles dat My Baby Loves Voodoo! en Shamanaid zo mooi en bijzonder maakte is ook te horen op de derde plaat van de band, maar wederom is My Baby gegroeid en heeft het haar al zo bijzondere geluid nog wat unieker gemaakt. Het plekje in mijn jaarlijstje is gereserveerd, maar een plaat als deze moet wat mij betreft ook de rest van de wereld gaan veroveren. 


Er is de laatste weken veel gezeurd over de Nederlandse identiteit. Daarbij denk ik vooral aan spruitjes en “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg”. Geef mij de smeltkroes van My Baby maar. Wat een heerlijke plaat weer. Erwin Zijleman






maandag 20 maart 2017

Lloyd Cole - In New York, box-set

Bijna twee jaar geleden verscheen een fraaie box-set met al het werk van Lloyd Cole & The Commotions (Collected Recordings, 1983-1989). 

De Britse band maakte met Rattlesnakes (1984) voor mij één van de meest memorabele platen van de jaren 80, maar ook opvolgers Easy Pieces (1985) en Mainstream (1987) bleken veel beter dan de recensies in de jaren 80 deden vermoeden. 


De box-set van Lloyd Cole & The Commotions is daarom nog altijd een graag geziene gast in mijn cd-speler. Maar er is natuurlijk meer. 


Lloyd Cole begon in 1988 aan een solocarrière en heeft inmiddels een flinke stapel platen zonder de Commotions op zijn naam staan. Het zijn platen die ik ten tijde van de release lang niet allemaal heb opgepikt, maar het oeuvre van de Britse muzikant blijkt qua niveau verassend consistent. 


De afgelopen jaren heeft Lloyd Cole zich toegelegd op het maken van behoorlijk experimentele elektronische muziek (het kwartje is bij mij eerlijk gezegd nog niet gevallen), maar ik hoor hem persoonlijk toch het liefst in aanstekelijke gitaarpop met diepgang en melancholie. 


Het is gitaarpop die volop is te horen op het deze week verschenen In New York. In New York, ondertitel Collected Recordings 1988-1996, verzamelt het eerste solowerk van Lloyd Cole. 


De Brit vertrok na het uit elkaar vallen van zijn band naar New York, waar hij met een aantal gelouterde muzikanten de studio in dook. Het resulteerde in 1990 in het titelloze solodebuut, dat op de eerste schijf van deze box-set te vinden is. 


Het solodebuut van Lloyd Cole trok in 1990 niet heel veel aandacht, maar is een razend knappe plaat vol songs die niet onder doen voor de beste songs van Lloyd Cole & The Commotions. 


Lloyd Cole borduurt op zijn eerste soloplaat nadrukkelijk voort op de muziek van zijn band, al zijn de songs net wat meer ingetogen, is er meer aandacht voor subtiele accenten, zingt de Brit wat beter en bekijkt hij het leven bovendien door een net wat minder donkere bril dan in het verleden. 


Ook het in 1991 verschenen Don't Get Weird On Me Babe is een verrassend sterke plaat. Op deze plaat gaat Lloyd Cole in een aantal tracks verder met het maken van even aangename als prikkelende gitaarpop, maar de Brit verrast ook met een zwaarder aangezet en rijk georkestreerd geluid. 


Bad Vibes had in 1993 moeten zorgen voor de definitieve doorbraak van Lloyd Cole in de Verenigde Staten, maar de plaat deed uiteindelijk niet zoveel. De plaat doet me nu nog veel minder, want ondanks het feit dat met de songs niets mis is, staat de productie of overproductie me flink tegen. 


Op Love Story uit 1995 kiest Lloyd Cole gelukkig weer voor de gitaarpop die we van hem kenden. Love Story klinkt op het eerste gehoor zonniger dan we van de Brit gewend zijn, maar dat is maar schijn en zeker in de teksten overheersen de donkere wolken. Love Story is net als de eerste twee soloplaten van Lloyd Cole een sterke plaat. 


Op de vijfde schijf van New York vinden we het ‘lost album’ van Lloyd Cole, Smile If You Want To. De songs op de plaat zouden uiteindelijk opduiken op de volgende platen van de Brit, maar zoals het op In New York staat was het oorspronkelijk bedoeld. 


Ik heb geen idee waarom de plaat destijds niet werd uitgebracht, maar aan de kwaliteit van de songs heeft het niet gelegen. Ook op de vijfde schijf van In New York strooit Lloyd Cole driftig met geweldige songs. Een zesde cd met demo’s is aardig, maar het beste hebben we op dat moment wel gehad. 


Lloyd Cole werd overladen met superlatieven voor het briljante Rattlesnakes, maar hierna was de koek kennelijk op. Volkomen ten onrechte, want In New York staat vol met geweldige popsongs van een niveau dat maar weinig songwriters gegeven is. Schijfje 3 en schijfje 6 zal ik vooral in de verpakking laten, maar de overige vier zijn werkelijk wonderschoon. En ook in het huidige millennium maakte Lloyd Cole nog minstens een handvol uitstekende platen. 


Ik zag de goede man onlangs opduiken in een lijstje met eendagsvliegen, maar ik weet inmiddels wel beter. Ook In New York is weer een parel in de platenkast, naast dat ook al zo fraaie boxje van twee jaar geleden. Erwin Zijleman






zondag 19 maart 2017

Conor Oberst - Salutations

Conor Oberst is bekend van bands als Bright Eyes, Desaparecidos en Monsters Of Folk en is inmiddels al enkele decennia de spin in het web van de bijzondere muziekscene van Omaha, Nebraska. 

Dat heeft hem een hoop goedwillende fans opgeleverd, maar er zit helaas ook altijd wel een kwaadwillende tussen. 


Dat merkte Conor Oberst in de winter van 2013, toen een minderjarige fan hem beschuldigde van verkrachting. In de zomer van 2014 gaf deze ‘fan’ toe dat ze het verhaal uit haar duim had gezogen, maar de wereld van Conor Oberst stond inmiddels wel op zijn kop. 


Met flink wat geestelijke en fysieke klachten dook Conor Oberst in februari 2016 de studio in en 48 uur later stonden de songs van wat later dat jaar Ruminations zou worden op de band. Toen de plaat in oktober verscheen, kon ik er niet goed mee uit de voeten. Het was me allemaal veel te donker of zelfs deprimerend, maar de songs bevielen me wel, zeker toen ik wat meer gewend was geraakt aan de aardedonkere plaat. 


Conor Oberst had zelf misschien ook wel wat twijfels over het eindresultaat, want op het nog geen half jaar na Ruminations verschenen Salutations zijn de tien songs van Ruminations in een nieuw jasje gestoken. 


Waar Conor Oberst de songs in eerste instantie in zijn uppie opnam, dook hij dit keer met een flinke band de studio in. Het is niet zomaar een band, want met namen als The Felice Brothers, Jim James, Gillian Welch, M. Ward, Blake Mills, Jonathan Wilson levende drum legende Jim Keltner mag best van een sterrenbezetting worden gesproken. 


Door de aanwezigheid van een hele batterij geweldige muzikanten komen de voor een deel al bekende songs op Salutations stuk voor stuk tot leven. In muzikaal opzicht is Salutations stevig geïnspireerd door het jaren 70 werk van Bob Dylan en de platen van The Band, maar zeker wanneer het tempo wat wordt opgevoerd of de hoeveelheid melancholie toeneemt hoor ik ook vaak wat van The Pogues (en soms wat van The Clash). 


Conor Oberst had voor Ruminations minder dan 40 minuten nodig. Voor de 10 songs van deze plaat en de zeven nieuwe songs wordt dit keer bijna 70 minuten uitgetrokken en dat is misschien wel wat veel van het goede. Het eerste half uur zit ik keer op keer op het puntje van mijn stoel en sleept Salutations zich van hoogtepunt naar hoogtepunt, maar op een gegeven moment verslapt de aandacht wat. 


Het heeft niet zo veel te maken met de kwaliteit van de songs, want die blijft hoog, maar vooral met de intensiteit en de energie van de muziek op Salutations, want wat je er uit haalt moet je er ook instoppen. 


In muzikaal opzicht is het vooral smullen van de gitaren en van het werkelijk fenomenale drumwerk van ouwe rot Jim Keltner, die misschien speelde met alle groten der aarde maar desondanks als een jonge hond tekeer gaat, maar ook de zang van Conor Oberst vind ik dit keer verassend sterk. 


Ruminations is het voor mij nog steeds niet helemaal (al vind ik de plaat wel beter dan in oktober), maar Salutations is fantastisch. De productiviteit van Conor Oberst ligt al heel lang op een onwaarschijnlijk niveau, waardoor onmogelijk alles goed kan zijn, maar deze nieuwe plaat overtuigt in nagenoeg alle opzichten. Misschien is het iets te lang, maar bij beluistering in delen valt uiteindelijk alles op zijn plek. Indrukwekkend. Zeer indrukwekkend zelfs. Erwin Zijleman






Chuck Berry 1926-2017


Chuck Berry. Ver voor mijn tijd, maar zonder Chuck Berry was veel van de muziek waar ik mee ben opgegroeid er waarschijnlijk niet geweest. Aan het eind van de jaren 50 maakte de muzikant uit St. Louis, Missouri, muziek die aan de basis stond van alle rockmuziek die zou volgen. In zijn songs van 2 a 3 minuten vermengde Chuck Berry op unieke wijze invloeden uit de op dat moment heersende genres. Hij voorzag die songs vervolgens van memorabele gitaarriffs en teksten die het "ik hou van jou en blijf je trouw" niveau ontstegen. Alle rockgoden uit de jaren 60 en 70 moeten gekwijld hebben toen ze voor het eerst de muziek van Chuck Berry hoorden. Een volgende grootheid uit de geschiedenis van de popmuziek heeft ons verlaten. Chuck Berry, rest in peace. Erwin Zijleman

zaterdag 18 maart 2017

Tamikrest - Kidal

Het zijn mooie tijden voor de liefhebbers van de Noord-Afrikaanse woestijnrock, want een paar weken na de release van de nieuwe plaat van Tinariwen, duikt ook Tamikrest weer op met een nieuwe plaat. 

Tamikrest stond voor mij altijd wat in de schaduw van Tinariwen, maar met Chatma leverde de vanuit Mali opererende band in 2013 een plaat af die wat mij betreft moet worden geschaard onder het beste dat de woestijnrock tot dusver heeft voortgebracht. 

Op haar nieuwe plaat eert Tamikrest haar historische thuisbasis; Kidal. 

Kidal is een plaats in Noord-Mali en ligt midden in de Zuidelijke Sahara. Het was in het verleden één van de belangrijke culturele, commerciële en strategische centra van de Toeareg, maar momenteel is het vooral een broeinest van moslim extremisme. Kidal is ook de plek waar Tamikrest ooit werd geformeerd, wat het eerbetoon aan de voormalige thuisbasis van de band voorziet van nog wat extra emotionele lading. 

In muzikaal opzicht borduurt het in Bamako opgenomen Kidal voort op zijn voorganger. In de bakermat van de Mali blues werd de band bijgestaan door producer Mark Mulholland en David Odlum (die in het verleden verantwoordelijk was voor de mix van een aantal platen van Tinariwen). De Schot en de Ier hebben Kidal voorzien van een fantastisch klinkend geluid, maar verder is Tamikrest gelukkig vooral zichzelf gebleven. 

Ook op Kidal staat het zo kenmerkende gitaargeluid uit de Noord-Afrikaanse woestijnrock centraal. Het is bluesy gitaarspel vol Afrikaanse invloeden dat zich op ingenieuze wijze door de bezwerende ritmes op de plaat heen slingert. 

Net als op Chatma kiest Tamikrest ook op Kidal weer vooral voor zich langzaam voortslepende songs. Het zijn songs waarin de gitaren zorgen voor de spanning, terwijl de lome ritmes en de soms bijna hypnotiserende vocalen zorgen voor de bezwering. 

Waar gitaarsolo’s in de westerse rockmuziek bijna altijd garant staan voor spierballenvertoon, zijn de gitaristen van Tamikrest meesters in het creëren van heerlijke dromerige en vaak wat psychedelisch aandoende gitaartapijten vol herhaling. 

Vergeleken met de vorige platen van Tamikrest zijn de vrouwenvocalen vrijwel volledig naar de achtergrond gedrongen, wat ik persoonlijk jammer vind. Tamikrest kruipt hierdoor wat dichter tegen Tinariwen aan, maar doet al lang niet meer onder voor de voormalige grote broer. 

Het is bijzonder hoe onze, of in ieder geval mijn westerse oren gewend zijn geraakt aan de muziek uit de Noord-Afrikaanse woestijn. Wat ik een jaar of 15 geleden nog bijzonder exotisch vond klinken en wat toen bovendien nadrukkelijk tegen de haren instreek, voorziet de hectiek van onze samenleving nu onmiddellijk van de broodnodige rust. Het is de rust die Tamikrest uiteindelijk weer hoopt te vinden in haar thuisbasis Kidal, maar dat zal helaas nog wel wat tijd gaan vragen. 

Tamikrest imponeerde ruim drieënhalf jaar geleden met het bijzonder fraaie Chatma en levert nu met Kidal een plaat af die de status van de band bevestigd. Het is vandaag weer even herfst in Nederland, maar met Kidal uit de speakers en de ogen dicht ben je even in Kidal, waar het vandaag onbewolkt is en de temperatuur oploopt richting een graad of 40 (Celsius). Rustig aan dus en genieten maar. Erwin Zijleman





vrijdag 17 maart 2017

Temples - Volcano

De Britse band Temples was drie jaar geleden, mede dankzij flinke inspanningen van de Britse muziekpers, een stevige hype. 

Daar loop ik meestal met een grote boog omheen, maar op alle superlatieven die voor het debuut van de band uit het Engelse Kettering uit de kast werden getrokken, viel echt maar heel weinig of zelfs helemaal niets af te dingen. 

Sun Structures omschreef ik, mede geïnspireerd door een aantal vergelijkingen in de Britse muziekpers als 'The Beatles die met Syd Barrett en Ravi Shankar de studio in zijn gedoken om de psychedelische muziek van de komende decennia op te nemen'. 

Temples kende op Sun Structures haar klassiekers maar keek ook vooruit. Mede dankzij het succes van het debuut van de band, kon Temples de tijd nemen voor haar tweede plaat, maar nu deze er dan eindelijk is, blijft het verrassend stil. 

Ik weet wel waar dat aan ligt, want ik vond Volcano bij eerste beluistering eerlijk gezegd flink tegenvallen. Waar het debuut van de band betoverde met heerlijk zweverige klanken, die voor een belangrijk deel uit de jaren 60 leken weggelopen, klinkt Volcano op het eerste gehoor vooral hedendaags. 

Voor haar tweede plaat heeft Temples een flinke greep gedaan uit de kast met synthesizers, waardoor Volcano veel elektronischer klinkt dan zijn voorganger. De nieuwe plaat van Temples klinkt niet alleen anders door de inzet van elektronica, maar laat zich ook beïnvloeden door andere genres. 60s psychedelica lijkt, zeker op het eerste gehoor, als belangrijkste inspiratiebron vervangen door een behoorlijk bonte mix van vooral synthpop en neo-psychedelica. 

Temples stond op haar vorige plaat met minstens één been in de jaren 60, maar schuurt nu nadrukkelijk tegen bands als The Flaming Lips en Mercury Rev aan. Door de overdaad aan synths en de hoge vocalen doet het bij eerste beluistering wat kitscherig aan, maar wat veel erger is, is dat de songs op Volcano bij mij in eerste instantie totaal niet bleven hangen. 

De tweede plaat van Temples ging aan mij voorbij zonder dat ik er veel bij voelde, ook al klonk het af en toe best lekker. Dit alles speelde een aantal weken geleden, toen het volop herfst was en de lente nog ver weg leek. 

Volcano klonk de afgelopen dagen echter totaal anders. Bij alle zonnestralen van de laatste dagen kwamen de elektronische klanken op Volcano tot leven en bleek er opeens heel veel moois te schuilen in de nieuwe songs van Temples. 

Opeens hoorde ik wel weer volop invloeden uit de psychedelica uit de jaren 60 en hoorde ik naast de bovengenoemde invloeden uit de synthpop en neo-psychedelica bovendien flink wat invloeden uit de progrock. 

Volcano blijft een flink andere plaat dan zijn zo bejubelde voorganger, maar het is wel degelijk een plaat vol moois, die de zonnestralen nog wat aan kracht laat winnen en de laatste wolkjes wegblaast. 

Zo indrukwekkend als Sun Structures vind ik het nog steeds niet, maar heb ik de laatste tijd psychedelische muziek die de zon zo heerlijk laat schijnen als Volcano? Nee. Erwin Zijleman