maandag 23 april 2018

David Kitt - Yous

Yous kwam David Kitt kwam een paar weken geleden al uit in Engeland, maar krijgt nu gelukkig dan ook de zo terechte Nederlandse release. Daarom nogmaals aandacht voor deze prima plaat, die in de tussentijd alleen maar aangenamer en interessanter is geworden.


De Ierse muzikant David Kitt debuteerde helemaal aan het begin van het huidige millennium met het bijzondere Small Moments. Op zijn debuut vermengde de Ierse singer-songwriter intieme en akoestische folk met elektronica, loops en voorzichtige beats. Het was destijds nog een bijzondere combinatie en de eerste plaat van David Kitt werd dan ook bejubeld in met name de gerenommeerde Britse muziektijdschriften. 

David Kitt perfectioneerde zijn bijzondere geluid op het een jaar na zijn debuut verschenen The Big Romance, dat in 2001 terecht opdook in de allerhoogste regionen van mijn jaarlijstje. 

Op het in 2004 verschenen Square 1 werd de hoeveelheid elektronica fors opgevoerd, maar op het in 2005 verschenen The Black And Red Notebook en Not Fade Away uit 2006 keerde David Kitt weer grotendeels terug naar het geluid waar hij mee jaren eerder was doorgebroken. Alle platen die David Kitt na The Big Romance maakte waren prima platen, maar het bijzondere was er wel wat af en ook de magie van zijn voorlopige meesterwerk was op de latere platen voor een belangrijk deel verdwenen. 

Na 2006 verloor ik David Kitt uit het oog en dat is ook niet zo gek, want de Ier verdween vrijwel volledig in de anonimiteit en bracht alleen in 2009 nog een plaat uit. Ik was daarom zeer aangenaam verrast toen ik zijn naam vorige week zag opduiken in de lijst met de nieuwe releases van deze week en gezien mijn enorme liefde voor The Big Romance, ben ik uiteraard onmiddellijk gaan luisteren naar Yous. 

Op zijn nieuwe plaat grijpt David Kitt deels terug op de platen waarmee hij ooit doorbraak, maar van een herhalingsoefening is zeker geen sprake. Net als op zijn eerste platen verwerkt David Kitt op Yous invloeden uit de traditionele akoestische folk en wederom combineert hij deze invloeden met subtiel ingezette elektronica, loops en beats. 

Door de mix van invloeden, maar vooral door de zo karakteristieke stem van David Kitt voelt Yous aan als een warm bad, maar het is een warm bad waaraan ook  nog wat subtiele extra’s zijn toegevoegd. Zo bestaat het akoestische klankentapijt niet alleen uit de warm klinkende akoestische gitaar van David Kitt, maar ook uit het fraaie vioolspel van Margie Jean Lewis, die een vleugje melancholie toevoegt aan het geluid van David Kitt en die de Ierse muzikant ook nog eens op fraaie wijze vocaal ondersteunt. 

Ik denk niet dat ik de afgelopen tien jaar naar de muziek van David Kitt heb geluisterd, maar sinds ik Yous uit de speakers heb laten komen, heb ik ook weer geluisterd naar de vorige platen van de Ierse muzikant en begrijp ik weer waarom ik deze platen ooit zo hoog had zitten. 

Ook Yous heb ik inmiddels hoog zitten. David Kitt maakt op zijn nieuwe plaat niet alleen indruk met mooie en intieme songs en een stem die de avond verwarmt, maar imponeert ook dit keer met een uiterst subtiele en hele bijzondere instrumentatie die de fantasie blijft prikkelen, maar die ook bijzonder aangenaam klinkt. 

David Kitt is lang weggeweest, maar haalt met Yous bijna uit het niets het niveau van zijn beste platen. En Yous is nog lang niet gestopt met groeien. Erwin Zijleman



Yous van David Kitt is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Ierse muzikant: https://davidkitt.bandcamp.com/album/yous.


   

  

zondag 22 april 2018

Ashley Monroe - Sparrow

De carrières van Kacey Musgraves en Ashley Monroe gaan tot dusver redelijk gelijk op. Ze maakten allebei al op hele jonge leeftijd een aantal platen die niet heel veel deden, werden beide een jaar of vijf geleden uitgeroepen tot grote belofte binnen de Nashville country(pop) en maakten in 2015 allebei een plaat die niet alleen in commercieel, maar ook in artistiek opzicht zeer geslaagd was. 

Ashley Monroe maakte voor het eerst indruk met het eind 2012 verschenen Like A Rose, maakte de belofte waar met het in 2015 verschenen The Rose en keert nu, een maand na de glorieuze terugkeer van Kacey Musgraves, terug met Sparrow. 

Kacey Musgraves en Ashley Monroe volgden ook in muzikaal opzicht lange tijd dezelfde weg, maar hebben op hun nieuwe albums verschillende keuzes gemaakt. Kacey Musgraves gaat op Golden Hour vol voor de pop, maar Ashley Monroe blijft op Sparrow de country trouw. Dat betekent overigens niet dat de plaat geen popinvloeden bevat, maar het countrygehalte ligt op Sparrow aanzienlijk hoger dan op de nieuwe plaat van Kacey Musgraves. 

Het is deels de verdienste van producer Dave Cobb, momenteel absoluut de meest gevraagde producer in Nashville en verantwoordelijk voor prachtplaten van onder andere Chris Stapleton, Amanda Shires, Jason Isbell en Mary Chapin Carpenter. Dave Cobb heeft Sparrow voorzien van een wat retro aandoend countrygeluid, dat af en toe zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, maar dat ook raakvlakken heeft met de Nashville countrypop van het moment. 

Het is een voornamelijk ingetogen en opvallend stemmig geluid, waarin flink wat strijkers worden ingezet, maar waarin ook bijzonder mooi en subtiel wordt gemusiceerd. Het staat allemaal in dienst van de mooie en heldere stem van Ashley Monroe, die op Sparrow laat horen dat ze behoort tot de beste zangeressen die Nashville momenteel rijk is. Omdat ze ook nog eens veel gevoel in haar stem legt zijn het bovendien vocalen die aankomen.

De oorspronkelijk uit Texas afkomstige singer-songwriter overtuigt niet alleen als zangeres, maar ook als songwriter. Sparrow staat vol met even tijdloze als eigentijdse songs, die zich makkelijk opdringen en al even makkelijk blijven hangen en die ook in tekstueel opzicht interessant zijn. Ashley Monroe kijkt op Sparrow terug op een jeugd die niet altijd makkelijk was door het op jonge leeftijd overlijden van haar moeder en vergeet de emotie niet. 

Door de inzet van heel veel strijkers doet het op het eerste gehoor misschien wat zoet en romantisch aan, maar de songs op de plaat winnen al snel aan kracht en blijven dit doen. Ashley Monroe is in Nederland misschien nog niet zo bekend als de inmiddels ook hier omarmde Kacey Musgraves, maar heeft een plaat gemaakt die alle aandacht verdient en die liefhebbers van country waarschijnlijk net wat beter zal bevallen dan die van haar tijdgenoot. Zelf ga ik nog een stap verder: Sparrow van Ashley Monroe is absoluut een van de beste rootsplaten van het moment. Erwin Zijleman

 

zaterdag 21 april 2018

Laura Veirs - The Lookout

Laura Veirs dook in 2001 voor het eerst op met het fascinerende The Triumphs And Travails Of Orphan Mae, waarop de Amerikaanse singer-songwriter nog avontuurlijk buiten de lijnen van de Americana kleurde. 

Sindsdien heeft de vanuit Portland, Oregon, opererende singer-songwriter een mooi, maar eerlijk gezegd ook oerdegelijk oeuvre opgebouwd. 

De laatste jaren was het wat stil rond Laura Veirs. Voor haar laatste soloplaat, Warp & Weft, moeten we bijna vijf jaar terug in de tijd, waarna het moederschap een tijd lang centraal stond, al bracht Laura Veirs in 2016 nog wel een plaat uit met Neko Case en k.d. lang (case/lang/veirs). 

Vorige week verscheen dan eindelijk een nieuwe soloplaat van Laura Veirs en The Lookout valt me zeker niet tegen. Ook voor The Lookout schoof echtgenoot Tucker Martine weer aan als producer, maar de nieuwe plaat van Laura Veirs is toch minder een herhalingsoefening dan ik op voorhand had verwacht. 

Laura Veirs is inmiddels de 40 gepasseerd en dat is een leeftijd waarop je je gaat afvragen of je wel de juiste dingen aan het doen bent om ook in de tweede helft een leuk leven te kunnen leiden. Dat heet in het ergste geval een midlife crisis, maar het kan natuurlijk ook gewoon twijfel zijn. 

Het is twijfel die doorklinkt in de teksten van The Lookout, maar in muzikaal en vocaal opzicht klinkt Laura Veirs nog zeer gedecideerd. The Lookout bevat voornamelijk ingetogen songs met een akoestische basis en invloeden uit de folk en de country, al slaat Laura Veirs ook altijd haar vleugels uit richting pop en rock. 

Ook op haar nieuwe plaat maakt Laura Veirs weer geen doorsnee deuntjes. Haar songs steken knap in elkaar, zijn niet altijd even makkelijk te doorgronden, maar maken je wel steeds nieuwsgierig naar hetgeen dat komen gaat. 

Echtgenoot Tucker Martine kun je het kunstje van het inkleuren van een plaat inmiddels wel toevertrouwen en ook op The Lookout levert hij een kunststukje af met bijzondere geluiden, buitengewoon stemmige klanken, verrassende uitstapjes en meerdere lagen die elkaar versterken. Laura Veirs maakt het af met mooie heldere vocalen (die soms wat lijken op die van Suzanne Vega), die de songs op de plaat net dat beetje extra geven dat nodig is om op te vallen. 

Ik moet toegeven dat ik The Lookout in eerste instantie geen hele verrassende plaat vond, zeker niet na een periode van stilte van bijna vijf jaar, maar het blijkt een groeiplaat vol hele mooie en hele intieme songs, waarin Laura Veirs vertelt over het leven van een moeder van 40. Het zijn songs die steeds aangenamer gaan klinken, maar het zijn ook songs die steeds meer moois laten horen, waardoor ik steeds nadrukkelijker moet concluderen dat Laura Veirs weer een prachtplaat heeft afgeleverd. Erwin Zijleman



 

vrijdag 20 april 2018

Ciaran Lavery - Sweet Decay

Gisteren twijfelde ik nog wat over de in brede kring geprezen plaat van Isaac Gracie, die momenteel over aandacht niet te klagen heeft. Gelijk met Isaac Gracie bracht de Noord-Ierse singer-songwriter Ciaran Lavery een nieuwe plaat uit en deze plaat heeft vooralsnog wel over aandacht te klagen. 

Het is doodzonde, want waar Isaac Gracie het nog vooral moet hebben van de belofte en een aantal goede songs, maakt de muzikant uit het kleine dorp Aghagallon in het Noord-Ierse county Antrim op Sweet Decay diepe indruk. 

Dat doet Ciaran Lavery overigens niet voor de eerste keer, want het in 2016 verschenen Let Bad In kreeg ook in Nederland goede recensies, terwijl zijn eerdere platen goed scoorden in zijn vaderland. Het ontging me vrijwel allemaal, maar toen de eerste noten van Sweet Decay uit de speakers kwamen was ik vrijwel onmiddellijk verkocht. 

Dat is in eerste instantie vooral de verdienste van de zang van de Noord-Ierse singer-songwriter. Ciaran Lavery zingt op zijn nieuwe plaat vol gevoel en vaak met hart en ziel. De Noord-Ierse muzikant beschikt bovendien over een bijzonder stemgeluid, dat hier en daar wel wat doet denken aan dat van de Britse muzikant Passenger of aan dat van de al weer wat uit beeld geraakte James Blunt. Waar die stemmen me na verloop van tijd wat tegen staan, is de zang van Ciaran Lavery op Sweet Decay wonderschoon. 

Het is niet alleen de stem van Ciaran Lavery die binnenkomt bij beluistering van de man’s nieuwe plaat, want ook zijn songs zijn prachtig. Het zijn stuk voor stuk tijdloze songs met vooral invloeden uit de folk en de pop, maar Ciaran Lavery sleept er ook nog wat andere invloeden bij. Het is momenteel dringen binnen de folkpop, maar Sweet Decay is veel beter dan vrijwel alle andere platen die dit label momenteel krijgen opgeplakt en is wat mij betreft ook wat te bijzonder voor dit hokje. 

Ciaran Lavery heeft zijn nieuwe plaat voorzien van stemmige en warmbloedige klanken en maakt indruk met ingetogen maar melodieuze songs, die zich genadeloos opdringen en die maar mooier en mooier worden. Direct bij eerste beluistering van Sweet Decay had ik het idee dat ik de plaat al jaren kende, wat alles te maken heeft met het tijdloze karakter van de songs van de Noord-Ierse muzikant, die met speels gemak een brug slaat tussen de vroege platen van Cat Stevens, Van Morrison in zijn meest romantische bui en de succesvolle singer-songwriters uit het heden. 

Het is niet eens zo makkelijk om te omschrijven wat zo bijzonder is aan de nieuwe plaat van Ciaran Lavery, maar ach wat is het mooi en indringend en wat bouwt de Noord-Ier de spanning in zijn songs mooi op. Kippenvelplaat. Van de eerste tot de laatste noot. Erwin Zijleman



 

donderdag 19 april 2018

Isaac Gracie - Isaac Gracie

Het debuut van Isaac Gracie roept momenteel zeer uiteenlopende reacties op. De een beweert dat de jonge Brit een nieuwe dimensie toevoegt aan het begrip saaiheid, terwijl de ander de jonge Brit vergelijkt met een aantal onbetwiste grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek. 

Ik heb het titelloze debuut van Isaac Gracie inmiddels een aantal keren beluisterd en wordt nog steeds wat heen en weer geslingerd. 

Natuurlijk is de vergelijking met grootheden als Jeff Buckley en zelfs Leonard Cohen totaal uit de lucht gegrepen en veel teveel eer, maar een slechte plaat is het debuut van Isaac Gracie zeker niet. 

Het is een debuut dat verrassend veel invloeden laat horen. Isaac Gracie grijpt hier en daar terug op de grote singer-songwriters uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 en laat ook invloeden horen uit de psychedelica uit deze periode. Aan de andere kant kan de Brit ook uit de voeten met net wat stevigere en intensere songs, kan hij aansluiten bij de Britpop van de afgelopen decennia en is hij soms ook niet ver verwijderd van al die jonge Britse singer-songwriters die het momenteel zo goed doen bij met name tienermeisjes. 

Het levert een aantal songs op die zeer in de smaak zullen vallen bij de radiostations die Ed Sheeran hebben uitgroepen tot held, maar ook een aantal songs die liefhebbers van tijdloze en in artistiek opzicht interessantere popmuziek zal boeien. 

Het debuut van Isaac Gracie is voorzien van een veelzijdig geluid dat kris kras door een aantal decennia popmuziek springt. Het is een bijzonder aangenaam geluid dat uitstekend past bij de prima stem van de Brit, die met deze stem alle kanten op kan. Isaac Gracie kan loom en dromerig klinken, kan stevig rocken, kan uit de voeten als typische singer-songwriter, maar heeft ook genoeg in huis om de jonge liefhebber van radiovriendelijke popmuziek te verleiden. 

Ik word zoals gezegd wat heen en weer geslingerd. Hier en daar vind ik het wat te gladjes en te braaf, maar zeker wanneer Isaac Gracie wat psychedelica toevoegt aan zijn muziek of kiest voor songs met wat meer gevoel, valt er veel te genieten en maakt de muzikant uit Londen wat mij betreft indruk, zeker in vocaal opzicht. 

Op de momenten dat Isaac Gracie nog niet zoveel indruk maakt klinkt zijn debuut vooral erg lekker en ook dat is wat waard. Ik blijf het daarom nog maar even proberen met het debuut van de jonge Brit en hoor steeds meer dat een plekje op deze BLOG rechtvaardigt. Voorlopig ga ik dus maar even mee in de hype rond deze jonge Brit. Erwin Zijleman



 

woensdag 18 april 2018

Juliana Hatfield - Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John

Toen Juliana Hatfield nog een heel klein meisje was playbackte ze met een haarborstel als microfoon de popsongs van Olivia Newton-John voor de spiegel in haar kinderkamer. 

De Amerikaanse singer-songwriter heeft inmiddels zelf een zeer respectabele stapel platen op haar naam staan, maar ze moest nog altijd wat met de kennelijk nooit verdwenen liefde voor de muziek van Olivia Newton-John. 

Zelf ben ik niet heel goed thuis in het oeuvre van de popster uit met name de jaren 70, wiens carrière een flinke boost kreeg door de film Grease, al wilde mijn zus net als Juliana Hatfield wel eens wat playbacken uit het oeuvre van de van oorsprong Britse zangeres, die in 1971 debuteerde en nog steeds platen maakt. 

Bij Olivia Newton-John denk ik vooral aan suikerzoete popliedjes en dat zijn popliedjes waar ook Juliana Hatfield niet vies van is, al voorziet ze deze meestal van een rauw en gruizig randje. Ook op Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John hoor ik af en toe een gruizig randje of net wat meer power pop dan in de jaren 70 gebruikelijk was, maar over het algemeen genomen blijft Juliana Hatfield verrassend dicht bij de originelen en vertolkt ze de songs van haar jeugdheld met opvallend veel liefde en respect. 

Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John is hierdoor minder rauw dan de laatste platen van de Amerikaanse singer-songwriter, waaronder het in 2017 verschenen Pussycat waarop ze stevig uithaalde naar de op dat moment net gekozen nieuwe president van de Verenigde Staten. De vertolkingen van de songs van Olivia Newton-John zullen daarom waarschijnlijk niet bij iedereen in de smaak vallen. 

Ik heb zelf zeker geen zwak voor de songs van de popprinses uit de jaren 70, maar ik heb wel een enorm zwak voor Juliana Hatfield en kan daarom toch wel genieten van deze nieuwe plaat, die we maar als tussendoortje zullen bestempelen. 

Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John kabbelt heerlijk voort, laat met grote regelmatig popliedjes horen die er mogen zijn en wordt natuurlijk aangenaam ingekleurd met de voor mij onweerstaanbare stem van Juliana Hatfield. Mede door de originele keuze voor in deze kringen niet alledaags repertoire, krijgt Juliana Hatfield ook dit keer een dikke voldoende, al moet ik zeggen dat de versie die Sarah Blasko ooit maakte van Olivia Newton-John’s Xanadu (met E.L.O.) nog veel en veel mooier is. Erwin Zijleman

Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Juliana Hatfield: https://julianahatfield.bandcamp.com. De opbrengst van de plaat gaat overigens naar het goede doel.



 

dinsdag 17 april 2018

Sarah Shook & The Disarmers - Years

Er zijn momenteel nogal wat jonge countryzangeressen die opgroeiden in een liefdevol en inspirerend nest vol goede muziek en die al op jonge leeftijd warm werden onthaald in Nashville om daar vervolgens ook direct succes te oogsten. 

Sarah Shook is uit totaal ander hout gesneden. Ze groeide op in een streng religieus gezin op het platteland van North Carolina, waar rebelse types als Sarah Shook niet werden getolereerd, zeker niet als ze er andere ideeën op nahielden over religie en seksualiteit en van deze ideeën geen geheim maakten. 

Via een huwelijk kon ze ontsnappen aan het strakke keurslijf en zich richten op haar passie: de muziek. 

Sarah Shook is inmiddels meerdere relaties verder en heeft nu al een ruig en niet altijd even makkelijk leven achter de rug, waarin de fles vaak troost bracht. In 2015 formeerde Sarah Shook in Pittsboro, North Carolina, haar begeleidingsband The Disarmers, wat in hetzelfde jaar het in eigen beheer uitgebrachte en niet heel breed opgepikte Sidelong opleverde. 

Het is een plaat die nu wordt opgevolgd door Years, dat een aantal flinke stappen in de goede richting zet en met name in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is onthaald met positieve recensies. Dat verbaast me niet, want Years is een erg sterke plaat. 

Het is een plaat die ver blijft verwijderd van de countrypop zoals die momenteel in Nashville wordt gemaakt en vol kiest voor de meer traditionele Amerikaanse countrymuziek. Het is countrymuziek vol invloeden uit de rock ’n roll en de honky tonk en het is countrymuziek die onmiddellijk beelden op het netvlies tovert van duistere clubs waarin het podium met kippengaas van de over het algemeen wat rauwe bezoekers is afgeschermd. 

Het is muziek zoals die al een aantal decennia wordt gemaakt en die op zeer vakkundige wijze wordt vertolkt door The Disarmers. De band van Sarah Shook biedt plaats aan een lekker energieke ritmesectie, maar ook de gitarist van de band kan er wat van en tovert zowel countryloopjes als rauwe rock ’n roll riffs uit zijn gitaren. 

Het levert muziek op vol passie en temperament en het is muziek die de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek in ere houdt. Ik vind het allemaal bijzonder lekker klinken, maar het meest ben ik toch gecharmeerd van de stem van Sarah Shook. De Amerikaanse muzikanten heeft op zich geen hele mooie of bijzondere stem, maar het is wel een stem vol gevoel en doorleving, die flink wat ellende over je heen spuugt. 

Het doet me allemaal wel wat denken aan de geweldige platen van de helaas wat in de vergetelheid geraakt Sarah Borges, maar Sarah Shook heeft vast ook talloze voorbeelden uit een verder verleden. 

Ik laat me normaal gesproken sneller verleiden tot wat moderne countrymuziek, maar de traditionele country van Sarah Shook & The Disarmers grijpt je vanaf de eerste noten van Years bij de strot en laat voorlopig echt niet meer los. Of, hoe de band zich zelf introduceert op haar bandcamp pagina" Sarah Shook & The Disarmers are a country band with a sneer, a bite, and no apologies. Shook's original songs take on the usual country spin on shitty relationships, bad decisions, and excessive alcohol consumption for damn good reasons". Prachtig. Erwin Zijleman

Years van Sarah Shook & The Disarmers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://sarahshookthedisarmers.bandcamp.com.



 

maandag 16 april 2018

Kissy Fleur - Ripened Fruit

Kissy Fleur is een jonge singer-songwriter die werd geboren in Nederland, opgroeide in het Australische Sydney, maar sinds kort weer is teruggekeerd in Nederland. 

De afgelopen drie jaar knutselde ze op haar slaapkamer haar debuutalbum in elkaar en dat heeft een buitengewoon opvallend en indrukwekkend album opgeleverd. 

Ripened Fruit valt allereerst op vanwege de thematiek. Het album vertelt het heftige verhaal van een jong meisje dat wordt verkracht en sluit hiermee aan bij de #MeToo beweging van het moment, die dit soort verhalen bespreekbaar maakt en de daders aanklaagt. 

Kissy Fleur vertelt het trieste verhaal van een jong meisje dat wordt getekend door seksueel geweld op bijzondere wijze en concentreert zich hierbij op alle emoties rond zo’n ingrijpende gebeurtenis. 

Ripened Fruit is een dromerige en soms bijna sprookjesachtige klinkende plaat, wat flink contrasteert met de aardedonkere thematiek. Kissy Fleur verpakt al het vreselijks dat de hoofdpersoon is overkomen in metaforen, wat de trefzekerheid van haar teksten uiteindelijk alleen maar vergroot en al het leed op de plaat net wat draaglijker maakt. 

De songs op de plaat zijn zoals gezegd dromerig en sprookjesachtig, maar het zijn ook songs vol muzikaal avontuur en songs waarin de emotie in een aantal gevallen flink opbouwt. Kissy Fleur heeft haar songs voorzien van atmosferische elektronische klanken, die vervolgens worden gecombineerd met klassiek aandoende arrangementen en het veelkleurige en betoverende geluid van haar harp. 

Het past uitstekend bij de dromerige en vaak wat meisjesachtige stem van Kissy Fleur, die op fascinerende wijze in de huid kruipt van de hoofdpersoon op Ripened Fruit; een hoofdpersoon die ze uiteraard best zelf kan zijn. 

In de songs wordt de spanning langzaam opgebouwd wanneer de voorgeschiedenis van het verhaal wordt verteld, wat Ripened Fruit voorziet van een bijzondere lading en onderhuidse spanning. Kissy Fleur trekt je steeds dieper in de bijzondere wereld die ze creëert op haar debuut, waardoor je steeds meer compassie voelt voor het slachtoffer en steeds meer afschuw voor de dader. Het zorgt ervoor dat Ripened Fruit niet alleen een verhaal vertelt, maar ook op subtiele wijze seksueel geweld aanklaagt. 

De thematiek valt uiteindelijk niet los te zien van de plaat en dat zorgt voor diepe contrasten. Zo donker als het verhaal op de plaat is, zo wonderschoon is de muziek. Kissy Fleur maakt indruk met songs die maar weinig associaties oproepen met muziek uit het verleden en een duidelijk eigen geluid laten horen. Ik moest er even aan wennen, maar inmiddels ben ik diep onder de indruk van het emotionele debuut van Kissy Fleur. Erwin Zijleman

Ripened Fruit van Kissy Fleur is voor slechts 5 euro in digitale vorm verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://kissyfleur.bandcamp.com.


 

zondag 15 april 2018

Clara Luciani - Sainte Victoire

Beluistering van de nieuwe plaat van oudgediende Françoise Hardy bracht me op het spoor van Sainte Victoire van Clara Luciani. 

Deze jonge Française werd geboren in Marseille, maar vertrok op haar 19e naar Parijs, waar ze onderdak vond bij Nouvelle Vague, La Femme en in de scene rond de Parijse muzikant Benjamin Biolay. 

Sainte Victoire is zo te zien het debuut van Clara Luciani en het is een plaat die natuurlijk lang niet zoveel indruk maakt als de laatste plaat van Françoise Hardy. 

Waar de melancholie van één van de grootheden van de Franse popmuziek op haar laatste plaat door de ziel snijdt, moet Clara Luciani het, zeker in eerste instantie, vooral hebben van de zoete, zwoele en jeugdige verleiding. De jonge Française moet hierbij concurreren met een heel legioen jonge Franse zangeressen, maar ze beschikt over een aantal sterke wapens. 

Het meest in het oor springende wapen is haar stem. Het is een vrij donkere stem, die het uitstekend doet in tracks die zwoel verleiden, maar Clara Luciani kan veel meer. Sainte Victoire is immers ook een verrassend veelzijdige plaat. In de eerste paar tracks van haar debuut gaat Clara Luciani achtereenvolgens aan de haal met moderne dance, 70s disco en kille 80s new wave, waarna ze in een broeierige track laat horen dat ze ook uit de voeten kan in een Frans chanson met jazzy invloeden. 

Zeker in de tracks waarin de jonge muzikante uit Parijs wat gas terug neemt verrast ze met vocalen die zich heerlijk opdringen, maar ook het nodige talent laten horen. Het schuurt fraai aan tegen de instrumentatie die, zeker naarmate de plaat vordert, overloopt van verrassing. Wat het ene moment nog relatief dicht bij het traditionele Franse chanson ligt, bedwelmt maar iets later met een zwaar aangezet elektronisch geluid, terwijl emotievolle momenten zomaar kunnen worden afgewisseld met zwoele flirts met de dansvloer. 

De stem van Clara Luciani kan hierbij zomaar een aantal octaven omhoog of omlaag schieten, waardoor ze binnen een track transformeert van een zwoel zuchtmeisjes in een kille electropopprinses of in een zangeres die het Franse chanson met de paplepel ingegoten heeft gekregen. 

Sainte Victoire opent verzadelijk aanstekelijk en lichtvoetig, maar de plaat geeft al snel veel geheimen prijs en onderscheidt zich opeens met speels gemak van die van haar vele jonge concurrenten. Het is zoals gezegd niet te vergelijken met de mokerslag die Françoise Hardy uitdeelt op haar nieuwe plaat, maar dat het debuut van Clara Luciani overloopt van belofte is voor mij zeker. 

Naarmate de plaat vordert worden de songs van de jonge Française steeds fascinerender, donkerder en mooier, waardoor het lastig te begrijpen is dat de plaat opent met een aantal betrekkelijk doorsnee stampers. Laat je hierdoor niet op het verkeerde been zetten, want hoe verder je komt op Saint Victoire hoe indrukwekkender het wordt. 

Vorig jaar verrasten onder andere Pomme en Louane met geweldige platen. Die van Clara Luciani moet zeker aan dit rijtje worden toegevoegd en legt de lat hoog voor alles wat nog komen gaat uit de hoek van de jeugdige Franse pop. Erwin Zijleman



 

Françoise Hardy - Personne d'Autre

Françoise Hardy was pas net 18 toen ze in 1962 debuteerde met Tous Les Garçons Et Les Filles. Met de plaat maakte de zangeres uit Parijs een blauwdruk voor de toekomstige Franse popmuziek, terwijl ze met haar uiterlijk en persoonlijkheid de harten stal van een aantal beroemde muzikanten (van Bob Dylan tot Mick Jagger) en een hele generatie mannen zonder naam en faam.

Françoise Hardy is inmiddels 74 en tobt al enige tijd met een zwakke gezondheid. De afgelopen jaren bracht ze dan ook geen platen meer uit, maar met Personne d'Autre is de Française terug en hopelijk is het niet de laatste keer dat ze ons verblijdt met een nieuw album. 

Françoise Hardy maakte op Tous Les Garçons Et Les Filles zonnige en onbevangen pop, maar op Personne d'Autre tellen de jaren en domineert een stemmig en nogal melancholisch aandoend geluid. Het is een geluid dat bijzonder fraai is ingekleurd door producer Erick Benzi, die de plaat heeft voorzien van subtiele maar wonderschone arrangementen met onder andere prachtige bijdragen van strijkers en blazers. 

De warme en stemmige klanken passen prachtig bij de stem van Françoise Hardy, die natuurlijk al lang niet meer zo jeugdig en onbevangen klinkt als op haar debuut, maar nog altijd beschikt over een stem die iets kan doen met een song en met de luisteraar. 

Franse zangeressen moeten zich wat mij betreft niet wagen aan Engelstalige songs en daar had Françoise Hardy in het verleden wel eens een handje van. Personne d'Autre bevat gelukkig maar één Engelstalige track en het is bij mij de enige track die, ondanks prachtig gitaarspel, niet aankomt. De 11 Franstalige tracks op de plaat komen wel aan. En hoe. Mijn Frans is niet van dien aard dat ik zonder tekstvel begrijp wat Françoise Hardy wil zeggen op haar nieuwe plaat, maar ze lijkt de balans op te maken van een fascinerend leven. 

Ik heb de afgelopen jaren een enorm zwak ontwikkeld voor zwoele Franstalige pop, maar ook de wat meer ingetogen en melancholische klanken van Françoise Hardy hebben me met speels gemak verleid. 

Personne d'Autre heeft in veel tracks genoeg aan een piano, wat subtiele versiersels en uiteraard de machtige stem van een van de iconen uit de geschiedenis van de Franse popmuziek. Françoise Hardy verleidt op haar nieuwe plaat met warme klanken en een stem waarvan je alleen maar kunt houden, maar kruipt vervolgens diep onder de huid met songs die veel dieper graven van die van de jonge Franse zuchtmeisjes die niet hadden bestaan zonder Françoise Hardy’s Tous Les Garçons Et Les Filles en met zang die lading geeft aan ieder woord dat ze uitspreekt (wat haar in het Frans aanzienlijk beter af gaat dan in het Engels). 

Personne d'Autre wordt hier en daar gepresenteerd als een afscheidsplaat, maar gezien de vorm waarin Françoise Hardy verkeert op haar nieuwe plaat hoop ik op nog veel meer. Tot die tijd verdient het fraaie Personne d'Autre alle aandacht. Ook in Nederland. Erwin Zijleman



 

zaterdag 14 april 2018

Johan - Pull Up

November 1996 was een koude maand en de voorloper van een voor Nederlandse begrippen strenge winter. Toch is het ook de maand waarin plotseling de lente uitbrak, wat volledig de verdienste was van het debuut van de Nederlandse band Johan. 

De band uit Hoorn grossierde op haar titelloze debuut in Beatlesque popliedjes waarvan de zon onmiddellijk ging schijnen en die na één keer horen voorgoed in je kop zaten. 

Johan zou het kunstje van haar debuut nog drie keer herhalen, wat memorabele albums als Pergola (2001), Thx Jhn (2004) en 4 (2009) opleverde, waarna voorman  Jacob de Greeuw het einde van de band aankondigde. 

We zijn inmiddels bijna negen jaar verder en bijna uit het niets is Johan terug met Pull Up. Bijna uit het niets, want sinds de aankondiging van de plaat een paar maanden geleden werd er door velen reikhalzend uitgekeken naar de nieuwe plaat van de band, die ruim een decennium kleur gaf aan de Nederlandse popmuziek en het Excelsior label op de kaart zette. 

Pull Up komt inmiddels voor de zoveelste keer uit de speakers en ik kan alleen maar concluderen dat Johan het na al die jaren weer geflikt heeft. In grote lijnen is er niet eens zo veel veranderd sinds de plotselinge lente in het najaar van 1996. Johan maakt nog altijd zonnige popliedjes met een vleugje melancholie en het zijn popliedjes die nog altijd van het predicaat ‘Beatlesque’ kunnen worden voorzien, al zijn invloeden van The Byrds misschien nog wel belangrijker in het geluid van de Nederlandse band. 

De popliedjes van Johan zijn nog altijd popliedjes die de gevoelstemperatuur doen stijgen en die goed zijn voor lentekriebels, maar het zijn ook popliedjes met een donkere ondertoon. Die donkere ondertoon komt vooral naar voren in de teksten van Jacob de Greeuw, die ook dit keer de nodige ellende van zich afschrijft, maar ook in muzikaal opzicht laat Pull Up meer horen dan zonnestralen. 

Vergeleken met het laatste levensteken van de band (4 uit 2009) klinkt Pull Up mooi helder en laat Johan een veelzijdig geluid horen, waarin ook gas terug kan worden genomen en waarin het ook buiten de lijntjes van het uit duizenden herkenbare Johan geluid kleurt, bijvoorbeeld door net wat gruiziger te klinken of door wat meer lo-fi aan haar geluid toe te voegen. 

Het voorziet Pull Up van meer diepgang en hierdoor ook van meer kracht, maar gelukkig zijn de songs van de band nog net zo onweerstaanbaar als in de beginjaren. Pull Up gaat de komende dagen vast verder groeien, maar dat Johan met Pull Up een zeer geslaagde comeback maakt is voor mij al lang zeker. De lente is weer begonnen. Bedankt Johan! Erwin Zijleman



 

vrijdag 13 april 2018

Wreckless Eric - Construction Time & Demolition

Wreckless Eric was voor mij decennia lang de Britse muzikant die twee, of misschien zelfs wel drie hele goede platen maakte en daarna vrijwel volledig uit beeld verdween. 

De Britse muzikant begon ooit in de pub rock scene, die in 1977 een veelgebruikte en succesvolle springplank naar de punk en new wave bleek. Wreckless Eric werd omarmd als een nieuwe held en maakte met The Wonderful World of Wreckless Eric (1978), Wreckless Eric (1978) en Big Smash! (1980) drie prima platen. 

Het zijn platen die destijds in de hokjes punk en new wave werden geduwd, maar met de oren van nu hoor ik toch vooral tijdloze rock ’n roll met een rauw randje. 

Na 1980 bleef Wreckless Eric muziek maken, maar van zijn status van cultheld was al snel helemaal niets meer over. Pas in 2008 pikte ik weer een plaat van Wreckless Eric op, maar op deze plaat speelde de Brit een vrij bescheiden rol naast echtgenote Amy Rigby. 

Pas op het in 2015 verschenen AmERICa liet Wreckless Eric weer eens horen wat een geweldig songwriter hij was en is en verraste de Brit met popmuziek die vooral leek geïnspireerd door de Britse psychedelische gitaarbands uit de jaren 60. 

AmERICa werd terecht overladen met superlatieven en was goed voor de wederopstanding van een vergeten held uit de late jaren 70. Het is een wederopstanding die gelukkig niet beperkt is gebleven tot één plaat, want met Construction Time & Demolition keert Wreckless Eric terug. 

Ook op zijn nieuwe plaat grijpt de Britse muzikant vooral terug op de muziek die werd gemaakt voordat hij zelf zijn eerste stapjes in de muziek zette. Construction Time & Demolition bevat flink wat nogal psychedelisch aandoende gitaarpop zoals die in de jaren 60 werd gemaakt, maar Wreckless Eric experimenteert ook met blazers, die weer een heel ander geluid opleveren. 

Net als op AmERICa hoor ik flink wat invloeden van The Kinks, maar ook andere Britse bands die aan het eind van de jaren 60 de psychedelica omarmden hebben hun sporen nagelaten op Construction Time & Demolition. Wreckless Eric heeft een plaat gemaakt die met enige regelmaat zo lijkt weggelopen uit het verre verleden, wat een mooi contrast oplevert met de teksten die met beide benen in het heden staan. 

Nu zijn er momenteel nog wat platen die teruggrijpen op de psychedelische gitaarmuziek uit de jaren 60, maar de meeste van deze platen zijn toch een stuk minder interessant dan de originelen, die dankzij de vinyl revival met een beetje geluk uit een krat vol obscure pareltjes kunnen worden gepikt. Het zijn pareltjes waartussen Construction Time & Demolition van Wreckless Eric niet misstaat, want de Brit heeft een bijzondere plaat vol tijdloze popmuziek afgeleverd. 

Construction Time & Demolition is uiteindelijk nog net wat beter dan het terecht zo geprezen AmERICa en laat horen dat met Wreckless Eric nog steeds rekening moet worden gehouden, precies 40 jaar nadat hij voor het eerst op dook als ‘angry young man’. Dat de plaat veel meer aandacht verdient dan in de verbijsterend stille eerste week na de release zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman



 

donderdag 12 april 2018

Goat Girl - Goat Girl

Met name de Britse muziekpers doet al een tijdje heel druk over Goat Girl. Daar valt ook wel wat voor te zeggen, want de vier jonge meiden uit Londen, die de twintig nog maar net hebben bereikt, maken opvallende muziek. 

Clottie Cream (Lottie), Naima Jelly (Naima), L.E.D. (Ellie) en Rosy Bones (Rosy) verdienden met hun eerste demo’s een platencontract bij het legendarische Rough Trade label en op dit label is nu het titelloze debuut van Goat Girl verschenen. 

Dit debuut telt maar liefst 19 tracks en de band uit Londen heeft hier slechts 40 minuten voor nodig. Het debuut van Goat Girl is hier en daar van het labeltje punk voorzien, maar met punk heeft het debuut van Lottie, Naima, Ellie en Rosy echt niets te maken. 

De plaat opent met een filmisch aandoende track met jazzy accenten, waarna in de tweede track wordt uitgepakt met invloeden uit vooral de postpunk. Ik moest onmiddellijk denken aan Siouxsie & The Banshees, maar de songs van Goat Girl schuren ook met grote regelmaat dicht tegen het vroegere werk van P.J. Harvey aan en raken hier en daar ook aan uiteenlopende Courtney’s als Courtney Love en Courtney Barnett. 

De band uit Londen geeft gelukkig wel een geheel eigen draai aan deze invloeden, die de afgelopen decennia al flink zijn uitgemolken en sleept er bovendien nog flink wat invloeden bij, waarvan ik in ieder geval de Pixies wil noemen. 

De eigen draai van Goat Girl bestaat bijvoorbeeld uit uit de bocht vliegende gitaren of juist uit honingzoete koortjes, maar ook jazzy accenten en een viool die zo lijkt weggelopen uit de country dragen stevig bij aan het fascinerende geluid van Goat Girl. 

Met 19 songs in maar net 40 minuten doet de muziek van de Londense band uiteraard wel wat gefragmenteerd of op zijn minst wat lo-fi aan, maar een rommeltje wordt het nergens. In muzikaal opzicht schiet de plaat alle kanten op, maar omdat de ondertoon donker blijft, klinkt het geluid van Goat Girl ondanks de enorme variatie consistent. 

Vooral het gitaarwerk op de plaat vind ik heerlijk en het is knap hoe donkere wolken postpunk in één keer kunnen worden verdreven door flink wat ruwe country of bluesy rock, waardoor de grauwe Britse industriesteden onmiddellijk worden verruild voor het Amerikaanse platteland of voor de Britse blues clubs uit de jaren 60 en 70. 

Het past prachtig bij de wat onderkoelde zang, die het debuut van Goat Girl voorziet van een heerlijk doom geluid. Echt deprimerend wordt het echter nooit, al is het maar omdat de band uit Londen ook kan betoveren met heerlijke koortjes, die de donkere songs van de band opeens iets lichtvoetigs geven. 

Het debuut van Goat Girl biedt volop ruimte aan uitstapjes buiten de gebaande paden en kan heerlijk ruw rammelen, maar ook nadrukkelijk het experiment opzoeken. Zeker niet alle songs op de plaat zijn even sterk, maar omdat een experimentje van 2 minuten altijd wel uit is te zetten, houdt Goat Girl je makkelijk bij de les. Het levert al met al een verrassend en bij vlagen imponerend debuut op; precies zoals de Britse muziekpers ons al een tijdje probeert te vertellen. Erwin Zijleman



 

Ciara Sidine - Unbroken Line

Al weer bijna zes jaar geleden pikte ik min of meer bij toeval Shadow Road Shining van de Ierse singer-songwriter Ciara Sidine op. 

Gezien haar afkomst verwachte ik folk met Keltische invloeden, en daar ben ik niet heel gek op, maar de singer-songwriter uit Dublin verraste met vooral door Amerikaanse rootsmuziek beïnvloede songs en imponeerde met een stem die vrijwel continu garant stond voor kippenvel. 

Shadow Road Shining vergeleek ik uiteindelijk met You Gotta Sin To Get Saved van Maria McKee uit 1993 en dat doe ik niet snel. De beste plaat van Maria McKee behoort immers tot mijn favoriete platen aller tijden en zit in het koffertje dat klaar staat wanneer verbanning naar een onbewoond eiland een feit is. 

Vorig jaar verscheen een nieuwe plaat van Ciara Sidine, maar die plaat bleef helaas op de stapel liggen. Ik was kennelijk vergeten hoeveel indruk haar vorige plaat had gemaakt, wat deels te maken heeft met het absurde aanbod waarmee ik iedere week weer wordt overspoeld. 

Ciara Sidine is dezer dagen in Nederland voor een aantal concerten en daarom heb ik Unbroken Line eindelijk maar eens in de cd-speler gestopt. De singer-songwriter had vervolgens niet veel tijd nodig om een (voorlopig) onuitwisbare indruk te maken. 

Ook op Unbroken Line laat Ciara Sidine zich vooral beïnvloeden door de Amerikaanse rootsmuziek, al verstopt ze ook stiekem wat Keltische invloeden in haar muziek. Vergeleken met de vorige plaat bestrijkt Unbroken Line binnen de Amerikaanse rootsmuziek een veel  breder palet. 

De Ierse singer-songwriter gaat nog altijd vol passie aan de haal met invloeden uit de folk en country, maar kan ook uitstekend uit de voeten met invloeden uit de blues, jazz en rock ’n roll. 

De nieuwe plaat van Ciara Sidine is hierdoor een lekker gevarieerde plaat en het is een plaat vol muzikaal vuurwerk. De competent spelende muzikanten zorgen voor een heerlijke basis, waarin meerdere instrumenten de hoofdrol opeisen. 

Het meeste vuurwerk komt ook dit keer echter van Ciara Sidine, die nog veel beter zingt dan op haar vorige plaat en imponeert op een wijze die alleen de grootste rootszangeressen gegeven is. Maria McKee en de beste plaat van deze helaas wat uit beeld geraakte zangeres is nog altijd belangrijk vergelijkingsmateriaal en een groter compliment kan ik Ciara Sidine niet maken. 

Haar vorige plaat ben ik op een gegeven moment weer vergeten, maar Unbroken Line hou ik stevig vast. Een bijzonder indrukwekkende plaat van een zangeres die ook op het podium diepe indruk schijnt te maken. Ga dat zien ! Erwin Zijleman

Ciara Sidine staat  vanaf vanavond op de Nederlandse podia:
12 apr Middelburg - De Spot
13 apr Zwolle - Hedon
14 apr Amsterdam -  Paradiso
15 apr Den Haag - Paard van Troje
17 apr Utrecht - Tivoli/Vredenburg



 

woensdag 11 april 2018

Unknown Mortal Orchestra - Sex & Food

Ruban Nielson, de man achter Unknown Mortal Orchestra, neemt ons inmiddels al zeven jaar en vier albums mee op een fascinerende ‘roller coaster ride’ langs een aantal uithoeken van de geschiedenis van de popmuziek. 

Het debuut van Unknown Mortal Orchestra ontging me in 2011 nog grotendeels, maar het in 2013 verschenen II was een buitengewoon avontuurlijke plaat, waarop Ruban Nielson begon bij de bekende en minder bekende smaakmakers uit de geschiedenis van de psychedelica, om er vervolgens van alles en nog wat bij te slepen, waardoor de plaat je maar heen en weer bleef slingeren tussen decennia vol popmuziek en zeer uiteenlopende genres en stijlen. 

In 2015 keerde Ruban Nielson terug met een gebroken hart en met Multi-Love. De heuse breakup-plaat citeerde nog altijd nadrukkelijk uit de archieven van de psychedelica, maar funk stond dit keer centraal, waardoor de plaat stevige associaties opriep met de platen van grootheden als Funkadelic, Parliament en natuurlijk Prince, die op zijn tijd ook niet vies was van de combinatie van funk en psychedelica. 

Deze week keert Ruban Nielson dan eindelijk terug met de opvolger van Multi-Love en de muzikant uit Portland, Oregon, heeft ook op Sex & Food weer niet gekozen voor de makkelijkste weg. 

De plaat werd (deels met lokale muzikanten) opgenomen in Nieuw-Zeeland (waar zijn wieg stond), Vietnam, Mexico, IJsland, Zuid-Korea en thuisbasis Portland en net als op zijn vorige platen put Ruban Nielson inspiratie uit veel genres en periodes uit de geschiedenis van de popmuziek. 

Sex & Food begint ergens halverwege de jaren 60 en rijkt via zeer uiteenlopende wegen en invloeden tot het heden. Het maakt het beluisteren van de muziek van Unknown Mortal Orchestra ook dit keer tot een vermoeiende activiteit, zeker wanneer je alle invloeden wilt herkennen en benoemen, maar je kunt er ook in onderdompelen en er van genieten. 

En wat valt er ook dit keer weer veel te genieten in de muziek van de fascinerende band uit Portland, Oregon. Dat vraagt wel even tijd overigens, want zeker bij eerste beluistering springt Sex & Love wel erg van de hak op de tak en lijkt de mysterieuze kluis van Prince in zijn Paisley Park studio’s in Minneapolis in één keer over de nietsvermoedende luisteraar uitgestort te worden. 

De plaat opent met 60s psychedelica die een eigentijdse twist mee krijgt, maar al snel eisen ook bluesy rock en broeierige funk hun rol op. Zeker in de door funk, jazz en R&B gevoede passages kruipt Ruban Nielson dicht tegen Prince aan, maar het is wel Prince in zijn meest onvoorspelbare of meest wellustige buien. 

Het contrasteert behoorlijk met de rauwe en gruizige rocktracks op de plaat, al had ook Prince natuurlijk een zwak voor Jimi Hendrix, waar Ruban Nielson nog een flinke dosis Led Zeppelin aan toevoegt. 

Vergeleken met zijn voorgangers is Sex & Food een bij vlagen behoorlijk ontoegankelijke plaat, maar luister een paar keer en Unknown Mortal Orchestra heeft je toch weer te pakken, al is het maar omdat Prince een aantal van de beste tracks op de plaat helaas nooit meer kan maken. Erwin Zijleman

Ook de nieuwe plaat van Unknown Mortal Orchestra is weer verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://unknown-mortal-orchestra.bandcamp.com.