donderdag 18 januari 2018

Anderson East - Encore

Ik was in de zomer van 2015, toch wel enigszins tot mijn verrassing, zeer te spreken over het debuut van de jonge Amerikaanse singer-songwriter Anderson East. 

Ik ben normaal gesproken niet direct overtuigd wanneer soulzangers hun uiterste best doen om de soulmuziek uit een ver verleden nauwkeurig te reproduceren en op mijn hoede wanneer het ook nog eens blanke soulzangers betreft (een vooroordeel, ik weet het), maar Delilah van Anderson East was een hele knappe plaat. 

De uit Athens, Alabama, afkomstige blanke soulzanger met een gitzwarte strot eerde op Delilah de muzikale tradities van zijn geboortegrond en maakte een plaat die klonk als de legendarische soulplaten die in de jaren 60 in het nabijgelegen Muscle Shoals werden gemaakt. Er zijn er meer muzikanten die dat doen, maar het debuut van Anderson East stak er een flink stuk bovenuit

De fraaie soulstem van de Amerikaan speelde op Delilah een belangrijke of zelfs essentiële rol, maar ook de geweldige muzikanten op de plaat en de fantastisch klinkende productie van de veelgevraagde Dave Cobb tilden Delilah een flink stuk boven het maaiveld uit. Met het vorige week verschenen Encore keert Anderson East terug en ook de tweede plaat van de Amerikaanse muzikant is een hele knappe plaat. 

De singer-songwriter uit Alabama, die tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee, opereert, kon wederom een beroep doen op sterproducer Dave Cobb, wist een aantal uitstekende muzikanten naar de studio te lokken (ze;fs Ryan Adams levert een mooie solo af) en schreef zijn songs dit keer samen met een aantal prima collega songwriters, onder wie de zeer getalenteerde Natalie Hemby (check haar prachtplaat Puxico uit 2017), Chris Stapleton, Dave Cobb en zelfs Ed Sheeran (die voor één track aanschoof). 

Ook Encore is weer diep geworteld in de Southern Soul zoals die in de jaren 60 in het diepe zuiden van de Verenigde Staten werd gemaakt, maar Anderson East schuift dit keer ook wat op in de richting van de rhythm & blues die bijvoorbeeld Van Morrison in het verleden maakte. 

Encore klinkt als een plaat die decennia geleden werd gemaakt, maar dit is geen moment storend, integendeel. Anderson East kent overduidelijk zijn klassiekers, maar de soulsongs van de Amerikaan komen stuk voor stuk uit het hart. 

Ook op Encore staat de Amerikaan weer garant voor zang die je bij de strot grijpt en deze zang krijgt extra glans door het geweldige soul, rhythm & blues en gospel geluid dat zijn band neerzet. Het is een geluid waarin alles raak is en iedere noot is voorzien van gevoel en soul.

Enige liefde voor oude soul is noodzakelijk om van Encore van Anderson East te kunnen houden, maar als deze liefde er is, is Encore een plaat die je makkelijk omver blaast. Anderson East is tegenwoordig misschien een kind van Nashville, maar in muzikaal opzicht komt hij nog altijd uit het allerdiepste Zuiden van de Verenigde Staten. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman





woensdag 17 januari 2018

Rosemary & Garlic - Rosemary & Garlic

Rozemarijn en knoflook is een combinatie die in het in de keuken uitstekend doet (bijvoorbeeld bij aardappels of bij lamsvlees), maar ook in de muziek levert het fraaie resultaten op. 

Rosemary & Garlic is een Nederlands duo dat bestaat uit zangeres Anne van den Hoogen en toetsenist Dolf Smolenaers. Het tweetal bracht een paar jaar geleden een bijzonder veelbelovende EP (The Kingfisher) uit, maar hierna was het helaas lang stil rond Rosemary & Garlic. 

Het tweetal heeft daarom wel in alle rust kunnen werken aan het debuut van Rosemary & Garlic en dat (titelloze) debuut is nu verschenen. 

Rosemary & Garlic maakt op haar debuut vooral uiterst ingetogen muziek, maar het is muziek vol toverkracht. In de subtiele instrumentatie staat de piano van Dolf Smolenaers centraal. De stemmige pianoklanken zorgen voor een sfeervol klankentapijt en het is een klankentapijt waarin de heldere stem van Anne van den Hoogen uitstekend gedijt. Het is een stem die herinnert aan die van de folkies uit vervlogen tijden, maar hier en daar hoor ik ook een vleugje Tori Amos, maar dan (gelukkig) wel Tori Amos die niet wordt geplaagd door demonen. 

De muziek van Rosemary & Garlic sluit aan bij de Britse folk van lang geleden, maar heeft ook iets mysterieus of zelfs iets mystieks. In de meest folky moment heeft de muziek van het Nederlandse duo vooral raakvlakken met de prachtplaten van Nick Drake, maar Rosemary & Garlic kan ook opschuiven richting de dromerige muziek van The Cocteau Twins of richting de new age van Enya. 

Het Nederlandse duo bestrijkt hierdoor een breed palet, maar slaagt er ook in om een consistent eigen geluid neer te zetten. Het Nederlandse tweetal noemt haar muziek zelf “an ode to dreamers, to nature, to the imaginary” en dat snijdt hout. 

De muziek van Anne van den Hoogen en Dolf Smolenaers doet het uitstekend op de achtergrond en voorziet stille ochtenden en kille avonden van veel sfeer en warmte, maar Rosemary & Garlic maakt ook muziek die je uit wilt pluizen. Wanneer je wat beter luistert hoor je dat de fraaie pianoklanken worden gecombineerd met subtiel ingezette elektronica en akoestische instrumenten, die extra lagen en onderhuidse spanning toevoegen aan de muziek van Rosemary & Garlic. 

Zeker liefhebbers van folk zullen zich snel thuis voelen in het bijzondere geluid van het Nederlandse tweetal, maar ook muziekliefhebbers die pure folk vaak net wat te pastoraal en plechtig vinden klinken (en ik reken mezelf op zijn minst enigszins tot deze categorie) kunnen makkelijk vallen voor de bijzondere muziek van Rosemary & Garlic. 

Het titelloze debuut van Anne van den Hoogen en Dolf Smolenaers kreeg mij te pakken toen ik de plaat voor het eerst met de koptelefoon had beluisterd en werd meegezogen naar een sprookjeswereld van grote schoonheid. Het is een sprookjeswereld die voorzichtig aansluit bij die van andere Nederlandse bands als Nancy Brick en Sommerhus, waardoor deze plaat voor mij zomaar kan uitgroeien tot een jaarlijstjesplaat, al is daarover beginnen natuurlijk echt te vroeg. Het zegt echter veel over de bijzondere schoonheid van de muziek van Rosemary & Garlic. Erwin Zijleman





dinsdag 16 januari 2018

Young Dreams - Waves 2 You

Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat de Noorse band Young Dreams debuteerde met het werkelijk geweldige Between Places. 

Op haar debuut greep de band uit het Noorse Bergen nadrukkelijk terug op de muziek uit de hoogtijdagen van The Beach Boys en The Free Design, maar verwerkte het ook op buitengewoon knappe wijze elektronische invloeden uit het heden. 

Het leverde een plaat op die AllMusic.com inspireerde tot het volgende citaat: “The album sometimes amazingly sounds as if the Zombies had reunited in 1980 for an album produced by the Buggles' Trevor Horn, resulting in a joyful, 50-minute orgasm of chamber pop jubilation”. 

Zelf kwam ik niet verder dan “Young Dreams slaagt er op Between Places in om bijna onverenigbare genres met elkaar te verbinden en weet haar unieke geluid ook nog eens te verpakken in briljante popliedjes, die niet alleen de fantasie blijven prikkelen, maar je ook nog eens ongelooflijk gelukkig maken”. 

Mooie woorden dus in 2013, maar ik was het debuut van Young Dreams al lang weer vergeten en veerde ook niet direct enthousiast op toen ik de naam van de band tegen kwam in de lijst met de releases van de afgelopen week. Gelukkig werden net op tijd de juiste verbindingen in het geheugen gelegd en verdween Waves 2 You niet direct weer uit het zicht. 

De Noorse band heeft de tijd genomen voor haar tweede plaat en dat is te horen. Ik was persoonlijk best tevreden geweest met nog een keer meer van hetzelfde, maar de band rond de Noorse muzikant Matias Tellez had de lat hoger liggen. 

Ook Waves 2 You laat zich weer beluisteren als een tijdreis door een aantal decennia popmuziek, maar waar Young Dreams de vorige keer kris kras door de tijd sprong, heeft het alle invloeden nu geïntegreerd in één geluid dat zowel tijdloos als modern klinkt. 

Het is een geluid dat zich niet makkelijk laat beschrijven. Waves 2 You doet me in muzikaal opzicht af en toe denken aan de beste platen van Marvin Gaye of de platen van Paul McCartney en John Lennon uit de jaren 70, maar de plaat put ook duidelijk uit de archieven van de 80s synthpop en is de invloeden uit de 60s, die zo’n belangrijke rol speelden op het debuut van de band, ook niet helemaal vergeten. 

De flarden uit het verleden worden op bijzondere wijze gecombineerd met de elektronica van bands als Air en Daft Punk en met Flaming Lips en MGMT achtige neo-psychedelica uit het heden, waardoor er op Waves 2 You geen duidelijk tijdstempel valt te drukken. 

Ik heb inmiddels al een aantal invloeden genoemd, maar met slechts een handvol namen of invloeden doe je Waves 2 You enorm tekort. Young Dreams herinnert op haar tweede plaat aan heel veel namen in mijn goedgevulde platenkast, maar sleept er nog veel meer bij, waardoor je bij iedere track weer op het puntje van je stoel zit.

De Noorse band is zeker niet vies van schaamteloos toegankelijke en zelfs wat kitscherige elektronische popliedjes, maar laat zich ook inspireren door de parels uit de geschiedenis van de popmuziek. Bij eerste beluistering klinkt het misschien nog wat te fragmentarisch en eclectisch, maar wanneer je Waves 2 You vaker hoort vallen de bijzondere puzzelstukjes steeds beter en steeds mooier in elkaar. 

Young Dreams kon in 2013 rekenen op hele mooie woorden in meerdere recensies en verdient deze mooie woorden ook dit keer. Waves 2 You is immers een bijzondere plaat vol moois dat langzaam maar zeker tot volle wasdom komt. Erwin Zijleman

Waves 2 You van Young Dreams kan worden verkregen via de bandcamp pagina van de band: https://youngdreams.bandcamp.com/album/waves-2-you.



 

maandag 15 januari 2018

Dolores O'Riordan 1971-2018

De Ierse band The Cranberries bracht vorig jaar een plaat met nieuwe versies van oud materiaal  uit, maar zelf ken ik de band eigenlijk vooral van de drie uitstekende platen die halverwege de jaren 90 werden uitgebracht.

Everybody Else Is Doing It, So Why Can't We? (1993), No Need To Argue (1994) en To The Faithful Departed (1996) lieten een bijzonder rockgeluid vol dynamiek horen. In muzikaal opzicht misschien niet eens zo heel opzienbarend, maar gelukkig was er de stem van Dolores O'Riordan. 

De Ierse zangeres zong zoals maar heel weinig andere zangeressen deden, waardoor de muziek van The Cranberries anders klonk dan die van andere bands. Soms zwoel en verleidelijk, soms ook om bang van te worden, maar altijd intens. Het tilde de platen van The Cranberries tot grote hoogten.

Ik was ergens halverwege de jaren 90 in Vietnam op vakantie en had een cassettebandje met wat nieuwe muziek bij me. De Vietnamese taxichauffeur, die een grote Amerikaan uit de late jaren 60 bestuurde, speelde het met stevig volume af en vond het allemaal prachtig. Tot Zombie uit de speakers kwam. Hij schudde wat met zijn hoofd en moest toen hard lachen. 

Als ik Zombie de laatste jaren voorbij hoorde komen op de radio zag ik nog steeds het bijzondere Vietnamese landschap aan me voorbij trekken en was er ook steeds weer het gezicht van de verbaasde of misschien zelfs wel verbijsterde taxichauffeur. 

Het waren de enige keren dat ik nog dacht aan Dolores O'Riordan, tot ik eerder vanavond las dat ze plotseling is overleden, slechts 46 jaar oud. Ik zet Zombie nog maar eens op en treur over de zoveelste bijzondere muzikant die ons in ontvallen. Erwin Zijleman

The Academic - Tales From The Backseat

2017 was zeker niet het jaar van de energieke gitaarmuziek van een stel jonge honden, maar in 2018 lijkt het roer om te gaan. 

Je hoort het bijvoorbeeld op Tales From The Backseat van de Ierse band The Academic. De band uit het midden in het land gelegen dorp Mullingar bracht de afgelopen jaren al een aantal veelbelovende singles uit, maar komt nu dan eindelijk met haar officiële debuut op de proppen. 

De bandnaam suggereert misschien nog even dat we te maken hebben met muzikanten die dieper willen graven en niet zomaar kiezen voor de makkelijkste weg, maar de eerste noten van het debuut van de Ierse band nemen alle twijfel weg. 

De leden van de band zijn de schoolbanken nog maar net ontgroeid en zingen bij voorkeur over zaken als vakantie, drank en vooral meisjes. De luchtige teksten van The Academic zijn vervolgens verpakt in songs die zich laten inspireren door de gitaarmuziek die in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten al sinds de vroege jaren 60 wordt gemaakt, al slepen de Ieren er vergeleken met de meeste van hun soortgenoten flink wat andere invloeden bij. 

Zo duikt direct in de openingstrack een basloopje op dat herinnert aan de hoogtijdagen van de postpunk van New Order, sluiten veel songs aan bij het memorabele debuut van The Strokes en zo verrast vrijwel iedere song op de plaat met invloeden uit een andere periode waarin de Britse en Amerikaanse gitaarbands de popmuziek domineerden. 

Het maakt Tales From The Backseat in muzikaal opzicht interessant, maar op Tales From The Backseat draait uiteindelijk alles om het plezier. De songs van de Ierse band zijn zo aanstekelijk als maar kan en strooien driftig met geweldige melodieën en catchy refreinen, die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten. 

Nu heeft de muziek van Ierse bands altijd wat wel wat weemoedigs, maar op het debuut van The Academic schijnt alleen maar de zon. Tales From The Backseat werd opgenomen in het zonnige Los Angeles en dat hoor je in de songs van The Academic, die de wereld door een roze bril bekijken. Het maakt van Tales From The Backseat een plaat die ik maar heel lastig kan weerstaan. Gelukkig hoeft dat niet. 

Het maken van volstrekt tijdloze gitaarsongs lijkt op voorhand geen hele lastige klus omdat er talloze goede voorbeelden voorhanden zijn, maar probeer het maar eens. The Academic jaagt er in iets meer dan een half uur tien deze van deze volstrekt tijdloze gitaarsongs doorheen en de een is nog beter dan de ander. 

Veel van de songs hebben een punky energie, maar The Academic voegt ook flink wat pop toe aan haar songs. Het zijn bovendien songs die in muzikaal opzicht steeds weer iets leuks te bieden hebben, waarbij met name het veelkleurige gitaarwerk er in positieve zing uitspringt. 

Met Tales From The Backseat van The Academic uit de speakers is het een half uur feest en het is een feestje dat ook na talloze keren horen leuk blijft. In 2017 was de spoeling in dit genre zoals gezegd dun, maar 2018 begint met een plaat die de lat in het genre direct bijzonder hoog legt. Erwin Zijleman



zondag 14 januari 2018

Black Rebel Motorcycle Club - Wrong Creatures

Black Rebel Motorcycle Club, ook bekend als B.R.M.C., debuteerde helemaal aan het begin van het huidige millennium met een plaat die voornamelijk teruggreep op de donkere rockmuziek uit de jaren 80 en 90. 

Met haar eerste paar platen wist de band uit San Francisco een groot publiek te bereiken, maar na het in 2010 verschenen Beat The Devil’s Tattoo was de rek er wat uit. 

Vervolgens kreeg de band ook nog eens te maken met persoonlijke tegenslagen, waaronder de dood van de vader van zanger Robert Levon Been en de ziekte van drumster Leah Shapiro. 

De dood van Michael Been, ook bekend als zanger van de Amerikaanse band The Call, stond centraal op het in 2013 verschenen en aardedonkere Specter At The Feast, terwijl de naweeën van de ziekte van de inmiddels gelukkig weer herstelde Leah Shapiro de deze week verschenen nieuwe plaat van Black Rebel Motorcycle Club van wat extra zwart en grijs hebben voorzien. 

Wrong Creatures verschijnt na een stilte van vijf jaar en is zeker niet onthaald als één van de grote releases van het nog prille muziekjaar 2018. Ik had zelf eerlijk gezegd ook geen hele hoge verwachtingen, maar Wrong Creatures is een verrassend sterke plaat. 

Wrong Creatures is minder rauw dan de eerste platen van de band, waarop B.R.M.C. zich flink liet inspireren door de platen van bands als The Jesus And Mary Chain, My Bloody Valentine en Ride. De plaat bevat een aantal stevige songs, maar de band uit San Francisco neemt ook met grote regelmaat gas terug op Wrong Creatures. 

Zeker in de meer ingetogen en atmosferisch klinkende songs doet de muziek van Black Rebel Motorcycle Club wel wat denken aan het beste van The Verve en aan de door Brian Eno geproduceerde platen van U2 uit de jaren 80. Dat klinkt misschien wat belegen, maar de aan U2 herinnerende sound op Wrong Creatures is een stuk spannender en urgenter dan het recente werk van de Ierse band zelf. 

B.R.M.C. laat zich op haar nieuwe plaat door veel meer bands beïnvloeden en zeker ook door zichzelf. Ik hoor flarden van vrijwel alle vorige platen van de band, maar uiteindelijk hoor ik het misschien nog wel het meest van Echo & The Bunnymen, zeker wanneer B.R.M.C kiest voor donkere klanken en het invloeden uit de postpunk nadrukkelijk omarmt. 

Hier blijft het niet bij, want de band uit San Francisco maakt op haar nieuwe plaat ook geen geheim van haar liefde voor donkere blues en flirt ook nog eens met elektronische popmuziek, met stoner-rock en met psychedelisch aandoende klanken en doet dit steeds in songs die tot de verbeelding spreken en de fantasie prikkelen. Het zijn bovendien songs die blijven hangen en die groeien.

Ook in 2018 zal weer intensief  worden gezocht naar jonge Britse en Amerikaanse gitaarbands die de juiste snaar weten te raken, maar de inmiddels niet meer zo jonge honden van Black Rebel Motorcycle Club mogen nog zeker niet worden afgeschreven. Ik had het niet verwacht, maar Wrong Creatures is een goede rockplaat. Een hele goede rockplaat zelfs. Erwin Zijleman





zaterdag 13 januari 2018

Clara Engel - Stars, Reptiles, Microorganisms / Songs For Leonora Carrington / Vigils

Op deze BLOG besteed ik zo nu en dan aandacht aan het werk van de Canadese muzikante Clara Engel. 

De muzikante uit Toronto, Ontario, brengt al haar muziek in eigen beheer uit en doet dit wanneer ze daar zin in heeft. Het levert soms een compleet album op, soms een enkele song en soms iets dat er tussen in zit. 

Ook in muzikaal opzicht gaat het inmiddels behoorlijk omvangrijke oeuvre van Clara Engel alle kanten op en heeft ze met bijvoorbeeld Ashes & Tangerines uit 2014 en Visitors Are Allowed One Kiss uit 2016 platen afgeleverd die kunnen worden gekarakteriseerd als singer-songwriter platen. Het zijn singer-songwriter platen die ver boven het maaiveld uitsteken. 

Het aan het begin van 2018 verschenen Stars, Reptiles, Microorganisms is zeker geen singer-songwriter plaat. Op de eerste plaat van Clara Engel in het nieuwe jaar trakteert de muzikante uit Toronto de luisteraar op improvisaties op de elektrische gitaar. Verwacht geen scheurende solo’s, maar ruimtelijk klinkende gitaarlijnen, die met enige fantasie in het hokje ambient kunnen worden geduwd. Stars, Reptiles, Microorganisms hoort hiernaast thuis in het hokje minimal music, want de gitaarlijnen op de plaat blijven zich herhalen, waardoor de muziek een bezwerend effect krijgt. 

De heldere en ruimtelijke gitaarlijnen hebben bovendien een rustgevend effect, want de bijzondere muziek van Clara Engel nodigt dit keer zeker uit tot wegdromen, waarbij de flinke variatie op de plaat zorgt voor mooie en afwisselende dromen. Bijzondere muziek.


Het is misschien net wat te zware kost voor de gemiddelde liefhebber van singer-songwriter muziek, maar die komt weer aan zijn of haar trekken bij het beluisteren van het vorig jaar verschenen Songs For Leonora Carrington. 

Het ruime half uur aan muziek op deze plaat is geïnspireerd door het werk van de surrealistische Brits-Mexicaanse kunstenares en was in eerste instantie vooral bedoeld als aanvulling op een bijzonder fraai boekje met door haar werk geïnspireerde tekeningen. 

Songs For Leonora Carrington is in muzikaal opzicht echter zeer interessant. Clara Engel heeft de songs over de eigenzinnig kunstenares die vanaf de jaren 30 van de vorige eeuw invloedrijk was, voorzien van zich langzaam voortslepende en over het algemeen subtiele klanken. 

Het zijn klanken die worden gedomineerd door de bijzondere gitaarlijnen die ook op Stars, Reptiles, Microorganisms te horen zijn, maar dit keer heeft Clara Engel ook een ritmesectie, een dreigend pomporgel, fluit en haar bijzondere stem toegevoegd. 

Het levert songs op die onmiddellijk onder de huid kruipen en vervolgens nog lang aan schoonheid, kracht en intensiteit blijven winnen. Clara Engel heeft op Songs For Leonora Carrington het bezwerende van Patti Smith en het mystieke van Cocteau Twins, maar de psychedelische folk van de Canadese muzikante klinkt ook zo anders dat vergelijken zinloos is. Dat Songs For Leonora Carrington behoort tot de vergeten parels van 2017 is voor mij inmiddels zeker. 


Eerder in 2017 bracht Clara Engel ook nog het net geen kwartier durende Vigils uit. 

De muziek op Vigils maakte ze in de maand tussen de ontdekking van een terminale ziekte bij haar vader en het overlijden van haar vader. 

Net als Stars, Reptiles, Microorganisms bevat Vigils vooral improvisaties op de elektrische gitaar, maar dit keer klinken ze een stuk donkerder en weemoediger. 

Het is op het eerste gehoor wat zware kost, maar uiteindelijk openbaart de schoonheid zich ook op Vigils redelijk makkelijk. 

Dit keer laat Clara Engel de zang overigens niet helemaal achterwege en krijg je als luisteraar een prachtige cover van Angel Of Death van Hank Williams cadeau. 

Clara Engel dwingt inmiddels al enkele jaren respect af met haar eigenzinnige wijze van muziek uitbrengen en haar hoge productie, maar alles dat ze maakt is ook nog eens erg mooi. Ik ben vooral erg onder de indruk van Songs For Leonora Carrington, maar ook de twee (grotendeels) instrumentale platen mogen er zijn. Alle reden om het bijzondere werk van deze Canadese muzikante eens te ontdekken. Erwin Zijleman

De muziek van Clara Engel is te beluisteren op en te verkrijgen via haar bandcamp pagina: https://claraengel.bandcamp.com. Voor een schijntje koop je haar hele oeuvre. De versie van Songs For Leonara Carrington met het fraaie het boekwerk is hier te krijgen: https://wistrec.com/wist-ed-004/.

 



vrijdag 12 januari 2018

The Bullfight - Whisper In The Dark For Me: A Live Livingroom Recording

In de jaren 70 was het de kroon op het werk van een band, maar het live-album heeft de afgelopen decennia veel van zijn glans verloren. 

Het is ook wel logisch, want waar het (dubbele) live-album in de jaren 70 naast schaarse concerten de enige manier was om de muzikale helden live aan het werk te horen, staan live registraties nu al op YouTube voor je goed en wel thuis bent na een concert. 

Live albums vallen daarom tegenwoordig meestal in de categorie achterhaald en overbodig en mede daarom heb ik Whisper In The Dark For Me van The Bullfight een tijd laten liggen. 

Het is zonde, want Whisper In The Dark For Me van The Bullfight is zeker geen standaard live-album. De ondertitel van de plaat luidt A Live Livingroom Recording en dat is precies wat het is. 

Waar een band er in grote arena’s opgenomen live-albums nog makkelijk een schepje bovenop kan doen, is het spelen in een woonkamer een hele andere discipline. Het is een discipline waar singer-songwriters over het algemeen aardig mee uit de voeten kunnen, maar het leek me op voorhand niets voor een band als The Bullfight. 

De Rotterdamse band maakte de afgelopen jaren een aantal hele bijzondere platen en het zijn platen die een belangrijk deel van hun kracht ontlenen aan de intensiteit en dynamiek van het geluid van de band en aan de vooral donkere tinten die de Rotterdamse band in haar muziek verwerkt. Probeer dat maar eens tussen de schuifdeuren van een woonkamer te vertolken; het leek me op voorhand een weinig kansrijke missie. 

Ik heb The Bullfight de afgelopen jaren meerdere malen het best bewaarde geheim uit de Nederlandse popmuziek genoemd en ook met Whisper In The Dark For Me weet de band me weer te verbazen. 

Voor het woonkamer concert van The Bullfight werden de songs van prachtplaten als One Was A Snake (2006), Stranger Than The Night (2010), La Chasse (2015) en Shame, Guilt, Deception (2017) voorzien van meer ingetogen arrangementen, waarin de strijkers dit keer de gitaren domineren. 

De instrumentatie op Whisper In The Dark For Me is stemmig, maar nog altijd licht explosief, waardoor The Bullfight de spanning en dynamiek in haar muziek heeft weten te behouden. De meeste dynamiek en intensiteit komt in de Haagse woonkamer echter uit de stem van Nick Verhoeven. 

Het is een stem waar je in eerste instantie aan moet wennen, maar na enige gewenning is de combinatie van met name Nick Cave en Stuart Staples (Tindersticks) een hele bijzondere. Nick Verhoeven gooit tussen de schuifdeuren zijn ziel en zaligheid in zijn vocalen, wat prachtig combineert met de uiterst subtiele instrumentatie. 

Ook in muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken met de muziek van Nick Cave en Tindersticks, maar ook de namen van mijn persoonlijke held Gavin Friday en een aantal gedaanten van Howe Gelb (Giant Sand, OP8) moeten worden genoemd. 

Ik ben de afgelopen jaren zeer gehecht geraakt aan de prachtige songs op de platen van The Bullfight, waardoor Whisper In The Dark For Me enerzijds een feest van herkenning is, terwijl de Rotterdamse band anderzijds een aantal gloednieuwe songs heeft gecreëerd door het roer flink om te gooien in de arrangementen. 

Whisper In The Dark For Me leek me op voorhand wat overbodig, maar wat is het een mooie en bijzondere plaat geworden. De prachtsongs van The Bullfight verdienen wat mij betreft een tocht langs talloze Nederlandse woonkamers, maar als dat er niet in zit is deze hele bijzondere live-registratie een waardig alternatief. Indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman

De platen van The Bullfight kunnen ook worden verkregen via het label van de band: http://brandyalexander.nl/index.php/bar-shop.






donderdag 11 januari 2018

Grayson Capps - Scarlett Roses

De Amerikaanse singer-songwriter Grayson Capps maakte een jaar of tien geleden een aantal prima platen en leek uit te groeien tot een vaste waarde binnen de Amerikaanse rootsmuziek. 

Na een aantal platen werd het echter stil rond de singer-songwriter die opgroeide in Alabama maar zijn thuis vond in New Orleans, al dook hij een paar jaar geleden met onder andere meestergitarist Will Kimbrough nog wel op in de ‘supergroep’ Willie Sugarcapps. 

In december kwam er gelukkig een einde aan de stilte rond Grayson Capps en verscheen er eindelijk weer eens een plaat van de Amerikaanse muzikant. 

Scarlett Roses werd in slechts twee dagen opgenomen in de eigen studio van Grayson Capps in Alabama en werd geproduceerd door echtgenote en muzikante Trina Shoemaker, multi-instrumentalist Corky Hughes en Grayson Capps zelf. Grayson Capps nodigde een aantal bevriende muzikanten uit in zijn studio en zo te horen had iedereen er zin in. 

Scarlett Roses is een lekker veelzijdige rootsplaat en het is een rootsplaat vol scherpe randjes. Die scherpe randjes hoor je in het bij vlagen lekker stevige en vaak bluesy gitaarspel op de plaat, maar ook de rauwe strot van Grayson Capps zorgt voor een geluid dat een stuk minder gepolijst is dan op de meeste andere platen in het genre. 

De vorige platen van Grayson Capps werden allemaal in het hokje Americana geduwd en ook Scarlett Roses past prima in dit hokje. Het is Americana met invloeden uit de folk en de country, maar Grayson Capps heeft absoluut een zwak voor bluesrock en rootsrock. Hier blijft het niet bij, want de nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikant flirt ook nadrukkelijk met psychedelica (luister maar eens naar het ruim 8 minuten durende prijsnummer Taos, waarin Grayson Capps laat horen dat hij een geweldig gitarist is) en met al het andere moois dat het diepe Zuiden van de Verenigde Staten heeft bijgedragen aan de Amerikaanse rootsmuziek. 

Ook op zijn nieuwe plaat vertelt Grayson Capps weer mooie verhalen over het leven in het Zuiden van de Verenigde Staten. Het zijn verhalen die hier en daar wat dieper kunnen graven, maar Grayson Capps schaamt zich ook niet voor songs over bier, vrouwen en ouder worden. 

De plaat werd zoals gezegd in slechts twee dagen opgenomen en die snelheid is de kwaliteit van de plaat alleen maar ten goede gekomen. Scarlett Roses klinkt rauw, energiek en ongepolijst en komt daarom vrij makkelijk binnen bij een ieder die de Amerikaanse rootsmuziek een warm hart toedraagt. 

Zelf ben ik in ieder geval blij met de terugkeer van de Amerikaanse singer-songwriter. Grayson Capps doet op Scarlett Roses precies waar hij zelf zin in heeft en  het levert een ijzersterke rootsplaat op die er lekker stevig inhakt. Erwin Zijleman

Scarlett Roses van Grayson Capps is, in meerdere formaten, verkrijgbaar via zijn website: https://royalpotatofamily.com/product/grayson-capps-scarlett-roses/.



woensdag 10 januari 2018

Songbelt - Unforetold

Precies vijf jaar geleden maakte ik kennis met de muziek van de Brabantse band Sleepwater. De band rond de broers Ad en Wil Opstals maakte met het prachtige Sunwritten direct een onuitwisbare indruk. 

De uit 2012 stammende plaat, die op bijzondere of zelfs onnavolgbare wijze Amerikaanse rootsmuziek en Britse gitaarpop wist te combineren, is nog altijd het laatste wapenfeit van Sleepwater, maar de band bestaat nog steeds. 


Een jaar na mijn kennismaking met Sunwritten van Sleepwater, dook Wil Opstals op met zijn andere band, Songbelt. Ook Unanswered van Songbelt bleek een uitstekende plaat. 


Vergeleken met de muziek van Sleepwater was de muziek van Songbelt wat dieper geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek, maar Unanswered verraste ook met beeldende klanken en met invloeden uit de psychedelica. 


Zowel de plaat van Sleepwater als die van Songbelt heb ik een paar jaar geleden veel te lang laten liggen en dat heb ik ook weer gedaan met de nieuwe plaat van Songbelt, die al in de herfst van 2017 verscheen. 


De band begon al in 2015 met het opnemen van Unforetold en heeft de tijd genomen voor de nieuwe plaat. Dat hoor je, want muziek van Songbelt straalt rust uit. Net als de vorige plaat van de band is ook Unforetold geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek en dit keer heeft de Brabantse band gekozen voor behoorlijk ingetogen en akoestische klanken. 


Songbelt maakte meters tijdens een sessie in de Ardennen, maar nam de plaat verder in Brabant op. Veel bands in dit genre wijken uit naar het diepe Zuiden van de Verenigde Staten of naar de Californische woestijn om het juiste geluid te vinden, maar Songbelt vond haar variant op de Amerikaanse rootsmuziek gewoon rond de Drunense duinen, waar het overigens prachtig is. 


Veel songs op de plaat hebben genoeg aan een akoestische gitaar en aan de aangenaam klinkende stem van Wil Opstals, maar hier en daar worden ook onder andere vrouwenstemmen, een mondharmonica, percussie en een dwarsfluit ingezet. De laatste voorziet Unforetold van een geluid met flarden 60s en 70s en een vleugje psychedelica, maar verder kleurt Songbelt vooral binnen de lijnen van de Amerikaanse rootsmuziek en hoor ik met name bewondering voor het werk van Neil Young en voor het werk van Uncle Tupelo, dat de enige cover op de plaat heeft aangedragen. Als je goed luistert hoor je echter ook dat Wil Opstals bewondering heeft voor het werk van Nick Cave, wat de muziek van Songbelt voorziet van wat donkere tinten.


Songbelt houdt het tempo zoals gezegd laag op Unforetold, waardoor de plaat een bijna rustgevende uitwerking heeft. Op hetzelfde moment beschikken de songs van de Brabantse band over voldoende diepgang om te blijven boeien en doet de plaat niet onder voor vergelijkbare platen die in de Verenigde Staten in het genre worden gemaakt. 


Omdat het tempo laag ligt duurt het misschien wel even voordat Songbelt je echt te pakken heeft met haar muziek, maar als dat eenmaal gebeurd is, laat Unforetold je niet makkelijk meer los en winnen de songs van de Brabantse band flink aan kracht. 


Unforetold is al met al de derde voltreffer van Wil Opstals, die zich wat mij betreft nu weer mag richten op Sleepwater, want het dit jaar al weer zes jaar oude Sunwritten schreeuwt om een opvolger. Tot die tijd valt er genoeg te genieten op Unforetold van Songbelt, dat de aandacht van alles Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek verdient. Erwin Zijleman


Unforetold van Songbelt kan worden verkregen via de bandcamp pagina van de band: https://songbelt.bandcamp.com. Met een beetje geluk is nog een fysiek exemplaar te bemachtigen via een bericht aan songbelt@live.nl. 




 

dinsdag 9 januari 2018

Whale And The Village - Second

Ik krijg ieder jaar vele jaarlijstjes van lezers van deze BLOG toegestuurd, maar er zijn er niet veel waarin ik vrijwel geen enkele plaat ken. 

Lijstjes verzinnen met platen die ik niet ken is niet eens zo bijzonder, maar wat wel bijzonder is dat ik in dit specifieke jaarlijstje altijd een aantal platen ontdek die ik echt niet hadden willen missen. 

In het jaarlijstje dat me eind vorig jaar al de nieuwe plaat van Eleanor McEvoy opleverde, was de eerste plaats gereserveerd voor Second van Whale And The Village en dat zei me werkelijk niets.

Dat is ook niet zo gek, want Whale And The Village is een band uit het Finse Turku en het is een band die het vooralsnog met bescheiden aandacht uit de rest van de wereld moet doen. Dat moet haast wel gaan veranderen want Whale And The Village maakt op haar tweede plaat muziek die een breed publiek moet kunnen betoveren en veroveren. 

Zangeres Irene Jussila, gitarist en percussionist Petteri Granberg en snarenwonder Lauri Haario (gitaar, banjo, mandoline), inmiddels aangevuld met bassist Antto Ilvonen, maken op Second muziek waarvan je alleen maar heel erg vrolijk van kunt worden. Het is muziek met invloeden uit de folk en de Americana, maar de Finse band heeft ook een enorm zwak voor aanstekelijke pop. 

Net als bijvoorbeeld Mumford & Sons en The Lumineers maakt Whale And The Village banjo folk die fris en aanstekelijk klinkt, maar de Finse band heeft ook een duidelijk eigen geluid, dat hier en daar ook herinneringen oproept aan de droomdebuten van Edie Brickell en Fairground Attraction. 

Het eigen geluid is voor een belangrijk deel de verdienste van zangeres Irene Jussila, die op Second geweldig zingt. De zangeres uit Turku heeft soul, maar legt naast emotie ook flink wat plezier in haar stem en dat plezier draagt ze makkelijk over op de luisteraar. Irene Jussila kan flink uithalen, maar net zo makkelijk verleidelijk fluisteren, waardoor haar zang blijft betoveren.

De uptempo songs van Whale And The Village zitten niet alleen vol zonnestralen, maar ook boordevol energie, wat de muziek van de Finse band een enorme boost geeft. Whale And The Village grossiert op Second in heerlijke melodieën, onweerstaanbare refreinen en in klanken die het humeur heel veel goed doen. Waar bij met name Mumford & Sons de verveling bij mij heel snel toe staat, worden de frisse popliedjes van Whale And The Village alleen maar beter en onweerstaanbaarder. 

De band uit Turku heeft niet alleen een goed gevoel voor buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar Second zit ook nog eens razend knap in elkaar. Irene Jussila maakt zoals gezegd in vocaal opzicht flink wat indruk, maar ook in muzikaal opzicht is Second een ijzersterke plaat. 

Het snarenwerk op de plaat is geweldig, maar ook de bijdragen van bas, percussie en viool mogen er zijn. Ook de songs van de Finse band zijn van hoog niveau en afwisselender dan het bovenstaande suggereert. Alle songs van Whale And The Village zitten vol zonnestralen, maar de band uit Turku varieert flink met het tempo en met de verwerkte invloeden en schakelt hier en daar over naar pure rootsmuziek. 

Second van Whale And The Village is zo’n plaat die met een beetje geluk hele volksstammen aan zich weet te binden, maar voorlopig moet de Finse band het doen met bescheiden aandacht. Dat moet maar eens gaan veranderen, want dit is inderdaad een plaat die er in 2017 in positieve zin uit sprong. Erwin Zijleman

Second van Whale And The Village kan worden verkregen via cdbaby: https://store.cdbaby.com/cd/whaleandthevillage4.



maandag 8 januari 2018

Hugh Christopher Brown - Pacem

Pacem van Hugh Christopher Brown verscheen eind november al, maar raakte helaas wat ondergesneeuwd door het grote aantal releases van dat moment.  

De naam Hugh Christopher Brown deed bij mij overigens niet direct een belletje rinkelen, maar de Canadese muzikant produceerde de afgelopen jaren onder andere de debuten van Suzanne Jarvie en David Corley en dat zijn platen die ik hoog heb zitten. 

Als Chris Brown heeft de Canadees bovendien een flinke staat van dienst als (sessie)muzikant, als lid van de band Bourbon Tabernacle Choir en als gastmuzikant bij onder andere The Barenaked Ladies en The Tragically Hip. Zeker geen groentje dus.

Pacem is uitgebracht onder de naam Hugh Christopher Brown om verwarring met de Amerikaanse R&B ster Chris Brown te voorkomen en is een mooie en bijzondere plaat. De plaat opent helaas atypisch met het door klassiek zangeres Sherry Zbrovsky gezongen en wat plechtig aandoende Prayer of St. Ignatius. Een bijzondere en wat mij betreft ongelukkige keuze die flink wat snelle luisteraars mogelijk zal afschrikken, maar vanaf de tweede track treedt Hugh Christopher Brown zelf in de spotlights. 

De Canadese muzikant verrast dan met heerlijk warme klanken en een al even warm stemgeluid. Pacem sluit nadrukkelijk aan bij singer-songwriter platen van enkele decennia geleden en deed mij in eerste instantie vooral denken aan de klassiekers van Van Morrison. Uiteindelijk weet de Canadees zich echter met gemak te ontworstelen aan het verleden en maakt hij muziek die er in 2018 volop toe doet. 

Pacem laat goed horen dat Hugh Christopher Brown ook als producer actief is, want de plaat klinkt werkelijk geweldig. De warme en sfeervolle instrumentatie op de plaat is opgebouwd uit meerdere lagen die op fraaie wijze tegen elkaar aan schuren. De akoestische gitaar, de warm klinkende piano, de broeierige orgels, de subtiele ritmesectie en de bijdragen van onder andere strijkers, blazers en de pedal steel komen loepzuiver uit de speakers en vallen op door hun subtiliteit en trefzekerheid. 

Alle instrumenten komen bovendien loepzuiver uit de speakers en vullen de hele ruimte, waardoor het lijkt of Hugh Christopher Brown en zijn muzikanten de plaat bij je in de woonkamer zijn komen spelen. De warme en stemmige klanken passen prachtig bij de bijzondere stem van Hugh Christopher Brown, die zeer overtuigt als zanger. 

Kennelijk heeft de Canadees zelf wat minder vertrouwen in zijn zang, want in meerdere tracks op de plaat is een voorname rol weggelegd voor de vocalen van bevriende muzikanten als Kate Fenner, Sarah McDermott, Lloyd Ingraham en de al eerder genoemde David Corley en Suzanne Jarvie. Het draagt alleen maar bij aan de schoonheid, intensiteit en veelzijdigheid van Pacem, maar ook in zijn uppie zou Hugh Christopher Brown zich waarschijnlijk prima hebben gered. 

Toen ik eenmaal was begonnen aan Pacem (en bij de tweede track was aangekomen) veroverde de plaat razendsnel mijn hart. Pacem verwarmt je op koude winterdagen met muziek die aanvoelt als een warm haardvuur. Het is bovendien muziek die overloopt van gevoel en talent. 

Hugh Christopher Brown draait al geruime tijd mee, maar als solomuzikant vocht hij afgelopen november als veronderstelde debutant tegen een bijna onwerkelijke hoeveelheid releases. Pacem zal daarom voor menigeen zijn ondergesneeuwd, maar deze knappe en bij herhaling wonderschone plaat is echt veel te mooi om over het hoofd te zien. Erwin Zijleman

Pacem van Hugh Christopher Brown is verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://hughchristopherbrown.bandcamp.com/releases.



 

zondag 7 januari 2018

Tyler Childers - Purgatory

Tyler Childers werd geboren in de Appalachen en kreeg de traditionele Amerikaanse folk- en countrymuziek met de paplepel ingegoten. 

Vorig jaar werd de muzikant uit Kentucky in de Verenigde Staten geschaard onder de meest veelbelovende nieuwkomers en in 2018 moet Tyler Childers ook Europa aan zijn zegekar gaan binden. 

Purgatory, het in de zomer van 2017 verschenen debuut van Tyler Childers, kreeg deze week ook eindelijk een Nederlandse release en ik begrijp nu waarom ik de plaat in zoveel Amerikaanse jaarlijstjes tegen kwam. 

Purgatory werd geproduceerd door niemand minder dan Sturgill Simpson en met Sturgill Simpson hebben we direct ook relevant vergelijkingsmateriaal in handen. Ook Tyler Childers laat zich nadrukkelijk beïnvloeden door de Amerikaanse Outlaw countrymuziek uit de jaren 70, maar ook de traditionele folk en country die hij tijdens zijn jeugd leerde waarderen heeft een plekje gekregen in de muziek van de Amerikaan. 

Purgatory laat een wat traditioneel aandoend countrygeluid horen en het is een geluid waarin met name de viool de hoofdrol opeist. De combinatie van deze viool met gitaren, banjo, mandoline en pedal steel levert een vol maar ook ruimtelijk geluid op. Het is een geluid waarin ruimte is voor muzikaal vuurwerk, maar het is ook een geluid dat uiteindelijk in dienst staat van de stem van Tyler Childers, die is voorzien van een aangenaam rauwe strot. 

Om van Purgatory te kunnen genieten moet je bestand zijn tegen een flinke dosis traditionele Amerikaanse country, maar als je dit bent is het debuut van Tyler Childers een plaat die snel naar grote hoogten groeit. 

Net als de songs van de al eerder genoemde Sturgill Simpson en de songs van tijdgenoten als Chris Stapleton, Colter Wall, Brent Cobb, Corb Lund en in iets mindere mater Jason Isbell, klinken de songs van Tyler Childers volstrekt tijdloos. Purgatory had met enige fantasie ook 45 jaar geleden gemaakt kunnen worden, maar desondanks klinkt het debuut van de muzikant uit Lexington, Kentucky, geen moment gedateerd. 

Vergeleken met platen uit de jaren 70 verwerkt Tyler Childers overigens wel meer invloeden in zijn muziek, want naast invloeden uit de country en de folk, laat Purgatory ook invloeden uit onder andere de rock ’n roll en de western Swing horen. 

Het meest verslavend aan Purgatory vind ik persoonlijk de aangename flow die de plaat heeft. Laat Purgatory uit de speakers komen en je wordt bijna 40 minuten vastgehouden door de bijzondere songs van de jonge Amerikaan, die aan de hand van Sturgill Simpson en een aantal geweldige muzikanten ook nog eens een fantastisch klinkende plaat heeft gemaakt en een plaat die vol staat met prachtige verhalen over het leven op het Amerikaanse platteland. 

In de Verenigde Staten zoals gezegd vorig jaar al een jaarlijstjesplaat, voor mij een van de eerste sensaties van het prille muziekjaar 2018. Erwin Zijleman

Purgatory van Tyler Childers is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://ttchilders.bandcamp.com/releases.





   

zaterdag 6 januari 2018

Daniel Romano - Nerveless / Human Touch

Daniel Romano had er al flink wat jaren in de muziek op zitten toen hij in 2013 doorbrak met Come Cry With Me, waarop de Canadese muzikant op bijzondere wijze aan de haal ging met invloeden uit de traditionele countrymuziek. 

Daniel Romano werd onmiddellijk omarmd door de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar heeft het met name de puristen in deze groep sindsdien niet makkelijk gemaakt. 

Op het in 2015 verschenen If I've Only One Time Askin' bleef Daniel Romano de country nog redelijk trouw, maar op Mosey uit 2016 en op het vorig jaar verschenen Modern Pressure ging de muziek van de Canadees alle kanten op, met een duidelijke voorliefde voor psychedelische pop- en rockmuziek uit de jaren 60 en 70. 

Modern Pressure is nog geen jaar oud, maar Daniel Romano heeft over inspiratie kennelijk niet te klagen op het moment. Als ‘tussendoortje’ bracht de muzikant uit Welland, Ontario, deze week immers twee digitale albums uit. Nerveless en Human Touch zijn naar verluidt slechts tijdelijk beschikbaar (mogelijk slechts tot medio februari) via de bandcamp pagina van Daniel Romano en voegen in totaal 20 tracks toe aan het oeuvre van de Canadees. 

Laat ik eens beginnen bij Nerveless. Rootsliefhebbers die hopen op een wederopstanding van de liefde voor de countrymuziek kan ik direct teleurstellen. Op Nerveless spelen invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek geen enkele rol. Net als op Mosey en Modern Pressure domineren invloeden uit de popmuziek uit de jaren 60 en met name de jaren 70. 

Bij beluistering van Modern Pressure had ik vorig jaar al flink wat associaties met de muziek van John Lennon en dat is een associatie die ook weer opduikt bij beluistering van Nerveless, net als de associatie met de muziek van Tom Petty. Ook op Nerveless schuwt Daniel Romano de uitstapjes richting psychedelische pop en rock niet, maar de voorkeur van de Canadees gaat dit keer uit naar schaamteloos toegankelijke en volstrekt tijdloze popliedjes. Het klinkt hier en daar verrassend lichtvoetig, maar voor liefhebbers van popmuziek uit de jaren 70 klinkt het ook bijzonder lekker. 

Daniel Romano trekt op Nerveless een overvolle platenkast om en het is een platenkast vol moois. Het is momenteel ijskoud in Canada, waar Daniel Romano momenteel tourt, maar Nerveless klinkt voor het overgrote deel verrassend zonnig, zeker wanneer flarden Westcoast pop en invloeden van The Beach Boys opduiken. De eerste nieuwe plaat van Daniel Romano zal door de fans van het eerste uur niet erg worden gewaardeerd, maar ik vind Nerveless zeer de moeite waard. 


In een keer twee platen uitbrengen is meestal teveel van het goede, maar Nerveless en Human Touch zijn zeker niet inwisselbaar. 

Waar Daniel Romano op Nerveless vooral zonnige klanken en perfecte popliedjes laat horen, is Human Touch een behoorlijk ingetogen plaat met vooral akoestische klanken. 

Het zijn klanken die hier en daar wat opschuiven richting de Amerikaanse rootsmuziek, wat mogelijk toch weer openingen biedt voor de fans van het eerste uur. 

Human Touch doet me af en toe denken aan het meer ingetogen werk van Ryan Adams, verwijst nadrukkelijk naar het vroege werk van Bob Dylan en wanneer een vrouwenstem opduikt is zelfs de vergelijking met de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris niet helemaal te onderdrukken. 

Waar Nerveless de kamer direct vult met volle en zonnige klanken, is Human Touch een sobere en donkere plaat die zich minder makkelijk opdringt, maar de songs op de plaat groeien snel en krijgen na een paar keer horen een indringend of zelf bezwerend karakter. 

Nerveless en Human Touch zijn de eerste interessante releases van 2018 en het zijn releases die wat mij betreft veel meer zijn dan snel uitgebrachte tussendoortjes. Het illustreert nog maar eens hoe groot het talent van Daniel Romano is. Erwin Zijleman

Nerveless en Human Touch kunnen (naar verluidt tijdelijk) worden gedownload via de bandcamp pagina van Daniel Romano: https://danielromano.bandcamp.com/album/nerveless en https://danielromano.bandcamp.com/album/human-touch.